Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6992
2026-07-20
Civiel recht; Arbeidsrecht
K/5001/12286307
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding: schorsing concurrentiebeding, belangenafweging ex artikel 7:653 lid 3 sub b BW valt in het voordeel van werknemer uit.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (33.359 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12286307 \ VV EXPL 26-84
Vonnis in kort geding van 20 juli 2026
in de zaak van
VELZART GROEP B.V.,
kantoorhoudende te Zaltbommel,
eisende partij in conventie,
verweerder in reconventie,
hierna te noemen: Velzart,
gemachtigden: mr. D.H.A. Lip en mr. H.J. Willems
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. drs. A.N.A. Buyserd
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 juni 2026 met 15 producties,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van [gedaagde] met 4 producties,
- de akte overlegging aanvullende productie 16 van Velzart,
- de akte overlegging aanvullende productie 17 van Velzart,
- de akte overlegging aanvullende producties 5 tot en met 8 van [gedaagde] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026, waar beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Velzart is een onderneming die zich bezighoudt met ICT-dienstverlening voor het midden- en kleinbedrijf.
2.2.
[gedaagde] , geboren op [geboortedag] 1982, is op 15 maart 2012 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Velzart als [functie 1] . Met ingang van 15 maart 2015 is het dienstverband omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In artikel 9 en 11 van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn de volgende bedingen opgenomen:
“
Artikel 9
De werknemer zal tegenover derden, alsmede collega's tijdens en na de dienstbetrekking
bijzonderheden of informatie betreffende de werkgever of zakelijke relaties van de werkgever geheimhouden.
Bij een overtreding van zijn geheimhoudingsplicht verbeurt de werknemer aan de werkgever een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete groot
€ 4.500,00 onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan de werkgever van een volledige schadevergoeding voor zover deze het gemelde boetebedrag overtreft. Overtreding door de werknemer van zijn geheimhoudingsplicht zal voor de werkgever tevens een dringende reden vormen tot ontslag op staande voet als bedoeld in artikel 678 Boek 7 BW.
(…)
Artikel 11
Het is werknemer na beëindiging van de arbeidsovereenkomst:
- niet toegestaan gedurende 6 maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 30 kilometer, territoriaal gerekend vanaf Waardenburg, werkzaam te zijn in een dergelijk bedrijf als werkgever, hetzij direct, hetzij indirect een bedrijf, gelijk of vergelijkbaar met dat van werkgever te drijven, hierin werkzaam te zijn dan wel in
enige vorm financieel belang hierin te hebben.
Bij overtreding van het onder artikel 11 bepaalde verbeurt de werknemer aan de werkgever
een dadelijk en ineens zonder sommatie of in gebrekenstelling opeisbare boete groot
€ 4.500,00 onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan de werkgever van een volledige schadevergoeding voor zover deze het gemelde boetebedrag overtreft.”
2.3.
Op 31 maart 2016 is de functie van [gedaagde] gewijzigd in [functie 2] .
2.4.
Circa zeven jaar geleden hebben [persoon 1] en [persoon 2] hun samenwerking binnen Velzart beëindigd en heeft [persoon 2] de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Octa One B.V. (hierna: Octa One) opgericht. Blijkens het uittreksel uit het Handelsregister van de KvK bestaan de activiteiten van Octa One uit activiteiten op het gebied van computerconsultancy, beheer van computerfaciliteiten en het ontwerpen van computerprogramma’s. Octa One is gevestigd te Beesd, gelegen binnen een straal van 30 km van Velzart. [persoon 1] heeft de onderneming van Velzart voortgezet.
2.5.
De naam van de functie van [gedaagde] is begin 2026 gewijzigd van [functie 2] in die van [functie 3] .
2.6.
Op 19 dan wel 23 februari 2026 zijn partijen in een addendum op de arbeidsovereenkomst, voor zover hier van belang, het volgende overeengekomen:
“
Artikel 1 – Aanvulling op de arbeidsovereenkomst
Dit addendum maakt integraal onderdeel uit van de arbeidsovereenkomst. Alle bepalingen
uit de arbeidsovereenkomst blijven onverminderd van kracht, tenzij in dit addendum
uitdrukkelijk anders is bepaald.
Artikel 2 – Wijziging(en)
Met ingang van 1 februari 2026 gelden de volgende afspraken:
• Salarisaanpassing van €2.575,00 naar €3.000,00 bruto op basis van 40 uur.
• Daarnaast zal per 1 mei 2026 de achterwachtvergoeding van €5 bruto per dag
verloond worden. Afspraken gemaakt uit het verleden rondom het opsparen van de
achterwachtvergoeding komen hiermee te vervallen.
Artikel 3 – Overige bepalingen
Voor het overige blijven alle bepalingen uit de arbeidsovereenkomst volledig van kracht.”
2.7.
Op 28 april 2026 heeft [gedaagde] aan Velzart te kennen gegeven voornemens te zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen en gevraagd het concurrentiebeding te laten vervallen.
2.8.
Op diezelfde dag heeft Velzart per e-mail aan [gedaagde] een overzicht verstrekt van organisaties die zij beschouwd als direct concurrerend. Eén van die organisaties is Octa One. Dit is nog eens per e-mail bevestigd op 11 mei 2026. Velzart heeft [gedaagde] laten weten hem aan het concurrentiebeding te houden voor zover het één van deze organisaties betreft.
2.9.
Op 12 mei 2026 heeft [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst (opnieuw) opgezegd tegen 1 juli 2026.
2.10.
Velzart heeft op 21 mei 2026 de opzegging per e-mail bevestigd. Daarbij heeft Velzart [gedaagde] erop geattendeerd dat hij gebonden is aan het concurrentiebeding en dat indiensttreding van Octa One daarom niet is toegestaan.
3Het geschil in conventie
3.1.
Velzart vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] :
te veroordelen tot nakoming van het concurrentiebeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of per deel van een dag dat [gedaagde] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
te verbieden om, met onmiddellijke ingang tot en met het moment dat de looptijd van het concurrentiebeding is verstreken, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn bij Octa One, dan wel een andere concurrent die binnen het bereik van het concurrentiebeding valt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of per deel van een dag dat [gedaagde] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde, wettelijke rente en nakosten daaronder begrepen,
3.2.
