Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6954
2026-09-02
Bestuursrecht
ARN 25/2217
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Besluit geslachtsnaamwijziging. Besluit tot toewijzing aanvraag derde-partij (de vrouw) om de geslachtsnaam van de twee kinderen van haar en eiser (de man) te wijzigen in de geslachtsnaam van de vrouw. Eiser heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. Er is voldaan aan de voorwaarden voor geslachtsnaamwijziging en de belangenafweging is zorgvuldig geweest. Beroep ongegrond.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RVS:2006:AY5895 Raad van State 09-08-2006
- ECLI:NL:RVS:2025:3235 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:3235 Raad van State 16-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.497 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2217
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
2 september 2026 in de zaak tussen
[de man] , uit [woonplaats] , de man
(gemachtigde: mr. A.G. Ouwejan),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. R.P. Stehouwer).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [de vrouw] , uit [woonplaats] , de vrouw
(gemachtigde: mr. R. Tetteroo).
Zitting
De rechtbank heeft het beroep van de man op 2 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van de man en de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. De vrouw was met bericht van verhindering afwezig.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank, na een onderbreking voor raadkameroverleg, mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Motivering
1. Met het besluit van 16 januari 2025 heeft staatssecretaris de aanvraag van de vrouw toegewezen om de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] – de twee kinderen van de man en de vrouw – te wijzigen in de geslachtsnaam van de vrouw. Met het besluit van 14 april 2025 heeft de staatssecretaris het bezwaar van de man tegen dat besluit ongegrond verklaard.
2. De man heeft tegen het besluit van 14 april 2025 beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. De vrouw heeft ook schriftelijk op het beroep gereageerd.
3. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de beroepsgronden van de man niet slagen en dat de staatssecretaris daarom terecht heeft besloten om de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] te wijzigen in die van de vrouw. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende motivering.
3.1.
In het Besluit geslachtsnaamwijziging staat onder welke voorwaarden een geslachtsnaam kan worden gewijzigd. Het verzoek wordt in beginsel afgewezen als de andere ouder er niet mee instemt. Hierop is een uitzondering, namelijk wanneer de verzoeker – in dit geval: de vrouw – aantoont dat de ouder van wie de minderjarige de geslachtsnaam heeft – de man dus – en het kind ( [kind 1] en [kind 2] ) niet meer dan een vierde deel van de periode voorafgaand aan de termijn van verzorging en opvoeding in gezinsverband hebben samengeleefd. De staatssecretaris heeft op basis van gegevens uit de Basisregistratie personen aannemelijk gemaakt dat de man en [kind 1] en [kind 2] nooit op hetzelfde adres hebben gewoond. Uit het dossier blijkt ook dat het contact tussen de man en [kind 1] en [kind 2] minimaal is geweest en voor het laatst plaatsvond in 2020 of 2021 via videobellen. Hiermee is aan de genoemde voorwaarde voldaan.
3.2.
Als aan de voorwaarden voor geslachtsnaamwijziging is voldaan, moet volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) nog wel een belangenafweging plaatsvinden. Uit vaste rechtspraak volgt ook dat in dit geval, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, ervan wordt uitgegaan dat het in het belang van de minderjarige is dat deze de naam draagt van degene met wie hij een bestendige gezinssituatie heeft.
3.3.
Het bestaan van aanwijzingen voor het tegendeel is in deze zaak niet aannemelijk geworden, en daarmee is de belangenafweging van de staatssecretaris zorgvuldig geweest. De man wijst op de moeilijke verstandhouding die hij met de vrouw heeft, maar dat is volgens dezelfde rechtspraak geen aanwijzing in de hiervoor bedoelde zin. De man vreest verder dat hij met de geslachtsnaamwijziging als het ware wordt geschrapt uit het leven van zijn kinderen, dat hierdoor een blijvende verbondenheid met beide ouders wordt miskend en dat dit zou bijdragen tot ouderverstoting. Dit volgt de rechtbank niet. In een verder verleden zou de man wellicht een punt hebben gehad, toen ook in Nederland het nog de norm was dat kinderen altijd de geslachtsnaam van de man kregen. Maar inmiddels is die maatschappelijke en juridische norm gewijzigd. Kinderen kunnen de geslachtsnaam van de man krijgen, van de vrouw of van beiden. Als een kind de geslachtsnaam van een van de ouders draagt, is daarmee dus niet gezegd dat de ander dus (als ouder) is of wordt geschrapt. De rechtbank snapt wel dat de man de geslachtsnaamwijziging persoonlijk als een schrapping ervaart, maar in deze zaak staat niet zijn belang maar dat van zijn kinderen voorop. En dat laatste belang is met de geslachtsnaamwijziging gediend. Overigens is het zo dat de geslachtsnaamwijziging geen afbreuk doet aan de rechten die de man als vader van zijn kinderen heeft. De man blijft ook de vader van [kind 1] en [kind 2] en blijft ook als zodanig op hun geboorteakten vermeld staan.
4. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van de man.
De rechter deelt mee dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken aan partijen zal worden toegestuurd.
