Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:6407

2023-11-01 Civiel recht 10573127 \ CV EXPL 23-2647
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-11-01
Publicatiedatum
2023-11-03
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10573127 \ CV EXPL 23-2647
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.804 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht


Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 10573127 \ CV EXPL 23-2647




Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2023




in de zaak van:



de stichting

STICHTING WELLER WONEN,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
gemachtigde P.M.F. Otten,



tegen:





[gedaagde]
,
wonende [adres 1] ,

[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.



Partijen worden verder genoemd Weller Wonen en [gedaagde] .





1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek tevens vermeerdering van eis.




1.2.
Hoewel daartoe bij brief van de griffier van 26 juli 2023 in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het geschil


2.1.
Weller Wonen vordert, na vermeerdering van eis, zakelijk weergegeven:
1. de huurovereenkomst te ontbinden met veroordeling van [gedaagde] het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis te verlaten en te ontruimen,
2. [gedaagde] te veroordelen om aan Weller Wonen betalen:
- een bedrag van € 2.347,44, te vermeerderen met rente,
- als huur c.q. gebruiksvergoeding een bedrag ad € 691,74 per maand vanaf
1 augustus 2023 tot de ontruiming,
- de kosten van de procedure.


2.2.

[gedaagde] huurt van Weller Wonen de woonruimte staande en gelegen te [woonplaats] aan het adres [adres 1] en de garagebox [nummer] staande en gelegen in [woonplaats] aan het adres [adres 2] (verder te noemen: het gehuurde) tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van thans € 656,78 respectievelijk € 34,96 per maand.



2.3.

Weller Wonen stelt bij dagvaarding dat [gedaagde] tot en met juni 2023 een achterstand van € 1.404,88 heeft laten ontstaan in haar huurbetalingsverplichting jegens Weller Wonen. Voorts stelt Weller Wonen dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van
€ 250,82 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is. Daarnaast is [gedaagde] aan haar de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag dat [gedaagde] in verzuim is.




2.4.


[gedaagde] betwist de huurachterstand.
Volgens haar bedraagt de achterstand maar één maand. Zij is bereid om die te betalen, maar moet dan wel weten of het bedrag klopt.




2.5.

Weller Wonen heeft bij repliek haar vordering nader uitgewerkt en het verweer van [gedaagde] als volgt besproken.
Naar aanleiding van een eerder vonnis heeft [gedaagde] de gehele achterstand tot en met maart 2023 betaald. Vervolgens verzuimde [gedaagde] de huur over de maanden april en mei 2023, dit betreft een bedrag van € 1.381,92, te betalen. Op 1 juni 2023 ontving Weller Wonen een bedrag van € 668,00 van [gedaagde] voor de huur over de maand juni 2023. De huur bedraagt echter € 690,96, zodat er sprake is van een tekort van € 22,96. In totaliteit heeft [gedaagde] tot en met juni 2023 een achterstand laten ontstaan van € 1.404,88.
Inmiddels heeft [gedaagde] ook de huur over juli 2023 niet betaald. Weller Wonen vermeerdert haar vordering met deze achterstand, zodat zij thans een bedrag van € 2.347,44
(= € 2.096,62 aan achterstand tot en met juli 2023 vermeerderd met € 250,82 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw), te vermeerderen met de som van € 691,74 per maand vanaf 1 augustus 2023, rente en kosten rechtens, vordert.






3De beoordeling


3.1.


[gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.
Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).




3.2.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.



3.3.

[gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.



3.4.
Weller Wonen heeft haar vordering betreffende de vermeerderde huurachterstand voldoende onderbouwd, en [gedaagde] heeft deze ook niet langer weersproken, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt.



3.5.
De huurachterstand vormt een tekortkoming die de onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Die vorderingen zullen dan ook als niet althans onvoldoende betwist worden toegewezen met dien verstande dat er een redelijke ontruimingstermijn van twee weken gehanteerd zal moeten worden.


3.6.
Weller Wonen vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 656,78 per maand voor de woonruimte en € 34,96 per maand voor de garagebox voor iedere ingegane maand vanaf 1 augustus 2023 tot het tijdstip van ontruiming. Dit heeft [gedaagde] niet betwist. De kantonrechter zal deze vordering derhalve toewijzen.



3.7.

Weller Wonen vordert betaling van de buitengerechtelijke incassokosten voor een bedrag van € 250,82 inclusief btw. Op 25 mei 2023 is aan [gedaagde] de zogenoemde
14-dagen brief gestuurd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, omdat het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Weller Wonen heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechte-lijke incassokosten komt ook overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. Ook de wettelijke rente zal worden toegewezen zoals in het dictum bepaald.




3.8.

[gedaagde] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van Weller Wonen worden begroot op:


dagvaarding € 130,48


griffierecht € 365,00


salaris gemachtigde € 398,00 (2 x tarief € 199,00)


totaal € 893,48





4De beslissing


De kantonrechter



De kantonrechter



4.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, de woonruimte en garage met aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats] , [adres 1] en [adres 2] garagebox [nummer] ,



4.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Weller Wonen te stellen,



4.3.
veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Weller Wonen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.347,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.655,70 vanaf 19 juni 2023 tot 26 juli 2023 en over € 2.347,44 vanaf 26 juli 2023 tot de dag van volledige betaling,



4.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Weller Wonen te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 656,78 voor de woonruimte en € 34,96 voor de garage voor elke ingegane maand met ingang van 1 augustus 2023 tot en met de maand waarin [gedaagde] het gehuurde heeft ontruimd,



4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van Weller Wonen gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 893,48,



4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



4.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.



Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.







































type: JEC