Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:7164

2026-09-16 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/05/461062
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/05/461062
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

beoordeling van schending van zorgplicht door opdrachtnemer en van de Beklamelnorm

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (31.720 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Zutphen



Zaaknummer: C/05/461062 / HZ ZA 25-374




Vonnis van 16 september 2026




in de zaak van





1ZON ENERGIE BEHEER B.V.,

te Spanbroek,2. MAC-PRO HOLDING B.V.,
te Spanbroek,3. [eiser 3] ,
te [woonplaats] ,4. [eiser 4] ,
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: Zon Energie c.s.
en afzonderlijk van elkaar respectievelijk Zon Energie, MAC-PRO, [eiser 3] en [eiser 4] ,
advocaat: mr. W.J.T. Ursem,



tegen




ENERKAZET HOLDING B.V.,
te Wezep,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Enerkazet,
advocaat: mr. S. Winkels-Koerselman.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 april 2026
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 juli 2026.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

Zon Energie is een onderneming die zich bezighoudt met handel in elektriciteit.
De heer [persoon 1] is bestuurder en enig aandeelhouder van Zon Energie (productie 1 van Zon Energie c.s.)




2.2.
MAC-PRO exploiteert een onderneming op het gebied van (onder meer) projectmanagement, vastgoedbeheer en -bemiddeling en advisering. De heer [persoon 2] is bestuurder en enig aandeelhouder van MAC-PRO (productie 2 van Zon Energie c.s.).



2.3.
Zon Energie, MAC-PRO, [eiser 3] en [eiser 4] zijn alle vier als investeerders betrokken geweest bij Wind Energy Solutions WES B.V. (hierna: WES), een onderneming die zich bezighield met het beheer en de exploitatie van transportnetten voor elektriciteit, gas en warm water (productie 1 van Enerkazet). [persoon 1] was (indirect, via Westfriesland Energie Beheer B.V., waarvan [persoon 1] enig bestuurder en aandeelhouder is) bestuurder en aandeelhouder van (de rechtsvoorganger van) WES (productie 16 van Enerkazet). MAC-PRO (feitelijk [persoon 2] ), [eiser 3] en [eiser 4] (controller) verrichtten tevens werkzaamheden voor (de rechtsvoorganger van) WES.



2.4.
Enerkazet is een onderneming die zich bezighoudt met interim-management en consultancy. De heer [persoon 3] is bestuurder en enig aandeelhouder van Enerkazet (productie 3 van Zon Energie c.s.).



2.5.
Begin 2022 hebben de rechtsvoorganger van WES en Enerkazet een overeenkomst gesloten waarin is afgesproken dat Enerkazet – feitelijk [persoon 3] – voor 1,5 tot twee dagen per week werkzaamheden als CFO zal gaan verrichten voor de rechtsvoorganger van WES. Eén van de taken van Enerkazet was het verkrijgen van financiering ten behoeve van WES.



2.6.
Op 4 oktober 2022 is de rechtsvoorganger van WES in staat van faillissement verklaard. Op 13 oktober 2022 volgde een doorstart (productie 15 van Enerkazet).



2.7.
Na de doorstart is Enerkazet werkzaamheden blijven verrichten voor WES en bovendien mede-aandeelhouder van WES geworden. [persoon 3] heeft in zijn e-mailbericht van 8 februari 2023 (productie 4 van Zon Energie c.s.) het door Enerkazet bij WES te factureren tarief voor het jaar 2023 en volgende berekend, uitgaande van een inzet van één dag per maand op basis van een aandeelhoudersafspraak.



2.8.
In oktober 2022 heeft Westfriesland Energie Beheer B.V. een leningovereenkomst gesloten met onder andere Zon Energie en Enerkazet als schuldeisers ten behoeve van een bedrijfskrediet van in totaal € 400.000,00, op grond waarvan Zon Energie en Enerkazet respectievelijk € 200.000,00 en € 25.000,00 hebben uitgeleend, welke bedragen zijn overgemaakt op de bankrekening van WES (productie 18 van Enerkazet).



2.9.

