Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:1374

2025-01-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/03/336018 FA RK 24-3184
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2025-01-13
Publicatiedatum
2025-02-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/03/336018 FA RK 24-3184
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voornaamswijziging

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.487 tekens)
Rechtbank Limburg
Familie en jeugd


Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: C/03/336018 / FA RK 24-3184




Beschikking van 13 januari 2025




op het verzoek van:





[verzoeker]
,
wonende te [postcode] [plaatsnaam] , [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. S. van Beers.






1Het verloop van de procedure


1.1.

Dit blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 30 oktober 2024.




1.2.
Verzoeker heeft aangegeven geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling en verzocht de zaak op de stukken af te doen. De rechtbank ziet aanleiding om (aanstonds) zonder mondelinge behandeling de zaak schriftelijk af te doen.





2De feiten


2.1.
Uit een overgelegd uittreksel uit het register van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage blijkt, dat in die gemeente op 11 december 2007 de beschikking van de Rechtbank Maastricht betreffende de buitenlandse adoptie-uitspraak van The Hamilton Superior Court van de staat Indiana, Verenigde Staten van Amerika van 19 april 2006 ten aanzien van verzoeker [verzoeker] , geboren te [plaatsnaam] (VS) op [geboortedatum] 2005 is ingeschreven.





3Het verzoek


3.1.
Het verzoek houdt in de voornamen van verzoeker te wijzigen in [verzoeker] .



3.2.
Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker naar voren gebracht dat hij als baby geadopteerd is uit de VS en van zijn ouders de naam [verzoeker] heeft gekregen. In het dagelijkse leven heeft verzoeker last heeft van zijn huidige voornaam [verzoeker] . Verzoeker heeft een zwarte huidskleur en telkens wanneer hij zich voorstelt aan derden wordt hij geconfronteerd met mensen die zijn voornaam betitelen als “ [bijnaam] ” en worden in dat kader gekscherende opmerkingen gemaakt. Daarnaast wordt verzoeker regelmatig geconfronteerd met mensen die hem vragen of [verzoeker] daadwerkelijk zijn voornaam is. Dit aangezien men bij de naam [verzoeker] een typisch Hollandse jongen verwacht. Om te voorkomen dat hij meerdere malen per dag uitleg moet geven over zijn naam heeft verzoeker besloten om zich voortaan bij iedereen in zijn omgeving voor te stellen bij zijn geboortenaam [verzoeker] zijnde de voornaam die hij van zijn biologische ouders heeft meegekregen. Verzoeker voelt zich optimaal gelukkig met deze naam en kan zich hiermee volledig identificeren. Het is dan ook de vurige en wel overdachte wens van verzoeker om zijn officiële voornaam in lijn te brengen met zijn echte naam. Door de huidige voornaam [verzoeker] als derde naam te plaatsen kan verzoeker de mensen die hem onder die naam kennen uitleggen dat dit zijn derde voornaam is, zonder het verhaal uit de doeken te hoeven doen. Daarnaast wenst verzoeker deze naam te behouden als eerbetoon aan zijn ouders die hem deze voornaam hebben meegegeven en vanwege het feit dat verzoeker de naam [verzoeker] momenteel als ‘artiestennaam’ gebruikt.





4De beoordeling


4.1.
Artikel 1:4, vierde lid, BW geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van de voornaam van de betrokken persoon. Voor zo’n verzoek moet een zwaarwichtig belang bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van zijn voornaam ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Daarnaast dient het verzoek te worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW.



4.2.
De rechtbank is van oordeel dat uit het verzoekschrift voldoende blijkt dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft het wijzigen van zijn voornamen. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij last ervaart van de voornaam ‘ [verzoeker] ’ omdat men deze voornaam niet bij verzoeker vindt passen en daar gekscherende opmerkingen over worden gemaakt. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij zich identificeert met zijn tweede voornaam: ‘[verzoeker]’. Deze naam heeft hij van zijn biologische ouders gekregen en verzoeker stelt zich inmiddels ook voor met deze voornaam. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen, nu het ook niet strijdig is met de wet.



2.6.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW geschiedt de wijziging van de voornamen doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.






5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage de voornamen van [verzoeker] , geboren te [plaatsnaam] (VS) op [geboortedatum] 2005 te wijzigen in [verzoeker] ;



5.2.
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, in verband met de toevoeging aan de geboorteakte van het kind van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornamen.


Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Vogels, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.A.J. Aquina, griffier op 13 januari 2025.






Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.