Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2020:8217
2020-10-21
Civiel recht
C/03/283304 / HA ZA 20-501
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verwijzing art. 46b RO
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.963 tekens)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/283304 / HA ZA 20-501
Vonnis van 21 oktober 2020
in de zaak van
[eiser]
,
wonend te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen,
tegen
[gedaagde]
,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M. Woisch.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 9
het B2-formulier waarbij mr. Woisch zich op de rol van 7 oktober 2020 voor gedaagde als advocaat heeft gesteld.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
2.1.
Alvorens inhoudelijk op het gevorderde in te gaan, dient vast te staan of de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen.
2.2.
De rechtbank is absoluut bevoegd in een zaak als de onderhavige (art. 93 b Rv). De zaak is bij de juiste rechter aanhangig gemaakt.
2.3.
Gelet op de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv) is de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht ook relatief bevoegd om van het gevorderde kennis te nemen.
2.4.
Onderhavige zaak zal echter niet door de Rechtbank Limburg in behandeling worden genomen. Reden daarvoor is gelegen in het feit dat de partner van gedaagde werkzaam is bij de Rechtbank Limburg.
2.5.
Om iedere schijn van partijdigheid uit te sluiten, heeft de rechtbank besloten om de zaak op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie te verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.
2.6.
Vanuit de zittingsplaats ’s-Hertogenbosch zullen partijen vervolgens in kennis worden gesteld over de voortgang van de procedure.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,
3.2.
bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van woensdag 4 november 2020 voor beraad zaaksrechter.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.
type: AH
coll:
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/283304 / HA ZA 20-501
Vonnis van 21 oktober 2020
in de zaak van
[eiser]
,
wonend te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen,
tegen
[gedaagde]
,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M. Woisch.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 9
het B2-formulier waarbij mr. Woisch zich op de rol van 7 oktober 2020 voor gedaagde als advocaat heeft gesteld.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
2.1.
Alvorens inhoudelijk op het gevorderde in te gaan, dient vast te staan of de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen.
2.2.
De rechtbank is absoluut bevoegd in een zaak als de onderhavige (art. 93 b Rv). De zaak is bij de juiste rechter aanhangig gemaakt.
2.3.
Gelet op de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv) is de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht ook relatief bevoegd om van het gevorderde kennis te nemen.
2.4.
Onderhavige zaak zal echter niet door de Rechtbank Limburg in behandeling worden genomen. Reden daarvoor is gelegen in het feit dat de partner van gedaagde werkzaam is bij de Rechtbank Limburg.
2.5.
Om iedere schijn van partijdigheid uit te sluiten, heeft de rechtbank besloten om de zaak op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie te verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.
2.6.
Vanuit de zittingsplaats ’s-Hertogenbosch zullen partijen vervolgens in kennis worden gesteld over de voortgang van de procedure.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,
3.2.
bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van woensdag 4 november 2020 voor beraad zaaksrechter.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.
type: AH
coll: