Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:7272

2026-09-28 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ARN 25/1542
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-09-28
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ARN 25/1542
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WIA-uitkering terecht ongewijzigd gelaten en geen IVA toegekend. Niet duurzame beperkingen. Ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (22.020 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND


Bestuursrecht



zaaknummer: ARN 25/1542

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2026


in de zaak tussen

Stichting ZZG Zorggroep, uit Berg en Dal, eiseres
(gemachtigde: mr. K. Gomes),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.



Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de herbeoordeling van de uitkering van [persoon] (ex-werkneemster van eiseres) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij die herbeoordeling heeft het UWV besloten dat de WIA-uitkering van ex-werkneemster per 11 augustus 2022 en per 20 augustus 2024 (hierna: de data in geding) ongewijzigd blijft. Zij blijft volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat ex-werkneemster in aanmerking moet komen voor een IVA. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht de WIA-uitkering van ex-werkneemster per de data in geding ongewijzigd heeft gelaten.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV dit terecht heeft gedaan. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres heeft op 11 augustus 2022 een herbeoordeling aangevraagd van de WIA-uitkering van ex-werkneemster. Het UWV heeft bij besluit van 20 augustus 2024 besloten dat de WIA-uitkering van eiseres per de data in geding ongewijzigd blijft. Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV hierbij gebleven.



2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.




2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.




Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Ex-werkneemster heeft laatstelijk gewerkt als verzorgende IG bij eiseres voor gemiddeld 32 uur per week. Zij heeft zich op 11 februari 2016 ziek gemeld voor dit werk vanwege aanvankelijk lichamelijke klachten. Op 31 oktober 2017 heeft zij een WIA-uitkering aangevraagd. Van 8 februari 2018 tot en met 7 juni 2019 is aan haar een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Vanaf 8 juni 2019 is deze uitkering omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt waarna een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van ex-werkneemster heeft plaatsgevonden. Hierna is geconcludeerd dat per 3 maart 2020 ex-werkneemster onveranderd volledig, maar niet duurzaam, arbeidsongeschikt blijft als gevolg waarvan haar WIA-uitkering ongewijzigd is voortgezet.



3.1.
Op 11 augustus 2022 heeft eiseres opnieuw een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van ex-werkneemster aangevraagd. Hierna hebben medische en arbeidsdeskundige onderzoeken plaatsgevonden waarna de besluitvorming is gevolgd zoals onder 2 weergegeven. Volgens het UWV is ex-werkneemster per de data in geding nog steeds volledig, maar niet duurzaam, arbeidsongeschikt en bestaat er geen aanspraak op een IVA.



Is de volledige arbeidsongeschiktheid van eiseres terecht per de data in geding niet duurzaam geacht?


4. Eiseres voert aan dat ex-werkneemster per de data in geding (volledig) duurzaam arbeidsongeschikt is. Zij betoogt daartoe dat er meer beperkingen duurzaam zijn dan door de verzekeringsarts b&b in de fictieve Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn aangenomen. De rechtbank zal die hierna, per onderdeel, bespreken.



Toetsingskader


5. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA, hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.



5.1.
De verzekeringsarts moet zich een oordeel vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA. Hierbij moet hij een inschatting maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar na het ontstaan van het recht op uitkering en in de periode daarna moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn, voor zover die feiten en omstandigheden betrekking hebben op de medische situatie van de verzekerde op de datum in geding. Als die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde. Tot slot geldt dat als van een stabiele of verslechterende situatie wordt uitgegaan voor het eerste jaar, de vaststelling dat in de periode daarna sprake is van een meer dan geringe kans op herstel, concreet en toereikend dient te worden onderbouwd. Indien duurzame arbeidsongeschiktheid wordt aangenomen in het eerste ter beoordeling voorliggende jaar is de ruimte voor de verzekeringsarts beperkt om in het jaar of de jaren daarna aan te nemen dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.


5.1.1.

