Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2023:1383
2023-02-22
Strafrecht
03.700557.16 en 03.720620.16
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Niet ontvankelijkheid of nietigheid wegens overlap feiten in dagvaardingen. Forse overschrijding redelijke termijn.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (51.925 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers: 03.700557.16 en 03.720620.16 (ter terechtzitting gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 februari 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
wonende te [adres] ,
gedetineerd in [detentieplaats] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 februari 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Het slachtoffer [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03/702726-16.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Parketnummer 03.700557.16
Primair: op 8 maart 2016 al dan niet met een of meer anderen zich heeft schuldig gemaakt aan afpersing dan wel diefstal met geweld jegens [slachtoffer 2] door een vuurwapen tegen het lichaam te duwen en daarbij dreigend te zeggen: “Schlüssel Familien, Schlüssel schnell”.
Subsidiair: in de periode van 8 maart 2016 tot en met 14 september 2016 autopapieren en een smart key behorende bij een personenauto heeft geheeld.
Parketnummer 03.720620.16
Feit 1: in de periode van 5 juli 2016 tot en met 8 juli 2016 met een ander een personenauto van [slachtoffer 3] heeft gestolen door middel van braak.
Feit 2: op 5 augustus 2016 met een ander een personenauto van [slachtoffer] heeft gestolen door middel van braak.
Feit 3: op 6 augustus 2016 met een ander een personenauto van [slachtoffer 4] heeft gestolen door middel van braak.
Feit 4: zich op 14 september 2016 heeft schuldig gemaakt aan opzetheling dan wel schuldheling van diverse goederen.
Feit 5: op 14 september 2016 stroomstootwapens voorhanden heeft gehad.
Feit 6: op 14 september 2016 een imitatie vuurwapen voorhanden heeft gehad.
3De voorvragen
Parketnummer 03.720620.16
Geldigheid van de dagvaarding
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot nietigheid van de dagvaarding onder feit 4 voor zover het betreft:
- een kentekenbewijs [kenteken]
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dx, kenteken [kenteken] )
omdat de heling van deze zelfde goederen tevens is ten laste gelegd onder parketnummer 03.700557.16.
De raadsman heeft over de geldigheid van de dagvaarding geen standpunt ingenomen.
De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gesignaleerde doublure niet tot nietigheid van de dagvaarding leidt. Wel heeft deze gevolgen voor de ontvankelijkheid, zoals hierna te bespreken.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie voor wat betreft feit 4 van parketnummer 03.720620.16
De raadsman heeft bepleit de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaring in de vervolging voor zover het de heling betreft van het kentekenbewijs en de smart key van de BMW, ten laste gelegd onder feit 4, om redenen als door de officier van justitie aangevoerd onder de geldigheid van de dagvaarding.
De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de officier van justitie niet in de vervolging kan worden ontvangen voor zover het onder feit 4 dit betreft:
- een kentekenbewijs [kenteken]
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dx, kenteken [kenteken] ).
Ingevolge het systeem van het Wetboek van Strafvordering geldt in beginsel de regel, dat, voordat over of op grondslag van een inleidende dagvaarding onherroepelijk is beslist, de officier van justitie zich behoort te onthouden van het doen uitgaan van een tweede dagvaarding ter zake van hetzelfde feit.
De heling van het kentekenbewijs en de smart key is reeds onder parketnummer 03.700557.16 opgenomen op de dagvaarding onder het subsidiair tenlastegelegde. Deze dagvaarding is op15 oktober 2019 uitgebracht. Hierover was bij het uitbrengen van de onderhavige dagvaarding, op 31 december 2022, nog niet beslist. De rechtbank zal de officier van justitie dan ook met betrekking tot dit deel van de dagvaarding met parketnummer 03.720620.16 niet-ontvankelijk verklaren.
4De beoordeling van het bewijs
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 03.700557.16
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde.
Het subsidiair tenlastegelegde kan bewezen worden, nu de verdachte op
14 september 2016 nog in het bezit was van de sleutel van de garagebox waar de kluis stond, en er in deze kluis behalve de in de tenlastelegging genoemde goederen ook een persoonlijk document van de verdachte werd aangetroffen.
Parketnummer 03.720620.16
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, gelet op de aangiftes en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting. De verdachte heeft deze feiten samen gepleegd met zijn medeverdachte [medeverdachte 2] .
De onder feit 4 tenlastegelegde schuldheling van de kentekenplaat [kenteken 4] kan bewezen worden verklaard, nu de verdachte nog in bezit was van de sleutel van de garagebox waar de kentekenplaat werd aangetroffen.
Het onder feit 5 tenlastegelegde voorhanden hebben van drie stroomstootwapens en het onder 6 tenlastegelegde voorhanden hebben van het BB gun imitatiepistool kan bewezen worden, gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat deze wapens van hem waren.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Parketnummer 03.700557.16
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde wegens gebrek aan bewijs.
Ook van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Niet is komen vast te staan wie de gebruiker was van de garage aan de [adres garage] te Heerlen. Evenmin staat de kring van gebruikers van de kluis vast. De verdachte was ten tijde van de diefstal van de BMW geen gebruiker meer van de garagebox. Hij heeft de tenlastegelegde goederen die bij de BMW horen dan ook niet voorhanden gehad . Hij wist ook niet dat deze in de kluis waren gedeponeerd.
Parketnummer 03.720620.16
De raadsman heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat de periode van feit 1 dient te worden ingekort naar de periode van 7 tot en met 8 juli 2016, en dat voor de tenlastegelegde braak/verbreking het bewijs ontbreekt.
Voor wat betreft de onder feit 4 genoemde kentekenplaat [kenteken 4] geldt dat deze in de garagebox aan de [adres garage] is aangetroffen. De verdachte was in september 2016 geen gebruiker meer van de garagebox en kan zich niet herinneren dat hij deze heeft gezien in de periode dat hij de garagebox wel in gebruik had.
Met betrekking tot het kentekenbewijs [kenteken 3] stelt de raadsman dat de verdachte dit in zijn bezit had omdat hij het bij dit kentekenbewijs behorende voertuig had gekocht. Niet is vast te stellen dat de verdachte wist of moest weten dat dit kentekenbewijs van misdrijf afkomstig was.
De verdachte dient dan ook van feit 4 te worden vrijgesproken.