In 2023 bestond bij WES behoefte aan aanvullende financiering. [persoon 3] heeft daarom in september 2023 een beroep op de aandeelhouders gedaan om deel te nemen aan een overbruggingsfinanciering (productie 6 van Zon Energie c.s.). In zijn e-mailbericht van 22 september 2023 heeft [persoon 3] de aandeelhouders daartoe oproepen en daarbij onder meer het volgende medegedeeld:

“De in deze ronde participerende lening gevers verkrijgen voor huidige en toekomstige vorderingen op Westfriesland Beheer B.V. en (… WES, rb) pandrecht op voorraad, huidige en toekomstige vorderingen, IP en bedrijfs- en kantoorinventaris. (…)”
Daarbij is verwezen naar bijgevoegde informatie, zijnde een Power Point-presentatie waarin het pandrecht is genoemd en ook waarop het zal worden gevestigd.




2.10.

Bij overeenkomst van geldlening van 9 oktober 2023 (productie 10 van Zon Energie c.s.) hebben Zon Energie, MAC-PRO, [eiser 3] en [eiser 4] in totaal € 335.000 aan WES geleend. In deze overeenkomst is onder meer bepaald:

“
Artikel 4. Zekerheden:


Schuldeisers verkrijgen eerste pandrecht op voorraad, huidige en toekomstige vorderingen, IP en bedrijfsinventaris van schuldenaar”.

Op 9 oktober 2023 hebben de partijen bij die overeenkomst van geldlening eveneens een pandakte (hierna: de pandakte) getekend die deel uitmaakt van de overeenkomst van geldlening. In de pandakte is opgenomen dat WES aan de schuldeisers (Zon Energie c.s.) een stil pandrecht, eerste in rang, heeft verleend tot een bedrag van € 535.000,00 op alle huidige en toekomstige vorderingen, alle intellectuele eigendomsrechten en de bedrijfsinventaris van WES.




2.11.
Bij e-mailbericht van 8 april 2024 (productie 19 van Zon Energie c.s.) heeft [persoon 3] stukken aan [persoon 1] gestuurd, waaronder het (concept) besluit van aandeelhouder WFEB (naar de rechtbank begrijpt: Westfriesland Energie Beheer B.V.) van WES om de aangifte tot faillietverklaring van WES te doen.



2.12.
Op 16 april 2024 heeft rechtbank Noord-Holland WES in staat van faillissement verklaard en mr. [curator] tot curator (hierna te noemen: de curator) benoemd (productie 12 van Zon Energie c.s.).



2.13.

Bij e-mailbericht van 27 mei 2024 (productie 13 van Zon Energie c.s.) heeft de curator [persoon 1] medegedeeld dat hij niet heeft geconstateerd dat een pandrecht is gevestigd zoals omschreven in de pandakte. Hij heeft daarbij het volgende toegelicht:

“Vestiging van een pandrecht kan openbaar en stil geschieden. Jullie hebben gekozen voor een stil pandrecht. (…) In jullie geval is sprake van een onderhandse akte, waarbij (toekomstige) vorderingen en goederen verpand zijn via een onderhandse akte. De onderhandse akte is niet geregistreerd. Dit maakt dat geen sprake is van het tot stand zijn gekomen van een pandrecht.”





2.14.
Bij brief van 1 november 2024 (productie 14 van Zon Energie c.s.) heeft de advocaat van Zon Energie c.s. Enerkazet aansprakelijk gesteld voor schade die Zon Energie c.s. lijdt als gevolg van het feit dat de pandakte niet was geregistreerd bij de Belastingdienst. In de brief is onder meer gesteld dat Enerkazet aansprakelijk is voor de door Zon Energie c.s. geleden schade (€ 535.000,00) omdat [persoon 3] niet heeft gewezen op en/of geadviseerd over de noodzaak van het vestigen van het pandrecht. Namens Zon Energie c.s. is gesteld dat Enerkazet haar zorgplicht heeft geschonden en is Enerkazet gesommeerd genoemd bedrag voor 21 november 2024 aan Zon Energie over te maken.



