Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2022:8069

2022-10-18 Strafrecht 03/033429-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2022-10-18
Publicatiedatum
2022-10-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
03/033429-22
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | O&A 2023/17

Inhoudsindicatie

Verzoek 530 Sv; Géén vergoeding van de kosten van een toegewezen voorkeursadvocaat. Indien raadsman na een piketmelding alsnog op uurbasis kosten voor de werkzaamheden in rekening brengt, is niet gehandeld in overeenstemming met het Reglement Piket Raad voor Rechtsbijstand en het bepaalde in artikel 18, tweede lid van de Gedragsregels advocatuur.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.607 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Strafrecht


Zittingsplaats Maastricht



parketnummer : 03/033429-22
raadkamernummer : 22-009570
datum uitspraak : 18 oktober 2022




Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek overeenkomstig artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:





[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [plaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S.G.H. van de Kamp, advocaat kantoorhoudende te 5211 TW ’s-Hertogenbosch, aan de Stationsweg 14,
hierna te noemen: de verzoeker.




Feiten
De officier van justitie heeft beslist in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer de verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 9 februari 2022 aan de verzoeker meegedeeld.



Procedure

Het verzoekschrift is op 9 mei 2022 ter griffie van deze rechtbank ingediend.
Het Openbaar Ministerie heeft op 2 juni 2022 zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 4 oktober 2022 het verzoekschrift in raadkamer behandeld en daarbij de gemachtigde advocaat van de verzoeker, mr. S.A.C. de Ridder, waarnemend voor mr. S.G.H. van de Kamp, en de officier van justitie gehoord.
Hoewel daartoe opgeroepen, is de verzoeker niet ter zitting verschenen.
De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek de uitspraak bepaald op 18 oktober 2022.




Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding voor de kosten van een raadsman:
- in de strafzaak met het hiervoor genoemde parketnummer; door de verzoeker is een
factuur van mr. M.A.W. Nillesen overgelegd tot een totaalbedrag van € 1.270,50;
- voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek en het

verzoek op grond van artikel 533 Sv (raadkamernummer 22-009569) tot een bedrag van
€ 680,00.




Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft verklaard, anders dan het door het Openbaar Ministerie ingenomen standpunt van 2 juni 2022, zich tegen het toekennen van een vergoeding voor de kosten van een raadsman te verzetten.



Beoordeling

Op grond van artikel 529 lid 2 Sv is de rechtbank bevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen. Het verzoek is binnen de daarvoor in artikel 530 lid 4 juncto 529 lid 2 Sv opengestelde termijn ingediend.
Artikel 530 Sv voorziet -kort samengevat- in vergoeding van de kosten van rechtsbijstand indien een zaak eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, behoudens voor zover art. 44a van de Wet op de rechtsbijstand van toepassing is. In artikel 534 Sv is geregeld dat toekenning van een vergoeding steeds plaats heeft indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
In het proces-verbaal van inverzekeringstelling (met proces-verbaalnummer PL2300-2022019722-21) is het navolgende te lezen:




Ik deelde de verdachte mee dat hij:



- kosteloos recht heeft op een toegewezen piket- of voorkeurspiketadvocaat voor

consultatiebijstand voor aanvang van het verhoor en verhoorbijstand tijdens het verhoor;

- in plaats van een (voorkeurs)piketadvocaat zich kan laten bij staan door een zelf te betalen advocaat.




Ik deelde de verdachte mee dat hij afstand kan doen van het recht op verhoorbijstand


van een advocaat. Ik heb de verdachte daarbij geïnformeerd dat het doen van afstand


nadelige gevolgen kan hebben en dat hij altijd terug kan komen op zijn beslissing.


De verdachte gaf te kennen gebruik te willen maken van verhoorbijstand van de reeds


toegewezen advocaat.





Ik heb contact opgenomen met de reeds toegewezen advocaat en afgesproken dat deze


naar het politiebureau zal komen.


(…)


Voorafgaand aan het verhoor heeft de verdachte op 8 februari 2022 om 09:45 uur


overleg gevoerd met de advocaat, B02598X, Nillesen M.A.W., 's-Hertogenbosch.



Aan de rechtbank is gebleken dat de piketcentrale op dinsdag 8 februari 2022 om 4:30 uur werd ingelicht over de wens van de verdachte. Door mr. Nillesen, die ten tijde van de melding stond ingeschreven voor het strafpiket, heeft de melding van de piketcentrale om 7:12 uur geaccepteerd.



De werkzaamheden die de advocaat tot en met 9 februari 2022, de datum waarop de verzoeker weer in vrijheid werd gesteld, heeft verricht hebben dus in de piketperiode plaatsgevonden. Deze werkzaamheden hadden betaald kunnen worden door de Raad voor Rechtsbijstand op basis van de toevoeging, die door de acceptatie van de piketmelding tot stand is gekomen. Door na die acceptatie van de piketmelding door de raadsman alsnog op uurbasis kosten voor de werkzaamheden in rekening te brengen bij de verzoeker is er niet gehandeld in overstemming met het Reglement Piket Raad voor Rechtsbijstand.
Voorts staat daar ook aan in de weg het bepaalde in artikel 18, tweede lid, van de Gedragsregels advocatuur, dat luidt:

De advocaat zal van de cliënt voor de behandeling van een zaak waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van eigen bijdragen, verschotten en proceskosten volgens de daarvoor geldende regels.




Gezien de piketregeling overeenkomstig artikel 39 Sv eindigt met het aflopen van de inverzekeringstelling en de verlenging daarvan, acht de rechtbank voor de werkzaamheden van de raadsman tot en met 9 februari 2022 geen gronden van billijkheid aanwezig om een vergoeding voor rechtsbijstand toe te kennen.
Voor de kosten van de werkzaamheden van de raadsman daarna zal de rechtbank een bedrag toekennen van € 332,75.
De rechtbank zal tevens het gebruikelijke bedrag van € 680 toekennen voor de kosten van opstellen, indienen en behandelen ter zitting van de raadkamer van dit verzoek en het verzoek overeenkomstig artikel 533 Sv.




Beslissing
De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe voor de kosten van een raadsman tot een bedrag van € 1.012,75.



Deze beslissing is gegeven door
mr. F.M. van Maanen Winters, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier,
en uitgesproken ter zitting van de raadkamer van 18 oktober 2022.









Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.




BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking, zodra deze onherroepelijk zal zijn geworden, door de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van de rechtbank van een bedrag van € 1.012,75 ten gunste van verzoeker door overmaking daarvan op het rekeningnummer NL74.ABNA.0424.4871.36 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Kuijpers & Nillesen Advocaten onder de vermelding ‘[verzoeker] /20220228/530Sv’.