Voor wat betreft de bewezenverklaring van het onder 5 en 6 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Parketnummer 03.700557.16
Vrijspraak primair
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het
primair tenlastegelegde niet kan worden bewezen en dat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen subsidiair
Op 8 maart 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal op diezelfde dag in de gemeente Stein van de door hem gehuurde auto, merk BMW, voorzien van het Duits kenteken [kenteken]
Op 14 september 2016 werd bij een doorzoeking van de woning van de verdachte een sleutelbos aangetroffen. Een van de sleutels paste op het slot van de garagepoort van garagebox [adres garage] te Heerlen. Bij de doorzoeking van de garagebox werden onder meer de volgende goederen inbeslaggenomen: een kluis en twee kentekenplaten. De kluis is onderzocht en hierin werden onder andere de volgende goederen aangetroffen:
- Duitse autopapieren deel 1, voorzien van het Duits kenteken [kenteken] , merk: BMW type:420d xDrive;
- groene kaart van de Duitse BMW, kenteken [kenteken] ;
- BMW 3 knops smart key;
- BMW onderhoudsboekje map, zwart van kleur, inclusief de onderhoudboekje in de Duitse taal van BMW 4er Gran Coupé;
- proces-verbaal van betaling van een borg (Sicherheitsleistung);
- Niederschrift über eine Sicherheitsleistung.
De Niederschrift was uitgeschreven op naam van [verdachte] met zijn volledige woonadres, namelijk de [adres] .
Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar de Sicherheitsleistung. Het betrof een Sicherheitsleistung d.d. 31.01.2016 van de Dienstelle Kreispolizeibehorde Rhein-Kreis-Neuss, polizeiwache Kaarst ten name van [verdachte] geboren [geboortedatum] [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Bij dit schrijven is een Nederlandstalige beschrijving betreffende informatie bij het proces-verbaal betaling van een borg. In het Duitstalige schrijven staat vermeld dat betrokkene [verdachte] . op zondag 31.01.2016 te 04.15 uur is aangehouden waarbij is gebleken dat hij onder invloed van alcohol heeft gereden. Op die dag is door [verdachte] € 500,00 betaald.
Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de garagebox aan de [adres garage] sedert januari 2016 niet meer in gebruik had, en er ook niet meer is geweest. Hij was wel nog in het bezit van de sleutel van de garagebox. De brief van de boete die hij had gekregen wegens rijden onder invloed, heeft hij destijds zelf in de kluis gelegd. Hij had geen sleutel meer van de kluis die zich in de garagebox bevond.
Overweging ten aanzien van het bewijs
Voor de verklaring van de verdachte dat hij sedert januari 2016 niet meer de gebruiker was van de kluis en dat iemand anders de spullen in de kluis moet hebben gelegd, is geen enkel aanknopingspunt te vinden. Integendeel, in de kluis is bij de doorzoeking op 14 september 2016 een persoonlijk document van de verdachte aangetroffen van ná 1 januari 2016, te weten de voornoemde Sicherheitsleistung, gedateerd 31 januari 2016. De verdachte was tevens nog in het bezit van een sleutel van de garagebox waarin de kluis werd aangetroffen en deze bevond zich aan zijn sleutelbos. De kluis was blijkens de foto voorzien van een cijferslot, zodat het gegeven dat bij hem geen sleutel van de kluis is aangetroffen, hem niet ontlast. De rechtbank beoordeelt het scenario van de verdachte dat hij de garage en de zich daarin bevindende kluis niet gebruikte dan ook als onaannemelijk, en gaat ervan uit dat de verdachte nog steeds de gebruiker was, niet alleen van de garagebox maar ook van de kluis, en in die hoedanigheid bekend was met, en beschikkingsmacht had over hetgeen zich daarin bevond.
Gelet op hun aard kan het niet anders dan dat de verdachte op het moment van verkrijging van de autopapieren en de smart key wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.
Het subsidiair tenlastegelegde acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 03.720620.16
De rechtbank acht op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen de diefstal van de drie auto’s bewezen, maar ziet in het dossier geen bewijs voor de braak. Niet voldoende is dat de aangevers stellen dat hun auto was afgesloten
Omdat de verdachte de feiten voor het overige ter terechtzitting heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
voor feit 1:
- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3];
- het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] op pag. 632.
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
voor feit 2
- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer];
- het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] ,
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
voor feit 3
- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4];
- het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] ,
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
Partiële vrijspraak feit 4
De heling van kentekenbewijs [kenteken 3] acht de rechtbank niet bewezen. De verdachte heeft verklaard dat hij het voertuig destijds te goeder trouw had gekocht. Bij gebrek aan bewijs dat die verklaring ontzenuwt, kan niet worden bewezen dat de verdachte op het moment van verkrijging wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het voertuig en het daarbij behorende kentekenbewijs van misdrijf afkomstig waren. De verdachte zal dan ook in zoverre worden vrijgesproken.
Bewijs feit 4
(heling van kentekenplaat [kenteken 4] )
Op 14 september 2016 werd bij een doorzoeking van de woning van verdachte onder de verdachte een sleutelbos in beslag genomen. Een van de sleutels paste in het slot van garagebox [adres garage] . Bij de doorzoeking van de garagebox werd onder meer inbeslaggenomen: een kentekenplaat [kenteken 4] . Onderzoek naar dit kenteken wees uit dat zowel het voertuig als het daarbij behorende kenteken in 2015 gestolen waren in Brunssum. Van de diefstal is door [aangever] op 28 april 2015 aangifte gedaan.
Ter terechtzitting van heeft de verdachte verklaard dat hij de garagebox aan de [adres garage] sedert januari 2016 niet meer in gebruik had, en er ook niet meer is geweest. Hij was wel nog in het bezit van de sleutel van de garagebox. De brief van de boete die hij had gekregen wegens rijden onder invloed, heeft hij zelf in de kluis gelegd, die werd aangetroffen in de garagebox. Hij had geen sleutel meer van de kluis die zich in de garagebox bevond.
Overweging ten aanzien van het bewijs
Voor de aanwezigheid van de kentekenplaat heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring gegeven. Voor de verklaring van de verdachte dat hij sedert januari 2016 niet meer de gebruiker was van de garagebox, is geen enkel aanknopingspunt te vinden. Integendeel, in de kluis in de garagebox is op 14 september 2016 een persoonlijk document van de verdachte aangetroffen van ná 1 januari 2016, te weten de voornoemde Sicherheitsleistung, gedateerd 31 januari 2016. De verdachte was ook nog in het bezit van een sleutel van de garagebox. De rechtbank beoordeelt de verklaring van de verdachte dat hij de garagebox dan ook als onaannemelijk, en gaat er van uit dat de verdachte nog steeds de gebruiker was, en in die hoedanigheid bekend was met, en beschikkingsmacht had over hetgeen zich daarin bevond. Gelet op de aard van het voorwerp had de verdachte minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat de kentekenplaat van misdrijf afkomstig was.