2.15.
Bij e-mailbericht van 16 december 2024 (productie 15 van Zon Energie c.s.) heeft de advocaat van Enerkazet de aansprakelijkheid van Enerkazet voor de door Zon Energie c.s. gestelde schade afgewezen. Daarbij is aangevoerd dat de rol van Enerkazet bij de totstandkoming van de financiering maar zeer beperkt was, dat aan haar nooit de opdracht is verstrekt om zorg te dragen voor het registreren van het pandrecht en dat niet geloofwaardig is dat Zon Energie c.s. dacht dat met het ondertekenen van de pandakte het pandrecht was gevestigd. Namens Enerkazet is verder gesteld dat Zon Energie c.s. zelf verantwoordelijk was voor registratie van de pandakte, dat Enerkazet niet de adviseur van Zon Energie c.s. was en ook geen bestuurder van de pandgever (WES), zodat er geen grondslag is voor de gestelde aansprakelijkheid.


2.16.
Bij e-mailbericht van 10 april 2025 (productie 16 van Zon Energie c.s.) heeft de advocaat van Zon Energie c.s. gereageerd op het bericht van 16 december 2024. Daarin is betwist dat de rol van Enerkazet bij de totstandkoming van de financiering maar beperkt was. Namens Zon Energie c.s. is gesteld dat Enerkazet bij de financiering en de verpanding als adviseur van alle partijen optrad en als feitelijk bestuurder van WES verantwoordelijk is voor de gang van zaken rond de financieringsactiviteiten.





3Het geschil


3.1.

Zon Energie c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat Enerkazet ten opzichte van Zon Energie c.s. toerekenbaar is tekort geschoten dan wel jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld;
II. Enerkazet te veroordelen tot betaling van € 535.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, te weten de door Zon Energie c.s. geleden schade, althans op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, doordat Zon Energie c.s. een vordering van die omvang als concurrente crediteur (in plaats van separatist) in heeft moeten dienen in het faillissement van WES, waartoe geen uitkering zal komen, terwijl er bij een rechtsgeldig gevestigd pandrecht wel verhaal zou zijn geweest voor de vordering van Zon Energie c.s., te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. Enerkazet te veroordelen in de kosten van deze procedure, de kosten van de advocaat van Zon Energie c.s. en nakosten en de wettelijke rente daarover indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis is voldaan.




3.2.
Zon Energie c.s. legt samengevat aan haar vorderingen ten grondslag dat Enerkazet haar zorgplicht heeft geschonden doordat zij Zon Energie c.s. niet heeft geadviseerd over de vereisten voor een rechtsgeldige vestiging van het pandrecht en evenmin zelf heeft gezorgd voor die vestiging. Daarnaast heeft Enerkazet de Beklamel-norm geschonden doordat zij de leiding heeft genomen bij het financieringstraject en als feitelijk bestuurder/beleidsbepaler van WES aansprakelijk is voor de door Zon Energie c.s. geleden schade. Zon Energie c.s. stelt dat Enerkazet een ernstig persoonlijk verwijt is te maken omdat zij wist of behoorde te weten dat WES niet aan haar terugbetalingsverplichting zou kunnen voldoen.



3.3.
Enerkazet B.V. voert verweer. Enerkazet B.V. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Zon Energie c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Zon Energie c.s., met veroordeling van Zon Energie c.s. in de kosten van deze procedure.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
Uit de pandakte van 9 oktober 2023 blijkt dat het tussen WES en Zon Energie c.s. overeengekomen pandrecht een stil pandrecht is. Een stil pandrecht wordt gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte (artikel 3:237 BW). Omdat tussen Zon Energie c.s. en WES een pandrecht is overeengekomen bij onderhandse pandakte, was voor de vestiging van dat pandrecht nodig de pandakte te registreren. Dat is niet gebeurd. Zon Energie c.s. stelt dat zij als gevolg van het niet vestigen van het pandrecht schade heeft geleden en dat Enerkazet aansprakelijk is voor die schade. Zon Energie c.s. beroept zich daarbij op schending door Enerkazet van (1) een zorgplicht en (2) de Beklamelnorm.



