Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6868
2026-08-26
Civiel recht; Aanbestedingsrecht
C/05/443444
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bodemzaak. Aanbesteding. Eiser heeft recht om in bodemzaak verklaringen voor recht/schadevergoeding te vorderen niet verwerkt. Aanbestedende dienst heeft niet onrechtmatig gehandeld door de opdracht aan de winnende inschrijver te gunnen. Vorderingen van eiser afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:945 Gerechtshof Den Haag 25-06-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (57.953 tekens)
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/454052 / HA ZA 25-282
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AKE BEVEILIGING B.V.,
statutair gevestigd te Nijmegen en kantoorhoudende te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: AKE,
advocaten: mrs. S.C. Brackmann en P.M. Smid,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE APELDOORN,
zetelend te Apeldoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mrs. V. Jasarevic en M.A. Visser.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 september 2025
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Deze procedure is op 28 mei 2025 ambtshalve doorgehaald en op 9 juli 2025 opnieuw aangebracht. De procedure, die aanvankelijk de zaak- en rolnummers 438300 / HA ZA 24-233 (voor verwijzing vanuit Zutphen) en 443444 / HA ZA 24-551 (na verwijzing vanuit Zutphen) had, heeft toen het huidige zaak- en rolnummer gekregen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
De gemeente heeft op 10 februari 2023 de Europese openbare aanbestedingsprocedure “Raamovereenkomst beveiliging gemeentelijke opvang Oekraïne (GOO)” in de markt gezet. De daartoe opgestelde Aanbestedingsleidraad vermeldt onder meer het volgende:
‘(…)
2 Beschrijving van de opdracht
(…)
2.2.
Doel van de aanbesteding
(…)
Het doel van deze aanbesteding is te komen tot het contracteren van de meest geschikte leverancier voor het uitvoeren van beveiligingsdiensten op de GOO-locaties van de gemeente Apeldoorn. (…)
5Beschrijving beoordelingsprocedure
(…)
5.2
Beoordelingsprocedure
(…)
5.2.2
Fase 2: Uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen
Inschrijver dient zich volledig te conformeren aan het gestelde op het inkoop-/aanbestedingsplatform van Negometrix. (…)
Dit betekent dat Inschrijver op alle vragen in deze vragenlijsten “ja” moet hebben geantwoord en de (eventueel) vereiste documenten moet hebben geüpload. Wanneer een Inschrijver “nee” heeft geantwoord op één van de vragen of niet de vereiste documenten heeft geüpload, dan wordt de offerte uitgesloten voor verdere beoordeling.
UEA
Met het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) verklaren Inschrijvers dat er geen uitsluitingsgronden van toepassing op hen zijn en dat zij voldoen aan de geschiktheidseisen. (…) Indien de Inschrijver niet voldoet aan één of meerdere geschiktheidseisen, is de inschrijving ongeldig en wordt de Inschrijver uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Daadwerkelijke toetsing van de bewijsmiddelen kan achteraf plaatsvinden. (…)
5.2.6
Fase 6: bezwaar maken tegen de gunningsbeslissing
Na beoordeling van de Inschrijvingen zal Opdrachtgever aan alle inschrijvers door middel van een gunningsbeslissing schriftelijk mededelen aan welke Inschrijver Opdrachtgever voornemens is de Opdracht te gunnen. Deze mededeling, houdende het voornemen tot gunning, geeft de winnaar nog geen aanspraak op gunning van de Opdracht, aangezien de mededeling geen aanvaarding van de aanbieding inhoudt. Er is dan dus nog geen sprake van een Overeenkomst tussen Opdrachtgever en de beoogde winnaar.
Ondernemers die bezwaren hebben tegen het gunningsvoornemen, dienen binnen 20 kalenderdagen (de standstill-termijn) na de gunningsbeslissing een daartoe strekkend kort geding aanhangig te hebben gemaakt bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland. De termijn van 20 kalenderdagen is een vervaltermijn op straffe van niet-ontvankelijkheid. (…)’
2.2.
De geschiktheidseisen zijn opgenomen in een bijlage bij de Aanbestedingsleidraad en luiden, voor zover relevant, als volgt:
‘(…)
3.1
3.1 Geschiktheidseisen
(…)
Geschiktheidseisen ten aanzien van technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid.
3.1.2.
KO
Q: Voor de uitvoering van de opdracht(en) dient te opdrachtnemer, op het moment van inschrijving en gedurende de gehele contractperiode, over een geldig ISO 9001 certificaat in het bezit te zijn van het keurmerk Beveiliging of over een gelijkwaardig certificaat te beschikken. Het certificaat keurmerk dient afgegeven te zijn door een daarvoor geaccrediteerde organisatie.
Na gunning dient hiervan bewijs te worden aangeleverd in de vorm van een geldig certificaat.
Inschrijver verklaart aan bovenstaande geschiktheidseis te voldoen.
Referentieproject(-en)
3.1.3.
KO
Q: De aanbestedende dienst vindt aantoonbare ervaring belangrijk. Dat betekent dat een aantal kerncompetenties zijn omschreven waarvoor referentieprojecten ingediend moeten worden door de inschrijver. Voor de referentieprojecten geldt dat deze de afgelopen 3 jaar (teruggerekend vanaf de sluitingsdatum van deze aanbesteding) zijn verricht. Als het lopende projecten zijn dienen ze minimaal 6 maanden voor de sluitingsdatum van deze aanbesteding te zijn gestart.
(…)
Kerncompetenties:
1. Ervaring met Objectbeveiliging
2. Ervaring met Alarmopvolging
(…)
Vergunning
3.1.5.
KO
De inschrijver verklaart te voldoen aan de vereisten die de wet Particulier beveiligingsorganisaties en recherchebureaus stelt. Na gunning zal inschrijver aan de aanbestedende dienst een kopie van een geldige vergunning verstrekken.’
2.3.
De gemeente heeft geïnteresseerde partijen in de gelegenheid gesteld vragen te stellen over de opdracht die zij in de markt heeft gezet. Deze vragen heeft de gemeente beantwoord in een Nota van Inlichtingen (NvI). De NvI vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
84. Vraag: U geeft aan dat het toegestaan is om de kwaliteit te verantwoorden via het Keurmerk Beveiliging. Wij beschikken over een gelijkwaardig alternatief: namelijk certificering via VBe, in combinatie met de erkenning van haar Gedragscode. Kunt u bevestigen dat wij hiermee voldoen aan de gestelde eis?
Antwoord (…) De aanbestedende dienst accepteert gelijkwaardige maatregelen mits de inschrijver bewijst, bij inschrijving, dat de voorgestelde maatregelen aan de kwaliteitsnormen zoals in het voorgeschreven keurmerk voldoet.
(…)
86. (…) Vraag: U geeft aan dat er wijzigingen plaats vinden in de geschiktheidseisen. (…)
In de gewijzigde geschiktheidseis onder 3.1.2 geeft u aan: ‘Inschrijver dient in het bezit te zijn van het keurmerk Beveiliging of over een gelijkwaardig certificaat te beschikken.’ Dit is niet in lijn met uw antwoord op de gestelde vraag. In onze optiek is er namelijk geen gelijkwaardig certificaat. Graag uw bevestiging en aanpassing in deze eis. Indien u een gelijkwaardig certificaat accepteert, kunt u dan toelichten welk certificaat in deze gelijkwaardig is aan het keurmerk beveiliging?
Antwoord (…) De aanbestedende dienst accepteert gelijkwaardige maatregelen mits de inschrijver bewijst, bij inschrijving, dat de voorgestelde maatregelen aan de kwaliteitsnormen zoals in het voorgeschreven keurmerk voldoet.
87. (…) Vraag: U geeft aan in de gewijzigde geschiktheidseis onder 3.1.2. dat inschrijver op het moment van uitvoering over het Keurmerk Beveiliging dient te beschikken. Dit is bij het inschrijven op aanbestedingen zeer ongebruikelijk. Dit gezien het feit dat de verificatiefase na voorlopige gunning bedoeld is om dergelijke bewijslast te controleren voordat er definitief gegund wordt. Door dit pas te controleren op het moment van uitvoering, loopt u het risico dat de gegunde partij het Keurmerk Beveiliging mogelijk niet heeft op dat moment. Bent u bereid dit risico weg te nemen door deze bewijslast te controleren na voorlopige gunning en voor definitieve gunning? Zo niet, waarom niet?
Antwoord: Indien inschrijver tijdig stappen heeft ondernomen om het keurmerk (of vergelijkbaar) te verwerven voor aanvang van de opdracht ziet de gemeente Apeldoorn geen aanleiding om dit niet toe te staan. Uiteraard dient bij aanvang van de opdracht aan de eisen te worden voldaan.
(…)’
2.4.
AKE heeft tijdig op de opdracht ingeschreven. Naast een aantal andere partijen heeft ook R&T Security B.V. op 27 maart 2023 tijdig op de opdracht ingeschreven. R&T Security B.V. is op 30 juni 2022 opgericht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarvoor bestond er vanaf 7 juni 2000 een [eenmanszaak] . Deze eenmanszaak is op 30 juni 2022 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In het navolgende wordt met “R&T Security” steeds gedoeld op R&T Security B.V., tenzij expliciet wordt gerefereerd aan de [eenmanszaak] .
2.5.
Op of omstreeks 4 april 2023 is namens R&T Security een afspraak gemaakt met HEI B.V. (hierna: HEI), de certificerende instantie voor het Keurmerk Beveiliging. Bij
e-mailbericht van 4 april 2023 is namens HEI het volgende aan R&T Security bericht:
‘Zoals telefonisch besproken hierbij een datum om de audit uit te voeren. Ik heb maandag
17 april als optie. Als dit passend is hoor ik dit graag.
Wij zullen ons best doen om het proces zo snel mogelijk te laten verlopen. Echter zijn wij afhankelijk van de veiligheidsbranche welke het keurmerk uiteindelijk uitreikt. Hierdoor kunnen wij niet met 100 procent zekerheid zeggen dat jullie het certificaat voor 01-06-2023 ontvangen.
(…)’
2.6.
De ontvangen inschrijvingen op de aanbesteding zijn door de (beoordelingscommissie van de) gemeente beoordeeld. Tijdens het beoordelingsproces is namens de gemeente bij brief van 13 april 2023 onder meer het volgende aan R&T Security bericht:
‘(…)
Uw inschrijving
Bij uw inschrijving heeft u het document genaamd “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” toegevoegd.
Verduidelijkingsvragen
1. Indien u het document “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” als gelijkwaardig certificaat aanlevert voor het keurmerk Beveiliging indient, waaruit blijkt deze gelijkwaardigheid? (bewijs)
2. Indien u het document “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” als gelijkwaardige maatregel indient, waaruit blijkt deze gelijkwaardigheid? (bewijs)
3. Indien u het document “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” als gelijkwaardige maatregel indient ontvangen wij graag bewijs dat u tijdig stappen heeft ondernomen om het keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen.
Op dit moment beschikt u (kennelijk) niet over het gevraagde keurmerk Beveiliging. Indien u in bovenstaande bewijslast niet slaagt:
Kunt u garanderen dat u voor de aanvang van de opdracht op 1 juni 2023 voldoet aan de geschiktheidseis zoals deze wordt gesteld in vragenlijst 3.1.2 door middel van het in bezit hebben van een geldig keurmerk Beveiliging? (bewijs) Zo nee, kunt u dit nader toelichten?
(…)’
2.7.
R&T Security heeft daarop bij brief van 17 april 2023 gereageerd. In die brief staat onder meer het volgende:
‘(…)
Vraag 1 (…)
Onze toelichting:
(…) De Gedragdscode VBe-NL is integraal gekoppeld aan het certificaat ‘Kwaliteitslabel’ van VBe. Commitment en naleving van de Gedragscode staat ons toe om het Kwaliteitslabel van VBe te voeren. Dit wordt, op onze specifieke navraag, door de directie van VBe bevestigd. We bieden hiervoor de volgende bewijsstukken aan:
Bijlage 1: Kwaliteitslabel van VBe.
NB: Het document vermeldt een foutieve geldigheidstermijn (tot 21 nov ’19). Daarom voegen wij Bijlage 2 toe, waarin VBe schriftelijk bevestigt dat het label wel degelijk geldig is.
Bijlage 2: Formele bevestiging van de actuele geldigheid van het label (bijlage 1) door VBe.
Vraag 2 (…)
Onze toelichting:
We gaan gedetailleerd in op de gelijkwaardigheid van VBe en Keurmerk Beveiliging. Daarvoor zijn de eisen van beide instanties vergeleken. (…)
(…) Er is dus zonder twijfel sprake van zeer sterke gelijkwaardigheid.
(…)
Vraag 3 (…)
Wij tonen, via het bewijs in bijlage 4, aan dat er tijdig stappen ondernomen zijn om het Keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen. Uit het afschrift van de mail blijkt dat op 4 april 2023 de afspraak wordt gepland om de audit voor certificering op 17 april 2023 uit te voeren. U ziet tevens de bevestiging van het streven naar certificering vóór 1 juni 2023.
