Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:7234

2026-09-23 Civiel recht C/05/441458 / HA ZA 24-484
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/05/441458 / HA ZA 24-484
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Intellectueel eigendom. Auteursrecht. Het ondergedeelte en één upper van de vijf centraal staande Birkenstock sandalen kent een auteursrechtelijk beschermd element. Deze elementen zijn door Lidl herkenbaar overgenomen, zonder toestemming daartoe van Birkenstock. Dat levert inbreuk op de auteursrechten van Birkenstock op. Vorderingen van Birkenstock grotendeels toegewezen. Nationaal verbod. Subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing afgewezen. Aanwezigheid van eigen gezicht op de markt onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. Proceskostenveroordeling met gemengde grondslag.

Citeert (14)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (101.021 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: C/05/441458 / HA ZA 24-484




Vonnis van 23 september 2026




in de zaak van


1. de vennootschap naar Duits recht


BIRKENSTOCK IP GMBH,
gevestigd en kantoorhoudende te Linz am Rhein, Duitsland, en2. de vennootschap naar Duits recht

BIRKENSTOCK GLOBAL SALES GMBH,
gevestigd en kantoorhoudende te Linz am Rhein, Duitsland,
eisende partijen,
advocaten: mrs. J.C.H. van Manen en L.E. Dijkman,



tegen


1. de vennootschap naar Duits recht


LIDL NEDERLAND GMBH,
statutair gevestigd te Neckarsulm, Duitsland, tevens kantoorhoudende te Huizen, en2. de vennootschap naar Duits recht

LIDL STIFTUNG & CO KG,
statutair gevestigd te Neckarsulm, Duitsland, tevens kantoorhoudende te Breda, en3. de vennootschap naar Duits recht

RIEG & NIEDERMAYER GMBH,
gevestigd te (73037) Göppingen, Duitsland,
gedaagde partijen,
advocaten: mrs. M.F.J. Haak. M.G.W. Peijnenburg en L. Snellenberg.



Eisende partijen zullen hierna gezamenlijk Birkenstock c.s. worden genoemd en ieder afzonderlijk respectievelijk Birkenstock IP en Birkenstock Global. Gedaagde partijen zullen hierna gezamenlijk Lidl c.s. worden genoemd en ieder afzonderlijk respectievelijk Lidl Nederland, Lidl Stiftung en R&N.







1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in de incidenten van 15 januari 2025
- de akte overlegging aanvullende producties 14 tot en met 35 van de zijde van Birkenstock c.s.
- de akte overlegging aanvullende producties 36 tot en met 54 van de zijde van Birkenstock c.s.
- de akte overlegging aanvullende producties 55 tot en met 62 van de zijde van Birkenstock c.s.
- de akte overlegging aanvullende producties 63 tot en met 68 van de zijde van Birkenstock c.s.
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 19 van de zijde van Lidl c.s.
- de akte overlegging aanvullende producties 20 tot en met 36 van de zijde van Lidl c.s.
- de aanvullende productie 37 van de zijde van Lidl c.s.
- de namens Birkenstock c.s. in depot gegeven sandalen
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 augustus 2025
- de akte naar aanleiding van HvJ EU MIO/KONEKTRA van de zijde van Birkenstock c.s.
- de akte houdende reactie op arrest C-580/23 & 795/23 (MIO e.a.) van de zijde van Lidl c.s.



1.2.
Ten slotte is vonnis nader bepaald op vandaag.






2Inleidend


2.1.
Verschillende sandalen die onder de merknaam Birkenstock op de markt worden gebracht zijn in de afgelopen jaren onderwerp geweest van juridische procedures. In ieder geval in Nederland en Duitsland. Gewezen wordt op het arrest van het Duitse Bundesgerichtshof van 20 februari 2025 en het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 12 november 2025. Onderwerp van deze procedures is steeds of die sandalen als geheel, of onderdelen daarvan, al dan niet auteursrechtelijke bescherming genieten. Beide uitspraken zijn gewezen voor het op 4 december 2025 door het HvJ EU gewezen arrest in de gevoegde zaken Mio en Konektra.



2.2.
De rechtbank komt tot het oordeel dat één element van het ondergedeelte van de sandalen van Birkenstock c.s. auteursrechtelijke bescherming geniet en dat dit eveneens geldt voor (één element) van de upper van één specifieke sandaal, te weten het model: Madrid. Ook komt de rechtbank tot het oordeel dat Lidl Nederland en R&N inbreuk maken op het auteursrecht dat toekomt aan Birkenstock c.s. Van onrechtmatig handelen door Lidl c.s. door slaafse nabootsing kan geen sprake zijn, omdat niet aan het vereiste eigen gezicht is voldaan. De rechtbank zal daarom de vorderingen van Birkenstock c.s. in (enigszins) beperkte vorm toewijzen. De rechtbank zal hierna motiveren hoe zij tot deze oordelen is gekomen.





3De feiten


3.1.
Birkenstock IP en Birkenstock Global maken onderdeel uit van het Birkenstock-concern. Dit concern houdt zich – onder andere – bezig met de ontwikkeling en verkoop van sandalen, in de markt bekend staand als ‘Birkenstocks’. De Birkenstock sandaal kent verschillende modellen. Het eerste model is door het Birkenstock-concern in 1963 op de markt gebracht onder de naam Madrid. In de jaren daarna volgden andere modellen, waaronder de Arizona in 1973, de Boston in 1976, de Florida in 1982 en de Gizeh in 1983. Deze modellen zien er als volgt uit (foto’s afkomstig uit de dagvaarding):























3.2.
Karl Birkenstock heeft op 21 december 1983 een internationaal modelrecht aangevraagd en verkregen, voor onder meer de Benelux. De aanvraag vermeldt de volgende ‘designs’:












De aanvraag bevat daarnaast de volgende foto’s:





























3.3.
Lidl Nederland en Lidl Stiftung maken onderdeel uit van het internationale supermarktconcern Lidl. Lidl verkoopt zowel food als non-food artikelen. Het Lidl-concern is wereldwijd actief en exploiteert supermarkten in onder meer de provincie Gelderland, waaronder in Arnhem. Daarnaast exploiteert zij een online webshop.



3.4.
Onder de non-food artikelen die het Lidl-concern aanbiedt, bevinden zich ook sandalen. De dames-sandalen worden aangeboden onder de merken ESMARA en NATURAL WALK BY ESMARA en de heren-sandalen worden aangeboden onder de merken LIVERGY en NATURAL WALK BY LIVERGY. Deze merken zijn in de Europese Unie geregistreerd op naam van Lidl Stiftung. De sandalen zien er als volgt uit:
































3.5.
R&N is een Duitse onderneming die zich volgens het Duitse handelsregister (onder andere) bezighoudt met de handel in schoenen en aanverwante producten. Zij produceert ook eigen collecties. R&N staat als producent vermeld op de labels die aan twee in het geding gebrachte sandalen van het merk ESMARA zijn gehecht, welke sandalen door Lidl in Nederland worden aangeboden.



3.6.
Birkenstock c.s. hebben Lidl bij brief van 7 mei 2024 aangeschreven dat de hiervoor onder 3.4 bedoelde sandalen van Lidl inbreuk maken op de auteursrechten die rusten op de Birkenstock sandalen. Birkenstock c.s. hebben Lidl gesommeerd de verkoop van die vermeend inbreukmakende sandalen te staken, maar daartoe is Lidl tot op heden niet bereid.






4Het geschil


4.1.
Birkenstock c.s. vorderen bij, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, vonnis:


Lidl c.s. ieder afzonderlijk te bevelen onmiddellijk na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van Birkenstock IP c.q. het jegens Birkenstock c.s. onrechtmatige handelen, zoals omschreven in de dagvaarding, meer in het bijzonder met onmiddellijke ingang het aanbieden en verhandelen van de inbreukmakende sandalen, te staken en gestaakt te houden;


Lidl c.s. te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,00 per dag (een gedeelte van een dag voor een gehele gerekend) dat een gedaagde partij in strijd handelt met het onder I gevorderde bevel, dan wel, ter keuze van Birkenstock c.s., van € 250,00 per product dat in strijd met dat bevel is aangeboden of verhandeld, en dat de te verbeuren dwangsom wordt gemaximeerd op € 250.000,00, althans zodanige dwangsommen als de rechtbank in goede justitie zal gelasten;


Lidl c.s. ieder afzonderlijk te bevelen om binnen een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis aan de advocaten van Birkenstock c.s. een verklaring te verstrekken, vergezeld van alle relevante documenten ter staving van die verklaring, betreffende het totaal aantal inbreukmakende sandalen dat (ieder van) gedaagden en/of hun professionele afnemers hebben vervaardigd, besteld, in voorraad hebben en/of hebben verkocht in Nederland, gespecificeerd naar product, alsmede de volledige contactgegevens van de desbetreffende product(en) en/of leverancier(s) en professionele afnemers van de inbreukmakende sandalen;


Lidl c.s. te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,00 per dag (een gedeelte van een dag voor een gehele gerekend) dat een gedaagde in strijd handelt met het onder III gevorderde bevel, en dat de te verbeuren dwangsom wordt gemaximeerd op € 750.000,00, althans zodanige dwangsommen als de rechtbank in goede justitie zal gelasten;


te verklaren voor recht dat Lidl c.s. met hun inbreukmakende sandalen inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van Birkenstock IP;


Lidl c.s. hoofdelijk te veroordelen alle schade te vergoeden die Birkenstock c.s. hebben geleden als gevolg van hun inbreukmakend c.q. onrechtmatig handelen, nader op te maken bij staat;


Lidl c.s. hoofdelijk te veroordelen in de volledige proceskosten van dit geding overeenkomstig artikel 1019h Rv.





4.2.
Door Birkenstock c.s. worden twee grondslagen aangevoerd. Primair wordt een beroep gedaan op auteursrechtinbreuk, subsidiair op slaafse nabootsing.



4.3.
Lidl c.s. voeren gezamenlijk verweer. Ten aanzien van Lidl Stiftung en R&N wordt primair geconcludeerd tot onbevoegdheid van de rechtbank. Ten aanzien van Lidl Nederland en (subsidiair) ten aanzien van Lidl Stiftung en R&N wordt geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Birkenstock c.s. in de kosten van deze procedure op de voet van artikel 1019h Rv.



4.4.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.






5De beoordeling van formele/inleidende aangelegenheden



Bevoegdheid




5.1.
Birkenstock c.s. vorderen in de kern genomen staking van vermeend onrechtmatig handelen door Lidl c.s., wegens de productie en verhandeling van inbreukmakende sandalen. Lidl Stiftung en R&N hebben in reactie op de in dat kader uitgebrachte dagvaarding aan hen twee bevoegdheidsincidenten opgeworpen, waarop bij vonnis in incidenten van 15 januari 2025 is beslist. In dat vonnis is kort gezegd de bevoegdheid van de rechtbank Gelderland gebaseerd op het oordeel dat (i) R&N als producent en importeur op de (labels aan de) inbreukmakende sandalen staat vermeld, zodat zij de producten in die zin samen met Lidl c.s. onder diens merknamen aanbiedt en (ii) dat niet in geschil is dat het aanbod, de promotie en de verkoop van die sandalen geschiedt zowel in de Nederlandse Lidl winkels - waarvan er meerderen zijn gevestigd in het arrondissement Gelderland - als online via de website gekoppeld aan de domeinnaam www.lidl.nl. Lidl Stiftung en R&N kunnen zich niet in dit oordeel vinden en hebben hun bevoegdheidsverweer in de conclusie van antwoord in de hoofdzaak nader uitgewerkt met als doel de rechtbank tot een ander oordeel te bewegen. De rechtbank ziet op grond van die nadere uitwerking geen aanleiding en/of mogelijkheid op haar eerdere eindoordeel wat betreft haar bevoegdheid terug te komen en zal de vorderingen jegens Lidl Stiftung en R&N hierna inhoudelijk behandelen en beoordelen.



