Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6946
2026-09-02
Civiel recht; Aanbestedingsrecht
C/05/468122
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Voorshands geoordeeld geen gebrek in motivering van voorlopige gunningsbeslissing. Niet aannemelijk dat beoordeling van kwaliteitscriteria aperte onjuistheden bevat of onredelijk is. Marginale toets. Vorderingen afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (39.145 tekens)
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/468122 / KG ZA 26-234
Vonnis in kort geding van 2 september 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PQR B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: PQR,
advocaten: mrs. P.F.C. Heemskerk en F.J.P. Stoop,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE WINTERSWIJK,
zetelend te Winterswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mrs. M.J. Mutsaers en M.A.J. de Groot,
waarin heeft gevorderd als tussenkomende, althans voegende partij aan de zijde van de gemeente te worden toegelaten:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SLTN IT SERVICES B.V.,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: SLTN,
advocaat: mr. A.L. Appelman.
1De procedure
In de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9
- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van de zijde van SLTN
- de akte houdende overlegging producties A tot en met D, tevens gedeeltelijke conclusie van antwoord van de zijde van de gemeente
- de mondelinge behandeling van 24 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van PQR - de pleitnota van de gemeente
- de pleitnota van SLTN.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald op heden.
2De feiten
In de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging
2.1.
De gemeente is in november 2025 een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart die betrekking heeft op de uitbesteding en migratie van de ICT-infrastructuur van de gemeente naar een zogenaamde infrastructure as a service-omgeving (IaaS-omgeving). Met deze nieuwe infrastructuur wenst de gemeente een betrouwbare en toekomstbestendige ICT-omgeving te realiseren.
2.2.
Op 13 november 2025 heeft de gemeente de “Offerteaanvraag uitbesteding migratie naar IAAS-omgeving Gemeente Winterswijk” gepubliceerd (hierna: de offerteaanvraag). De offerteaanvraag vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
1.8
De overeenkomst
De onderhavige opdracht zal worden vastgelegd in een raamovereenkomst tussen de Gemeente Winterswijk en de geselecteerde Opdrachtnemer. De raamovereenkomst heeft een geraamde waarde van circa €8.000.000 exclusief BTW exclusief jaarlijkse indexatie. (…)
1.8.1
Wachtkamerovereenkomst:(bijlage F)
Met de inschrijver die als tweede eindigt in de gunningsvolgorde wordt een wachtkamerovereenkomst gesloten.
(…)
De wachtkamerovereenkomst heeft een looptijd van zes (6) maanden na de ingangsdatum van de (raam)overeenkomst met de winnende inschrijver.
1.8.2
Looptijd:
De raamovereenkomst treedt naar verwachting in werking op 1 juli 2026 en heeft een initiële looptijd tot en met 30 juni 2030.
(…)
2.3
Planning
De planning van deze aanbestedingsprocedure vindt u in onderstaande tabel. U kunt hieraan geen rechten ontlenen.
(…)
4 Gunningscriterium en beoordeling
4.1
Gunningscriterium
De inschrijvingen worden beoordeeld en gerangschikt op basis van het gunningscriterium ‘beste prijs-kwaliteitverhouding’, hierna afgekort als: ‘Beste PKV’.
Het gunningscriterium ‘Beste PKV’ bestaat uit de volgende subgunningscriteria en het te behalen aantal punten:
(…)
4.3.4
Projectplanning & migratierisico (…)
Doel van de gemeente Winterswijk:
De migratie naar de nieuwe IaaS-omgeving moet tijdig, gecontroleerd en met minimale verstoring plaatsvinden.
De harde Deadline van 1 juli 2026 vereist een realistische planning, fasering en risicobeheersing.
Huidige pijnpunten (…)
De migratie naar een nieuwe IaaS-omgeving moet vóór juli 2026 worden afgerond, (…)
De voornaamste pijnpunten zijn:
(…)
Strakke deadline: het aflopen van de huidige licenties en contracten per 31 juli 2026 creëert een harde stop zonder verlengingsruimte, waardoor vertraging directe impact heeft op dienstverlening
(…)
4.3.5
Beoordeling gunningscriterium 2: Kwaliteit
De beoordeling van de kwalitatieve sub-subgunningscriteria vindt plaats door een beoordelingscommissie. De commissie beoordeelt de ingediende documenten individueel, waarna de scores worden vastgesteld in consensus.
De beoordeling gebeurt op basis van de volgende waarderingsschaal:
2.3.
De gemeente heeft geïnteresseerde marktpartijen de gelegenheid geboden om vragen te stellen over de opdracht. In totaal zijn vier Nota’s van Inlichtingen (NvI’s) verschenen, waarin alle vragen en antwoorden zijn opgenomen. De derde NvI vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
Vraag 368 (…) wij gaan ervan uit dat ons risico als leverancier beperkt is tot de – mogelijk toekomstige – implementatie en uitvoering van securitydiensten van een alternatieve beveiligingsoplossing. (…)
Antwoord: Ook binnen de gemeente zijn er zorgen over de haalbaarheid van de deadline. Echter zolang wij geen inzage hebben in de plannen die door de verschillende leveranciers gemaakt worden, kunnen we hier geen harde uitspraken over doen. Om het voor de leveranciers duidelijker te maken welke uitdagingen we hebben met betrekking tot het verlopen van contracten is er bij deze NVI3 een tijdslijn (…) toegevoegd met daarin de data waarop cruciale contracten aflopen. Leverancier wordt gevraagd in hun plannen hier rekening mee te houden, om op een zo gunstig mogelijke manier de migratie te voltooien. Voor de gemeente Winterswijk is bedrijfszekerheid belangrijker dan op een vaste datum volledig over zijn. De nieuwe leverancier dient ons huidige platform zonder functionele beperkingen vanaf 1 juli zal ondersteunen, inclusief benodigde verlenging/vervanging van licenties. De daadwerkelijke voltooiing van implementatie Fase 1 kan na deze datum ook nog plaatsvinden, zolang we maar geen onnodige licenties of contracten hoeven te verlengen (Voorbeeld: Indien we tijdelijk VMWare kunnen draaien op een licentie van de leverancier, hoeven we onze huidige licenties niet per September te verlengen).
We zullen de data die genoemd worden in de concept overeenkomst voor het aanvangen van de opdracht (18 maart) aanpassen met de huidige datum (16 april). (…) Let wel; oorspronkelijk hebben we de datum waarop de omgeving daadwerkelijk overgezet zal zijn al overgelaten aan het implementatieplan van de leverancier. Daar is niets aan veranderd, waardoor de leverancier de keuze heeft om ofwel langer de huidige omgeving te blijven ondersteunen, ofwel versneld de migratie te voltooien.
(…)’
2.4.
PQR en SLTN hebben, naast enkele andere partijen, op de opdracht ingeschreven. De beoordelingscommissie van de gemeente heeft alle inschrijvingen beoordeeld. Op
21 mei 2026 heeft de gemeente haar voorlopige gunningsbeslissing aan -in ieder geval- PQR kenbaar gemaakt, die luidt dat de inschrijving van SLTN is beoordeeld als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding met een puntenscore van in totaal 75,86 en dat de inschrijving van PQR als tweede is geëindigd met een puntenscore van 75,75. PQR heeft voor de kwaliteitscriteria Digitale soevereiniteit & veiligheid (KC1), Regie & samenwerking (KC2) en Continuïteit & gebruikservaring (KC3) een goed gescoord. Voor het criterium Projectplanning & migratierisico (KC4) heeft PQR een voldoende gescoord.
2.5.
PQR kan zich niet in deze uitkomst vinden en heeft in dat verband een toelichtend gesprek met de gemeente aangevraagd, welk gesprek op 28 mei 2026 heeft plaatsgevonden. Hetgeen tijdens dit gesprek is besproken, heeft er niet toe geleid dat PQR zich bij het gunningsvoornemen heeft neergelegd danwel de gemeente dat gunningsvoornemen heeft ingetrokken.
3Het geschil
In de hoofdzaak
3.1.
