Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6730
2026-08-12
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/5001/12039882
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanneming van werk. Vordering is afgewezen. Er is geen toestemming gegeven voor het maken van extra kosten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.087 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12039882 \ CV EXPL 26-93
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
, h.o.d.n. [handelsnaam] (voorheen h.o.d.n. [voormalige bedrijfsnaam] )
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.C. Karels,
tegen
[bedrijf]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. G. de Gelder.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 april 2026 met de daarin genoemde processtukken;
- de brief van 3 juli 2026 met productie 13 van de zijde van [eiser] ;
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. [eiser] is daarbij verschenen met mevrouw [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] en vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. J.C. Karels. [gedaagde] werd vertegenwoordigd door haar [projectbegeleider] , haar [directeur] en haar gemachtigde mr. G. de Gelder. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht waarbij mr. Karels namens [eiser] aantekeningen heeft voorgedragen en partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiser] is een eenmanszaak voor de afwerking van vloeren en wanden.
2.2.
[gedaagde] richt zich als bouwbedrijf op projectontwikkeling.
2.3.
Op 8 juli 2025 heeft de heer [projectbegeleider] van [gedaagde] bij [eiser] een offerte aangevraagd voor het egaliseren van de vloeren van appartementen, ontwikkeld in een project aan [adres] in Zeist. Daarbij is aangegeven dat het werk in verschillende fases moest worden uitgevoerd, de derde verdieping een anhydrietvloer betrof en zijn foto’s van de vloeren toegevoegd.
2.4.
Op 17 september 2025 heeft [eiser] een offerte uitgebracht, waarin onder meer staat:
Deze offerte is gebaseerd op een laagdikte tot maximaal 4 mm. Per mm extra, wordt er € 2,40 exclusief BTW per m2 in rekening gebracht;
Het aantal te verwijderen en/of egaliseren m2 wordt op locatie nagemeten. Eventuele afwijkingen t.o.v. de offerte worden verrekend;
Voor aanvang van de werkzaamheden, moet de te egaliseren ruimte leeg, bezemschoon en lekdicht worden aangeleverd. Nadelige gevolgen van het nalaten hiervan, zijn voor eigen risico.
2.5.
Op de offerte zijn de Algemene Voorwaarden van [voormalige bedrijfsnaam] van toepassing verklaard (hierna: de algemene voorwaarden).
In artikel 3.3 van de algemene voorwaarden staat:
“De offerte verschaft inzicht in de door [voormalige bedrijfsnaam] uit te voeren werkzaamheden en in de door [voormalige bedrijfsnaam] gehanteerde prijsvormingsmethode. [voormalige bedrijfsnaam] kan werkzaamheden uitvoeren tegen een vaste prijs of op regiebasis. Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd op regiebasis, wordt de prijs berekend op basis van het actuele uurloon en de actuele prijzen. De geoffreerde totaalprijs bij werkzaamheden op regiebasis betreft een richtprijs. Het uiteindelijk verschuldigde bedrag wordt berekend op basis van nacalculatie.”
In artikel 3.5 van de algemene voorwaarden staat:
“Indien de offerte is gebaseerd op door de Klant verstrekte informatie die onjuist of onvolledig blijkt te zijn, is [voormalige bedrijfsnaam] gerechtigd de in de offerte vermelde prijzen, tarieven en (op)levertermijnen aan te passen. [voormalige bedrijfsnaam] is in ieder geval gerechtigd de prijzen opnieuw te berekenen, wanneer de werkelijke oppervlakte van de vloer met meer dan 10% afwijkt. De klant is gebonden aan de hernieuwde prijs. In de situaties onder dit artikel bestaat géén recht op de in artikel 6.3. geregelde beëindiging door de Klant tegen schadeloosstelling.”
In artikel 7 van de algemene voorwaarden staat:
“Als meerwerk wordt beschouwd al hetgeen door [voormalige bedrijfsnaam] in overleg, al dan niet schriftelijk vastgelegd, met de Klant tijdens de uitvoering van de Overeenkomst boven de overeengekomen uitdrukkelijk vastgelegde hoeveelheden wordt geleverd en/of aangebracht, gepresteerd. Indien tijdens de uitvoering van de Overeenkomst opdracht wordt gegeven voor meerwerk, heeft [voormalige bedrijfsnaam] recht op betaling van dit meerwerk. Indien geen vaste prijs is overeengekomen voor het meerwerk, is een redelijke prijs verschuldigd conform de actuele tarieven van [voormalige bedrijfsnaam] .”
