Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:4393

2023-07-25 Strafrecht 03.111340.22, 96.180128.22 (ttz.gev.) en 96.248166.16 (tul)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-07-25
Publicatiedatum
2023-07-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
03.111340.22, 96.180128.22 (ttz.gev.) en 96.248166.16 (tul)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het medeplegen van een plofkraak in Duitsland, medeplegen van een poging om geld uit een geldautomaat te stelen, medeplegen van de heling van kentekenplaten die op de vluchtauto waren aangebracht, zonder rijbewijs de vluchtauto besturen en gevaarlijk verkeersgedrag met die vluchtauto veroorzaken, tot een gevangenisstraf van 30 maanden, 12 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid en 1 maand hechtenis. Het verweer van verdachte dat hij medeplichtig is omdat hij enkel de vluchtauto heeft bestuurd wordt door de rechtbank gemotiveerd weerlegd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (40.060 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Zittingsplaats Maastricht



Strafrecht



Parketnummers: 03.111340.22 en 96.180128.22 (ttz.gev.)
Parketnummer: 96.248166.16 (tul)



tegenspraak




Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 juli 2023




in de strafzaak tegen





[verdachte] (hierna: de verdachte),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven te [adres 1] ,
gedetineerd in [P.I.] .



De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat kantoorhoudende te Utrecht.





1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 juli 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.



[benadeelde] an der Ruhr heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord [naam 1] .



Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.111338.22.





2De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

03.111340.22:


Feit 1: op 4 mei 2022 te Mülheim an der Ruhr in vereniging opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een pinautomaat, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

Feit 2: op 4 mei 2022 te Mülheim an der Ruhr een poging tot diefstal met braak in vereniging heeft gepleegd, van een geldbedrag uit een pinautomaat toebehorende aan [benadeelde] ;

Feit 3: op 4 mei 2022 te Venlo in vereniging kentekenplaten ( [nummer 1] ) heeft geheeld;

Feit 4: op 4 mei 2022 te Venlo als bestuurder van een auto gevaar op de weg heeft veroorzaakt;




96.180128.22:

op 4 mei 2022 te Venlo een auto heeft bestuurd zonder over een daartoe geldig rijbewijs te beschikken.





3De beoordeling van het bewijs

3.1


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle aan de verdachte ten laste gelegde feiten.



3.2


Het standpunt van de verdediging


03.111340.22 feiten 1 en 2:

De raadsman bepleit vrijspraak voor de feiten 1 en 2. De verdachte heeft bekend bij de plofkraak betrokken te zijn geweest in de rol van chauffeur. Maar omdat de verdachte enkel de chauffeur was en niet betrokken was bij de voorbereiding van de plofkraak of anderszins een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding of uitvoering van de plofkraak, kan de verdachte slechts medeplichtig worden geacht aan de plofkraak en de poging tot diefstal. Nu enkel het medeplegen van de plofkraak en de poging tot diefstal aan de verdachte ten laste is gelegd, dient de verdachte van deze feiten te worden vrijgesproken.




03.111340.22 feiten 3 en 4 en 96.180128.22:

Ten aanzien van de bewezenverklaring van deze feiten refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.



3.3


Het oordeel van de rechtbank



03.111340.22 feiten 1 en 2:





Bewijsmiddelen


Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens [benadeelde] d.d. 4 mei 2022

:

Op 4 mei 2022, om 01:59 uur, kregen de verbalisanten van het politiebureau van Mülheim opdracht zich te begeven naar de [adres 2] , waar zich drie luide explosies hadden voorgedaan bij de geldautomaat. De plaats delict is een geldautomaat van de [benadeelde] an der Ruhr, die direct aan de T-kruising van de [adres 3] ligt. De geldautomaat vertoont diverse beschadigingen en is bijna volledig vernield. Alleen de behuizing van de automaat is nog onbeschadigd. Stukken puin en glasscherven liggen verspreid over de gehele weg en in de omgeving van circa 10 meter van de geldautomaat verspreid. Via de getuige [naam 2] konden de agenten al foto's en videobeelden bekijken waarop de vluchtauto duidelijk te zien is. De vluchtauto is een witte Audi, [type] , bouwjaar 2011, met het afgelezen kenteken [nummer 2] .