Het UWV hanteert een beoordelingskader, genaamd “Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen” (het beoordelingskader), bedoeld als interne instructie voor verzekeringsartsen bij de beoordeling van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid. Volgens het beoordelingskader worden arbeidsbeperkingen duurzaam genoemd als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of als verbetering niet of nauwelijks is te verwachten. Samengevat weergegeven behelst stap één de beoordeling door de verzekeringsarts of verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten. Dat is het geval indien er sprake is van een progressief ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden of een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Onder stappen 2 en 3 van het beoordelingskader is het volgende opgenomen:
“Stap 2: Als verbetering van de belastbaarheid niet is uitgesloten beoordeelt de verzekeringsarts in hoeverre die verbetering in het eerstkomende jaar kan worden verwacht. De verzekeringsarts gaat na of één van de volgende twee mogelijkheden aan de orde is:
a. er is een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden;
b. verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten.
Als voor de keuze tussen 2.a als 2.b doorslaggevende argumenten ontbreken gaat de verzekeringsarts uit van een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden.
Stap 3: Als in het eerstkomende jaar niet of nauwelijks verbetering van de belastbaarheid kan worden verwacht (2.b is van toepassing) beoordeelt de verzekeringsarts of en zo ja in hoeverre die na het eerstkomende jaar nog kan worden verwacht. Ook nu zijn er twee mogelijkheden:
a. er is een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden; dit is alleen het geval als van een behandeling vaststaat dat die eerst op langere termijn kan zijn gericht op verbetering van de belastbaarheid;
b. verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten: alle overige gevallen.”




Beperkingen ten gevolge van ASS

/ADHD



6. Eiseres betoogt dat in verband met de bij ex-werkneemster vastgestelde diagnose ASS duurzame beperkingen hadden kunnen en moeten worden gesteld in de rubrieken 1 en 2 van de fictieve FML. Mensen met ASS zijn namelijk altijd gevoelig voor een onvoorspelbare werksituatie, storingen en deadlines, ondanks het volgen van psycho-educatie om beter te leren omgaan met de klachten. De behandeling is immers niet gericht op genezing. Vanuit preventief oogpunt kunnen wel degelijk beperkingen worden aangenomen.




6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de primaire arts, wiens sociaal medisch oordeel is getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts, en de verzekeringsarts b&b op overtuigende wijze hebben toegelicht dat nog niet is te zeggen welke beperkingen ten gevolge van de ASS duurzaam zijn. Bij het spreekuur bij de primaire arts op 15 juli 2024 was de diagnose van ASS, net als ADHD, net een maand gesteld. De arts heeft toegelicht dat vanwege de ADHD en de ASS altijd een blijvende kwetsbaarheid zal bestaan, met blijvende beperkingen, maar dat nog niet is te voorzien welke beperkingen dit zijn; dat is pas vast te stellen na adequate therapie. Bij de eerdere therapieën die ex-werkneemster heeft gevolgd in verband met psychische klachten, is geen rekening gehouden met de nieuwe diagnoses. Daarbij heeft de arts overwogen dat de behandelaar ook verwacht dat een therapie die rekening houdt met alle problematiek mogelijk nog kan leiden tot verbetering. Volgens de arts is de verwachting dat psychologische therapie (zoals cognitieve gedragstherapie in combinatie met farmacotherapie) op middellange termijn tot lichte verbetering kan leiden van het persoonlijk en sociaal functioneren (dit ziet dan ook op de angstklachten). De verzekeringsarts b&b heeft zich hierbij aangesloten en toegelicht dat de diagnoses van ASS en ADHD pas recent zijn gesteld waardoor de behandelmogelijkheden nog niet zijn benut (psycho-educatie bij ASS). Verder heeft hij voldoende gemotiveerd dat de duurzame beperkingen ten aanzien van de ASS en ADHD op voorhand niet zijn te zeggen, omdat ook andere psychische problematiek speelt die leidt tot forse beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren van ex-werkneemster. De enkele stelling van eiseres dat er bij ASS altijd duurzame beperkingen zijn vast te stellen, is onvoldoende om aan de gemotiveerde conclusie van de (verzekerings)artsen te twijfelen. Dit is door eiseres ook niet nader onderbouwd.



Beperkingen ten gevolge van angst-/stemmingsklachten

7. Eiseres betoogt dat de angst-/stemmingsklachten in stand worden gehouden door de medische problematiek van het been van ex-werkneemster. Deze comorbiditeit is onvoldoende onderkend tijdens het bezwaar van eiseres. Ex-werkneemster is door haar fysieke toestand niet in staat om het huis te verlaten en dat versterkt haar psychische klachten. Zij heeft diverse behandelingen gevolgd voor haar psychische problematiek zonder noemenswaardige verbeteringen in haar stemming.




