Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:2464

2023-04-12 Strafrecht 03.025366.22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-04-12
Publicatiedatum
2023-04-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
03.025366.22
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

54 jarige man vrijgesproken voor ontucht met zijn minderjarige kind.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.491 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Zittingsplaats Maastricht



Strafrecht



Parketnummer: 03.025366.22



tegenspraak




Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 april 2023




in de strafzaak tegen





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .



De verdachte wordt bijgestaan door mr. A. van der Toorn, advocaat kantoorhoudende te Roermond.




1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 maart 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.


Het [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mevrouw [naam] , medewerkster slachtofferhulp. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.





2De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte
met zijn minderjarige kind ontucht heeft gepleegd.





3De beoordeling van het bewijs

3.1


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende wettig bewijs is om de verdachte te veroordelen voor het tenlastegelegde. De verklaringen die het [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) aflegt zijn betrouwbaar. [slachtoffer] verklaart gedetailleerd, consistent en authentiek. Haar verklaringen vinden steun in de gemoedstoestand van het slachtoffer wanneer ze over het tenlastegelegde vertelt tegen haar moeder en [stiefvader] . Voorts heeft de ex-partner van [moeder] verklaard dat het heel vaak is voorgekomen dat [slachtoffer] thuiskwam en bij haar schaamstreek heel rood was. Hij heeft dat zelf gezien.



3.2


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde feit. De verklaringen van [slachtoffer] vinden geen steun in andere bewijsmiddelen. De verklaringen van moeder en de stiefvader kunnen niet als een zelfstandige tweede bewijsgrond worden aangemerkt, omdat de informatie afkomstig is van dezelfde bron. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.



3.3


Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij in de periode van 23 april 2013 tot en met
23 april 2015 ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind.
Op 26 augustus 2020 heeft bij de politie een informatief gesprek zeden plaatsgevonden met [slachtoffer] . Zij heeft in dit gesprek verklaard dat verdachte bij haar ontucht heeft gepleegd. Deze ontucht bestond uit met zijn blote penis tegen haar blote vagina slaan en het likken aan de vagina. Op 29 september 2020 heeft haar moeder hiervan aangifte gedaan.



De verdachte heeft ter terechtzitting en bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat hij ontucht met zijn minderjarige dochter heeft gepleegd.




Wettelijk kader

Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de feiten en omstandigheden die door die getuige worden genoemd, op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal (zie bijvoorbeeld Hoge Raad 26 januari 2010, LJN BK2094). De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Het voorgaande komt er in concreto op neer dat de rechtbank niet alleen moet bepalen of de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is, maar ook moet beoordelen of voor die verklaring voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.




Betrouwbaarheid verklaring

De eerste vraag die zich aldus aandient is of de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is. Hierbij is van belang op te merken dat de rechtbank bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaring let op de volledigheid, accuraatheid en consistentie daarvan.
De rechtbank stelt vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] gelet op de omstandigheden waaronder zij deze verklaring heeft afgelegd. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting komt naar voren dat de verdachte en de moeder van [slachtoffer] ten tijde van eerste melding van [slachtoffer] op zeer gespannen voet met elkaar leefden en dat [slachtoffer] zich ten gevolge hiervan mogelijk in een loyaliteitsconflict bevond.



Voorts geeft zij aan dat zij in de hoek van de douche zat of lag en dat de verdachte op zijn knieën voor haar zat en dat hij met zijn penis tegen haar vagina sloeg. Nadere gegevens omtrent de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het gestelde seksuele misbruik alsmede omtrent de inrichting van de douche ontbreken in het dossier. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat de gestelde handelingen hebben kunnen plaatsvinden.




Steunbewijs

Daarnaast zijn de verschillende verklaringen in het dossier allemaal terug te voeren naar één bron. Uit de verklaringen van de moeder van [slachtoffer] en haar [stiefvader] blijkt dat [slachtoffer] hun heeft verteld dat de verdachte met zijn penis tegen haar vagina had geslagen en dat hij haar heeft gelikt. Dat betekent dat hun wetenschap afkomstig is van [slachtoffer] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat er onvoldoende steunbewijs voorhanden is om te komen tot een veroordeling van de verdachte.



De rechtbank acht derhalve, bij gebrek aan wettig bewijs, het tenlastegelegde niet bewezen. Zij zal verdachte daarvan vrijspreken.





4De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 10.000,- aan immateriële schade ter zake van het tenlastegelegde feit.


Gelet op het feit dat de verdachte van het tenlastegelegde feit zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen.





5De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak


- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegd;



Benadeelde partij




verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] , in haar vordering niet-ontvankelijk;


veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.




Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. C.J.M. Brands en
mr. W.H.B. Dreissen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 april 2023.




Buiten staat

Mr. C.J.M. Brands en mr. W.H.B. Dreissen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.



BIJLAGE I: De tenlastelegging



Aan de verdachte is ten laste gelegd dat



hij in of omstreeks de periode van 23 april 2013 tot en met 23 april 2015 in de gemeente Roermond ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] , geboren op 23 april 2008, bestaande die ontucht hierin dat hij verdachte,

- met zijn blote penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of getikt en/of
- aan de vagina van die [slachtoffer] heeft gelikt.