De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 juli 2023:

Het klopt dat ik op 4 mei 2022 betrokken was bij de plofkraak in Mülheim an der Ruhr. Ik was de chauffeur van de Audi die later die nacht achtervolgd werd door de politie. Ik was de chauffeur op de heenweg, richting Mülheim, en op de terugweg richting Nederland. Ik wist van te voren wat de bedoeling was, namelijk dat we een plofkraak zouden gaan plegen en geld zouden proberen te stelen uit de geldautomaat. Ik ben gevraagd om mee te gaan. De afspraak was dat ik in de auto zou blijven zitten, terwijl anderen de plofkraak pleegden. Als chauffeur zet je de andere personen af bij de geldautomaat, daarna neem je wat afstand met de auto, zodat de auto niet beschadigt door de explosie en ook zodat de airbags niet zullen uitklappen door de explosie. Na de explosie wacht je tot de anderen weer instappen en rij je weg. Achteraf zou ik delen in de buit.
Op vragen van de officier van justitie heeft de verdachte geantwoord dat de snapchatberichten zoals die op pagina 449 en 450 in het dossier zijn opgenomen, berichten zijn die hij en medeverdachte [medeverdachte] aan elkaar hebben gestuurd.




Bewijsoverweging

Op basis van het procesdossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de verdachte betrokken is geweest bij het plegen van een plofkraak in Mülheim an der Ruhr bij een geldautomaat van de [benadeelde] , en een poging tot diefstal van geld uit de geldautomaat. Dat de verdachte deze plofkraak niet alleen heeft gepleegd maar met anderen, staat op basis van de verklaring van verdachte zelf ook vast.



De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte als medepleger dient te worden aangemerkt, zoals ten laste is gelegd, of “slechts” als medeplichtige kan worden gezien, zoals door de raadsman is bepleit.



De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen bewezen kan worden verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Voor de bewezenverklaring van medeplegen is echter niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan die van zijn medeverdachte(n).



De verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er een plofkraak gepleegd zou worden, met als doel geld uit de geldautomaat te halen. De verdachte zou achteraf een deel van de opbrengst krijgen. Uit de snapchatberichten volgt dat de verdachte al op 23 en 24 maart aan de medeverdachte [medeverdachte] de berichten met vermelding van “Jagersrust” en “Straelseweg Velden” heeft gestuurd. De Straelseweg te Velden is de grensovergang waar de politie de auto die de verdachte bestuurde, de grens met Nederland zag passeren en Jagersrust is een restaurant, gelegen in Velden, vlak over de grens in Nederland. De rechtbank overweegt dat uit het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de verdachte niet slechts enkele dagen vóór 4 mei 2022 is gevraagd voor de plofkraak, maar reeds in maart 2022 betrokken was bij de voorbereiding van de plofkraak. Vervolgens staat vast dat de verdachte zowel op de heenweg als de terugweg de chauffeur van de Audi was. Anders dan de verdediging, ziet de rechtbank deze rol als essentiële schakel voor het plegen van een plofkraak. Zoals inmiddels algemeen bekend is, worden voor het plegen van plofkraken doorgaans zeer snelle auto’s gebruikt, zo ook op 4 mei 2022, namelijk een Audi [type] . Het kunnen besturen van zulke auto’s met snelheden die de toegestane maximum snelheden ruim overschrijden, vereist bijzondere vaardigheden. Voorts dienen de chauffeurs bij plofkraken – naar eigen zeggen van de verdachte – hun mededaders dicht bij de te kraken geldautomaat af te zetten, vervolgens net voldoende afstand te nemen met de auto zodat de auto door de explosies niet beschadigd raakt en de airbags niet uitklappen. Anderzijds kan de auto niet te ver weg gezet worden, aangezien de medeplegers hun gebruikte spullen voor het plegen van de plofkraak, na de plofkraak weer snel in de auto moeten kunnen leggen en ook zelf snel moeten kunnen instappen. Deze taak luistert dus nauw. Na de plofkraak is het de taak van de chauffeur om met de mededaders zo snel mogelijk te vluchten.



