Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:6409

2023-11-01 Civiel recht 10602307 \ CV EXPL 23-2939
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-11-01
Publicatiedatum
2023-11-03
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10602307 \ CV EXPL 23-2939
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.029 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht


Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 10602307 \ CV EXPL 23-2939




Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2023




in de zaak van:




STICHTING HUMANKIND,
gevestigd te Vught,
eisende partij,
gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,



tegen:





[gedaagde]
,
wonend [adres] ,

[woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. J.G. van Ek.





1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- de mondelinge behandeling op 24 oktober 2023.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De beoordeling


2.1.
Tijdens de mondelinge behandeling is gedaagde zelf niet verschenen, wel haar gemachtigde mr. van Ek.



2.2.
Uit het antwoord van gedaagde partij en de behandeling ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke rente zal worden toegewezen over een bedrag van € 7.503,09 vanaf 26 juni 2023 in verband met de ‘rente op rente’ regel als bedoeld in art. 6:119 lid 2 BW en eiseres onvoldoende heeft gesteld over de opbouw van de post reeds vervallen rente ad € 165,55.



2.3.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:




dagvaarding € 130,48


griffierecht € 514,00


salaris gemachtigde € 660,00


totaal € ‭1.304,48‬‬‬






3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 7.668,64 (zijnde de som van een bedrag van € 6.647,18 aan hoofdsom, een bedrag van € 165,55 aan reeds vervallen rente en een bedrag van € 855,91 aan incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € ‭7.503,09 ‬vanaf 26 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,‬‬



3.2.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € ‭1.304,48‬, ‬‬



3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.