Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:7022
2026-09-14
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ARN 25/2273
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Einduitspraak na tussenuitspraak / gebrek onvoldoende hersteld / Het UWV heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres voldoende beheersing heeft van het Nederlands om een van de geduide functies te kunnen uitvoeren / geen reservefunctie geduid / beroep gegrond
Citeert (3)
- ECLI:NL:RBGEL:2026:4369 Rechtbank Gelderland 03-06-2026
- ECLI:NL:RVS:2011:BR5704 Raad van State 24-08-2011
- ECLI:NL:RVS:2012:BX4694 Raad van State 15-08-2012
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.777 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2273
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
1. De rechtbank verwijst voor het procesverloop tot de tussenuitspraak van 3 juni 2026 (de tussenuitspraak) naar de tussenuitspraak.
1.1.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
1.2.
Het UWV heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering, in de vorm van een arbeidsdeskundig onderzoek in beroep, overgelegd.
1.3.
Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd.
1.4.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Overwegingen
2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat tussen partijen niet in geding is dat, ondanks het jarenlange verblijf van eiseres in Nederland, het gevolgd hebben van een taalcursus en het arbeidsverleden van eiseres, de beheersing van het Nederlands door eiseres matig is (onder 4.4.4).
De rechtbank heeft voorts overwogen (onder 4.4.5) dat de rechtbank niet inziet hoe eiseres taken die (be)horen bij de functie administratief medewerker met SBC code 315133 kan verrichten als zij het Nederlands niet (voldoende) beheerst, ook niet als eiseres bij de uitvoering van (een deel van) die taken gebruik zou maken van een vertaalapp.
Vervolgens heeft de rechtbank nog overwogen (onder 4.4) dat, omdat het UWV de fictie van artikel 9 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in dit geval niet kan toepassen, het UWV aannemelijk zal moeten maken dat eiseres het Nederlands voldoende beheerst om de geduide functies te kunnen vervullen en dat daarvan vooralsnog geen sprake is. Tot slot heeft de rechtbank (onder 4.5) vastgesteld dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (b&b) geen reservefunctie als alternatief heeft geduid.
De rechtbank heeft het UWV vervolgens in de gelegenheid gesteld het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek te herstellen, hetzij met een aanvullende motivering, hetzij met een nieuwe beslissing op bezwaar.
4. Het UWV heeft hierop het arbeidsdeskundig onderzoek in beroep van 30 juni 2026 door de arbeidsdeskundige b&b overgelegd.
4.1.
De arbeidsdeskundige b&b stelt zich op het standpunt dat eiseres in staat moet worden geacht de functie met SBC code 315133 te vervullen. De arbeidsdeskundige b&b wijst er (opnieuw) op dat eiseres in Turkije een diploma op MBO-3 niveau heeft behaald, zodat zij niet alleen kan lezen en schrijven maar ook op een zeker abstractieniveau kan functioneren.
Voor wat betreft de matige beheersing van de Nederlandse taal verwijst de arbeidsdeskundige b&b naar de eerdere rapportages. De arbeidsdeskundige b&b herhaalt dat eiseres bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik kan maken van voorzieningen zoals een vertaalapp en desnoods een aanvullende cursus Nederlands, juist gericht op haar werk. Volgens de arbeidsdeskundige b&b kan veel ondervangen worden met een goed inwerkprogramma. Door haar goede opleidingsniveau is, aldus de arbeidsdeskundige b&b, eiseres sneller in staat om voldoende Nederlands aan te leren om de functie medewerker post uit te voeren.
Tot slot wijst de arbeidsdeskundige b&b op het feit dat eiseres een rijbewijs B heeft behaald en dus ook een theorie-examen in het Nederlands heeft afgerond. Daarmee is het aannemelijk dat ze de Nederlandse taal beter beheerst dan alleen matig.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV met dit aanvullend arbeidsdeskundig onderzoek in beroep het gebrek niet hersteld. Het UWV heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres het Nederlands voldoende beheerst om de geduide functies, in het bijzonder de functie administratief medewerker met SBC code 315133, te kunnen uitvoeren. De rechtbank licht dat hierna toe.
5.1.