Uit deze feitelijke gang van zaken, maakt de rechtbank op dat de rol van chauffeur bij het plegen van plofkraken niet zomaar kan worden ingenomen door een willekeurig ander persoon die een auto kan besturen. In zoverre is de rol van chauffeur bij een plofkraak dan ook specifieker van aard dan de rol doorgaans van chauffeur (van de vluchtauto) bij andere delicten. De verdachte had ook al eerder gefungeerd als chauffeur bij een plofkraak en heeft vermoedelijk vanwege zijn daar opgedane kennis en ervaring ook thans deze rol op zich genomen.



De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de verdachte betrokken is geweest bij de voorbereiding van de plofkraak (bij de planvorming met het oog op de plofkraak), alsmede dat zijn rol als chauffeur essentieel was en niet zonder meer inwisselbaar was door een ander. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte(n) is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank voorafgaande aan de plofkraak, bij de uitvoering van de plofkraak en daarna van een zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Verdachte was immers betrokken bij de voorbereiding en leverde essentiële en onmisbare informatie voor de voorbereiding aan, vervulde tijdens de plofkraak en nadien een zodanig intellectuele en materiele bijdrage die zonder die bijdrage naar het oordeel van de rechtbank nooit tot de uitvoering van de aan verdachte verweten strafbare feiten had kunnen leiden. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen voor beide feiten bewezen.




03.111340.22 feit 3:

De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), nu de verdachte het ten laste gelegde feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.



De rechtbank acht het feit, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring, wettig en overtuigend bewezen, op grond van:
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 juli 2023;
- het proces-verbaal van aangifte door [naam 5] van 28 april 2022.




03.111340.22 feit 4:

De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv, nu de verdachte het ten laste gelegde feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.



De rechtbank acht het feit, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring, wettig en overtuigend bewezen, op grond van:
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 juli 2023;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 3] en T [naam 4] van 4 mei 2022.




96.180128.22

:

De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv, nu de verdachte het ten laste gelegde feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.



De rechtbank acht het feit, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring, wettig en overtuigend bewezen, op grond van:
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 juli 2023;
- het uittreksel van het rijbewijzenregister.



3.4


De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte




03-111340-22 feit 1:
op 4 mei 2022 te Mülheim an der Ruhr, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door enig ontvlambaar en/of explosief materiaal op/aan een geldautomaat (gevestigd aan de [adres 3] in Mülheim an der Ruhr) aan te brengen en dit vervolgens te ontsteken, en daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de goederen in en rondom dat gebouw, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;




03-111340-22 feit 2:
op 4 mei 2022 te Mülheim an der Ruhr tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om uit een geldautomaat van [benadeelde] (gelegen aan de [adres 3] in Mülheim an der Ruhr), een hoeveelheid geld dat geheel aan [benadeelde] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, met dat opzet met zijn mededaders zich naar bovengenoemde geldautomaat hebben begeven, en (vervolgens) een ontploffing teweeg hebben gebracht met de bedoeling de geldcassette uit die geldautomaat te bemachtigen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;




03-111340-22 feit 3:

op 4 mei 2022 te Lomm en Velden, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, twee Duitse kentekenplaten ( [nummer 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;




03-111340-22 feit 4:

op 4 mei 2022 te Lomm en Velden, gemeente Venlo, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Lingsendijk en Schandelo en Bong en N271,

- met een snelheid van 90 km/u, althans een hogere snelheid dan voor veilig verkeer ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en
- meermalen sterk heeft geaccelereerd en (vervolgens) sterk heeft geremd en
- met een snelheid van (meer dan) 200 km/u, althans een hogere snelheid dan voor veilig verkeer ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en
- tegen een vluchtheuvel te rijden,
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;



96-180128-22 feit 1:

op 4 mei 2022 te Lomm, gemeente Venlo als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Rijksstraatweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.



De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.






4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:



03-111340-22 feit 1:
medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is




03-111340-22 feit 2:

poging diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;




03-111340-22 feit 3:

medeplegen van opzetheling;




03-111340-22 feit 4:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;




96-180128-22 feit 1:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.



Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.




5De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.




