Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:7230

2026-08-18 Strafrecht 11502971 \ BR VERZ 25-109 \ 894 ER
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-08-18
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Proces-verbaal
Zaaknummer
11502971 \ BR VERZ 25-109 \ 894 ER
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Mulder-overtreding. Strikt genomen heeft betrokkene de stopstreep voor rood licht overschreden, maar dat heeft zij meteen gecorrigeerd door weer achteruit te rijden. Reden voor matiging

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.691 tekens)
proces-verbaal/uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND


Team strafrecht



Zittingsplaats Nijmegen



zaakgegevens 11502971 \ BR VERZ 25-109 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 263473292 / 018Y43
zitting van 18 augustus 2026




proces-verbaal/beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)




in de zaak van



[betrokkene]


wonende te [adres] [woonplaats]

betrokkene

gemachtigde M. Lagas



tegen


de officier van justitie


De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, bijgestaan door H.H. Roelofs als griffier.



Verschenen zijn:

[persoon 1] , gemachtigde

[persoon 2] , medewerker van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), als vertegenwoordiger van de officier van justitie, hierna te noemen de officier van justitie




Gemachtigde voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
De gedraging wordt niet ontkend. De omstandigheden van het geval rechtvaardigen een matiging. De bestuurster was vanwege een nachtdienst vermoeid. Toen ze de fout ontdekte is ze achteruit gereden om de fout te herstellen. Ook is de redelijke termijn van berechting overschreden.



De officier van justitie voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
Dat de bestuurster door rood is gereden is niet goed te praten. Het herstellen door achteruit te rijden is nog gevaarlijker. Andere weggebruikers verwachten dat niet. De gedraging kan worden vastgesteld. Daarnaast is de redelijke termijn van berechting overschreden. Ik vraag daarom gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en matiging van het sanctiebedrag. De proceskosten voor de kantonfase kunnen worden toegewezen.




Gronden voor de beslissing:


Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.



Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood staat.



De kantonrechter overweegt als volgt.



Gelet op de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht en hetgeen betrokkene heeft aangevoerd is naar het oordeel van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.



Vervolgens dient de kantonrechter te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen of kwijt te schelden.



Betrokkene heeft weliswaar de stopstreep voor het verkeerslicht met rood licht overschreden, maar heeft die fout meteen onderkend en gecorrigeerd door achteruit te rijden. Uit het dossier blijkt niet dat dit als zodanig gevaar heeft opgeleverd. Een en ander gebeurde op 1 januari 2024 om 07.20 uur en het is niet aannemelijk dat er toen erg veel verkeer op de weg was. Bovendien ziet de opgelegde bekeuring niet hierop.
De reden waarom het negeren van een rood verkeerslicht wordt bestraft is het gevaar dat uitgaat van het oversteken van een kruising, verkeersplein etc waar kruisend verkeer te verwachten is. Dat is precies wat betrokkene niet heeft gedaan door een stukje achteruit te rijden en achter de stopstreep alsnog te wachten op groen licht.



De kantonrechter ziet daarin aanleiding voor matiging van het sanctiebedrag tot
€ 180.



Gelet op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2023:6369) ziet de kantonrechter aanleiding om het bedrag van de administratieve sanctie verder te matigen met 25 procent, wegens het overschrijden van de redelijke termijn van berechting.



De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan (de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd) te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Wahv juncto artikel 7:28, tweede lid, van de Awb zodat de in administratief beroep gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Aan het indienen van het beroep bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in toaal 2 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bij de kantonrechter bedraagt € 934. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 toegepast. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in de procedure bij de kantonrechter gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. De officier van justitie zal derhalve worden veroordeeld in de kosten tot een bedrag van € 233,50 (2 x € 934 x 0,5 x 0,25).



Er zal daarom als volgt worden beslist.





Beslissing


De kantonrechter:



-verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing;



-verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;



-wijzigt de beschikking, in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 140;



-verklaart het beroep voor het overige ongegrond;



-bepaalt dat wat betrokkene teveel aan zekerheid heeft gesteld, door de officier van justitie wordt gerestitueerd;



-veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 233,50.










Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,





























Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.



Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: