Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:13264

2025-03-12 Civiel recht C/03/332947 / HA ZA 24-328
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2025-03-12
Publicatiedatum
2026-08-27
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/03/332947 / HA ZA 24-328
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

- vereniging - ontzetting / opzegging lidmaatschap - vernietiging besluit - rechtsgeldig genomen besluit

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (37.428 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: C/03/332947 / HA ZA 24-328




Vonnis van 12 maart 2025




in de zaak van





1 [naam eiser sub 1 in conventie / gedaagde sub 1 in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser sub 1 in conventie] ,2. [naam eiser sub 2 in conventie / gedaagde sub 1 in reconventie],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser sub 2 in conventie] ,3. [naam eiser sub 3 in conventie / gedaagde sub 3 in reconventie],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser sub 3 in conventie] ,
eisers in conventie
gedaagden in reconventie
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] , samen te noemen: geopposeerden,
advocaat: mr. R.P.G. Schelvis.



tegen




KONINKLIJKE LUCHTMACHT ZWEEFVLIEGCLUB DE PEEL,
statutair gevestigd te Venray,
gedaagde in conventie
eiseres in reconventie
opposante
hierna te noemen: opposante, danwel de Vereniging,
advocaat: mr. A. Aaryf,






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 april 2024, die heeft geleid tot
- het verstekvonnis van 5 juni 2024 met zaaknummer C/03/329981 / HA ZA 24-199- de verzetdagvaarding van 4 juli 2024- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte houdende wijziging van eis in conventie en aanvullende producties 22 t/m 24 aan de zijde van [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] van 18 november 2024
- de akte houdende aanvullende productie 34 aan de zijde van de Vereniging
- de mondelinge behandeling van 28 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en bij gelegenheid waarvan [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] een pleitnota in het geding hebben gebracht.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
De Vereniging heeft ten doel het beoefenen van de zweefvliegsport op vliegbasis De Peel, door de leden van de krijgsmacht, met name de Koninklijke Luchtmacht.



2.2.
Naast de Vereniging maakt ook Zweefvliegclub Eindhovense Studenten (hierna: ZES) – een studentenvereniging uit Eindhoven – gebruik van vliegbasis De Peel. De Vereniging heeft altijd uitsluitend beschikt over zweefvliegtuigen; voor hulpmaterieel, personeel, gekwalificeerde technici en faciliteiten is zij steeds afhankelijk van de veel grotere ZES.



2.3.

[eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] zijn jarenlang lid (geweest) van de Vereniging. [eiser sub 2 in conventie] is van 2004 tot 2018 voorzitter van de Vereniging geweest.



2.4.
Het voorzitterschap van de Vereniging is sinds 13 april 2021 in handen van [naam voorzitter] . Het bestuur onder leiding van [de voorzitter] bestond verder uit [eiser sub 1 in conventie] (penningmeester) en [naam secretaris] (secretaris).



2.5.
Op 5 juni 2023 hebben [eiser sub 3 in conventie] , [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 in conventie] een e-mailbericht gestuurd aan [naam luitenant-kolonel] , BaseCo, met cc aan [naam majoor buiten dienst] , BaseCo en [naam kolonel] , met de volgende inhoud:



Onderwerp: Problemen binnen de KLuzcDP





Geachte [naam luitenant-kolonel] ,





Gezien de afwezigheid van [naam majoor buiten dienst] richten wij ons tot U.





U bent wellicht op de hoogte van de recente problematiek binnen het bestuur van de KLuzcDP, inclusief de uitsluiting van leden door de voorzitter, wat een ernstige belemmering vormt voor hun operationele taken. De penningmeester en twee andere leden hebben geprobeerd om deze situatie op een respectvolle manier te corrigeren. Desalniettemin is deze poging noch geaccepteerd, noch omarmd door de voorzitter.