6De straf

6.1


De vordering van de officier van justitie


03.111340.22 feiten 1, 2 en 3:

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.




03.111340.22 feit 4 en 96-180128-22 feit 1:

Voor de overtredingen heeft de officier van justitie gevorderd op te leggen een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden.



6.2


Het standpunt van de verdediging


03.111340.22 feiten 1, 2 en 3:

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2. Indien de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komt, verzoekt de raadsman op te leggen een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk wordt gesteld aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, en eventueel daarnaast een fikse voorwaardelijke gevangenisstraf.




03.111340.22 feit 4 en 96-180128-22 feit 1:

Ten aanzien van deze feiten heeft de raadsman geen strafmaatverweer gevoerd.



6.3


Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.




De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een plofkraak, een poging tot diefstal van geld uit de te kraken geldautomaat, heling van kentekenplaten, veroorzaken van gevaar op de weg en rijden in een auto zonder te beschikken over een rijbewijs.



De verdachte was in belangrijke mate bij de voorbereiding van de plofkraak betrokken als ook bij de uitvoering daarvan. Bij het plegen van de plofkraak vervulde de verdachte de belangrijke rol van chauffeur. Door het plegen van de plofkraak is grote schade ontstaan aan de geldautomaat en het gebouwtje waarin deze geldautomaat zich bevond. Feiten als deze, gepleegd in de voor de nachtrust bestemde uren, veroorzaken zeer veel onrust voor omwonenden en andere gedupeerden. Bovendien veroorzaakt het grote onrust in de maatschappij. Een plofkraak gaat immers gepaard met een heftige explosie en een grote ravage als gevolg en levert flinke overlast op doordat (publieke) voorzieningen tijdelijk worden lamgelegd.



De rechtbank houdt bij de straftoemeting voorts rekening met de professionele wijze waarop de plofkraak is gepleegd. Zo werd er gebruik gemaakt van een zeer snelle auto; werd er gebruik gemaakt van gestolen kentekenplaten; werd van tevoren benzine getankt in jerrycans zodat dit tijdens de uitvoering van de plofkraak niet bij een tankstation hoefde te gebeuren waardoor kon worden voorkomen dat er camerabeelden van de daders bij een tankstation zouden worden gemaakt; was er sprake van een vooraf bedachte vluchtroute via een grensovergang waarvan de verdachte en de medeverdachte wisten dat hier weinig camera’s hingen; werd de plofkraak gepleegd door in ieder geval drie personen, waarbij sprake was van een duidelijke rolverdeling.
De verdachte heeft bovendien bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de slachtoffers.



De verdachte was zowel op de heenweg naar de plofkraak in Duitsland, als op de terugweg naar Nederland de bestuurder van de auto. Hij heeft tijdens de vlucht met een buitengewoon hoge en uitermate gevaarlijke snelheid (200 kilometer per uur) gereden, nota bene zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs. Hij heeft hierbij een ongekend risico voor medeweggebruikers, maar ook voor zichzelf en zijn inzittenden op de koop toegenomen, wat ook blijkt uit de manier waarop de achtervolging is geëindigd: met een eenzijdig ongeval.




De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van de verdachte in Nederland en Duitsland van 19 juli 2022. Hieruit volgt dat de verdachte in Duitsland in 2021 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden voor het plegen van een plofkraak en een poging tot diefstal. Er is daarom sprake van recidive en de rechtbank houdt hier in het nadeel van de verdachte rekening mee. Het eerdere justitieel ingrijpen heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw de fout in te gaan.




De straf

De oriëntatiepunten voor straftoemeting, die zijn vastgesteld door het LOVS, vermelden voor een plofkraak met gemeen gevaar voor goederen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.



Gelet op de recidive van de verdachte acht de rechtbank het passend en geboden om in dit geval een gevangenisstraf op te leggen die de duur van 24 maanden overstijgt. De rechtbank legt aan de verdachte voor de plofkraak, de poging tot diefstal en de heling, alle in vereniging gepleegd, een gevangenisstraf van 30 maanden op, met aftrek van het voorarrest. De verdachte heeft uiteindelijk ter terechtzitting (deels) openheid van zaken gegeven over zijn eigen handelen, alsmede zijn excuses aangeboden aan de benadeelde partij. De rechtbank duidt dit als een begin van inzicht van de verdachte in zijn eigen handelen, wat een andere proceshouding is dan de verdachte sinds zijn aanhouding tot aan de terechtzitting heeft getoond. Dit is voor de rechtbank de reden om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.



