Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6874
2026-08-12
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/5001/11985459
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Consumentenkoop, non-conformiteit schip. Kosten herstelwerkzaamheden gedeeltelijk toegewezen vanwege bindende toezegging. Een deel afgewezen vanwege ontbreken verzuim.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.774 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11985459 \ CV EXPL 25-9454
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,
tegen
SHIPCARYACHTS BENELUX B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Shipcaryachts,
procederend in persoon, nadat mr. C. Erasmus zich bij brief van 5 juni 2026 als gemachtigde heeft onttrokken.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 18 februari 2026 en de daarin genoemde processtukken.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens Shipcaryachts is, hoewel zij behoorlijk is opgeroepen, niemand verschenen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Op 29 mei 2024 koopt [eiser] een schip van Shipcaryachts, een jacht van het merk Princess 48 Fly, modeljaar 1991, voor een koopsom van € 115.000,-.
2.2.
Partijen spreken af dat het schip op 1 augustus 2024 aan [eiser] wordt geleverd, maar vanwege een kapotte generator wordt de levering uitgesteld en wordt het schip op 2 augustus 2024 aan [eiser] geleverd.
2.3.
Op 3 augustus 2024 klaagt [eiser] telefonisch bij Shipcaryachts dat de accu’s niet goed functioneren. Shipcaryachts stuurt op dezelfde dag een WhatsAppbericht naar [eiser] met daarin:
“Ik heb nig geen monteur kunnen bereiken. Jullie hebben toch een elektromonteur op de Haven daar? Anders laat je die even kijken. Kosten zijn voor mij.”
2.4.
Op 13 augustus 2024 stuurt [eiser] een WhatsAppbericht naar Shipcaryachts met daarin:
“Serieus probleem accu’s hebben knalgas ontwikkeld hele weekend al grote problemen gashendel boven vervangen heb monteur bij gehaald hebben contact”
2.5.
[eiser] laat de problemen aan het schip onderzoeken door FraDo Yacht Solutions (hierna: FraDo). Laatstgenoemde stuurt op 15 augustus 2024 een e-mailbericht naar [eiser] met daarin onder meer:
“Bedieningshendel boven binnen in kapotgegaan nieuwe moeten plaatsen Kosten € 750,-
Elektra aan boord: diverse (kleine) accu’s aam elkaar gekoppeld door de hoge ontlading van de motoren, zijn mogelijk de accu’s kapotgegaan.
Met een acculader op de walstroom zijn de accu’s gaan koken waardoor er knalgas is ontstaat dit is zeer gevaarlijk.
Er zullen nu nieuwe accu’s met kabels geplaatst moeten worden.
Kosten accu’s € 2500,-
De aanleg van nieuwe kabels met Victron € 8900,-
De schroefas aan stuurboordzijde lekt veel water hier zal een nieuwe afdichting in moeten kosten € 120,-“
2.6.
Bij WhatsAppbericht van 16 augustus 2024 stuurt [eiser] naar Shipcaryachts:
“Onderzoek laten zien aan Elburg yaching. Dit mag nooit deze accu’s horen niet op zo schip alle accu’s stonden bol Levensgevaarlijk ik ga dit laten onderzoeken.”
2.7.
Op 20 augustus 2024 stuurt [eiser] een WhatsAppbericht naar Shipcaryachts met daarin:
“Wanneer kan ik die monteur verwachten voor die generator.”
2.8.
Shipcaryachts reageert daar dezelfde dag op en schrijft:
“Hoi [eiser] we hadden toch afgesproken dat je me zou laten weten voor een bijdrage? Je zou het zelf gaan doen vertelde je me.”
2.9.
De gemachtigde van [eiser] stelt Shipcaryachts bij schrijven van 24 maart 2025 in gebreke en sommeert Shipcaryachts om de herstelkosten binnen 14 dagen te betalen.
2.10.
Shipcaryachts betaalt de herstelkosten niet aan [eiser] .
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van Shipcaryachts tot betaling van € 9.959,52, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een consumentenkoop en het schip niet de eigenschappen bezit die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Een paar dagen na de aankoop zijn gebreken ontstaan aan de motoren en accu’s. Uit het onderzoek van FraDo is gebleken dat de motoren van het schip kapot zijn gegaan door een te hoge ontlading van de accu’s; de accu’s waren verkeerd aan elkaar gekoppeld en verkeerd aangesloten op de walstroom. Het schip is non-conform. Shipcaryachts heeft meerdere keren aangegeven dat zij geen monteur beschikbaar heeft om de gebreken te herstellen en zij heeft aan [eiser] de toezegging gedaan dat hij zelf een derde op haar kosten mocht inschakelen om herstelwerkzaamheden te laten verrichten. [eiser] heeft de herstelwerkzaamheden laten uitvoeren door FraDo, totaal ten bedrage van € 9.128,11 inclusief btw (€ 7.543,89 exclusief btw), en deze moet Shipcaryachts op basis van voornoemde toezegging aan haar vergoeden. Subsidiair legt [eiser] non-conformiteit aan zijn vordering ten grondslag op grond waarvan Shipcaryachts de herstelkosten aan hem moet vergoeden. Wegens het uitblijven van de betaling heeft [eiser] zijn vordering uit handen gegeven, reden waarom hij aanspraak maakt op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
3.3.
