Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6964

2026-06-17 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/5004/12218887
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-06-17
Publicatiedatum
2026-09-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
K/5004/12218887
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming gehuurde opslagbox. Zuivering verstek geweigerd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.297 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Nijmegen



Zaakgegevens: 12218887 \ VV EXPL 26-34




Vonnis in kort geding van 17 juni 2026




in de zaak van




SHURGARD NEDERLAND B.V.,
gevestigd in Rotterdam en kantoorhoudende in Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Shurgard,
gemachtigde: mr. K.Y. Tan,



tegen





[gedaagde] ,
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in en buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.





1De procedure


1.1.
Bij dagvaarding van 19 mei 2026, met producties, heeft Shurgard een voorziening gevorderd.



1.2.
Op 2 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De herhaalde verzoeken tot uitstel van deze zitting zijdens [gedaagde] zijn afgewezen. Voor Shurgard zijn [persoon] (senior [functie] ) en de gemachtigde verschenen. Shurgard heeft haar vorderingen toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat hij een vonnis in de zaak zal wijzen.





2De feiten


2.1.
Partijen hebben op 12 december 2023 een huurovereenkomst gesloten voor de huur van de opslagruimte met unitnummer [nummer] gelegen aan [adres] in Nijmegen (hierna: het gehuurde).



2.2.
Op 15 oktober 2024 heeft Shurgard de huurovereenkomst met [gedaagde] opgezegd tegen 1 november 2024 en daarbij de ontruiming tegen 2 november 2024 aangezegd.



2.3.
Op 31 januari 2025 heeft [gedaagde] een verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn ingediend. Bij beschikking van 27 juni 2025 met zaakgegevens 11531056 \ HA VERZ 25-8 heeft de kantonrechter van deze rechtbank [gedaagde] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.



2.4.

[gedaagde] is in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de kantonrechter. Bij beschikking van 7 april 2026 met zaaknummer 200.359.892 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van [gedaagde] verworpen



2.5.

[gedaagde] heeft het gehuurde, ondanks herhaalde sommaties van Shurgard, niet ontruimd.





3De vordering en de beoordeling daarvan


3.1.
Tegen de achtergrond zoals weergegeven in de feiten vordert Shurgard – zakelijk weergegeven – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen met machtiging van Shurgard om, indien [gedaagde] niet vrijwillig aan deze veroordeling voldoet, de ontruiming zelf te doen uitvoeren op kosten van [gedaagde] . Verder vordert Shurgard de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 371,08 per maand, vanaf de dag van de dagvaarding totdat het gehuurde daadwerkelijk is ontruimd, met wettelijke rente over iedere afzonderlijke maandtermijn, en de proceskosten.



3.2.
Aangezien alle voorgeschreven formaliteit en termijnen voor oproeping in acht zijn genomen, heeft de kantonrechter tegen de niet ter zitting verschenen [gedaagde] verstek verleend. Omdat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, zijn de door haar aan de rechtbank verstuurde berichten (met bijlagen) buiten beschouwing gelaten.



3.3.

Op 17 juni 2026, de datum van de uitspraak, is om 07:54 uur een e-mail met bijlagen van [gedaagde] ontvangen waarmee zij aangeeft het verstek te willen zuiveren. Namens Shurgard is hierop gereageerd, zij verzet zich tegen het verzoek.
De kantonrechter is van oordeel dat het toestaan van het zuiveren van het verstek in dit geval in strijd is met de eisen van de goede procesorde. [gedaagde] was immers op de hoogte van de zitting, heeft uitstel van die zitting gevraagd en is na weigering daarvan niet verschenen. Nu vraagt zij op de laatst mogelijk dag met haar verzoek tot zuivering van het verstek op grond van dezelfde argumenten in feite opnieuw om uitstel, immers verzoekt zij de nieuwe zitting op een termijn van vier tot zes weken te plannen. De kantonrechter ziet geen reden dit uitstel, via zuivering van het verstek, nu wel toe te staan.




3.4.
In geval van verstek, wijst de kantonrechter de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). In geval van een vordering in kort geding geldt verder dat deze slechts kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zodanig veel spoed heeft dat hij/zij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Shurgard volgt dat zulke spoed aanwezig is.



3.5.
De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zullen worden toegewezen, met uitzondering van het navolgende.



3.6.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf op kosten van [gedaagde] te doen uitvoeren zal worden afgewezen, omdat Shurgard daarbij geen belang heeft. Op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder namelijk zonder rechterlijke tussenkomst bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming volgens het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van [gedaagde] komen.



3.7.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Shurgard worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


126,46







- griffierecht


€


139,00







- salaris gemachtigde


€


865,00







- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.274,46













4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de opslagruimte met unitnummer [nummer] gelegen aan [adres] in Nijmegen te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, en in nette staat onder afgifte van de sleutels aan Shurgard ter beschikking te stellen,



4.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Shurgard van een gebruiksvergoeding van
€ 371,08 per maand, vanaf 19 mei 2026 totdat het gehuurde daadwerkelijk is ontruimd, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over iedere afzonderlijke maandtermijn, telkens vanaf de eerste dag van de maand waarop de termijn betrekking heeft totdat alles is betaald,




4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.274,46, te vermeerderen met de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,



4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
















































61512/560