Als gevolg hiervan is er een buitengewone ledenvergadering bijeengeroepen, die afgelopen vrijdag heeft plaatsgevonden op de Kazerne.(…)





Tijdens deze bijeenkomst hebben drie leden, inclusief de penningmeester, de vergadering verlaten. Dit vanwege het respectloze en ongepaste gedrag van de voorzitter, die geen blijk gaf van enige vorm van behoorlijk bestuur of respect voor zijn leden. De onverwachte introductie van een nieuw lid, waarvan niemand op de hoogte was en die niet stond vermeld op de ledenlijst of uitnodiging, roept vragen op en wijst op een poging om de stemmen in het voordeel van de voorzitter te manipuleren.


Vandaag heeft een jurist, na bestudering van de documentatie, geadviseerd de kwestie juridisch aan te kaarten, aangezien er mogelijk sprake kan zijn van fraude en zelfs strafbare feiten.





Wij verzoeken dringend om uw bemiddeling om een juridisch conflict te voorkomen.


(…)





2.6.
Bovenstaande e-mail werd door [eiser sub 3 in conventie] , [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 in conventie] op 13 juni 2023 doorgezonden aan de voorzitter en lid van het bestuur, waarbij zij de geadresseerden informeerden dat zij “de huidige problemen die er zijn binnen de KluzcDP met [de luitenant-kolonel] hebben besproken”.



2.7.

In de statuten van de Vereniging is – voor zover hier van belang – het volgende vermeld:

‘’EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP


Artikel 6


1. Het lidmaatschap eindigt door:

a. de dood van het lid;
b. opzegging door het lid;
c. opzegging door de vereniging; deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. ontzetting door de vereniging; deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der Vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

2. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

Voort kan het lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard danwel de rechten van de leden van geldelijke aard zijn beperkt te zijnen opzichte uit te sluiten.
6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
7. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de verenging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het beluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijke van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn hangende het beroep is het lid geschorst.
8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verengingsjaar eindigt, blijft toch de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.’’



2.8.
De Vereniging heeft het lidmaatschap van [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] bij brief d.d. 5 augustus 2023 opgezegd tegen 7 augustus 2023.






3Het geschil


3.1.

[eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] vorderen na eiswijziging in conventie dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


I. voor recht verklaart dat de besluiten d.d. 7 augustus 2023 tot ontzetting of opzegging van het lidmaatschap van eisers als leden van de Vereniging nietig zijn dan wel deze besluiten ex. art. 2:15 BW te vernietigen;
II. de Vereniging verplicht eisers met ingang van datum vonnis als volwaardig lid te behandelen en te blijven behandelen tot het lidmaatschap op rechtsgeldige wijze is geëindigd, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel dat de Vereniging in strijd handelt met dit gebod;
III. de Vereniging verplicht om binnen veertien dagen na datum van het in deze te wijzen vonnis de volgende rectificatietekst per e-mailbericht te zenden aan [e-mailadres 1] ; [e-mailadres 2] ; [e-mailadres 3] ; [e-mailadres 4] ; [e-mailadres 4] ; [e-mailadres 5] ; [e-mailadres 6] ; [e-mailadres 7] met een afschrift (middels een cc) daarvan aan de advocaat van eisers ( [e-mailadres 8] ):

‘’Geachte lezer,





Eerder hadden wij u bericht in verband met de opzegging van het lidmaatschap van de heren [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] en wel op 7 respectievelijk 9 augustus 2023. [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] hebben deze opzegging met succes in rechte aangevochten. Uiteindelijk heeft de rechtbank daarover geoordeeld per vonnis van …. Onderdeel van het vonnis is dat wij u langs deze weg berichten dat de rechtbank, na een uitvoerige bespreking ter zitting en na afweging van alle argumenten over en weer, van oordeel is dat er onvoldoende is gebleken van omstandigheden die opzegging van het lidmaatschap van [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] rechtvaardigen. Een en ander betekent dat het lidmaatschap van deze leden ten onrechte is beëindigd en dat zij nog altijd volwaardig lid zijn van de Vereniging.