Velzart legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] het met haar overeengekomen concurrentiebeding schendt, althans dreigt te zullen schenden, als hij bij Octa One in dienst treedt, en daarmee tekortschiet in de nakoming van dit beding. Velzart heeft een zwaarwegend belang bij handhaving van het concurrentiebeding; zij vreest voor benadeling omdat [gedaagde] binnen Velzart op de helpdesk een centrale rol had, het aanspreekpunt was voor klanten en uit dien hoofde beschikt over gedetailleerde, actuele en concurrentgevoelige kennis van deze klanten. Het gaat daarbij niet alleen om
basisinformatie, maar juist om de inhoud en dynamiek van de klantrelaties, waaronder
de volledige contacthistorie, specifieke wensen en voorkeuren van klanten, hun verwachtingen ten aanzien van dienstverlening, interne besluitvormingsprocessen, alsmede gemaakte prijsafspraken, gehanteerde prijsstructuren en offerteopbouw. Ook is [gedaagde] bekend met strategische informatie, zoals lopende trajecten, commerciële kansen en eventuele knelpunten in de relatie. Juist deze kennis stelt [gedaagde] in staat om effectief en op maat in te spelen op de behoeften van klanten en vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van de concurrentiepositie van Velzart. Daar komt bij dat klanten in belangrijke mate aan [gedaagde] zijn gebonden. Zij werken graag met hem samen vanwege zijn inhoudelijke kennis van hun organisatie en zijn vermogen om snel te schakelen en adequaat te adviseren. [gedaagde] fungeert voor hen als vertrouwd en vast aanspreekpunt, hetgeen de persoonlijke band en afhankelijkheid verder versterkt.
Deze combinatie van inhoudelijke kennis en persoonlijke relatie maakt dat de informatie
waarover [gedaagde] beschikt een zelfstandige commerciële waarde vertegenwoordigt en bij een overstap naar een concurrent eenvoudig in diens voordeel kan worden aangewend, aldus Velzart.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Velzart, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Velzart, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Velzart in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4Het geschil in reconventie
4.1.
[gedaagde] vordert in reconventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair: Velzart te verbieden om zich jegens [gedaagde] of enige derde een vordering in te stellen of zich te beroepen, direct of indirect, schriftelijk of anderszins, op artikel 11 arbeidsovereenkomst of de daaruit voortvloeiende verbintenis, op welke contractuele of buitencontractuele grondslag dan ook (waaronder mede begrepen een vordering tot nakoming, uit hoofde van onrechtmatige daad, of profiteren van wanprestatie); na betekening van het te dezen te wijzen vonnis op straffe van een onmiddellijke opeisbare dwangsom van € 15.000,00 per inbreuk op deze veroordeling, te vermeerderen met € 500,00 per kalenderdag of deel daarvan dat Velzart de desbetreffende inbreuk jegens [gedaagde] niet schriftelijk, ondubbelzinnig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk heeft ingetrokken en, in voorkomend geval, de betreffende derde, tot een maximum van € 50.000,00 (onverminderd eventuele overige rechten van [gedaagde] , zoals recht op schadevergoeding);
subsidiair: (a) Velzart te gebieden om aan [gedaagde] binnen 48 uur na betekening van het te dezen te wijzen vonnis schriftelijk opgave te doen van alle klanten van Velzart die [gedaagde] in de twaalf maanden vóór de einddatum van zijn dienstverband als vast contactpersoon heeft bediend, onder overlegging van bewijs van het zijn van hun vaste contactpersoon; en (b) de werking van artikel 11 arbeidsovereenkomst te schorsen, voor zover die verder gaat dan een verbod aan [gedaagde] op het benaderen van de aldus door Velzart bekend gemaakte vaste klanten gedurende een periode van twee maanden na datum uitdiensttreding, althans een in goede justitie te bepalen schorsing en looptijd; na betekening van het te dezen te wijzen vonnis op straffe van een onmiddellijke opeisbare dwangsom van € 15.000,00 per inbreuk op deze veroordeling, te vermeerderen met € 500,00 per kalenderdag of deel daarvan dat Velzart de desbetreffende inbreuk jegens [gedaagde] niet schriftelijk heeft hersteld, tot een maximum van € 50.000,00 (onverminderd eventuele overige rechten van [gedaagde] , zoals recht op schadevergoeding);
voorwaardelijk, namelijk voor zover enige vordering in conventie wordt toegewezen en Velzart jegens [gedaagde] aanspraak maakt op nakoming van artikel 11 arbeidsovereenkomst en/of een veroordeling in conventie, danwel jegens [gedaagde] een daarmee verband houdende schadevordering instelt, Velzart jegens [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een billijkheidsvergoeding ad € 120,00 bruto per kalenderdag of deel daarvan, te voldoen uiterlijk op de laatste kalenderdag van iedere kalendermaand voor de over die maand verschuldigde dagvergoedingen; te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over elke termijn die niet tijdig wordt voldaan, gerekend vanaf de dag van opeisbaarheid van die termijn;
voorwaardelijk, namelijk voor zover enige vordering in conventie wordt toegewezen en Velzart jegens [gedaagde] in voorkomend een boete vordert op grond van artikel 11 arbeidsovereenkomst, te bevelen dat Velzart de totale boete dient te matigen tot nihil, althans tot maximaal een in goede justitie te bepalen bedrag;
Velzart te veroordelen in de kosten van dit kort geding, het salaris van de gemachtigde en de nakosten daaronder begrepen; te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien kalenderdagen na datum van het te dezen te wijzen vonnis.
4.2.
[gedaagde] legt aan zijn primaire vordering ten grondslag dat het concurrentiebeding zijn geldigheid heeft verloren omdat het beding zwaarder op hem is gaan drukken als gevolg van de functiewijziging van [functie 1] in [functie 2] . Aan de subsidiaire vordering tot gedeeltelijke schorsing legt [gedaagde] ten grondslag dat het concurrentiebeding in de huidige vorm hem onbillijk benadeeld. Voorwaardelijk vordert [gedaagde] een billijkheidsvergoeding (artikel 7:653 lid 5 BW) nu hij onbillijk wordt benadeeld vanwege onder meer zijn chronisch visuele beperking en vordert hij matiging van de boete (artikel 6:94 BW) omdat deze buitensporig is.
4.3.
Velzart voert verweer. Velzart concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5De beoordeling
Juridisch kader
5.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze hierna gezamenlijk.
5.2.
