Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Groningen

ECLI:NL:RBGRO:2012:BW7144

2012-05-29 Civiel recht; Personen- en familierecht 127921 / FA RK 11-1578
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Groningen
Uitspraakdatum
2012-05-29
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
127921 / FA RK 11-1578
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling familiezaak in verband met de (proces)houding van de man. Niet ontvankelijk verklaring van de vrouw in haar zelfstandig verzoek in verweerschrift in verband met te laat indienen. (artikel 282 RV)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.721 tekens)
RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
Meervoudige kamer


zaaknr.: 127921 / FA RK 11-1578

beschikking d.d. 29 mei 2012

in de zaak van:


[naam],
wonende te [adres],
verzoeker,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. C.W.F. Jansen,


en


[naam],
wonende te [adres],
verweerster,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. F.B. Flooren.


PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 1 november 2011 een beschikking gegeven.

Op 10 februari 2012 is ter griffie de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) regio Overijssel van 8 februari 2012 binnengekomen.

Op 13 februari 2012 is ter griffie een akte van mr. P.B. Rietberg, bijzondere curator, binnengekomen.

Op 28 maart 2012 is ter griffie een faxbericht van mr. Jansen ontvangen.

Op 3 april 2012 is ter griffie een F9-formulier met een bijlage ontvangen waarbij de vrouw een aanvullend verzoek - de rechtbank begrijpt een zelfstandig verzoek - heeft ingediend.

Op 19 april 2012 is ter griffie een faxbericht van mr. Jansen binnengekomen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Met betrekking tot het inleidende verzoek

De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 1 november 2011.

In deze beschikking zijn de beslissingen op de verzoeken van de man aangehouden in afwachting van een door de Raad in te stellen onderzoek.

De Raad heeft 10 februari 2012 het onderzoeksrapport aan de rechtbank doen toekomen en daarin geadviseerd om de verzoeken van de man af te wijzen.

De bijzondere curator heeft op grond van de inhoud van de rapportage haar eerder ingenomen standpunt heroverwogen en de rechtbank thans geadviseerd de verzoeken van de man af te wijzen.

Naar aanleiding van de inhoud van het raadsadvies en het heroverwogen standpunt van de bijzondere curator heeft de man op 28 maart 2012 zijn verzoeken ingetrokken. Gelet op het feit dat de man zijn verzoeken heeft ingetrokken zal de rechtbank de man in de verzoeken niet-ontvankelijk verklaren nu door intrekking daarvan het belang daaraan is komen te ontvallen.


Ingevolge artikel 289 Rv kan de rechtbank een proceskostenveroordeling uitspreken.
In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners worden de proceskosten doorgaans gecompenseerd, aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Indien kosten zijn ontstaan door een onredelijke houding van de wederpartij, kunnen deze als nodeloze kosten ten laste worden gebracht van de partij die deze heeft veroorzaakt.



De man heeft op 13 juli 2011 een verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning en vaststelling van een omgangsregeling ingediend. De rechtbank heeft het verzoek behandeld ter zitting met gesloten deuren van 27 september 2011. Om hem moverende redenen is de man niet ter zitting verschenen.
Bij tussenbeschikking van 1 november 2011 heeft de rechtbank de Raad verzocht te onderzoeken in hoeverre toewijzing van de verzoeken in het belang van de kinderen is. De Raad heeft op 10 februari 2012 haar rapportage aan de rechtbank doen toekomen.
Uit het rapport blijkt dat de man door de Raad twee maal is uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Door de man is in eerste instantie niet op deze uitnodigingen gereageerd. In overleg met de man is op een later tijdstip een nieuwe afspraak gemaakt. Op deze afspraak is de man zonder enige berichtgeving niet verschenen. De Raad heeft de man vervolgens uitgenodigd voor een gesprek bij de Raad in zijn eigen woonplaats. Ook op deze afspraak is de man zonder tegenbericht niet verschenen.
Nadat de Raad zijn rapport heeft uitgebracht heeft de man vervolgens zijn verzoeken ingetrokken.


De man heeft door het indienen van het verzoekschrift de vrouw kosten laten maken omdat zij hierdoor genoodzaakt was een advocaat in de arm te nemen. Vervolgens komt de man niet ter zitting, laat de man bij alle uitnodigingen van de Raad verstek gaan en trekt hij uiteindelijk het verzoek in.

De rechtbank ziet in deze houding van de man aanleiding om de man in de proceskosten te veroordelen.

Met betrekking tot het zelfstandig verzoek

De vrouw heeft op 3 april 2012 een zelfstandig verzoek ingediend waarin zij verzoekt te bepalen dat de rechtbank de verzoeken van de man afwijst, met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure.


In artikel 282 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat de verwerende partij tot de aanvang van de behandeling, of indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift kan indienen. De rechtbank ziet geen aanleiding de vrouw op grond van de tweede zin van lid 1 artikel 282 Rv toe te staan in de loop van de behandeling een verweerschrift in de dienen nu niet is gebleken van bijzondere redenen waardoor het verweerschrift niet eerder kon worden ingediend.
Artikel 282 lid 4 Rv geeft aan de verwerende partij de mogelijkheid om bij verweerschrift een aanvullend verzoek in te dienen. Gelet op de inhoud van artikel 282 Rv heeft de vrouw haar verzoek te laat ingediend zodat de vrouw in het verzoek niet ontvankelijk verklaard zal worden.


BESLISSING

De rechtbank:

Met betrekking tot het inleidende verzoek

verklaart de man niet ontvankelijk in zijn verzoek;

veroordeelt de man in de kosten van dit geding aan de zijde van de vrouw tot aan deze uitspraak begroot op € 453,--;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Met betrekking tot het zelfstandig verzoek

verklaart de vrouw niet ontvankelijk.


Deze beschikking is gegeven door mrs. K.R. Bosker (voorzitter), D.A. Flinterman en J.H.H. M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 29 mei 2012 in aanwezigheid van mr. M.M. Verbeek, griffier.
mmv




De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.
Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.