Wij voegen hieraan toe dat wij onze verontschuldigingen aanbieden voor door [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] als onnodig grievend ervaren onderdelen van onze eerdere onterechte en onjuiste berichtgeving en van ons aandeel in de gehele gang van zaken. Wij nemen als bestuur de inhoud van het vonnis mee.





Met vriendelijke groet,





Het bestuur van de vereniging Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegclub De Peel’’




op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de Vereniging onverhoopt geen gehoor geeft aan dit gebod;
IV. voor recht verklaart dat het bestuursbesluit aangaande het ontslag, althans de uitschrijving van [eiser sub 1 in conventie] als penningsmeester van de Vereniging nietig is c.q. dit besluit door de rechtbank op de voet van art. 2:15 BW vernietigt;
V. de Vereniging verplicht om de uitschrijving van [eiser sub 1 in conventie] als penningmeester van de Vereniging binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ongedaan te maken en [eiser sub 1 in conventie] als penningmeester weer in te schrijven, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat wordt nagelaten geheel of gedeeltelijk aan dit gebod gehoor te geven;
VI. De Vereniging verplicht om binnen veertien dagen na datum van het vonnis [eiser sub 1 in conventie] weer volledig in staat te stellen om zijn functie als penningmeester van de Vereniging uit te oefenen en wel tot het moment dat hij rechtsgeldig in de toekomst als penningmeester van de Vereniging aftreedt, op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,- per dag dat niet volledig aan dit gebod gehoor wordt gegeven;
VII. gedaagde veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te voldoen de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot der algehele voldoening, alsmede de nakosten op basis van het alsdan geldende liquidatietarief.




3.2.
De Vereniging voert en vordert in reconventie dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


I. voor recht verklaart dat Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegclub De Peel rechtmatig aan geopposeerden het lidmaatschap heeft opgezegd;
II. voor recht verklaart dat [eiser sub 1 in conventie] op 2 juni 2023 is afgetreden als penningmeester van Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegclub De Peel;
III. het verstekvonnis van 5 juni 2024, gewezen onder nummer C/03/329981 HA ZA 24-199, vernietigt, althans geopposeerden alsnog niet ontvankelijk verklaart in hun vorderingen, althans die vordering alsnog zal afwijzen;
IV. geopposeerden hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt in de kosten van deze verzetprocedure en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien geopposeerden niet binnen tien dagen na het ten deze te wijzen vonnis aan hun verplichting hebben voldaan.




3.3.

[eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] voeren verweer in reconventie.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling



in conventie en in reconventie




4.1.
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden deze hierna gezamenlijk behandeld.



Opzegging lidmaatschap




Formeel verweer




4.2.
Geopposeerden stellen dat, nu er op de buitengewone algemene ledenvergadering van 2 juni 2023 een rechtsgeldig besluit is genomen dat het bestuur bestaande uit [de voorzitter] , [naam secretaris] en [eiser sub 1 in conventie] zou moeten aftreden, [de voorzitter] de Vereniging niet meer rechtsgeldig kon vertegenwoordigen. Het besluit tot opzegging van hun lidmaatschap is alleen door [de voorzitter] getekend, zodat het niet rechtsgeldig is genomen. De rechtbank stelt vast dat uit de notulen van die vergadering (productie 12 bij dagvaarding) volgt dat geopposeerden een motie van wantrouwen tegen het bestuur ter stemming hebben ingebracht, dat deze motie in stemming is gebracht en dat de stemmen staakten, waarna de voorzitter heeft vastgesteld dat de motie dus niet is aangenomen. Geopposeerden trekken het aantal uitgebrachte geldige stemmen in twijfel. De rechtbank overweegt dat, ook al zou de motie van wantrouwen zijn aangenomen, dat nog niet betekent dat het bestuur daadwerkelijk is afgezet. Daartoe is een zodanig luidend voorstel nodig, dat door de vergadering wordt aangenomen. Een motie kan door het bestuur naast zich neer worden gelegd, zij hoeft daaraan geen gehoor te geven. Dat daarvan ook sprake was, blijkt uit het feit dat de voorzitter vervolgens heeft rond gevraagd welke bestuursfuncties vacant waren, en dat alleen [naam eiser sub 1 in conventie / gedaagde sub 1 in reconventie] vervolgens zijn functie als penningmeester heeft neergelegd. Nu alleen dat laatste door geopposeerden wordt betwist, staat in ieder geval vast dat [de voorzitter] en [naam secretaris] hun bestuursfunctie nog steeds vervulden. Daarmee is er geen sprake van niet-rechtsgeldig besluit in de zin zoals geopposeerden dat stellen. De rechtbank passeert dan ook dit verweer.