PQR vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I primair de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en voorts een nieuwe gunningsbeslissing te nemen die voldoet aan alle daartoe gestelde eisen en regels uit hoofde van de Aanbestedingswet 2012 (Aw) en anderszins, en in die gunningsbeslissing de inschrijving van PQR op de gronden zoals uiteengezet in de dagvaarding aan te merken als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding, en dat de opdracht daarmee aan PQR wordt gegund, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven;
II subsidiair de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en voorts over te gaan tot een herbeoordeling van de inschrijving van PQR -althans van de inschrijving van PQR en SLTN, althans van alle geldige inschrijvingen- door een volledig nieuw samen te stellen en ter zake kundige beoordelingscommissie, en daarop een nieuwe gunningsbeslissing te nemen die voldoet aan alle daartoe gestelde eisen en regels uit hoofde van de Aw en anderszins, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven;
III meer subsidiair de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken, de aanbesteding te staken en gestaakt te houden, de aanbesteding voorts formeel in te trekken en over te gaan tot een heraanbesteding van de opdracht conform alle daartoe geldende eisen en regels uit hoofde van de Aw en anderszins, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven;
IV in alle gevallen op straffe van een direct aan PQR te verbeuren dwangsom van
€ 25.000,00 per dag, met een maximum van € 5.000.000,00, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag voor iedere dag of ieder dagdeel dat de gemeente hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, alsmede
V de gemeente te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
3.4.
SLTN vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I SLTN toe te staan om in de tussen PQR en de gemeente aanhangige procedure primair te mogen tussenkomen, subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente;
in de hoofdzaak
II PQR niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van PQR af te wijzen;
III voorwaardelijk, de gemeente te verbieden de opdracht aan ieder ander dan SLTN (definitief) te gunnen, voorzover de gemeente de opdracht, alsnog definitief wenst te gunnen,
in het incident en in de hoofdzaak
IV PQR te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.5.
PQR en de gemeente hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van SLTN.
3.6.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
4De beoordeling van het geschil
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
4.1.
SLTN vordert primair te worden toegelaten als tussenkomende partij in het geding tussen PQR en de gemeente. PQR en de gemeente hebben daartegen geen verweer gevoerd en bovendien heeft SLTN een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat SLTN de inschrijver is aan wie de aanbestedende dienst voornemens is de opdracht te gunnen. Dit leidt ertoe dat SLTN zal worden toegelaten als tussenkomende partij in de onderhavige procedure.
4.2.
PQR en de gemeente zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
In de hoofdzaak
4.3.
De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende voort uit de aard daarvan.
4.4.
PQR vordert in deze procedure kort gezegd intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en gunning van de opdracht aan haar, danwel herbeoordeling van de inschrijving(en) door een nieuw samen te stellen beoordelingscommissie, danwel heraanbesteding van de opdracht voor zover de gemeente die opdracht nog steeds wil gunnen. PQR legt aan deze vorderingen ten grondslag dat de aan haar toegekende scores op de kwaliteitsonderdelen KC1 tot en met KC4 onjuist -want te laag- zijn beoordeeld, zodat deze dienen te worden bijgesteld. Nu het verschil tussen de inschrijving van PQR en die van SLTN slechts 0,11 punten bedraagt op een totaal van 100 punten, zou de aangepaste beoordeling er volgens PQR toe moeten leiden dat het gunningsvoornemen van de gemeente niet in stand kan blijven en de opdracht aan PQR moet worden gegund. Temeer nu de gegeven motivering van kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van de winnaar volgens PQR niet volledig en navolgbaar zijn en de gemeente daarmee niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan. Indien dit niet wordt gevolgd, stelt PQR zich op het standpunt dat de beoordeling van de inschrijvingen die heeft geleid tot het huidige gunningsvoornemen dermate veel fouten bevat, dat deze niet in stand kan blijven en opnieuw moet worden uitgevoerd door een nieuwe beoordelingscommissie. Indien ook daarvoor geen grond wordt gezien, wenst PQR heraanbesteding van de opdracht, omdat het in de leidraad opgenomen tijdspad inmiddels niet meer kan worden gehaald en SLTN bij definitieve gunning eigenlijk een wezenlijk gewijzigde opdracht zou gaan uitvoeren, waarop zij feitelijk niet heeft ingeschreven.
4.5.
De gemeente voert verweer. Volgens haar is de beoordeling door de beoordelingscommissie juist en terecht en voldoet de voorlopige gunningsbeslissing aan de daaraan te stellen eisen, zodat geen grond bestaat voor rechterlijk ingrijpen.
Ook SLTN is die mening toegedaan en voert aan dat de relatieve voordelen en kenmerken van haar inschrijving het puntenverschil op de verschillende kwaliteitscriteria rechtvaardigt, zodat SLTN terecht als voorlopige winnaar is aangemerkt. Voor gunning van de opdracht aan PQR danwel herbeoordeling van de inschrijvingen is dan ook geen plaats. SLTN voert ten aanzien van de gevorderde heraanbesteding aan dat de uitgelopen planning geen wezenlijke wijziging van de opdracht oplevert, zodat ook de meer subsidiaire vordering van PQR dient te worden afgewezen.
4.6.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 2.130 lid 1 Aw bepaalt dat de gunningsbeslissing de relevante redenen van de beslissing moet bevatten. Lid 2 van dit artikel beschrijft als relevante redenen in ieder geval de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving, waaronder kunnen worden begrepen de bekendmaking van de eindscores van zowel de afgewezen inschrijver als de geselecteerde ondernemer en de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken en de reden waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet de maximale score is toegekend. Het gaat er uiteindelijk om dat zodanige informatie wordt verschaft dat de afgewezen inschrijvers een effectieve rechtsbeschermingsmogelijkheid hebben.
Vaststaat dat de gemeente haar voorlopige gunningsbeslissing bij bericht van 21 mei 2026 met PQR heeft gedeeld. Geconstateerd moet worden dat, naast de mededeling dat (i) SLTN de inschrijver is die heeft ingeschreven met de beste prijs kwaliteit verhouding, (ii) de gemeente daarom voornemens is de opdracht aan SLTN te gunnen, (iii) PQR als tweede is geëindigd en daarom in aanmerking komt voor de wachtkamerpositie en (iv) de Alcatel termijn twintig dagen is en (v) de gemeente ook inhoudelijk op de scores van PQR en SLTN is ingegaan. Het bericht van de gemeente bevat (onder meer) een tabel met de door PQR behaalde scores per onderdeel met de daarbij behorende motivering en bevindingen alsmede de scores van SLTN. Tussen partijen is verder niet in geschil dat de gemeente een toelichting heeft gegeven op de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van SLTN op kwaliteitscriterium KC4, waarop SLTN een goed heeft gescoord en PQR een voldoende.
4.7.
Ter zitting heeft PQR het standpunt ingenomen dat de gemeente haar ter zake kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3 ten onrechte géén inzicht heeft gegeven in de kenmerken van de inschrijving van SLTN. Vaststaat dat PQR en SLTN op deze onderdelen hetzelfde hebben gescoord, zodat de gemeente terecht heeft aangevoerd dat geen relatieve voordelen te vermelden waren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat PQR in de toelichting van de gemeente voldoende is geïnformeerd over haar eigen score op de kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3 en de specifieke kenmerken die daarin zijn meegewogen en ertoe hebben geleid dat op deze onderdelen geen maximale score is toegekend. De motiveringsplicht van de gemeente strekt in dit geval niet zover dat zij daarnaast ook de specifieke kenmerken van de inschrijving van SLTN op deze kwaliteitscriteria had moeten noemen die hebben geleid tot eenzelfde score als PQR. Aannemelijk is dat de gemeente PQR op deze onderdelen voldoende informatie heeft verschaft om haar rechtspositie te bepalen en desgewenst binnen de Alcatel termijn een kort geding te starten, zoals zij ook heeft gedaan. Dat de gemeente met haar voorlopige gunningsbeslissing niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan, kan in het kader van deze kort gedingprocedure dan ook niet worden gevolgd. Dit leidt ertoe dat het antwoord op de vraag of PQR de specifieke wens om de kenmerken van de inschrijving van SLTN op de kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3 te verkrijgen in haar dagvaarding reeds voldoende naar voren heeft gebracht -hetgeen door de gemeente en SLTN wordt betwist-, in het midden kan blijven.