5.2.
In het hiervoor genoemde tussenvonnis van 15 januari 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat de bevoegdheid tot kennisname van dit geschil ten aanzien van Lidl Stiftung en R&N is gebaseerd op artikel 7 punt 2 Verordening Brussel I-bis. Die bevoegdheid is echter beperkt tot het grondgebied van de eigen lidstaat van de op die grond aangezochte rechter. Op die bevoegdheidsgrondslag komt de Nederlandse rechter dus geen grensoverschrijdende bevoegdheid toe ten aanzien van Lidl Stiftung en R&N. Voor zover Birkenstock c.s. dit hebben willen betogen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, hebben zij het voorgaande miskent.



Vorderingen jegens Lidl Stiftung





5.3.
Birkenstock c.s. hebben Lidl Nederland en Lidl Stiftung in de dagvaarding gezamenlijk aangeduid als Lidl. Birkenstock c.s. stellen dat Lidl een wereldwijd opererend supermarktconcern is dat zich richt op het goedkopere segment en dat Lidl in die hoedanigheid onder andere sandalen en slippers verkoopt. Birkenstock c.s. gaan er daarbij vanuit dat zowel Lidl Nederland als Lidl Stiftung als onderdeel van het Lidl concern aanbieder zijn van het volledige supermarktaanbod. Lidl Stiftung heeft er echter op gewezen dat zij slechts één vestiging in Nederland heeft, welke vestiging geen supermarktfiliaal is, maar een distributiecentrum waar uitsluitend levensmiddelen worden verwerkt door derden. Birkenstock c.s. hebben dit niet weersproken. Het onrechtmatig handelen dat Birkenstock c.s. (ook) Lidl Stiftung evenwel verwijt, is het distribueren en verhandelen van de (vermeend) inbreukmakende sandalen. Niet in geschil is dat sandalen behoren tot de non-foodcategorie en niet tot de levensmiddelen en dat, voor zover Lidl Stiftung activiteiten in Nederland verricht, dit dus niet enig onrechtmatig handelen als door Birkenstock c.s. in deze procedure gesteld met zich kan meebrengen. Birkenstock c.s. hebben op geen enkele wijze onderbouwd welk concreet verwijt zij specifiek Lidl Stifting in dat verband nu maken. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Lidl Stiftung onrechtmatig jegens Birkenstock c.s. heeft gehandeld. Reden waarom de vorderingen die Birkenstock c.s. jegens Lidl Stiftung hebben ingesteld zullen worden afgewezen.



Vorderingen jegens R&N





5.4.
R&N meent dat ook haar in de in deze procedure voorliggende kwestie geen verwijt kan worden gemaakt. Om het tegendeel te onderbouwen, hebben Birkenstock c.s. echter een drietal (vermeend) inbreukmakende sandalen overgelegd voorzien van een label. De labels vermelden een productomschrijving in (onder andere) de Nederlandse taal en op twee van de drie labels staat als producent en importeur van de betreffende sandaal R&N vermeld. Door de rechtbank is dit tijdens de mondelinge behandeling voorgelegd aan R&N en dit is namens R&N niet weersproken. Dit heeft tot gevolg dat R&N onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de (vermeend) inbreukmakende sandalen waartegen Birkenstock c.s. in deze procedure opkomen, door haar zijn geproduceerd en voor verhandeling door Lidl Nederland zijn geïmporteerd. Dit maakt R&N in beginsel aansprakelijk voor de (eventueel) geleden schade als wordt geoordeeld dat de betreffende sandalen, zoals Birkenstock c.s. betogen, inbreukmakend zijn. De beoordeling daarvan, volgt hierna.



Schending artikel 21 Rv





5.5.
Bij conclusie van antwoord zijn door Lidl c.s. twee punten opgeworpen waarmee Birkenstock c.s. in strijd zou hebben gehandeld met de verplichting van artikel 21 Rv. Op grond van deze bepaling is een partij verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Ingeval van niet naleving, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. De rechtbank is met Lidl c.s. van oordeel dat, zeker ten aanzien van de door Birkenstock c.s. bij dagvaarding summierlijk gegeven toelichting bij de grondslag slaafse nabootsing, Birkenstock c.s. niet alle voor de beoordeling relevante feiten naar voren heeft gebracht. Naast dit vaststellen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een verdere gevolgtrekking. Gezien het nadien gevoerde juridische debat, is niet gebleken van enige benadeling aan de zijde van Lidl c.s.






6De materiële beoordeling



Grondslag (i) - auteursrecht





Het makerschap




6.1.
Birkenstock c.s. roepen auteursrecht in op het ondergedeelte van de Birkenstock sandalen, alsmede auteursrecht op vijf verschillende uppers van die sandalen. Zij stellen dat Karl Birkenstock de ontwerper en in auteursrechtelijke zin de maker van deze modellen en het ondergedeelte is. De rechtbank is van oordeel dat dit bij gebreke van een deugdelijke betwisting daarvan voldoende is komen vast te staan. Dat Karl Birkenstock bij het ontwerpproces, zoals Lidl c.s. aanvoeren, hulp zou hebben gehad van Christian en Alex Birkenstock en in die zin niet zelfstandig als maker zou kunnen worden aangemerkt, is onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. De enkele omstandigheid dat de namen van deze twee heren in latere overeenkomsten voorkomen, kan niet tot dat oordeel leiden. Zowel Karl Birkenstock als het Birkenstockconcern brengen al decennialang publiekelijk naar buiten dat Karl Birkenstock de ontwerper en maker van de Birkenstock-sandalen is en dat is in het kader van deze procedure ook nogmaals door, althans namens hen bevestigd. Dit leidt ertoe dat Karl Birkenstock in de verdere beoordeling als maker zal worden aangemerkt.



De handhavings- en exploitatierechten





6.2.
De vraag aan wie de handhavings- en exploitatierechten van de vermeende auteursrechten toekomen, dient te worden beoordeeld naar Duits recht. Vast staat dat naar Duits recht de auteursrechten op zichzelf aan de maker toekomen en niet overdraagbaar zijn, maar de exploitatie- en handhavingsrechten daarvan wel.



6.3.
Uit het door Birkenstock c.s. overgelegde uittreksel uit het Duitse handelsregister volgt dat Karl Birkenstock in de periode van 1952 tot 1999 bestuurder was van C.B. Orthopädie GmbH, welke onderneming op 27 januari 1970 haar naam heeft gewijzigd naar Birkenstock Orthopädie GmbH. In deze periode zijn de vijf sandalen, die in de onderhavige procedure centraal staan, ontworpen en op de mark gebracht. Als onvoldoende weersproken staat vast dat Karl Birkenstock de exploitatie- en handhavingsrechten van deze sandalen (stilzwijgend) aan de hiervoor bedoelde onderneming heeft verleend.



6.4.

Verder volgt uit het Duitse handelsregister dat Birkenstock Orthopädie GmbH op
19 december 2001 is gefuseerd met (en voortgezet als) de commanditaire vennootschap Birkenstock Orthopädie GmbH & Co KG. Daarbij is het gehele vermogen van Birkenstock Orthopädie GmbH, met inbegrip van rechten van intellectuele eigendom, onder algemene titel op die vennootschap overgegaan. Birkenstock Orthopädie GmbH & Co KG is vervolgens op 30 september 2013 ontbonden, waarna het gehele vermogen, inclusief de rechten van intellectuele eigendom, onder algemene titel is overgegaan op de vennootschap Birkenstock Sales GmbH.




6.5.

Birkenstock c.s. stellen dat Birkenstock Sales GmbH bij overeenkomst van
1 mei 2021 de, voor deze procedure relevante, rechten van intellectuele eigendom heeft overgedragen aan Birkenstock IP. Lidl c.s. betwisten dat sprake is van een sluitende overdracht van de IP-rechten, in ieder geval zodanig dat Birkenstock IP die rechten ook in rechte kan handhaven. Zij doen dit echter onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. In reactie op het verweer van Lidl c.s. hebben Birkenstock c.s. een schriftelijke verklaring overgelegd van dr. K. Wegner, waarin het ontstaan van de auteursrechten en de overdracht van die rechten tot aan Birkenstock IP in 2021, zoals in de rechtsoverwegingen hiervoor weergegeven, gedetailleerd en aan de hand van bijlagen is onderbouwd. Eenzelfde soort verklaring, zij het minder gedetailleerd, had Karl Birkenstock in mei 2022 ook al afgelegd. Dat de ‘chain of title’ op enig moment toch is doorbroken, zoals Lidl c.s. aanvoeren, kan gelet op de inhoud van deze verklaringen niet worden vastgesteld.




6.6.
Bij dit alles komt dat, voor zover de betreffende IP-rechten niet al waren overgegaan, dat in ieder geval is gebeurd bij overeenkomst van 11 mei 2023. Op die datum is Karl Birkenstock met Birkenstock IP overeengekomen dat voor zover hij op dat moment nog zou beschikken over bepaalde auteurs- en gebruiksrechten op de Birkenstock sandalen, hij die op dat moment aan Birkenstock IP heeft overgedragen. De overeenkomst bepaalt ook dat Birkenstock IP die verlening van rechten heeft aanvaard. Dat in deze overeenkomst in zijn algemeenheid wordt gesproken over gebruiksrechten en daarnaast niet ook nog enig specifiek handhavingsrecht vermeldt, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat Birkenstock IP geen recht heeft om tegen de vermeende inbreuken op het auteursrecht op te treden.



6.7.
Dit alles leidt ertoe dat Birkenstock IP in ieder geval bij aanvang van de onderhavige procedure beschikte over de exploitatie- en handhavingsrechten met betrekking tot het door Birkenstock c.s. gestelde auteursrecht op de door Karl Birkenstock ontwikkelde sandalen. Daarom gaat dit verweer van Lidl c.s. niet op en komt de rechtbank toe aan beantwoording van de vraag of de sandalen in kwestie auteursrechtelijk zijn beschermd.



Auteursrechtelijke bescherming





Inleiding





6.8.
De Birkenstock sandalen zijn, als gebruiksvoorwerpen, te beschouwen als werken van toegepaste kunst. Twee belangrijke vraagstukken (wanneer bescherming en wanneer inbreuk) die bij de auteursrechtelijke bescherming van gebruiksvoorwerpen spelen, stonden centraal in het op 4 december 2025 door het HvJ EU gewezen arrest in de gevoegde zaken Mio en Konektra. Het HvJ EU heeft in dit arrest een zekere verfijning aangebracht in de bestaande jurisprudentie die betrekking heeft op de auteursrechtelijke bescherming van voorwerpen van toegepaste kunst. Ook heeft het HvJ EU zich voor het eerst concreet uitgelaten over de aan te leggen beoordelingsmaatstaf van een eventuele inbreuk op het auteursrecht dat rust op een gebruiksvoorwerp.



6.9.
Partijen hebben binnen het bestek van deze procedure gelegenheid gehad om zich over deze prejudiciële procedure bij het HvJ EU uit te laten. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hiertoe verwezen naar de door advocaat-generaal Spzunar in de zaak Mio en Konektra genomen conclusie. Na de mondelinge behandeling is het wijzen van het vonnis aangehouden totdat het HvJ EU arrest had gewezen. Iedere partij heeft zich bij afzonderlijke akte uitgelaten over de inhoud van het arrest en de gevolgen die dat volgens hen voor deze procedure heeft.