In artikel 10.3 van de algemene voorwaarden staat:
“De in artikel 7:754 BW geregelde waarschuwingsplicht is niet van toepassing in het geval een Klant handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.”
2.6.
Op 18 september 2025 heeft [projectbegeleider] hierop onder meer als volgt gereageerd:
“Hierbij akkoord voor het maken van de vloeren. (Schuren, stofzuigen, voorstrijken en egaliseren 4mm) € 9,60 per m2, m2 is het werk te verrekenen.”
2.7.
Op 7 oktober 2025 heeft [projectbegeleider] [eiser] als volgt bericht:
“Was vanmiddag even op de bouw alleen schrok nog wel een beetje van het resultaat.
Hoe hier mee om te gaan?”
2.8.
[werknemer] (werkzaam bij [eiser] , hierna: [werknemer] ) heeft hierop op 8 oktober 2025 als volgt gereageerd:
“ [eiser] schrok ook toen hij op de klus aan kwam om de staat van de gleuven. Deze zijn erg slecht dichtgezet (zie foto). Hij heeft dit proberen op te lossen door er wat extra egaline in te pompen naar ze zijn dusdanig slecht gedicht dat het op sommige plekken is blijven weglopen.
Dit is wel op te lossen door ons de gleuven goed te laten dichten maar hier zitten wel kosten aan verbonden.
Wat betreft de egaline op de kozijnen; dit kan gewoon schoon gemaakt worden met een natte doek.”
2.9.
[projectbegeleider] heeft daarop op 8 oktober 2025 onder meer als volgt gereageerd:
“Het was u bekend dat het een vloer betreft waarbij vloerverwarming is in gefreesd.
We hebben afgesproken dat u vooraf ter plaatse een opnamen zou doen om later geen verassingen te krijgen met elkaar.
U heeft pas na de verleende opdracht de opname gedaan. Bovendien gebeurde dit op een ander tijdstip dan afgesproken, waardoor ik zelf geen rondgang met u heb kunnen doen.
Wij hebben van u geen opmerkingen gehad over u opname en u heeft het werk afgelopen vrijdag aanvaard en aangevangen.
Inmiddels heeft u de 1e fase aangebracht en wij hebben u al laten weten dat dit ver onder de kwaliteitsmaat zit en u om een nadere reactie gevraagd.
In de bijlage een aantal foto’s waarbij u kunt zien waarom het geleverde werk is afgekeurd.
Graag een duidelijke reactie hoe dit wordt opgelost en de garantie dat dit bij de volgende fases niet meer voorkomt.
Waarbij vanzelfsprekend geen sprake kan zijn van meerwerk volgens uw mail van vanochtend.
Wij willen voordat de volgende fase aanvangt duidelijke afspraken maken.”
2.10.
[werknemer] reageert hierop op 8 oktober 2025 als volgt:
“Ik heb even contact gehad met [eiser] . [eiser] had vorige week al geconstateerd dat de gleuven niet al te best waren gedicht. Maar dat is normaal gesproken prima op te lossen met was extra egaline. De daadwerkelijke staat van de gleuven kwam eigenlijk pas bij het stofzuigen aan het licht, daar de mortel op sommige plekken zo uit de sleuven werd gezogen.
Er zat behoorlijk wat druk op de opdracht, waardoor uitstel niet echt een optie was. De offerte is aangenomen zonder sleuven dichten dus mogen we ervan uit gaan dat dit al goed gedaan is. Er staat ook duidelijk op de offerte vermeld dat de ruimtes lekvrij moeten zijn.
We willen dit oplossen door deze 1e fase kosteloos te herstellen, maar voor de overige fases zullen de sleuven opnieuw (en goed) gedicht moeten worden. Dit willen we aanbieden tegen een zeer gereduceerd tarief omdat de sleuven al gedeeltelijk dicht zitten. Maar qua arbeidsintensiviteit maakt dit weinig verschil.”
2.11.
[projectbegeleider] reageert daarop op 9 oktober 2025 als volgt:
“Reparatie voor eerste fase is akkoord.
2de fase graag uitvoeren in een keer goed, mochten er stukken zijn welke niet volledig goed zijn graag vooraf aangeven dan zullen we deze nalopen.”
2.12.
Op 3 november 2025 heeft [eiser] de factuur (gedateerd 31 oktober 2025 met als vervaltermijn 14 november 2025) voor de werkzaamheden aan [gedaagde] gezonden van € 48.787,20, bestaande uit € 25.200,00 aan egaliseren tot 4 mm inclusief schuren en stofzuigen per m2 (2.625 m2 x € 9,60), € 15.120,00 aan egaliseren 2,4 mm extra per m2 (2.625 m2 x € 5,76) en € 8.467,20 aan btw.