Een vordering in kort geding kan alleen dan worden toegewezen als aannemelijk is dat eenzelfde of vergelijkbare vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en, mede vanwege het spoedeisend belang van de eisende partij, het treffen van een voorlopige voorzieningen geboden is. Daarbij kunnen ook de wederzijdse belangen van partijen meewegen. Gelet op het voorlopige karakter van de kortgedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. De kantonrechter dient dan ook te beslissen op grond van de inhoud van de stukken zoals deze in het geding zijn gebracht en wat daarover tijdens de mondelinge behandeling door en namens partijen is verklaard.
Spoedeisend belang
5.3.
Voldoende aannemelijk is geworden dat Velzart en [gedaagde] een spoedeisend belang hebben bij de door hen over en weer gevorderde voorzieningen, zodat zij ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Daarbij wordt wel opgemerkt dat anders dan Velzart bij het uitbrengen van de dagvaarding lijkt verondersteld te hebben, [gedaagde] op dit moment nog niet bij Octa One in dienst is getreden en heeft verklaard dat ook niet te zullen doen zolang in dit kort geding geen uitspraak is gedaan.
Kern van het geschil
5.4.
In de kern gaat het geschil in zowel conventie als in reconventie om de vraag of [gedaagde] na de functiewijziging nog aan het concurrentiebeding is gebonden, en zo ja, of dat aan indiensttreding van [gedaagde] bij Octa One in de weg staat.
Concurrentiebeding rechtsgeldig overeengekomen
5.5.
Niet in geschil is dat in de arbeidsovereenkomst ter zake de functie van [functie 1] een rechtsgeldig concurrentiebeding is overeengekomen tussen Velzart en [gedaagde] . Op grond van artikel 7:653 lid 3 sub b BW kan de rechter (in een bodemprocedure) een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen. Vooruitlopend daarop kan de kantonrechter in kort geding het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk schorsen totdat in een bodemprocedure uitspraak is gedaan over de vraag of mede werknemer nog aan het concurrentiebeding is gebonden, dan wel het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd.
5.6.
De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde] als gevolg van de functiewijziging niet langer aan het concurrentiebeding gebonden is omdat dit door de functiewijziging zwaarder is gaan drukken en dat onvoorzienbaar was. De kantonrechter acht het wel aannemelijk dat het concurrentiebeding in een bodemprocedure vernietigd wordt, op grond van het oordeel dat [gedaagde] onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding in verhouding tot het te beschermen belang van Velzart. De kantonrechter zal daarom het concurrentiebeding schorsen tot dat in een bodemprocedure over de vernietiging is geoordeeld. In dit oordeel ligt besloten dat de vordering van Velzart tot nakoming van het concurrentiebeding wordt afgewezen en dat niet toegekomen wordt aan de beoordeling van de subsidiaire en de voorwaardelijke vorderingen van [gedaagde] . De kantonrechter licht dit oordeel hieronder toe.
Concurrentiebeding is niet zwaarder gaan drukken
5.7.
Het enkele feit dat de functie van [gedaagde] is gewijzigd van [functie 1] naar die van [functie 2] en de daarmee samenhangende substantiële stijging van het salaris is niet voldoende om te oordelen dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het concurrentiebeding, onvoorzienbaar, zwaarder is gaan drukken en om die reden in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde] niet langer aan het concurrentiebeding gebonden is. Daarvoor is nodig dat het concurrentiebeding de werknemer, als gevolg van de functiewijziging, na beëindiging van het dienstverband in verdergaande mate belemmert om een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden. Dat daarvan sprake is, is niet voldoende onderbouwd gesteld of gebleken. Zowel voor de functie van [functie 1] als [functie 2] geldt dat het [gedaagde] , kort gezegd, verboden is bij concurrenten van Velzart te werken die binnen een straal van 30 km gevestigd zijn. Voor zover [gedaagde] heeft gesteld dat reeds vanwege het zwaarder drukken van het concurrentiebeding zijn vorderingen in reconventie moeten worden toegewezen en de vorderingen van Velzart moeten worden afgewezen, wordt dat verworpen.
Schorsing wegens de belangenafweging artikel 7:653 lid 3 sub b BW
5.8.
Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever, waaronder specifieke knowhow en goodwill, te beschermen. Het beding is niet bedoeld om werknemers te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer naar een concurrent, in zijn bedrijfsdebiet is aangetast. Dat een werknemer bij zijn vertrek kennis en ervaring die is opgedaan bij zijn werkgever ‘meeneemt’ en dat de nieuwe werkgever daarvan profijt heeft is inherent aan het vertrek c.q. het in dienst nemen van een (ervaren) werknemer. Het concurrentiebeding biedt geen bescherming tegen het vertrek van een ervaren werknemer en de indiensttreding van die werknemer bij een concurrent van de oude werkgever, maar alleen tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door zo’n overstap. Van zo’n aantasting zal bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de betrokken werknemer door zijn functie op de hoogte is van essentiële relevante (commerciële en technische) informatie, unieke werkprocessen en strategieën en hij deze kennis ten behoeve van zijn nieuwe werkgever kan gebruiken, waardoor de nieuwe werkgever in de concurrentieslag met de oude werkgever in het voordeel is, of bijvoorbeeld doordat de werknemer zo intensief samenwerkt met bepaalde klanten van de oude werkgever dat er een serieus risico is dat deze klanten overstappen naar diens nieuwe werkgever.
5.9.
Anders dan door Velzart is gesteld, is niet gebleken is dat [gedaagde] kennis heeft van bedrijfsgevoelige informatie van Velzart die concurrentiegevoelig is. [gedaagde] heeft een uitvoerende functie. Hij draagt geen (specifieke) kennis van bijvoorbeeld inkoopinformatie en/of prijsafspraken, voerde geen onderhandelingen met klanten en niet, althans onvoldoende, is gebleken dat hij belangrijk klantcontact had of een actieve rol had bij het aangaan van (doorlopende) contracten. [gedaagde] heeft weliswaar kennis van de klanten van Velzart en hun ict-systemen, maar niet gebleken is dat dit bedrijfsgevoelige informatie van Velzart is. De kantonrechter begrijpt dat Velzart [gedaagde] ziet als een gewilde werknemer in de branche waarin Velzart werkt, omdat hij bijvoorbeeld weet wat de wensen van bepaalde opdrachtgevers zijn, maar dat betekent niet dat hij kennis draagt van specifieke gevoelige informatie, die redelijkerwijs beschermd moet worden door middel van een concurrentiebeding.
5.10.