Materieel verweer




4.3.

[eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] zijn het ook op inhoudelijke gronden met de opzegging van hun lidmaatschap niet eens. Derhalve ligt de vraag voor of het bestuursbesluit in kwestie stand kan houden.



4.4.
De Vereniging betoogt in dat verband dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verwacht het lidmaatschap van [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] te laten voortduren. Het bestuur heeft volgens haar om die reden op de volgende gronden rechtmatig het lidmaatschap opgezegd.



4.5.

Allereerst geldt volgens de Vereniging voor zowel [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] als [eiser sub 3 in conventie] dat zij in een e-mail van 5 juni 2023 (prod. 14 bij dagvaarding en prod. 6 bij verzetdagvaarding), gericht aan drie hoofdofficieren van Koninklijke Landmacht, op misleidende, onjuiste, en voor de Vereniging uiterst schadelijke wijze aan deze buitenstaanders hebben bericht omtrent interne omstandigheden van de Vereniging.
Er is volgens de Vereniging sprake van een bewuste poging om het bestuur en daarmee de Vereniging in een kwaad daglicht te stellen bij personen binnen de Koninklijke Luchtmacht, waarvan de medewerking voor de Vereniging essentieel is om op De Peel te kunnen blijven zweefvliegen. Het feit dat een en ander geen desastreuze gevolgen heeft gehad voor de Vereniging, kan volgens haar enkel worden toegeschreven aan een gelukkige samenloop van omstandigheden, nu de reactie van [de luitenant-kolonel] (Commandant BaseCo en de hoofdgeadresseerde van de betreffende e-mail) als volgt luidde: ‘’Mocht blijken dat de door u geschetste situatie er toe kan leiden dat veilig vliegen niet meer mogelijk is dan voel ik mij genoodzaakt om (…) de zweefvliegactiviteiten te stoppen.’’ (prod. 15 bij dagvaarding).




4.6.
Daarnaast legt de Vereniging aan de opzegging van het lidmaatschap ten grondslag dat volgens haar is gebleken dat [eiser sub 2 in conventie] en/of [eiser sub 3 in conventie] sinds 4 juni 2023 de boordpapieren van één van de twee zweefvliegtuigen (de DG-1000) van de Vereniging ten onrechte onder zich heeft/hebben gehouden, zodat met dit vliegtuig sindsdien niet meer kon worden gevlogen. Artikel 1 van de Regeling boorddocumenten luchtvaart verplicht de gezagvoerder van een vliegtuig namelijk bij elke vlucht een aantal documenten (de boordpapieren) mee te voeren. Op herhaalde verzoeken van het bestuur om de papieren af te geven, zouden [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] in het geheel niet hebben gereageerd. De Vereniging voert verder aan dat het onder zich houden van de boordpapieren – in tegenstelling tot de mededeling van [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] die inhoudt dat zij de papieren onder zich hielden vanwege een mankement aan het vliegtuig – niet meer was dan een wraakoefening. [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] zouden namelijk op 30 juli 2023 nog negen vluchten met het vliegtuig hebben gemaakt en ná deze negen vluchten zou [eiser sub 3 in conventie] pas een klacht in het logboek hebben geschreven. Volgens de Vereniging hebben [eiser sub 2 in conventie] en/of [eiser sub 3 in conventie] de boordpapieren ook nadat de klacht aan het vliegtuig was verholpen, de boordpapieren onder zich gehouden. Anders dan [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] hebben aangevoerd, was het volgens de Verenging niet noodzakelijk dat de boordpapieren mee naar huis werden genomen om deze bij te werken. Deze boordpapieren zouden worden bewaard in een kast in het (gezamenlijk) clubhuis.



