Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6953

2026-05-11 Strafrecht 05/071563-24, 05/108772-24, 05/141228-24, 05/162302-24, 05/171850-24, 05/183357-24, 05/141200-24 en 05/266081-24 (gev. ttz)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-05-11
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
05/071563-24, 05/108772-24, 05/141228-24, 05/162302-24, 05/171850-24, 05/183357-24, 05/141200-24 en 05/266081-24 (gev. ttz)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Schorsing van de vervolging ex artikel 16 Sv.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.602 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND




Team strafrecht



Zittingsplaats Zutphen



Parketnummer: 05/071563-24, 05/108772-24, 05/141228-24, 05/162302-24, 05/171850-24, 05/183357-24, 05/141200-24 en 05/266081-24 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 11 mei 2026



Tegenspraak




vonnis van de meervoudige kamer




in de zaak van




de officier van justitie




tegen





[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .



Raadsman: mr. A.H.T. de Haas, advocaat in Putten.



Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.






1De inhoud van de tenlastelegging


Aan verdachte is ten laste gelegd dat:




05/071563-24




1
hij op of omstreeks 29 februari 2024 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] (Buitengewoon Opsporingsambtenaar controleur openbare ruimte) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met een (ijzeren) (fiets)ketting in de richting van het bovenlichaam en/of het hoofd van die [aangever 1] heeft gezwaaid en/of
- die [aangever 1] met een (ijzeren) (fiets)ketting tegen het bovenlichaam, althans het lichaam, heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;



subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:



hij op of omstreeks 29 februari 2024 te Apeldoorn [aangever 1] (Buitengewoon Opsporingsambtenaar controleur openbare ruimte) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een (ijzeren) (fiets)ketting in de richting van het bovenlichaam en/of het hoofd van die [aangever 1] te zwaaien en/of die [aangever 1] met een (ijzeren) (fiets)ketting tegen het bovenlichaam, althans het lichaam te slaan;



2
hij op of omstreeks 29 februari 2024 te Apeldoorn [aangever 1] (Buitengewoon Opsporingsambtenaar controleur openbare ruimte) heeft mishandeld door die [aangever 1] (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of stompen;




05/108772-24




hij op of omstreeks 29 maart 2024 te Apeldoorn opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, [kenmerk] krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van Apeldoorn, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 26 maart 2024 tot en met 26 juni 2024 niet mocht bevinden in/op het centrumgebied van Apeldoorn, door, zich op voornoemde datum om 02:00 uur in/op, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;




05/141228-24




hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 maart 2024 tot en met 18 april 2024 te Apeldoorn, (telkens) opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, [kenmerk] , krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a eerste lid van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Apeldoorn, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 25 maart 2024 tot en met 25 juni 2024 niet mocht bevinden in het centrumgebied van Apeldoorn, door, zich op- 31 maart 2024 omstreeks 21:00 uur in/op/aan de Nieuwstraat, en/of- 31 maart 2024 omstreeks 21:45 uur in/op/aan de Prins Willem-Alexanderlaan, en/of- 1 april 2024 omstreeks 16:29 uur in/op/aan de Prins Willem-Alexanderlaan, en/of- 2 april 2024 omstreeks 03:00 uur in/op/aan de Prins Willem-Alexanderlaan, en/of- 2 april 2024 omstreeks 08:38 uur in/op/aan de Brinklaan, en/of- 2 april 2024 omstreeks 19:44 uur in/op/aan de Hoofdstraat, en/of- 2 april 2024 omstreeks 20:30 uur in/op/aan de Nieuwstraat, en/of- 2 april 2024 omstreeks 20:38 uur in/op/aan de Nieuwstraat, en/of- 2 april 2024 omstreeks 23:23 uur in/op/aan de Prins Willem-Alexanderlaan, en/of- 3 april 2024 omstreeks 08:21 uur in/op/aan de Brinklaan, en/of- 8 april 2024 omstreeks 10:31 uur in/op/aan de Stationsdwarsstraat, en/of- 8 april 2024 omstreeks 19:50 uur in/op/aan de Nieuwstraat, en/of- 8 april 2024 omstreeks 21:07 uur in/op/aan de Roggestraat, en/of- 8 april 2024 omstreeks 22:05 uur in/op/aan de Vosselmanstraat, en/of- 14 april 2024 omstreeks 08:10 uur in/op/aan de Prins Willem-Alexanderlaan, en/of- 14 april 2024 omstreeks 22:18 uur in/op/aan de Stationsstraat, en/of- 18 april 2024 omstreeks 19:10 uur in/op/aan de Hofstraat,althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;