Ook de omstandigheid dat [gedaagde] weet wie klant van Velzart zijn en hij (werknemers van) klanten van Velzart kent doordat hij contact met hen heeft als hij als helpdeskmedewerker ict-problemen moet oplossen, levert niet een zodanig klantencontact op dat dat met zich meebrengt dat Velzart op grond daarvan bescherming aan het concurrentiebeding kan ontlenen. Immers [gedaagde] heeft niet zozeer contacten met de directe klanten van Velzart (degenen die de contracten met Velzart sluiten), maar met de werknemers van die klanten die geholpen moeten worden met ict-problemen. Dat [gedaagde] daarbij, zo is door Velzart aangevoerd, een als in de omgang erg prettige servicedeskmedewerker wordt ervaren, is een eigenschap die in de persoonlijkheid van [gedaagde] zit, maar niet specifiek bij of dankzij Velzart opgedane kennis of ervaring betreft die beschermd moet worden.
5.11.
Om de hiervoor genoemde redenen zal het concurrentiebeding op vordering van [gedaagde] in reconventie, worden geschorst.
5.12.
Het voorgaande laat onverlet dat de kantonrechter begrijpt dat Velzart, zoals door haar is aangevoerd, vreest dat Octa One, na eventuele indiensttreding van [gedaagde] , mogelijk relaties van Velzart zal benaderen met de mededeling dat [gedaagde] inmiddels bij Octa One werkt. Dat is evenwel onvoldoende om de kennis die [gedaagde] heeft opgedaan te kwalificeren als bedrijfsgevoelige informatie die bescherming verdient.
5.13.
Overigens wordt de suggestie ter zitting aan de zijde van [gedaagde] gedaan, dat Velzart er geen belang bij heeft [gedaagde] aan het concurrentiebeding te houden omdat Octa One reeds over klantinformatie van Velzart beschikt, omdat [persoon 2] daarmee vanuit zijn eerdere positie bij Velzart bekend is, wordt verworpen. [persoon 2] is immers ca. zeven jaar geleden bij Velzart vertrokken. De door hem bij Velzart opgedane kennis en ervaring is inmiddels verouderd.
5.14.
De kantonrechter merkt nog op dat, voor zover [gedaagde] bedrijfsgeheimen van Velzart kent, waarvan Velzart vreest dat hij die zal doorspelen aan Octa One, zij een beroep kan doen op het geheimhoudingsbeding dat tussen partijen geldt om dat te voorkomen.
5.15.
Nu, zoals hiervoor is overwogen, vooralsnog oordelend in kort geding, niet is gebleken dat [gedaagde] over informatie beschikt die middels een concurrentiebeding moet worden beschermd, is dat reeds reden om tot schorsing over te gaan. Dat brengt al mee dat Velzart geen zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding.
5.16.
Daar komt bij dat, in het kader van de wederzijdse belangenafweging, voor [gedaagde] de overstap naar Octa One als voordeel heeft dat hij kan werken in zijn woonplaats. Gelet op de ernstige en chronische visuele beperking van [gedaagde] is dit voor hem een groot voordeel. Het reizen valt hem met het klimmen der jaren zwaarder en dat zal niet meer minder worden. De kantonrechter acht het vanwege deze visuele beperking niet aannemelijk dat [gedaagde] , anders dan Velzart betoogt, een zodanig gunstige arbeidsmarktpositie heeft dat hij makkelijk een andere geschikte baan zal vinden. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat Velzart weliswaar een aantal vacatures heeft overgelegd, maar het de vraag is of deze nog actueel zijn en bovendien geenszins aannemelijk is geworden dat [gedaagde] bij één van deze werkgevers daadwerkelijk kans zou hebben daar in dienst te treden.
5.17.
Het voorgaande brengt met zich dat de kantonrechter voorshands van oordeel is dat het belang van [gedaagde] om van de werking van het concurrentiebeding ontheven te worden, groter is dan het belang van Velzart bij handhaving daarvan, en dat [gedaagde] door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Dit betekent dat de kantonrechter oordeelt dat het voorlopig voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter aan het concurrentiebeding zijn werking zal ontnemen. Het is daarbij naar oordeel van de kantonrechter gerechtvaardigd om daarop in dit kort geding vooruit te lopen. De kantonrechter zal daarom het concurrentiebeding (totdat uitspraak is gedaan in een bodemprocedure) schorsen, als zijnde het mindere van de primaire vordering die [gedaagde] in conventie heeft ingesteld. De primaire vordering om Velzart verbieden om jegens [gedaagde] of enige derde een vordering in te stellen of zich te beroepen, direct of indirect, schriftelijk of anderszins, op artikel 11 arbeidsovereenkomst of de daaruit voortvloeiende verbintenis, op welke contractuele of buitencontractuele grondslag dan ook (waaronder mede begrepen een vordering tot nakoming, uit hoofde van onrechtmatige daad, of profiteren van wanprestatie) levert een verbod op waarvoor een kortgedingprocedure zich niet leent, noch daargelaten dat het Velzart niet verboden kan worden vorderingen in rechte in te stellen.
5.18.
Nu het concurrentiebeding wordt geschorst en de vorderingen van Velzart in reconventie worden afgewezen heeft [gedaagde] geen belang meer bij zijn subsidiaire vorderingen. Omdat de vorderingen van Velzart in conventie worden afgewezen en daarmee aan de voorwaarden waaronder [gedaagde] voorwaardelijke vorderingen heeft ingesteld niet in vervulling zijn gegaan, wordt aan die vorderingen niet toegekomen.
5.19.
Nu het concurrentiebeding wordt geschorst wordt het voor [gedaagde] mogelijk om bij Octa One in dienst te treden. De kantonrechter wijst [gedaagde] er wel op dit een voorlopig oordeel is en of in hoger beroep het gerechtshof, of de bodemrechter, als het geschil daar wordt voorgelegd, hier anders over kan oordelen.
5.20.
Voor toewijzing van een dwangsom is geen reden nu het concurrentiebeding in reconventie wordt geschorst en de vorderingen in conventie worden afgewezen.
5.21.
Velzart is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden in conventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.009,00
5.22.
Velzart is in reconventie eveneens in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden de proceskosten in reconventie begroot op nihil.
5.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van Velzart af,
6.2.
veroordeelt Velzart in de proceskosten van [gedaagde] van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Velzart niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Velzart tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.4.
schorst het concurrentiebeding zoals dat tussen Velzart en [gedaagde] is overeengekomen,
6.5.
veroordeelt Velzart in de proceskosten van [gedaagde] , welke begroot worden op nihil,
in conventie en in reconventie
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
44356 \ 498
Feitelijk spreken partijen nog steeds over [functie 2] . De kantonrechter houdt die benaming hierna in deze uitspraak ook aan.