4.8.
Daarmee ligt de vraag voor of de inhoudelijke beoordeling van de inschrijving van PQR wat betreft de kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC4 al dan niet juist is.
De voorzieningenrechter stelt in dit kader voorop dat het in beginsel aan de aanbestedende dienst is om inschrijvingen te beoordelen en te waarderen. De aanbestedende dienst komt daarbij een ruime vrijheid toe, ook omdat de door haar aangewezen beoordelaars geacht mogen worden juist te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Enige mate van subjectiviteit is daarbij onvermijdelijk. De voorzieningenrechter dient zich in dat verband terughoudend op te stellen. Zij mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, maar kan slechts marginaal toetsen of de door de beoordelaars uitgevoerde beoordeling -score en motivering daarvan- voldoende grondslag vindt in de aanbestedingsstukken. Het is dus niet aan de voorzieningenrechter om zelf kwalificaties als ‘goed’ of ‘uitstekend’ aan onderdelen van een inschrijving te hechten.
Slechts wanneer sprake is van evidente fouten, onbegrijpelijkheden, aperte procedurele dan wel inhoudelijke onjuistheden en/of onrechtmatigheden die maken dat in redelijkheid niet tot het toegekende puntenaantal had kunnen komen, is plaats voor rechterlijk ingrijpen. Met inachtneming daarvan, wordt als volgt overwogen.
4.9.
De voorlopige gunningsbeslissing van 21 mei 2026 van de gemeente bevat -zoals hiervoor reeds besproken- een motivering van de eindscore van de inschrijving van PQR. In die motivering komen verschillende onderwerpen aan bod, die volgens de gemeente verklaren waarom de inschrijving van PQR niet als winnende inschrijving is geëindigd. Zo heeft de gemeente met betrekking tot de relatieve voordelen van de winnende inschrijving bij kwaliteitscriterium KC4 opgemerkt dat SLTN in haar inschrijving een expliciete toezegging heeft gedaan dat de bestaande ICT-omgeving tijdelijk as-is in beheer wordt genomen tijdens fase 1a van de opdracht, waar dat bij PQR niet het geval is. Hoewel PQR betoogt dat ook zij een dergelijke expliciete toezegging heeft gedaan en als zodanig heeft beschreven in haar inschrijving, zodat dit niet als relatief voordeel voor SLTN kan, althans mag gelden, is dit niet aannemelijk geworden. De toezegging dat het beheer as-is wordt overgenomen komt niet met zoveel woorden in de inschrijving van PQR voor en hetgeen PQR wél over dit onderwerp heeft vermeld, kan in het licht van de verdere uitwerking daarvan, niet als eensluidend worden aangemerkt. Zonder enige bedrijfsgevoelige informatie uit de inschrijving van PQR prijs te geven, is bijvoorbeeld een zichtbaar verschil aanwezig tussen de wijze waarop SLTN de ondersteuning aan het ICT-team van de gemeente op dit onderdeel heeft vormgegeven en de wijze waarop PQR dat heeft gedaan. Dat de gemeente de inschrijvingen van PQR en SLTN op dit onderdeel niet één op één vond overeenkomen, zoals PQR wel betoogt, komt dan ook niet als evidente fout danwel apert onjuist of onredelijk voor.
4.10.
Ditzelfde geldt voor de beoordeling van de door SLTN aangeboden stabilisatieperiode en de enkele testperiode voor AutoCAD-werk in fase 1a, waar PQR naar eigen zeggen ook een ‘zachte landing’ heeft voorgesteld respectievelijk doorlopende, herhalende en automatische testen aanbiedt. Dat de inschrijvingen van PQR en SLTN op dit onderdeel qua proces en uitvoeringshandelingen anders zijn ingestoken, is op zichzelf niet in geschil en de beoordelingscommissie van de gemeente komt nu eenmaal de beoordelingsvrijheid toe om andersluidende c.q. anders ingerichte aanbiedingen ook anders te waarderen en beoordelen. Dat maakt de beoordeling niet apert onjuist of onredelijk.
4.11.
Verder heeft de gemeente in haar voorlopige gunningsbeslissing opgemerkt dat PQR een hoge capaciteitsvraag bij de gemeente legt, zodat geen -althans in mindere mate- sprake is van ontzorgende dienstverlening. De stelling van PQR dat de beoordelingscommissie haar inschrijving op dit onderdeel verkeerd heeft gelezen, is niet aannemelijk geworden. De gemeente heeft afdoende onderbouwd dat de inrichting van de uitgevraagde dienstverlening door PQR anders is ingestoken dan SLTN heeft gedaan. Niet weersproken is dat PQR met haar aanbod op een heel aantal onderdelen (vrijwel alle zogenaamde mijlpalen) een beroep doet op en verantwoordelijkheid legt bij de (beperkte) ICT-capaciteit van de gemeente en zij eventuele bijstand vanuit PQR om het team te ondersteunen niet als onderdeel van haar inschrijving heeft aangeboden. Dat de beoordelingscommissie de andere aanpak van SLTN, waarbij (in ieder geval) in mindere mate een beroep wordt gedaan op de ICT-capaciteit van de gemeente, als relatief voordelig heeft aangemerkt, stond haar vrij en geeft voorshands geoordeeld geen blijk van een evidente beoordelingsfout danwel een apert onjuiste of onredelijke beoordeling.
4.12.
Voorts meent PQR dat de door haar aangeboden big bang-overgang in één weekend niet kan en mag worden beoordeeld als een puntverminderend aspect, omdat de gewenste wijze van overgang niet specifiek in de aanbestedingsstukken is verwoord. PQR miskent daarmee echter dat de gemeente in haar aanbestedingsstukken niet de verplichting heeft om te vermelden op welke wijze het maximum aantal punten kan worden gescoord en dat de ene inschrijving als relatief voordelig kan afsteken tegen de andere. Zo heeft de gemeente ter zitting aangevoerd dat de overgang die SLTN heeft aangeboden ruimte laat voor een gefaseerde migratie per gebruikersgroep, hetgeen zij als een verminderd risico in de migratiefase heeft gewaardeerd. Dat PQR in haar inschrijving uitgebreid zou hebben beschreven welke mitigerende maatregelen zij neemt om bepaalde risico’s tijdens de big bang-overgang te verkleinen, doet er niet aan af dat het de beoordelingscommissie vrij staat een bepaalde vorm van migratie de voorkeur te geven boven een andere. Daarbij komt dat voldoende aannemelijk is dat naast de wijze van overgang ook het moment daarvan heeft meegewogen in de beoordeling. Als onweersproken staat vast dat de overgang van PQR een reguliere werkdag beslaat waarop het gemeentehuis wel open is maar de gemeente niet over haar landelijke voorzieningen en internetverbindingen kan beschikken. Dat de beoordelingscommissie de door SLTN aangeboden migratie -waarbij dat niet zo is-, gelet op de uitvraag om de impact op de eindgebruikers te minimaliseren, als relatief voordelig heeft aangemerkt, komt dan ook niet apert onjuist of onredelijk voor. Dezelfde geldt voor de bevinding van de beoordelingscommissie van de gemeente dat data tijdelijk niet toegankelijk kunnen zijn bij de door PQR aangeboden migratie, omdat dit niet in lijn ligt met de uitgesproken verwachting van de gemeente om -zoals gezegd- de impact op eindgebruikers te minimaliseren.
4.13.
Dat het onderdeel van de inschrijving van PQR waarin zij de installatie van Windows-agents bij de gemeente belegd niet als positief is beoordeeld, geeft voorshands geoordeeld evenmin blijk van een apert onjuiste of onredelijke beoordeling. Gelet op de reeds hiervoor onder 4.11. beschreven belasting van het ICT-team van de gemeente, is niet onnavolgbaar dat de gemeente de inschrijving waarbij die installatie uit handen wordt genomen in het kader van de gewenste ontzorging als relatief voordelig heeft aangemerkt. Die vrijheid komt haar tot op zekere hoogte toe.