Shipcaryachts voert verweer. Zij betwist dat sprake is van gebreken aan het schip. [eiser] heeft het schip laten herstellen, waardoor onderzoek door haar niet meer mogelijk is en zij niet meer kan vaststellen of de gebreken daadwerkelijk aanwezig zijn geweest. Ook heeft [eiser] zijn onderzoeksplicht geschonden, is sprake van ‘voetstootse’ levering en is zij niet in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, waardoor, als er al sprake is van gebreken, deze voor rekening van [eiser] komen, danwel de kosten niet op haar kunnen worden verhaald. Daarnaast voert zij aan dat zij geen toezegging(en) aan [eiser] heeft gedaan tot volledige kostenvergoeding zonder enig voorbehoud. [eiser] mocht met haar toestemming naar het schip laten kijken door de elektromonteur van de haven waar het schip lag. De bevindingen zouden met haar worden gedeeld en dat heeft [eiser] nooit gedaan. Voorzover de rechter toch van oordeel is dat zij wel een bindende toezegging heeft gedaan, dan ziet dat uitsluitend op het onderzoek/herstel van de accu’s. Verder betwist zij dat de uitgevoerde (herstel)werkzaamheden nodig waren in de door [eiser] gestelde omvang. Shipcaryachts concludeert daarom tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Non-conformiteit; Shipcaryachts is tekortgeschoten in de nakoming
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Shipcaryachts de herstelkosten aan [eiser] moet betalen die hij heeft gemaakt ten behoeve van het door Shipcaryachts aan hem geleverde schip.
4.2.
Tussen partijen staat vast dat sprake is van een consumentenkoop. Als uitgangspunt geldt dat op grond van artikel 7:17 lid 1 BW de verkoper verplicht is een zaak te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Verder is van belang dat artikel 7:18a lid 2 BW de koper tegemoet komt in de vorm van een bewijsvermoeden. Vermoed wordt dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van hetgeen partijen zijn overeengekomen zich binnen een termijn van één jaar na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
4.3.
[eiser] beroept zich op dit wettelijke vermoeden en stelt dat de motoren van het schip kapot zijn gedaan vanwege een te hoge ontlading van de accu’s. Deze ontlading is ontstaan doordat de accu’s verkeerd aan elkaar gekoppeld waren. Daarnaast waren de accu’s verkeerd aangesloten op de walstroom, met als gevolg dat de accu’s zijn gaan koken, de motoren kapot zijn gegaan en zeer gevaarlijk knalgas is ontstaan. Deze gebreken heeft hij in zeer korte tijd na de levering geconstateerd en zijn van een ernstige omvang en ernst. Ze zijn niet ontstaan door slijtage, maar door een montagefout die bij of door Shipcaryachts is gemaakt. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst [eiser] naar het e-mailbericht van FraDo, zoals geformuleerd in rov. 2.5. Anders dan Shipcaryachts aanvoert, gaat de kantonrechter in beginsel uit van de juistheid van de bevindingen van FraDo. Shipcaryachts heeft onvoldoende gemotiveerd onderbouwd waarom aan de juistheid daarvan getwijfeld moet worden. [eiser] mocht verwachten dat het schip geschikt was voor normaal gebruik, maar uit het voorgaande blijkt dat het schip niet naar behoren en veilig, en aldus niet normaal, functioneert. Aangezien de gebreken binnen een jaar na oplevering hebben geopenbaard, wordt vermoed dat het schip bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord.
4.4.
Het is aan Shipcaryachts om dit rechtsvermoeden te weerleggen. Shipcaryachts voert aan dat [eiser] in de periode tussen de aanbetaling en uiteindelijke levering meerdere keren - naar schatting vijf á zes keer - aan boord van het schip is geweest, vaak in gezelschap van vrienden, om het schip te bekijken en te testen. Tijdens die periode functioneerde alles naar behoren, wat [eiser] ook heeft bevestigd door ondertekening van het afleverformulier. Het lijkt erop dat er verbeteringen aan het schip zijn verricht en die als schade op haar worden verhaald, aldus Shipcaryachts.
De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen Shipcaryachts aanvoert geen feiten en omstandigheden zijn die afbreuk doen aan de bevindingen van FraDo. Bovendien gaat het bij weerlegging van het wettelijk vermoeden om het bewijzen van het tegendeel en niet om het zaaien van twijfel. Shipcaryachts kan dus niet volstaan met de enkele stelling dat voorafgaand en tijdens de levering geen sprake was van gebreken en de verrichte werkzaamheden slechts zien op verbeteringen van het schip. Shipcaryachts moet bewijzen dat het om verbeteringen gaat. Daar is, naar het oordeel van de kantonrechter, Shipcaryachts niet in geslaagd.