7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de primaire arts en de verzekeringsarts b&b op overtuigende wijze hebben toegelicht dat de beperkingen ten aanzien van de angst-/stemmingsklachten van ex-werkneemster niet duurzaam zijn. Uit het rapport van de arts blijkt dat ex-werkneemster daar ook naar voren heeft gebracht dat ze door de pijn in haar been nauwelijks nog de deur uitkomt en de angsten daardoor erger worden. Dat is betrokken bij de beoordeling. Ook is er rekening mee gehouden dat ex-werkneemster al verschillende therapieën heeft geprobeerd. Daarover heeft de arts gemotiveerd toegelicht dat bij de eerdere therapieën nooit rekening is gehouden met de ASS en ADHD. Bovendien heeft hij gemotiveerd toegelicht dat ex-werkneemster pas is gestart met medicatie in verband met de ADHD en dat het mogelijk is dat, als dat voor verbetering van de ADHD zorgt, er ook verbetering komt in de angstklachten van ex-werkneemster. ADHD zorgt er namelijk volgens de arts voor dat sneller een angststoornis kan ontstaan en dit vaak in combinatie met elkaar voorkomt. Daarbij heeft de arts aangegeven dat de therapeut van ex-werkneemster heeft bevestigd dat een therapie die rekening houdt met alle problematiek, mogelijk nog kan leiden tot verbetering. De verzekeringsarts b&b heeft zich hierbij aangesloten en nog gemotiveerd toegelicht dat de verbetering van de beperkingen in verband met de angst-/stemmingsklachten in het eerstkomende jaar niet of nauwelijks is te verwachten, omdat eerst de woning van ex-werkneemster op orde moet zijn, waarna behandeling bij Neurocare Clinics kan volgen (de behandeling die ook rekening houdt met de ASS en ADHD). Volgens de verzekeringsarts b&b is het op basis van eerdere ervaringen aannemelijk dat de behandeling langer zal moeten zijn om tot een duurzame verbetering van de klachten te leiden. Hij heeft toegelicht dat vanaf de start van de behandeling te verwachten is dat verbetering van de angst-/stemmingsklachten optreedt binnen een jaar. Dit was namelijk bij voorgaande behandelingen ook zo.


7.1.1.
De rechtbank heeft geen aanleiding om aan deze gemotiveerde conclusie van de (verzekerings)artsen te twijfelen. Zij hebben rekening gehouden met de eerdere behandelingen die door ex-werkneemster zijn gevolgd en met de pijn in haar been waardoor zij naar eigen zeggen nauwelijks nog de deur uit komt en de angsten zijn toegenomen. De verbetering die is opgetreden bij eerdere behandelingen leest de rechtbank ook terug in de medische informatie van Pro Persona uit 2017 en 2018. Verder staat in het rapport van de arts opgenomen dat de psycholoog van Neurocare Clinics over zal komen vanuit Arnhem. Bovendien is ex-werkneemster, met begeleiding, ook op het spreekuur van de arts verschenen. Dat de behandeling bij Neurocare Clinics op voorhand niet zal slagen is dan ook onvoldoende onderbouwd door eiseres.



Beperkingen ten gevolge van de buikproblematiek

8. Eiseres betoogt dat de beperkingen ten aanzien van de buikproblematiek duurzaam zijn. Er zijn ten onrechte in de fictieve FML geen beperkingen aangenomen voor het verrichten van zwaar lichamelijk werk, namelijk tillen of dragen, duwen of trekken en frequent buigen. Volgens de behandelaar heeft ex-werkneemster namelijk vermoedelijk last van een aangeboren zwakke buikwand. Daarom moeten er volgens eiseres vanuit een preventief oogpunt altijd fysieke beperkingen worden aangenomen in verband met de buikproblematiek. Ondanks een eerdere operatie aan de buikwand zijn er sporen van een recidief en dit kan worden verklaard, deels uit de aanleg, maar ook door het verrichten van zwaar lichamelijk werk. De beperkingen zijn nodig vanuit de kwetsbaarheid van ex-werkneemster om een toekomstige breuk te voorkomen. Ten onrechte heeft de verzekeringsarts b&b hier geen aandacht aan besteed.





