Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:6969

2023-11-29 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/03/321045 HA ZA 23-350
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-11-29
Publicatiedatum
2023-11-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/03/321045 HA ZA 23-350
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident, absolute competentie, artikel 93 lid 1 sub a en b Rv, vordering afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.757 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: C/03/321045 / HA ZA 23-350




Vonnis in incident van 29 november 2023




in de zaak van





1 [eiser sub 1] ,

te [woonplaats 1] ,2. [eiser sub 2],
te [woonplaats 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. M.G. Spijker te Boxmeer,



tegen





1 [gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W. van Dijk te Barneveld,2. [gedaagde sub 2],
te [woonplaats 3] ,
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident
hierna samen te noemen: [gedaagden]
advocaat: mr. W. van Dijk te Barneveld,





3 [gedaagde sub 3] ,

te [woonplaats 4] ,
advocaat: mr. J.J.C. Delahaye te MAASTRICHT,
gedaagde in de hoofdzaak,
niet verschenen in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de akte overlegging producties van [eisers] - de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van [gedaagden]
- de conclusie van antwoord in incident van [eisers]



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De beoordeling in het incident


2.1.

[gedaagden] vordert onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 93 lid 1 sub a en b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dat de rechtbank Limburg, kamer voor andere dan kantonzaken zich absoluut onbevoegd verklaart om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. [gedaagden] vordert in het verlengde daarvan verwijzing van de zaak naar de kamer voor kantonzaken binnen de rechtbank Limburg.



2.2.

[gedaagden] voert daartoe aan dat de waarde van de vorderingen van [eisers] evident lager zijn dan € 25.000,-, zodat de kamer voor kantonzaken de absolute bevoegde rechter is. [eisers] voert hiertegen verweer.



2.3.
Ingevolge artikel 93 aanhef en onder a en b Rv worden zaken over vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,- en zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00,-, door de kantonrechter behandeld en beslist. Uit artikel 94 lid 1 Rv volgt dat indien een zaak meer dan één vordering betreft als bedoeld in artikel 93 onder a en b Rv, voor toepassing van dat artikel het totale beloop of de totale waarde van deze vorderingen beslissend is. Nevenvorderingen, zoals veroordeling in de proceskosten en oplegging van een dwangsom, tellen niet mee voor het bepalen van de absolute competentie van de kantonrechter.



2.4.
Door [eisers] verschillende primaire vorderingen ingesteld. De vordering zoals weergegeven onder randnummer 5 betreft een verklaring voor recht. Deze vordering betreft een vordering die naar haar aard van onbepaalde waarde is. Ook is door geen van de partijen aangevoerd welke economische waarde deze vordering zou kunnen vertegenwoordigen, zodat de rechtbank over onvoldoende gegevens beschikt om die waarde (bij benadering) vast te stellen.



2.5.
Gelet op het vorenstaande valt de vordering onder de competentie van de rechtbank, kamer voor andere dan kantonzaken. Het incidenteel gevorderde zal worden afgewezen.



2.6.

[gedaagden] zal als de in het incident in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van aan het incident, aan de zijde van [eisers] begroot op € 598,00 (1 punt van tarief II).





3De beslissing


De rechtbank




in het incident




3.1.
wijst het incidenteel gevorderde af,



3.2.
veroordeelt [gedaagden] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eisers] begroot op € 598,00 en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,




in de hoofdzaak





3.3.
bepaalt dat zaak weer op de rol zal komen van 27 december 2023,



3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan


Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.




MS