1. Schending van een zorgplicht





4.2.
Zon Energie c.s. legt aan haar stelling dat Enerkazet jegens haar een zorgplicht heeft geschonden ten grondslag dat Enerkazet de taak had om financiering te regelen en dat van [persoon 3] , gelet op zijn professionele deskundigheid, mocht worden verwacht dat hij de investeerders adviseerde over de rechtsgeldige vestiging van het pandrecht. Door Zon Energie c.s. er niet op te wijzen dat het pandrecht moest worden geregistreerd en evenmin zelf zorg te dragen voor die registratie heeft Enerkazet als interim-CFO en professioneel adviseur haar zorgplicht geschonden. Daardoor is Enerkazet tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens de investeerders, aldus nog steeds Zon Energie c.s.



4.3.
Enerkazet betwist dat zij enige zorgplicht jegens Zon Energie c.s. heeft geschonden. Zij voert aan dat zij na beantwoording van vragen van [eiser 4] op 5 oktober 2023 niets meer heeft vernomen over de totstandkoming van de overeenkomst en de pandakte, die op 9 oktober 2023 zijn ondertekend. Het idee van het pandrecht was volgens Enerkazet afkomstig van [persoon 1] , die de overeenkomst en de pandakte – behalve namens Zon Energie – ook namens WES heeft ondertekend. Enerkazet erkent dat het haar taak was om als parttime CFO financiering voor WES te verkrijgen. Zij betwist echter dat zij die financiering diende af te wikkelen en/of dat zij de opdracht had gekregen om de pandakte te registreren. Enerkazet wijst erop dat zij de pandakte ook niet kon registreren omdat zij niet bevoegd was om WES te vertegenwoordigen. Zon Energie c.s. had als pandhouder zelf de pandakte kunnen en moeten registreren. Enerkazet wijst erop dat zij een contractuele relatie had met WES, maar niet met Zon Energie c.s, zodat Zon Energie c.s. haar ook niet kan aanspreken op contractuele verplichtingen.



4.4.
De rechtbank stelt vast dat er geen sprake was van een contractuele relatie tussen Zon Energie c.s. en Enerkazet. Er was sprake van een overeenkomst van opdracht tussen WES en Enerkazet, maar niet tussen Zon Energie c.s. en Enerkazet. Dat betekent dat Enerkazet alleen jegens haar opdrachtgever WES de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moest nemen (artikel 7:401 BW). De stelling van Zon Energie c.s. dat Enerkazet vanwege de professionele deskundigheid van [persoon 3] opdracht van WES had gekregen om de financiering te verkrijgen, leidt niet tot een contractuele zorgplicht van Enerkazet ( [persoon 3] ) jegens Zon Energie c.s., omdat er geen sprake is van een overeenkomst van opdracht tussen Zon Energie c.s. en Enerkazet. Ter zitting is namens Zon Energie c.s. gesteld dat Enerkazet ook de plicht had om het bestuur van WES te adviseren en daarnaast, op grond van door [persoon 3] gewekt vertrouwen, ook de aandeelhouders/investeerders. De rechtbank begrijpt dat [persoon 1] , door het contact dat hij met [persoon 3] had, wellicht verwachtte dat [persoon 3] hem zowel in zijn hoedanigheid van bestuurder van WES, als in zijn hoedanigheid van aandeelhouder en investeerder van WES adviseerde. [persoon 3] (Enerkazet) had echter slechts een contractuele adviesrol en zorgplicht jegens WES en Zon Energie c.s. heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat [persoon 3] daarbij het vertrouwen heeft gewekt op grond waarvan Zon Energie c.s. er gerechtvaardigd van mocht uitgaan dat Enerkazet ook jegens haar een adviesrol en/of zorgplicht had. Van schending door Enerkazet jegens Zon Energie c.s. van enige contractuele zorgplicht is aldus geen sprake.