4.7.
Tot slot zou [eiser sub 1 in conventie] – hoewel hij op 2 juni 2023 ter buitengewone algemene ledenvergadering zou zijn afgetreden – na die datum een bestuurshandeling namens de Vereniging hebben verricht, te weten het machtigen van [eiser sub 2 in conventie] om betalingen te doen namens de Vereniging. [eiser sub 1 in conventie] zou ook hebben geweigerd om medewerking te verlenen aan de overdracht van de financiële bescheiden en zijn uitschrijving uit het Handelsregister. De Vereniging voert aan dat als gevolg hiervan de bank de bankrekeningen van de Vereniging heeft bevroren, zodat facturen door de bestuursleden persoonlijk (bij wijze van voorschot) moesten worden betaald.



4.8.
Volgens de Vereniging heeft een en ander geleid tot de conclusie dat het bestuur in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit aan [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] het lidmaatschap op te zeggen.



Standpunt [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie]





4.9.


[eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] kunnen zich met de opzegging van hun lidmaatschap niet verenigen. Derhalve vorderen zij een verklaring voor recht dat het (bestuurs)besluit nietig is op de voet van artikel 2:14 BW dan wel dat dit besluit door de rechtbank op de voet van artikel 2:15 BW wordt vernietigd.

[eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] leggen aan hun vordering in de eerste plaats ten grondslag dat zij juist in het belang van de Vereniging in de e-mail van 5 juni 2023 aan [de luitenant-kolonel] gevraagd hebben om te bemiddelen in het conflict binnen de Vereniging. Uit de reactie van [de luitenant-kolonel] zou juist blijken dat hij het waardeert dat [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] op zoek zijn gegaan naar een bemiddelaar, maar dat hij daarin echter geen rol kan spelen. [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] stellen dat uit niets blijkt dat de mail van 5 juni 2023 (die volgens hen ook ter informatie naar het bestuur is gezonden) de Vereniging zou hebben beschadigd of kon beschadigen.




4.10.

Volgens [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] gaat ook het argument met betrekking tot het onder zich houden van de boordpapieren niet op.

[eiser sub 3 in conventie] stelt ten aanzien van deze opzeggingsgrond dat hij de boordpapieren van het betreffende vliegtuig wel degelijk vanwege een mankement aan het vliegtuig (dat zich in het weekend van 3 en 4 juni 2023 (opnieuw) voordeed) zou hebben meegenomen. In de tussentijd zou [eiser sub 2 in conventie] op 6 juli 2023 overleg hebben gevoerd met Service Center Terlet over de klacht. Volgens [eiser sub 2 in conventie] is toen met [de eerste monteur van Terlet] afgesproken dat – voordat het vliegtuig naar Terlet zou gaan – het eerst onderzocht en bekeken zou worden door motortechnici op vliegveld Nistelrode. Als gevolg daarvan zou op 30 juli 2023 in Nistelrode een aantal malen met het vliegtuig zijn gevlogen, waarna besloten is om het vliegtuig naar Terlet te brengen. Bij het inleveren van het vliegtuig op Terlet zou [eiser sub 3 in conventie] de boordpapieren hebben meegenomen.

[eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] stellen tot slot dat zij de boordpapieren sowieso niet terug konden leggen op de vaste plaats, aangezien [de voorzitter] de enige sleutelbeheerder was en hij alle toegang tot de hangars zou hebben afgesloten. [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] zouden nimmer bewust de boordpapieren achter hebben gehouden. Daarbij was volgens hen het vliegtuig (vanwege zijn mankementen) sowieso niet luchtwaardig. Het wel of niet aanwezig zijn van de boordpapieren maakte dat niet anders.