Het toetsingskader (i): wanneer is sprake van auteursrechtelijke bescherming van een gebruiksvoorwerp





6.10.
De rechtbank dient te beoordelen of (het ondergedeelte van) de Birkenstock sandalen, zoals deze aan de rechtbank zijn voorgelegd, auteursrechtelijk zijn beschermd. Vanwege de geharmoniseerde aspecten van het auteursrecht dient de rechtbank concreet te beoordelen of deze Birkenstock sandalen, dan wel specifieke elementen van die sandalen, hebben te gelden als ‘werk’ in de zin van artikel 2 onder a van de Auteursrechtrichtlijn. Uit vaste rechtspraak van het HvJ EU volgt dat dit begrip ‘werk’ de combinatie veronderstelt van twee cumulatieve elementen. Het betrokken voorwerp dient ten eerste oorspronkelijk te zijn, in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur (maker) ervan. Ten tweede kunnen alleen de bestanddelen die de uitdrukking van een dergelijke intellectuele schepping zijn, als een ‘werk’ worden aangemerkt.



6.11.
Zowel noodzakelijk als voldoende is dat het voorwerp de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Wanneer daarentegen voor de vervaardiging van een voorwerp technische overwegingen, regels of andere beperkingen gelden die geen ruimte laten voor creatieve vrijheid, kan dat voorwerp niet worden geacht de oorspronkelijkheid te hebben die vereist is om een werk te kunnen vormen. Voor de beoordeling van oorspronkelijkheid van voorwerpen van toegepaste kunst gelden dezelfde vereisten als die welke gelden voor de beoordeling van de oorspronkelijkheid van andere soorten voorwerpen. Wel geldt dat rekening moet worden gehouden met de specifieke aard van de betrokken soort werken. Werken van toegepaste kunst onderscheiden zich namelijk van andere categorieën werken door het feit dat zij in de eerste plaats gebruiksvoorwerpen zijn. Dergelijke voorwerpen zijn het resultaat van de knowhow en de keuzen van hun makers. Die keuzen kunnen worden ingegeven door technische, ergonomische of veiligheidsbeperkingen of kunnen voortvloeien uit normen of overeenkomsten die in de betrokken sector zijn vastgesteld.



6.12.
Een voorwerp kan oorspronkelijk zijn, ook al wordt de verwezenlijking ervan deels door technische overwegingen bepaald, op voorwaarde dat een dergelijke bepaling de auteur niet heeft belet om zijn persoonlijkheid in dat voorwerp te weerspiegelen door vrije en creatieve keuzen tot uiting te brengen. Aan het criterium van oorspronkelijkheid kan niet worden voldaan door onderdelen van een voorwerp die uitsluitend door hun technische functie worden gekenmerkt, aangezien auteursrechtelijke bescherming zich niet uitstrekt tot ideeën.



6.13.
De rechter moet bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid van een gebruiksvoorwerp de creatieve keuzen in de vorm ervan onderzoeken en identificeren om het als auteursrechtelijk beschermd te kunnen aanmerken, met dien verstande dat, zelfs wanneer de auteur ervan keuzen heeft gemaakt die niet door technische of andere beperkingen zijn ingegeven, de creatieve aard van die keuzen in de zin van het auteursrecht niet mag worden verondersteld. Daarbij geldt dat de componenten van een gebruiksvoorwerp zijn onderworpen aan dezelfde regeling als het voorwerp in zijn geheel. Verder geldt dat artistieke of esthetische overwegingen weliswaar deel uitmaken van de creatieve activiteit maar dat de omstandigheid dat een voorwerp een dergelijk effect teweegbrengt, het op zich niet mogelijk maakt om vast te stellen of dit voorwerp een intellectuele schepping is die de keuzevrijheid en de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt en dus voldoet aan het vereiste van oorspronkelijkheid. Bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid kan rekening worden gehouden met het scheppingsproces en de bedoelingen van de auteur, op voorwaarde dat die elementen tot uitdrukking zijn gebracht in het voorwerp zelf, zonder dat de rechter evenwel zijn beoordeling uitsluitend op die elementen mag baseren.



Is sprake van auteursrechtelijk beschermde werken?





6.14.
De rechtbank zal met inachtneming van het voorgaande beoordelen of de vijf sandalen, die de kern vormen van de vorderingen van Birkenstock c.s., voldoen aan de werktoets. De rechtbank zal deze beoordelingen uitvoeren aan de hand van de werken zoals door Birkenstock c.s. getoond en omschreven in alinea 34 tot en met 39 van de dagvaarding. Op basis van die afbeeldingen en omschrijvingen zal hierna worden beoordeeld of sprake is van auteursrechtelijk beschermd werken. Bij deze beoordeling heeft de rechtbank ook betrokken de fysieke sandalen die door Birkenstock c.s. ter griffie zijn gedeponeerd. De ter griffie gedeponeerde sandalen zijn tentoongesteld tijdens de mondelinge behandeling en waren in raadkamer voor de rechtbank beschikbaar.



6.15.
De rechtbank is van oordeel dat de voorwerpen waarvoor het auteursrecht wordt ingeroepen voldoende nauwkeurig en objectief te identificeren zijn. In hetgeen door Lidl c.s. is aangevoerd bij conclusie van antwoord, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Bovendien geldt dat uit het door Lidl c.s. gevoerde (omvangrijke) verweer onmiskenbaar volgt dat voldoende duidelijk moet zijn geweest waartegen Lidl c.s. zich dienden te verweren. Aan het element uitdrukking is, in zoverre, voldaan.



6.16.
Bij de beoordeling van het element oorspronkelijk wordt het volgende voorop gesteld. Een sandaal is een bepaald type (zomer)schoeisel, waarvan het ontwerp naar haar aard functioneel is ingegeven. Zo is ter bescherming van de voet een ondergedeelte nodig, waaraan - om ermee te kunnen lopen - een bovengedeelte moet zijn bevestigd. Het ondergedeelte van iedere Birkenstock sandaal, het voetbed, is identiek. Dit laatste is door Birkenstock c.s. gesteld en onvoldoende door Lidl c.s. weersproken. Deze sandalen onderscheiden zich van elkaar door een eigen bovengedeelte, de upper. Door Birkenstock c.s. is betoogd dat zowel het ondergedeelte auteursrechtelijke bescherming geniet, alsmede de vijf te onderscheiden bovengedeelten.



Het ondergedeelte – van alle sandalen





6.17.
Het ondergedeelte van alle Birkenstock sandalen kenmerkt zich volgens Birkenstock c.s. (onder meer) door de volgende door de hierna genoemde oorspronkelijke elementen. Birkenstock c.s. hebben hierbij in de dagvaarding verwezen naar de hieronder opgenomen afbeeldingen.


i) Het is plat uitgevoerd en de vorm kenmerkt zich door een licht glooiende profiellijn.


ii) De profiellijn vormt rondom een hoogteverschil, zodat er aan de achterzijde een subtiele “wand” gevormd wordt die naar de voorzijde in hoogte afloopt.


iii) Aan de hielzijde van het voetbed (rechter afbeelding) is een verdieping aangebracht (4). Het middendeel is een gewelfde verhoging (3). Ter hoogte van de tenen loopt een specifiek gevormde rand (1 en 2).


iv) Het onderdeel bestaat uit verschillende lagen, waarvan zichtbaar zijn: de kurken middenlaag, een bedekking van velours en een kunststof zool.


v) De zijkant is ongevoerd, zodat de kurk waarvan dit onderdeel van het voetbed is gemaakt zichtbaar blijft.



















6.18.
Lidl c.s. betwisten dat het ondergedeelte kwalificeert als een beschermd werk of een onderdeel daarvan. Volgens hen zijn de elementen (i) tot en met (iv) volledig functioneel bepaald en betreft het vijfde element een stijlelement dat niet voor bescherming in aanmerking komt. Ter onderbouwing van de functionaliteit van het voetbed verwijzen Lidl c.s. naar de website van Birkenstock c.s., waarop (onder meer) vrij uitgebreid de zogenaamde wetenswaardigheden omtrent het voetbed staan vermeld. Hier is weergegeven dat het voetbed een nabootsing is van de afdruk van een voet in het zand en de constructie ertoe bijdraagt dat de voeten urenlang zonder al te veel belasting in de schoenen kunnen lopen en staan, hetgeen de gezondheid en het welzijn bevordert. Het voetbed geeft de voet een goede houvast en ondersteunt het natuurlijke weefsel, aldus de website. De verschillende elementen van het voetbed worden aangeduid als de hielsteun, de langswelvingsteun, de dwarswelvingsteun, de teengrijper en de voetbedrand en aan al deze elementen worden in dat kader specifieke functies toegedicht.



6.19.
De standpunten van partijen doen de vraag rijzen of het ondergedeelte op zichzelf auteursrechtelijk is beschermd. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Ten aanzien van het eerste element heeft te gelden dat de keuze om het ondergedeelte plat uit te voeren weliswaar vrij is, maar niet noodzakelijkerwijs blijk geeft van enige creativiteit. De licht glooiende profiellijn waaraan Birkenstock c.s. refereren, wordt door en namens partijen ook wel ‘umriss’ genoemd. In de deskundigenverklaring van de heer [deskundige 1]hierna: [deskundige 1]) die is gedateerd op 10 februari 2025 en op verzoek van Birkenstock c.s. is opgesteld, wordt benadrukt dat de umriss van Birkenstock duidelijk afwijkt van de gangbare leestvorm voor sandalen, zowel in de jaren 60 als nu. De umriss loopt taps uit, van breder dan normaal achter bij de hiel, naar nog veel breder voor bij de tenen, waarbij de voorkant in een extra brede en geknikte boog loopt en voor de lange zijden die van achter naar voor lopen is gekozen voor een kaarsrechte lijn. Volgens [deskundige 1] was de umriss die Karl Birkenstock heeft ontworpen volledig nieuw en is deze tot op heden nog steeds uitzonderlijk; “een beeldbepalende vondst, zuiver creatief esthetisch van aard”. De deskundigenverklaring van de heer [dekundige 2] (hierna: [dekundige 2]), die op verzoek van Lidl c.s. is opgesteld, wijst de andere kant op en vermeldt (onder meer) dat de omtreklijn van het voetbed is gebaseerd op de natuurlijke afdruk van de onderzijde van de voet, waarbij is gekozen voor een brede teenstand die ondersteuning en comfort biedt aan een zo groot mogelijke groep mensen. Volgens [dekundige 2] is het voetbed opgebouwd uit een reeks technische oplossingen binnen bekende fysiologische grenzen en is geen sprake van een ontwerp dat uit vrije creatieve overwegingen voortkomt. [deskundige 1] heeft in een tweede verklaring, gedateerd 16 augustus 2025, gereageerd op de verklaring van [dekundige 2]. [deskundige 1] verklaart dat de verschillende voor de procedure relevante elementen van de Birkenstock sandalen uiteraard een ergonomische functie dienen, maar dat deze met volledig behoud van functionaliteit evengoed anders hadden kunnen worden vormgegeven. Er is immers, zo verklaart [deskundige 1], veel variatie mogelijk. Op dit punt is de verklaring van [dekundige 2], in de ogen van [deskundige 1], te kort door de bocht.



6.20.
De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop het voetbed is vormgegeven, aansluit bij de anatomische vorm van de voet. Dat is door Birkenstock c.s. ook met zoveel woorden zelf verklaart en sluit aan bij de verklaringen van [deskundige 1] en [dekundige 2]. Indien de verschillende steunelementen van het voetbed anders zouden zijn vormgegeven, doet dat afbreuk aan de functionele bruikbaarheid van het voetbed en datzelfde geldt voor de brede hielvorm die naar voren toe uitloopt in een nog bredere voorkant. Indien de natuurlijke voetafdruk als uitgangspunt wordt genomen, is het aan die vorm eigen dat het voetbed glooiend doorloopt, zoals ook Birkenstock c.s. zelf benoemen. Daarmee is de glooiende profiellijn functioneel (technisch) bepaald en is van een vrije creatieve keuze voor wat betreft dit element geen sprake. In hetgeen door Birkenstock c.s. verder nog is aangevoerd, ook tijdens de mondelinge behandeling, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen.