Ondanks dat de rechtbank in de tussenuitspraak expliciet heeft overwogen dat het UWV niet inzichtelijk heeft gemaakt dat eiseres met een vertaalapp haar matige beheersing van het Nederlands kan compenseren bij alle taken en werkzaamheden die bij de functie horen dan wel dat deze apps hoe dan ook geschikt en bruikbaar zijn bij alle werkzaamheden, volstaat de arbeidsdeskundige b&b met de (herhaalde) opmerking dat eiseres deze geduide functie wel kan verrichten, indien nodig met voorzieningen zoals een vertaalapp.
Hiermee maakt de arbeidsdeskundige b&b niet inzichtelijk dat en waarom vertaalapps geschikt en bruikbaar zijn bij alle werkzaamheden die bij de functie horen. De rechtbank verwijst naar wat zij daarover (onder 4.4.5) van de uitspraak heeft overwogen. De arbeidsdeskundige b&b is daar in zijn reactie niet op ingegaan.
5.2.
De arbeidsdeskundige b&b heeft nog opgemerkt dat eiseres een aanvullende cursus Nederlands kan volgen, ‘juist gericht op haar werk’. Wat de arbeidsdeskundige b&b daarmee bedoelt, is de rechtbank zonder nadere motivering of toelichting, die ontbreekt, niet duidelijk. Er is niet toegelicht welke cursus eiseres dan zou moeten volgen, of eiseres wel voldoende Nederlands beheerst voor het volgen van een dergelijke, op het administratieve werk gerichte, taalcursus en wat de resultaten daarvan zouden zijn.
Ook van het inwerkprogramma is onduidelijk hoe dit eiseres gaat helpen om haar Nederlands op een dusdanig niveau te krijgen dat ze alle werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren.
5.3.
Voor wat betreft het theorie-examen voor het rijbewijs B heeft eiseres bij herhaling, ook tijdens de zitting, gesteld dat zij dat examen destijds in het Turks heeft afgelegd. Raadpleging van de informatie op de website van het CBR leert dat het theorie-examen nog steeds in een andere taal dan het Nederlands afgelegd kan worden. Het had op de weg van de arbeidsdeskundige b&b gelegen om bij eiseres na te gaan wanneer en hoe, en in welke taal, zij haar theorie-examen bij het CBR heeft afgelegd. Dat zij dit examen, zoals de arbeidsdeskundige b&b met stelligheid blijft herhalen, in het Nederlands heeft afgelegd, en zij daarom het Nederlands wel meer dan matig moet beheersen, is de rechtbank in ieder geval niet gebleken.
5.4.
Met betrekking tot het standpunt van de arbeidsdeskundige b&b dat eiseres gelet op haar behaalde MBO-3 opleiding in Turkije sneller in staat moet worden geacht vaardigheden en nieuwe bekwaamheden aan te leren, heeft eiseres in haar reactie terecht aangevoerd dat dit los staat van de vraag wat haar taalvaardigheid van het Nederlands op dit moment is. Zoals de rechtbank in de tussenuitspraak heeft overwogen, en tussen partijen ook niet (meer) in geschil is, geldt in deze zaak niet de fictie dat eiseres binnen zes maanden Nederlands kan leren spreken. Voor het aanleren van nieuwe vaardigheden en bekwaamheden zal eiseres het Nederland voldoende moeten beheersen. Het UWV heeft echter, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk gemaakt dat eiseres (thans) voldoende taalbeheersing heeft om deze functie te vervullen.
5.5.
Het voorgaande brengt met zich dat de functie administratief medewerker met SBC code 315133 dan ook niet aan de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag gelegd kan worden. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige b&b in de overwegingen van de rechtbank in de tussenuitspraak geen aanleiding heeft gezien een reservefunctie te duiden. Dat brengt met zich dat de mate van arbeidsongeschiktheid nu niet kan worden bepaald.
Conclusie en gevolgen
6. De slotsom is dat het UWV het zorgvuldigheids- en het motiveringsgebrek naar het oordeel van de rechtbank niet heeft hersteld. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat daarvoor de nodige informatie ontbreekt.
6.1.
Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.
6.2.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 53 vergoeden. Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het UWV moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert tweeëneenhalve punt op (één punt voor het indienen van het beroepschrift, één punt voor het verschijnen op de zitting en een half punt voor de schriftelijke zienswijze na de bestuurlijke lus, met een waarde per punt van € 934 bij een wegingsfactor één). Toegekend wordt € 2.335.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het UWV op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van eiser met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 53 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.V. van Weert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
ECLI:NL:RBGEL:2026:4369.
Zie de volgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5704, en 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4694.