Bewijs feit 5 en feit 6
Omdat verdachte de feiten ter terechtzitting van heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
voor feit 5:
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming;
- de kennisgeving van inbeslagneming;
- het proces-verbaal onderzoek wapen;
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming;
- de kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering;
- het proces-verbaal onderzoek wapen;
- de kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering;
- het proces-verbaal onderzoek wapen;
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
voor feit 6:
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming;
- de kennisgeving van inbeslagneming;
- het proces-verbaal imitatiewapen 777-2008;
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Parketnummer 03.700557.16
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, de autopapieren (kentekenbewijs en groene kaart en onderhoudsboekje) en een smart key, behorende bij een personenauto merk BMW, type Grand Coupé, kenteken [kenteken] voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Parketnummer 03.720620.16
1.
op of omstreeks 8 juli 2016 te America, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type BMW 320d, kenteken [kenteken 7] ), toebehorende aan [slachtoffer 3] .
2.
op 5 augustus 2016 te America, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type BMW 5 Reihe, kenteken [kenteken 8] ), toebehorende aan [slachtoffer] .
3.
op 6 augustus 2016 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type
Mercedes S500 AMG, kenteken [kenteken 4] ), toebehorende aan [slachtoffer 4] .
4.
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een goed, te weten:
een kentekenplaat [kenteken 4] ,
heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5.
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een stroomstootwapen (goednummer 346202) en
- een stroomstootwapen (goednummer 346193) en
- een stroomstootwapen (goednummer 346178),
zijnde, voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos
konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
6.
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (een zogenaamde BB gun imitatie pistool), namelijk een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 03/700557-16
subsidiair:
opzetheling;
Parketnummer 03/720620-16
feit 1 t/m 3:
diefstal door twee of meer verenigde personen;
Feit 4:
Schuldheling;
Feit 5:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;
Feit 6:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
6De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
7De straf en/of de maatregel
7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals deze worden geadviseerd door de reclassering en met aftrek van het voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, maar een voorwaardelijke gevangenisstraf met een taakstraf die wat de raadsman betreft de duur van 240 uren mag overschrijden.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft samen met zijn mededader een drietal dure auto’s gestolen. Dit zijn kwalijke feiten. Verdachtes handelen heeft geleid tot schade en rompslomp bij de betrokken slachtoffers. De verdachte heeft over de gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerden niet nagedacht, maar puur uit financieel gewin gehandeld. Verder heeft hij zich schuldig gemaakt aan schuldheling en aan opzetheling. Voorts heeft de verdachte stroomstootwapens en een imitatiewapen voorhanden gehad.
De rechtbank heeft in het nadeel van de verdachte rekening gehouden met het uittreksel uit het documentatieregister van 4 januari 2023 waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De huidige detentie uit anderen hoofde lijkt aanleiding om zijn leven een andere wending te geven. De verdachte wil reclasseringstoezicht als stok achter de deur.
De reclassering adviseert dan ook om de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden:
Meldplicht
Ambulante behandeling
Dagbesteding
Meewerken aan schuldhulpverlening
Meewerken aan middelencontrole
Ambulante begeleiding.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (de LOVS-oriëntatiepunten), waarbij de nadruk ligt op de autodiefstallen. Uitgangspunt voor diefstal van een personenauto is bij recidive een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat de verdachten na het plegen van de tenlastegelegde feiten nog is veroordeeld voor oudere feiten, zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
De officier van justitie heeft in haar requisitoir als strafverzwarend aangemerkt dat het stelen op professionele wijze plaatsvond. Nu de rechtbank daarvan in het onderhavige dossier onvoldoende is gebleken, heeft de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin meegewogen.
Redelijke termijn
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het recht van de verdachte op een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, is overschreden en dat deze overschrijding verdisconteerd moet worden in de strafoplegging.
De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.
De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op het moment waarop verdachte door de politie als verdachte is aangehouden en verhoord, te weten op 14 september 2016.
De termijn is derhalve met 4 jaren en 5 maanden overschreden, zonder dat de verdediging hiervan enig verwijt is te maken. Met deze overschrijding zal de rechtbank, overeenkomstig de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, rekening houden bij de bepaling van de straf.
Hoogte straf
De rechtbank kiest vanwege de voornoemde omstandigheden voor een straf waarbij de verdachte voor deze strafzaak niet in detentie behoeft terug te keren. Het voorgaande in acht nemend zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 90 dagen, waarvan 74 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van het voorarrest.
Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zullen de in de beslissing genoemde bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals deze door de reclassering in haar rapport van 24 januari 2023 zijn geadviseerd.
8De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.1
De vordering van de benadeelde parti
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een materiële schadevergoeding van € 14.012,81 onder meer bestaande uit de aankoopprijs van de gestolen auto en kosten samenhangende met de aanschaf van een andere auto, en een immateriële schadevergoeding van € 3.000,00 vanwege de consternatie en de psychische gevolgen ter zake van feit 2.
8.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze niet eenvoudig van aard is en de behandeling hiervan een onevenredige belasting vormt voor het strafproces. .
8.3
Het standpunt van de verdediging
De gestolen auto is teruggevonden, zodat er geen causaal verband is tussen de kosten die betrekking hebben op de aankoopprijs van de weggenomen auto of de aanschaf van een nieuwe auto.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële vordering dient te worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde hierin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Van de zonnebril en cd’s is in de aangifte geen melding gemaakt, en de benadeelde de schade niet met facturen onderbouwd.
8.4
Het oordeel van de rechtbank
Voldoende vast staat dat de benadeelde [slachtoffer] schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 03.700557.16 onder 2 bewezen verklaarde feit.
Materiële schade
De rechtbank zal de vordering voor wat de materiële schade toewijzen voor de posten
- iPod € 159,99;
- Selbstbeteiligung € 150,00;
- Abmeldung BMW € 7,70;
- Tankkosten Mietwagen € 11,51;
- Mietauto bei Tante (privat) € 100,00,
derhalve in totaal € 429,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2016.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor de overige materiële posten niet-ontvankelijk verklaren nu deze posten door de verdediging zijn betwist en niet nader zijn onderbouwd.