6.21.
De keuze voor de profiellijn rondom het ondergedeelte die een hoogteverschil vormt, zodat aan de achterzijde een “wand” wordt gevormd die naar de voorzijde in hoogte afloopt, is – anders dan Lidl c.s. betogen – wel een vrije keuze. Die keuze is immers niet technisch bepaald, zoals door Birkenstock c.s. onderbouwd is gesteld en door Lidl c.s. onvoldoende is weersproken. De verwijzing van Lidl c.s. naar het deskundigerapport van dr. Helmut Stinus (productie 12 bij conclusie van antwoord) is hiertoe onvoldoende. Uit dat rapport volgt niet dat de wijze waarop de door Birkenstock c.s. ingeroepen wand is vormgegeven geheel en alleen wordt gedicteerd door de technische functie, die het directe gevolg is van de keuze om een voetbed te maken dat geheel aansluit bij de anatomische vorm van de voet. De door Birkenstock c.s. in haar sandalen gebruikte hoogteverschillen en de wijze waarop het hoogteverschil verloopt, is het gevolg van eigen vrije en creatieve keuzes.


Met deskundige [deskundige 1] is de rechtbank van oordeel dat een en ander duidelijk zichtbaar is als en-profiel naar het voetbed wordt gekeken:







De rechtbank is verder met [deskundige 1] van oordeel dat het ondergedeelte van een sandaal in vele varianten voorkomt en dat voor het functioneel gebruik van een sandaal de gevormde wand niet noodzakelijk is. Dit is door Lidl c.s. onvoldoende onderbouwd betwist. Het scherpe contrast in hoogte en de wijze waarop het hoogteverloop is vormgegeven, met een subtiel aanwezige ronding, geeft, naar het oordeel van de rechtbank, in voldoende mate blijk van de persoonlijkheid van de maker. Die keuze is niet ingegeven door technische, ergonomische of veiligheidsbeperkingen. Evenmin vloeit die keuze voort uit normen of overeenkomsten die in de betrokken sector zijn vastgesteld. Dit laatste is niet gesteld door Lidl c.s. en de rechtbank ook niet anderszins gebleken.




6.22.
De verdieping aan de hielzijde van het voetbed, de gewelfde verhoging in het middendeel en de specifiek gevormde rand ter hoogte van de tenen, die Birkenstock c.s. als derde element hebben genoemd, zijn onderdeel van en vormen tezamen het voetbed. Op zichzelf is de keuze voor het aanbrengen van een voetbed op het ondergedeelte vrij; ook zonder voetbed kan het ondergedeelte immers functioneel dienen als onderdeel van een sandaal. De concrete vorm van het voetbed wordt echter gedicteerd door het menselijk lichaam en is in zoverre niet vrij. Deze vorm vloeit één op één voort uit de anatomische vorm van de voet en daarin zijn geen afwijkende (creatieve) keuzes mogelijk zonder verlies van functie en bedoeling. De verschillende onderdelen van het voetbed geven aldus geen blijk van creatieve keuzes die voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Daarbij komt dat Lidl c.s. onder verwijzing naar diverse verklaringen van deskundigen onderbouwd hebben aangevoerd dat de keuze voor de aanwezigheid van het voetbed is ingegeven en in hoge mate is bepaald door ergonomische redenen.



6.23.
De keuze voor verschillende lagen, waarvan zichtbaar zijn de kurken middenlaag, een bedekking van velours en een kunststof zool, vervolgens is op zichzelf vrij, maar geeft geen blijk van een rechtens te respecteren mate van creativiteit. Van de verschillende zichtbare lagen springt de zwarte onderlaag het meest in het oog. Deze laag vormt feitelijk de zool van het ondergedeelte. De aanwezigheid van een duidelijk zichtbare zool van een sandaal vormt geen creatieve keuze. De omstandigheid dat de zijkant van het ondergedeelte ongevoerd is (het vijfde door Birkenstock c.s. aangevoerde element), zodat de kurk waarvan deze laag van het ondergedeelte is gemaakt zichtbaar blijft, beoordeelt de rechtbank eveneens als een vrije keuze, die echter niet creatief is. De creativiteit van de keuze blijkt niet direct uit het element van het ondergedeelte zelf en Birkenstock c.s. hebben in aanvulling daarop ook geen omstandigheden geschetst ter onderbouwing van hun standpunt dat sprake is van een creatieve keuze die de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking brengt.



6.24.
Dit alles leidt ertoe dat enkel het gebruikte hoogteverschil waardoor aan de achterzijde een ‘wand’ is gevormd die naar de voorzijde in hoogte afloopt; als auteursrechtelijk beschermd element kan worden aangemerkt. De overige door Birkenstock c.s. aangevoerde elementen van het ondergedeelte komen niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming.



De (upper van model) Madrid















6.25.
De Madrid bestaat uit het genoemde ondergedeelte, waarop volgens Birkenstock c.s. een onderscheidend bovendeel is aangebracht dat zich onder andere kenmerkt door de volgende oorspronkelijke elementen:


i) De binding bestaat uit een enkele band die taps toeloopt over de wreef van de voet. Deze band valt over een bredere band met licht schuin aflopende lijnen en afgeronde hoeken.


ii) Aan de zijkant lopen de banden door tot op de kunststofzool en zij verdwijnen tussen het voetbed en de zool.


iii) De banden zijn relatief smal, wat aan de bovenzijde voor een minimalistische indruk zorgt en aan de zijkant van de sandaal de kurk grotendeels zichtbaar houdt.


iv) De sluitingsband is niet afgewerkt met zichtbaar stiksel of andere decoratieve elementen.


v) Prominent op de sluitingsband is een rechthoekige gesp met licht afgeronde hoeken.





6.26.
Lidl c.s. betwisten dat op de upper van de Madrid auteursrecht rust. Volgens Lidl c.s. is de keuze voor de binding technisch ingegeven en is het verdwijnen van de banden tussen het voetbed en de zool niet oorspronkelijk. Ook de relatief smalle banden komen volgens Lidl c.s. in talloze eerdere sandalen voor en zijn daarom niet oorspronkelijk, terwijl aan het ontbreken van zichtbare stiksels of andere decoratieve elementen geen auteursrechtelijke bescherming kan worden ontleend. Op basis van prior art is ook de prominent zichtbare gesp waarop Birkenstock c.s. zich beroepen niet oorspronkelijk en nu ook de combinatie van het ondergedeelte en de upper volgens Lidl c.s. slechts een geheel zijn van destijds reeds bekende vormgeving, dient de vordering van Birkenstock c.s. ook op dit onderdeel te worden afgewezen, aldus Lidl c.s.



6.27.
De rechtbank overweegt als volgt. Het eerste element waarop Birkenstock c.s. zich beroepen is de binding van de Madrid upper. De keuze om de binding vorm te geven door middel van een enkele band die taps toeloopt over de wreef van de voet, is vrij. Terecht beroepen Lidl c.s. zich erop dat een binding de technische functie van de sandaal dient. Echter, miskend wordt door Lidl c.s. dat voor de beoordeling relevant is de wijze waarop de binding is vormgegeven. Die vormgeving is niet (geheel) technisch bepaald en is ook niet enkel het gevolg van ergonomische beperkingen. De keuze om een duidelijk zichtbare smallere strap, van in dit geval circa twee centimeter breed, over een duidelijk zichtbare bredere band van circa vijf centimeter te laten lopen, getuigt van een voldoende mate van creativiteit. Het weerspiegelt in die zin de persoonlijkheid van de maker en vormt daarmee een auteursrechtelijk beschermd element van de Madrid upper. Dit is anders voor de ontwerpkeuze om licht schuin aflopende lijnen en afgeronde hoeken te gebruiken. Die keuze is in zekere zin vrij, maar daarentegen banaal en triviaal. Die keuze ontbeert daarmee de noodzakelijke creativiteit. Birkenstock c.s. hebben onvoldoende het tegendeel aangetoond.



6.28.
Dat de banden aan de zijkant van de sandaal doorlopen tot op de kunststofzool en verdwijnen tussen het voetbed en de zool is op zichzelf een vrije keuze, maar ook dit getuigt niet van enige creativiteit. Het is vooral een degelijke manier van bevestiging, die voor het overige ook past bij de sobere vormgeving van de upper aan het ondergedeelte van de sandaal. Voor zover Lidl c.s. onder verwijzing naar bestaand vormgevingserfgoed betwisten dat sprake is van vernieuwend ontwerp, miskennen zij dat het leidende criterium oorspronkelijkheid is én dus niet nieuwheid. De relatief smalle banden van de Madrid upper vormen voorts geen creatieve keuze, maar geven uitdrukking aan een minimalistische ontwerpstijl. De uitdrukking van een bepaalde stijl komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking, reden waarom Birkenstock c.s. aan dit element geen auteursrechtelijke bescherming kunnen ontlenen.



6.29.
Ditzelfde geldt voor de afwerking van de sluitingsband, zonder zichtbaar stiksel of andere decoratieve elementen. De door Birkenstock gehanteerde ontwerpstijl wordt gekenmerkt door een zekere soberheid, waar weinig tot geen plaats is voor (decoratieve) toevoegingen aan de basisvorm. Dat is een vrije keuze, maar geen creatieve keuze. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat Birkenstock c.s. onvoldoende hebben gesteld en onderbouwd wat nu precies wordt bedoeld met de prominente aanwezigheid van een rechthoekige gesp op de sluitingsband. Ervan uitgaande dat de sluitingsband van een sandaal naar haar aard vrijwel standaard zichtbaar is en ook de gesp op die band zichtbaar moet zijn om in functioneel opzicht als gesp te kunnen dienen, valt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien op welke wijze dit element auteursrechtelijke bescherming zou genieten. Het begrip ‘werk’ impliceert het bestaan van een voorwerp dat voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd. Dat geldt naar het oordeel van de rechtbank niet slechts voor een voorwerp dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt als geheel, maar ook voor de verschillende elementen daarvan. Daaraan is ten aanzien van dit laatste element niet voldaan en daarom komt ook aan dit element geen auteursrechtelijke bescherming toe.



6.30.
Dit alles leidt ertoe dat alleen het verloop van de duidelijk zichtbare smallere strap van circa twee centimeter breed, over een duidelijk zichtbare bredere band van circa vijf centimeter, een auteursrechtelijke beschermd element is van de upper van de Madrid.



De (upper van model) Arizona















6.31.
Ook de Arizona bestaat uit het genoemde ondergedeelte, waarop volgens Birkenstock c.s. een onderscheidend bovendeel is aangebracht. Dit bovendeel kenmerkt zich in de visie van Birkenstock c.s. onder andere door de volgende oorspronkelijke elementen:


i) De binding bestaat uit twee “straps” die over de wreef van de voet vallen. De straps zijn twee rechthoekige banden, evenwel met licht schuin aflopende lijnen en afgeronde hoeken.


ii) De twee straps worden aan de zijkant van de sandaal verenigd in een enkele band, die doorloopt tot de kunststofzool en tussen het voetbed en de zool verdwijnt.


iii) De voornoemde band is aan de zijkant rechtstreeks op het kurk bevestigd en loopt over de gehele breedte van de straps, zodat deze een groot deel van de zijkant van het onderdeel bedekt.


iv) De zijkanten van de band, waarin de straps aan de zijkant van de sandaal samenkomen, lopen schuin af.


v) De straps zijn niet afgewerkt met zichtbaar stiksel of andere decoratieve elementen.


vi) Tussen de straps is een open ruimte gelaten en de straps vormen rechte banen, evenwel met licht afgeronde hoeken.


vii) Prominent zichtbaar op de straps zijn twee rechthoekige (wederom met licht afgeronde hoeken) gespen.





6.32.
Lidl c.s. betwisten dat op de upper van de Arizona sandaal auteursrecht rust. Lidl c.s. voeren aan dat de door Birkenstock c.s. genoemde elementen niet oorspronkelijk zijn. Volgens Lidl c.s. werden deze elementen al ruim voordat Birkenstock de Arizona sandaal op de markt bracht, op vrijwel identieke wijze door anderen gebruikt. Het betreft bovendien veelal functionele keuzes die technisch zijn bepaald, zodat van enige auteursrechtelijke bescherming geen sprake kan zijn, aldus Lidl c.s. Ook de sandaal als geheel, waarbij de verschillende genoemde elementen in samenhang met het ondergedeelte moeten worden gezien, komen niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking, vanwege hun functionaliteit en het gebrek aan vrije en creatieve keuzen.



6.33.
De rechtbank is van oordeel dat de vormgeving van de binding van de Arizona, bestaande uit twee straps die over de wreef van de voet vallen, weliswaar vrij is, maar niet getuigt van creativiteit. Vast staat dat de dubbele straps een variant zijn van een eerder bestaand werk, namelijk de (hiervoor behandelde) upper van de Madrid sandaal met één strap. Het HvJ EU heeft in arrest Mio en Konektra geoordeeld dat wanneer het voorwerp in kwestie een ‘variant’ is van een bestaand werk dat afkomstig is van dezelfde auteur en oorspronkelijk is, het immers auteursrechtelijke bescherming kan genieten zolang de overgenomen creatieve elementen daarin aanwezig blijven en de persoonlijkheid van diezelfde auteur weerspiegelen. Zoals hiervoor reeds geoordeeld, is het creatieve aspect van de Madrid dat een duidelijk zichtbaar smallere strap over een beduidend bredere strap loopt. Geconstateerd moet worden dat dit element op zichzelf wel is overgenomen in de Arizona, maar in veel mindere mate. De breedte van de twee straps verschilt aanzienlijk minder - niet twee over vijf centimeter, maar drie over viereneenhalf -, waardoor dit aspect bij de Arizona minder opvallend en uitgesproken aanwezig is. De keuze voor straps die slechts in geringe mate in breedte van elkaar afwijken, is, naar het oordeel van de rechtbank, banaal en triviaal en komt daarom niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Ditzelfde geldt voor de keuze voor straps met licht schuin aflopende lijnen en afgeronde hoeken, waardoor ook deze aspecten buiten de beschermingsomvang vallen. Dat de banden aan de zijkant van de sandaal doorlopen tot op de kunststofzool en verdwijnen tussen het voetbed en de zool is op zichzelf een vrije keuze, maar getuigt - zoals hiervoor ten aanzien van de Madrid reeds is overwogen - niet van enige creativiteit.



6.34.
De keuze voor een band die aan de zijkant op het kurk is bevestigd en over de gehele breedte van de straps loopt, zodat deze een groot deel van de zijkant van het ondergedeelte bedekt, is naar het oordeel van de rechtbank technisch ingegeven. De keuze voor twee straps maakt de upper breed, als gevolg waarvan deze vanzelfsprekend verder doorloopt over de zijkant van het ondergedeelte. Dat de brede band rechtstreeks op het kurk en in zijn volledigheid aan het ondergedeelte is bevestigd, is bovendien een ergonomische keuze om de straps op gedegen wijze te kunnen vastmaken en functioneel als sandaal te kunnen gebruiken. Dat de zijkanten van de brede band schuin afloopt, is voorts een vrije keuze die niet van enige creativiteit getuigt. Dat tussen de straps een open ruimte is gelaten, is geen keuze maar noodzaak om straps te creëren. Bij het ontbreken van een open ruimte is immers sprake van een aaneengesloten stuk leer en zijn in het geheel geen straps aanwezig. De keuze om de straps als rechte banen met licht afgeronde hoeken vorm te geven is op zichzelf vrij, maar getuigt ook niet van enige mate van creativiteit.



6.35.
De keuze om de straps niet af te werken met zichtbaar stiksel of andere decoratieve elementen en de keuze voor prominent zichtbare gespen op de straps, zijn elementen die ook in het kader van de beoordeling van de upper van de Madrid reeds zijn behandeld en beoordeeld. Deze beoordeling, hiervoor weergegeven onder rov. 6.29, geldt één op één voor de upper van de Arizona, zodat deze elementen ook hier niet tot de auteursrechtelijk beschermde trekken kunnen worden gerekend.



6.36.
Dit leidt ertoe dat de upper van de Arizona geen auteursrechtelijke bescherming geniet.








De (upper van model) Florida












6.37.
Daarmee wordt toegekomen aan de Florida sandaal. Birkenstock c.s. betogen dat ook de Florida bestaat uit het genoemde ondergedeelte, waarop een onderscheidend bovendeel is aangebracht dat zich volgens hen onder andere kenmerkt door de volgende oorspronkelijke elementen:


i) De binding bestaat uit drie “straps” die over de wreef van de voet vallen. De straps zijn smal en rechthoekig, evenwel met schuin aflopende randen en een afgerond uiteinde.


ii) De drie straps worden aan de zijkant van de sandaal verenigd in een enkele band, die doorloopt tot de kunststofzool en tussen het voetbed en de zool verdwijnt.


iii) De voornoemde band is aan de zijkant rechtstreeks op het kurk bevestigd en loopt over de gehele breedte van de straps, zodat deze een groot deel van de zijkant van het onderdeel bedekt.


iv) De zijkanten van de band, waarin de straps aan de zijkant van de sandaal samenkomen, lopen schuin af.


v) De straps zijn niet afgewerkt met zichtbaar stiksel of andere decoratieve elementen.


vi) Tussen de straps is een open ruimte gelaten en de straps vormen rechte banen, evenwel met licht afgeronde hoeken.


vii) Prominent zichtbaar op de straps zijn rechthoekige gespen (wederom met licht afgeronde hoeken).





6.38.
Het verweer van Lidl c.s. is in de kern gelijk aan het gevoerde verweer ten aanzien van de Arizona (zie: rov. 6.32.), met dien verstande dat bij de Florida sprake is van drie straps in plaats van twee straps. Lidl c.s. betwisten dan ook de upper van de Arizona auteursrechtelijke bescherming geniet.



6.39.
De rechtbank overweegt als volgt. De keuze om de upper van de Florida vorm te geven met drie straps is op zichzelf vrij, maar getuigt gelet op de Madrid met één strap en de Arizona met twee straps niet van onvoldoende creativiteit. De Florida is in die zin een doorontwikkeling van bestaand werk (de Madrid), waarvan de enige als auteursrechtelijk beschermd aangemerkte trek niet (zichtbaar) is overgenomen. De keuze voor smalle rechthoekige straps bij de Florida is vrij, maar niet creatief en de keuze voor schuin aflopende randen en een afgerond uiteinde is banaal en triviaal. De elementen ii, iii, v, vi en vii komen overeen met elementen die hiervoor reeds zijn behandeld en beoordeeld in het kader van de overige sandalen, en behoeven ten aanzien van de Florida aldus geen afzonderlijke bespreking meer. Deze elementen vallen niet binnen de beschermingsomvang van deze sandaal. Wat overblijft is element iv, in het kader waarvan Birkenstock c.s. betogen dat de keuze om de zijkanten van de band waarin de straps aan de zijkant van de sandaal samenkomen schuin te laten aflopen, auteursrechtelijke bescherming geniet. De rechtbank acht deze schuine afwerking weliswaar vrij, maar niet is aangetoond dat sprake is van een creatieve keuze. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien op welke wijze dit element de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt.



6.40.
Bij deze stand van zaken luidt de conclusie dat de upper van de Florida geen auteursrechtelijk beschermd werk is.



De (upper van model) Boston














6.41.
Birkenstock c.s. betogen verder dat ook de Boston bestaat uit het genoemde ondergedeelte, waarop een onderscheidend bovendeel is aangebracht. Dit bovendeel kenmerkt zich in de visie van Birkenstock c.s. onder andere door de volgende oorspronkelijke elementen:


i) Hoewel de Boston het besproken kenmerkende ondergedeelte heeft, is dat minder goed zichtbaar, omdat het grotendeels wordt afgedekt door de bovenzijde.


ii) De bovenzijde is gesneden uit een enkel stuk (suède)leer dat met een eenvoudige kromming over de wreef van de voet valt.


iii) Op de bovenzijde is een enkele band uit suèdeleer in dezelfde kleur aangebracht. De enkele band is bevestigd middels een eenvoudige spleet.


iv) De enkele band loopt over twee zichtbare snits in de bovenzijde.


v) De sandaal heeft een ruime opening voor de voet en bevat voor het overige geen andere openingen of gaten, behalve de twee kleine sleuven waardoor de gespband loopt.


vi) Op deze band is een duidelijk zichtbare gesp aangebracht. De gesp is rechthoekig maar deze heeft afgeronde hoeken.


vii) Het bovengedeelte is rechtstreeks op de zijkant van het ondergedeelte bevestigd en bedekt daardoor de meerderheid van de zichtbare kurklaag. De bevestiging loopt door tot de kunststof zool waar hij tussen het voetbed en de zool verdwijnt. Hij is aan de zijkant met een ronding afgewerkt.





6.42.
Lidl c.s. betwisten dat sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk. Zij voeren aan dat element (i) gelet op identieke prior art geen creatieve keuze is en dat ook de elementen ii tot en met vi dat niet zijn, omdat deze elke oorspronkelijkheid missen. Element vii is volgens Lidl c.s. vanuit technische overwegingen ingegeven en de ronde afwerking ten slotte is een stijlkeuze, waaraan geen auteursrechtelijke bescherming kan worden ontleend. Dit maakt dat op (de upper van) de Boston geen auteursrecht rust.



6.43.
De rechtbank overweegt als volgt. Het aspect dat het ondergedeelte van de sandaal minder goed zichtbaar is, omdat het grotendeels wordt afgedekt door de bovenzijde, is, anders dan Birkenstock c.s. stellen, geen vrije keuze die voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. De keuze voor een klompmodel brengt immers met zich dat de voorzijde van de sandaal volledig dicht is. De keuze om de upper van de Boston uit een enkel stuk (suède)leer te snijden, is op zichzelf vrij, maar geeft geen blijk van een voldoende mate van creativiteit. Dat is door Birkenstock c.s. ook niet aangetoond. Dat dit stuk leer met een eenvoudige kromming over de wreef van de voet valt, is voorts ergonomisch en functioneel bepaald. Deze kromming volgt de anatomische vorm van de voet en kan daardoor niet anders worden vormgegeven dan thans is gedaan, om zijn functionaliteit als sandaal te behouden. Dat op de bovenzijde van de upper een enkele band uit suèdeleer in dezelfde kleur is aangebracht, is een keuze die wel vrij is, maar niet creatief. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien op welke wijze deze keuze de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt.



6.44.
Over het tweede deel van het door Birkenstock genoemde element (iii) overweegt de rechtbank als volgt. Birkenstock c.s. erkennen op zichzelf dat de band en de spleet een functie hebben. Zij stellen echter dat er talloze manieren zijn om deze vorm te geven en al dan niet zichtbaar te maken of deels weg te werken. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, volgt de rechtbank Birkenstock c.s. niet in hun stelling dat er talloze manieren zijn om de band en spleet vorm te geven. De keuze is immers bevestiging doormiddel van een spleet of geen spleet. Verder is door Birkenstock c.s. op geen enkele wijze aangetoond dat de wijze waarop de spleet van de Boston is vormgegeven een vrije en creatieve keuze betreft. De spleet zit op een ‘logische’ plek, namelijk in het midden van de upper. Ook is op geen enkele wijze onderbouwd dat de gekozen maatvoering (dikte van de band, breedte van de spleet) creatief is. Ook element (iv) doorstaat de werktoets niet. De keuze om zichtbaar twee snits toe te passen (inkepingen aan de bovenzijde van de upper) in combinatie met de keuze voor een zichtbare band die bovenover de upper loopt, brengt als automatisme met zich dat die band loopt over twee zichtbare snits. Die keuze is in zoverre dan ook niet vrij. De wijze waarop de snits zijn vormgegeven, worden door Birkenstock c.s. zelf niet als auteursrechtelijk te beschermen element aangevoerd, zodat de rechtbank dat verder onbesproken zal laten.