Op pagina 6 van de tussenuitspraak van 3 juni 2026 zijn de overwegingen abusievelijk opnieuw genummerd.
Idem noot 2.
www.cbr.nl/nl/veelgestelde-vragen/kan-ik-het-theorie-examen-in-een-andere-taal-doen
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2273
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
1. De rechtbank verwijst voor het procesverloop tot de tussenuitspraak van 3 juni 2026 (de tussenuitspraak) naar de tussenuitspraak.
1.1.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
1.2.
Het UWV heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering, in de vorm van een arbeidsdeskundig onderzoek in beroep, overgelegd.
1.3.
Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd.
1.4.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Overwegingen
2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat tussen partijen niet in geding is dat, ondanks het jarenlange verblijf van eiseres in Nederland, het gevolgd hebben van een taalcursus en het arbeidsverleden van eiseres, de beheersing van het Nederlands door eiseres matig is (onder 4.4.4).
De rechtbank heeft voorts overwogen (onder 4.4.5) dat de rechtbank niet inziet hoe eiseres taken die (be)horen bij de functie administratief medewerker met SBC code 315133 kan verrichten als zij het Nederlands niet (voldoende) beheerst, ook niet als eiseres bij de uitvoering van (een deel van) die taken gebruik zou maken van een vertaalapp.
Vervolgens heeft de rechtbank nog overwogen (onder 4.4) dat, omdat het UWV de fictie van artikel 9 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in dit geval niet kan toepassen, het UWV aannemelijk zal moeten maken dat eiseres het Nederlands voldoende beheerst om de geduide functies te kunnen vervullen en dat daarvan vooralsnog geen sprake is. Tot slot heeft de rechtbank (onder 4.5) vastgesteld dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (b&b) geen reservefunctie als alternatief heeft geduid.
De rechtbank heeft het UWV vervolgens in de gelegenheid gesteld het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek te herstellen, hetzij met een aanvullende motivering, hetzij met een nieuwe beslissing op bezwaar.
4. Het UWV heeft hierop het arbeidsdeskundig onderzoek in beroep van 30 juni 2026 door de arbeidsdeskundige b&b overgelegd.
4.1.
De arbeidsdeskundige b&b stelt zich op het standpunt dat eiseres in staat moet worden geacht de functie met SBC code 315133 te vervullen. De arbeidsdeskundige b&b wijst er (opnieuw) op dat eiseres in Turkije een diploma op MBO-3 niveau heeft behaald, zodat zij niet alleen kan lezen en schrijven maar ook op een zeker abstractieniveau kan functioneren.
Voor wat betreft de matige beheersing van de Nederlandse taal verwijst de arbeidsdeskundige b&b naar de eerdere rapportages. De arbeidsdeskundige b&b herhaalt dat eiseres bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik kan maken van voorzieningen zoals een vertaalapp en desnoods een aanvullende cursus Nederlands, juist gericht op haar werk. Volgens de arbeidsdeskundige b&b kan veel ondervangen worden met een goed inwerkprogramma. Door haar goede opleidingsniveau is, aldus de arbeidsdeskundige b&b, eiseres sneller in staat om voldoende Nederlands aan te leren om de functie medewerker post uit te voeren.
Tot slot wijst de arbeidsdeskundige b&b op het feit dat eiseres een rijbewijs B heeft behaald en dus ook een theorie-examen in het Nederlands heeft afgerond. Daarmee is het aannemelijk dat ze de Nederlandse taal beter beheerst dan alleen matig.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV met dit aanvullend arbeidsdeskundig onderzoek in beroep het gebrek niet hersteld. Het UWV heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres het Nederlands voldoende beheerst om de geduide functies, in het bijzonder de functie administratief medewerker met SBC code 315133, te kunnen uitvoeren. De rechtbank licht dat hierna toe.
5.1.
Ondanks dat de rechtbank in de tussenuitspraak expliciet heeft overwogen dat het UWV niet inzichtelijk heeft gemaakt dat eiseres met een vertaalapp haar matige beheersing van het Nederlands kan compenseren bij alle taken en werkzaamheden die bij de functie horen dan wel dat deze apps hoe dan ook geschikt en bruikbaar zijn bij alle werkzaamheden, volstaat de arbeidsdeskundige b&b met de (herhaalde) opmerking dat eiseres deze geduide functie wel kan verrichten, indien nodig met voorzieningen zoals een vertaalapp.
