Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:7114

2026-09-17 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht ARN 26/2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-09-17
Publicatiedatum
2026-09-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ARN 26/2
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak gaat over de aansprakelijkstelling van de gemeente Arnhem voor de door verzoeker geleden schade die is ontstaan door een foutieve naamsvermelding in het paspoort van verzoeker. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.289 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND


Bestuursrecht



zaaknummer: ARN 26/2

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2026


in de zaak tussen


[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker


en


het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem.


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de aansprakelijkstelling van de gemeente Arnhem voor de door verzoeker geleden schade die is ontstaan door een foutieve naamsvermelding in het paspoort van verzoeker.



1.1.
Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.




Procesverloop


2. Verzoeker heeft de gemeente Arnhem bij brief van 9 oktober 2025 aansprakelijk gesteld voor kosten die verzoeker heeft moeten maken naar aanleiding van foutief verstrekte informatie van de afdeling Burgerzaken.



2.1.
Op 15 december 2025 heeft de afdeling Burgerzaken een reactie gegeven op de aansprakelijkstelling. Op 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de schadeclaim afgewezen.



2.2.
Het is niet nodig dat partijen worden gehoord. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd om van dit beroep kennis te nemen. Daarom sluit de rechtbank het onderzoek en doet zij zonder zitting uitspraak.




Beoordeling door de rechtbank



Juridisch kader

3. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter een bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van schade als de schade is veroorzaakt door een onrechtmatig besluit (onderdeel a), een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een besluit (onderdeel b), het niet tijdig nemen van een besluit (onderdeel c), of ) een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan waarbij een persoon die valt onder de Ambtenarenwet, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden belanghebbende zijn (onderdeel d). De bevoegdheid van de bestuursrechter is (gelet op onderdeel a, b en c) beperkt tot schade die voldoende samenhangt met besluitvorming.



3.1.
Voor toepassing van onderdeel b volgt uit de memorie van toelichting bij de Awb dat deze bepaling uitsluitend kan worden toegepast indien de voorbereidingshandeling samenhangt met een besluit en de onrechtmatigheid van dat besluit is komen vast te staan. Uit de rechtspraak volgt dat feitelijk handelen alleen onder artikel 8:88 van de Awb kan vallen indien het kan worden aangemerkt als een voorbereidingshandeling van een besluit. Ontbreekt die samenhang met besluitvorming, dan valt het geschil buiten het bereik van deze bepaling.



3.2.
Onder een besluit wordt verstaan: “een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling”.



Toepassing op deze zaak

4. Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift aangegeven dat hij een schadevergoeding van de burgemeester wil. Als gevolg van een mondelinge uitspraak van een van de medewerksters van de afdeling Burgerzaken van de Gemeente Arnhem is verzoeker in de (financiële) problemen gekomen. Verzoeker geeft aan dat hij bij de transitie van het oude naar het nieuwe paspoort een vliegticket heeft geboekt en daarbij de tenaamstelling heeft gebruikt zoals die op het ‘oude’ paspoort stond. Dit heeft verzoeker gedaan omdat hij aan de balie bij het aanvragen van het nieuwe paspoort heel specifiek aan de baliemedewerker heeft gevraagd hoe de tenaamstelling in het nieuwe paspoort zou komen. Toen verzoeker het nieuwe paspoort ontving klopte de tenaamstelling niet meer met de tenaamstelling op het vliegticket waardoor eiser zijn ticket moest cancelen en een nieuw ticket heeft moeten kopen dat vervolgens duurder was. In totaal heeft eiser € 624 schade geleden.




4.1.
De rechtbank concludeert dat géén van de situaties uit artikel 8:88, eerste lid, van de Awb zich in deze zaak voordoet. Wat onder a en b is opgenomen is niet van toepassing, omdat de gestelde schadeoorzaak, namelijk de mondelinge uitspraak van een medewerkster van de afdeling Burgerzaken, niet is aan te merken als een besluit, laat staan een onrechtmatig besluit. Ook is de gestelde schadeoorzaak niet aan te merken als voorbereidingshandeling op een onrechtmatig besluit. Een mondelinge mededeling van een medewerkster van de afdeling Burgerzaken van de Gemeente Arnhem, waardoor verzoeker in de financiële problemen stelt te zijn geraakt is een feitelijke handeling en geen schriftelijke beslissing die gericht is op rechtsgevolg (en daarmee geen rechtshandeling). De situatie genoemd onder c is niet aan de orde, omdat niet is gesteld of gebleken dat verweerder niet tijdig op een aanvraag heeft beslist. Tot slot is van de situatie onder d ook geen sprake, omdat verzoeker niet valt onder de categorie personen waarnaar in dat artikel wordt verwezen.



4.2.
De door verzoeker gestelde schade valt niet onder één van de in artikel 8:88 van de Awb genoemde categorieën. De rechtbank is daarom niet bevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.




Conclusie en gevolgen


5. De bestuursrechter is onbevoegd. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek van verzoeker niet inhoudelijk beoordeelt. Deze onbevoegdheid betreft de bestuursrechter. Dat neemt niet weg dat verzoeker zich over een schadevergoeding wel kan wenden tot de burgerlijke rechter.




Beslissing


De rechtbank:

- verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding;
- bepaalt dat de griffier van de rechtbank aan eiser het griffierecht terugbetaalt;
- bepaalt dat voor deze zaak uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld.




Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.



Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Kamerstukken II, 2010/11, 32 621, nr. 3, p. 44 en 45.


Zie onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2242.


Zie artikel 1:3, eerste lid van de Awb.