2.13.
[projectbegeleider] heeft hier op 4 november 2025 als volgt op gereageerd:
“Bedankt voor de factuur, enkel kunnen we deze niet in behandeling nemen omdat hier post meerwerk op geboekt is welke niet bij ons bekend of goed gekeurd is. Er zou na de opdracht van 4mm ruim 50% meer opgegaan zijn? En totaalpakket van 6,4mm dat lijkt ons ook niet te kloppen.
Graag zien we een credit van de meerwerk post tegemoet zodat wij de factuur goed kunnen verwerken.”
2.14.
[werknemer] heeft hierop op 12 november 2025 als volgt gereageerd:
“Hierbij verzoeken we je tot betaling van de factuurnr. [nummer] van 31 oktober over te gaan.
In reactie op jouw bezwaar wijzen wij op het volgende.
In de offerte staat duidelijk vermeld dat deze is gebaseerd op een laagdikte tot maximaal 4 mm. Per extra mm mogen wij € 2,40 in rekening brengen. Ook staat op de offerte dat het aantal m2 op locatie wordt gemeten. Afwijkingen t.o.v.. de offerte worden verrekend.
We mogen dus zowel het aantal mm als aantal m2 aanpassen.
Het aantal vierkante meters is verminderd naar 2625 m2.
Het aantal te egaliseren mm is vermeerderd met 2,4 mm.
Daar komt bij dat de ruimten door jullie niet lekdicht zijn aangeleverd, wat op basis van de offerte wel had gemoeten. De gevolgen daarvan zijn voor eigen risico. Ik heb hierop gewezen in mijn mailbericht van 8 oktober, en een voorstel voor kosteloos herstel van de eerste fase gedaan. Je hebt daar op 9 oktober akkoord op gegeven.
Tot slot wijzen wij op onze Algemene Voorwaarden. Daarin staat in artikel 3.3. dat de totaalprijs bij werk op regiebasis een richtprijs is. We mogen dus het uiteindelijke bedrag berekenen op basis van nacalculatie. Zie ook artikel 3.5 waarin staat dat [voormalige bedrijfsnaam] de prijzen opnieuw mag berekenen als de werkelijke vloeroppervlakte met meer dan 1-% afwijkt.
Wij vertrouwen erop dat je met deze toelichting de factuur zult betalen binnen de betalingstermijn die staat vermeld.”
2.15.
Partijen hebben nadien over en weer (en via hun gemachtigden) nog contact gezocht, maar dit heeft niet tot een oplossing geleid.
2.16.
[gedaagde] heeft op 2 december 2025 een bedrag van € 25.200,00 vermeerderd met € 5.292,00 aan btw aan [eiser] betaald.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan hem van:
een bedrag van € 18.295,20, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 4 december 2025, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag van volledige betaling;
een bedrag van € 2.421,21, althans een in goede justitie te bepalen bedrag voor de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
4 december 2025, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dat van volledige betaling;
de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
[eiser] heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden verricht inhoudende het egaliseren van vloeren in appartementen aan de [adres] in Zeist. In verband daarmee heeft [eiser] [gedaagde] een factuur gezonden van € 48.787,20. [gedaagde] heeft daarvan een bedrag van € 18.295,00 onbetaald gelaten. [eiser] vordert betaling van dit bedrag met nevenvorderingen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure en de nakosten en wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis zijn betaald.
3.4.
[gedaagde] betwist dat zij akkoord heeft gegeven voor het in rekening gebrachte meerwerk. Daarvoor hoeft zij daarom niet te betalen. De factuur is voor het overige voldaan, zodat [eiser] niets meer van haar te vorderen heeft.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.
Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] [eiser] moet betalen voor de in rekening gebrachte post ‘Egaliseren 2,4 mm extra (per m2)’ van 2625 m2 x € 5,76 = € 15.120,00, te vermeerderen met € 3.175,20 aan btw. Volgens [eiser] was hij op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden gerechtigd bedoeld bedrag bij [gedaagde] in rekening te brengen. Volgens [gedaagde] is sprake van meerwerk waarvoor zij geen akkoord heeft gegeven.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat er geen grond is voor de in rekening gebrachte extra kosten. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] toegelicht dat er veel egaline is gebruikt omdat een bepaald gedeelte van de begane grond even hoog moest zijn als de omliggende ruimtes. De uitvoerder heeft dit aan [eiser] gemeld en [eiser] heeft dit vervolgens uitgevoerd. De in rekening gebrachte extra kosten zijn gebaseerd op het aantal egalinezakken dat is gebruikt omgerekend naar een gemiddeld aantal mm. Het is niet zo dat de vloeren geheel of grotendeels 6,4 mm dik zijn.