4.5.
Voor zover Zon Energie c.s. stelt dat Enerkazet jegens Zon Energie c.s. onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens WES, overweegt de rechtbank als volgt. Wil deze grondslag kunnen slagen, dan is in ieder geval vereist dat komt vast te staan dat Enerkazet een contractuele norm heeft geschonden jegens WES. In dit kader heeft Zon Energie c.s. slechts betoogd dat hiervan sprake is, omdat Zon Energie jegens WES de verplichting had om haar te informeren over de registratie van de pandakte als vestigingsvereiste. Dat Enerkazet die verplichting had jegens WES is echter door haar betwist en verder door Zon Energie c.s. niet onderbouwd. Het ligt ook niet voor de hand dat Enerkazet die verplichting had. In dit geval trad WES op als geldlener en pandgever en als zodanig had zij geen belang bij de vestiging van de pandrechten. Dat belang lag volledig bij Zon Energie c.s. als financier en pandhouder. Zoals ook Zon Energie c.s. tijdens de mondelinge behandeling heeft beaamd, is het in de regel de pandhouder die zorgdraagt voor de registratie van de pandakte, juist omdat het de pandhouder is die belang heeft bij de correcte totstandkoming van de zekerheden. In het licht hiervan kan uit de enkele opdracht van WES aan Enerkazet om financiering te regelen niet de verplichting worden afgeleid van Enerkazet om WES te informeren over de specifieke handelingen die de financiers moeten uitvoeren om de pandakte te laten registreren.



4.6.
Hiervoor is overwogen dat Enerkazet geen contractuele zorgplicht jegens Zon Energie c.s. heeft geschonden en ook niet aansprakelijk is jegens Zon Energie c.s. vanwege een door haar jegens WES gepleegde wanprestatie. Wat dan als mogelijke grondslag resteert is dat Enerkazet een rechtstreekse, buitencontractuele, zorgplicht had jegens Zon Energie c.s.


4.6.1.
In bijzondere gevallen kan een dergelijke buitencontractuele zorgplicht worden aangenomen. Hierbij kan worden gedacht aan functionarissen (bijvoorbeeld een notaris of accountant) die onder omstandigheden aansprakelijk kunnen zijn jegens derden voor onjuiste informatie in door hen vervaardigde, ook door derden te lezen stukken. Of aan opdrachtnemers (zoals een advocaat) die onder omstandigheden gehouden kunnen zijn bij hun dienstverlening rekening te houden met hen bekende of redelijkerwijs kenbare gerechtvaardigde belangen van derden die in voor hen nadelige zin zouden kunnen worden geraakt door het (voorgenomen) handelen of nalaten waarop hun dienstverlening betrekking heeft.



4.6.2.
Als de rechtbank Zon Energie c.s. goed begrijpt, dan betoogt zij in dit kader dat Enerkazet haar actief had moeten adviseren over de vereisten voor vestiging van het pandrecht, omdat zij door de heer [persoon 1] (betrokken zowel als aandeelhouder en bestuurder bij WES als bij de financiering als grootste financier) was aangetrokken als interim-CFO vanwege haar speciale kennis en omdat Enerkazet wist dat Zon Energie c.s. op het gebied van financieringen en zekerheden leken waren. Enerkazet had veelvuldig contact met Zon Energie c.s. en in deze contacten trad Zon Energie c.s. soms op als betrokkene bij WES (bijvoorbeeld als werknemer of bestuurder) en soms als potentiële wederpartij (financier). Bij dit proces heeft Zon Energie c.s., ook in haar hoedanigheid van wederpartij van WES, geleund op de kennis van Enerkazet. Gelet hierop had Enerkazet Zon Energie c.s. – ook zonder contractuele relatie – moeten adviseren, aldus nog steeds Zon Energie c.s.



4.6.3.
De rechtbank stelt vast dat het betoog van Zon Energie c.s. veel verder gaat dan dat Enerkazet bij haar dienstverlening aan haar opdrachtgever rekening moest houden met de haar kenbare gerechtvaardigde belangen van derden. Het betoog van Zon Energie c.s. komt erop neer dat Enerkazet gratis diensten moest verrichten aan derden (adviseren over de registratie van de pandakte) die zij (gelet op hetgeen hiervoor onder 4.5 is overwogen) niet hoefde te verrichten aan haar opdrachtgever. De rechtbank ziet geen grond voor een dermate verstrekkend oordeel. Het is daarbij ook niet zo dat Enerkazet een bijzondere functie vertolkte (zoals een notaris of een accountant), laat staan dat Enerkazet in die hoedanigheid onjuiste informatie zou hebben vertrekt waarop derden hun handelen hebben gebaseerd.