05/162302-24




hij op of omstreeks 14 mei 2024 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, [aangever 2] heeft mishandeld door voornoemde [aangever 2] een of meermaals in/op/tegen het hoofd/gezicht te slaan;




05/171850-24




hij op of omstreeks 23 mei 2024 in de gemeente Apeldoorn een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door het gebruik van een pin-/bankpas waarvoor verdachte niet gerechtigd wast;




05/183357-24




hij op of omstreeks 4 juni 2024 te Apeldoorn opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 4] (BOA), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: 'jij bent mijn zoon en je mag mij in mijn lul bijten', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door daarbij zijn kruis vast te grijpen;




05/266081-24




hij op of omstreeks 27 maart 2024 te Apeldoorn opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, [kenmerk] krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Apeldoorn, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 26 maart tot en met 26 juni niet mocht bevinden in het centrumgebied van Apeldoorn,door, zich op voornoemde datum omstreeks 21:11 uur op de Stationsstraat, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;




05/141200-24




hij op of omstreeks 25 april 2024 te Apeldoor opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, [kenmerk] , krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a eerste lid van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Apeldoorn, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 25 maart 2024 tot en met 25 juni 2024 niet mocht bevinden in het centrumgebied van Apeldoorn, door, zich op voornoemde datum omstreeks 01:41 uur in/op/aan de Prins Willem-Alexanderlaan, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden.








2De schorsing van de vervolging



Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de schorsing van de vervolging tegen de verdachte te bevelen. Verdachte is vanwege zijn psychische stoornissen niet, althans onvoldoende in staat om de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Bij verdachte valt geen herstel van de complexe problematiek te verwachten, zodat redenen tot opheffing van de schorsing op termijn niet zijn te verwachten. De raadsman heeft daarom verzocht om in het verlengde hiervan te verklaren dat de zaak is geëindigd.




Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat in de stukken geen aanknopingspunten te vinden zijn waaruit blijkt dat verdachte zich echt niet bewust is van de vervolging. Dat maakt dat een schorsing van de vervolging en in het verlengde daarvan een eindezaaksverklaring op dit moment niet aan de orde zijn.




De beoordeling

Bij de beoordeling van het verzoek van de raadsman stelt de rechtbank het volgende voorop. Artikel 16, eerste lid, Sv bepaalt dat indien verdachte aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, de rechter de vervolging schorst, in welke stand zij zich ook bevindt. Uit de formulering van artikel 16, eerste lid, Sv volgt dat de rechter verplicht is bij constatering van de genoemde omstandigheden tot schorsing van de vervolging over te gaan.



De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 17 juli 2025.



De reclassering heeft gerapporteerd dat zij hebben geprobeerd om telefonisch een gesprek te voeren met verdachte. Verdachte reageerde niet op de gestelde vragen, maar vertelde een onsamenhangend verhaal. De reclassering komt tot de conclusie dat verdachte ernstig verward is en sinds 2013 kampt met psychische problematiek. Bekend is dat verdachte een mentor heeft voor zijn financiën en een mentor die alles regelt rondom de zorg. Hij verblijft bij [instelling] in een beschermd wonen instelling en hij heeft contact met het ACT team van GGNet Apeldoorn waar hij maandelijks komt voor zijn medicatie in depotvorm.
Omdat betrokkene al langer dan tien jaar bekend is met verward gedrag en meestal niet
aanspreekbaar is, schatten de reclassering ondanks de geringe hoeveelheid actuele informatie in dat er sprake van een verhoogd risico is. Dat verdachte niet in staat zal zijn om de rechtszitting bij te wonen, in gesprek te kunnen gaan of om iets te veranderen aan zijn levensomstandigheden op dit moment. De medicatie via depot is het hoogst haalbare traject bij betrokkene gebleken, wat maakt dat hij zich in een zorgelijke situatie bevindt.