Hiermee maakt de arbeidsdeskundige b&b niet inzichtelijk dat en waarom vertaalapps geschikt en bruikbaar zijn bij alle werkzaamheden die bij de functie horen. De rechtbank verwijst naar wat zij daarover (onder 4.4.5) van de uitspraak heeft overwogen. De arbeidsdeskundige b&b is daar in zijn reactie niet op ingegaan.
5.2.
De arbeidsdeskundige b&b heeft nog opgemerkt dat eiseres een aanvullende cursus Nederlands kan volgen, ‘juist gericht op haar werk’. Wat de arbeidsdeskundige b&b daarmee bedoelt, is de rechtbank zonder nadere motivering of toelichting, die ontbreekt, niet duidelijk. Er is niet toegelicht welke cursus eiseres dan zou moeten volgen, of eiseres wel voldoende Nederlands beheerst voor het volgen van een dergelijke, op het administratieve werk gerichte, taalcursus en wat de resultaten daarvan zouden zijn.
Ook van het inwerkprogramma is onduidelijk hoe dit eiseres gaat helpen om haar Nederlands op een dusdanig niveau te krijgen dat ze alle werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren.
5.3.
Voor wat betreft het theorie-examen voor het rijbewijs B heeft eiseres bij herhaling, ook tijdens de zitting, gesteld dat zij dat examen destijds in het Turks heeft afgelegd. Raadpleging van de informatie op de website van het CBR leert dat het theorie-examen nog steeds in een andere taal dan het Nederlands afgelegd kan worden. Het had op de weg van de arbeidsdeskundige b&b gelegen om bij eiseres na te gaan wanneer en hoe, en in welke taal, zij haar theorie-examen bij het CBR heeft afgelegd. Dat zij dit examen, zoals de arbeidsdeskundige b&b met stelligheid blijft herhalen, in het Nederlands heeft afgelegd, en zij daarom het Nederlands wel meer dan matig moet beheersen, is de rechtbank in ieder geval niet gebleken.
5.4.
Met betrekking tot het standpunt van de arbeidsdeskundige b&b dat eiseres gelet op haar behaalde MBO-3 opleiding in Turkije sneller in staat moet worden geacht vaardigheden en nieuwe bekwaamheden aan te leren, heeft eiseres in haar reactie terecht aangevoerd dat dit los staat van de vraag wat haar taalvaardigheid van het Nederlands op dit moment is. Zoals de rechtbank in de tussenuitspraak heeft overwogen, en tussen partijen ook niet (meer) in geschil is, geldt in deze zaak niet de fictie dat eiseres binnen zes maanden Nederlands kan leren spreken. Voor het aanleren van nieuwe vaardigheden en bekwaamheden zal eiseres het Nederland voldoende moeten beheersen. Het UWV heeft echter, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk gemaakt dat eiseres (thans) voldoende taalbeheersing heeft om deze functie te vervullen.
5.5.
Het voorgaande brengt met zich dat de functie administratief medewerker met SBC code 315133 dan ook niet aan de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag gelegd kan worden. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige b&b in de overwegingen van de rechtbank in de tussenuitspraak geen aanleiding heeft gezien een reservefunctie te duiden. Dat brengt met zich dat de mate van arbeidsongeschiktheid nu niet kan worden bepaald.
Conclusie en gevolgen
6. De slotsom is dat het UWV het zorgvuldigheids- en het motiveringsgebrek naar het oordeel van de rechtbank niet heeft hersteld. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat daarvoor de nodige informatie ontbreekt.
6.1.
Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.
6.2.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 53 vergoeden. Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het UWV moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert tweeëneenhalve punt op (één punt voor het indienen van het beroepschrift, één punt voor het verschijnen op de zitting en een half punt voor de schriftelijke zienswijze na de bestuurlijke lus, met een waarde per punt van € 934 bij een wegingsfactor één). Toegekend wordt € 2.335.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het UWV op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van eiser met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 53 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.V. van Weert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
ECLI:NL:RBGEL:2026:4369.
Zie de volgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5704, en 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4694.
Op pagina 6 van de tussenuitspraak van 3 juni 2026 zijn de overwegingen abusievelijk opnieuw genummerd.
Idem noot 2.
www.cbr.nl/nl/veelgestelde-vragen/kan-ik-het-theorie-examen-in-een-andere-taal-doen