4.6.4.
De rechtbank ziet aldus geen grond voor het oordeel dat Enerkazet, door Zon Energie c.s. niet actief te informeren over de registratie van de pandakte als vestigingsvereiste van de pandrechten, een buitencontractuele zorgplicht heeft geschonden jegens Zon Energie c.s. Het had op de weg van Zon Energie c.s. gelegen om desgewenst zelf een adviseur in te schakelen. Zij mocht er niet van uitgaan dat de adviseur van haar contractspartij ook in haar belang zou optreden en haar zou adviseren hoe te handelen.




4.7.
Het voorgaande brengt met zich dat de vorderingen van Zon Energie c.s. moeten worden afgewezen, voor zover zij zijn gegrond op een zorgplichtschending van Enerkazet.



2. Schending van de Beklamelnorm





4.8.
Zon Energie c.s. stelt verder dat Enerkazet als bestuurder van WES aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van het achterwege blijven van de registratie van het pandrecht omdat Enerkazet als feitelijk beleidsbepaler van WES was aan te merken. Zon Energie c.s. heeft in dit kader aangevoerd dat Enerkazet in de lead is geweest bij het verkrijgen van de financiering voor WES en het aangaan van overeenkomsten met derden. Enerkazet verrichtte volgens Zon Energie c.s. met enige regelmaat bestuurshandelingen voor WES en had structurele bemoeienis met het dagelijkse reilen en zeilen van WES. Zon Energie stelt dat Enerkazet met het sluiten van de overeenkomst van geldlening een verplichting namens WES is aangegaan waarvan zij wist of behoorde te weten dat WES daar niet aan kon voldoen. Ten slotte had Enerkazet een grote rol bij het aanvragen van het faillissement van WES. Zon Energie c.s. stelt dat uit al deze omstandigheden blijkt dat Enerkazet een persoonlijk ernstig verwijt treft doordat zij als feitelijk bestuurder of beleidsbepaler heeft bewerkstelligd dat WES haar verplichtingen niet is nagekomen en de mogelijkheden tot verhaal voor Zon Energie c.s. heeft gefrustreerd.



4.9.
Enerkazet betwist dat zij de geldleningsovereenkomst namens WES is aangegaan. Ter onderbouwing voert zij aan dat zij van het bestuur van WES geen enkele vertegenwoordigingsbevoegdheid had gekregen. Zij wijst erop dat noch de overeenkomst van geldlening, noch de pandakte door haar is ondertekend namens WES. Dat heeft [persoon 1] als bestuurder van WES gedaan. Daarnaast betwist Enerkazet dat zij het beleid van WES (mede) bepaalde en dat zij bestuurshandelingen verrichtte. Zij had slechts een adviserende rol bij de financierings-uitvraag en het vormgeven, formuleren en vastleggen van de daartoe strekkende voorwaarden omdat dit tot haar opdracht als interim CFO behoorde. Dat maakt echter niet dat zij als feitelijk bestuurder kwalificeert. De Beklamel-norm is daarom niet van toepassing. Enerkazet betwist ten slotte dat haar een persoonlijk ernstig verwijt treft.



4.10.
De rechtbank stelt voorop dat, wanneer een rechtspersoon tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, het uitgangspunt is dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is echter, naast aansprakelijkheid van die rechtspersoon, ook ruimte voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid van een bestuurder jegens derden op grond van de zogenoemde Beklamelnorm is vereist dat een bestuurder namens de vennootschap een verplichting aangaat terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor de als gevolg daarvan door de wederpartij te lijden schade (HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR: 1989:AB9521). In zo’n geval kan in beginsel worden aangenomen dat de bestuurder een zodanig verwijt treft dat hij op grond van artikel 6:162 BW persoonlijk aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade.