6.45.
De opening van de upper van de Boston is naar het oordeel van de rechtbank functioneel ingegeven. Vanwege de klompvorm van deze upper is de voorkant van de sandaal volledig dicht, zodat de opening aan de achterzijde de enige mogelijkheid is om de voet te kunnen insteken. Wat Birkenstock c.s. met een ‘ruime’ opening bedoelen, is onvoldoende objectief bepaalbaar. De rechtbank acht het ontbreken van andere openingen of gaten in de upper, mede gelet op de keuze voor een klompmodel en de minimalistische stijl van de Birkenstock sandaal in zijn algemeenheid, een banale en triviale keuze, die maakt dat ook element (v) niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Dat op de band een duidelijk zichtbare gesp is aangebracht, is net als hiervoor ten aanzien van de overige modellen is geoordeeld, functioneel bepaald. Om de strap te kunnen vastmaken moet deze door de gesp heen en om dat te bewerkstelligen, moet de gesp wel zichtbaar zijn. De keuze voor een gesp met rechthoekige vorm in combinatie met afgeronde hoeken, is voorts banaal en triviaal. Dat de upper van de Boston de meerderheid van de zichtbare kurklaag van het ondergedeelte bedekt, is technisch ingegeven. Aan de keuze voor een dichte voorkant is immers onlosmakelijk verbonden dat deze voorkant het overgrote deel van het ondergedeelte bedekt. Dat de bevestiging van het bovengedeelte doorloopt tot de kunststof zool, waar hij tussen het voetbed en de zool verdwijnt, is zoals hiervoor ten aanzien van de overige sandalen reeds is overwogen weliswaar een vrije keuze, maar geen creatieve. Ditzelfde geldt ten slotte voor het aspect dat de zijkant met een ronding is afgewerkt. Een afgerond bovengedeelte is veel voorkomend en geeft -zonder nadere toelichting, die ontbreekt- dan ook geen blijk van de persoonlijkheid van de maker.



6.46.
Bij deze stand van zaken luidt de conclusie dat de upper van de Bosten geen auteursrechtelijk beschermd werk is.








De (upper van model) Gizeh











6.47.
Op 21 december 1983 heeft Karl Birkenstock in Duitsland een modelrecht aangevraagd. Deze aanvraag zag op vijf ‘designs’, te weten:


toe-divider for sandals, beachsandals and health sandals;


health sandal;


fastener-strap-member for sandals, shoes, health-sandals and article of clothing;


sandal;


shoe.




De foto’s die van de vijf verschillende design elementen in de aanvraag zijn opgenomen, hiervoor weergegeven onder rov. 3.2, tonen voor zover thans relevant (met name) de toe-divider die wordt gebruikt bij de Gizeh-sandaal en de verwerking daarvan in de upper van deze sandaal. Dat het modelrecht specifiek op de gehele sandaal zag en daarmee ook op het voetbed/ondergedeelte, kan daaruit, anders dan door Lidl c.s. bepleit, niet worden afgeleid. De oorspronkelijke elementen die het ondergedeelte volgens Birkenstock c.s. bevat, waaronder bijvoorbeeld de glooiende profiellijn, worden als zodanig niet als design elementen genoemd. Bovendien zijn deze op de foto’s ook niet zichtbaar. Nu Lidl c.s. ook geen verweer hebben gevoerd tegen het inroepen van auteursrechtelijke bescherming van het Birkenstock voetbed op zichzelf, acht de rechtbank voldoende komen vast te staan dat het modelrecht enkel betrekking had op de upper van de Gizeh sandaal.




6.48.
De upper van de Gizeh sandaal is op 21 december 1983 geregistreerd in een internationale modelregistratie, die onder meer betrekking had op de Benelux. De maximale beschermingsduur van een Benelux-modelrecht bedroeg, tot 1 december 2003, vijftien jaar. Het modelrecht gold in dit concrete geval dus tot 21 december 1998. Gedurende deze periode was de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen (BTMW) van kracht. Artikel 21 lid 3 BTMW bepaalde dat het verval van het modelrecht in beginsel ook het verval van het auteursrecht voor het object van bescherming met zich meebracht. Het auteursrecht bleef echter in stand als de houder van het Benelux-modelrecht een zogenaamde instandhoudingsverklaring aflegde, inschreef en publiceerde. Vast staat dat Karl Birkenstock een dergelijke verklaring niet (tijdig) heeft afgelegd.



6.49.

De Hoge Raad heeft bepaald dat de schrapping van artikel 21 lid 3 BTMW na
1 december 2003 niet ten gevolge heeft dat onder het oude regime vervallen auteursrechten zouden zijn herleefd. Birkenstock c.s. stellen zich weliswaar op het standpunt dat het auteursrecht in kwestie niet is vervallen, omdat artikel 21 lid 3 BTMW niet op deze situatie van toepassing is, maar dat standpunt wordt niet gevolgd. Volgens Birkenstock c.s. is de modelregistratie na ommekomst van de eerste vijftien jaar nogmaals voor de duur van vijf jaar verlengd, waardoor het modelrecht tot 21 december 2003 voortduurde en aldus ten einde liep toen artikel 21 lid 3 BTMW reeds op 1 december 2003 was komen te vervallen. Daarmee zou de instandhoudingsverklaring niet (langer) zijn vereist voor het voortduren van het auteursrecht. Vast staat echter dat het modelrecht in kwestie ten tijde van de registratie daarvan een wettelijke maximale termijn van vijftien jaar kende, zodat een kennelijke (administratieve) fout van het registratiebureau daarin naar het oordeel van de rechtbank geen (rechtsgeldige) verandering kan brengen.




6.50.
Bij deze stand van zaken moet worden geconcludeerd dat het auteursrecht op de upper van de Gizeh sandaal - bij gebreke van een tijdig uitgebrachte instandhoudingsverklaring - op 21 december 1998 is komen te vervallen. Het gevolg is dat Birkenstock c.s. daarop in deze procedure geen rechtsgeldig beroep toekomt. Nu hiervoor reeds is geoordeeld dat het ondergedeelte van de Gizeh sandaal geen onderdeel van de modelregistratie vormde, is het auteursrecht dat daarop rust echter niet gelijktijdig met het modelrecht komen te vervallen.







Beoordeling inbreuk





Het toetsingskader (ii) –wanneer is sprake van inbreuk.





6.51.
Uit de jurisprudentie van het HvJ EU volgt dat sprake is van inbreuk op het auteursrecht, indien een auteursrechtelijk beschermd werk wordt gebruikt zonder toestemming van de rechthebbende. Dit is evenzo als het gebruik betrekking heeft op een relatief klein deel van het auteursrechtelijk beschermde werk, voor zover dat deel als dusdanig uitdrukking geeft aan de eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. Om een inbreuk op het auteursrecht vast te stellen, dient de rechter (i) vast te stellen dat ten minste oorspronkelijke creatieve elementen van het beschermde werk zonder toestemming zijn gebruikt en (ii) te bepalen of deze elementen, dat wil zeggen elementen die uitdrukking geven aan de keuzen die de persoonlijkheid van de auteur van dat werk weerspiegelen, op herkenbare wijze zijn overgenomen in het beweerdelijk inbreukmakende voorwerp. Een vergelijking van de door elk van de conflicterende voorwerpen gewekte algemene indruk is bij de beoordeling niet doorslaggevend, aangezien dit criterium geldt voor de bescherming van modellen.



6.52.
In hun processtukken hebben partijen ieder de ‘inbreukvraag’ hoofdzakelijk beantwoord aan de hand van het totaalindrukkencriterium. In hun aktes na het arrest Mio & Konektra hebben partijen gelegenheid gehad om hun stellingen nader te concretiseren aan de hand van voornoemd overnamecriterium.



Het ondergedeelte – van alle sandalen





6.53.
De rechtbank overweegt dat het auteursrechtelijk beschermde element van het ondergedeelte van de Birkenstock sandalen, te weten de wand van de profiellijn, op herkenbare wijze is overgenomen in de sandalen van Lidl c.s., zodat sprake is van inbreuk. Lidl c.s. hebben bij conclusie van antwoord onder andere de volgende foto’s overgelegd, waarop links het ondergedeelte van Birkenstock c.s. is te zien en rechts het ondergedeelte van Lidl c.s. (randnummer: 6.3.3. onder b CvA):














Het ondergedeelte van Lidl c.s. lijkt op deze foto (volledig) vlak te zijn, zonder herkenbare overname van het auteursrechtelijk beschermde element van het ondergedeelte van het ondergedeelte van Birkenstock c.s.



Echter, bij bestudering van de ondergedeeltes van de sandalen die Birkenstock c.s. in het kader van deze procedure aan de rechtbank ter beschikking hebben gesteld, blijkt echter een ander beeld. Ter vergelijking wijst de rechtbank op onderstaande foto’s, die door de griffier zijn gemaakt. Op de linkerfoto’s is zichtbaar het ondergedeelte van de sandalen van Birkenstock c.s. Op de rechterfoto’s is zichtbaar het ondergedeelte van de sandalen van Lidl c.s.











































6.54.
De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat auteursrechtelijk beschermd is het gebruikte hoogteverschil waardoor aan de achterzijde van het ondergedeelte een ‘wand’ is gevormd die naar de voorzijde in hoogte afloopt. Met Birkenstock c.s. is de rechtbank van oordeel dat ook het ondergedeelte van de sandalen van Lidl c.s. bestaat uit een ‘wand’, waarin een zeker hoogteverschil aanwezig is. Hoewel het ondergedeelte van de sandalen van Lidl c.s. als geheel wat platter is in vergelijking tot het ondergedeelte dat wordt gebruikt in de sandalen van Birkenstock c.s., moet worden geconstateerd dat zij verhoudingsgewijs eenzelfde soort verloop kent. Dat verloop wordt gekenmerkt door een hogere achterkant die met een duidelijk zichtbare golf afloopt naar een plattere voorkant. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een herkenbare overname van de auteursrechtelijk beschermde ‘wand’ van het ondergedeelte. Niet gesteld of gebleken is dat Birkenstock c.s. daarvoor toestemming heeft verleend. Dit leidt ertoe dat Lidl Nederland en R&N inbreuk maken op het auteursrecht van Birkenstock c.s. dat rust op dat element van het ondergedeelte.



6.55.
Lidl c.s. hebben er ten aanzien van de Boston sandaal nog expliciet op gewezen dat het ondergedeelte bij deze sandaal minder goed zichtbaar is, omdat het grotendeels wordt afgedekt door de upper van de Boston. De rechtbank is echter van oordeel dat ook bij de door Lidl c.s. op de markt gebrachte sandaal, die overeenstemmende kenmerken vertoond met de door Birkenstock c.s. ontworpen Boston sandaal, het ondergedeelte herkenbaar is overgenomen, zodat ook met deze sandaal inbreuk wordt gemaakt. Daarvoor wordt verwezen naar de onderstaande foto die is gemaakt door de griffier. Het verloop dat wordt gekenmerkt door een hogere achterkant die met een duidelijk zichtbare golf afloopt naar een plattere voorkant is onmiskenbaar zichtbaar.



















Dit leidt ertoe dat Lidl c.s. inbreuk maken op het ondergedeelte van alle vijf de sandalen van Birkenstock c.s.




De (upper van model) Madrid





6.56.

Als auteursrechtelijk beschermd element van de Madrid heeft de rechtbank aangemerkt: het verloop van de duidelijk zichtbare smallere strap van circa twee centimeter breed, over een duidelijk zichtbare bredere band van circa vijf centimeter.