(…)
Vraag 4 (…)
Uit onze bijlage 4 blijkt dat zowel HEI BV als auditor én R&T Security BV snel met elkaar schakelen en de doelstelling van 1 juni 2023 naar elkaar bevestigen. HEI BV geeft echter ook aan dat er afhankelijkheden zijn die buiten onze directe invloedssfeer liggen.
(…)’
2.8.
Bij brief van 21 april 2023 heeft de gemeente haar voorlopige gunningsbeslissing aan AKE kenbaar gemaakt. Deze brief vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
Uw inschrijving is grondig beoordeeld conform de in de offerteaanvraag omschreven procedure. Na beoordeling is gebleken dat uw inschrijving voldoet aan alle daaraan door de aanbestedende dienst gestelde eisen. In totaal heeft de aanbestedende dienst zes (6) geldige inschrijvingen ontvangen. Na beoordeling op grond van de gunningscriteria is uw inschrijving als tweede geëindigd, waarmee zij niet de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft.
De inschrijving van R&T security heeft de beste prijs-kwaliteitverhouding. Daarom is de aanbestedende dienst voornemens de opdracht te gunnen aan deze partij.
(…)
Tegen deze beslissing kunt u binnen de in de offerteaanvraag gestelde termijn van twintig kalenderdagen na dagtekening van dit schrijven opkomen (t/m 12 mei 2023). U dient hiertoe de gemeente Apeldoorn te dagvaarden in kort geding (…).
(…)’
2.9.
In reactie op de voorlopige gunningsbeslissing heeft AKE bij brief van
24 april 2023 aan de gemeente onder meer het volgende bericht:
‘(…)
AKE Beveiliging B.V. kan zich niet verenigen met de voorgenomen gunningsbeslissing van de gemeente Apeldoorn en verzoekt om de recherche en de (her)beoordeling van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) van de inschrijver waaraan de voorlopige gunning toegekend is. En wel om het navolgende:
1. Uit eigen onderzoek, door gebruikmaking van openbare bronnen, is niet gebleken dat inschrijver waaraan de voorlopige gunning toegekend is beschikt over een geldig Keurmerk Beveiliging of een geldig gelijkwaardig gewaarmerkt certificaat.
(…)
AKE Beveiliging B.V. verzoekt de gemeente Apeldoorn op basis van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel recherche uit te voeren naar de waarheid en compleetheid van het UEA document van de inschrijver waaraan de voorlopige gunning toegekend is. (…)’
2.10.
Bij brief aan AKE van 4 mei 2023 is namens de gemeente als volgt gereageerd:
‘(…)
De voorlopige winnaar heeft aangetoond dat hij beschikt over een VBe-certificering. Er is uitvoerig gemotiveerd dat de maatregelen die nodig zijn om in aanmerking te komen voor een VBe-certificering gelijkwaardig zijn aan de kwaliteitsnormen uit het Keurmerk Beveiliging. Zo heeft de voorlopige winnaar puntsgewijs aangetoond dat kwaliteitsnormen die noodzakelijk zijn om in aanmerking te komen voor een VBe-certificering, overeenkomen met de voorschreven kwaliteitsnormen van het Keurmerk Beveiliging. Daarbij is eveneens aangetoond dat de voorlopige winnaar aan deze kwaliteitsnormen voldoet. Wij concluderen hiermee dat de voorlopige winnaar beschikt over een gelijkwaardig certificaat, dan wel dat de voorlopige winnaar gelijkwaardige maatregelen in acht heeft genomen om te voldoen aan de kwaliteitsnormen van het Keurmerk Beveiliging. De voorlopige winnaar heeft daarnaast aangetoond dat de kwaliteitsnormen door een externe auditor worden getoetst. Wij kunnen u tenslotte mededelen dat de voorlopige winnaar tijdig stappen heeft ondernomen om het Keurmerk Beveiliging te verwerven. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat het Keurmerk niet wordt toegekend.
Wij kunnen u dan ook meedelen dat voorlopige winnaar heeft aangetoond dat hij met ingangsdatum van het contract, te weten 1 juni 2023, zal voldoen aan de gestelde geschiktheidseis.
(…)’
2.11.
Op 8 mei 2023 heeft (de advocaat van) AKE nogmaals schriftelijk bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen van de gemeente. Dit bezwaar komt er kort gezegd op neer dat R&T Security tot op dat moment niet beschikte over het Keurmerk Beveiliging of een gelijkwaardig certificaat, reden waarom AKE verzocht om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, de inschrijving van R&T Security uit te sluiten en een nieuwe gunningsbeslissing te nemen.
2.12.
Namens de gemeente is daarop gereageerd bij brief van 9 mei 2023 van mevrouw
[naam] , Senior Jurist. Deze reactie luidt dat de gemeente geen gehoor zal geven aan de verzoeken van AKE, en verder:
‘(…)
Wij zijn van oordeel dat het Keurmerk Beveiliging en de certificering door de VBe NL als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd, dan wel dat met het in het bezit zijn van de certificering van VBe NL in combinatie met commitment aan de bijbehorende Gedragscode en daartoe genomen maatregelen als gelijkwaardige maatregelen kunnen worden beschouwd. Hoewel de gemeente Apeldoorn heeft geëist dat het Keurmerk wordt afgegeven door een geaccrediteerde organisatie, staat dit niet opgenomen ten aanzien van het gelijkwaardige certificaat of bij het aantonen van de gelijkwaardige maatregelen. Kortom R&T Security voldoet aan de gevraagde geschiktheidseis (3.1.2). Tenslotte hebben wij er vertrouwen in dat R&T security voor de uitvoering van het contract over het Keurmerk Beveiliging beschikt waarvoor zij reeds stappen heeft ondernomen.
(…)
U verzoekt ons te bevestigen dat dat de gemeente Apeldoorn geen contract zal sluiten, dan wel verder zal uitvoeren met R&T security indien zij niet beschikt over het Keurmerk Beveiliging. Allereerst hebben wij er vertrouwen in dat R&T security voor uitvoering van het contract beschikt over het Keurmerk Beveiliging. Echter naar het oordeel van de gemeente Apeldoorn is er reeds sprake van een gelijkwaardig certificaat dan wel gelijkwaardige maatregelen waardoor R&T security reeds voldoet aan de gestelde geschiktheidseis.
(…)’
2.13.
Bij brief van 9 mei 2023 en per e-mailbericht van 11 mei 2023 heeft (de advocaat van) AKE opnieuw haar inhoudelijke bezwaren tegen het gunningsvoornemen kenbaar gemaakt aan de gemeente.
2.14.
Eveneens op 11 mei 2023 is namens HEI bij aan R&T Security toegezonden document met de titel “VERKLARING KEURMERK BEVEILIGING” onder meer het volgende bericht:
‘(…)
Op 17 april 2023 heeft HEI bij R&T Security BV te Apeldoorn een audit uitgevoerd in het kader van het Keurmerk Beveiliging van de Nederlandse Veiligheidsbranche.
Tijdens de audit zijn, naast positieve bevindingen, een aantal afwijkingen geconstateerd en gerapporteerd. Inmiddels heeft R&T Security BV deze afwijkingen succesvol afgehandeld.
Gelet op de positieve afronding van de audit zullen wij hen bij de Nederlandse Veiligheidsbranche voordragen voor certificering voor het Keurmerk Beveiliging. De nadere (administratieve) afhandeling zal doorgaans maximaal 4 tot 6 weken in beslag nemen waarna zij het Keurmerk daadwerkelijk in ontvangst kunnen nemen.
(…)’
R&T Security heeft dit document diezelfde dag nog doorgestuurd naar de gemeente.
2.15.
De gemeente heeft de opdracht vervolgens op 15 mei 2023 definitief aan R&T Security gegund, waarna de uitvoering van de overeenkomst op 1 juni 2023 is aangevangen.
2.16.
Op 11 juli 2023 heeft R&T Security de factuur voor het verkrijgen van het Keurmerk Beveiliging ontvangen, die zij nadien heeft betaald. Op 26 juli 2023 heeft R&T Security van de Nederlandse Veiligheidsbranche vervolgens het certificaat Keurmerk Beveiliging ontvangen.
2.17.
AKE heeft op 4 oktober 2023 een melding gedaan bij de gemeente dat de aanbestedingsprocedure die heeft geleid tot gunning van de opdracht aan R&T Security dubieus zou zijn verlopen en dat de winnende inschrijver zou frauderen. Naar aanleiding van deze melding heeft een concerncontroller namens de gemeente een zogenaamd boekenonderzoek uitgevoerd.
2.18.
Bij brief van 8 november 2023 heeft de gemeente in reactie op de melding van
4 oktober 2023 aan AKE ‘nog eenmaal (herhaald) en voor de laatste keer’ meegedeeld dat R&T Security aan alle geschiktheidseisen voldoet en dat de opdracht dus op goede gronden aan deze partij is gegund.
2.19.
Op 24 november 2023 is het rapport ‘Analyse, bevindingen en conclusies n.a.v. meldingen mogelijk onrechtmatige inkoop en onjuiste bedrijfsvoering door R&T Security BV voor de beveiliging van locaties voor GOO in Apeldoorn’ uitgebracht. Bij brief van
27 december 2023 heeft de gemeente de uitkomsten van het onderzoek met AKE gedeeld. De conclusie van het onderzoek luidt dat de procedure weliswaar op een enkel punt voor verbetering vatbaar is, maar dat geen sprake is van onrechtmatigheden, laat staan van fraude. De verbeterpunten zijn volgens de onderzoeken bovendien niet doorslaggevend geweest voor de uitkomst van de procedure en daarmee beschouwt de gemeente de zaak als afgedaan.
2.20.
Namens AKE is op 4 januari 2024 op deze uitkomst gereageerd met de mededeling dat het onderzoek tekortkomingen vertoont en belangrijke punten onbesproken laat. Namens AKE is verzocht een grondig aanvullend onderzoek uit te voeren naar de rechtmatigheid van de aanbestedingsprocedure.
2.21.
Bij brief van 16 april 2024 heeft de gemeente het definitieve rapport van de concerncontroller, daterende van 11 april 2024, in kopie aan AKE verstrekt. In de begeleidende brief is namens de gemeente geconcludeerd dat geen aanwijzingen bestaan voor misstanden rondom de gunning van de opdracht aan R&T Security.
2.22.
R&T Security heeft de beveiligingswerkzaamheden gedurende de volledige looptijd van de overeenkomst met de gemeente uitgevoerd.
3Het geschil
3.1.
AKE vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. zal verklaren voor recht dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens AKE, door het ten onrechte aan R&T Security B.V. en niet aan AKE gunnen van de overeenkomst uit hoofde van de Europese openbare aanbesteding Raamovereenkomst beveiliging gemeentelijke opvang Oekraïne, zoals nader genoemd en beschreven in de dagvaarding;
II. zal verklaren voor recht dat de gemeente uit hoofde van voormeld onrechtmatig handelen jegens AKE aansprakelijk is jegens AKE voor alle schade en kosten, waaronder winstderving, die AKE dientengevolge heeft geleden;
III. de gemeente zal veroordelen tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en partijen zal verwijzen naar de schadestaatprocedure;
IV. de gemeente zal veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, hierna worden ingegaan.
4De beoordeling van het geschil
4.1.
De vorderingen van AKE zullen worden afgewezen, met veroordeling van AKE in de kosten van deze procedure. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het volgende.
Geen sprake van rechtsverwerking
4.2.
Aan de door haar gevorderde verklaringen voor recht en schadevergoeding legt AKE onder meer ten grondslag dat de gemeente de opdracht niet aan R&T Security had mogen gunnen, omdat R&T Security niet voldeed aan de geschiktheidseisen en bovendien in het kader van de aanbestedingsprocedure een valse verklaring heeft afgelegd. De gemeente heeft hiertegen als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat AKE haar recht heeft verwerkt om nu nog te klagen over de gunning van de opdracht aan R&T Security. Volgens de gemeente had AKE haar bezwaren daartegen namelijk eerder kenbaar moeten maken door het aanhangig maken van een kort geding, uiterlijk 20 kalenderdagen na de voorlopige gunningsbeslissing, zoals voorgeschreven in paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad. Deze 20 dagen-termijn is een vervaltermijn op straffe van niet-ontvankelijkheid, gebaseerd op het uitgangspunt dat in aanbestedingsgeschillen een proactieve houding van inschrijvers wordt verwacht. Door vermeende onrechtmatigheden pas nu aan de orde te stellen in een schadevergoedingsprocedure terwijl de overeenkomst ter uitvoering van de opdracht al is gesloten, kunnen onrechtmatigheden in het gunningsproces niet meer ongedaan worden gemaakt. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de gemeente, terwijl de rechtsbescherming van AKE met het afwijzen van haar vorderingen niet op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist, aldus de gemeente.
4.3.