Ten aanzien van het veroorzaken van gevaar op de weg (artikel 5 WVW) sluit de rechtbank zich aan bij de door de officier van justitie geëiste straf met dien verstande dat de ontzegging alleen wordt opgelegd voor de bewezen verklaarde overtreding van artikel 5 WVW en legt aan verdachte op een onvoorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 12 maanden. Die straf is naar het oordeel van de rechtbank namelijk ook passend bij het gevaar dat verdachte, niet in het bezit van een rijbewijs, voor andere verkeersdeelnemers heeft veroorzaakt.



Voor wat betreft de door de rechtbank eveneens bewezen verklaarde overtreding van artikel 107 Wegenverkeerswet 1994 kan op grond van artikel 179 Wegenverkeerswet 1994 geen ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd. De rechtbank acht echter deze overtreding eveneens bijzonder kwalijk en zal daarom voor deze overtreding aan de verdachte een hechtenis opleggen voor de duur van 1 maand.



Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.






7De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1


De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 3.393,96 terzake van feit 1 (03.111340.22), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 04 mei 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.



7.2


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [benadeelde] in zijn geheel voor toewijzing in aanmerking komt.



7.3


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij de vordering onvoldoende heeft onderbouwd en daarom niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.



7.4


Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Blijkens de door de benadeelde partij overgelegde stukken, bedroeg de schade in totaal € 78.475,70. De benadeelde partij heeft deze schade onderbouwd met facturen. De verzekeraar van de benadeelde partij heeft aan de benadeelde partij een bedrag van € 75.081,74 uitgekeerd, naar aanleiding waarvan de benadeelde partij thans (tijdens het onderzoek ter terechtzitting) het verschil tussen het totale schadebedrag en het uitgekeerde verzekeringsgeld als materiële schade vordert. Nu de benadeelde partij het gehele schadebedrag naar het oordeel van de rechtbank voldoende heeft onderbouwd, komt het verschil tussen het totale schadebedrag en het uitgekeerde verzekeringsgeld à € 3.393,96 voor toewijzing in aanmerking. Dat onduidelijk is gebleven welke posten van het oorspronkelijke schadebedrag niet vergoed zijn door de verzekeraar, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het feit dat dit bedrag materiële schade vertegenwoordigt die door de verdachte en zijn mededader is veroorzaakt.



De schade is dus genoegzaam onderbouwd en is ontstaan als rechtstreeks gevolg van de plofkraak. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen. De verdachte is civielrechtelijk samen met zijn mededader aansprakelijk voor die schade.



Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente en de rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.






8Het beslag
De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen kleding is vatbaar voor verbeurdverklaring omdat met behulp van deze kleding de plofkraak en de poging diefstal zijn begaan.


De onder de verdachte in beslag genomen telefoon dient aan hem te worden teruggegeven.






9De vordering tot tenuitvoerlegging
Bij onherroepelijk vonnis van 15 februari 2019 met parketnummer 96.248166.16 heeft de politierechter van de rechtbank Rotterdam de verdachte veroordeeld tot, voor zover relevant, een hechtenis voor de duur van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

9.1


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van het genoemde voorwaardelijke strafdeel en heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen.



9.2


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de vordering tot tenuitvoerlegging.



9.3


Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte door hetgeen thans bewezen en strafbaar is verklaard, zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden.
De rechtbank is niet gebleken van het bestaan van bijzondere omstandigheden, die aan een bevel tot de tenuitvoerlegging van de opgelegde hechtenis in de weg staan. Het dient voor de verdachte duidelijk te zijn dat bij het niet naleven van een aan hem opgelegde voorwaarde, een aan hem voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer zal worden gelegd. Het zou aan deze duidelijkheid afdoen als de rechtbank thans niet over zou gaan tot het gelasten van de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf. De rechtbank zal dan ook de gehele tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf gelasten.






