Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6966

2026-09-11 Bestuursrecht; Omgevingsrecht ARN 26/1012
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-09-11
Publicatiedatum
2026-09-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ARN 26/1012
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing handhavingsverzoek inrichtingsplan. Reikwijdte handhavingsverzoek. Beplanting volgens inpassingsplan. Kamille en hanenpoot mogen aanwezig zijn.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.387 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND


Zittingsplaats Arnhem



Bestuursrecht



zaaknummer: ARN 26/1012

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2026


in de zaak tussen


[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.P. Euverman)
en


[omwonende 1] en [omwonende 2],


[omwonende 3]
,


[omwonende 4]
,


[omwonende 5] en [omwonende 6],
allen uit [woonplaats] , gezamenlijk: omwonenden



en


het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland
(gemachtigde: mr. I. Nikkels).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: KS NL28 B.V. uit Den Haag,
(gemachtigde: mr. T.A. Hubregtse).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het handhavingsverzoek van eiseres. Het handhavingsverzoek ziet op het niet voldoen aan het inrichtingsplan. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank ook het beroep van de omwonenden tegen de niet-ontvankelijk verklaring van hun bezwaren.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het handhavingsverzoek mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. De rechtbank komt ook tot het oordeel dat het beroep van omwonenden ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.








Procesverloop


2. Met het besluit van 1 september 2025 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 6 februari 2026 is het college bij dat besluit gebleven. Het bezwaar namens omwonenden heeft het college niet-ontvankelijk verklaard.



2.1.
Eiseres heeft, mede namens de omwonenden, beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, namens het college: [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] , namens de derde-partij: [persoon 4] en de gemachtigde van de derde-partij. De rechtbank heeft het beroep gelijktijdig op zitting behandeld met de zaken met zaaknummers ARN 25/2487 en ARN 25/4772.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?


3. De derde-partij heeft in 2020 een omgevingsvergunning gekregen voor het realiseren van een zonnepark aan de Ruilverkavelingsweg 3T01 in Neede. De derde-partij is volgens de omgevingsvergunning verplicht het “Inrichtings- en Natuurbeheerplan” van juli 2020 in stand te houden en duurzaam te beheren. De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften luiden:



(…)


- De vergunninghouder zal de in de bijlage “Inpassing zonnepark aan de Ruilverkavelingsweg in Neede” van juli 2020 beschreven maatregelen uitvoeren binnen één jaar na de overeenkomstig artikel 1.25 van het Bouwbesluit 2012 gedane gereedmelding van de bouwwerkzaamheden en/of het in gebruiken nemen/exploiteren van het zonnepark;


- De eigenaar is verplicht de aangelegde bepaling uit het Inrichtings- en Natuurbeheerplan van juli 2020 adequaat in stand te houden en duurzaam te beheren;


(…)




3.1.

Op 12 juni 2025 heeft eiseres een handhavingsverzoek ingediend, omdat volgens eiseres de landschappelijke inpassing niet is nageleefd. Eiseres heeft dit verzoek mede namens omwonenden ingediend, maar heeft hierbij niet aangegeven wie de omwonenden zijn.
Het handhavingsverzoek ziet op:



De huidige begroeiing bestaat voor een aanzienlijk deel uit kamille. Dit is niet voorgeschreven. Eiseres verzoekt het college daarom om handhavend op treden tegen de niet-conforme beplanting zoals getoond en beschreven in de onherroepelijke vergunning 2020;


In het inpassingsplan wordt uitsluitend volgroeide beplanting getoond. Eiseres verzoek het college daarom om de derde-partij te verplichten tot het aanbrengen van beplanting die voldoet aan de visualisaties die de omgevingsvergunning laten zien.





3.2.
Op 14 augustus 2025 heeft eiseres haar handhavingsverzoek aangevuld. Volgens eiseres is er riet rondom het zonnepark aangebracht. Dat volgt niet uit de omgevingsvergunning. Eiseres verzoekt het college daarom om handhavend op te treden.