AKE betwist dat zij haar recht om de rechtmatigheid van de gunningsbeslissing aan te vechten heeft verwerkt. Volgens AKE staat de bepaling in artikel 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad er niet aan in de weg dat in een bodemprocedure een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen wordt ingesteld na het verstrijken van de daarin genoemde termijn. Bovendien heeft zij vanaf de bekendmaking van de voorlopige gunningsbeslissing vele onderbouwde verzoeken gedaan om de gemeente te bewegen de juistheid van de inschrijving van R&T Security te controleren. Omdat de gemeente in reactie daarop steeds aangaf dat die inschrijving helemaal in orde was, hetgeen niet juist is gebleken, en daarbij ook informatie heeft verstrekt (over het beweerdelijk door R&T Security overgelegde Kwaliteitslabel) waarvan de gemeente nu zelf stelt dat die onjuist was, heeft zij AKE met onjuiste informatie afgehouden van het starten van een kort geding. Ook daarom komt de gemeente in de omstandigheden van dit geval geen beroep toe op het bepaalde in paragraaf 5.2.6. Aanbestedingsleidraad, aldus AKE.
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad bepaalt dat ondernemers die bezwaren hebben tegen het gunningsvoornemen, binnen 20 kalenderdagen na de gunningsbeslissing een daartoe strekkend kort geding aanhangig dienen te hebben gemaakt en dat deze termijn een vervaltermijn is op straffe van niet-ontvankelijkheid. Het beroep op rechtsverwerking van de gemeente is gebaseerd op een uitleg van deze bepaling die erop neerkomt dat de daarin gestelde vervaltermijn niet alleen geldt voor het aanvechten van de voorgenomen gunningsbeslissing, maar ook voor een vordering tot schadevergoeding op de grondslag dat de definitieve gunningsbeslissing onrechtmatig is geweest. Die uitleg van het (gestelde) vervalbeding is door AKE gemotiveerd betwist.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank komt de gemeente geen beroep toe op (de door haar voorgestane uitleg van) het vervalbeding. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat het aan de gemeente als aanbestedende dienst is om in aanbestedingsstukken alle voorwaarden en modaliteiten van de procedure te formuleren op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte ervan kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier interpreteren. Eventuele onduidelijkheden in de tekst van de aanbestedingsstukken komen dus in beginsel voor rekening en risico van de aanbestedende dienst en niet voor die van de inschrijver. Dit geldt temeer bij een beroep op een vervalbeding met (potentieel) verstrekkende gevolgen, in het kader van een actie tot schadevergoeding als de onderhavige, waar de rechten van de overige inschrijvers niet (meer) in het geding zijn. Uit de bewoordingen van paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad had een normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver niet hoeven opmaken dat het beding niet slechts dient om na afloop van de zogenoemde standstill-termijn de aantasting van de gunning als zodanig onmogelijk te maken, maar óók om, zoals de gemeente stelt, na afloop van die termijn de rechtmatigheid van de gunning niet meer ter discussie te kunnen stellen in een actie tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. De tekst van het beding bevat geen enkele aanwijzing dat (ook) dit laatste is bedoeld.
4.6.
In zoverre verschilt het beding ook van de bepaling die aan de orde was in een vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 april 2023, waarop de gemeente zich heeft beroepen. In die zaak stond de uitleg van het vervalbeding als zodanig niet ter discussie, maar oordeelde de rechtbank over de vraag of een beroep op het (tekstueel ondubbelzinnig geformuleerde en uitdrukkelijk ook op schadevergoedingsvorderingen betrekking hebbende) beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. De door de gemeente gemaakte vergelijking met dat geval gaat, waar het de uitleg van het beding betreft, reeds daarom niet op.
4.7.
Ook heeft de gemeente, op wie in dit verband de stelplicht rust, geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat het beding binnen de context van de overige inhoud van de aanbestedingsstukken zo dient te worden uitgelegd als zij stelt.
4.8.
Daarbij komt dat het Europeesrechtelijke beginsel van effectieve rechtsbescherming er naar het oordeel van de rechtbank aan in de weg staat dat een inschrijver het recht op het vorderen van schadevergoeding wordt ontzegd op grond van een bepaling waaruit de strekking om een vervaltermijn ook voor een actie tot schadevergoeding te laten gelden niet ondubbelzinnig blijkt.
4.9.
Het door de gemeente gedane beroep op het bepaalde in paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad stuit op het voorgaande reeds af; het verweer van AKE inhoudende dat de gemeente op grond van de communicatie tussen partijen gedurende de 20 dagen-termijn en de verstrekte onjuiste informatie over het Kwaliteitslabel van R&T Security redelijkerwijs geen beroep kan doen op dat beding behoeft daarom geen bespreking.
4.10.
Voor zover de gemeente heeft bedoeld ook los van het gestelde vervalbeding een beroep te doen op rechtsverwerking, wordt ook dat beroep verworpen. Volgens vaste rechtspraak is voor rechtsverwerking nodig dat de rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het geldend maken van zijn recht of bevoegdheid. Voor het doen slagen van een beroep op rechtsverwerking gelden over het algemeen strenge eisen. Alleen tijdsverloop is niet voldoende; er moeten bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die maken dat bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende haar aanspraak tot schadevergoeding niet meer te gelde zouden maken, of die maken dat de positie van de wederpartij onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard indien die aanspraak alsnog wordt ingeroepen. De gemeente heeft, afgezien van haar beroep op het vervalbeding, geen bijzondere omstandigheden gesteld waaruit volgt dat bij haar het vertrouwen is gewekt dat AKE geen aanspraak zou maken op schadevergoeding. Dit geldt temeer in het licht van de (hiervoor in rechtsoverwegingen 2.9. tot en met 2.13. en 2.20 tot en met 2.23. geciteerde) correspondentie tussen AKE en de gemeente, waarin – kort gezegd – de gemeente steeds heeft meegedeeld dat de bezwaren van AKE onterecht waren en AKE niettemin haar bezwaren heeft gehandhaafd. Voor zover de gemeente met haar betoog dat zij de eventuele onregelmatigheden van de aanbestedingsprocedure na afloop van de standstilltermijn en de definitieve gunning niet meer kan herstellen heeft bedoeld zich op het standpunt te stellen dat haar positie door het mogen instellen van een schadevordering door AKE onredelijk wordt benadeeld of verzwaard, gaat de rechtbank daar niet in mee. Gelet op het belang van AKE bij een effectieve rechtsbescherming is die (eventuele) benadeling namelijk niet onredelijk.
4.11.
Uit het voorgaande volgt dat de gemeente geen geslaagd beroep op rechtsverwerking toekomt. Daarom zullen de vorderingen van AKE hierna inhoudelijk worden behandeld en beoordeeld.
Verklaring voor recht I
4.12.
AKE vordert in de eerste plaats een verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, door de opdracht die centraal staat in de onderhavige aanbestedingsprocedure ten onrechte aan R&T Security te gunnen. Om tot dat oordeel te kunnen komen, moet in deze procedure komen vast te staan dat de definitieve gunningsbeslissing die de gemeente op 15 mei 2023 heeft genomen onrechtmatig was. Het gaat er daarbij om wat de gemeente op het moment van gunnen wist, althans had moeten weten. AKE beroept zich op drie gronden, die volgens haar aan rechtmatige gunning van de opdracht aan R&T Security in de weg stonden.
i. Geschiktheidseisen
4.13.
De eerste grond ziet op de geschiktheidseis ten aanzien van de technische en beroepsbekwaamheid. Volgens AKE was R&T Security noch op het moment van inschrijving, noch op het moment van definitieve gunning in het bezit van het keurmerk Beveiliging, en was voor de gemeente duidelijk, althans had duidelijk moeten zijn, dat dit keurmerk niet voor aanvang van de looptijd van de overeenkomst zou worden verkregen. AKE stelt dat R&T Security er ook niet alles aan heeft gedaan om het keurmerk wel tijdig te verkrijgen, zodat zij niet met aanvullende maatregelen mocht aantonen die zij technisch en beroepsbekwaam was om de opdracht uit te voeren. Nu R&T Security ten slotte nimmer over een gelijkwaardig certificaat heeft beschikt en dat voor de gemeente kenbaar was, althans had moeten zijn op het moment van definitieve gunning, voldeed R&T Security niet aan de daarop ziende geschiktheidseis en had haar inschrijving door de gemeente terzijde moeten worden gelegd. Door dat niet te doen, heeft de gemeente een onrechtmatige gunningsbeslissing genomen en ligt de gevorderde verklaring voor recht voor toewijzing gereed, aldus AKE.
4.14.
De gemeente betwist dat sprake is van een onrechtmatige gunningsbeslissing. Zij voert primair aan dat zij er op het moment van definitieve gunning vanuit ging dat R&T Security in het bezit was van een certificaat gelijkwaardig aan dat van het Keurmerk Beveiliging. Volgens de gemeente is het haar pas na definitieve gunning, eind 2024, gebleken dat van een gelijkwaardig certificaat geen sprake was omdat R&T Security
- anders dan zij jegens de gemeente had verklaard - niet bleek te beschikken over het Kwaliteitslabel. Aangezien zij er op het moment van definitieve gunning echter eveneens op mocht vertrouwen dat R&T Security voor aanvang van de overeenkomst op 1 juni 2023 (tevens) zou beschikken over het aangevraagde Keurmerk Beveiliging zelf is, ongeacht of zij had moeten weten dat R&T Security niet beschikte over het Kwaliteitslabel, de gunning aan R&T Security niet onrechtmatig geweest. Subsidiair voert de gemeente aan dat R&T Security het keurmerk niet tijdig heeft verkregen om redenen die buiten haar invloedssfeer lagen, maar dat R&T Security met vervangende maatregelen heeft aangetoond dat zij wel aan de geschiktheidseis -waaraan pas bij aanvang van de overeenkomst op 1 juni 2023 moest zijn voldaan- voldoet en de gemeente daarvan ook mocht uitgaan ten tijde van de definitieve gunning. Op 22 mei 2023 lag er een positief certificeringsbesluit en daarmee stond op dat moment, vóór 1 juni 2023, vast dat R&T Security aan alle voorwaarden voor het verkrijgen van het Keurmerk Beveiliging voldeed. Dat het certificaat van het keurmerk op dat moment nog niet was verstrekt, is in dat licht bezien niet relevant, aldus de gemeente.
4.15.
De rechtbank overweegt als volgt. De geschiktheidseisen die de gemeente in het kader van de onderhavige aanbesteding heeft gesteld, zijn opgenomen in een bijlage bij de Aanbestedingsleidraad. Paragraaf 3.1.2. van deze bijlage vermeldt de geschiktheidseisen ten aanzien van de technische en beroepsbekwaamheid. Daarin is bepaald dat de opdrachtnemer voor de uitvoering van de opdracht gedurende de gehele contractperiode in het bezit dient te zijn van het Keurmerk Beveiliging of over een gelijkwaardig certificaat dient te beschikken, waarvan na gunning bewijs dient te worden aangeleverd. In aanvulling daarop heeft de gemeente als antwoord op de vragen 84 en 86 in de NvI kenbaar gemaakt dat zij ook gelijkwaardige maatregelen accepteert, mits de inschrijver bij inschrijving bewijst dat de voorgestelde maatregelen aan de kwaliteitsnormen zoals in het voorgeschreven keurmerk voldoen. Daaraan heeft de gemeente in antwoord op vraag 87 van de NvI toegevoegd dat zij geen aanleiding ziet om gelijkwaardige maatregelen niet toe te staan, indien inschrijver tijdig stappen heeft ondernomen om het keurmerk (of vergelijkbaar) te verwerven voor aanvang van de overeenkomst. Zij merkt daarbij nog op dat uiteraard bij aanvang van de opdracht aan de eisen dient te worden voldaan. Gelet op deze in de aanbestedingsstukken uitgezette parameters geldt het volgende.
4.16.
Vooropgesteld wordt dat de geschiktheidseis ten aanzien van de technische en beroepsbekwaamheid een uitvoeringseis is, waaraan eerst bij aanvang van de overeenkomst hoeft te zijn voldaan. Vaststaat dat R&T Security op het moment van inschrijving en op het moment van definitieve gunning niet in het bezit was van het Keurmerk Beveiliging, en dat de gemeente dit wist. R&T Security heeft zich in haar inschrijving in het kader van deze geschiktheidseis daarom beroepen op een -volgens haar- gelijkwaardig certificaat, waarbij zij ter onderbouwing twee documenten heeft overgelegd. De gemeente heeft naar aanleiding daarvan bij brief aan R&T Security van 13 april 2023 opgemerkt dat bij de inschrijving van R&T Security een document was gevoegd met de naam “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL”. Ter verduidelijking heeft de gemeente de vraag gesteld (i) waaruit blijkt dat het document geldt als gelijkwaardig certificaat, (ii) waaruit blijkt dat het document geldt als gelijkwaardige maatregel en (iii) als het document is ingediend als gelijkwaardige maatregel, of R&T Security bewijs kan overleggen waaruit blijkt dat zij tijdig stappen heeft ondernomen om het Keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen. Ten slotte is de vraag gesteld of zij, indien zij dit laatste niet kan aantonen, kan garanderen dat zij voor aanvang van de opdracht op 1 juni 2023 voldoet aan de geschiktheidseis uit paragraaf 3.1.2. door middel van het in bezit hebben van een geldig Keurmerk Beveiliging.