Immateriële schade
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat de geschonden norm, artikel 310 Sr, niet strekt tot bescherming van het gestelde geschonden belang, de integriteit van de persoon, zodat een wettelijke grondslag voor toewijzing van de gevorderde schade ontbreekt. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Hoofdelijkheid
Nu voor de schade de verdachte samen met zijn mededader aansprakelijk is, zal de verplichting tot vergoeding van het toegewezen bedrag hoofdelijk worden opgelegd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal over het toe te wijzen bedrag van € 429,20, vermeerderd met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
9Het beslag
De rechtbank is van oordeel dat het volgende in beslag genomen voorwerp dient te worden onttrokken aan het verkeer:
imitatiewapen 777-2008
Genoemde voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met betrekking tot dat voorwerp het feit is begaan, terwijl dat voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
10De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
11De beslissing
De rechtbank:
parketnummer 03.700557.16
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
parketnummer 03.720620.16
Partiële niet-ontvankelijkheid
- verklaart de officier niet-ontvankelijk in de vervolging voor zover het onder feit 4 betreft:
- - een kentekenbewijs [kenteken]
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dx, kenteken [kenteken] )
Bewezenverklaring
verklaart het overigens tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat overigens meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5. is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
Parketnummers 03.700557.16 en 03.720620.16
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen;;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
bepaalt dat gedeelte van de straf groot 74 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
a. De veroordeelde meldt zich binnen 3 werkdagen volgend op een onherroepelijk
vonnis telefonisch bij SVG Reclassering Limburg Mondriaan op het telefoonnummer
088 506 88 88. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
b. De veroordeelde laat zich behandelen door Radix Centrum Forensische Psychiatrische Zorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is recent opgestart en kan mogelijk in een forensisch kader voortgezet worden. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de
zorginstelling dat nodig vindt;
c. De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
d. De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van
afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in
het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of toeleiding naar bewindvoering. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
e. De veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om
het middelengebruik te beheersen, op indicatie van de reclassering. De
reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de
controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
f. De veroordeelde laat zich begeleiden door Zorggroep Triade of door een
soortgelijke instelling voor begeleiding. De begeleiding start tijdens de proeftijd en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;
geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
2. medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe, en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 429,20, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van
5 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
verklaart de benadeelde partij voor het overige van de vordering
niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij dit gedeelte van haar vordering voor wat betreft de materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter aan kan brengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] € 429,20, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 8 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.
Beslag
- onttrekt aan het verkeer het imitatiewapen 777-2008 346165.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. K.G. Witteman en
mr. D.J.E. Hamers-Aerts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2023.
Buiten staat
Mr. D.J.E. Hamers-Aerts is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Parketnummer 03.700557.16
1.
hij op of omstreeks 8 maart 2016 te gemeente Stein, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het
oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of
bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een)
autosleutel(s) en/of een personenauto (merk BMW, type 420 Grand Coupé,
kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan [autobedrijf] , in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke
bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn
mededader(s):
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het
lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd, althans gehouden, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:
"Schlüssel Familien, Schlüssel schnell", althans woorden van gelijke
dreigende aard en/of strekking;
en/of
hij op of omstreeks 8 maart 2016 te Urmond, gemeente Stein, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)
autosleutel(s) en/of een personenauto (merk BMW, type 420 Grand Coupé,
kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [autobedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2]
, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk
te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn
mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin
bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het
lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd, althans gehouden, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:
"Schlüssel Familien, Schlüssel schnell", althans woorden van gelijke
dreigende aard en/of strekking;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden, dat:
hij in of omstreeks de periode van 8 maart 2016 tot en met 14 september 2016
in de gemeente Stein en/of gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten de autopapieren
(kentekenbewijs en/of groenekaart en/of onderhoudsboekje) en/of een smart key,
behorende bij een personenauto (merk BMW, type Grand Coupé, kenteken [kenteken] )
heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij (telkens)
ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf
verkregen goed betrof.
Parketnummer 03.720620.16
1.
hij in of omstreeks de periode van 5 juli 2016 tot en met 8 juli 2016 te
America, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening
heeft weggenomen een personenauto (merk/type BMW 320d, kenteken [kenteken 5] ), in
elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk
geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,
waarbij verdachte en/of zijn mededaders dat weg te nemen goed onder
zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
hij op of omstreeks 5 augustus 2016 te America, gemeente Horst aan de Maas,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het
oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto
(merk/type BMW 5 Reihe, kenteken [kenteken 6] ), in elk geval enig goed, geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders
dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel
van braak en/of verbreking;
3.
hij op of omstreeks 6 augustus 2016 in de gemeente Heerlen, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type
Mercedes S500 AMG, kenteken [kenteken 4] ), in elk geval enig goed, geheel of ten
dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders
dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel
van braak en/of verbreking;
4.
hij op of omstreeks 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een goed, te
weten:
- een kentekenplaat [kenteken 4] en/of
- een kentekenbewijs(pas) [kenteken 3] en/of
- een kentekenbewijs [kenteken] en/of
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dX, kenteken
[kenteken] ),
heeft verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de
verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs
had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5.
hij op of omstreeks 14 september 2016 in de gemeente Heerlen een wapen van
categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een stroomstootwapen (goednummer 346202) en/of
- een stroomstootwapen (goednummer 346193) en/of
- een stroomstootwapen (goednummer 346178),
zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos
konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
6.
hij op of omstreeks 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een wapen van
categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de
Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige
bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat
deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (een zogenaamde bb gun
imitatie pistool), namelijk een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en
afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met vuurwapen, voorhanden heeft
gehad;
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB2R016002/Californiet, gesloten d.d. 2 november 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 385.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 8 maart 2016, pag. 71 en 72.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2016, pag. 18.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 21.
Het proces-verbaal bevindingen kluis d.d. 15 september 2016, pag. 25.
Het proces-verbaal onderzoek sicherheitsleistung d.d. 9 maart 2017, pag. 59
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB2R016002/Californiet, gesloten d.d. 16 maart 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 647.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 12 juli 2016, pag. 86 t/m 88.
Het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie d.d. 19 aug 2016, pag. 97 en 98.
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer 06-13478508 op pag. 632.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 5 augustus 2016, pag. 135 t/m 137.
Het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie d.d. 18 oktober 2016, pag. 142 t/m 145.
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer 06-13478508 op pag. 632.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 6 augustus 2016, pag. 186 t/m 188.
Het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie d.d. 2 mei 2017, pag. 191 t/m 194.
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer 06-13478508 op pag. 632.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2016, pag. 234.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) d.d. 14-09-2016, pag. 237 en 238.
Het proces-verbaal van bevindingen F233LP, pag. 239.
Het proces-verbaal aangifte [aangever] d.d. 28 april 2015, pag. 240.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 279 en 280.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 26 september 2016, pag. 323.
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 26 september 2016, pag. 325 en 326.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 365 en 366.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 26 september 2016, pag. 250 en 251.
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 26 september 2016, pag. 252 en 253.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 26 september 2016, pag. 246.
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 26 september 2016, pag. 248 en 249.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 279 en 280.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 29 november 2016, pag. 255.
Het proces-verbaal imitatiewapen 777-2008 d.d. 28 november 2016, pag. 256 tot en met 258.