4.5.
Shipcaryachts voert verder aan dat partijen zijn overeengekomen dat het schip ‘voetstoots’ wordt geleverd. Eventuele problemen en gebreken komen daarom voor rekening en risico van [eiser] . Aangezien uit de koopovereenkomst niet blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat het schip ‘voetstoots’ zal wordt geleverd, gaat het door Shipcaryachts beoogde rechtsgevolg in het geheel niet op. Dat ’voetstootse levering’ op het afleverdocument van 2 augustus 2024 staat vermeld, maakt dit niet anders. Daarnaast heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken gesteld dat hij het begrip niet kent en dat dit bij het aangaan van de overeenkomst of tijdens de levering van het schip niet besproken is.
4.6.
Daarnaast voert Shipcaryachts aan dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht en eventuele gebreken daarom voor rekening van [eiser] komen. Bij het aangaan van een koopovereenkomst heeft een koper van de zaak op grond van artikel 7:17 lid 2 BW een onderzoeksplicht. De koper kan zich er niet op beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. De koper mag alleen die eigenschappen verwachten waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen. Waar hij twijfelt of moet twijfelen, dient hij de verkoper vragen te stellen of zelf onderzoek te verrichten.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat Shipcaryachts niet met succes een beroep kan doen op het verzaken van de onderzoeksplicht door [eiser] . [eiser] heeft het schip als consument gekocht bij een professionele partij en mag er in beginsel dus vanuit gaan dat het schip geen gebreken vertoont die aan een normaal gebruik daarvan in de weg staan. Als wel sprake zou zijn van gebreken, dan rust op de professionele verkoper de verplichting om daarvan mededeling te doen aan de koper. Gesteld noch gebleken is dat Shipcaryachts dergelijke mededelingen heeft gedaan. Daarnaast heeft [eiser] onweersproken gesteld dat hij op basis van de mededelingen die Shipcaryachts heeft gedaan ervan uit mocht gaan dat de staat van het schip voldoende was en hij met het schip kon gaan varen.
4.8.
Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Shipcaryachts er niet in is geslaagd om het rechtsvermoeden te weerleggen. Ook rustte op [eiser] geen onderzoeksplicht of is sprake van een ‘voetstootse’ levering, die aan een beroep op non-conformiteit in de weg staan. Dat betekent dat er van wordt uitgegaan dat het schip niet voldoet aan de verwachtingen die [eiser] op basis van de koopovereenkomst had en mocht hebben en dat het schip non-conform is. Shipcaryachts is dus tekortgeschoten in haar verplichting tot levering van een schip die aan de overeenkomst beantwoordt en deze tekortkoming kan aan haar worden toegerekend.
Bindende toezegging
4.9.
Artikel 7:21 lid 3 BW bepaalt dat de verkoper verplicht is om binnen een redelijke termijn, zonder ernstige overlast voor de koper, gebreken te herstellen. [eiser] stelt dat Shipcaryachts heeft aangegeven dat hij zelf een derde mocht inschakelen om herstelwerkzaamheden te laten verrichten, omdat zij geen monteur beschikbaar had om de nodige herstelwerkzaamheden te verrichten. Hij onderbouwt zijn standpunt met WhatsAppberichten tussen partijen. Shipcaryachts betwist dat zij de toezegging heeft gedaan om de herstelwerkzaamheden op haar kosten door een derde te laten verrichten. Partijen hebben wel besproken dat [eiser] de elektromonteur van de jachthaven waar het schip op dat moment lag, naar het schip zou laten kijken, maar de bevindingen zouden met haar worden gedeeld alvorens tot herstel zou worden overgegaan. Dat heeft [eiser] nooit gedaan. Bovendien heeft zij dit voorstel alleen gedaan uit pragmatische overwegingen en was het slechts een coulancegebaar. Voorzover de rechter toch van oordeel is dat sprake is van een bindende toezegging door Shipcaryachts, dan ziet dat uitsluitend op het onderzoek/herstel van de accu’s, wat in totaal uitkomt op een bedrag van € 1.596,98 exclusief btw.
4.10.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de letterlijke tekst van het WhatsAppbericht van 3 augustus 2024, zoals geformuleerd in randnummer 2.3., voldoende duidelijk blijkt dat Shipcaryachts heeft ingestemd met het inschakelen van een elektromonteur in de haven door [eiser] voor het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de accu’s en dat de kosten daarvoor voor haar rekening zijn. Het door Shipcaryachts aangevoerde voorbehoud, dat de bevindingen van de elektromonteur eerst met haar zouden worden gedeeld alvorens tot herstel zou worden overgegaan, blijkt niet uit voornoemd WhatsAppbericht. Verdere feiten en omstandigheden waar dit voorbehoud uit zou moeten blijken zijn door haar niet gesteld. Dat deze toezegging volgens haar slechts een coulancegebaar was, doet aan de toezegging niks af. Zij is gehouden om die toezegging na te komen. Dat die toezegging ook geldt voor de overige gebreken blijkt onvoldoende uit de WhatsAppberichten. Verdere feiten en omstandigheden heeft [eiser] in dit kader niet gesteld. Dat betekent dat alleen vast is komen te staan dat Shipcaryachts een bindende toezegging aan [eiser] heeft gedaan om de herstelwerkzaamheden aan de accu’s door een derde te laten verrichten op haar kosten.
4.11.
Shipcaryachts heeft onweersproken aangevoerd dat de kosten voor het onderzoek en herstel van de accu’s (inclusief accupoolklemmen, kabelschoenen en kabelschoenklemmen), op basis van de factuur van FraDo Yacht Solutions van 22 augustus 2024 ten bedrage van
€ 8.177,20 inclusief btw, € 1.932,35 inclusief btw (€ 1.596,98 exclusief btw) bedragen. De kantonrechter acht dit bedrag redelijk en wijst daarom een bedrag van € 1.932,35 toe op grond van de bindende toezegging door Shipcaryachts aan [eiser] .
Verzuim Shipcaryachts
4.12.
Om de resterende vordering van € 7.195,76 inclusief btw (€ 9.128,11 minus
€ 1.932,35) te kunnen toewijzen moet naast non-conformiteit sprake zijn van verzuim van Shipcaryachts om de herstelkosten op haar te kunnen verhalen. Artikel 7:21 lid 6 BW luidt: “Indien bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen.”
Tussen partijen staat vast dat [eiser] geen schriftelijke aanmaning in de zin van voornoemd artikel naar Shipcaryachts heeft gestuurd. [eiser] stelt dat dit niet nodig was, omdat Shipcaryachts heeft aangegeven niet binnen een redelijke termijn tot herstel over te kunnen gaan. Shipcaryachts voert aan dat voornoemde aanmaning (ook) niet achterwege kan blijven als de consument uit mededelingen van de verkoper moet afleiden dat de verkoper niet tot herstel overgaat. Ook dan moet de koper (alsnog) een schriftelijke aanmaning sturen alvorens de bevoegdheid te kunnen uitoefen om de zaak op kosten van de verkoper te herstellen.
4.13.
De kantonrechter overweegt dat het ontbreken van een schriftelijke aanmaning aan toewijzing van het resterende deel van de vordering van [eiser] in de weg staat. Uit het bepaalde in artikel 7:21 lid 6 BW volgt dat een schriftelijke aanmaning vereist is, alvorens de bevoegdheid tot kostenverhaal ontstaat. Nu hieraan niet is voldaan en een uitzondering op dit wettelijke uitgangspunt niet aan de orde is, strandt hierop de resterende vordering van [eiser] .
Herstelkosten
4.14.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat de door [eiser] gevorderde schade ook niet volledig toewijsbaar zou zijn. De herstelkosten zijn onderbouwd met drie facturen. Shipcaryachts voert aan dat indien de accu’s vervangen moesten worden, het niet nodig was om de omvormer, de bedradingen, de groepenkast en het dieselfilter te vervangen. Deze kosten zijn niet gemaakt ten behoeve van herstel, maar slechts ter verbetering van het schip. Tijdens de mondelinge behandeling stelt [eiser] dat de omvormer (de Victron Quattro ten bedrage van € 2.848,32 exclusief btw) in het schip moest, maar dat dit type een verbetering van het schip is, omdat hij op het schip wil wonen. Het is dan redelijk dat de helft van voornoemd bedrag voor zijn rekening blijft vanwege de omstandigheid dat dit een verbetering betreft van het schip.
Conclusie
4.15.
Op basis van het voorgaande is de conclusie dat Shipcaryachts een bedrag van € 1.932,35 aan herstelkosten aan [eiser] moet betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
4.16.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het toe te wijzen bedrag wordt, hoewel niet van toepassing, gebaseerd op de tarieven opgenomen in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, omdat die tarieven geacht worden redelijk te zijn. Op basis van de toegewezen hoofdsom van € 1.932,35 en voornoemde tarieven wordt een bedrag van € 350,72 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding (12 november 2025).
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom wordt toegewezen met ingang van de datum van de dagvaarding (12 november 2025). [eiser] heeft niet toegelicht waarom Shipcaryachts de rente eerder is verschuldigd.
Proceskosten
4.18.
Shipcaryachts wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,40
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
109,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
948,40
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Shipcaryachts om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.932,35, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Shipcaryachts om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 350,72 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 12 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Shipcaryachts in de proceskosten van € 948,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Shipcaryachts niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Shipcaryachts tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
47414 \ 51588
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11985459 \ CV EXPL 25-9454
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,
tegen
SHIPCARYACHTS BENELUX B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Shipcaryachts,
procederend in persoon, nadat mr. C. Erasmus zich bij brief van 5 juni 2026 als gemachtigde heeft onttrokken.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 18 februari 2026 en de daarin genoemde processtukken.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens Shipcaryachts is, hoewel zij behoorlijk is opgeroepen, niemand verschenen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Op 29 mei 2024 koopt [eiser] een schip van Shipcaryachts, een jacht van het merk Princess 48 Fly, modeljaar 1991, voor een koopsom van € 115.000,-.
2.2.
Partijen spreken af dat het schip op 1 augustus 2024 aan [eiser] wordt geleverd, maar vanwege een kapotte generator wordt de levering uitgesteld en wordt het schip op 2 augustus 2024 aan [eiser] geleverd.
2.3.
Op 3 augustus 2024 klaagt [eiser] telefonisch bij Shipcaryachts dat de accu’s niet goed functioneren. Shipcaryachts stuurt op dezelfde dag een WhatsAppbericht naar [eiser] met daarin:
“Ik heb nig geen monteur kunnen bereiken. Jullie hebben toch een elektromonteur op de Haven daar? Anders laat je die even kijken. Kosten zijn voor mij.”
2.4.
Op 13 augustus 2024 stuurt [eiser] een WhatsAppbericht naar Shipcaryachts met daarin:
“Serieus probleem accu’s hebben knalgas ontwikkeld hele weekend al grote problemen gashendel boven vervangen heb monteur bij gehaald hebben contact”
2.5.
[eiser] laat de problemen aan het schip onderzoeken door FraDo Yacht Solutions (hierna: FraDo). Laatstgenoemde stuurt op 15 augustus 2024 een e-mailbericht naar [eiser] met daarin onder meer:
“Bedieningshendel boven binnen in kapotgegaan nieuwe moeten plaatsen Kosten € 750,-
Elektra aan boord: diverse (kleine) accu’s aam elkaar gekoppeld door de hoge ontlading van de motoren, zijn mogelijk de accu’s kapotgegaan.
Met een acculader op de walstroom zijn de accu’s gaan koken waardoor er knalgas is ontstaat dit is zeer gevaarlijk.
Er zullen nu nieuwe accu’s met kabels geplaatst moeten worden.
Kosten accu’s € 2500,-
De aanleg van nieuwe kabels met Victron € 8900,-
De schroefas aan stuurboordzijde lekt veel water hier zal een nieuwe afdichting in moeten kosten € 120,-“
2.6.
Bij WhatsAppbericht van 16 augustus 2024 stuurt [eiser] naar Shipcaryachts:
“Onderzoek laten zien aan Elburg yaching. Dit mag nooit deze accu’s horen niet op zo schip alle accu’s stonden bol Levensgevaarlijk ik ga dit laten onderzoeken.”
2.7.
Op 20 augustus 2024 stuurt [eiser] een WhatsAppbericht naar Shipcaryachts met daarin:
“Wanneer kan ik die monteur verwachten voor die generator.”
2.8.
Shipcaryachts reageert daar dezelfde dag op en schrijft:
“Hoi [eiser] we hadden toch afgesproken dat je me zou laten weten voor een bijdrage? Je zou het zelf gaan doen vertelde je me.”
2.9.
De gemachtigde van [eiser] stelt Shipcaryachts bij schrijven van 24 maart 2025 in gebreke en sommeert Shipcaryachts om de herstelkosten binnen 14 dagen te betalen.
2.10.
Shipcaryachts betaalt de herstelkosten niet aan [eiser] .
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van Shipcaryachts tot betaling van € 9.959,52, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een consumentenkoop en het schip niet de eigenschappen bezit die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Een paar dagen na de aankoop zijn gebreken ontstaan aan de motoren en accu’s. Uit het onderzoek van FraDo is gebleken dat de motoren van het schip kapot zijn gegaan door een te hoge ontlading van de accu’s; de accu’s waren verkeerd aan elkaar gekoppeld en verkeerd aangesloten op de walstroom. Het schip is non-conform. Shipcaryachts heeft meerdere keren aangegeven dat zij geen monteur beschikbaar heeft om de gebreken te herstellen en zij heeft aan [eiser] de toezegging gedaan dat hij zelf een derde op haar kosten mocht inschakelen om herstelwerkzaamheden te laten verrichten. [eiser] heeft de herstelwerkzaamheden laten uitvoeren door FraDo, totaal ten bedrage van € 9.128,11 inclusief btw (€ 7.543,89 exclusief btw), en deze moet Shipcaryachts op basis van voornoemde toezegging aan haar vergoeden. Subsidiair legt [eiser] non-conformiteit aan zijn vordering ten grondslag op grond waarvan Shipcaryachts de herstelkosten aan hem moet vergoeden. Wegens het uitblijven van de betaling heeft [eiser] zijn vordering uit handen gegeven, reden waarom hij aanspraak maakt op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
3.3.
Shipcaryachts voert verweer. Zij betwist dat sprake is van gebreken aan het schip. [eiser] heeft het schip laten herstellen, waardoor onderzoek door haar niet meer mogelijk is en zij niet meer kan vaststellen of de gebreken daadwerkelijk aanwezig zijn geweest. Ook heeft [eiser] zijn onderzoeksplicht geschonden, is sprake van ‘voetstootse’ levering en is zij niet in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, waardoor, als er al sprake is van gebreken, deze voor rekening van [eiser] komen, danwel de kosten niet op haar kunnen worden verhaald. Daarnaast voert zij aan dat zij geen toezegging(en) aan [eiser] heeft gedaan tot volledige kostenvergoeding zonder enig voorbehoud. [eiser] mocht met haar toestemming naar het schip laten kijken door de elektromonteur van de haven waar het schip lag. De bevindingen zouden met haar worden gedeeld en dat heeft [eiser] nooit gedaan. Voorzover de rechter toch van oordeel is dat zij wel een bindende toezegging heeft gedaan, dan ziet dat uitsluitend op het onderzoek/herstel van de accu’s. Verder betwist zij dat de uitgevoerde (herstel)werkzaamheden nodig waren in de door [eiser] gestelde omvang. Shipcaryachts concludeert daarom tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Non-conformiteit; Shipcaryachts is tekortgeschoten in de nakoming
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Shipcaryachts de herstelkosten aan [eiser] moet betalen die hij heeft gemaakt ten behoeve van het door Shipcaryachts aan hem geleverde schip.
4.2.
Tussen partijen staat vast dat sprake is van een consumentenkoop. Als uitgangspunt geldt dat op grond van artikel 7:17 lid 1 BW de verkoper verplicht is een zaak te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Verder is van belang dat artikel 7:18a lid 2 BW de koper tegemoet komt in de vorm van een bewijsvermoeden. Vermoed wordt dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van hetgeen partijen zijn overeengekomen zich binnen een termijn van één jaar na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
4.3.
[eiser] beroept zich op dit wettelijke vermoeden en stelt dat de motoren van het schip kapot zijn gedaan vanwege een te hoge ontlading van de accu’s. Deze ontlading is ontstaan doordat de accu’s verkeerd aan elkaar gekoppeld waren. Daarnaast waren de accu’s verkeerd aangesloten op de walstroom, met als gevolg dat de accu’s zijn gaan koken, de motoren kapot zijn gegaan en zeer gevaarlijk knalgas is ontstaan. Deze gebreken heeft hij in zeer korte tijd na de levering geconstateerd en zijn van een ernstige omvang en ernst. Ze zijn niet ontstaan door slijtage, maar door een montagefout die bij of door Shipcaryachts is gemaakt. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst [eiser] naar het e-mailbericht van FraDo, zoals geformuleerd in rov. 2.5. Anders dan Shipcaryachts aanvoert, gaat de kantonrechter in beginsel uit van de juistheid van de bevindingen van FraDo. Shipcaryachts heeft onvoldoende gemotiveerd onderbouwd waarom aan de juistheid daarvan getwijfeld moet worden. [eiser] mocht verwachten dat het schip geschikt was voor normaal gebruik, maar uit het voorgaande blijkt dat het schip niet naar behoren en veilig, en aldus niet normaal, functioneert. Aangezien de gebreken binnen een jaar na oplevering hebben geopenbaard, wordt vermoed dat het schip bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord.
4.4.
Het is aan Shipcaryachts om dit rechtsvermoeden te weerleggen. Shipcaryachts voert aan dat [eiser] in de periode tussen de aanbetaling en uiteindelijke levering meerdere keren - naar schatting vijf á zes keer - aan boord van het schip is geweest, vaak in gezelschap van vrienden, om het schip te bekijken en te testen. Tijdens die periode functioneerde alles naar behoren, wat [eiser] ook heeft bevestigd door ondertekening van het afleverformulier. Het lijkt erop dat er verbeteringen aan het schip zijn verricht en die als schade op haar worden verhaald, aldus Shipcaryachts.
De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen Shipcaryachts aanvoert geen feiten en omstandigheden zijn die afbreuk doen aan de bevindingen van FraDo. Bovendien gaat het bij weerlegging van het wettelijk vermoeden om het bewijzen van het tegendeel en niet om het zaaien van twijfel. Shipcaryachts kan dus niet volstaan met de enkele stelling dat voorafgaand en tijdens de levering geen sprake was van gebreken en de verrichte werkzaamheden slechts zien op verbeteringen van het schip. Shipcaryachts moet bewijzen dat het om verbeteringen gaat. Daar is, naar het oordeel van de kantonrechter, Shipcaryachts niet in geslaagd.
4.5.
Shipcaryachts voert verder aan dat partijen zijn overeengekomen dat het schip ‘voetstoots’ wordt geleverd. Eventuele problemen en gebreken komen daarom voor rekening en risico van [eiser] . Aangezien uit de koopovereenkomst niet blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat het schip ‘voetstoots’ zal wordt geleverd, gaat het door Shipcaryachts beoogde rechtsgevolg in het geheel niet op. Dat ’voetstootse levering’ op het afleverdocument van 2 augustus 2024 staat vermeld, maakt dit niet anders. Daarnaast heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken gesteld dat hij het begrip niet kent en dat dit bij het aangaan van de overeenkomst of tijdens de levering van het schip niet besproken is.
4.6.
Daarnaast voert Shipcaryachts aan dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht en eventuele gebreken daarom voor rekening van [eiser] komen. Bij het aangaan van een koopovereenkomst heeft een koper van de zaak op grond van artikel 7:17 lid 2 BW een onderzoeksplicht. De koper kan zich er niet op beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. De koper mag alleen die eigenschappen verwachten waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen. Waar hij twijfelt of moet twijfelen, dient hij de verkoper vragen te stellen of zelf onderzoek te verrichten.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat Shipcaryachts niet met succes een beroep kan doen op het verzaken van de onderzoeksplicht door [eiser] . [eiser] heeft het schip als consument gekocht bij een professionele partij en mag er in beginsel dus vanuit gaan dat het schip geen gebreken vertoont die aan een normaal gebruik daarvan in de weg staan. Als wel sprake zou zijn van gebreken, dan rust op de professionele verkoper de verplichting om daarvan mededeling te doen aan de koper. Gesteld noch gebleken is dat Shipcaryachts dergelijke mededelingen heeft gedaan. Daarnaast heeft [eiser] onweersproken gesteld dat hij op basis van de mededelingen die Shipcaryachts heeft gedaan ervan uit mocht gaan dat de staat van het schip voldoende was en hij met het schip kon gaan varen.
4.8.
Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Shipcaryachts er niet in is geslaagd om het rechtsvermoeden te weerleggen. Ook rustte op [eiser] geen onderzoeksplicht of is sprake van een ‘voetstootse’ levering, die aan een beroep op non-conformiteit in de weg staan. Dat betekent dat er van wordt uitgegaan dat het schip niet voldoet aan de verwachtingen die [eiser] op basis van de koopovereenkomst had en mocht hebben en dat het schip non-conform is. Shipcaryachts is dus tekortgeschoten in haar verplichting tot levering van een schip die aan de overeenkomst beantwoordt en deze tekortkoming kan aan haar worden toegerekend.
Bindende toezegging
4.9.
Artikel 7:21 lid 3 BW bepaalt dat de verkoper verplicht is om binnen een redelijke termijn, zonder ernstige overlast voor de koper, gebreken te herstellen. [eiser] stelt dat Shipcaryachts heeft aangegeven dat hij zelf een derde mocht inschakelen om herstelwerkzaamheden te laten verrichten, omdat zij geen monteur beschikbaar had om de nodige herstelwerkzaamheden te verrichten. Hij onderbouwt zijn standpunt met WhatsAppberichten tussen partijen. Shipcaryachts betwist dat zij de toezegging heeft gedaan om de herstelwerkzaamheden op haar kosten door een derde te laten verrichten. Partijen hebben wel besproken dat [eiser] de elektromonteur van de jachthaven waar het schip op dat moment lag, naar het schip zou laten kijken, maar de bevindingen zouden met haar worden gedeeld alvorens tot herstel zou worden overgegaan. Dat heeft [eiser] nooit gedaan. Bovendien heeft zij dit voorstel alleen gedaan uit pragmatische overwegingen en was het slechts een coulancegebaar. Voorzover de rechter toch van oordeel is dat sprake is van een bindende toezegging door Shipcaryachts, dan ziet dat uitsluitend op het onderzoek/herstel van de accu’s, wat in totaal uitkomt op een bedrag van € 1.596,98 exclusief btw.