4.17.
Ten aanzien van de gelijkwaardigheid van het certificaat heeft R&T Security in haar schriftelijke reactie aan de gemeente van 17 april 2023 geantwoord dat de Gedragscode in de bijlage integraal is gekoppeld aan het certificaat ‘Kwaliteitslabel’ van VBe. R&T Security deelt mee dat ‘commitment en naleving’ van die Gedragscode haar toestaat om het Kwaliteitslabel van VBe te voeren. De gemeente heeft dit aangenomen en daarnaast het tweede document, dat - naar later is gebleken - geen aan R&T Security verleend certificaat Kwaliteitslabel is maar slechts een voorbeeld van het certificaat van het Kwaliteitslabel VBe bevat, aangezien voor een geldig certificaat op naam van R&T Security. De rechtbank is na bestudering van dit laatstgenoemde document van oordeel dat, indien de gemeente meer aandacht aan dat document had geschonken en het zorgvuldiger had bekeken, voor haar reeds op dat moment duidelijk had kunnen en moeten zijn dat van een geldig certificaat geen sprake was, maar dat slechts een voorbeeldcertificaat was overgelegd. Dat dit document kon dienen als gelijkwaardig certificaat of gelijkwaardige maatregel, is daarmee uitgesloten. Daarmee is de discussie over de vraag of het Kwaliteitslabel VBe gelijkwaardig is aan het Keurmerk Beveiliging niet langer relevant en kan het antwoord daarop in het midden blijven.
4.18.
Daarmee komt de rechtbank toe aan de vraag of de gemeente op het moment van gunning wist, althans had moeten weten, dat R&T Security niet vóór de aanvang van de contractperiode zou beschikken over het Keurmerk Beveiliging. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en komt tot dat oordeel op grond van het volgende. R&T Security heeft op 17 april 2023 in reactie op de derde vraag van de gemeente geantwoord dat zij tijdig stappen heeft ondernomen om het Keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen. Volgens R&T Security was de audit gepland op 17 april, werd op dat moment gestreefd naar certificering vóór 1 juni 2023 en schakelden alle betrokken partijen snel om die doelstelling te behalen. De rechtbank is van oordeel dat AKE onvoldoende heeft onderbouwd dat, en op grond waarvan, de gemeente er op basis van dat antwoord op dat moment niet gerechtvaardigd vanuit mocht gaan dat R&T Security voor aanvang van de overeenkomst aan de gestelde uitvoeringseis zou voldoen. R&T Security deelt in haar reactie op
17 april 2023 weliswaar (ook) mee dat er afhankelijkheden zijn die buiten de directe invloedssfeer van auditor HEI liggen, maar deze enkele opmerking maakt niet dat de gemeente op dat moment met enige mate van zekerheid had moeten weten dat vóór aanvang van de overeenkomst niet zou beschikken over het certificaat. Alleen als zij dit wel had geweten of moeten weten, zou de gemeente tot de conclusie hebben moeten komen dat R&T Security niet aan deze geschiktheidseis zou (gaan) voldoen en zou sprake zijn van onrechtmatige gunning, indien de opdracht desondanks toch aan R&T Security zou zijn gegund. Nu de gemeente die wetenschap niet had, hoefde zij niet af te zien van gunning aan R&T Security.
4.19.
Aan hetgeen hiervoor met betrekking tot de voor een onrechtmatige gunningsbeslissing vereiste mate van wetenschap bij de gemeente is overwogen ligt mede ten grondslag dat, vanwege het karakter van de geschiktheidseis, definitieve toetsing en uitsluiting voorafgaand aan definitieve gunning in de gegeven omstandigheden, waarbij de inschrijver onderbouwd stelde dat er uitzicht was op tijdige verkrijging van het Keurmerk, niet mogelijk was. Dit maakt in deze omstandigheden dat indien de gemeente op
15 mei 2022 had gegund aan AKE die als inschrijver op de tweede plaats is geëindigd, haar terecht had kunnen worden verweten dat op dat moment nog niet vast stond dat R&T Security niet aan de geschiktheidseis zou gaan voldoen.
4.20.
Dat de gemeente zichzelf door het hanteren van een aldus geformuleerde geschiktheidseis (knockoutcriterium, maar pas aantoonbaar materieel aan te voldoen na gunning bij aanvang overeenkomst) in een lastige positie heeft gemanoeuvreerd ten opzichte van de inschrijvers, maakt de gunning aan R&T Security in de gegeven omstandigheden nog niet onrechtmatig. Dit nog daargelaten de (in deze procedure gelet op de voorliggende vorderingen niet relevante) vraag welke actie de gemeente had dienen te ondernemen jegens R&T Security indien op de ingangsdatum van de overeenkomst nog niet aan de geschiktheidseis zou zijn voldaan. De rechtbank merkt in dat verband voor de goede orde nog op dat AKE niet heeft gevorderd te verklaren voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door het sluiten van de overeenkomst met R&T Security op
1 juni 2023, zodat de stand van zaken op dat moment en de wetenschap die de gemeente op dat moment (inmiddels) bezat bij de beoordeling van de vordering geen rol kunnen spelen. Bij deze stand van zaken kan het gestelde niet voldoen aan de geschiktheidseis door R&T Security niet leiden tot toewijzing van de wél gevorderde verklaring voor recht, die immers (alleen) betrekking heeft op de gunning.
ii. Valse verklaring
4.21.
De tweede grond voor het onrechtmatig handelen van de gemeente jegens AKE betreft de valse verklaring die R&T Security volgens AKE in haar UEA heeft afgelegd. AKE stelt dat R&T Security ten onrechte heeft verklaard dat zij voldeed aan al haar arbeidsrechtelijke verplichtingen zoals bedoeld in artikel 2.87 lid 1 onder a Aanbestedingswet (Aw), in de eerste plaats door zich in haar inschrijving te beroepen op een ongeldig referentieproject. Volgens AKE heeft R&T Security daarmee niet aangetoond dat zij technisch bekwaam is om de opdracht uit te voeren, zodat de gemeente haar inschrijving terzijde had moeten leggen. Door dat niet te doen, handelde de gemeente onrechtmatig, aldus AKE.
4.22.
De gemeente betwist dat het opgegeven referentieproject niet voldoet en dat R&T Security op basis daarvan een valse verklaring heeft afgelegd. Voor zover het project niet zou voldoen, betoogt de gemeente dat zij daarvan niet op de hoogte was of had moeten zijn ten tijde van de definitieve gunning van de opdracht.
4.23.
De rechtbank overweegt als volgt. Paragraaf 3.1.3. van de geschiktheidseisen ziet op referentieprojecten. In deze paragraaf schrijft de gemeente dat een aantal kerncompetenties zijn omschreven waarvoor referentieprojecten moeten worden ingediend door de inschrijver. Voor de referentieprojecten geldt de eis dat deze de afgelopen drie jaar (teruggerekend vanaf de sluitingsdatum van de onderhavige aanbesteding) moeten zijn verricht. Als het lopende projecten zijn, dienen ze minimaal zes maanden voor de sluitingsdatum van de aanbesteding te zijn gestart. R&T Security heeft zich beroepen op een op dat moment nog lopend referentieproject dat voor de gemeente werd uitgevoerd, zodat dat project ten minste zes maanden vóór 27 maart 2023 moest zijn gestart. Vaststaat dat R&T Security op 30 juni 2022 is opgericht. Pas op 13 oktober 2022 echter heeft zij van de Minister voor Rechtsbescherming een vergunning verkregen om beveiligingswerkzaamheden te mogen uitvoeren, terwijl het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden zonder vergunning niet is toegestaan. Geconstateerd moet worden dat tussen 13 oktober 2022 en 27 maart 2023 geen termijn van ten minste zes maanden zit. Namens de gemeente is aangevoerd dat het betreffende project wel al langer liep en ook voor 13 oktober 2022 door R&T Security als vaste samenwerkingspartner van de gemeente werd uitgevoerd. Ter zitting is door de gemeente toegelicht dat de uitvoering van het project kennelijk is gestart door de eenmanszaak R&T Security en vervolgens zonder onderbreking is voortgezet door de vennootschap R&T Security B.V. Vast staat echter dat de eenmanszaak op 30 juni 2022 is opgeheven en uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en aldus op dat moment niet langer over een vergunning voor het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden beschikte, terwijl een vergunning voor R&T Security B.V. zoals gezegd op dat moment ook ontbrak. Dat de werkzaamheden in de periode van
30 juni 2022 tot 13 oktober 2022 rechtmatig door een R&T Security entiteit zijn uitgevoerd, moet daarom op zijn minst worden betwijfeld.
4.24.
AKE heeft echter geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de gemeente daarvan weet had, althans had moeten hebben, voorafgaand aan de definitieve gunning van de opdracht. Namens de gemeente is ter zitting aangevoerd dat zij vaker met (de mensen van) R&T Security samenwerkte en dat voor haar geen aanleiding bestond om aan de geldigheid van het opgegeven referentieproject te twijfelen. AKE stelt weliswaar dat zij bij de gemeente heeft gemeld dat het referentieproject niet kon voldoen, maar wat deze melding concreet inhield en op welk moment die melding zou zijn gedaan, is niet nader geduid. Zonder verdere toelichting -die ontbreekt- kan gelet op het verweer van de gemeente niet worden vastgesteld dat de gemeente op het moment van definitieve gunning wist dat R&T Security haar technische bekwaamheid niet conform de eisen van de aanbestedingsprocedure had aangetoond en daarmee niet aan deze geschiktheidseis voldeed. Dat leidt ertoe dat op basis van deze stelling van AKE evenmin kan worden geconcludeerd dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de opdracht (desondanks) aan R&T Security te gunnen.
4.25.
AKE stelt dat R&T Security daarnaast ook vals zou hebben verklaard omdat zij in het UEA had moeten melden dat de [eenmanszaak] in het verleden op de zwarte lijst van de SFPB heeft gestaan vanwege schending van de cao. Vast staat dat de gestelde schending heeft plaatsgevonden in het jaar 2019. Daarmee valt deze buiten de in artikel 2.87 lid 1 onder a Aw bepaalde termijn, op basis waarvan in het kader van deze uitsluitingsgrond enkel schendingen mogen worden betrokken die in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van inschrijving zijn begaan. Nog los van het antwoord op de vraag of het verleden van de eenmanszaak vanwege vereenzelviging al dan niet relevant is voor R&T Security B.V., speelt deze (gestelde) schending daarom in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure geen rol.
4.26.
De rechtbank concludeert dat ook de tweede gestelde onrechtmatigheidsgrond niet tot toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht kan leiden.
iii. Beveiligingspassen
4.27.
De derde gestelde grond voor het onrechtmatig handelen van de gemeente jegens AKE houdt verband met de beveiligingspassen waarover het door R&T Security bij de uitvoering van de overeenkomst in te zetten personeel moest beschikken. Volgens AKE blijkt uit het onderdeel van het definitieve rapport van de concerncontroller van de gemeente waarin de geschiktheidseisen worden besproken en uit de roosters van R&T Security, dat zij personeel heeft ingezet dat niet over de juiste (kleur) pas beschikte, waardoor R&T Security de overeenkomst met de gemeente niet conform de gestelde eisen zou hebben uitgevoerd. Hoe dit moet leiden tot de vaststelling dat de gemeente onrechtmatig jegens AKE heeft gehandeld door de opdracht die centraal staat in de onderhavige aanbestedingsprocedure ten onrechte aan R&T Security te gunnen, is de rechtbank niet duidelijk. Het gaat hier immers om (beweerdelijk) handelen van R&T Security na het moment van de gunning. Gesteld noch gebleken is dat de gemeente op het moment van de gunning wist of kon weten dat R&T Security personeel zou inzetten dat niet over de juiste passen beschikte. Of dat daadwerkelijk is gebeurd kan dus in het midden blijven.
Verklaring voor recht II en schadestaat
4.28.
Nu niet is komen vast te staan dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens AKE door de overeenkomst definitief aan R&T Security te gunnen, is de tweede verklaring voor recht, die erop neerkomt dat de gemeente uit hoofde van dat gestelde onrechtmatig handelen jegens AKE aansprakelijk is voor alle schade en kosten, evenmin toewijsbaar. Voor veroordeling van de gemeente tot betaling van schadevergoeding bestaat dan ook geen grond. Ook de tweede en derde vordering zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.29.
AKE is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- griffierecht
€
688,00
- salaris advocaat
€
1.306,00
(2 punten x tarief € 653,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.183,00
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt AKE in de proceskosten van € 2.183,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als AKE niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op
26 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
ECLI:RBDHA:2023:5098. Dit vonnis is overigens in hoger beroep vernietigd: ECLI:NL:GHDHA:2024:945.