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12286307 \ VV EXPL 26-84
Vonnis in kort geding van 20 juli 2026
in de zaak van
VELZART GROEP B.V.,
kantoorhoudende te Zaltbommel,
eisende partij in conventie,
verweerder in reconventie,
hierna te noemen: Velzart,
gemachtigden: mr. D.H.A. Lip en mr. H.J. Willems
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. drs. A.N.A. Buyserd
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 juni 2026 met 15 producties,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van [gedaagde] met 4 producties,
- de akte overlegging aanvullende productie 16 van Velzart,
- de akte overlegging aanvullende productie 17 van Velzart,
- de akte overlegging aanvullende producties 5 tot en met 8 van [gedaagde] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026, waar beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Velzart is een onderneming die zich bezighoudt met ICT-dienstverlening voor het midden- en kleinbedrijf.
2.2.
[gedaagde] , geboren op [geboortedag] 1982, is op 15 maart 2012 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Velzart als [functie 1] . Met ingang van 15 maart 2015 is het dienstverband omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In artikel 9 en 11 van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn de volgende bedingen opgenomen:
“
Artikel 9
De werknemer zal tegenover derden, alsmede collega's tijdens en na de dienstbetrekking
bijzonderheden of informatie betreffende de werkgever of zakelijke relaties van de werkgever geheimhouden.
Bij een overtreding van zijn geheimhoudingsplicht verbeurt de werknemer aan de werkgever een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete groot
€ 4.500,00 onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan de werkgever van een volledige schadevergoeding voor zover deze het gemelde boetebedrag overtreft. Overtreding door de werknemer van zijn geheimhoudingsplicht zal voor de werkgever tevens een dringende reden vormen tot ontslag op staande voet als bedoeld in artikel 678 Boek 7 BW.
(…)
Artikel 11
Het is werknemer na beëindiging van de arbeidsovereenkomst:
- niet toegestaan gedurende 6 maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 30 kilometer, territoriaal gerekend vanaf Waardenburg, werkzaam te zijn in een dergelijk bedrijf als werkgever, hetzij direct, hetzij indirect een bedrijf, gelijk of vergelijkbaar met dat van werkgever te drijven, hierin werkzaam te zijn dan wel in
enige vorm financieel belang hierin te hebben.
Bij overtreding van het onder artikel 11 bepaalde verbeurt de werknemer aan de werkgever
een dadelijk en ineens zonder sommatie of in gebrekenstelling opeisbare boete groot
€ 4.500,00 onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan de werkgever van een volledige schadevergoeding voor zover deze het gemelde boetebedrag overtreft.”
2.3.
Op 31 maart 2016 is de functie van [gedaagde] gewijzigd in [functie 2] .
2.4.
Circa zeven jaar geleden hebben [persoon 1] en [persoon 2] hun samenwerking binnen Velzart beëindigd en heeft [persoon 2] de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Octa One B.V. (hierna: Octa One) opgericht. Blijkens het uittreksel uit het Handelsregister van de KvK bestaan de activiteiten van Octa One uit activiteiten op het gebied van computerconsultancy, beheer van computerfaciliteiten en het ontwerpen van computerprogramma’s. Octa One is gevestigd te Beesd, gelegen binnen een straal van 30 km van Velzart. [persoon 1] heeft de onderneming van Velzart voortgezet.
2.5.
De naam van de functie van [gedaagde] is begin 2026 gewijzigd van [functie 2] in die van [functie 3] .
2.6.
Op 19 dan wel 23 februari 2026 zijn partijen in een addendum op de arbeidsovereenkomst, voor zover hier van belang, het volgende overeengekomen:
“
Artikel 1 – Aanvulling op de arbeidsovereenkomst
Dit addendum maakt integraal onderdeel uit van de arbeidsovereenkomst. Alle bepalingen
uit de arbeidsovereenkomst blijven onverminderd van kracht, tenzij in dit addendum
uitdrukkelijk anders is bepaald.
Artikel 2 – Wijziging(en)
Met ingang van 1 februari 2026 gelden de volgende afspraken:
• Salarisaanpassing van €2.575,00 naar €3.000,00 bruto op basis van 40 uur.
• Daarnaast zal per 1 mei 2026 de achterwachtvergoeding van €5 bruto per dag
verloond worden. Afspraken gemaakt uit het verleden rondom het opsparen van de
achterwachtvergoeding komen hiermee te vervallen.
Artikel 3 – Overige bepalingen
Voor het overige blijven alle bepalingen uit de arbeidsovereenkomst volledig van kracht.”
2.7.
Op 28 april 2026 heeft [gedaagde] aan Velzart te kennen gegeven voornemens te zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen en gevraagd het concurrentiebeding te laten vervallen.
2.8.
Op diezelfde dag heeft Velzart per e-mail aan [gedaagde] een overzicht verstrekt van organisaties die zij beschouwd als direct concurrerend. Eén van die organisaties is Octa One. Dit is nog eens per e-mail bevestigd op 11 mei 2026. Velzart heeft [gedaagde] laten weten hem aan het concurrentiebeding te houden voor zover het één van deze organisaties betreft.
2.9.
Op 12 mei 2026 heeft [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst (opnieuw) opgezegd tegen 1 juli 2026.
2.10.
Velzart heeft op 21 mei 2026 de opzegging per e-mail bevestigd. Daarbij heeft Velzart [gedaagde] erop geattendeerd dat hij gebonden is aan het concurrentiebeding en dat indiensttreding van Octa One daarom niet is toegestaan.
3Het geschil in conventie
3.1.
Velzart vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] :
te veroordelen tot nakoming van het concurrentiebeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of per deel van een dag dat [gedaagde] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
te verbieden om, met onmiddellijke ingang tot en met het moment dat de looptijd van het concurrentiebeding is verstreken, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn bij Octa One, dan wel een andere concurrent die binnen het bereik van het concurrentiebeding valt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of per deel van een dag dat [gedaagde] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde, wettelijke rente en nakosten daaronder begrepen,
3.2.