De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van het reclasseringsrapport van 15 april 2026.
De reclassering geeft ook in dit rapport aan dat zij wederom geen contact met verdachte hebben kunnen leggen. Het rapport is derhalve voornamelijk gebaseerd op het rapport van 17 juli 2025.



Uit het procesdossier maakt de rechtbank op dat het voor de politie steeds niet mogelijk bleek om verdachte na zijn aanhoudingen in voornoemde feiten te horen, vanwege zijn psychische toestand. Hij was te verward en vertelde onsamenhangende verhalen. De crisisdienst van GGNet is daarom meerdere keren ingeschakeld door de politie.



De raadsman heeft aangegeven dat hij op 14 april 2026 een bezoek heeft gebracht aan verdachte bij [instelling] . De raadsman heeft verdachte zeer kort gesproken, maar verdachte verkeerde in zijn wanen en contact bleek daardoor niet mogelijk. Door de persoonlijk begeleider is per mail een toelichting gestuurd waaruit blijkt dat verdachte meer in zijn wanen lijkt te leven dan dat hij helder is. Tijdens het gesprek met de raadsman heeft de persoonlijk begeleider aan verdachte uitgelegd dat hij binnenkort een zitting in Zutphen heeft en dat zijn advocaat daarom langs is gekomen. Verdachte reageerde hierop dat dit niet waar is, dat hij de baas is van [instelling] en dat de persoonlijk begeleider voor hem werkt. Verdachte weigerde hierna enige vorm van contact met iemand anders dan de begeleiding. Door de persoonlijk begeleider is toegelicht dat dit gedrag regelmatig bij verdachte zichtbaar is zodra het woord rechter, justitie of iets in die strekking valt. De raadsman heeft hierover opgemerkt dat de waanbeelden van verdachte erger werden toen hij aan verdachte probeerde uit te leggen dat hij zijn advocaat is en hem probeert te helpen.



Door de raadsman is ter zitting overgelegd de beschikking van 6 maart 2026 van deze rechtbank waarin een zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden is verleend.



Uit de genoemde beschikking van blijkt dat bij verdachte sprake is van een chronisch stabiel psychotisch toestandsbeeld bij een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type, waarbij tevens sprake is van middelenafhankelijkheid.



De rechtbank is zich ervan bewust dat de drempel om tot schorsing van de vervolging over te gaan hoog is. Alleen wanneer de verdachte niet in staat is de strekking van de tenlastelegging en het doel en verloop van de vervolging te overzien en zijn positie met diens advocaat te bespreken komt schorsing ex artikel 16 Sv in beeld.



Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte vanwege de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is om de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Hij is als gevolg van zijn stoornis onvoldoende in staat om de zaak met zijn raadsman te bespreken, de verdedigingsstrategie (mede) te bepalen of de inhoud van de processtukken te begrijpen en te bespreken. Verdachte kan aldus niet effectief deelnemen aan het strafproces en is in zoverre ‘unfit to stand trial’.
De rechtbank stelt daarbij vast dat de belemmeringen van verdachte om effectief aan de strafprocedure deel te nemen onvoldoende kunnen worden gecompenseerd door bijstand van zijn advocaat.



De rechtbank zal daarom de vervolging van verdachte schorsen.



De rechtbank komt niet tot de verklaring dat de zaak is geëindigd in de zin van artikel 29f Sv, omdat niet is onderbouwd dat er geen uitzicht is op herstel van verdachte.






3De beslissing


De rechtbank:



 schorst de vervolging van verdachte [verdachte] ;



 wijst af het verzoek te verklaren dat de zaak is geëindigd.












Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon en mr. T. Kok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 mei 2026.
















mr. Pennings en mr. Hut zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.