4.14.
De conclusie van PQR dat de haar toegekende score van een ‘voldoende’ op kwaliteitscriterium KC4 onjuist is, heeft zij -mede in het licht van het voorgaande en gelet op de in de Offerteaanvraag omschreven beoordelingsschaal- tenslotte niet, althans onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.
4.15.
Verder heeft PQR nog een aantal bezwaren aangevoerd ten aanzien van de motivering en punten op kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3. Volgens haar is de beoordeling op meerdere punten ten onrechte negatief geweest. Dit getuigt echter van een verkeerde lezing van de motivering. In de motivering zijn aandachtspunten genoemd maar die hebben niet als zodanig scoreverlagend gewerkt. PQR heeft op alle onderdelen van KC1 tot en met KC3 ‘goed’ gescoord. De lat om ‘uitstekend’ te oordelen ligt een stuk hoger. Uit de aanbestedingsstukken volgt dat daarvoor nodig is dat de inschrijving duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van de visie en de strategie van de gemeente en dat de inschrijving overtuigend is uitgewerkt en goed onderbouwd. PQR heeft echter in het geheel niet gesteld dat en waarom haar inschrijving een echte meerwaarde oplevert en op welke punten die dan overtuigend is uitgewerkt en goed onderbouwd. Dat brengt mee dat -wat zij verder ook met betrekking tot verschillende onderdelen van haar inschrijving heeft opgemerkt- in het kader van deze procedure niet kan worden aangenomen dat de beoordeling van de gemeente op de hiervoor genoemde onderdelen een evidente fout bevat danwel apert onjuist of onredelijk is.
4.16.
Ter zitting heeft PQR zich ten slotte nog op het standpunt gesteld dat de crux van haar bezwaren eigenlijk zit in de harde deadline die de gemeente in haar leidraad heeft vermeld en de overschrijding daarvan door SLTN. Volgens PQR heeft de gemeente in haar Offerteaanvraag 1 juli 2026 als harde deadline voor de migratie naar een nieuwe IaaS-omgeving opgenomen, zodat tijdige oplevering door alle inschrijvers vóór die datum moest worden geborgd. Nu het PQR is gebleken dat SLTN in haar inschrijving aan deze deadline voorbij gaat door een overgang aan te bieden op 17 juli 2026, kan de voorlopige gunningsbeslissing niet in stand blijven, aldus PQR. De gemeente en SLTN betwisten dat dit het geval is. Zij voeren aan dat de lopende ICT-contracten van de gemeente op
31 juli 2026 afliepen en dat in zoverre sprake was van een harde deadline, maar dat de invulling van de periode daaraan voorafgaand aan de inschrijvers zelf was; ofwel de winnende inschrijver ondersteunt de ICT-omgeving van de gemeente tot de migratie ofwel de winnende inschrijver zorgt ervoor dat de migratie zo snel mogelijk is voltooid zodat dit niet nodig is. In antwoord 368 van de derde NvI heeft de gemeente daarover verder nog opgemerkt dat de gemeente oorspronkelijk de datum waarop de omgeving overgezet zal zijn heeft overgelaten aan het implementatieplan van de leverancier en dat daaraan niets aan is veranderd. Daarbij wordt opgemerkt dat de leverancier wordt gevraagd in haar plannen rekening te houden met het aflopen van cruciale contracten, om op een zo gunstig mogelijke mogelijk de migratie te voltooien. Voor de gemeente is bedrijfszekerheid belangrijker dan op een vaste datum volledig over te zijn, aldus de gemeente. Ter verduidelijking wordt nog vermeld dat de nieuwe leverancier het huidige ICT-platform zonder functionele beperkingen vanaf 1 juli 2026 zal ondersteunen, maar dat de daadwerkelijke voltooiing van implementatiefase 1 ook nog na die datum kan plaatsvinden. Dat de in de aanbestedingsstukken genoemde deadline van 1 juli 2026 zag op de volledige overgang, zoals PQR betoogt, kan dan ook niet worden gevolgd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit voor iedere normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver duidelijk had moeten, althans kunnen zijn. Dat het oordeel van de beoordelingscommissie van de gemeente op dit punt evident fout, danwel apert onjuist of onredelijk is, is dan ook niet aannemelijk geworden.
4.17.
Dit alles leidt ertoe dat voorshands geoordeeld geen sprake is van een onjuiste beoordeling van de inschrijvingen, zodat deze grondslag niet tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing kan leiden en gunning van de opdracht aan PQR, danwel herbeoordeling van de inschrijving(en) door een nieuw samen te stellen beoordelingscommissie.
4.18.
Meer subsidiair vordert PQR intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en heraanbesteding van de opdracht, voor zover de gemeente nog tot gunning daarvan wenst over te gaan. Dat sprake is van een wezenlijke wijziging van de opdracht, omdat de in de Offerteaanvraag opgenomen planning vanwege tijdsverloop inmiddels niet meer kan worden gehaald, volgt de voorzieningenrechter niet. In de eerste plaats is in de Offerteaanvraag opgenomen dat aan de daarin vervatte planning geen rechten kunnen worden ontleend. In de tweede plaats heeft de gemeente aangevoerd dat de opdracht inhoudelijk ongewijzigd blijft. In de derde plaats is ter zitting namens SLTN aangevoerd dat de data waarmee zij op de opdracht heeft ingeschreven inderdaad niet langer haalbaar zijn, maar dat zij -indien de opdracht definitief aan haar wordt gegund- haar planning ongewijzigd zal doorschuiven en aldus hetzelfde aantal dagen tussen de verschillende stappen van het proces zal hanteren. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding aan het voorgaande te twijfelen, zodat PQR in het kader van deze kort gedingprocedure onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt welk aspect van de opdracht wezenlijk is gewijzigd, zodanig dat achteraf bezien mogelijk ook andere marktpartijen hadden willen inschrijven. Enig verloop van tijd vanwege eventuele bezwaren en/of juridische procedures is geregeld onvermijdelijk in aanbestedingsprocedures en die enkele omstandigheid leidt op zichzelf niet steeds tot een wezenlijke wijziging indien de opdracht daarna alsnog in het kader van de betreffende aanbestedingsprocedure wordt gegund. Ook de meer subsidiaire vordering van PQR zal daarom worden afgewezen.
4.19.
Afwijzing van de vorderingen van PQR, betekent toewijzing van het onder II door SLTN gevorderde. Nu op grond van artikel 217 Rv voor een rechtsgeldige tussenkomst noodzakelijk is dat de derde partij een eigen vordering instelt, die zich richt tegen beide partijen, is aan de voorwaarde voor het instellen van de vordering onder III voldaan. Deze vordering strekt ertoe de gemeente te verbieden de opdracht aan ieder ander dan SLTN (definitief) te gunnen, voorzover de gemeente de opdracht alsnog definitief wenst te gunnen. Nu SLTN als de (voorlopig) winnende inschrijver is geëindigd en deze voorlopige gunningsbeslissing door middel van deze kort gedingprocedure niet is aangetast, zal deze vordering worden toegewezen.
4.20.
PQR is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente en SLTN worden, ieder afzonderlijk, begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
4.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
5.1.
laat SLTN toe als tussenkomende partij in het geschil tussen PQR en de gemeente,
5.2.
veroordeelt PQR en de gemeente tot betaling van de proceskosten in het incident, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil,
In de hoofdzaak
5.3.
wijst de vorderingen van PQR af,
5.4.
verbiedt de gemeente de opdracht aan ieder ander dan SLTN (definitief) te gunnen, voorzover de gemeente de opdracht alsnog definitief wenst te gunnen,
5.5.
veroordeelt PQR in de proceskosten aan de zijde van de gemeente van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als PQR niet tijdig aan de kostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt PQR tot betaling van de wettelijke rente aan de gemeente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
veroordeelt PQR in de proceskosten aan de zijde van SLTN van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als PQR niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
veroordeelt PQR tot betaling van de wettelijke rente aan SLTN als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 2 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/468122 / KG ZA 26-234
Vonnis in kort geding van 2 september 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PQR B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: PQR,
advocaten: mrs. P.F.C. Heemskerk en F.J.P. Stoop,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE WINTERSWIJK,
zetelend te Winterswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mrs. M.J. Mutsaers en M.A.J. de Groot,
waarin heeft gevorderd als tussenkomende, althans voegende partij aan de zijde van de gemeente te worden toegelaten:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SLTN IT SERVICES B.V.,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: SLTN,
advocaat: mr. A.L. Appelman.