4.11.
Voorts zijn [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] van mening dat de tegenwerking van [eiser sub 1 in conventie] aangaande de afwikkeling van het penningmeesterschap door de Vereniging is veroorzaakt. Volgens hen is [eiser sub 1 in conventie] namelijk ten onrechte uitgeschreven bij het Handelsregister. [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] stellen onder meer dat uit de overlegde geluidsopname van de buitengewone algemene ledenvergadering duidelijk blijkt dat er geen juridische wil was aan de zijde van [eiser sub 1 in conventie] om af te treden als penningmeester. [eiser sub 1 in conventie] zou om die reden nooit daadwerkelijk zijn afgetreden.



Oordeel opzegging lidmaatschap





4.12.
De rechtbank stelt bij de inhoudelijke beoordeling van de opzegging voorop dat in een lidmaatschapsverhouding als de onderhavige aan de betrokken vereniging, binnen de grenzen van wetsbepalingen als artikel 2:35 BW en de statuten, bij het nemen van haar besluiten een vrijheid toekomt, die meebrengt dat maatregelen als onderhavige – afgezien van strijd met de wet of de statuten – slechts jegens het betrokken lid ontoelaatbaar zijn, indien de vereniging in de gegeven omstandigheden, waaronder de door haar behartigde belangen, jegens het betrokken lid in redelijkheid niet tot een zodanige maatregel had kunnen komen (Hoge Raad 2 december 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4702). Dit betekent dat de betwiste besluiten van de Vereniging in zoverre slechts geen stand kunnen houden, indien een redelijk oordelend mens niet tot die besluiten had kunnen komen. Tevens stelt de rechtbank voorop dat in de statuten niet is uitgesloten dat op grond van artikel 2:35 lid 2 BW een lidmaatschap kan worden opgezegd wanneer redelijkerwijze van de Vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren, zodat deze door het bestuur gehanteerde bevoegdheid in algemene zin aan het bestuur toekwam.



4.13.
In de opzeggingsbrieven van 5 augustus 2024 aan [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] wordt hen allereerst verweten dat zij door het versturen van de e-mail van 5 juni 2023 tegenover drie hoofdofficieren van de Koninklijke Landmacht in strijd met de feiten hebben verklaard, onjuiste insinuaties hebben gedaan en valse beschuldigingen hebben geuit, hetgeen heeft geleid tot een handelen in strijd met de belangen van de Vereniging en hetgeen de goede naam van de Vereniging heeft geschaad. De rechtbank is van oordeel dat, wat er ook zij van hetgeen is voorgevallen op de buitengewone algemene ledenvergadering van 2 juni 2023, het niet aan [eiser sub 1 in conventie] , [eiser sub 3 in conventie] en [eiser sub 2 in conventie] als gewone leden was om op die manier melding te maken van de verenigingsproblematiek bij de leiding van de land-/luchtmachtbasis De Peel, waar na de overname door de landmacht (KL) de aanwezigheid van de zweefvliegclub toch al gevoelig lag, hetgeen geopposeerden heel goed wisten. Daarnaast hebben geopposeerden ter zitting desgevraagd niet aannemelijk kunnen maken dat er aanleiding was om te veronderstellen dat er sprake zou zijn van fraude of zelfs strafbare feiten. De jurist waarnaar in het bericht verwezen wordt, betreft een familielid van [eiser sub 2 in conventie] , waarvan het juridische beroep/de juridische functie de rechtbank niet duidelijk is geworden. De stelling van geopposeerden dat uit niets blijkt dat de mail van 5 juni 2023 de Vereniging zou hebben beschadigd of kon beschadigen, wordt dan ook door de rechtbank verworpen. Immers, zonder aannemelijkheid is er sprake van (onjuiste) insinuaties en valse beschuldigingen, hetgeen in het algemeen juist wel beschadigende effecten heeft.