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers: 03.700557.16 en 03.720620.16 (ter terechtzitting gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 februari 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
wonende te [adres] ,
gedetineerd in [detentieplaats] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 februari 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Het slachtoffer [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03/702726-16.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Parketnummer 03.700557.16
Primair: op 8 maart 2016 al dan niet met een of meer anderen zich heeft schuldig gemaakt aan afpersing dan wel diefstal met geweld jegens [slachtoffer 2] door een vuurwapen tegen het lichaam te duwen en daarbij dreigend te zeggen: “Schlüssel Familien, Schlüssel schnell”.
Subsidiair: in de periode van 8 maart 2016 tot en met 14 september 2016 autopapieren en een smart key behorende bij een personenauto heeft geheeld.
Parketnummer 03.720620.16
Feit 1: in de periode van 5 juli 2016 tot en met 8 juli 2016 met een ander een personenauto van [slachtoffer 3] heeft gestolen door middel van braak.
Feit 2: op 5 augustus 2016 met een ander een personenauto van [slachtoffer] heeft gestolen door middel van braak.
Feit 3: op 6 augustus 2016 met een ander een personenauto van [slachtoffer 4] heeft gestolen door middel van braak.
Feit 4: zich op 14 september 2016 heeft schuldig gemaakt aan opzetheling dan wel schuldheling van diverse goederen.
Feit 5: op 14 september 2016 stroomstootwapens voorhanden heeft gehad.
Feit 6: op 14 september 2016 een imitatie vuurwapen voorhanden heeft gehad.
3De voorvragen
Parketnummer 03.720620.16
Geldigheid van de dagvaarding
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot nietigheid van de dagvaarding onder feit 4 voor zover het betreft:
- een kentekenbewijs [kenteken]
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dx, kenteken [kenteken] )
omdat de heling van deze zelfde goederen tevens is ten laste gelegd onder parketnummer 03.700557.16.
De raadsman heeft over de geldigheid van de dagvaarding geen standpunt ingenomen.
De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gesignaleerde doublure niet tot nietigheid van de dagvaarding leidt. Wel heeft deze gevolgen voor de ontvankelijkheid, zoals hierna te bespreken.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie voor wat betreft feit 4 van parketnummer 03.720620.16
De raadsman heeft bepleit de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaring in de vervolging voor zover het de heling betreft van het kentekenbewijs en de smart key van de BMW, ten laste gelegd onder feit 4, om redenen als door de officier van justitie aangevoerd onder de geldigheid van de dagvaarding.
De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de officier van justitie niet in de vervolging kan worden ontvangen voor zover het onder feit 4 dit betreft:
- een kentekenbewijs [kenteken]
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dx, kenteken [kenteken] ).
Ingevolge het systeem van het Wetboek van Strafvordering geldt in beginsel de regel, dat, voordat over of op grondslag van een inleidende dagvaarding onherroepelijk is beslist, de officier van justitie zich behoort te onthouden van het doen uitgaan van een tweede dagvaarding ter zake van hetzelfde feit.
De heling van het kentekenbewijs en de smart key is reeds onder parketnummer 03.700557.16 opgenomen op de dagvaarding onder het subsidiair tenlastegelegde. Deze dagvaarding is op15 oktober 2019 uitgebracht. Hierover was bij het uitbrengen van de onderhavige dagvaarding, op 31 december 2022, nog niet beslist. De rechtbank zal de officier van justitie dan ook met betrekking tot dit deel van de dagvaarding met parketnummer 03.720620.16 niet-ontvankelijk verklaren.
4De beoordeling van het bewijs
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 03.700557.16
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde.
Het subsidiair tenlastegelegde kan bewezen worden, nu de verdachte op
14 september 2016 nog in het bezit was van de sleutel van de garagebox waar de kluis stond, en er in deze kluis behalve de in de tenlastelegging genoemde goederen ook een persoonlijk document van de verdachte werd aangetroffen.
Parketnummer 03.720620.16
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, gelet op de aangiftes en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting. De verdachte heeft deze feiten samen gepleegd met zijn medeverdachte [medeverdachte 2] .
De onder feit 4 tenlastegelegde schuldheling van de kentekenplaat [kenteken 4] kan bewezen worden verklaard, nu de verdachte nog in bezit was van de sleutel van de garagebox waar de kentekenplaat werd aangetroffen.
Het onder feit 5 tenlastegelegde voorhanden hebben van drie stroomstootwapens en het onder 6 tenlastegelegde voorhanden hebben van het BB gun imitatiepistool kan bewezen worden, gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat deze wapens van hem waren.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Parketnummer 03.700557.16
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde wegens gebrek aan bewijs.
Ook van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Niet is komen vast te staan wie de gebruiker was van de garage aan de [adres garage] te Heerlen. Evenmin staat de kring van gebruikers van de kluis vast. De verdachte was ten tijde van de diefstal van de BMW geen gebruiker meer van de garagebox. Hij heeft de tenlastegelegde goederen die bij de BMW horen dan ook niet voorhanden gehad . Hij wist ook niet dat deze in de kluis waren gedeponeerd.
Parketnummer 03.720620.16
De raadsman heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat de periode van feit 1 dient te worden ingekort naar de periode van 7 tot en met 8 juli 2016, en dat voor de tenlastegelegde braak/verbreking het bewijs ontbreekt.
Voor wat betreft de onder feit 4 genoemde kentekenplaat [kenteken 4] geldt dat deze in de garagebox aan de [adres garage] is aangetroffen. De verdachte was in september 2016 geen gebruiker meer van de garagebox en kan zich niet herinneren dat hij deze heeft gezien in de periode dat hij de garagebox wel in gebruik had.
Met betrekking tot het kentekenbewijs [kenteken 3] stelt de raadsman dat de verdachte dit in zijn bezit had omdat hij het bij dit kentekenbewijs behorende voertuig had gekocht. Niet is vast te stellen dat de verdachte wist of moest weten dat dit kentekenbewijs van misdrijf afkomstig was.
De verdachte dient dan ook van feit 4 te worden vrijgesproken.