8.1.
De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts b&b op overtuigende wijze heeft toegelicht dat de beperkingen ten aanzien van de buikproblematiek niet duurzaam zijn. De verzekeringsarts b&b heeft gemotiveerd dat ten aanzien van de beperkingen gesteld ten aanzien van de buikwandbreuk verbetering van de belastbaarheid niet uitgesloten is geacht, omdat daarvoor een operatieve behandeling mogelijk is. Die verbetering is in het eerstkomende jaar niet of nauwelijks te verwachten volgens de verzekeringsarts b&b, omdat ex-werkneemster eerst de angst voor een operatie moet overwinnen. Volgens de verzekeringsarts b&b mag binnen een jaar na operatieve behandeling verbetering worden verwacht. De rechtbank heeft geen aanleiding om hieraan te twijfelen. De verzekeringsarts b&b heeft er rekening mee gehouden dat ex-werkneemster eerder al is geopereerd aan een buikwandbreuk en navelbreuk en dat zij sinds die operatie en ondanks therapie angst-/stemmingsklachten heeft. Dat de behandelaar heeft gezegd dat zij vermoedelijk last heeft van een aangeboren zwakke buikwand wordt niet onderbouwd door de medische informatie in het dossier. Blijkens het rapport van de primaire arts is dit iets dat ex-werkneemster destijds naar voren heeft gebracht. Dat is betrokken in de conclusies van de verzekeringsarts b&b. Bovendien blijkt uit het rapport van de primaire arts ook dat ex-werkneemster zelf ook heeft aangegeven dat er eigenlijk wel iets aan de buikwandbreuk gedaan moet worden; dat ze bang is dat haar darmen erin vastgekneld komen te zitten en ze daardoor niet zwaar kan tillen. Daaruit blijkt niet dat ex-werkneemster ook heeft aangegeven dat ze volgens haar chirurg ook na een nieuwe operatie geen zwaar werk mag doen. Er is verder ook geen medische informatie die onderbouwt dat ex-werkneemster niet opnieuw succesvol geopereerd kan worden of dat ook na een nieuwe operatie blijvende beperkingen voor het verrichten van zwaar lichamelijk werk aan de orde zijn.



Urenbeperking ten gevolge van het posttrombiotische syndroom

9. Eiseres betoogt dat een medische objectivering voor een urenbeperking per dag en per week aan de orde is als gevolg van het (als duurzaam aangenomen) posttrombiotische syndroom. Als gevolg van deze problematiek heeft ex-werkneemster dagelijks pijn en is sprake van vermoeidheid. Ten onrechte neemt de verzekeringsarts b&b geen urenbeperking aan ten gevolge van deze problematiek.




9.1.
Ook dit deel van de beroepsgrond slaagt niet. De (verzekerings)artsen hebben een urenbeperking aangenomen van 20 uur per week. Deze urenbeperking was eerder in 2020 al aangenomen vanwege de mentale gezondheidsproblematiek en verstoorde nachtrust van ex-werkneemster. Daarom is toen een verhoogde recuperatiebehoefte aangenomen. Ook is toen rekening gehouden met een verminderde beschikbaarheid door behandeling/begeleiding. Uit de stukken volgt dat dit zag op twee keer per week intensieve thuiszorg. Destijds was nog geen sprake van het posttrombiotische syndroom. De primaire arts heeft de destijds vastgestelde urenbeperking vanuit preventief oogpunt en energetische overwegingen gehandhaafd en toegelicht dat zijn verwachting is dat de duurbelastbaarheid na adequate therapie kan verbeteren. Gelet op wat hiervoor is overwogen met betrekking tot de duurzaamheid ten aanzien van de psychische beperkingen, is ook voldoende gemotiveerd dat de urenbeperking niet duurzaam is. De (verzekerings)artsen hebben in verband met het posttrombiotische syndroom beperkingen aangenomen. Dat daar bovenop nog een urenbeperking zou moeten worden aangenomen wordt niet onderbouwd door medische informatie.




Conclusie en gevolgen


10. De rechtbank komt tot de conclusie dat de rapporten van de (verzekerings)artsen van het UWV zorgvuldig tot stand zijn gekomen en de bevindingen en conclusies duidelijk en navolgbaar zijn, waarbij aan de hand van het stappenplan uit het Beoordelingskader inzichtelijk is gerapporteerd. Het UWV heeft deze rapporten aan het bestreden besluit ten grondslag kunnen leggen en op basis daarvan terecht besloten de WIA-uitkering van ex-werkneemster per de data in geding ongewijzigd te laten en haar geen IVA toe te kennen. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2026














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.




IVA = Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.


Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.


WGA = werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.


In de fictieve FML staan alleen de beperkingen die duurzaam zijn.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 13 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1842.


ASS = Autisme Spectrum Stoornis.


ADHD = Attention Deficit Hyperactivity Disorder.