3.3.
Op 1 september 2025 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen, omdat volgens het college de landschappelijke inpassing is uitgevoerd volgens de gestelde vergunningsvoorschriften. Met de beslissing op bezwaar heeft het college dat besluit in stand gelaten. Voor zover het bezwaar is ingediend namens omwonenden, heeft het college dat niet-ontvankelijk verklaard. Bij het handhavingsverzoek is volgens het college niet bekend gemaakt wie de omwonenden zijn.



Het beroep namens omwonenden


4. De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep ook namens de omwonenden heeft ingediend. Het beroep namens de omwonenden kan zich primair richten tot de niet-ontvankelijk verklaring van hun bezwaarschrift. In beroep wordt niet betoogd dat het bezwaar namens de omwonenden ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep namens omwonenden ongegrond is.



De reikwijdte van het handhavingsverzoek


5. Volgens vaste rechtspraak kan de reikwijdte van een handhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer worden uitgebreid. Dit betekent dat de rechtbank alleen de beroepsgronden kan beoordelen die passen binnen de reikwijdte van het handhavingsverzoek. In beroep is een aantal beroepsgronden aangevoerd, die naar het oordeel van de rechtbank buiten de reikwijdte van het handhavingsverzoek vallen. De volgende beroepsgronden bespreekt de rechtbank daarom niet inhoudelijk:



Volgens eiseres voldoen de zonering, de berm, het struweel, de kruidenzone en het beheer niet aan het inpassingsplan;


Volgens eiseres heeft het college in de beslissing op bezwaar onvoldoende gemotiveerd waarom er voldaan is aan de voorgeschreven werkzaamheden. Er moet een berm van 1,5 meter worden aangehouden tussen de sloot en het struweel, dat is volgens eiseres niet gebeurd. De aanplant is te dicht tegen de slootrand geplaatst. Ook is er voor de kruidenzone geen grond afgegraven, terwijl dit volgens het inpassingsplan wel moet;


In het beheerplan bij het inpassingsplan staat dat woekerende en dominante soorten meteen verwijderd moeten worden. Volgens eiseres is dat niet gebeurd en is er daarom geen sprake van de naleving van het beheerplan;


In het inpassingsplan staat dat rekening gehouden moet worden met de mogelijke nadelige gevolgen voor omwonenden. Volgens eiseres bevat het besluit geen beoordeling of deze beschermende functie wordt gerealiseerd.





5.1.
Hierna gaat de rechtbank in op de beroepsgronden die zij wel inhoudelijk kan beoordelen.



Voldoet de beplanting aan het inpassingsplan?

6. Eiseres betoogt dat de inrichting van het zonnepark niet overeenkomt met de in de omgevingsvergunning landschappelijke structuur en afschermende werking. In de landschappelijke inpassing staan maten genoemd die niet overeenkomen met dat wat is aangeplant. Er zijn volgens eiseres kleine takjes aangeplant met een flinke afstand ertussen. Voor de samenstelling van beplanting, struwelen en bomen staat:
“beoogde soorten: sleedoorn (maximaal 1,5-3 meter hoog), eenstijlige meidoorn (maximaal 2-10 meter hoog) en hondsroos (maximaal 2-3 meter hoog). Vuilboom, lijsterbes en Gelderse roos worden doorgemengd. De boomsoorten worden groepsgewijs door de struweelsingels aangeplant om het gewilde diverse beeld te bereiken.”




6.1.
Uit het besluit volgt dat de toezichthouder van het college op diverse momenten heeft gecontroleerd. Er is geconstateerd dat de aanplant voldoet aan de plantlijst behorende bij het inrichtingsplan. Zowel in aantallen als in plantmaat is volgens de toezichthouder het inrichtingsplan nageleefd. Op de zitting heeft de toezichthouder aangegeven toezicht te houden op het onderhoud van de beplanting. De toezichthouder heeft bijvoorbeeld gezien dat een aantal bomen is doodgegaan en dat dit wordt vervangen.