1De procedure
In de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9
- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van de zijde van SLTN
- de akte houdende overlegging producties A tot en met D, tevens gedeeltelijke conclusie van antwoord van de zijde van de gemeente
- de mondelinge behandeling van 24 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van PQR - de pleitnota van de gemeente
- de pleitnota van SLTN.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald op heden.
2De feiten
In de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging
2.1.
De gemeente is in november 2025 een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart die betrekking heeft op de uitbesteding en migratie van de ICT-infrastructuur van de gemeente naar een zogenaamde infrastructure as a service-omgeving (IaaS-omgeving). Met deze nieuwe infrastructuur wenst de gemeente een betrouwbare en toekomstbestendige ICT-omgeving te realiseren.
2.2.
Op 13 november 2025 heeft de gemeente de “Offerteaanvraag uitbesteding migratie naar IAAS-omgeving Gemeente Winterswijk” gepubliceerd (hierna: de offerteaanvraag). De offerteaanvraag vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
1.8
De overeenkomst
De onderhavige opdracht zal worden vastgelegd in een raamovereenkomst tussen de Gemeente Winterswijk en de geselecteerde Opdrachtnemer. De raamovereenkomst heeft een geraamde waarde van circa €8.000.000 exclusief BTW exclusief jaarlijkse indexatie. (…)
1.8.1
Wachtkamerovereenkomst:(bijlage F)
Met de inschrijver die als tweede eindigt in de gunningsvolgorde wordt een wachtkamerovereenkomst gesloten.
(…)
De wachtkamerovereenkomst heeft een looptijd van zes (6) maanden na de ingangsdatum van de (raam)overeenkomst met de winnende inschrijver.
1.8.2
Looptijd:
De raamovereenkomst treedt naar verwachting in werking op 1 juli 2026 en heeft een initiële looptijd tot en met 30 juni 2030.
(…)
2.3
Planning
De planning van deze aanbestedingsprocedure vindt u in onderstaande tabel. U kunt hieraan geen rechten ontlenen.
(…)
4 Gunningscriterium en beoordeling
4.1
Gunningscriterium
De inschrijvingen worden beoordeeld en gerangschikt op basis van het gunningscriterium ‘beste prijs-kwaliteitverhouding’, hierna afgekort als: ‘Beste PKV’.
Het gunningscriterium ‘Beste PKV’ bestaat uit de volgende subgunningscriteria en het te behalen aantal punten:
(…)
4.3.4
Projectplanning & migratierisico (…)
Doel van de gemeente Winterswijk:
De migratie naar de nieuwe IaaS-omgeving moet tijdig, gecontroleerd en met minimale verstoring plaatsvinden.
De harde Deadline van 1 juli 2026 vereist een realistische planning, fasering en risicobeheersing.
Huidige pijnpunten (…)
De migratie naar een nieuwe IaaS-omgeving moet vóór juli 2026 worden afgerond, (…)
De voornaamste pijnpunten zijn:
(…)
Strakke deadline: het aflopen van de huidige licenties en contracten per 31 juli 2026 creëert een harde stop zonder verlengingsruimte, waardoor vertraging directe impact heeft op dienstverlening
(…)
4.3.5
Beoordeling gunningscriterium 2: Kwaliteit
De beoordeling van de kwalitatieve sub-subgunningscriteria vindt plaats door een beoordelingscommissie. De commissie beoordeelt de ingediende documenten individueel, waarna de scores worden vastgesteld in consensus.
De beoordeling gebeurt op basis van de volgende waarderingsschaal:
2.3.
De gemeente heeft geïnteresseerde marktpartijen de gelegenheid geboden om vragen te stellen over de opdracht. In totaal zijn vier Nota’s van Inlichtingen (NvI’s) verschenen, waarin alle vragen en antwoorden zijn opgenomen. De derde NvI vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
Vraag 368 (…) wij gaan ervan uit dat ons risico als leverancier beperkt is tot de – mogelijk toekomstige – implementatie en uitvoering van securitydiensten van een alternatieve beveiligingsoplossing. (…)
Antwoord: Ook binnen de gemeente zijn er zorgen over de haalbaarheid van de deadline. Echter zolang wij geen inzage hebben in de plannen die door de verschillende leveranciers gemaakt worden, kunnen we hier geen harde uitspraken over doen. Om het voor de leveranciers duidelijker te maken welke uitdagingen we hebben met betrekking tot het verlopen van contracten is er bij deze NVI3 een tijdslijn (…) toegevoegd met daarin de data waarop cruciale contracten aflopen. Leverancier wordt gevraagd in hun plannen hier rekening mee te houden, om op een zo gunstig mogelijke manier de migratie te voltooien. Voor de gemeente Winterswijk is bedrijfszekerheid belangrijker dan op een vaste datum volledig over zijn. De nieuwe leverancier dient ons huidige platform zonder functionele beperkingen vanaf 1 juli zal ondersteunen, inclusief benodigde verlenging/vervanging van licenties. De daadwerkelijke voltooiing van implementatie Fase 1 kan na deze datum ook nog plaatsvinden, zolang we maar geen onnodige licenties of contracten hoeven te verlengen (Voorbeeld: Indien we tijdelijk VMWare kunnen draaien op een licentie van de leverancier, hoeven we onze huidige licenties niet per September te verlengen).
We zullen de data die genoemd worden in de concept overeenkomst voor het aanvangen van de opdracht (18 maart) aanpassen met de huidige datum (16 april). (…) Let wel; oorspronkelijk hebben we de datum waarop de omgeving daadwerkelijk overgezet zal zijn al overgelaten aan het implementatieplan van de leverancier. Daar is niets aan veranderd, waardoor de leverancier de keuze heeft om ofwel langer de huidige omgeving te blijven ondersteunen, ofwel versneld de migratie te voltooien.
(…)’
2.4.
PQR en SLTN hebben, naast enkele andere partijen, op de opdracht ingeschreven. De beoordelingscommissie van de gemeente heeft alle inschrijvingen beoordeeld. Op
21 mei 2026 heeft de gemeente haar voorlopige gunningsbeslissing aan -in ieder geval- PQR kenbaar gemaakt, die luidt dat de inschrijving van SLTN is beoordeeld als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding met een puntenscore van in totaal 75,86 en dat de inschrijving van PQR als tweede is geëindigd met een puntenscore van 75,75. PQR heeft voor de kwaliteitscriteria Digitale soevereiniteit & veiligheid (KC1), Regie & samenwerking (KC2) en Continuïteit & gebruikservaring (KC3) een goed gescoord. Voor het criterium Projectplanning & migratierisico (KC4) heeft PQR een voldoende gescoord.
2.5.
PQR kan zich niet in deze uitkomst vinden en heeft in dat verband een toelichtend gesprek met de gemeente aangevraagd, welk gesprek op 28 mei 2026 heeft plaatsgevonden. Hetgeen tijdens dit gesprek is besproken, heeft er niet toe geleid dat PQR zich bij het gunningsvoornemen heeft neergelegd danwel de gemeente dat gunningsvoornemen heeft ingetrokken.
3Het geschil
In de hoofdzaak
3.1.