De rechtbank is van oordeel dat ook hier, in tegenstelling tot hetgeen door Lidl c.s. is bepleit, sprake is van overname, zonder toestemming van Birkenstock c.s., op herkenbare wijze. Gewezen wordt op onderstaande foto’s die zijn gemaakt door de griffier. Op de linkerfoto is zichtbaar de Madrid van Birkenstock c.s. en op de rechterfoto is zichtbaar de gelijkende sandaal van Lidl c.s.



Lidl c.s. hebben nog gewezen op de omstandigheid dat de bovenliggende strap die zij gebruiken ruim één centimeter breder is dan de door Birkenstock c.s. gebruikte strap. Dat is een verschil, echter dat doet niets af aan de omstandigheid dat dit een herkenbare overname betreft. Met dit oordeel is gegeven dat Lidl Nederland en R&N inbreuk maken op het auteursrecht van Birkenstock c.s. op de (upper van model) Madrid.




Grondslag (ii) - slaafse nabootsing





6.57.
Aangezien de rechtbank in al het voorgaande heeft geoordeeld dat Lidl c.s. enkel inbreuk maken op de het auteursrecht van Birkenstock c.s. dat rust op het ondergedeelte van alle vijf sandalen en de upper van de sandaal Madrid, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing voor wat betreft de uppers van de Arizona, Florida, Boston en Gizeh.



Inleidende overweging





6.58.
De rechtbank overweegt – inleidend – dat in de literatuur is betoogd dat voor een verbod op grond van slaafse nabootsing van uitsluitend (elementen van) de vormgeving van een product, met name als (die elementen van) dat product niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking (komen) komt, geen plaats is. Deze redenering steunt op het argument dat dit strijdig is met het doel van diverse Europeesrechtelijke regelingen, in het bijzonder met artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Of hiervan sprake is, is uiteindelijk ter beslissing aan het HvJ EU in een procedure op de voet van artikel 267 VWEU. De rechtbank ziet geen aanleiding om over deze kwestie vragen van uitleg te stellen aan het HvJ EU. Uit hetgeen de rechtbank hierna oordeelt, volgt dat het beroep op slaafse nabootsing, op inhoudelijke gronden, niet kan slagen. Aldus bestaat, in het licht van artikel 267 VWEU, geen noodzaak tot het stellen van vragen van uitleg.



Inhoudelijk





6.59.
Het relevante juridische kader, dat volgt uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad, is als volgt. Ten aanzien van nabootsing van een stoffelijk product dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom geldt dat nabootsing van dit product in beginsel vrijstaat, zij het dat dit beginsel uitzondering lijdt wanneer door die nabootsing verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. Nabootsing op een wijze die nodeloos verwarring veroorzaakt, is een vorm van oneerlijke mededinging, waartegen met een vordering uit onrechtmatige daad kan worden opgekomen. Van verwarring ten aanzien van een nagebootst product kan eerst sprake zijn indien dat product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op die markt (het ‘Umfeld’). De mate waarin dat product zich dient te onderscheiden van die gelijksoortige producten om bij het verschijnen van nabootsingen ervan een gevaar voor verwarring te kunnen doen ontstaan, hangt onder meer af van de aard en de hoeveelheid gelijksoortige producten die zich op dat moment op de desbetreffende markt bevinden.



6.60.
Bij de beoordeling of de consument een nabootsing zal kunnen verwarren met het nagebootste product gaat het om de invloed van de gelijkenis op diens aankoopbeslissing. Daarbij is bepalend de totaalindruk van elk product en de beschouwing daarvan door een weinig oplettend kopend publiek dat de beide producten meestal niet naast elkaar ziet. De rechter die heeft te beoordelen of in een concreet geval, gelet op de totaalindrukken van vergelijkbare producten, sprake is van een (gevaar voor) nodeloze verwarring bij het desbetreffende publiek, dient daarbij alle relevante omstandigheden van dat geval te betrekken. Daarbij behoeft hij niet als regel ervan uit te gaan dat voor de verwarringsvraag aan punten van overeenstemming meer gewicht toekomt dan aan punten van verschil. Eveneens afhankelijk van de omstandigheden van het geval is of en in hoeverre het publiek zich in het kader van een aankoopbeslissing zal laten leiden door de wijze waarop de producten na aankoop (‘post sale’) zijn of worden waargenomen, of (ook) zal letten op onderdelen die bij gebruik niet zichtbaar zijn, en op de verpakking van de diverse producten. De stelplicht en bewijslast van het eigen gezicht op de markt ligt bij degene die zich op het rechtsgevolg beroept.



6.61.
Bij dit alles geldt voorts dat alleen de uiterlijke verschijningsvorm van het product kan bepalen of het product een eigen gezicht op de markt heeft. Populariteit, bekendheid of een groot marktaandeel zijn daarvoor niet relevant. Een product dat eenmaal een eigen gezicht op de markt heeft gekregen, kan te maken krijgen met een afname van dat eigen gezicht van het product. Dat eigen gezicht kan ook geheel of gedeeltelijk verdwijnen (verwateren), naarmate meer soortgelijke producten op de markt verschijnen en zich handhaven.



6.62.
Of het product een eigen gezicht heeft, moet beoordeeld worden aan de hand van twee relevante ‘peilmomenten’. Het betreft, anders dan door Lidl c.s. bepleit, (i) de marktsituatie ten tijde van de aanvang van de gestelde ‘inbreuk’ en (ii) het moment waarop de rechter uitspraak doet. Bij dit tweede peilmoment geldt de kanttekening dat de rechter slechts rekening kan houden met (onderbouwde) stellingen die partijen in de procedure hebben gebracht voorafgaand aan de uitspraak. In deze zaak is, wegens een lange aanhouding, sprake van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de mondelinge behandeling en de datum waarop dit vonnis wordt gewezen.



6.63.
De rechtbank is van oordeel dat, in het licht van het uitvoerige partijdebat, Birkenstock c.s, gezien de gemotiveerde betwisting door Lidl c.s., onvoldoende hebben gesteld dat de upper van de vier hiervoor genoemde Birkenstock sandalen, op het moment van het wijzen van dit vonnis, nog een eigen gezicht op de markt hebben. Daarbij kan, gelet op de eigen stellingen van Birkenstock c.s., dan ook niet zijn voldaan aan dit criterium in 2018. De rechtbank zal dit oordeel hierna toelichten.



6.64.
Inleidend op deze toelichting overweegt de rechtbank dat Birkenstock c.s. bij dagvaarding de stellingen ten aanzien van deze tweede grondslag zeer minimalistisch hebben ingekleed. Slechts drie randnummers van de dagvaarding hebben betrekking op deze grondslag. Enkel is een samenvatting weergegeven van het juridische kader, met daarbij enkele losse op de zaak betrekking hebbende opmerkingen. Pas nadat Lidl c.s. inhoudelijk hebben geantwoord, hebben Birkenstock c.s. bij akte nadere stellingen ingenomen. Bij die gelegenheid zijn ook een groot aantal producties overgelegd. Deze producties zijn, in de kern, identiek aan de producties die Birkenstock c.s. hebben overgelegd ten behoeve van de procedure tegen winkelketen Scapino, waarin de rechtbank Midden-Nederland op 12 november 2025 vonnis heeft gewezen.



6.65.
Voor het eerste peilmoment is relevant het jaar 2018. De rechtbank sluit daarmee aan bij de stellingen van partijen. Onderkend moet worden dat Birkenstock c.s. erop hebben gewezen dat Lidl c.s. niet in 2018 al van alle relevante Birkenstock sandalen een vermeende nabootsing op de markt hebben gebracht, echter ter zitting is verklaard dat hier geen punt van wordt gemaakt. De uitkomst zou, in de ogen van Birkenstock c.s., niet anders worden.



6.66.
De rechtbank overweegt dat voor het jaar 2018 Birkenstock c.s. geen voldoende concrete en feitelijke onderbouwing in het geding hebben gebracht dat sprake is van een eigen gezicht. Redengevend voor dit oordeel is dat Birkenstock c.s. enkel een onderbouwing hebben gegeven voor het ‘tweede peilmoment’. Tijdens de mondelinge behandeling is namens Birkenstock c.s. verklaard dat het weinig aannemelijk is dat het eigen gezicht in de markt van haar sandalen in 2018 wezenlijk anders was dan vandaag de dag. Hierbij wordt onder meer gewezen op media-aandacht over de Birkenstock sandalen en de omstandigheid dat de verkopen van de (klassieke) Birkenstock sandalen in Nederland jaarlijks meer dan 300.000 paar bedragen. Met Lidl c.s. is de rechtbank van oordeel dat dit geen onderbouwing vormt die kan bijdragen aan de conclusie dat sprake is van een voldoende eigen gezicht op de relevante productmarkt ten tijde van het eerste relevante peilmoment.



6.67.
Ten aanzien van het tweede peilmoment stellen Birkenstock c.s. dat het eigen gezicht op de markt volgt uit door haar uitgevoerde marktonderzoeken. Lidl c.s. hebben verweer gevoerd tegen onder meer de in het onderzoek gevolgde methodiek en de wijze waarop conclusies kunnen worden verbonden aan de door marktonderzoek verkregen data. Hierover hebben partijen in de processtukken en tijdens de mondelinge behandeling uitvoerig gediscussieerd. De rechtbank is van oordeel dat in 2025 (en geëxtrapoleerd naar de datum waarop dit vonnis wordt gewezen) geen sprake kan zijn van een eigen gezicht van de uppers van de betreffende Birkenstock sandalen. Gelet op het debat dat partijen hebben gevoerd, de resultaten van de diverse marktonderzoeken die door Birkenstock c.s. zijn uitgevoerd en de contraonderzoeken van Lidl c.s., is niet aantoonbaar gebleken van dat eigen gezicht. Verder heeft de rechtbank bij dit oordeel betrokken dat Lidl c.s. onderbouwd hebben gesteld dat al gedurende meerdere jaren een groot aantal sandalen, die (zeer) sterk lijken op de diverse Birkenstock sandalen, op de markt zijn gebracht door verschillende aanbieders. Birkenstock c.s. hebben nog betoogd dat Lidl c.s. heeft nagelaten marktaandelen van nabootsers te noemen, waarbij het vermoeden is genoemd dat die aandelen minimaal zijn. De rechtbank overweegt dat uit het grote aantal gelijkende sandalen volgt dat diverse nabootsingen zich op de Nederlandse markt zijn gaan handhaven. Eventuele marktaandelen zijn daarbij van ondergeschikt belang. Van Birkenstock c.s., als wereldwijd opererende onderneming, hadden meer inspanningen verwacht mogen worden tegen nabootsingen. De rechtbank is, zoals hiervoor overwogen, bekend met de inbreukprocedure die Birkenstock c.s. hebben gevoerd tegen winkelketen Scapino. Partijen hebben een groot aantal processtukken uit die procedure als productie ingediend en daaruit volgt dat Birkenstock c.s. al sinds 2015 actief zijn geweest met het aanschrijven van partijen wegens inbreuk. Echter, ook volgt dat Birkenstock c.s. nimmer hebben doorgepakt. Zij hebben feitelijk de situatie toegestaan dat een grote variëteit aan vergelijkbare sandalen op de markt zijn gekomen, die zich ook hebben weten te handhaven. Hierdoor is een groot vormgevingserfgoed ontstaan, waardoor een eventueel eigen gezicht reeds is verwaterd.



6.68.
De vorderingen van Birkenstock c.s., gegrond op onrechtmatig handelen door slaafse nabootsing, kunnen aldus niet worden toegewezen.






De ingestelde vorderingen





6.69.
Met inachtneming van al het voorgaande, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de verschillende door Birkenstock c.s. ingestelde vorderingen. Bij deze beoordeling geldt dat sprake is van een inbreuk door Lidl c.s. op het auteursrecht van Birkenstock c.s. op het ondergedeelte van alle sandalen en de upper van model Madrid.