Gelet op artikel 2 lid 1 Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, dat bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van de Minister door de instandhouding van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/454052 / HA ZA 25-282
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AKE BEVEILIGING B.V.,
statutair gevestigd te Nijmegen en kantoorhoudende te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: AKE,
advocaten: mrs. S.C. Brackmann en P.M. Smid,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE APELDOORN,
zetelend te Apeldoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mrs. V. Jasarevic en M.A. Visser.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 september 2025
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Deze procedure is op 28 mei 2025 ambtshalve doorgehaald en op 9 juli 2025 opnieuw aangebracht. De procedure, die aanvankelijk de zaak- en rolnummers 438300 / HA ZA 24-233 (voor verwijzing vanuit Zutphen) en 443444 / HA ZA 24-551 (na verwijzing vanuit Zutphen) had, heeft toen het huidige zaak- en rolnummer gekregen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
De gemeente heeft op 10 februari 2023 de Europese openbare aanbestedingsprocedure “Raamovereenkomst beveiliging gemeentelijke opvang Oekraïne (GOO)” in de markt gezet. De daartoe opgestelde Aanbestedingsleidraad vermeldt onder meer het volgende:
‘(…)
2 Beschrijving van de opdracht
(…)
2.2.
Doel van de aanbesteding
(…)
Het doel van deze aanbesteding is te komen tot het contracteren van de meest geschikte leverancier voor het uitvoeren van beveiligingsdiensten op de GOO-locaties van de gemeente Apeldoorn. (…)
5Beschrijving beoordelingsprocedure
(…)
5.2
Beoordelingsprocedure
(…)
5.2.2
Fase 2: Uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen
Inschrijver dient zich volledig te conformeren aan het gestelde op het inkoop-/aanbestedingsplatform van Negometrix. (…)
Dit betekent dat Inschrijver op alle vragen in deze vragenlijsten “ja” moet hebben geantwoord en de (eventueel) vereiste documenten moet hebben geüpload. Wanneer een Inschrijver “nee” heeft geantwoord op één van de vragen of niet de vereiste documenten heeft geüpload, dan wordt de offerte uitgesloten voor verdere beoordeling.
UEA
Met het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) verklaren Inschrijvers dat er geen uitsluitingsgronden van toepassing op hen zijn en dat zij voldoen aan de geschiktheidseisen. (…) Indien de Inschrijver niet voldoet aan één of meerdere geschiktheidseisen, is de inschrijving ongeldig en wordt de Inschrijver uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Daadwerkelijke toetsing van de bewijsmiddelen kan achteraf plaatsvinden. (…)
5.2.6
Fase 6: bezwaar maken tegen de gunningsbeslissing
Na beoordeling van de Inschrijvingen zal Opdrachtgever aan alle inschrijvers door middel van een gunningsbeslissing schriftelijk mededelen aan welke Inschrijver Opdrachtgever voornemens is de Opdracht te gunnen. Deze mededeling, houdende het voornemen tot gunning, geeft de winnaar nog geen aanspraak op gunning van de Opdracht, aangezien de mededeling geen aanvaarding van de aanbieding inhoudt. Er is dan dus nog geen sprake van een Overeenkomst tussen Opdrachtgever en de beoogde winnaar.
Ondernemers die bezwaren hebben tegen het gunningsvoornemen, dienen binnen 20 kalenderdagen (de standstill-termijn) na de gunningsbeslissing een daartoe strekkend kort geding aanhangig te hebben gemaakt bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland. De termijn van 20 kalenderdagen is een vervaltermijn op straffe van niet-ontvankelijkheid. (…)’
2.2.
De geschiktheidseisen zijn opgenomen in een bijlage bij de Aanbestedingsleidraad en luiden, voor zover relevant, als volgt:
‘(…)
3.1
3.1 Geschiktheidseisen
(…)
Geschiktheidseisen ten aanzien van technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid.
3.1.2.
KO
Q: Voor de uitvoering van de opdracht(en) dient te opdrachtnemer, op het moment van inschrijving en gedurende de gehele contractperiode, over een geldig ISO 9001 certificaat in het bezit te zijn van het keurmerk Beveiliging of over een gelijkwaardig certificaat te beschikken. Het certificaat keurmerk dient afgegeven te zijn door een daarvoor geaccrediteerde organisatie.
Na gunning dient hiervan bewijs te worden aangeleverd in de vorm van een geldig certificaat.
Inschrijver verklaart aan bovenstaande geschiktheidseis te voldoen.
Referentieproject(-en)
3.1.3.
KO
Q: De aanbestedende dienst vindt aantoonbare ervaring belangrijk. Dat betekent dat een aantal kerncompetenties zijn omschreven waarvoor referentieprojecten ingediend moeten worden door de inschrijver. Voor de referentieprojecten geldt dat deze de afgelopen 3 jaar (teruggerekend vanaf de sluitingsdatum van deze aanbesteding) zijn verricht. Als het lopende projecten zijn dienen ze minimaal 6 maanden voor de sluitingsdatum van deze aanbesteding te zijn gestart.
(…)
Kerncompetenties:
1. Ervaring met Objectbeveiliging
2. Ervaring met Alarmopvolging
(…)
Vergunning
3.1.5.
KO
De inschrijver verklaart te voldoen aan de vereisten die de wet Particulier beveiligingsorganisaties en recherchebureaus stelt. Na gunning zal inschrijver aan de aanbestedende dienst een kopie van een geldige vergunning verstrekken.’
2.3.
De gemeente heeft geïnteresseerde partijen in de gelegenheid gesteld vragen te stellen over de opdracht die zij in de markt heeft gezet. Deze vragen heeft de gemeente beantwoord in een Nota van Inlichtingen (NvI). De NvI vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
84. Vraag: U geeft aan dat het toegestaan is om de kwaliteit te verantwoorden via het Keurmerk Beveiliging. Wij beschikken over een gelijkwaardig alternatief: namelijk certificering via VBe, in combinatie met de erkenning van haar Gedragscode. Kunt u bevestigen dat wij hiermee voldoen aan de gestelde eis?
Antwoord (…) De aanbestedende dienst accepteert gelijkwaardige maatregelen mits de inschrijver bewijst, bij inschrijving, dat de voorgestelde maatregelen aan de kwaliteitsnormen zoals in het voorgeschreven keurmerk voldoet.
(…)
86. (…) Vraag: U geeft aan dat er wijzigingen plaats vinden in de geschiktheidseisen. (…)
In de gewijzigde geschiktheidseis onder 3.1.2 geeft u aan: ‘Inschrijver dient in het bezit te zijn van het keurmerk Beveiliging of over een gelijkwaardig certificaat te beschikken.’ Dit is niet in lijn met uw antwoord op de gestelde vraag. In onze optiek is er namelijk geen gelijkwaardig certificaat. Graag uw bevestiging en aanpassing in deze eis. Indien u een gelijkwaardig certificaat accepteert, kunt u dan toelichten welk certificaat in deze gelijkwaardig is aan het keurmerk beveiliging?
Antwoord (…) De aanbestedende dienst accepteert gelijkwaardige maatregelen mits de inschrijver bewijst, bij inschrijving, dat de voorgestelde maatregelen aan de kwaliteitsnormen zoals in het voorgeschreven keurmerk voldoet.
87. (…) Vraag: U geeft aan in de gewijzigde geschiktheidseis onder 3.1.2. dat inschrijver op het moment van uitvoering over het Keurmerk Beveiliging dient te beschikken. Dit is bij het inschrijven op aanbestedingen zeer ongebruikelijk. Dit gezien het feit dat de verificatiefase na voorlopige gunning bedoeld is om dergelijke bewijslast te controleren voordat er definitief gegund wordt. Door dit pas te controleren op het moment van uitvoering, loopt u het risico dat de gegunde partij het Keurmerk Beveiliging mogelijk niet heeft op dat moment. Bent u bereid dit risico weg te nemen door deze bewijslast te controleren na voorlopige gunning en voor definitieve gunning? Zo niet, waarom niet?
Antwoord: Indien inschrijver tijdig stappen heeft ondernomen om het keurmerk (of vergelijkbaar) te verwerven voor aanvang van de opdracht ziet de gemeente Apeldoorn geen aanleiding om dit niet toe te staan. Uiteraard dient bij aanvang van de opdracht aan de eisen te worden voldaan.
(…)’
2.4.
AKE heeft tijdig op de opdracht ingeschreven. Naast een aantal andere partijen heeft ook R&T Security B.V. op 27 maart 2023 tijdig op de opdracht ingeschreven. R&T Security B.V. is op 30 juni 2022 opgericht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarvoor bestond er vanaf 7 juni 2000 een [eenmanszaak] . Deze eenmanszaak is op 30 juni 2022 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In het navolgende wordt met “R&T Security” steeds gedoeld op R&T Security B.V., tenzij expliciet wordt gerefereerd aan de [eenmanszaak] .
2.5.
Op of omstreeks 4 april 2023 is namens R&T Security een afspraak gemaakt met HEI B.V. (hierna: HEI), de certificerende instantie voor het Keurmerk Beveiliging. Bij
e-mailbericht van 4 april 2023 is namens HEI het volgende aan R&T Security bericht:
‘Zoals telefonisch besproken hierbij een datum om de audit uit te voeren. Ik heb maandag
17 april als optie. Als dit passend is hoor ik dit graag.
Wij zullen ons best doen om het proces zo snel mogelijk te laten verlopen. Echter zijn wij afhankelijk van de veiligheidsbranche welke het keurmerk uiteindelijk uitreikt. Hierdoor kunnen wij niet met 100 procent zekerheid zeggen dat jullie het certificaat voor 01-06-2023 ontvangen.
(…)’
2.6.
De ontvangen inschrijvingen op de aanbesteding zijn door de (beoordelingscommissie van de) gemeente beoordeeld. Tijdens het beoordelingsproces is namens de gemeente bij brief van 13 april 2023 onder meer het volgende aan R&T Security bericht:
‘(…)
Uw inschrijving
Bij uw inschrijving heeft u het document genaamd “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” toegevoegd.
Verduidelijkingsvragen
1. Indien u het document “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” als gelijkwaardig certificaat aanlevert voor het keurmerk Beveiliging indient, waaruit blijkt deze gelijkwaardigheid? (bewijs)
2. Indien u het document “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” als gelijkwaardige maatregel indient, waaruit blijkt deze gelijkwaardigheid? (bewijs)
3. Indien u het document “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL” als gelijkwaardige maatregel indient ontvangen wij graag bewijs dat u tijdig stappen heeft ondernomen om het keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen.
Op dit moment beschikt u (kennelijk) niet over het gevraagde keurmerk Beveiliging. Indien u in bovenstaande bewijslast niet slaagt:
Kunt u garanderen dat u voor de aanvang van de opdracht op 1 juni 2023 voldoet aan de geschiktheidseis zoals deze wordt gesteld in vragenlijst 3.1.2 door middel van het in bezit hebben van een geldig keurmerk Beveiliging? (bewijs) Zo nee, kunt u dit nader toelichten?
(…)’
2.7.
R&T Security heeft daarop bij brief van 17 april 2023 gereageerd. In die brief staat onder meer het volgende:
‘(…)
Vraag 1 (…)
Onze toelichting:
(…) De Gedragdscode VBe-NL is integraal gekoppeld aan het certificaat ‘Kwaliteitslabel’ van VBe. Commitment en naleving van de Gedragscode staat ons toe om het Kwaliteitslabel van VBe te voeren. Dit wordt, op onze specifieke navraag, door de directie van VBe bevestigd. We bieden hiervoor de volgende bewijsstukken aan:
Bijlage 1: Kwaliteitslabel van VBe.
NB: Het document vermeldt een foutieve geldigheidstermijn (tot 21 nov ’19). Daarom voegen wij Bijlage 2 toe, waarin VBe schriftelijk bevestigt dat het label wel degelijk geldig is.
Bijlage 2: Formele bevestiging van de actuele geldigheid van het label (bijlage 1) door VBe.
Vraag 2 (…)
Onze toelichting:
We gaan gedetailleerd in op de gelijkwaardigheid van VBe en Keurmerk Beveiliging. Daarvoor zijn de eisen van beide instanties vergeleken. (…)
(…) Er is dus zonder twijfel sprake van zeer sterke gelijkwaardigheid.
(…)
Vraag 3 (…)
Wij tonen, via het bewijs in bijlage 4, aan dat er tijdig stappen ondernomen zijn om het Keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen. Uit het afschrift van de mail blijkt dat op 4 april 2023 de afspraak wordt gepland om de audit voor certificering op 17 april 2023 uit te voeren. U ziet tevens de bevestiging van het streven naar certificering vóór 1 juni 2023.
(…)
Vraag 4 (…)
Uit onze bijlage 4 blijkt dat zowel HEI BV als auditor én R&T Security BV snel met elkaar schakelen en de doelstelling van 1 juni 2023 naar elkaar bevestigen. HEI BV geeft echter ook aan dat er afhankelijkheden zijn die buiten onze directe invloedssfeer liggen.