PQR vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I primair de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en voorts een nieuwe gunningsbeslissing te nemen die voldoet aan alle daartoe gestelde eisen en regels uit hoofde van de Aanbestedingswet 2012 (Aw) en anderszins, en in die gunningsbeslissing de inschrijving van PQR op de gronden zoals uiteengezet in de dagvaarding aan te merken als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding, en dat de opdracht daarmee aan PQR wordt gegund, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven;
II subsidiair de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en voorts over te gaan tot een herbeoordeling van de inschrijving van PQR -althans van de inschrijving van PQR en SLTN, althans van alle geldige inschrijvingen- door een volledig nieuw samen te stellen en ter zake kundige beoordelingscommissie, en daarop een nieuwe gunningsbeslissing te nemen die voldoet aan alle daartoe gestelde eisen en regels uit hoofde van de Aw en anderszins, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven;
III meer subsidiair de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken, de aanbesteding te staken en gestaakt te houden, de aanbesteding voorts formeel in te trekken en over te gaan tot een heraanbesteding van de opdracht conform alle daartoe geldende eisen en regels uit hoofde van de Aw en anderszins, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven;
IV in alle gevallen op straffe van een direct aan PQR te verbeuren dwangsom van
€ 25.000,00 per dag, met een maximum van € 5.000.000,00, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag voor iedere dag of ieder dagdeel dat de gemeente hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, alsmede
V de gemeente te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
3.4.
SLTN vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I SLTN toe te staan om in de tussen PQR en de gemeente aanhangige procedure primair te mogen tussenkomen, subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente;
in de hoofdzaak
II PQR niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van PQR af te wijzen;
III voorwaardelijk, de gemeente te verbieden de opdracht aan ieder ander dan SLTN (definitief) te gunnen, voorzover de gemeente de opdracht, alsnog definitief wenst te gunnen,
in het incident en in de hoofdzaak
IV PQR te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.5.
PQR en de gemeente hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van SLTN.
3.6.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
4De beoordeling van het geschil
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
4.1.
SLTN vordert primair te worden toegelaten als tussenkomende partij in het geding tussen PQR en de gemeente. PQR en de gemeente hebben daartegen geen verweer gevoerd en bovendien heeft SLTN een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat SLTN de inschrijver is aan wie de aanbestedende dienst voornemens is de opdracht te gunnen. Dit leidt ertoe dat SLTN zal worden toegelaten als tussenkomende partij in de onderhavige procedure.
4.2.
PQR en de gemeente zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
In de hoofdzaak
4.3.
De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende voort uit de aard daarvan.
4.4.
PQR vordert in deze procedure kort gezegd intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en gunning van de opdracht aan haar, danwel herbeoordeling van de inschrijving(en) door een nieuw samen te stellen beoordelingscommissie, danwel heraanbesteding van de opdracht voor zover de gemeente die opdracht nog steeds wil gunnen. PQR legt aan deze vorderingen ten grondslag dat de aan haar toegekende scores op de kwaliteitsonderdelen KC1 tot en met KC4 onjuist -want te laag- zijn beoordeeld, zodat deze dienen te worden bijgesteld. Nu het verschil tussen de inschrijving van PQR en die van SLTN slechts 0,11 punten bedraagt op een totaal van 100 punten, zou de aangepaste beoordeling er volgens PQR toe moeten leiden dat het gunningsvoornemen van de gemeente niet in stand kan blijven en de opdracht aan PQR moet worden gegund. Temeer nu de gegeven motivering van kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van de winnaar volgens PQR niet volledig en navolgbaar zijn en de gemeente daarmee niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan. Indien dit niet wordt gevolgd, stelt PQR zich op het standpunt dat de beoordeling van de inschrijvingen die heeft geleid tot het huidige gunningsvoornemen dermate veel fouten bevat, dat deze niet in stand kan blijven en opnieuw moet worden uitgevoerd door een nieuwe beoordelingscommissie. Indien ook daarvoor geen grond wordt gezien, wenst PQR heraanbesteding van de opdracht, omdat het in de leidraad opgenomen tijdspad inmiddels niet meer kan worden gehaald en SLTN bij definitieve gunning eigenlijk een wezenlijk gewijzigde opdracht zou gaan uitvoeren, waarop zij feitelijk niet heeft ingeschreven.
4.5.
De gemeente voert verweer. Volgens haar is de beoordeling door de beoordelingscommissie juist en terecht en voldoet de voorlopige gunningsbeslissing aan de daaraan te stellen eisen, zodat geen grond bestaat voor rechterlijk ingrijpen.
Ook SLTN is die mening toegedaan en voert aan dat de relatieve voordelen en kenmerken van haar inschrijving het puntenverschil op de verschillende kwaliteitscriteria rechtvaardigt, zodat SLTN terecht als voorlopige winnaar is aangemerkt. Voor gunning van de opdracht aan PQR danwel herbeoordeling van de inschrijvingen is dan ook geen plaats. SLTN voert ten aanzien van de gevorderde heraanbesteding aan dat de uitgelopen planning geen wezenlijke wijziging van de opdracht oplevert, zodat ook de meer subsidiaire vordering van PQR dient te worden afgewezen.
4.6.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 2.130 lid 1 Aw bepaalt dat de gunningsbeslissing de relevante redenen van de beslissing moet bevatten. Lid 2 van dit artikel beschrijft als relevante redenen in ieder geval de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving, waaronder kunnen worden begrepen de bekendmaking van de eindscores van zowel de afgewezen inschrijver als de geselecteerde ondernemer en de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken en de reden waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet de maximale score is toegekend. Het gaat er uiteindelijk om dat zodanige informatie wordt verschaft dat de afgewezen inschrijvers een effectieve rechtsbeschermingsmogelijkheid hebben.
Vaststaat dat de gemeente haar voorlopige gunningsbeslissing bij bericht van 21 mei 2026 met PQR heeft gedeeld. Geconstateerd moet worden dat, naast de mededeling dat (i) SLTN de inschrijver is die heeft ingeschreven met de beste prijs kwaliteit verhouding, (ii) de gemeente daarom voornemens is de opdracht aan SLTN te gunnen, (iii) PQR als tweede is geëindigd en daarom in aanmerking komt voor de wachtkamerpositie en (iv) de Alcatel termijn twintig dagen is en (v) de gemeente ook inhoudelijk op de scores van PQR en SLTN is ingegaan. Het bericht van de gemeente bevat (onder meer) een tabel met de door PQR behaalde scores per onderdeel met de daarbij behorende motivering en bevindingen alsmede de scores van SLTN. Tussen partijen is verder niet in geschil dat de gemeente een toelichting heeft gegeven op de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van SLTN op kwaliteitscriterium KC4, waarop SLTN een goed heeft gescoord en PQR een voldoende.
4.7.
Ter zitting heeft PQR het standpunt ingenomen dat de gemeente haar ter zake kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3 ten onrechte géén inzicht heeft gegeven in de kenmerken van de inschrijving van SLTN. Vaststaat dat PQR en SLTN op deze onderdelen hetzelfde hebben gescoord, zodat de gemeente terecht heeft aangevoerd dat geen relatieve voordelen te vermelden waren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat PQR in de toelichting van de gemeente voldoende is geïnformeerd over haar eigen score op de kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3 en de specifieke kenmerken die daarin zijn meegewogen en ertoe hebben geleid dat op deze onderdelen geen maximale score is toegekend. De motiveringsplicht van de gemeente strekt in dit geval niet zover dat zij daarnaast ook de specifieke kenmerken van de inschrijving van SLTN op deze kwaliteitscriteria had moeten noemen die hebben geleid tot eenzelfde score als PQR. Aannemelijk is dat de gemeente PQR op deze onderdelen voldoende informatie heeft verschaft om haar rechtspositie te bepalen en desgewenst binnen de Alcatel termijn een kort geding te starten, zoals zij ook heeft gedaan. Dat de gemeente met haar voorlopige gunningsbeslissing niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan, kan in het kader van deze kort gedingprocedure dan ook niet worden gevolgd. Dit leidt ertoe dat het antwoord op de vraag of PQR de specifieke wens om de kenmerken van de inschrijving van SLTN op de kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3 te verkrijgen in haar dagvaarding reeds voldoende naar voren heeft gebracht -hetgeen door de gemeente en SLTN wordt betwist-, in het midden kan blijven.