4.10.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de letterlijke tekst van het WhatsAppbericht van 3 augustus 2024, zoals geformuleerd in randnummer 2.3., voldoende duidelijk blijkt dat Shipcaryachts heeft ingestemd met het inschakelen van een elektromonteur in de haven door [eiser] voor het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de accu’s en dat de kosten daarvoor voor haar rekening zijn. Het door Shipcaryachts aangevoerde voorbehoud, dat de bevindingen van de elektromonteur eerst met haar zouden worden gedeeld alvorens tot herstel zou worden overgegaan, blijkt niet uit voornoemd WhatsAppbericht. Verdere feiten en omstandigheden waar dit voorbehoud uit zou moeten blijken zijn door haar niet gesteld. Dat deze toezegging volgens haar slechts een coulancegebaar was, doet aan de toezegging niks af. Zij is gehouden om die toezegging na te komen. Dat die toezegging ook geldt voor de overige gebreken blijkt onvoldoende uit de WhatsAppberichten. Verdere feiten en omstandigheden heeft [eiser] in dit kader niet gesteld. Dat betekent dat alleen vast is komen te staan dat Shipcaryachts een bindende toezegging aan [eiser] heeft gedaan om de herstelwerkzaamheden aan de accu’s door een derde te laten verrichten op haar kosten.
4.11.
Shipcaryachts heeft onweersproken aangevoerd dat de kosten voor het onderzoek en herstel van de accu’s (inclusief accupoolklemmen, kabelschoenen en kabelschoenklemmen), op basis van de factuur van FraDo Yacht Solutions van 22 augustus 2024 ten bedrage van
€ 8.177,20 inclusief btw, € 1.932,35 inclusief btw (€ 1.596,98 exclusief btw) bedragen. De kantonrechter acht dit bedrag redelijk en wijst daarom een bedrag van € 1.932,35 toe op grond van de bindende toezegging door Shipcaryachts aan [eiser] .
Verzuim Shipcaryachts
4.12.
Om de resterende vordering van € 7.195,76 inclusief btw (€ 9.128,11 minus
€ 1.932,35) te kunnen toewijzen moet naast non-conformiteit sprake zijn van verzuim van Shipcaryachts om de herstelkosten op haar te kunnen verhalen. Artikel 7:21 lid 6 BW luidt: “Indien bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen.”
Tussen partijen staat vast dat [eiser] geen schriftelijke aanmaning in de zin van voornoemd artikel naar Shipcaryachts heeft gestuurd. [eiser] stelt dat dit niet nodig was, omdat Shipcaryachts heeft aangegeven niet binnen een redelijke termijn tot herstel over te kunnen gaan. Shipcaryachts voert aan dat voornoemde aanmaning (ook) niet achterwege kan blijven als de consument uit mededelingen van de verkoper moet afleiden dat de verkoper niet tot herstel overgaat. Ook dan moet de koper (alsnog) een schriftelijke aanmaning sturen alvorens de bevoegdheid te kunnen uitoefen om de zaak op kosten van de verkoper te herstellen.
4.13.
De kantonrechter overweegt dat het ontbreken van een schriftelijke aanmaning aan toewijzing van het resterende deel van de vordering van [eiser] in de weg staat. Uit het bepaalde in artikel 7:21 lid 6 BW volgt dat een schriftelijke aanmaning vereist is, alvorens de bevoegdheid tot kostenverhaal ontstaat. Nu hieraan niet is voldaan en een uitzondering op dit wettelijke uitgangspunt niet aan de orde is, strandt hierop de resterende vordering van [eiser] .
Herstelkosten
4.14.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat de door [eiser] gevorderde schade ook niet volledig toewijsbaar zou zijn. De herstelkosten zijn onderbouwd met drie facturen. Shipcaryachts voert aan dat indien de accu’s vervangen moesten worden, het niet nodig was om de omvormer, de bedradingen, de groepenkast en het dieselfilter te vervangen. Deze kosten zijn niet gemaakt ten behoeve van herstel, maar slechts ter verbetering van het schip. Tijdens de mondelinge behandeling stelt [eiser] dat de omvormer (de Victron Quattro ten bedrage van € 2.848,32 exclusief btw) in het schip moest, maar dat dit type een verbetering van het schip is, omdat hij op het schip wil wonen. Het is dan redelijk dat de helft van voornoemd bedrag voor zijn rekening blijft vanwege de omstandigheid dat dit een verbetering betreft van het schip.
Conclusie
4.15.
Op basis van het voorgaande is de conclusie dat Shipcaryachts een bedrag van € 1.932,35 aan herstelkosten aan [eiser] moet betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
4.16.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het toe te wijzen bedrag wordt, hoewel niet van toepassing, gebaseerd op de tarieven opgenomen in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, omdat die tarieven geacht worden redelijk te zijn. Op basis van de toegewezen hoofdsom van € 1.932,35 en voornoemde tarieven wordt een bedrag van € 350,72 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding (12 november 2025).
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom wordt toegewezen met ingang van de datum van de dagvaarding (12 november 2025). [eiser] heeft niet toegelicht waarom Shipcaryachts de rente eerder is verschuldigd.
Proceskosten
4.18.
Shipcaryachts wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,40
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
109,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
948,40
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Shipcaryachts om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.932,35, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Shipcaryachts om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 350,72 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 12 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Shipcaryachts in de proceskosten van € 948,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Shipcaryachts niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Shipcaryachts tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
47414 \ 51588