Velzart legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] het met haar overeengekomen concurrentiebeding schendt, althans dreigt te zullen schenden, als hij bij Octa One in dienst treedt, en daarmee tekortschiet in de nakoming van dit beding. Velzart heeft een zwaarwegend belang bij handhaving van het concurrentiebeding; zij vreest voor benadeling omdat [gedaagde] binnen Velzart op de helpdesk een centrale rol had, het aanspreekpunt was voor klanten en uit dien hoofde beschikt over gedetailleerde, actuele en concurrentgevoelige kennis van deze klanten. Het gaat daarbij niet alleen om
basisinformatie, maar juist om de inhoud en dynamiek van de klantrelaties, waaronder
de volledige contacthistorie, specifieke wensen en voorkeuren van klanten, hun verwachtingen ten aanzien van dienstverlening, interne besluitvormingsprocessen, alsmede gemaakte prijsafspraken, gehanteerde prijsstructuren en offerteopbouw. Ook is [gedaagde] bekend met strategische informatie, zoals lopende trajecten, commerciële kansen en eventuele knelpunten in de relatie. Juist deze kennis stelt [gedaagde] in staat om effectief en op maat in te spelen op de behoeften van klanten en vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van de concurrentiepositie van Velzart. Daar komt bij dat klanten in belangrijke mate aan [gedaagde] zijn gebonden. Zij werken graag met hem samen vanwege zijn inhoudelijke kennis van hun organisatie en zijn vermogen om snel te schakelen en adequaat te adviseren. [gedaagde] fungeert voor hen als vertrouwd en vast aanspreekpunt, hetgeen de persoonlijke band en afhankelijkheid verder versterkt.
Deze combinatie van inhoudelijke kennis en persoonlijke relatie maakt dat de informatie
waarover [gedaagde] beschikt een zelfstandige commerciële waarde vertegenwoordigt en bij een overstap naar een concurrent eenvoudig in diens voordeel kan worden aangewend, aldus Velzart.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Velzart, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Velzart, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Velzart in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4Het geschil in reconventie
4.1.
[gedaagde] vordert in reconventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair: Velzart te verbieden om zich jegens [gedaagde] of enige derde een vordering in te stellen of zich te beroepen, direct of indirect, schriftelijk of anderszins, op artikel 11 arbeidsovereenkomst of de daaruit voortvloeiende verbintenis, op welke contractuele of buitencontractuele grondslag dan ook (waaronder mede begrepen een vordering tot nakoming, uit hoofde van onrechtmatige daad, of profiteren van wanprestatie); na betekening van het te dezen te wijzen vonnis op straffe van een onmiddellijke opeisbare dwangsom van € 15.000,00 per inbreuk op deze veroordeling, te vermeerderen met € 500,00 per kalenderdag of deel daarvan dat Velzart de desbetreffende inbreuk jegens [gedaagde] niet schriftelijk, ondubbelzinnig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk heeft ingetrokken en, in voorkomend geval, de betreffende derde, tot een maximum van € 50.000,00 (onverminderd eventuele overige rechten van [gedaagde] , zoals recht op schadevergoeding);
subsidiair: (a) Velzart te gebieden om aan [gedaagde] binnen 48 uur na betekening van het te dezen te wijzen vonnis schriftelijk opgave te doen van alle klanten van Velzart die [gedaagde] in de twaalf maanden vóór de einddatum van zijn dienstverband als vast contactpersoon heeft bediend, onder overlegging van bewijs van het zijn van hun vaste contactpersoon; en (b) de werking van artikel 11 arbeidsovereenkomst te schorsen, voor zover die verder gaat dan een verbod aan [gedaagde] op het benaderen van de aldus door Velzart bekend gemaakte vaste klanten gedurende een periode van twee maanden na datum uitdiensttreding, althans een in goede justitie te bepalen schorsing en looptijd; na betekening van het te dezen te wijzen vonnis op straffe van een onmiddellijke opeisbare dwangsom van € 15.000,00 per inbreuk op deze veroordeling, te vermeerderen met € 500,00 per kalenderdag of deel daarvan dat Velzart de desbetreffende inbreuk jegens [gedaagde] niet schriftelijk heeft hersteld, tot een maximum van € 50.000,00 (onverminderd eventuele overige rechten van [gedaagde] , zoals recht op schadevergoeding);
voorwaardelijk, namelijk voor zover enige vordering in conventie wordt toegewezen en Velzart jegens [gedaagde] aanspraak maakt op nakoming van artikel 11 arbeidsovereenkomst en/of een veroordeling in conventie, danwel jegens [gedaagde] een daarmee verband houdende schadevordering instelt, Velzart jegens [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een billijkheidsvergoeding ad € 120,00 bruto per kalenderdag of deel daarvan, te voldoen uiterlijk op de laatste kalenderdag van iedere kalendermaand voor de over die maand verschuldigde dagvergoedingen; te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over elke termijn die niet tijdig wordt voldaan, gerekend vanaf de dag van opeisbaarheid van die termijn;
voorwaardelijk, namelijk voor zover enige vordering in conventie wordt toegewezen en Velzart jegens [gedaagde] in voorkomend een boete vordert op grond van artikel 11 arbeidsovereenkomst, te bevelen dat Velzart de totale boete dient te matigen tot nihil, althans tot maximaal een in goede justitie te bepalen bedrag;
Velzart te veroordelen in de kosten van dit kort geding, het salaris van de gemachtigde en de nakosten daaronder begrepen; te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien kalenderdagen na datum van het te dezen te wijzen vonnis.
4.2.
[gedaagde] legt aan zijn primaire vordering ten grondslag dat het concurrentiebeding zijn geldigheid heeft verloren omdat het beding zwaarder op hem is gaan drukken als gevolg van de functiewijziging van [functie 1] in [functie 2] . Aan de subsidiaire vordering tot gedeeltelijke schorsing legt [gedaagde] ten grondslag dat het concurrentiebeding in de huidige vorm hem onbillijk benadeeld. Voorwaardelijk vordert [gedaagde] een billijkheidsvergoeding (artikel 7:653 lid 5 BW) nu hij onbillijk wordt benadeeld vanwege onder meer zijn chronisch visuele beperking en vordert hij matiging van de boete (artikel 6:94 BW) omdat deze buitensporig is.
4.3.
Velzart voert verweer. Velzart concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5De beoordeling
Juridisch kader
5.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze hierna gezamenlijk.
5.2.
Een vordering in kort geding kan alleen dan worden toegewezen als aannemelijk is dat eenzelfde of vergelijkbare vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en, mede vanwege het spoedeisend belang van de eisende partij, het treffen van een voorlopige voorzieningen geboden is. Daarbij kunnen ook de wederzijdse belangen van partijen meewegen. Gelet op het voorlopige karakter van de kortgedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. De kantonrechter dient dan ook te beslissen op grond van de inhoud van de stukken zoals deze in het geding zijn gebracht en wat daarover tijdens de mondelinge behandeling door en namens partijen is verklaard.