Voor wat betreft de bewezenverklaring van het onder 5 en 6 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Parketnummer 03.700557.16
Vrijspraak primair
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het
primair tenlastegelegde niet kan worden bewezen en dat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen subsidiair
Op 8 maart 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal op diezelfde dag in de gemeente Stein van de door hem gehuurde auto, merk BMW, voorzien van het Duits kenteken [kenteken]
Op 14 september 2016 werd bij een doorzoeking van de woning van de verdachte een sleutelbos aangetroffen. Een van de sleutels paste op het slot van de garagepoort van garagebox [adres garage] te Heerlen. Bij de doorzoeking van de garagebox werden onder meer de volgende goederen inbeslaggenomen: een kluis en twee kentekenplaten. De kluis is onderzocht en hierin werden onder andere de volgende goederen aangetroffen:
- Duitse autopapieren deel 1, voorzien van het Duits kenteken [kenteken] , merk: BMW type:420d xDrive;
- groene kaart van de Duitse BMW, kenteken [kenteken] ;
- BMW 3 knops smart key;
- BMW onderhoudsboekje map, zwart van kleur, inclusief de onderhoudboekje in de Duitse taal van BMW 4er Gran Coupé;
- proces-verbaal van betaling van een borg (Sicherheitsleistung);
- Niederschrift über eine Sicherheitsleistung.
De Niederschrift was uitgeschreven op naam van [verdachte] met zijn volledige woonadres, namelijk de [adres] .
Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar de Sicherheitsleistung. Het betrof een Sicherheitsleistung d.d. 31.01.2016 van de Dienstelle Kreispolizeibehorde Rhein-Kreis-Neuss, polizeiwache Kaarst ten name van [verdachte] geboren [geboortedatum] [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Bij dit schrijven is een Nederlandstalige beschrijving betreffende informatie bij het proces-verbaal betaling van een borg. In het Duitstalige schrijven staat vermeld dat betrokkene [verdachte] . op zondag 31.01.2016 te 04.15 uur is aangehouden waarbij is gebleken dat hij onder invloed van alcohol heeft gereden. Op die dag is door [verdachte] € 500,00 betaald.
Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de garagebox aan de [adres garage] sedert januari 2016 niet meer in gebruik had, en er ook niet meer is geweest. Hij was wel nog in het bezit van de sleutel van de garagebox. De brief van de boete die hij had gekregen wegens rijden onder invloed, heeft hij destijds zelf in de kluis gelegd. Hij had geen sleutel meer van de kluis die zich in de garagebox bevond.
Overweging ten aanzien van het bewijs
Voor de verklaring van de verdachte dat hij sedert januari 2016 niet meer de gebruiker was van de kluis en dat iemand anders de spullen in de kluis moet hebben gelegd, is geen enkel aanknopingspunt te vinden. Integendeel, in de kluis is bij de doorzoeking op 14 september 2016 een persoonlijk document van de verdachte aangetroffen van ná 1 januari 2016, te weten de voornoemde Sicherheitsleistung, gedateerd 31 januari 2016. De verdachte was tevens nog in het bezit van een sleutel van de garagebox waarin de kluis werd aangetroffen en deze bevond zich aan zijn sleutelbos. De kluis was blijkens de foto voorzien van een cijferslot, zodat het gegeven dat bij hem geen sleutel van de kluis is aangetroffen, hem niet ontlast. De rechtbank beoordeelt het scenario van de verdachte dat hij de garage en de zich daarin bevindende kluis niet gebruikte dan ook als onaannemelijk, en gaat ervan uit dat de verdachte nog steeds de gebruiker was, niet alleen van de garagebox maar ook van de kluis, en in die hoedanigheid bekend was met, en beschikkingsmacht had over hetgeen zich daarin bevond.
Gelet op hun aard kan het niet anders dan dat de verdachte op het moment van verkrijging van de autopapieren en de smart key wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.
Het subsidiair tenlastegelegde acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 03.720620.16
De rechtbank acht op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen de diefstal van de drie auto’s bewezen, maar ziet in het dossier geen bewijs voor de braak. Niet voldoende is dat de aangevers stellen dat hun auto was afgesloten
Omdat de verdachte de feiten voor het overige ter terechtzitting heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
voor feit 1:
- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3];
- het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] op pag. 632.
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
voor feit 2
- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer];
- het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] ,
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
voor feit 3
- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4];
- het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] ,
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
Partiële vrijspraak feit 4
De heling van kentekenbewijs [kenteken 3] acht de rechtbank niet bewezen. De verdachte heeft verklaard dat hij het voertuig destijds te goeder trouw had gekocht. Bij gebrek aan bewijs dat die verklaring ontzenuwt, kan niet worden bewezen dat de verdachte op het moment van verkrijging wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het voertuig en het daarbij behorende kentekenbewijs van misdrijf afkomstig waren. De verdachte zal dan ook in zoverre worden vrijgesproken.
Bewijs feit 4
(heling van kentekenplaat [kenteken 4] )
Op 14 september 2016 werd bij een doorzoeking van de woning van verdachte onder de verdachte een sleutelbos in beslag genomen. Een van de sleutels paste in het slot van garagebox [adres garage] . Bij de doorzoeking van de garagebox werd onder meer inbeslaggenomen: een kentekenplaat [kenteken 4] . Onderzoek naar dit kenteken wees uit dat zowel het voertuig als het daarbij behorende kenteken in 2015 gestolen waren in Brunssum. Van de diefstal is door [aangever] op 28 april 2015 aangifte gedaan.
Ter terechtzitting van heeft de verdachte verklaard dat hij de garagebox aan de [adres garage] sedert januari 2016 niet meer in gebruik had, en er ook niet meer is geweest. Hij was wel nog in het bezit van de sleutel van de garagebox. De brief van de boete die hij had gekregen wegens rijden onder invloed, heeft hij zelf in de kluis gelegd, die werd aangetroffen in de garagebox. Hij had geen sleutel meer van de kluis die zich in de garagebox bevond.
Overweging ten aanzien van het bewijs
Voor de aanwezigheid van de kentekenplaat heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring gegeven. Voor de verklaring van de verdachte dat hij sedert januari 2016 niet meer de gebruiker was van de garagebox, is geen enkel aanknopingspunt te vinden. Integendeel, in de kluis in de garagebox is op 14 september 2016 een persoonlijk document van de verdachte aangetroffen van ná 1 januari 2016, te weten de voornoemde Sicherheitsleistung, gedateerd 31 januari 2016. De verdachte was ook nog in het bezit van een sleutel van de garagebox. De rechtbank beoordeelt de verklaring van de verdachte dat hij de garagebox dan ook als onaannemelijk, en gaat er van uit dat de verdachte nog steeds de gebruiker was, en in die hoedanigheid bekend was met, en beschikkingsmacht had over hetgeen zich daarin bevond. Gelet op de aard van het voorwerp had de verdachte minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat de kentekenplaat van misdrijf afkomstig was.