10De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 157, 311, 416, 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 107, 177, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.




11De beslissing
De rechtbank:



Bewezenverklaring




verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;


spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;





Strafbaarheid




verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;


verklaart de verdachte strafbaar;





Straf


03-111340-22 feit 1, feit 2, feit 3:




veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;





03-111340-22 feit 4:


- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden;



96-180128-22 feit 1:


- hechtenis voor de duur van 1 (een) maand.



Benadeelde partij [benadeelde] en schadevergoedingsmaatregel




wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde] , van een bedrag van 3.393,96 euro, bestaande uit materiële schade,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 04 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;


veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;


verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald;


legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde] , van een bedrag van 3.393,96 euro te vermeerderen met de wetetlijke rente vanaf 04 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;.


bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 43 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;


bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;


verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald;


Beslag
- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp:
03-111340-22: 1 stk kleding;
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:
03-111340-22: 1 stk gsm;







De vordering tot tenuitvoerlegging


- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2019, gewezen onder parketnummer 96.248166.16, te weten: een hechtenis voor de duur van 1 week.



Dit vonnis is gewezen door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en
mr. D.J.E. Hamers-Aerts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. van Rie, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 juli 2023.





Buiten staat

Mr. H.E.G. Peters en mr. D.J.E. Hamers-Aerts zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging



Aan de verdachte is ten laste gelegd dat




03.111340.22


1

hij op of omstreeks 4 mei 2022 te Mülheim an der Ruhr, althans in Duitsland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door enig explosief middel en/of brandbare vloeistof en/of een explosieve lading, althans enig ontvlambaar en/of explosief materiaal op/aan een geldautomaat (gevestigd aan de [adres 3] in Mülheim an der Ruhr) vast te maken en/of aan te brengen en/of dit (vervolgens) te ontsteken, en daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de goederen in en/of rondom dat gebouw, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)


2

hij op of omstreeks 4 mei 2022 te Mülheim an der Ruhr, althans in Duitsland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit
een geldautomaat van [benadeelde] (gelegen aan de [adres 3] in Mülheim an der Ruhr), een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar bovengenoemde geldautomaat heeft/hebben begeven, en/of (vervolgens) een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht met de bedoeling de geldcassette uit die geldautomaat te bemachtigen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)


3

hij op of omstreeks 4 mei 2022 te Lomm en/of Velden, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee Duitse kentekenplaten ( [nummer 1] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)



4
hij op of omstreeks 4 mei 2022 te Lomm en/of Velden, gemeente Venlo, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Lingsendijk en/of Schandelo en/of Bong en/of N271,

- met een snelheid van 90 km/u, althans een hogere snelheid dan voor veilig verkeer ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of
- meermalen, althans eenmaal, sterk heeft geaccelereerd en/of (vervolgens) sterk heeft geremd en/of
- met een snelheid van (meer dan) 200 km/u, althans een hogere snelheid dan voor veilig verkeer ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of
- tegen een vluchtheuvel te rijden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
(Artikel art 5 Wegenverkeerswet 1994)




T.a.v. 96-180128-22 feit 1:

hij, op of omstreeks 4 mei 2022 te Lomm, gemeente Venlo als bestuurder
van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Rijksstraatweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;



De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover
daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd.








.




Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, Team 2e Lijns Opsporing Zuid-Oost, proces-verbaalnummer 22006-0073, onderzoek: 26Skeeby, gesloten d.d. 19 januari 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 728.


Proces-verbaal van aangifte d.d. 4 mei 2022, p. 278-283 van de doornummering.


Proces-verbaal van aangifte door [naam 5] d.d. 28 april 2022, p. 396 van de doornummering.


het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 3] en T [naam 4] d.d. 4 mei 2022, p. 339-342 van de doornummering.


Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van het Korps landelijke politiediensten Dienst Infrastructuur, team Maasbracht, zaaknummer: 014186914, gesloten d.d. 20 juli 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 728.
Proces-verbaal van aangifte d.d. 4 mei 2022, p. 278-283 van de doornummering.


Rijbewijzenregister, p. 3.