Spoedeisend belang
5.3.
Voldoende aannemelijk is geworden dat Velzart en [gedaagde] een spoedeisend belang hebben bij de door hen over en weer gevorderde voorzieningen, zodat zij ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Daarbij wordt wel opgemerkt dat anders dan Velzart bij het uitbrengen van de dagvaarding lijkt verondersteld te hebben, [gedaagde] op dit moment nog niet bij Octa One in dienst is getreden en heeft verklaard dat ook niet te zullen doen zolang in dit kort geding geen uitspraak is gedaan.
Kern van het geschil
5.4.
In de kern gaat het geschil in zowel conventie als in reconventie om de vraag of [gedaagde] na de functiewijziging nog aan het concurrentiebeding is gebonden, en zo ja, of dat aan indiensttreding van [gedaagde] bij Octa One in de weg staat.
Concurrentiebeding rechtsgeldig overeengekomen
5.5.
Niet in geschil is dat in de arbeidsovereenkomst ter zake de functie van [functie 1] een rechtsgeldig concurrentiebeding is overeengekomen tussen Velzart en [gedaagde] . Op grond van artikel 7:653 lid 3 sub b BW kan de rechter (in een bodemprocedure) een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen. Vooruitlopend daarop kan de kantonrechter in kort geding het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk schorsen totdat in een bodemprocedure uitspraak is gedaan over de vraag of mede werknemer nog aan het concurrentiebeding is gebonden, dan wel het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd.
5.6.
De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde] als gevolg van de functiewijziging niet langer aan het concurrentiebeding gebonden is omdat dit door de functiewijziging zwaarder is gaan drukken en dat onvoorzienbaar was. De kantonrechter acht het wel aannemelijk dat het concurrentiebeding in een bodemprocedure vernietigd wordt, op grond van het oordeel dat [gedaagde] onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding in verhouding tot het te beschermen belang van Velzart. De kantonrechter zal daarom het concurrentiebeding schorsen tot dat in een bodemprocedure over de vernietiging is geoordeeld. In dit oordeel ligt besloten dat de vordering van Velzart tot nakoming van het concurrentiebeding wordt afgewezen en dat niet toegekomen wordt aan de beoordeling van de subsidiaire en de voorwaardelijke vorderingen van [gedaagde] . De kantonrechter licht dit oordeel hieronder toe.
Concurrentiebeding is niet zwaarder gaan drukken
5.7.
Het enkele feit dat de functie van [gedaagde] is gewijzigd van [functie 1] naar die van [functie 2] en de daarmee samenhangende substantiële stijging van het salaris is niet voldoende om te oordelen dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het concurrentiebeding, onvoorzienbaar, zwaarder is gaan drukken en om die reden in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde] niet langer aan het concurrentiebeding gebonden is. Daarvoor is nodig dat het concurrentiebeding de werknemer, als gevolg van de functiewijziging, na beëindiging van het dienstverband in verdergaande mate belemmert om een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden. Dat daarvan sprake is, is niet voldoende onderbouwd gesteld of gebleken. Zowel voor de functie van [functie 1] als [functie 2] geldt dat het [gedaagde] , kort gezegd, verboden is bij concurrenten van Velzart te werken die binnen een straal van 30 km gevestigd zijn. Voor zover [gedaagde] heeft gesteld dat reeds vanwege het zwaarder drukken van het concurrentiebeding zijn vorderingen in reconventie moeten worden toegewezen en de vorderingen van Velzart moeten worden afgewezen, wordt dat verworpen.
Schorsing wegens de belangenafweging artikel 7:653 lid 3 sub b BW
5.8.
Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever, waaronder specifieke knowhow en goodwill, te beschermen. Het beding is niet bedoeld om werknemers te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer naar een concurrent, in zijn bedrijfsdebiet is aangetast. Dat een werknemer bij zijn vertrek kennis en ervaring die is opgedaan bij zijn werkgever ‘meeneemt’ en dat de nieuwe werkgever daarvan profijt heeft is inherent aan het vertrek c.q. het in dienst nemen van een (ervaren) werknemer. Het concurrentiebeding biedt geen bescherming tegen het vertrek van een ervaren werknemer en de indiensttreding van die werknemer bij een concurrent van de oude werkgever, maar alleen tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door zo’n overstap. Van zo’n aantasting zal bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de betrokken werknemer door zijn functie op de hoogte is van essentiële relevante (commerciële en technische) informatie, unieke werkprocessen en strategieën en hij deze kennis ten behoeve van zijn nieuwe werkgever kan gebruiken, waardoor de nieuwe werkgever in de concurrentieslag met de oude werkgever in het voordeel is, of bijvoorbeeld doordat de werknemer zo intensief samenwerkt met bepaalde klanten van de oude werkgever dat er een serieus risico is dat deze klanten overstappen naar diens nieuwe werkgever.
5.9.
Anders dan door Velzart is gesteld, is niet gebleken is dat [gedaagde] kennis heeft van bedrijfsgevoelige informatie van Velzart die concurrentiegevoelig is. [gedaagde] heeft een uitvoerende functie. Hij draagt geen (specifieke) kennis van bijvoorbeeld inkoopinformatie en/of prijsafspraken, voerde geen onderhandelingen met klanten en niet, althans onvoldoende, is gebleken dat hij belangrijk klantcontact had of een actieve rol had bij het aangaan van (doorlopende) contracten. [gedaagde] heeft weliswaar kennis van de klanten van Velzart en hun ict-systemen, maar niet gebleken is dat dit bedrijfsgevoelige informatie van Velzart is. De kantonrechter begrijpt dat Velzart [gedaagde] ziet als een gewilde werknemer in de branche waarin Velzart werkt, omdat hij bijvoorbeeld weet wat de wensen van bepaalde opdrachtgevers zijn, maar dat betekent niet dat hij kennis draagt van specifieke gevoelige informatie, die redelijkerwijs beschermd moet worden door middel van een concurrentiebeding.
5.10.