Vorderingen A en B - stakingsbevel





6.70.
Het gevorderde stakingsgebod zal worden gegeven op de wijze zoals vermeld in de beslissing. De wijze waarop dit gebod zal worden toegewezen is voldoende duidelijk en concreet. Daarmee komt de rechtbank (deels) tegemoet aan de verweren van Lidl c.s. Het gebod zal enkel ten aanzien van het grondgebied van Nederland worden gegeven. De bevoegdheid van de rechtbank, om kennis te nemen van de vorderingen die tegen R&N zijn ingesteld, is beperkt tot het grondgebied van Nederland (zie ook hiervoor rov. 5.2). Birkenstock c.s. hebben geen rechtsfeiten gesteld waaruit volgt dat Lidl Nederland inbreukmakende handelingen heeft verricht buiten het grondgebied van Nederland. In zoverre bestaat geen aanleiding tot toewijzing van een territoriaal ruimer stakingsgebod.



6.71.
Ook de gevorderde dwangsom zal worden toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat de door Birkenstock c.s. gevorderde dwangsom van €5.000,00 per dag redelijk en evenredig is. De dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 250.000,00. Voor het verbeuren van een dwangsom per inbreukmakende sandaal, ziet de rechtbank geen aanleiding. Dat deel van de dwangsomvordering zal worden afgewezen.



Vorderingen C en D – informatiebevel





6.72.
De gevorderde opgave van informatie zal worden toegewezen op de wijze zoals vermeld in de beslissing. De wijze waarop dit gebod zal worden toegewezen is voldoende duidelijk en specifiek. Daarmee komt de rechtbank (deels) tegemoet aan de verweren van Lidl c.s. Ook deze veroordeling zal enkel ten aanzien van het grondgebied van Nederland worden uitgesproken. Geen van partijen heeft inzichtelijk gemaakt vanaf welk moment het inbreukmakende handelen van Lidl Nederland en R&N is aangevangen. De door Birkenstock c.s. als productie 3 bij dagvaarding overgelegde screenshots van de website <www.lidl.nl> geven daarover ook geen inzicht. Bij die screenshots ontbreekt immers een datum waarop die screenshots zijn gemaakt. Vast staat dat Birkenstock c.s. op 7 mei 2024 Lidl Nederland en R&N hebben aangeschreven. In ieder geval op die datum was sprake van inbreukmakend handelen. Enigszins arbitrair zal de rechtbank Lidl Nederland en R&N veroordelen tot de gevorderde opgave vanaf de periode van zes maanden voorafgaand aan de verzending van voornoemde sommatiebrief. De opgave dient dan ook te worden gedaan over de periode vanaf 7 november 2023.



6.73.
Met Lidl c.s. is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde periode van twee weken na betekening van dit vonnis te kort is om op redelijke wijze gevolg te kunnen geven aan de verplichting tot informatieverschaffing. Lidl c.s. hebben, door Birkenstock c.s. onweersproken, verklaard dat een termijn van drie maanden na betekening wel realistisch is. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan Lidl c.s. een kortere termijn te geven dan de genoemde drie maanden.



6.74.
De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen op de wijze zoals is bepaald in de beslissing. De rechtbank ziet aanleiding om de dwangsom op een lager bedrag te bepalen dan gevorderd.



Vorderingen E en F – verklaring voor recht en verwijzing naar schadestaat





6.75.
Met Lidl c.s. is de rechtbank van oordeel dat Birkenstock c.s. geen rechtens te respecteren belang hebben bij de gevorderde verklaring voor recht. In de dagvaarding is met betrekking tot deze vordering toegelicht dat die verklaring nog aan te spannen procedures tegen andere inbreukmakers kan versterken. Dat belang is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende, zodat de gevorderde verklaring niet wordt gegeven.



6.76.
Lidl c.s. hebben geen specifiek verweer gevoerd tegen de verwijzing naar de schadestaatprocedure. Met Birkenstock c.s. is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat Birkenstock c.s. schade hebben geleden ten gevolge van het inbreukmakende handelen door Lidl Nederland en R&N. In zoverre is de vordering van Birkenstock c.s. dan ook toewijsbaar. Door Lidl c.s. is summierlijk onderbouwd verweer gevoerd tegen de gevorderde hoofdelijke aansprakelijkheid voor de eventuele schade van Birkenstock c.s. Dat verweer wordt, gelet op het bepaalde in artikel 6:102 lid 1 BW, verworpen.



Proceskosten





6.77.
Lidl Nederland en R&N zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Birkenstock c.s. maken aanspraak op vergoeding van een proceskostenveroordeling, waarbij zij op grond van artikel 1019h Rv een vergoeding van 80% voor het auteursrechtdeel vorderen en 20% voor het deel over onrechtmatige daad. Op de voet van artikel 1019h Rv wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Birkenstock c.s. hebben de door hen gevorderde kosten voldoende gespecificeerd. Over deze verdeling van het gedeelte auteursrecht en het gedeelte onrechtmatige daad, zijn partijen het eens. De rechtbank zal deze verdeling overnemen.



6.78.
Het indicatietarief in IE-zaken (versie februari 2026) vermeldt voor complexe bodemzaken (na aanvullende akte-/conclusie- wisseling en/of mondelinge behandeling) een maximaal tarief van € 48.000,00. Lidl c.s. hebben niet weersproken dat dit tarief op de onderhavige zaak van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding van het maximale tarief voor een complexe bodemzaak af te wijken. Birkenstock c.s. vorderen een totaalbedrag van (€ 74.176,01 + € 900 =) € 75.076,00 aan gerechtskosten. Van dit bedrag maakt deel uit een bedrag van € 15.287,66 aan kosten voor een marktonderzoek. Nu dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de gestelde onrechtmatige daad, welke subsidiaire grondslag voor de vorderingen wordt afgewezen, komen de kosten voor dit onderzoek niet voor vergoeding in aanmerking. Het griffierecht van € 688,00 wordt afzonderlijk in de kostenstaat meegenomen en daarom ook op de gerechtskosten in mindering gebracht. Nu de vorderingen jegens Lidl Stiftung worden afgewezen, worden de deurwaarderskosten met een derde deel verminderd tot € 626,64. Daarmee resteert een bedrag van € 58.786,13, waarvan € 47.028,90 (80%) valt toe te rekenen aan het auteursrechtdeel. De daarin vervatte bedragen komen de rechtbank redelijk en evenredig voor. Nu de werkelijke kosten (na toepassing van de correctie tot 80%) lager zijn dan het indicatietarief, zullen deze kosten volledig worden toegewezen.



6.79.
De vorderingen waaraan slaafse nabootsing ten grondslag is gelegd, zullen worden afgewezen. Het bedrag aan advocaatkosten zal daarom niet worden aangevuld met de door Birkenstock c.s. gevorderde 20% van het geldende liquidatietarief.



6.80.
Met inachtneming van dit alles, worden de proceskosten aan de zijde van Birkenstock c.s. begroot op:


griffierecht € 688,00


gerechtskosten € 47.028,90


nakosten € 198,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)


Totaal € 47.914,90



6.81.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



6.82.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.



Uitvoerbaar bij voorraad





6.83.
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, hetgeen voor de hand ligt bij een vonnis waarin onrechtmatig handelen wordt vastgesteld. In hetgeen door Lidl c.s. is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen. Lidl c.s. stelt dat exceptionele marktomstandigheden (ruim aanbod van vergelijkbare sandalen van vele producenten en distributeurs gedurende decennia) nopen tot een uitzondering op de hoofdregel. De rechtbank is het daarmee niet eens en van exceptionele omstandigheden is niet gebleken. Ook het beroep dat Lidl c.s. doen op het bestaan van concurrentiegevoelige gegevens, die maken dat het opgavebevel niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard, maakt de beslissing van de rechtbank niet anders. Het staat Birkenstock c.s. immers vrij om reeds naast een eventuele hoger beroepsprocedure een aanvang te maken met een schadestaatprocedure, teneinde hun schade vergoed te krijgen. Daartoe is noodzakelijk dat Birkenstock c.s. inzicht krijgen in de gevorderde gegevens.






7De beslissing


De rechtbank



7.1.
wijst de vorderingen jegens Lidl Stiftung af,



7.2.
gebiedt Lidl Nederland en R&N, ieder afzonderlijk, zich met onmiddellijk ingang na de betekening van dit vonnis te onthouden van iedere inbreuk op het auteursrecht dat rust op de sandaal Madrid van Birkenstock c.s., meer in het bijzonder door met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden het aanbieden en verhandelen van sandalen die inbreuk maken op de auteursrechten die rusten op het ondergedeelte van alle sandalen en de upper van de sandaal Madrid van Birkenstock c.s.,



7.3.
veroordeelt Lidl Nederland en R&N, ieder afzonderlijk, tot betaling aan Birkenstock c.s. van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in strijd handelen met het onder 7.2 genoemde gebod, tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt,



7.4.
veroordeelt Lidl Nederland en R&N, ieder afzonderlijk, om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis aan de advocaten van Birkenstock c.s. een verklaring te verstrekken, vergezeld van relevante documenten ter staving van die verklaring, over de periode vanaf 7 november 2023 over het aantal sandalen die inbreuk maken op het auteursrecht dat rust op het ondergedeelte van alle sandalen en de upper van de sandaal Madrid van Birkenstock c.s. dat Lidl Nederland, respectievelijk R&N en/of hun professionele afnemers in Nederland:


 hebben laten vervaardigen,
 hebben besteld,
 in voorraad hebben (gehad), en/of
 hebben verkocht,



verder dienen Lidl Nederland en R&N de volledige contactgegevens van producenten en/of leveranciers en professionele afnemers op te geven van de sandalen die inbreuk maken op het auteursrecht dat rust op het ondergedeelte van alle vijf sandalen en de upper van de sandaal Madrid van Birkenstock c.s.,




7.5.
veroordeelt Lidl Nederland en R&N, ieder afzonderlijk, tot betaling aan Birkenstock c.s. van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat in strijd is gehandeld met de onder 7.4 genoemde veroordeling, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,



7.6.
veroordeelt Lidl Nederland en R&N hoofdelijk tot vergoeding van de schade die Birkenstock c.s. hebben geleden als gevolg van het door de rechtbank vastgestelde inbreukmakende handelen, nader op te maken bij staat,



7.7.
veroordeelt Lidl Nederland en R&N hoofdelijk in de proceskosten aan de zijde van Birkenstock c.s. van € 47.194,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Lidl Nederland en R&N niet tijdig aan de kostenveroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



7.8.
veroordeelt Lidl Nederland en R&N hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente aan Birkenstock c.s. als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



7.9.
verklaart de beslissingen onder 7.2 tot en met 7.8 uitvoerbaar bij voorraad,






7.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.










Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op
23 september 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!









Bundesgerichtshof 20 februari 2025, ECLI:DE:BGH:2025:200225UIZR16.24.0.


Rechtbank Midden-Nederland 12 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5837.


HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941, Mio & Konektra.


Rechtbank Gelderland 15 januari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:1054.


Vgl. HvJ EU 3 oktober 2013, ECLI:EU:C:2013:635 (Pinckney) en HvJ EU 22 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:28 (Hejduk).


HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941, Mio & Konektra.


Concl. A-G M. Szpunar 8 mei 2025, ECLI:EU:C:2025:330.


Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.


HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941, Mio & Konektra, overweging 79.


HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:750 (Montis/Goossens), rov. 3.5-3.6.


Zie: HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941, Mio & Konektra, overwegingen 84 t/m 87.


Gewezen wordt op het proefschrift: .J. Torenbosch, De slaafse nabootsingsleer getoetst aan het Europese recht (diss. Utrecht), Amsterdam: deLex 2025.


Vgl. Hoge Raad 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6999 (Lego), Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:938 (All Round/Simstars) en de aldaar genoemde verwijzingen.


Rechtbank Midden-Nederland 12 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5837.