4.11.
Vast staat dat Enerkazet geen statutair bestuurder van WES was. Enerkazet kan daarom slechts op grond van schending van de Beklamelnorm worden aangesproken indien zij feitelijk (mede) het beleid van WES bepaalde als ware zij bestuurder van WES. Van belang is dat [persoon 1] , die wél statutair bestuurder van WES was, ter zitting heeft verklaard dat hij de koers binnen WES bepaalde en de baas was bij WES. Dit past ook bij de – niet weersproken – opmerking van [persoon 3] ter zitting dat [persoon 1] bij de uitvoering sturend was. Verder is gebleken dat de inzet van Enerkazet als interim-CFO bij WES beperkt was nu [persoon 1] en [persoon 3] ter zitting hebben verklaard dat [persoon 3] een dag à een halve dag per week voor WES werkte. Gelet op het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat Enerkazet zo’n dominante rol binnen WES speelde dat zij als feitelijk bestuurder was aan te merken. Daarbij heeft Zon Energie c.s. haar stelling dat Enerkazet diverse bestuurshandelingen verrichtte na betwisting door Enerkazet onvoldoende onderbouwd en is niet gebleken dat Enerkazet/ [persoon 3] overeenkomsten namens WES sloot en/of dat Enerkazet bevoegd was om WES te vertegenwoordigen. Het was ook niet Enerkazet ( [persoon 3] ), maar [persoon 1] die op 9 oktober 2025 de overeenkomst van geldlening en de pandakte namens WES ondertekende.



4.12.
Dat Enerkazet namens WES de financiering en het pandrecht is aangegaan terwijl zij wist of had moeten begrijpen dat WES haar verplichtingen daaruit niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade die Zon Energie c.s. daardoor zou lijden, volgt de rechtbank evenmin. Enerkazet is de overeenkomst en het pandrecht niet voor WES aangegaan. Dat heeft [persoon 1] gedaan. Enerkazet heeft WES daarbij geadviseerd, maar dat betekent niet dat zij de verplichtingen namens WES is aangegaan. Daar komt nog bij dat Zon Energie c.s. niet heeft onderbouwd dat Enerkazet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst van geldlening wist of behoorde te weten dat WES niet aan haar daaruit voortvloeiende verplichtingen zou kunnen voldoen. Zon Energie c.s. stelt dat Enerkazet betrokken is geweest bij het aanvragen van het faillissement. Zij heeft daarbij gewezen op het e-mailbericht van 8 april 2024. Daaruit blijkt dat [persoon 3] het (concept) besluit van aandeelhouder WFEB aan [persoon 1] heeft gestuurd om de aangifte tot faillietverklaring van WES te doen. Omdat [persoon 1] bestuurder van WFEB is blijkt hieruit dat het juist [persoon 1] was die heeft besloten tot aangifte tot faillietverklaring en niet Enerkazet ( [persoon 3] ). Bovendien dateert de overeenkomst van geldlening van 9 oktober 2023 en valt zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet in te zien waarom toen al bekend was dat WES een half jaar later haar eigen faillissement zou moeten aanvragen.



4.13.
Het beroep van Zon Energie c.s. op schending van de Beklamelnorm kan gelet op het voorgaande niet slagen. Allereerst niet omdat Enerkazet ( [persoon 3] ) niet is aan te merken als feitelijk bestuurder van WES en ook overigens niet omdat niet is gebleken dat Enerkazet namens WES een overeenkomst heeft gesloten waarvan zij wist of behoorde te weten dat WES niet aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen zal kunnen voldoen.



Tot slot





4.14.
Uit het voorgaande vloeit voort dat niet is gebleken van schending van een zorgplicht of van onrechtmatig handelen door Enerkazet als opdrachtnemer en evenmin van schending van de Beklamelnorm door Enerkazet als feitelijk bestuurder van WES. De vorderingen van Zon Energie c.s. zijn daarom niet toewijsbaar.



4.15.
Zon Energie c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enerkazet worden begroot op:









- griffierecht


€


7.062,00







- salaris advocaat


€


7.446,00


(2 punten × € 3.723,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


14.697,00











4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



4.17.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.





5De beslissing


De rechtbank



5.1.
wijst de vorderingen van Zon Energie c.s. af,



5.2.
veroordeelt Zon Energie c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 14.697,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Zon Energie c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
veroordeelt Zon Energie c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.









Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

JO/ES




!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!