Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2021:3843
2021-04-19
Civiel recht
9036909 AZ VERZ 21-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek ingetrokken. Geen reden voor vergoeding werkelijke proceskosten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.162 tekens)
beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9036909 AZ VERZ 21-25
Beschikking van 19 april 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CALL COGENS B.V.
gevestigd te Heerlen
verzoekster
gemachtigde mr. drs. H.G.W. Sterk
tegen
[verweerster]
wonend te [woonplaats]
verweerster
gemachtigde mr. F.H.I. Hundscheid
Partijen worden hierna Cogens en [verweerster] genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen;
het verweerschrift met bijlagen;
de mondelinge behandeling op 14 april 2021 en de pleitaantekeningen van mr. Sterk.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cogens het verzoekschrift ingetrokken.
1.3.
Ten slotte is beschikking bepaald op heden.
2De beoordeling
2.1.
Nu de Cogens het verzoekschrift heeft ingetrokken, hoeft ingevolge artikel 1.2.8 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken, kantonzaken alleen te worden beslist op het door [verweerster] gehandhaafde verzoek om een kostenveroordeling.
2.2.
Door de intrekking kunnen de door Cogens aangevoerde gronden van haar verzoek niet meer door de kantonrechter worden getoetst. Cogens dient dan ook als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt en ingevolge het bepaalde in artikel 289 Rv te worden veroordeeld in de proceskosten van [verweerster] .
2.2.
Cogens zal worden veroordeeld in de proceskosten. [verweerster] verzoekt een volledige proceskostenveroordeling. Vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte proceskosten kan alleen maar aan de orde zijn bij ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad. Hiervan is sprake indien diegene die in het ongelijk wordt gesteld de andere partij zonder enige noodzaak of redelijk belang tot procederen heeft gedwongen. Dat daarvan in dit geval sprake is, is niet komen vast te staan. De proceskosten moeten daarom op basis van het reguliere liquidatietarief worden begroot en dit is een bedrag van € 747,- aan salaris gemachtigde.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Cogens tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] tot op heden vastgesteld op € 747,-;
3.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.M. Kuster en is in het openbaar uitgesproken.
BM
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9036909 AZ VERZ 21-25
Beschikking van 19 april 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CALL COGENS B.V.
gevestigd te Heerlen
verzoekster
gemachtigde mr. drs. H.G.W. Sterk
tegen
[verweerster]
wonend te [woonplaats]
verweerster
gemachtigde mr. F.H.I. Hundscheid
Partijen worden hierna Cogens en [verweerster] genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen;
het verweerschrift met bijlagen;
de mondelinge behandeling op 14 april 2021 en de pleitaantekeningen van mr. Sterk.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cogens het verzoekschrift ingetrokken.
1.3.
Ten slotte is beschikking bepaald op heden.
2De beoordeling
2.1.
Nu de Cogens het verzoekschrift heeft ingetrokken, hoeft ingevolge artikel 1.2.8 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken, kantonzaken alleen te worden beslist op het door [verweerster] gehandhaafde verzoek om een kostenveroordeling.
2.2.
Door de intrekking kunnen de door Cogens aangevoerde gronden van haar verzoek niet meer door de kantonrechter worden getoetst. Cogens dient dan ook als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt en ingevolge het bepaalde in artikel 289 Rv te worden veroordeeld in de proceskosten van [verweerster] .
2.2.
Cogens zal worden veroordeeld in de proceskosten. [verweerster] verzoekt een volledige proceskostenveroordeling. Vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte proceskosten kan alleen maar aan de orde zijn bij ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad. Hiervan is sprake indien diegene die in het ongelijk wordt gesteld de andere partij zonder enige noodzaak of redelijk belang tot procederen heeft gedwongen. Dat daarvan in dit geval sprake is, is niet komen vast te staan. De proceskosten moeten daarom op basis van het reguliere liquidatietarief worden begroot en dit is een bedrag van € 747,- aan salaris gemachtigde.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Cogens tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] tot op heden vastgesteld op € 747,-;
3.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.M. Kuster en is in het openbaar uitgesproken.
BM