(…)’
2.8.
Bij brief van 21 april 2023 heeft de gemeente haar voorlopige gunningsbeslissing aan AKE kenbaar gemaakt. Deze brief vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende:
‘(…)
Uw inschrijving is grondig beoordeeld conform de in de offerteaanvraag omschreven procedure. Na beoordeling is gebleken dat uw inschrijving voldoet aan alle daaraan door de aanbestedende dienst gestelde eisen. In totaal heeft de aanbestedende dienst zes (6) geldige inschrijvingen ontvangen. Na beoordeling op grond van de gunningscriteria is uw inschrijving als tweede geëindigd, waarmee zij niet de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft.
De inschrijving van R&T security heeft de beste prijs-kwaliteitverhouding. Daarom is de aanbestedende dienst voornemens de opdracht te gunnen aan deze partij.
(…)
Tegen deze beslissing kunt u binnen de in de offerteaanvraag gestelde termijn van twintig kalenderdagen na dagtekening van dit schrijven opkomen (t/m 12 mei 2023). U dient hiertoe de gemeente Apeldoorn te dagvaarden in kort geding (…).
(…)’
2.9.
In reactie op de voorlopige gunningsbeslissing heeft AKE bij brief van
24 april 2023 aan de gemeente onder meer het volgende bericht:
‘(…)
AKE Beveiliging B.V. kan zich niet verenigen met de voorgenomen gunningsbeslissing van de gemeente Apeldoorn en verzoekt om de recherche en de (her)beoordeling van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) van de inschrijver waaraan de voorlopige gunning toegekend is. En wel om het navolgende:
1. Uit eigen onderzoek, door gebruikmaking van openbare bronnen, is niet gebleken dat inschrijver waaraan de voorlopige gunning toegekend is beschikt over een geldig Keurmerk Beveiliging of een geldig gelijkwaardig gewaarmerkt certificaat.
(…)
AKE Beveiliging B.V. verzoekt de gemeente Apeldoorn op basis van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel recherche uit te voeren naar de waarheid en compleetheid van het UEA document van de inschrijver waaraan de voorlopige gunning toegekend is. (…)’
2.10.
Bij brief aan AKE van 4 mei 2023 is namens de gemeente als volgt gereageerd:
‘(…)
De voorlopige winnaar heeft aangetoond dat hij beschikt over een VBe-certificering. Er is uitvoerig gemotiveerd dat de maatregelen die nodig zijn om in aanmerking te komen voor een VBe-certificering gelijkwaardig zijn aan de kwaliteitsnormen uit het Keurmerk Beveiliging. Zo heeft de voorlopige winnaar puntsgewijs aangetoond dat kwaliteitsnormen die noodzakelijk zijn om in aanmerking te komen voor een VBe-certificering, overeenkomen met de voorschreven kwaliteitsnormen van het Keurmerk Beveiliging. Daarbij is eveneens aangetoond dat de voorlopige winnaar aan deze kwaliteitsnormen voldoet. Wij concluderen hiermee dat de voorlopige winnaar beschikt over een gelijkwaardig certificaat, dan wel dat de voorlopige winnaar gelijkwaardige maatregelen in acht heeft genomen om te voldoen aan de kwaliteitsnormen van het Keurmerk Beveiliging. De voorlopige winnaar heeft daarnaast aangetoond dat de kwaliteitsnormen door een externe auditor worden getoetst. Wij kunnen u tenslotte mededelen dat de voorlopige winnaar tijdig stappen heeft ondernomen om het Keurmerk Beveiliging te verwerven. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat het Keurmerk niet wordt toegekend.
Wij kunnen u dan ook meedelen dat voorlopige winnaar heeft aangetoond dat hij met ingangsdatum van het contract, te weten 1 juni 2023, zal voldoen aan de gestelde geschiktheidseis.
(…)’
2.11.
Op 8 mei 2023 heeft (de advocaat van) AKE nogmaals schriftelijk bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen van de gemeente. Dit bezwaar komt er kort gezegd op neer dat R&T Security tot op dat moment niet beschikte over het Keurmerk Beveiliging of een gelijkwaardig certificaat, reden waarom AKE verzocht om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, de inschrijving van R&T Security uit te sluiten en een nieuwe gunningsbeslissing te nemen.
2.12.
Namens de gemeente is daarop gereageerd bij brief van 9 mei 2023 van mevrouw
[naam] , Senior Jurist. Deze reactie luidt dat de gemeente geen gehoor zal geven aan de verzoeken van AKE, en verder:
‘(…)
Wij zijn van oordeel dat het Keurmerk Beveiliging en de certificering door de VBe NL als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd, dan wel dat met het in het bezit zijn van de certificering van VBe NL in combinatie met commitment aan de bijbehorende Gedragscode en daartoe genomen maatregelen als gelijkwaardige maatregelen kunnen worden beschouwd. Hoewel de gemeente Apeldoorn heeft geëist dat het Keurmerk wordt afgegeven door een geaccrediteerde organisatie, staat dit niet opgenomen ten aanzien van het gelijkwaardige certificaat of bij het aantonen van de gelijkwaardige maatregelen. Kortom R&T Security voldoet aan de gevraagde geschiktheidseis (3.1.2). Tenslotte hebben wij er vertrouwen in dat R&T security voor de uitvoering van het contract over het Keurmerk Beveiliging beschikt waarvoor zij reeds stappen heeft ondernomen.
(…)
U verzoekt ons te bevestigen dat dat de gemeente Apeldoorn geen contract zal sluiten, dan wel verder zal uitvoeren met R&T security indien zij niet beschikt over het Keurmerk Beveiliging. Allereerst hebben wij er vertrouwen in dat R&T security voor uitvoering van het contract beschikt over het Keurmerk Beveiliging. Echter naar het oordeel van de gemeente Apeldoorn is er reeds sprake van een gelijkwaardig certificaat dan wel gelijkwaardige maatregelen waardoor R&T security reeds voldoet aan de gestelde geschiktheidseis.
(…)’
2.13.
Bij brief van 9 mei 2023 en per e-mailbericht van 11 mei 2023 heeft (de advocaat van) AKE opnieuw haar inhoudelijke bezwaren tegen het gunningsvoornemen kenbaar gemaakt aan de gemeente.
2.14.
Eveneens op 11 mei 2023 is namens HEI bij aan R&T Security toegezonden document met de titel “VERKLARING KEURMERK BEVEILIGING” onder meer het volgende bericht:
‘(…)
Op 17 april 2023 heeft HEI bij R&T Security BV te Apeldoorn een audit uitgevoerd in het kader van het Keurmerk Beveiliging van de Nederlandse Veiligheidsbranche.
Tijdens de audit zijn, naast positieve bevindingen, een aantal afwijkingen geconstateerd en gerapporteerd. Inmiddels heeft R&T Security BV deze afwijkingen succesvol afgehandeld.
Gelet op de positieve afronding van de audit zullen wij hen bij de Nederlandse Veiligheidsbranche voordragen voor certificering voor het Keurmerk Beveiliging. De nadere (administratieve) afhandeling zal doorgaans maximaal 4 tot 6 weken in beslag nemen waarna zij het Keurmerk daadwerkelijk in ontvangst kunnen nemen.
(…)’
R&T Security heeft dit document diezelfde dag nog doorgestuurd naar de gemeente.
2.15.
De gemeente heeft de opdracht vervolgens op 15 mei 2023 definitief aan R&T Security gegund, waarna de uitvoering van de overeenkomst op 1 juni 2023 is aangevangen.
2.16.
Op 11 juli 2023 heeft R&T Security de factuur voor het verkrijgen van het Keurmerk Beveiliging ontvangen, die zij nadien heeft betaald. Op 26 juli 2023 heeft R&T Security van de Nederlandse Veiligheidsbranche vervolgens het certificaat Keurmerk Beveiliging ontvangen.
2.17.
AKE heeft op 4 oktober 2023 een melding gedaan bij de gemeente dat de aanbestedingsprocedure die heeft geleid tot gunning van de opdracht aan R&T Security dubieus zou zijn verlopen en dat de winnende inschrijver zou frauderen. Naar aanleiding van deze melding heeft een concerncontroller namens de gemeente een zogenaamd boekenonderzoek uitgevoerd.
2.18.
Bij brief van 8 november 2023 heeft de gemeente in reactie op de melding van
4 oktober 2023 aan AKE ‘nog eenmaal (herhaald) en voor de laatste keer’ meegedeeld dat R&T Security aan alle geschiktheidseisen voldoet en dat de opdracht dus op goede gronden aan deze partij is gegund.
2.19.
Op 24 november 2023 is het rapport ‘Analyse, bevindingen en conclusies n.a.v. meldingen mogelijk onrechtmatige inkoop en onjuiste bedrijfsvoering door R&T Security BV voor de beveiliging van locaties voor GOO in Apeldoorn’ uitgebracht. Bij brief van
27 december 2023 heeft de gemeente de uitkomsten van het onderzoek met AKE gedeeld. De conclusie van het onderzoek luidt dat de procedure weliswaar op een enkel punt voor verbetering vatbaar is, maar dat geen sprake is van onrechtmatigheden, laat staan van fraude. De verbeterpunten zijn volgens de onderzoeken bovendien niet doorslaggevend geweest voor de uitkomst van de procedure en daarmee beschouwt de gemeente de zaak als afgedaan.
2.20.
Namens AKE is op 4 januari 2024 op deze uitkomst gereageerd met de mededeling dat het onderzoek tekortkomingen vertoont en belangrijke punten onbesproken laat. Namens AKE is verzocht een grondig aanvullend onderzoek uit te voeren naar de rechtmatigheid van de aanbestedingsprocedure.
2.21.
Bij brief van 16 april 2024 heeft de gemeente het definitieve rapport van de concerncontroller, daterende van 11 april 2024, in kopie aan AKE verstrekt. In de begeleidende brief is namens de gemeente geconcludeerd dat geen aanwijzingen bestaan voor misstanden rondom de gunning van de opdracht aan R&T Security.
2.22.
R&T Security heeft de beveiligingswerkzaamheden gedurende de volledige looptijd van de overeenkomst met de gemeente uitgevoerd.
3Het geschil
3.1.
AKE vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. zal verklaren voor recht dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens AKE, door het ten onrechte aan R&T Security B.V. en niet aan AKE gunnen van de overeenkomst uit hoofde van de Europese openbare aanbesteding Raamovereenkomst beveiliging gemeentelijke opvang Oekraïne, zoals nader genoemd en beschreven in de dagvaarding;
II. zal verklaren voor recht dat de gemeente uit hoofde van voormeld onrechtmatig handelen jegens AKE aansprakelijk is jegens AKE voor alle schade en kosten, waaronder winstderving, die AKE dientengevolge heeft geleden;
III. de gemeente zal veroordelen tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en partijen zal verwijzen naar de schadestaatprocedure;
IV. de gemeente zal veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, hierna worden ingegaan.
4De beoordeling van het geschil
4.1.
De vorderingen van AKE zullen worden afgewezen, met veroordeling van AKE in de kosten van deze procedure. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het volgende.
Geen sprake van rechtsverwerking
4.2.
Aan de door haar gevorderde verklaringen voor recht en schadevergoeding legt AKE onder meer ten grondslag dat de gemeente de opdracht niet aan R&T Security had mogen gunnen, omdat R&T Security niet voldeed aan de geschiktheidseisen en bovendien in het kader van de aanbestedingsprocedure een valse verklaring heeft afgelegd. De gemeente heeft hiertegen als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat AKE haar recht heeft verwerkt om nu nog te klagen over de gunning van de opdracht aan R&T Security. Volgens de gemeente had AKE haar bezwaren daartegen namelijk eerder kenbaar moeten maken door het aanhangig maken van een kort geding, uiterlijk 20 kalenderdagen na de voorlopige gunningsbeslissing, zoals voorgeschreven in paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad. Deze 20 dagen-termijn is een vervaltermijn op straffe van niet-ontvankelijkheid, gebaseerd op het uitgangspunt dat in aanbestedingsgeschillen een proactieve houding van inschrijvers wordt verwacht. Door vermeende onrechtmatigheden pas nu aan de orde te stellen in een schadevergoedingsprocedure terwijl de overeenkomst ter uitvoering van de opdracht al is gesloten, kunnen onrechtmatigheden in het gunningsproces niet meer ongedaan worden gemaakt. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de gemeente, terwijl de rechtsbescherming van AKE met het afwijzen van haar vorderingen niet op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist, aldus de gemeente.
4.3.