4.14.
Uit de stukken en stellingen komt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk naar voren dat er sprake is van een machtsstrijd binnen de vereniging, waarbij geopposeerden proberen aan hun vroegere status als voorzitter c.q. lid van het bestuur vast te houden. Met uitzondering van [eiser sub 1 in conventie] maken zij echter, hetgeen duidelijk blijkt uit de notulen van de buitengewone algemene ledenvergadering van 4 september 2022 die als productie 4 bij de dagvaarding zijn gevoegd, in ieder geval sinds die datum geen deel (meer) uit van het bestuur. Dit ondanks dat in ieder geval [eiser sub 2 in conventie] op die vergadering heeft gepoogd om – door een voorstel daartoe in te dienen bij de vergadering maar vervolgens niet te willen dat zijn voorstel tijdens de vergadering in stemming zou worden gebracht – toch weer deel te gaan uitmaken van het bestuur. Als gesteld en niet betwist staat daarnaast vast dat ondanks de duidelijke uitspraak van die algemene ledenvergadering geopposeerden zich op het standpunt stelden dat de vergadering had gekozen voor een vijfhoofdig bestuur en dat de bestuursgegevens dus ook door [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] dienden te worden ingezien, waarna ondanks protesten van de voorzitter en het overige bestuurslid, [eiser sub 1 in conventie] eigenmachtig alle vertrouwelijke bestuursgegevens aan [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] bleek te sturen. Deze waren echter niet bevoegd om daar kennis van te nemen en [eiser sub 1 in conventie] was niet bevoegd om deze stukken met hen te delen. Als gesteld en niet betwist staat ook vast dat het eigenmachtig delen van vertrouwelijke bestuursgegevens door [eiser sub 1 in conventie] met de niet-bestuursleden [eiser sub 2 in conventie] en [eiser sub 3 in conventie] spanningen in het bestuur heeft doen ontstaan, waardoor de reguliere onderlinge communicatie bijna tot stilstand kwam en het interne overleg binnen het bestuur niet goed liep.



4.15.
De rechtbank is van oordeel dat de vereniging, en met name het bestuur van de vereniging, op deze wijze niet goed kan functioneren en het bestuur de vereniging niet goed kan besturen. De acties van geopposeerden laat de rechtbank des te zwaarder wegen, nu door opposanten ter zitting is aangevoerd, onder verwijzing naar productie 33, dat indien geopposeerden weer het bestuur van de vereniging hadden gevormd, ZES de samenwerking met de Vereniging had beëindigd, hetgeen feitelijk het einde van de Vereniging zou hebben betekend (de rechtbank verwijst naar onderdeel 2.2 van dit vonnis). Weliswaar hebben geopposeerden ter zitting gesteld dat productie 33, die een brief van het bestuur van ZES betreft, waarin dat bestuur - kort samengevat - schrijft dat terugkeer van de heren [eiser sub 2 in conventie] , [eiser sub 3 in conventie] en [eiser sub 1 in conventie] als bestuursleden van KLu zc De Peel, aanleiding voor het bestuur zou zijn om hun algemene ledenvergadering te adviseren de samenwerking met KLu zc De Peel te beëindigen, door [naam voorzitter] is geschreven/gedicteerd, maar zij hebben daar verder geen enkele onderbouwing aan gegeven, terwijl voorts opposanten dat hebben betwist, zodat de rechtbank aan die stelling voorbij gaat. Dat het streven van geopposeerden was om zelf (weer) het bestuur van de Vereniging te gaan vormen, leidt de rechtbank niet alleen af uit hetgeen tijdens de buitengewone algemene ledenvergadering van 4 september 2022 is voorgevallen (zie r.o. 4.14) maar ook uit de gang van zaken rondom de algemene buitengewone ledenvergadering van 2 juni 2023. De rechtbank verwijst ter onderbouwing van dat laatste naar de e-mail van 1 juni 2022 (productie 11b van geopposeerden), zijnde een door geopposeerden ingezonden stuk voor die buitengewone algemene ledenvergadering waarbij geopposeerden zich beschikbaar stellen voor een functie in het bestuur. De rechtbank overweegt dat het in beginsel geopposeerden vrij staat om – al dan niet indien zij zich niet met de handelswijze van het zittende bestuur kunnen verenigen – te proberen dat zittende bestuur te laten aftreden en zelf (weer) het bestuur te vormen, maar zij dienen dit binnen de regels van de statuten en volgens hetgeen van redelijk handelende leden mag worden verwacht, te doen. Dat betekent dat voorstellen die voor een (al dan niet buitengewone) algemene ledenvergadering worden ingediend, ook daar besproken dienen te worden en eventueel in stemming te worden gebracht en dat indien het voorstel niet wordt aangenomen, zich vooralsnog bij die uitkomst neer te leggen en eventueel een nieuwe poging te doen op de volgende vergadering waarbij wellicht het voorstel met genoeg geldige stemmen dan (wel) wordt aangenomen. Dat betekent niet druk uit te oefenen via het versturen van insinuerende e-mailberichten aan relatieve buitenstaanders in een situatie waarvan zij weten dat die toch al precair is.