De rechter wijst erop dat partijen het recht hebben om tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep moet zijn ingesteld binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026 door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Dit staat in artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder d, sub 2, van het Besluit geslachtsnaamwijziging.
Afdeling 9 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY5895, overweging 2.5.1.
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3235, overweging 4.1.
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3235, overweging 4.3.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2217
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
2 september 2026 in de zaak tussen
[de man] , uit [woonplaats] , de man
(gemachtigde: mr. A.G. Ouwejan),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. R.P. Stehouwer).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [de vrouw] , uit [woonplaats] , de vrouw
(gemachtigde: mr. R. Tetteroo).
Zitting
De rechtbank heeft het beroep van de man op 2 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van de man en de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. De vrouw was met bericht van verhindering afwezig.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank, na een onderbreking voor raadkameroverleg, mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Motivering
1. Met het besluit van 16 januari 2025 heeft staatssecretaris de aanvraag van de vrouw toegewezen om de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] – de twee kinderen van de man en de vrouw – te wijzigen in de geslachtsnaam van de vrouw. Met het besluit van 14 april 2025 heeft de staatssecretaris het bezwaar van de man tegen dat besluit ongegrond verklaard.
2. De man heeft tegen het besluit van 14 april 2025 beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. De vrouw heeft ook schriftelijk op het beroep gereageerd.
3. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de beroepsgronden van de man niet slagen en dat de staatssecretaris daarom terecht heeft besloten om de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] te wijzigen in die van de vrouw. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende motivering.
3.1.
In het Besluit geslachtsnaamwijziging staat onder welke voorwaarden een geslachtsnaam kan worden gewijzigd. Het verzoek wordt in beginsel afgewezen als de andere ouder er niet mee instemt. Hierop is een uitzondering, namelijk wanneer de verzoeker – in dit geval: de vrouw – aantoont dat de ouder van wie de minderjarige de geslachtsnaam heeft – de man dus – en het kind ( [kind 1] en [kind 2] ) niet meer dan een vierde deel van de periode voorafgaand aan de termijn van verzorging en opvoeding in gezinsverband hebben samengeleefd. De staatssecretaris heeft op basis van gegevens uit de Basisregistratie personen aannemelijk gemaakt dat de man en [kind 1] en [kind 2] nooit op hetzelfde adres hebben gewoond. Uit het dossier blijkt ook dat het contact tussen de man en [kind 1] en [kind 2] minimaal is geweest en voor het laatst plaatsvond in 2020 of 2021 via videobellen. Hiermee is aan de genoemde voorwaarde voldaan.
3.2.
Als aan de voorwaarden voor geslachtsnaamwijziging is voldaan, moet volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) nog wel een belangenafweging plaatsvinden. Uit vaste rechtspraak volgt ook dat in dit geval, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, ervan wordt uitgegaan dat het in het belang van de minderjarige is dat deze de naam draagt van degene met wie hij een bestendige gezinssituatie heeft.
3.3.
Het bestaan van aanwijzingen voor het tegendeel is in deze zaak niet aannemelijk geworden, en daarmee is de belangenafweging van de staatssecretaris zorgvuldig geweest. De man wijst op de moeilijke verstandhouding die hij met de vrouw heeft, maar dat is volgens dezelfde rechtspraak geen aanwijzing in de hiervoor bedoelde zin. De man vreest verder dat hij met de geslachtsnaamwijziging als het ware wordt geschrapt uit het leven van zijn kinderen, dat hierdoor een blijvende verbondenheid met beide ouders wordt miskend en dat dit zou bijdragen tot ouderverstoting. Dit volgt de rechtbank niet. In een verder verleden zou de man wellicht een punt hebben gehad, toen ook in Nederland het nog de norm was dat kinderen altijd de geslachtsnaam van de man kregen. Maar inmiddels is die maatschappelijke en juridische norm gewijzigd. Kinderen kunnen de geslachtsnaam van de man krijgen, van de vrouw of van beiden. Als een kind de geslachtsnaam van een van de ouders draagt, is daarmee dus niet gezegd dat de ander dus (als ouder) is of wordt geschrapt. De rechtbank snapt wel dat de man de geslachtsnaamwijziging persoonlijk als een schrapping ervaart, maar in deze zaak staat niet zijn belang maar dat van zijn kinderen voorop. En dat laatste belang is met de geslachtsnaamwijziging gediend. Overigens is het zo dat de geslachtsnaamwijziging geen afbreuk doet aan de rechten die de man als vader van zijn kinderen heeft. De man blijft ook de vader van [kind 1] en [kind 2] en blijft ook als zodanig op hun geboorteakten vermeld staan.
4. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van de man.
De rechter deelt mee dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken aan partijen zal worden toegestuurd.
De rechter wijst erop dat partijen het recht hebben om tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep moet zijn ingesteld binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026 door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Dit staat in artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder d, sub 2, van het Besluit geslachtsnaamwijziging.
Afdeling 9 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY5895, overweging 2.5.1.
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3235, overweging 4.1.
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3235, overweging 4.3.