6.2.
De rechtbank stelt voorop dat de landschappelijke inpassing moet worden aangelegd volgens de tekening en het beplantingsplan die onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning voor het zonnepark. Bij het inpassingsplan zit ook een plantlijst met de soorten en maatvoering. Daaruit volgt een aanplantmaat van 80 tot 100 centimeter. Ook volgt uit de plantlijst er tussen de aanplant in dezelfde rij een afstand wordt aangehouden van 2 meter, en tussen de rijen wordt een afstand aangehouden van 1,50 meter. Uit de constatering van de toezichthouder volgt dat aan de voorgeschreven aanplant is voldaan. In dat wat eiseres betoogt ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de constatering van de toezichthouder onjuist is. In het inrichtingsplan zit ook een onderzoek naar de inpassing. Daarin is een aantal visualisaties weergegeven. Deze visualisaties geven globaal weer in welke beplanting moet worden voorzien. De beoogde ruimte die de beplanting inneemt, is in het inpassingsonderzoek visueel weergegeven. Dit is slechts een weergave van hoe de inpassing er in volgroeide staat uit komt te zien. De visualisaties zijn niet voorgeschreven. Het college heeft met de omgevingsvergunning uit 2020 namelijk een aanplantmaat heeft voorgeschreven. Het is kennelijk niet de bedoeling geweest dat direct bij de aanplant sprake is van volwaardige beplanting. De beroepsgrond slaagt niet.



Mogen planten als kamille en hanenpoot aanwezig zijn?

7. Volgens eiseres is de aanplant in het groeiseizoen volledig overwoekerd door eerst kamille en daarna hanenpoot. Het college heeft volgens eiseres niet gemotiveerd waarom dit niet in strijd is met het inrichtingsplan.




7.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat kamille en hanenpoot niet zijn ingezaaid. Kamille is een gebiedseigen plant die zich spontaan heeft gevestigd. Het is een kruid dat komt aanwaaien. Het perceel van de derde-partij is een voormalig landbouwperceel. Hanenpoot is een kenmerkende plantsoort bij zwaar bemeste akkers. Zodra de grond tot rust is gekomen, zal de hanenpoot volgens het college weer verdwijnen. Het college stelt zich verder op het standpunt dat kamille en hanenpoot niet voor problemen zorgen bij de jonge aanplant. Op de zitting heeft het college aanvullend toegelicht dat de toezichthouder één dag voor de zitting bij het perceel van de derde-partij heeft gekeken. De toezichthouder heeft geconstateerd dat kamille en hanenpoot bijna weg zijn.



7.2.
De rechtbank stelt voorop dat het inrichtingsplan inhoudt dat bepaalde planten uit de plantlijst moeten worden aangeplant. Onder 6.2. heeft de rechtbank overwogen dat uit het besluit volgt dat is voldaan aan de voorgeschreven aanplant. Uit het inrichtingsplan volgt niet dat uitsluitend de op de plantlijst genoemde planten aanwezig mogen zijn. Dat betekent dat ook andere beplanting, zoals kamille en hanenpoot aanwezig kan zijn. Het is ook niet mogelijk om beplanting of onkruid dat zich spontaan vestigt volledig te weren. Het wordt pas een probleem als de in het inpassingsplan voorgeschreven beplanting door niet voorgeschreven planten in de knel komen. Dan komt de instandhouding van het inpassingsplan in het geding. Daarvan is nu niet gebleken. De rechtbank oordeelt dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van een overtreding van het inpassingsplan. De beroepsgrond slaagt niet.





Conclusie en gevolgen


8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van het handhavingsverzoek in stand blijft. Eiseres en omwonenden krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.






Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep namens omwonenden ongegrond;
- verklaart het beroep van eiseres ongegrond.





Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van D. van Til, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2026














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2588.