4.8.
Daarmee ligt de vraag voor of de inhoudelijke beoordeling van de inschrijving van PQR wat betreft de kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC4 al dan niet juist is.
De voorzieningenrechter stelt in dit kader voorop dat het in beginsel aan de aanbestedende dienst is om inschrijvingen te beoordelen en te waarderen. De aanbestedende dienst komt daarbij een ruime vrijheid toe, ook omdat de door haar aangewezen beoordelaars geacht mogen worden juist te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Enige mate van subjectiviteit is daarbij onvermijdelijk. De voorzieningenrechter dient zich in dat verband terughoudend op te stellen. Zij mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, maar kan slechts marginaal toetsen of de door de beoordelaars uitgevoerde beoordeling -score en motivering daarvan- voldoende grondslag vindt in de aanbestedingsstukken. Het is dus niet aan de voorzieningenrechter om zelf kwalificaties als ‘goed’ of ‘uitstekend’ aan onderdelen van een inschrijving te hechten.
Slechts wanneer sprake is van evidente fouten, onbegrijpelijkheden, aperte procedurele dan wel inhoudelijke onjuistheden en/of onrechtmatigheden die maken dat in redelijkheid niet tot het toegekende puntenaantal had kunnen komen, is plaats voor rechterlijk ingrijpen. Met inachtneming daarvan, wordt als volgt overwogen.
4.9.
De voorlopige gunningsbeslissing van 21 mei 2026 van de gemeente bevat -zoals hiervoor reeds besproken- een motivering van de eindscore van de inschrijving van PQR. In die motivering komen verschillende onderwerpen aan bod, die volgens de gemeente verklaren waarom de inschrijving van PQR niet als winnende inschrijving is geëindigd. Zo heeft de gemeente met betrekking tot de relatieve voordelen van de winnende inschrijving bij kwaliteitscriterium KC4 opgemerkt dat SLTN in haar inschrijving een expliciete toezegging heeft gedaan dat de bestaande ICT-omgeving tijdelijk as-is in beheer wordt genomen tijdens fase 1a van de opdracht, waar dat bij PQR niet het geval is. Hoewel PQR betoogt dat ook zij een dergelijke expliciete toezegging heeft gedaan en als zodanig heeft beschreven in haar inschrijving, zodat dit niet als relatief voordeel voor SLTN kan, althans mag gelden, is dit niet aannemelijk geworden. De toezegging dat het beheer as-is wordt overgenomen komt niet met zoveel woorden in de inschrijving van PQR voor en hetgeen PQR wél over dit onderwerp heeft vermeld, kan in het licht van de verdere uitwerking daarvan, niet als eensluidend worden aangemerkt. Zonder enige bedrijfsgevoelige informatie uit de inschrijving van PQR prijs te geven, is bijvoorbeeld een zichtbaar verschil aanwezig tussen de wijze waarop SLTN de ondersteuning aan het ICT-team van de gemeente op dit onderdeel heeft vormgegeven en de wijze waarop PQR dat heeft gedaan. Dat de gemeente de inschrijvingen van PQR en SLTN op dit onderdeel niet één op één vond overeenkomen, zoals PQR wel betoogt, komt dan ook niet als evidente fout danwel apert onjuist of onredelijk voor.
4.10.
Ditzelfde geldt voor de beoordeling van de door SLTN aangeboden stabilisatieperiode en de enkele testperiode voor AutoCAD-werk in fase 1a, waar PQR naar eigen zeggen ook een ‘zachte landing’ heeft voorgesteld respectievelijk doorlopende, herhalende en automatische testen aanbiedt. Dat de inschrijvingen van PQR en SLTN op dit onderdeel qua proces en uitvoeringshandelingen anders zijn ingestoken, is op zichzelf niet in geschil en de beoordelingscommissie van de gemeente komt nu eenmaal de beoordelingsvrijheid toe om andersluidende c.q. anders ingerichte aanbiedingen ook anders te waarderen en beoordelen. Dat maakt de beoordeling niet apert onjuist of onredelijk.
4.11.
Verder heeft de gemeente in haar voorlopige gunningsbeslissing opgemerkt dat PQR een hoge capaciteitsvraag bij de gemeente legt, zodat geen -althans in mindere mate- sprake is van ontzorgende dienstverlening. De stelling van PQR dat de beoordelingscommissie haar inschrijving op dit onderdeel verkeerd heeft gelezen, is niet aannemelijk geworden. De gemeente heeft afdoende onderbouwd dat de inrichting van de uitgevraagde dienstverlening door PQR anders is ingestoken dan SLTN heeft gedaan. Niet weersproken is dat PQR met haar aanbod op een heel aantal onderdelen (vrijwel alle zogenaamde mijlpalen) een beroep doet op en verantwoordelijkheid legt bij de (beperkte) ICT-capaciteit van de gemeente en zij eventuele bijstand vanuit PQR om het team te ondersteunen niet als onderdeel van haar inschrijving heeft aangeboden. Dat de beoordelingscommissie de andere aanpak van SLTN, waarbij (in ieder geval) in mindere mate een beroep wordt gedaan op de ICT-capaciteit van de gemeente, als relatief voordelig heeft aangemerkt, stond haar vrij en geeft voorshands geoordeeld geen blijk van een evidente beoordelingsfout danwel een apert onjuiste of onredelijke beoordeling.
4.12.
Voorts meent PQR dat de door haar aangeboden big bang-overgang in één weekend niet kan en mag worden beoordeeld als een puntverminderend aspect, omdat de gewenste wijze van overgang niet specifiek in de aanbestedingsstukken is verwoord. PQR miskent daarmee echter dat de gemeente in haar aanbestedingsstukken niet de verplichting heeft om te vermelden op welke wijze het maximum aantal punten kan worden gescoord en dat de ene inschrijving als relatief voordelig kan afsteken tegen de andere. Zo heeft de gemeente ter zitting aangevoerd dat de overgang die SLTN heeft aangeboden ruimte laat voor een gefaseerde migratie per gebruikersgroep, hetgeen zij als een verminderd risico in de migratiefase heeft gewaardeerd. Dat PQR in haar inschrijving uitgebreid zou hebben beschreven welke mitigerende maatregelen zij neemt om bepaalde risico’s tijdens de big bang-overgang te verkleinen, doet er niet aan af dat het de beoordelingscommissie vrij staat een bepaalde vorm van migratie de voorkeur te geven boven een andere. Daarbij komt dat voldoende aannemelijk is dat naast de wijze van overgang ook het moment daarvan heeft meegewogen in de beoordeling. Als onweersproken staat vast dat de overgang van PQR een reguliere werkdag beslaat waarop het gemeentehuis wel open is maar de gemeente niet over haar landelijke voorzieningen en internetverbindingen kan beschikken. Dat de beoordelingscommissie de door SLTN aangeboden migratie -waarbij dat niet zo is-, gelet op de uitvraag om de impact op de eindgebruikers te minimaliseren, als relatief voordelig heeft aangemerkt, komt dan ook niet apert onjuist of onredelijk voor. Dezelfde geldt voor de bevinding van de beoordelingscommissie van de gemeente dat data tijdelijk niet toegankelijk kunnen zijn bij de door PQR aangeboden migratie, omdat dit niet in lijn ligt met de uitgesproken verwachting van de gemeente om -zoals gezegd- de impact op eindgebruikers te minimaliseren.
4.13.
Dat het onderdeel van de inschrijving van PQR waarin zij de installatie van Windows-agents bij de gemeente belegd niet als positief is beoordeeld, geeft voorshands geoordeeld evenmin blijk van een apert onjuiste of onredelijke beoordeling. Gelet op de reeds hiervoor onder 4.11. beschreven belasting van het ICT-team van de gemeente, is niet onnavolgbaar dat de gemeente de inschrijving waarbij die installatie uit handen wordt genomen in het kader van de gewenste ontzorging als relatief voordelig heeft aangemerkt. Die vrijheid komt haar tot op zekere hoogte toe.