Uit de processtukken blijkt dat tussen 7 en 9 oktober 2025 tussen partijen is gecommuniceerd over de staat van het werk en gleuven/sleuven waar egaline in is weggezakt. Hoewel dit volgens [eiser] niet de oorzaak is van de grotere hoeveelheid egaline die hij heeft gebruikt omdat hij de kosten voor de egaline die in de gleuven is gelopen voor eigen rekening heeft genomen, blijkt niet uit de overgelegde stukken dat deze egaline niet in de extra kosten is meegenomen. Het aantal gebruikte zakken lijkt volledig te zijn gedeclareerd.
Wat daar ook van zij, uit de genoemde mailwisseling blijkt dat [gedaagde] geen toestemming geeft voor het maken van extra kosten. Zij verzoek [eiser] als vloerdelen niet goed zijn dit vooraf aan te geven zodat zij dit na kan lopen en zo nodig kan oplossen. Uit deze mailwisseling had [eiser] moeten begrijpen dat hij moest waarschuwen over de grote hoeveelheid egaline die kennelijk nodig was op de begane grond en die tot fors hogere dan de begrote kosten zou leiden.
Hoewel de uitvoerder tegen [eiser] gezegd zou hebben dat een bepaald gedeelte van de begane grond even hoog moest zijn als de omliggende ruimtes, heeft [gedaagde] er op gewezen dat de uitvoerder niet de contactpersoon van [eiser] was. Ook stelt [gedaagde] dat deze stelling eerst ter zitting is ingenomen zodat zij daarop zich niet heeft kunnen voorbereiden door navraag te doen en deze stelling daarom als in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moet blijven. Dat zal de kantonrechter doen. Deze stelling had [eiser] indachtig het bepaalde in artikel 21 Rv, de waarheidsplicht, eerder kunnen en moeten innemen. Door dat eerst tijdens de mondelinge behandeling te doen wordt [gedaagde] ter zake in zijn verweer benadeeld. Deze stelling wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.
[eiser] had, gelet op de hiervoor aangehaalde mailwisseling, contact met [projectbegeleider] moeten opnemen en hem moet waarschuwen over de kosten van het op gelijke hoogte brengen van de vloer van enkele ruimtes op de begane grond en de daarmee gemoeide kosten. Dat geldt temeer nu sprake is van een forse overschrijding, met meer dan 50% van de vooraf begrote hoeveelheid egaline, te weten van 4 mm naar 6,4 mm per m2.
4.4.
[eiser] heeft nog aangevoerd dat het e-mailbericht van [projectbegeleider] van 9 oktober 2025 zo uitgelegd moet worden dat er sprake is van akkoord, door te zeggen dat de gleuven/
problemen met egaline op te lossen zijn. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Het probleem met de gleuven kon wellicht wel met egaline worden opgelost maar dat er heel veel egaline op de begane grond moest was toen nog niet bekend en dus ook niet besproken. Een akkoord tot het maken van extra kosten valt niet in het e-mailbericht te lezen. Sterker nog, er wordt juist verzocht vooraf contact op te nemen.
4.5.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat de berekening van 2,4 mm extra egaline over alle vierkante meters overigens ook twijfelachtig is. Er is een relatief klein oppervlak waar meer egaline moest komen voor het ophogen tot de ruimtes ernaast. Het is niet aannemelijk dat dit heeft gezorgd dat het gemiddeld gezien zo aanzienlijk is gestegen.
4.6.
De vordering wordt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.
4.7.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op :
- salaris gemachtigde
€
1.154,00
(2 punt × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.298,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
918 \ 498
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12039882 \ CV EXPL 26-93
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
, h.o.d.n. [handelsnaam] (voorheen h.o.d.n. [voormalige bedrijfsnaam] )
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.C. Karels,
tegen
[bedrijf]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. G. de Gelder.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 april 2026 met de daarin genoemde processtukken;
- de brief van 3 juli 2026 met productie 13 van de zijde van [eiser] ;
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. [eiser] is daarbij verschenen met mevrouw [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] en vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. J.C. Karels. [gedaagde] werd vertegenwoordigd door haar [projectbegeleider] , haar [directeur] en haar gemachtigde mr. G. de Gelder. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht waarbij mr. Karels namens [eiser] aantekeningen heeft voorgedragen en partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiser] is een eenmanszaak voor de afwerking van vloeren en wanden.