AKE betwist dat zij haar recht om de rechtmatigheid van de gunningsbeslissing aan te vechten heeft verwerkt. Volgens AKE staat de bepaling in artikel 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad er niet aan in de weg dat in een bodemprocedure een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen wordt ingesteld na het verstrijken van de daarin genoemde termijn. Bovendien heeft zij vanaf de bekendmaking van de voorlopige gunningsbeslissing vele onderbouwde verzoeken gedaan om de gemeente te bewegen de juistheid van de inschrijving van R&T Security te controleren. Omdat de gemeente in reactie daarop steeds aangaf dat die inschrijving helemaal in orde was, hetgeen niet juist is gebleken, en daarbij ook informatie heeft verstrekt (over het beweerdelijk door R&T Security overgelegde Kwaliteitslabel) waarvan de gemeente nu zelf stelt dat die onjuist was, heeft zij AKE met onjuiste informatie afgehouden van het starten van een kort geding. Ook daarom komt de gemeente in de omstandigheden van dit geval geen beroep toe op het bepaalde in paragraaf 5.2.6. Aanbestedingsleidraad, aldus AKE.
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad bepaalt dat ondernemers die bezwaren hebben tegen het gunningsvoornemen, binnen 20 kalenderdagen na de gunningsbeslissing een daartoe strekkend kort geding aanhangig dienen te hebben gemaakt en dat deze termijn een vervaltermijn is op straffe van niet-ontvankelijkheid. Het beroep op rechtsverwerking van de gemeente is gebaseerd op een uitleg van deze bepaling die erop neerkomt dat de daarin gestelde vervaltermijn niet alleen geldt voor het aanvechten van de voorgenomen gunningsbeslissing, maar ook voor een vordering tot schadevergoeding op de grondslag dat de definitieve gunningsbeslissing onrechtmatig is geweest. Die uitleg van het (gestelde) vervalbeding is door AKE gemotiveerd betwist.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank komt de gemeente geen beroep toe op (de door haar voorgestane uitleg van) het vervalbeding. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat het aan de gemeente als aanbestedende dienst is om in aanbestedingsstukken alle voorwaarden en modaliteiten van de procedure te formuleren op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte ervan kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier interpreteren. Eventuele onduidelijkheden in de tekst van de aanbestedingsstukken komen dus in beginsel voor rekening en risico van de aanbestedende dienst en niet voor die van de inschrijver. Dit geldt temeer bij een beroep op een vervalbeding met (potentieel) verstrekkende gevolgen, in het kader van een actie tot schadevergoeding als de onderhavige, waar de rechten van de overige inschrijvers niet (meer) in het geding zijn. Uit de bewoordingen van paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad had een normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver niet hoeven opmaken dat het beding niet slechts dient om na afloop van de zogenoemde standstill-termijn de aantasting van de gunning als zodanig onmogelijk te maken, maar óók om, zoals de gemeente stelt, na afloop van die termijn de rechtmatigheid van de gunning niet meer ter discussie te kunnen stellen in een actie tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. De tekst van het beding bevat geen enkele aanwijzing dat (ook) dit laatste is bedoeld.
4.6.
In zoverre verschilt het beding ook van de bepaling die aan de orde was in een vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 april 2023, waarop de gemeente zich heeft beroepen. In die zaak stond de uitleg van het vervalbeding als zodanig niet ter discussie, maar oordeelde de rechtbank over de vraag of een beroep op het (tekstueel ondubbelzinnig geformuleerde en uitdrukkelijk ook op schadevergoedingsvorderingen betrekking hebbende) beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. De door de gemeente gemaakte vergelijking met dat geval gaat, waar het de uitleg van het beding betreft, reeds daarom niet op.
4.7.
Ook heeft de gemeente, op wie in dit verband de stelplicht rust, geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat het beding binnen de context van de overige inhoud van de aanbestedingsstukken zo dient te worden uitgelegd als zij stelt.
4.8.
Daarbij komt dat het Europeesrechtelijke beginsel van effectieve rechtsbescherming er naar het oordeel van de rechtbank aan in de weg staat dat een inschrijver het recht op het vorderen van schadevergoeding wordt ontzegd op grond van een bepaling waaruit de strekking om een vervaltermijn ook voor een actie tot schadevergoeding te laten gelden niet ondubbelzinnig blijkt.
4.9.
Het door de gemeente gedane beroep op het bepaalde in paragraaf 5.2.6. van de Aanbestedingsleidraad stuit op het voorgaande reeds af; het verweer van AKE inhoudende dat de gemeente op grond van de communicatie tussen partijen gedurende de 20 dagen-termijn en de verstrekte onjuiste informatie over het Kwaliteitslabel van R&T Security redelijkerwijs geen beroep kan doen op dat beding behoeft daarom geen bespreking.
4.10.
Voor zover de gemeente heeft bedoeld ook los van het gestelde vervalbeding een beroep te doen op rechtsverwerking, wordt ook dat beroep verworpen. Volgens vaste rechtspraak is voor rechtsverwerking nodig dat de rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het geldend maken van zijn recht of bevoegdheid. Voor het doen slagen van een beroep op rechtsverwerking gelden over het algemeen strenge eisen. Alleen tijdsverloop is niet voldoende; er moeten bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die maken dat bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende haar aanspraak tot schadevergoeding niet meer te gelde zouden maken, of die maken dat de positie van de wederpartij onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard indien die aanspraak alsnog wordt ingeroepen. De gemeente heeft, afgezien van haar beroep op het vervalbeding, geen bijzondere omstandigheden gesteld waaruit volgt dat bij haar het vertrouwen is gewekt dat AKE geen aanspraak zou maken op schadevergoeding. Dit geldt temeer in het licht van de (hiervoor in rechtsoverwegingen 2.9. tot en met 2.13. en 2.20 tot en met 2.23. geciteerde) correspondentie tussen AKE en de gemeente, waarin – kort gezegd – de gemeente steeds heeft meegedeeld dat de bezwaren van AKE onterecht waren en AKE niettemin haar bezwaren heeft gehandhaafd. Voor zover de gemeente met haar betoog dat zij de eventuele onregelmatigheden van de aanbestedingsprocedure na afloop van de standstilltermijn en de definitieve gunning niet meer kan herstellen heeft bedoeld zich op het standpunt te stellen dat haar positie door het mogen instellen van een schadevordering door AKE onredelijk wordt benadeeld of verzwaard, gaat de rechtbank daar niet in mee. Gelet op het belang van AKE bij een effectieve rechtsbescherming is die (eventuele) benadeling namelijk niet onredelijk.
4.11.
Uit het voorgaande volgt dat de gemeente geen geslaagd beroep op rechtsverwerking toekomt. Daarom zullen de vorderingen van AKE hierna inhoudelijk worden behandeld en beoordeeld.
Verklaring voor recht I
4.12.
AKE vordert in de eerste plaats een verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, door de opdracht die centraal staat in de onderhavige aanbestedingsprocedure ten onrechte aan R&T Security te gunnen. Om tot dat oordeel te kunnen komen, moet in deze procedure komen vast te staan dat de definitieve gunningsbeslissing die de gemeente op 15 mei 2023 heeft genomen onrechtmatig was. Het gaat er daarbij om wat de gemeente op het moment van gunnen wist, althans had moeten weten. AKE beroept zich op drie gronden, die volgens haar aan rechtmatige gunning van de opdracht aan R&T Security in de weg stonden.
i. Geschiktheidseisen
4.13.
De eerste grond ziet op de geschiktheidseis ten aanzien van de technische en beroepsbekwaamheid. Volgens AKE was R&T Security noch op het moment van inschrijving, noch op het moment van definitieve gunning in het bezit van het keurmerk Beveiliging, en was voor de gemeente duidelijk, althans had duidelijk moeten zijn, dat dit keurmerk niet voor aanvang van de looptijd van de overeenkomst zou worden verkregen. AKE stelt dat R&T Security er ook niet alles aan heeft gedaan om het keurmerk wel tijdig te verkrijgen, zodat zij niet met aanvullende maatregelen mocht aantonen die zij technisch en beroepsbekwaam was om de opdracht uit te voeren. Nu R&T Security ten slotte nimmer over een gelijkwaardig certificaat heeft beschikt en dat voor de gemeente kenbaar was, althans had moeten zijn op het moment van definitieve gunning, voldeed R&T Security niet aan de daarop ziende geschiktheidseis en had haar inschrijving door de gemeente terzijde moeten worden gelegd. Door dat niet te doen, heeft de gemeente een onrechtmatige gunningsbeslissing genomen en ligt de gevorderde verklaring voor recht voor toewijzing gereed, aldus AKE.
4.14.
De gemeente betwist dat sprake is van een onrechtmatige gunningsbeslissing. Zij voert primair aan dat zij er op het moment van definitieve gunning vanuit ging dat R&T Security in het bezit was van een certificaat gelijkwaardig aan dat van het Keurmerk Beveiliging. Volgens de gemeente is het haar pas na definitieve gunning, eind 2024, gebleken dat van een gelijkwaardig certificaat geen sprake was omdat R&T Security
- anders dan zij jegens de gemeente had verklaard - niet bleek te beschikken over het Kwaliteitslabel. Aangezien zij er op het moment van definitieve gunning echter eveneens op mocht vertrouwen dat R&T Security voor aanvang van de overeenkomst op 1 juni 2023 (tevens) zou beschikken over het aangevraagde Keurmerk Beveiliging zelf is, ongeacht of zij had moeten weten dat R&T Security niet beschikte over het Kwaliteitslabel, de gunning aan R&T Security niet onrechtmatig geweest. Subsidiair voert de gemeente aan dat R&T Security het keurmerk niet tijdig heeft verkregen om redenen die buiten haar invloedssfeer lagen, maar dat R&T Security met vervangende maatregelen heeft aangetoond dat zij wel aan de geschiktheidseis -waaraan pas bij aanvang van de overeenkomst op 1 juni 2023 moest zijn voldaan- voldoet en de gemeente daarvan ook mocht uitgaan ten tijde van de definitieve gunning. Op 22 mei 2023 lag er een positief certificeringsbesluit en daarmee stond op dat moment, vóór 1 juni 2023, vast dat R&T Security aan alle voorwaarden voor het verkrijgen van het Keurmerk Beveiliging voldeed. Dat het certificaat van het keurmerk op dat moment nog niet was verstrekt, is in dat licht bezien niet relevant, aldus de gemeente.
4.15.
De rechtbank overweegt als volgt. De geschiktheidseisen die de gemeente in het kader van de onderhavige aanbesteding heeft gesteld, zijn opgenomen in een bijlage bij de Aanbestedingsleidraad. Paragraaf 3.1.2. van deze bijlage vermeldt de geschiktheidseisen ten aanzien van de technische en beroepsbekwaamheid. Daarin is bepaald dat de opdrachtnemer voor de uitvoering van de opdracht gedurende de gehele contractperiode in het bezit dient te zijn van het Keurmerk Beveiliging of over een gelijkwaardig certificaat dient te beschikken, waarvan na gunning bewijs dient te worden aangeleverd. In aanvulling daarop heeft de gemeente als antwoord op de vragen 84 en 86 in de NvI kenbaar gemaakt dat zij ook gelijkwaardige maatregelen accepteert, mits de inschrijver bij inschrijving bewijst dat de voorgestelde maatregelen aan de kwaliteitsnormen zoals in het voorgeschreven keurmerk voldoen. Daaraan heeft de gemeente in antwoord op vraag 87 van de NvI toegevoegd dat zij geen aanleiding ziet om gelijkwaardige maatregelen niet toe te staan, indien inschrijver tijdig stappen heeft ondernomen om het keurmerk (of vergelijkbaar) te verwerven voor aanvang van de overeenkomst. Zij merkt daarbij nog op dat uiteraard bij aanvang van de opdracht aan de eisen dient te worden voldaan. Gelet op deze in de aanbestedingsstukken uitgezette parameters geldt het volgende.
4.16.
Vooropgesteld wordt dat de geschiktheidseis ten aanzien van de technische en beroepsbekwaamheid een uitvoeringseis is, waaraan eerst bij aanvang van de overeenkomst hoeft te zijn voldaan. Vaststaat dat R&T Security op het moment van inschrijving en op het moment van definitieve gunning niet in het bezit was van het Keurmerk Beveiliging, en dat de gemeente dit wist. R&T Security heeft zich in haar inschrijving in het kader van deze geschiktheidseis daarom beroepen op een -volgens haar- gelijkwaardig certificaat, waarbij zij ter onderbouwing twee documenten heeft overgelegd. De gemeente heeft naar aanleiding daarvan bij brief aan R&T Security van 13 april 2023 opgemerkt dat bij de inschrijving van R&T Security een document was gevoegd met de naam “R&T Security BV gedragscode-VBe-NL”. Ter verduidelijking heeft de gemeente de vraag gesteld (i) waaruit blijkt dat het document geldt als gelijkwaardig certificaat, (ii) waaruit blijkt dat het document geldt als gelijkwaardige maatregel en (iii) als het document is ingediend als gelijkwaardige maatregel, of R&T Security bewijs kan overleggen waaruit blijkt dat zij tijdig stappen heeft ondernomen om het Keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen. Ten slotte is de vraag gesteld of zij, indien zij dit laatste niet kan aantonen, kan garanderen dat zij voor aanvang van de opdracht op 1 juni 2023 voldoet aan de geschiktheidseis uit paragraaf 3.1.2. door middel van het in bezit hebben van een geldig Keurmerk Beveiliging.