Bewijs feit 5 en feit 6
Omdat verdachte de feiten ter terechtzitting van heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
voor feit 5:
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming;
- de kennisgeving van inbeslagneming;
- het proces-verbaal onderzoek wapen;
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming;
- de kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering;
- het proces-verbaal onderzoek wapen;
- de kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering;
- het proces-verbaal onderzoek wapen;
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
voor feit 6:
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming;
- de kennisgeving van inbeslagneming;
- het proces-verbaal imitatiewapen 777-2008;
- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Parketnummer 03.700557.16
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, de autopapieren (kentekenbewijs en groene kaart en onderhoudsboekje) en een smart key, behorende bij een personenauto merk BMW, type Grand Coupé, kenteken [kenteken] voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Parketnummer 03.720620.16
1.
op of omstreeks 8 juli 2016 te America, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type BMW 320d, kenteken [kenteken 7] ), toebehorende aan [slachtoffer 3] .
2.
op 5 augustus 2016 te America, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type BMW 5 Reihe, kenteken [kenteken 8] ), toebehorende aan [slachtoffer] .
3.
op 6 augustus 2016 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type
Mercedes S500 AMG, kenteken [kenteken 4] ), toebehorende aan [slachtoffer 4] .
4.
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een goed, te weten:
een kentekenplaat [kenteken 4] ,
heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5.
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een stroomstootwapen (goednummer 346202) en
- een stroomstootwapen (goednummer 346193) en
- een stroomstootwapen (goednummer 346178),
zijnde, voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos
konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
6.
op 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (een zogenaamde BB gun imitatie pistool), namelijk een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 03/700557-16
subsidiair:
opzetheling;
Parketnummer 03/720620-16
feit 1 t/m 3:
diefstal door twee of meer verenigde personen;
Feit 4:
Schuldheling;
Feit 5:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;
Feit 6:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
6De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
7De straf en/of de maatregel
7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals deze worden geadviseerd door de reclassering en met aftrek van het voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, maar een voorwaardelijke gevangenisstraf met een taakstraf die wat de raadsman betreft de duur van 240 uren mag overschrijden.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft samen met zijn mededader een drietal dure auto’s gestolen. Dit zijn kwalijke feiten. Verdachtes handelen heeft geleid tot schade en rompslomp bij de betrokken slachtoffers. De verdachte heeft over de gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerden niet nagedacht, maar puur uit financieel gewin gehandeld. Verder heeft hij zich schuldig gemaakt aan schuldheling en aan opzetheling. Voorts heeft de verdachte stroomstootwapens en een imitatiewapen voorhanden gehad.
De rechtbank heeft in het nadeel van de verdachte rekening gehouden met het uittreksel uit het documentatieregister van 4 januari 2023 waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De huidige detentie uit anderen hoofde lijkt aanleiding om zijn leven een andere wending te geven. De verdachte wil reclasseringstoezicht als stok achter de deur.
De reclassering adviseert dan ook om de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden:
Meldplicht
Ambulante behandeling
Dagbesteding
Meewerken aan schuldhulpverlening
Meewerken aan middelencontrole
Ambulante begeleiding.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (de LOVS-oriëntatiepunten), waarbij de nadruk ligt op de autodiefstallen. Uitgangspunt voor diefstal van een personenauto is bij recidive een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat de verdachten na het plegen van de tenlastegelegde feiten nog is veroordeeld voor oudere feiten, zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
De officier van justitie heeft in haar requisitoir als strafverzwarend aangemerkt dat het stelen op professionele wijze plaatsvond. Nu de rechtbank daarvan in het onderhavige dossier onvoldoende is gebleken, heeft de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin meegewogen.
Redelijke termijn
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het recht van de verdachte op een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, is overschreden en dat deze overschrijding verdisconteerd moet worden in de strafoplegging.
De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.
De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op het moment waarop verdachte door de politie als verdachte is aangehouden en verhoord, te weten op 14 september 2016.
De termijn is derhalve met 4 jaren en 5 maanden overschreden, zonder dat de verdediging hiervan enig verwijt is te maken. Met deze overschrijding zal de rechtbank, overeenkomstig de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, rekening houden bij de bepaling van de straf.
Hoogte straf
De rechtbank kiest vanwege de voornoemde omstandigheden voor een straf waarbij de verdachte voor deze strafzaak niet in detentie behoeft terug te keren. Het voorgaande in acht nemend zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 90 dagen, waarvan 74 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van het voorarrest.
Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zullen de in de beslissing genoemde bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals deze door de reclassering in haar rapport van 24 januari 2023 zijn geadviseerd.
8De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.1
De vordering van de benadeelde parti
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een materiële schadevergoeding van € 14.012,81 onder meer bestaande uit de aankoopprijs van de gestolen auto en kosten samenhangende met de aanschaf van een andere auto, en een immateriële schadevergoeding van € 3.000,00 vanwege de consternatie en de psychische gevolgen ter zake van feit 2.
8.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze niet eenvoudig van aard is en de behandeling hiervan een onevenredige belasting vormt voor het strafproces. .
8.3
Het standpunt van de verdediging
De gestolen auto is teruggevonden, zodat er geen causaal verband is tussen de kosten die betrekking hebben op de aankoopprijs van de weggenomen auto of de aanschaf van een nieuwe auto.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële vordering dient te worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde hierin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Van de zonnebril en cd’s is in de aangifte geen melding gemaakt, en de benadeelde de schade niet met facturen onderbouwd.
8.4
Het oordeel van de rechtbank
Voldoende vast staat dat de benadeelde [slachtoffer] schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 03.700557.16 onder 2 bewezen verklaarde feit.
Materiële schade
De rechtbank zal de vordering voor wat de materiële schade toewijzen voor de posten
- iPod € 159,99;
- Selbstbeteiligung € 150,00;
- Abmeldung BMW € 7,70;
- Tankkosten Mietwagen € 11,51;
- Mietauto bei Tante (privat) € 100,00,
derhalve in totaal € 429,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2016.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor de overige materiële posten niet-ontvankelijk verklaren nu deze posten door de verdediging zijn betwist en niet nader zijn onderbouwd.