4.16.
De rechtbank ziet in het voorgaande voldoende aanleiding om te concluderen dat een redelijk oordelend mens in deze feiten en omstandigheden tot het besluit was gekomen het lidmaatschap van geopposeerden op te zeggen. Daarmee liggen de vorderingen van geopposeerden ten aanzien van de opzegging van hun lidmaatschap voor afwijzing gereed en die van opposanten onder het eerste, derde en vierde gedachtestreepje voor toewijzing gereed en behoeft het verwijt met betrekking tot de boordpapieren geen verdere bespreking meer.



4.17.
Ook leidt het voorgaande tot de conclusie dat [eiser sub 1 in conventie] geen belang meer heeft bij zijn vorderingen ten aanzien van zijn penningmeesterschap, nu uit de statuten (productie 1 dagvaarding) volgt dat slechts leden een bestuursfunctie, derhalve ook die van penninmeester, kunnen vervullen. Het in conventie onder IV, V en VI gevorderde zal de rechtbank daarom ook afwijzen.



4.18.
Hetzelfde geldt v.v. voor de vordering van de Vereniging in reconventie dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat [eiser sub 1 in conventie] op 2 juni 2023 is afgetreden als penningmeester. Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, liggen de overige vorderingen van de Vereniging voor toewijzing gereed, zodat zij bij deze vordering geen belang meer heeft.



Proceskosten in conventie en in reconventie





4.19.
Zowel in conventie als in reconventie zijn geopposeerden in het ongelijk gesteld. Gelet hierop zullen zij veroordeeld worden in de proceskosten van de Vereniging, welke als volgt worden bepaald:


griffierecht € 688,00


salaris advocaat € 1.842,00 (3 punten x € 614)


nakosten € 178,00 (plus verhoging zoals



vermeld in de beslissing|)
___________________
Totaal € 2.708,00




4.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






5De beslissing


De rechtbank




in conventie




5.1.
wijst de vorderingen af,



in reconventie





5.2.
verklaart voor recht dat Koninklijke Luchtmacht Zweefvliegclub De Peel rechtmatig aan geopposeerden het lidmaatschap heeft opgezegd;



5.3.
vernietigt het verstekvonnis van 5 juni 2024, gewezen onder nummer C/03/329981 / HA ZA 24-199,



in conventie en in reconventie





5.4.
veroordeelt geopposeerden hoofdelijk in de proceskosten van € 2.078, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als geopposeerden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



5.5.
veroordeelt geopposeerden tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.9.
wijst al het meer of anders gevorderde af,



Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.



DV/IT