4.17.
Ten aanzien van de gelijkwaardigheid van het certificaat heeft R&T Security in haar schriftelijke reactie aan de gemeente van 17 april 2023 geantwoord dat de Gedragscode in de bijlage integraal is gekoppeld aan het certificaat ‘Kwaliteitslabel’ van VBe. R&T Security deelt mee dat ‘commitment en naleving’ van die Gedragscode haar toestaat om het Kwaliteitslabel van VBe te voeren. De gemeente heeft dit aangenomen en daarnaast het tweede document, dat - naar later is gebleken - geen aan R&T Security verleend certificaat Kwaliteitslabel is maar slechts een voorbeeld van het certificaat van het Kwaliteitslabel VBe bevat, aangezien voor een geldig certificaat op naam van R&T Security. De rechtbank is na bestudering van dit laatstgenoemde document van oordeel dat, indien de gemeente meer aandacht aan dat document had geschonken en het zorgvuldiger had bekeken, voor haar reeds op dat moment duidelijk had kunnen en moeten zijn dat van een geldig certificaat geen sprake was, maar dat slechts een voorbeeldcertificaat was overgelegd. Dat dit document kon dienen als gelijkwaardig certificaat of gelijkwaardige maatregel, is daarmee uitgesloten. Daarmee is de discussie over de vraag of het Kwaliteitslabel VBe gelijkwaardig is aan het Keurmerk Beveiliging niet langer relevant en kan het antwoord daarop in het midden blijven.
4.18.
Daarmee komt de rechtbank toe aan de vraag of de gemeente op het moment van gunning wist, althans had moeten weten, dat R&T Security niet vóór de aanvang van de contractperiode zou beschikken over het Keurmerk Beveiliging. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en komt tot dat oordeel op grond van het volgende. R&T Security heeft op 17 april 2023 in reactie op de derde vraag van de gemeente geantwoord dat zij tijdig stappen heeft ondernomen om het Keurmerk Beveiliging in bezit te krijgen. Volgens R&T Security was de audit gepland op 17 april, werd op dat moment gestreefd naar certificering vóór 1 juni 2023 en schakelden alle betrokken partijen snel om die doelstelling te behalen. De rechtbank is van oordeel dat AKE onvoldoende heeft onderbouwd dat, en op grond waarvan, de gemeente er op basis van dat antwoord op dat moment niet gerechtvaardigd vanuit mocht gaan dat R&T Security voor aanvang van de overeenkomst aan de gestelde uitvoeringseis zou voldoen. R&T Security deelt in haar reactie op
17 april 2023 weliswaar (ook) mee dat er afhankelijkheden zijn die buiten de directe invloedssfeer van auditor HEI liggen, maar deze enkele opmerking maakt niet dat de gemeente op dat moment met enige mate van zekerheid had moeten weten dat vóór aanvang van de overeenkomst niet zou beschikken over het certificaat. Alleen als zij dit wel had geweten of moeten weten, zou de gemeente tot de conclusie hebben moeten komen dat R&T Security niet aan deze geschiktheidseis zou (gaan) voldoen en zou sprake zijn van onrechtmatige gunning, indien de opdracht desondanks toch aan R&T Security zou zijn gegund. Nu de gemeente die wetenschap niet had, hoefde zij niet af te zien van gunning aan R&T Security.
4.19.
Aan hetgeen hiervoor met betrekking tot de voor een onrechtmatige gunningsbeslissing vereiste mate van wetenschap bij de gemeente is overwogen ligt mede ten grondslag dat, vanwege het karakter van de geschiktheidseis, definitieve toetsing en uitsluiting voorafgaand aan definitieve gunning in de gegeven omstandigheden, waarbij de inschrijver onderbouwd stelde dat er uitzicht was op tijdige verkrijging van het Keurmerk, niet mogelijk was. Dit maakt in deze omstandigheden dat indien de gemeente op
15 mei 2022 had gegund aan AKE die als inschrijver op de tweede plaats is geëindigd, haar terecht had kunnen worden verweten dat op dat moment nog niet vast stond dat R&T Security niet aan de geschiktheidseis zou gaan voldoen.
4.20.
Dat de gemeente zichzelf door het hanteren van een aldus geformuleerde geschiktheidseis (knockoutcriterium, maar pas aantoonbaar materieel aan te voldoen na gunning bij aanvang overeenkomst) in een lastige positie heeft gemanoeuvreerd ten opzichte van de inschrijvers, maakt de gunning aan R&T Security in de gegeven omstandigheden nog niet onrechtmatig. Dit nog daargelaten de (in deze procedure gelet op de voorliggende vorderingen niet relevante) vraag welke actie de gemeente had dienen te ondernemen jegens R&T Security indien op de ingangsdatum van de overeenkomst nog niet aan de geschiktheidseis zou zijn voldaan. De rechtbank merkt in dat verband voor de goede orde nog op dat AKE niet heeft gevorderd te verklaren voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door het sluiten van de overeenkomst met R&T Security op
1 juni 2023, zodat de stand van zaken op dat moment en de wetenschap die de gemeente op dat moment (inmiddels) bezat bij de beoordeling van de vordering geen rol kunnen spelen. Bij deze stand van zaken kan het gestelde niet voldoen aan de geschiktheidseis door R&T Security niet leiden tot toewijzing van de wél gevorderde verklaring voor recht, die immers (alleen) betrekking heeft op de gunning.
ii. Valse verklaring
4.21.
De tweede grond voor het onrechtmatig handelen van de gemeente jegens AKE betreft de valse verklaring die R&T Security volgens AKE in haar UEA heeft afgelegd. AKE stelt dat R&T Security ten onrechte heeft verklaard dat zij voldeed aan al haar arbeidsrechtelijke verplichtingen zoals bedoeld in artikel 2.87 lid 1 onder a Aanbestedingswet (Aw), in de eerste plaats door zich in haar inschrijving te beroepen op een ongeldig referentieproject. Volgens AKE heeft R&T Security daarmee niet aangetoond dat zij technisch bekwaam is om de opdracht uit te voeren, zodat de gemeente haar inschrijving terzijde had moeten leggen. Door dat niet te doen, handelde de gemeente onrechtmatig, aldus AKE.
4.22.
De gemeente betwist dat het opgegeven referentieproject niet voldoet en dat R&T Security op basis daarvan een valse verklaring heeft afgelegd. Voor zover het project niet zou voldoen, betoogt de gemeente dat zij daarvan niet op de hoogte was of had moeten zijn ten tijde van de definitieve gunning van de opdracht.
4.23.
De rechtbank overweegt als volgt. Paragraaf 3.1.3. van de geschiktheidseisen ziet op referentieprojecten. In deze paragraaf schrijft de gemeente dat een aantal kerncompetenties zijn omschreven waarvoor referentieprojecten moeten worden ingediend door de inschrijver. Voor de referentieprojecten geldt de eis dat deze de afgelopen drie jaar (teruggerekend vanaf de sluitingsdatum van de onderhavige aanbesteding) moeten zijn verricht. Als het lopende projecten zijn, dienen ze minimaal zes maanden voor de sluitingsdatum van de aanbesteding te zijn gestart. R&T Security heeft zich beroepen op een op dat moment nog lopend referentieproject dat voor de gemeente werd uitgevoerd, zodat dat project ten minste zes maanden vóór 27 maart 2023 moest zijn gestart. Vaststaat dat R&T Security op 30 juni 2022 is opgericht. Pas op 13 oktober 2022 echter heeft zij van de Minister voor Rechtsbescherming een vergunning verkregen om beveiligingswerkzaamheden te mogen uitvoeren, terwijl het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden zonder vergunning niet is toegestaan. Geconstateerd moet worden dat tussen 13 oktober 2022 en 27 maart 2023 geen termijn van ten minste zes maanden zit. Namens de gemeente is aangevoerd dat het betreffende project wel al langer liep en ook voor 13 oktober 2022 door R&T Security als vaste samenwerkingspartner van de gemeente werd uitgevoerd. Ter zitting is door de gemeente toegelicht dat de uitvoering van het project kennelijk is gestart door de eenmanszaak R&T Security en vervolgens zonder onderbreking is voortgezet door de vennootschap R&T Security B.V. Vast staat echter dat de eenmanszaak op 30 juni 2022 is opgeheven en uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en aldus op dat moment niet langer over een vergunning voor het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden beschikte, terwijl een vergunning voor R&T Security B.V. zoals gezegd op dat moment ook ontbrak. Dat de werkzaamheden in de periode van
30 juni 2022 tot 13 oktober 2022 rechtmatig door een R&T Security entiteit zijn uitgevoerd, moet daarom op zijn minst worden betwijfeld.
4.24.
AKE heeft echter geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de gemeente daarvan weet had, althans had moeten hebben, voorafgaand aan de definitieve gunning van de opdracht. Namens de gemeente is ter zitting aangevoerd dat zij vaker met (de mensen van) R&T Security samenwerkte en dat voor haar geen aanleiding bestond om aan de geldigheid van het opgegeven referentieproject te twijfelen. AKE stelt weliswaar dat zij bij de gemeente heeft gemeld dat het referentieproject niet kon voldoen, maar wat deze melding concreet inhield en op welk moment die melding zou zijn gedaan, is niet nader geduid. Zonder verdere toelichting -die ontbreekt- kan gelet op het verweer van de gemeente niet worden vastgesteld dat de gemeente op het moment van definitieve gunning wist dat R&T Security haar technische bekwaamheid niet conform de eisen van de aanbestedingsprocedure had aangetoond en daarmee niet aan deze geschiktheidseis voldeed. Dat leidt ertoe dat op basis van deze stelling van AKE evenmin kan worden geconcludeerd dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de opdracht (desondanks) aan R&T Security te gunnen.
4.25.
AKE stelt dat R&T Security daarnaast ook vals zou hebben verklaard omdat zij in het UEA had moeten melden dat de [eenmanszaak] in het verleden op de zwarte lijst van de SFPB heeft gestaan vanwege schending van de cao. Vast staat dat de gestelde schending heeft plaatsgevonden in het jaar 2019. Daarmee valt deze buiten de in artikel 2.87 lid 1 onder a Aw bepaalde termijn, op basis waarvan in het kader van deze uitsluitingsgrond enkel schendingen mogen worden betrokken die in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van inschrijving zijn begaan. Nog los van het antwoord op de vraag of het verleden van de eenmanszaak vanwege vereenzelviging al dan niet relevant is voor R&T Security B.V., speelt deze (gestelde) schending daarom in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure geen rol.
4.26.
De rechtbank concludeert dat ook de tweede gestelde onrechtmatigheidsgrond niet tot toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht kan leiden.
iii. Beveiligingspassen
4.27.
De derde gestelde grond voor het onrechtmatig handelen van de gemeente jegens AKE houdt verband met de beveiligingspassen waarover het door R&T Security bij de uitvoering van de overeenkomst in te zetten personeel moest beschikken. Volgens AKE blijkt uit het onderdeel van het definitieve rapport van de concerncontroller van de gemeente waarin de geschiktheidseisen worden besproken en uit de roosters van R&T Security, dat zij personeel heeft ingezet dat niet over de juiste (kleur) pas beschikte, waardoor R&T Security de overeenkomst met de gemeente niet conform de gestelde eisen zou hebben uitgevoerd. Hoe dit moet leiden tot de vaststelling dat de gemeente onrechtmatig jegens AKE heeft gehandeld door de opdracht die centraal staat in de onderhavige aanbestedingsprocedure ten onrechte aan R&T Security te gunnen, is de rechtbank niet duidelijk. Het gaat hier immers om (beweerdelijk) handelen van R&T Security na het moment van de gunning. Gesteld noch gebleken is dat de gemeente op het moment van de gunning wist of kon weten dat R&T Security personeel zou inzetten dat niet over de juiste passen beschikte. Of dat daadwerkelijk is gebeurd kan dus in het midden blijven.
Verklaring voor recht II en schadestaat
4.28.
Nu niet is komen vast te staan dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens AKE door de overeenkomst definitief aan R&T Security te gunnen, is de tweede verklaring voor recht, die erop neerkomt dat de gemeente uit hoofde van dat gestelde onrechtmatig handelen jegens AKE aansprakelijk is voor alle schade en kosten, evenmin toewijsbaar. Voor veroordeling van de gemeente tot betaling van schadevergoeding bestaat dan ook geen grond. Ook de tweede en derde vordering zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.29.
AKE is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- griffierecht
€
688,00
- salaris advocaat
€
1.306,00
(2 punten x tarief € 653,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.183,00
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt AKE in de proceskosten van € 2.183,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als AKE niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op
26 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
ECLI:RBDHA:2023:5098. Dit vonnis is overigens in hoger beroep vernietigd: ECLI:NL:GHDHA:2024:945.
Gelet op artikel 2 lid 1 Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, dat bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van de Minister door de instandhouding van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.