Ook de omstandigheid dat [gedaagde] weet wie klant van Velzart zijn en hij (werknemers van) klanten van Velzart kent doordat hij contact met hen heeft als hij als helpdeskmedewerker ict-problemen moet oplossen, levert niet een zodanig klantencontact op dat dat met zich meebrengt dat Velzart op grond daarvan bescherming aan het concurrentiebeding kan ontlenen. Immers [gedaagde] heeft niet zozeer contacten met de directe klanten van Velzart (degenen die de contracten met Velzart sluiten), maar met de werknemers van die klanten die geholpen moeten worden met ict-problemen. Dat [gedaagde] daarbij, zo is door Velzart aangevoerd, een als in de omgang erg prettige servicedeskmedewerker wordt ervaren, is een eigenschap die in de persoonlijkheid van [gedaagde] zit, maar niet specifiek bij of dankzij Velzart opgedane kennis of ervaring betreft die beschermd moet worden.
5.11.
Om de hiervoor genoemde redenen zal het concurrentiebeding op vordering van [gedaagde] in reconventie, worden geschorst.
5.12.
Het voorgaande laat onverlet dat de kantonrechter begrijpt dat Velzart, zoals door haar is aangevoerd, vreest dat Octa One, na eventuele indiensttreding van [gedaagde] , mogelijk relaties van Velzart zal benaderen met de mededeling dat [gedaagde] inmiddels bij Octa One werkt. Dat is evenwel onvoldoende om de kennis die [gedaagde] heeft opgedaan te kwalificeren als bedrijfsgevoelige informatie die bescherming verdient.
5.13.
Overigens wordt de suggestie ter zitting aan de zijde van [gedaagde] gedaan, dat Velzart er geen belang bij heeft [gedaagde] aan het concurrentiebeding te houden omdat Octa One reeds over klantinformatie van Velzart beschikt, omdat [persoon 2] daarmee vanuit zijn eerdere positie bij Velzart bekend is, wordt verworpen. [persoon 2] is immers ca. zeven jaar geleden bij Velzart vertrokken. De door hem bij Velzart opgedane kennis en ervaring is inmiddels verouderd.
5.14.
De kantonrechter merkt nog op dat, voor zover [gedaagde] bedrijfsgeheimen van Velzart kent, waarvan Velzart vreest dat hij die zal doorspelen aan Octa One, zij een beroep kan doen op het geheimhoudingsbeding dat tussen partijen geldt om dat te voorkomen.
5.15.
Nu, zoals hiervoor is overwogen, vooralsnog oordelend in kort geding, niet is gebleken dat [gedaagde] over informatie beschikt die middels een concurrentiebeding moet worden beschermd, is dat reeds reden om tot schorsing over te gaan. Dat brengt al mee dat Velzart geen zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding.
5.16.
Daar komt bij dat, in het kader van de wederzijdse belangenafweging, voor [gedaagde] de overstap naar Octa One als voordeel heeft dat hij kan werken in zijn woonplaats. Gelet op de ernstige en chronische visuele beperking van [gedaagde] is dit voor hem een groot voordeel. Het reizen valt hem met het klimmen der jaren zwaarder en dat zal niet meer minder worden. De kantonrechter acht het vanwege deze visuele beperking niet aannemelijk dat [gedaagde] , anders dan Velzart betoogt, een zodanig gunstige arbeidsmarktpositie heeft dat hij makkelijk een andere geschikte baan zal vinden. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat Velzart weliswaar een aantal vacatures heeft overgelegd, maar het de vraag is of deze nog actueel zijn en bovendien geenszins aannemelijk is geworden dat [gedaagde] bij één van deze werkgevers daadwerkelijk kans zou hebben daar in dienst te treden.
5.17.
Het voorgaande brengt met zich dat de kantonrechter voorshands van oordeel is dat het belang van [gedaagde] om van de werking van het concurrentiebeding ontheven te worden, groter is dan het belang van Velzart bij handhaving daarvan, en dat [gedaagde] door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Dit betekent dat de kantonrechter oordeelt dat het voorlopig voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter aan het concurrentiebeding zijn werking zal ontnemen. Het is daarbij naar oordeel van de kantonrechter gerechtvaardigd om daarop in dit kort geding vooruit te lopen. De kantonrechter zal daarom het concurrentiebeding (totdat uitspraak is gedaan in een bodemprocedure) schorsen, als zijnde het mindere van de primaire vordering die [gedaagde] in conventie heeft ingesteld. De primaire vordering om Velzart verbieden om jegens [gedaagde] of enige derde een vordering in te stellen of zich te beroepen, direct of indirect, schriftelijk of anderszins, op artikel 11 arbeidsovereenkomst of de daaruit voortvloeiende verbintenis, op welke contractuele of buitencontractuele grondslag dan ook (waaronder mede begrepen een vordering tot nakoming, uit hoofde van onrechtmatige daad, of profiteren van wanprestatie) levert een verbod op waarvoor een kortgedingprocedure zich niet leent, noch daargelaten dat het Velzart niet verboden kan worden vorderingen in rechte in te stellen.
5.18.
Nu het concurrentiebeding wordt geschorst en de vorderingen van Velzart in reconventie worden afgewezen heeft [gedaagde] geen belang meer bij zijn subsidiaire vorderingen. Omdat de vorderingen van Velzart in conventie worden afgewezen en daarmee aan de voorwaarden waaronder [gedaagde] voorwaardelijke vorderingen heeft ingesteld niet in vervulling zijn gegaan, wordt aan die vorderingen niet toegekomen.
5.19.
Nu het concurrentiebeding wordt geschorst wordt het voor [gedaagde] mogelijk om bij Octa One in dienst te treden. De kantonrechter wijst [gedaagde] er wel op dit een voorlopig oordeel is en of in hoger beroep het gerechtshof, of de bodemrechter, als het geschil daar wordt voorgelegd, hier anders over kan oordelen.
5.20.
Voor toewijzing van een dwangsom is geen reden nu het concurrentiebeding in reconventie wordt geschorst en de vorderingen in conventie worden afgewezen.
5.21.
Velzart is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden in conventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.009,00
5.22.
Velzart is in reconventie eveneens in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden de proceskosten in reconventie begroot op nihil.
5.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van Velzart af,
6.2.
veroordeelt Velzart in de proceskosten van [gedaagde] van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Velzart niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Velzart tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.4.
schorst het concurrentiebeding zoals dat tussen Velzart en [gedaagde] is overeengekomen,
6.5.
veroordeelt Velzart in de proceskosten van [gedaagde] , welke begroot worden op nihil,
in conventie en in reconventie
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
44356 \ 498
Feitelijk spreken partijen nog steeds over [functie 2] . De kantonrechter houdt die benaming hierna in deze uitspraak ook aan.