Immateriële schade
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat de geschonden norm, artikel 310 Sr, niet strekt tot bescherming van het gestelde geschonden belang, de integriteit van de persoon, zodat een wettelijke grondslag voor toewijzing van de gevorderde schade ontbreekt. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Hoofdelijkheid
Nu voor de schade de verdachte samen met zijn mededader aansprakelijk is, zal de verplichting tot vergoeding van het toegewezen bedrag hoofdelijk worden opgelegd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal over het toe te wijzen bedrag van € 429,20, vermeerderd met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
9Het beslag
De rechtbank is van oordeel dat het volgende in beslag genomen voorwerp dient te worden onttrokken aan het verkeer:
imitatiewapen 777-2008
Genoemde voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met betrekking tot dat voorwerp het feit is begaan, terwijl dat voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
10De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
11De beslissing
De rechtbank:
parketnummer 03.700557.16
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
parketnummer 03.720620.16
Partiële niet-ontvankelijkheid
- verklaart de officier niet-ontvankelijk in de vervolging voor zover het onder feit 4 betreft:
- - een kentekenbewijs [kenteken]
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dx, kenteken [kenteken] )
Bewezenverklaring
verklaart het overigens tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat overigens meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5. is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
Parketnummers 03.700557.16 en 03.720620.16
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen;;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
bepaalt dat gedeelte van de straf groot 74 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
a. De veroordeelde meldt zich binnen 3 werkdagen volgend op een onherroepelijk
vonnis telefonisch bij SVG Reclassering Limburg Mondriaan op het telefoonnummer
088 506 88 88. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
b. De veroordeelde laat zich behandelen door Radix Centrum Forensische Psychiatrische Zorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is recent opgestart en kan mogelijk in een forensisch kader voortgezet worden. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de
zorginstelling dat nodig vindt;
c. De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
d. De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van
afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in
het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of toeleiding naar bewindvoering. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
e. De veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om
het middelengebruik te beheersen, op indicatie van de reclassering. De
reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de
controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
f. De veroordeelde laat zich begeleiden door Zorggroep Triade of door een
soortgelijke instelling voor begeleiding. De begeleiding start tijdens de proeftijd en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;
geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
2. medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe, en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 429,20, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van
5 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
verklaart de benadeelde partij voor het overige van de vordering
niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij dit gedeelte van haar vordering voor wat betreft de materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter aan kan brengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] € 429,20, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 8 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.
Beslag
- onttrekt aan het verkeer het imitatiewapen 777-2008 346165.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. K.G. Witteman en
mr. D.J.E. Hamers-Aerts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2023.
Buiten staat
Mr. D.J.E. Hamers-Aerts is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Parketnummer 03.700557.16
1.
hij op of omstreeks 8 maart 2016 te gemeente Stein, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het
oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of
bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een)
autosleutel(s) en/of een personenauto (merk BMW, type 420 Grand Coupé,
kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan [autobedrijf] , in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke
bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn
mededader(s):
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het
lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd, althans gehouden, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:
"Schlüssel Familien, Schlüssel schnell", althans woorden van gelijke
dreigende aard en/of strekking;
en/of
hij op of omstreeks 8 maart 2016 te Urmond, gemeente Stein, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)
autosleutel(s) en/of een personenauto (merk BMW, type 420 Grand Coupé,
kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [autobedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2]
, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk
te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn
mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin
bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het
lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd, althans gehouden, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:
"Schlüssel Familien, Schlüssel schnell", althans woorden van gelijke
dreigende aard en/of strekking;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden, dat:
hij in of omstreeks de periode van 8 maart 2016 tot en met 14 september 2016
in de gemeente Stein en/of gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten de autopapieren
(kentekenbewijs en/of groenekaart en/of onderhoudsboekje) en/of een smart key,
behorende bij een personenauto (merk BMW, type Grand Coupé, kenteken [kenteken] )
heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij (telkens)
ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf
verkregen goed betrof.
Parketnummer 03.720620.16
1.
hij in of omstreeks de periode van 5 juli 2016 tot en met 8 juli 2016 te
America, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening
heeft weggenomen een personenauto (merk/type BMW 320d, kenteken [kenteken 5] ), in
elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk
geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,
waarbij verdachte en/of zijn mededaders dat weg te nemen goed onder
zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
hij op of omstreeks 5 augustus 2016 te America, gemeente Horst aan de Maas,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het
oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto
(merk/type BMW 5 Reihe, kenteken [kenteken 6] ), in elk geval enig goed, geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders
dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel
van braak en/of verbreking;
3.
hij op of omstreeks 6 augustus 2016 in de gemeente Heerlen, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type
Mercedes S500 AMG, kenteken [kenteken 4] ), in elk geval enig goed, geheel of ten
dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders
dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel
van braak en/of verbreking;
4.
hij op of omstreeks 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een goed, te
weten:
- een kentekenplaat [kenteken 4] en/of
- een kentekenbewijs(pas) [kenteken 3] en/of
- een kentekenbewijs [kenteken] en/of
- een smart key behorende bij een personenauto (merk/type BMW 420dX, kenteken
[kenteken] ),
heeft verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de
verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs
had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5.
hij op of omstreeks 14 september 2016 in de gemeente Heerlen een wapen van
categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een stroomstootwapen (goednummer 346202) en/of
- een stroomstootwapen (goednummer 346193) en/of
- een stroomstootwapen (goednummer 346178),
zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos
konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
6.
hij op of omstreeks 14 september 2016 in de gemeente Heerlen, een wapen van
categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de
Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige
bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat
deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was (een zogenaamde bb gun
imitatie pistool), namelijk een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en
afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met vuurwapen, voorhanden heeft
gehad;
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB2R016002/Californiet, gesloten d.d. 2 november 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 385.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 8 maart 2016, pag. 71 en 72.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2016, pag. 18.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 21.
Het proces-verbaal bevindingen kluis d.d. 15 september 2016, pag. 25.
Het proces-verbaal onderzoek sicherheitsleistung d.d. 9 maart 2017, pag. 59
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB2R016002/Californiet, gesloten d.d. 16 maart 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 647.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 12 juli 2016, pag. 86 t/m 88.
Het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie d.d. 19 aug 2016, pag. 97 en 98.
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer 06-13478508 op pag. 632.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 5 augustus 2016, pag. 135 t/m 137.
Het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie d.d. 18 oktober 2016, pag. 142 t/m 145.
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer 06-13478508 op pag. 632.
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 6 augustus 2016, pag. 186 t/m 188.
Het proces-verbaal bevindingen telecommunicatie d.d. 2 mei 2017, pag. 191 t/m 194.
- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , pag. 630 t/m. 641, in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van het telefoonnummer 06-13478508 op pag. 632.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2016, pag. 234.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) d.d. 14-09-2016, pag. 237 en 238.
Het proces-verbaal van bevindingen F233LP, pag. 239.
Het proces-verbaal aangifte [aangever] d.d. 28 april 2015, pag. 240.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 279 en 280.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 26 september 2016, pag. 323.
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 26 september 2016, pag. 325 en 326.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 365 en 366.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 26 september 2016, pag. 250 en 251.
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 26 september 2016, pag. 252 en 253.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 26 september 2016, pag. 246.
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 26 september 2016, pag. 248 en 249.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 14 september 2016, pag. 279 en 280.
De kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (vervolgbeslissing) 29 november 2016, pag. 255.
Het proces-verbaal imitatiewapen 777-2008 d.d. 28 november 2016, pag. 256 tot en met 258.