4.14.
De conclusie van PQR dat de haar toegekende score van een ‘voldoende’ op kwaliteitscriterium KC4 onjuist is, heeft zij -mede in het licht van het voorgaande en gelet op de in de Offerteaanvraag omschreven beoordelingsschaal- tenslotte niet, althans onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.
4.15.
Verder heeft PQR nog een aantal bezwaren aangevoerd ten aanzien van de motivering en punten op kwaliteitscriteria KC1 tot en met KC3. Volgens haar is de beoordeling op meerdere punten ten onrechte negatief geweest. Dit getuigt echter van een verkeerde lezing van de motivering. In de motivering zijn aandachtspunten genoemd maar die hebben niet als zodanig scoreverlagend gewerkt. PQR heeft op alle onderdelen van KC1 tot en met KC3 ‘goed’ gescoord. De lat om ‘uitstekend’ te oordelen ligt een stuk hoger. Uit de aanbestedingsstukken volgt dat daarvoor nodig is dat de inschrijving duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van de visie en de strategie van de gemeente en dat de inschrijving overtuigend is uitgewerkt en goed onderbouwd. PQR heeft echter in het geheel niet gesteld dat en waarom haar inschrijving een echte meerwaarde oplevert en op welke punten die dan overtuigend is uitgewerkt en goed onderbouwd. Dat brengt mee dat -wat zij verder ook met betrekking tot verschillende onderdelen van haar inschrijving heeft opgemerkt- in het kader van deze procedure niet kan worden aangenomen dat de beoordeling van de gemeente op de hiervoor genoemde onderdelen een evidente fout bevat danwel apert onjuist of onredelijk is.
4.16.
Ter zitting heeft PQR zich ten slotte nog op het standpunt gesteld dat de crux van haar bezwaren eigenlijk zit in de harde deadline die de gemeente in haar leidraad heeft vermeld en de overschrijding daarvan door SLTN. Volgens PQR heeft de gemeente in haar Offerteaanvraag 1 juli 2026 als harde deadline voor de migratie naar een nieuwe IaaS-omgeving opgenomen, zodat tijdige oplevering door alle inschrijvers vóór die datum moest worden geborgd. Nu het PQR is gebleken dat SLTN in haar inschrijving aan deze deadline voorbij gaat door een overgang aan te bieden op 17 juli 2026, kan de voorlopige gunningsbeslissing niet in stand blijven, aldus PQR. De gemeente en SLTN betwisten dat dit het geval is. Zij voeren aan dat de lopende ICT-contracten van de gemeente op
31 juli 2026 afliepen en dat in zoverre sprake was van een harde deadline, maar dat de invulling van de periode daaraan voorafgaand aan de inschrijvers zelf was; ofwel de winnende inschrijver ondersteunt de ICT-omgeving van de gemeente tot de migratie ofwel de winnende inschrijver zorgt ervoor dat de migratie zo snel mogelijk is voltooid zodat dit niet nodig is. In antwoord 368 van de derde NvI heeft de gemeente daarover verder nog opgemerkt dat de gemeente oorspronkelijk de datum waarop de omgeving overgezet zal zijn heeft overgelaten aan het implementatieplan van de leverancier en dat daaraan niets aan is veranderd. Daarbij wordt opgemerkt dat de leverancier wordt gevraagd in haar plannen rekening te houden met het aflopen van cruciale contracten, om op een zo gunstig mogelijke mogelijk de migratie te voltooien. Voor de gemeente is bedrijfszekerheid belangrijker dan op een vaste datum volledig over te zijn, aldus de gemeente. Ter verduidelijking wordt nog vermeld dat de nieuwe leverancier het huidige ICT-platform zonder functionele beperkingen vanaf 1 juli 2026 zal ondersteunen, maar dat de daadwerkelijke voltooiing van implementatiefase 1 ook nog na die datum kan plaatsvinden. Dat de in de aanbestedingsstukken genoemde deadline van 1 juli 2026 zag op de volledige overgang, zoals PQR betoogt, kan dan ook niet worden gevolgd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit voor iedere normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver duidelijk had moeten, althans kunnen zijn. Dat het oordeel van de beoordelingscommissie van de gemeente op dit punt evident fout, danwel apert onjuist of onredelijk is, is dan ook niet aannemelijk geworden.
4.17.
Dit alles leidt ertoe dat voorshands geoordeeld geen sprake is van een onjuiste beoordeling van de inschrijvingen, zodat deze grondslag niet tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing kan leiden en gunning van de opdracht aan PQR, danwel herbeoordeling van de inschrijving(en) door een nieuw samen te stellen beoordelingscommissie.
4.18.
Meer subsidiair vordert PQR intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en heraanbesteding van de opdracht, voor zover de gemeente nog tot gunning daarvan wenst over te gaan. Dat sprake is van een wezenlijke wijziging van de opdracht, omdat de in de Offerteaanvraag opgenomen planning vanwege tijdsverloop inmiddels niet meer kan worden gehaald, volgt de voorzieningenrechter niet. In de eerste plaats is in de Offerteaanvraag opgenomen dat aan de daarin vervatte planning geen rechten kunnen worden ontleend. In de tweede plaats heeft de gemeente aangevoerd dat de opdracht inhoudelijk ongewijzigd blijft. In de derde plaats is ter zitting namens SLTN aangevoerd dat de data waarmee zij op de opdracht heeft ingeschreven inderdaad niet langer haalbaar zijn, maar dat zij -indien de opdracht definitief aan haar wordt gegund- haar planning ongewijzigd zal doorschuiven en aldus hetzelfde aantal dagen tussen de verschillende stappen van het proces zal hanteren. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding aan het voorgaande te twijfelen, zodat PQR in het kader van deze kort gedingprocedure onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt welk aspect van de opdracht wezenlijk is gewijzigd, zodanig dat achteraf bezien mogelijk ook andere marktpartijen hadden willen inschrijven. Enig verloop van tijd vanwege eventuele bezwaren en/of juridische procedures is geregeld onvermijdelijk in aanbestedingsprocedures en die enkele omstandigheid leidt op zichzelf niet steeds tot een wezenlijke wijziging indien de opdracht daarna alsnog in het kader van de betreffende aanbestedingsprocedure wordt gegund. Ook de meer subsidiaire vordering van PQR zal daarom worden afgewezen.
4.19.
Afwijzing van de vorderingen van PQR, betekent toewijzing van het onder II door SLTN gevorderde. Nu op grond van artikel 217 Rv voor een rechtsgeldige tussenkomst noodzakelijk is dat de derde partij een eigen vordering instelt, die zich richt tegen beide partijen, is aan de voorwaarde voor het instellen van de vordering onder III voldaan. Deze vordering strekt ertoe de gemeente te verbieden de opdracht aan ieder ander dan SLTN (definitief) te gunnen, voorzover de gemeente de opdracht alsnog definitief wenst te gunnen. Nu SLTN als de (voorlopig) winnende inschrijver is geëindigd en deze voorlopige gunningsbeslissing door middel van deze kort gedingprocedure niet is aangetast, zal deze vordering worden toegewezen.
4.20.
PQR is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente en SLTN worden, ieder afzonderlijk, begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
4.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
5.1.
laat SLTN toe als tussenkomende partij in het geschil tussen PQR en de gemeente,
5.2.
veroordeelt PQR en de gemeente tot betaling van de proceskosten in het incident, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil,
In de hoofdzaak
5.3.
wijst de vorderingen van PQR af,
5.4.
verbiedt de gemeente de opdracht aan ieder ander dan SLTN (definitief) te gunnen, voorzover de gemeente de opdracht alsnog definitief wenst te gunnen,
5.5.
veroordeelt PQR in de proceskosten aan de zijde van de gemeente van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als PQR niet tijdig aan de kostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt PQR tot betaling van de wettelijke rente aan de gemeente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
veroordeelt PQR in de proceskosten aan de zijde van SLTN van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als PQR niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
veroordeelt PQR tot betaling van de wettelijke rente aan SLTN als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 2 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!