2.2.
[gedaagde] richt zich als bouwbedrijf op projectontwikkeling.
2.3.
Op 8 juli 2025 heeft de heer [projectbegeleider] van [gedaagde] bij [eiser] een offerte aangevraagd voor het egaliseren van de vloeren van appartementen, ontwikkeld in een project aan [adres] in Zeist. Daarbij is aangegeven dat het werk in verschillende fases moest worden uitgevoerd, de derde verdieping een anhydrietvloer betrof en zijn foto’s van de vloeren toegevoegd.
2.4.
Op 17 september 2025 heeft [eiser] een offerte uitgebracht, waarin onder meer staat:
Deze offerte is gebaseerd op een laagdikte tot maximaal 4 mm. Per mm extra, wordt er € 2,40 exclusief BTW per m2 in rekening gebracht;
Het aantal te verwijderen en/of egaliseren m2 wordt op locatie nagemeten. Eventuele afwijkingen t.o.v. de offerte worden verrekend;
Voor aanvang van de werkzaamheden, moet de te egaliseren ruimte leeg, bezemschoon en lekdicht worden aangeleverd. Nadelige gevolgen van het nalaten hiervan, zijn voor eigen risico.
2.5.
Op de offerte zijn de Algemene Voorwaarden van [voormalige bedrijfsnaam] van toepassing verklaard (hierna: de algemene voorwaarden).
In artikel 3.3 van de algemene voorwaarden staat:
“De offerte verschaft inzicht in de door [voormalige bedrijfsnaam] uit te voeren werkzaamheden en in de door [voormalige bedrijfsnaam] gehanteerde prijsvormingsmethode. [voormalige bedrijfsnaam] kan werkzaamheden uitvoeren tegen een vaste prijs of op regiebasis. Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd op regiebasis, wordt de prijs berekend op basis van het actuele uurloon en de actuele prijzen. De geoffreerde totaalprijs bij werkzaamheden op regiebasis betreft een richtprijs. Het uiteindelijk verschuldigde bedrag wordt berekend op basis van nacalculatie.”
In artikel 3.5 van de algemene voorwaarden staat:
“Indien de offerte is gebaseerd op door de Klant verstrekte informatie die onjuist of onvolledig blijkt te zijn, is [voormalige bedrijfsnaam] gerechtigd de in de offerte vermelde prijzen, tarieven en (op)levertermijnen aan te passen. [voormalige bedrijfsnaam] is in ieder geval gerechtigd de prijzen opnieuw te berekenen, wanneer de werkelijke oppervlakte van de vloer met meer dan 10% afwijkt. De klant is gebonden aan de hernieuwde prijs. In de situaties onder dit artikel bestaat géén recht op de in artikel 6.3. geregelde beëindiging door de Klant tegen schadeloosstelling.”
In artikel 7 van de algemene voorwaarden staat:
“Als meerwerk wordt beschouwd al hetgeen door [voormalige bedrijfsnaam] in overleg, al dan niet schriftelijk vastgelegd, met de Klant tijdens de uitvoering van de Overeenkomst boven de overeengekomen uitdrukkelijk vastgelegde hoeveelheden wordt geleverd en/of aangebracht, gepresteerd. Indien tijdens de uitvoering van de Overeenkomst opdracht wordt gegeven voor meerwerk, heeft [voormalige bedrijfsnaam] recht op betaling van dit meerwerk. Indien geen vaste prijs is overeengekomen voor het meerwerk, is een redelijke prijs verschuldigd conform de actuele tarieven van [voormalige bedrijfsnaam] .”
In artikel 10.3 van de algemene voorwaarden staat:
“De in artikel 7:754 BW geregelde waarschuwingsplicht is niet van toepassing in het geval een Klant handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.”
2.6.
Op 18 september 2025 heeft [projectbegeleider] hierop onder meer als volgt gereageerd:
“Hierbij akkoord voor het maken van de vloeren. (Schuren, stofzuigen, voorstrijken en egaliseren 4mm) € 9,60 per m2, m2 is het werk te verrekenen.”
2.7.
Op 7 oktober 2025 heeft [projectbegeleider] [eiser] als volgt bericht:
“Was vanmiddag even op de bouw alleen schrok nog wel een beetje van het resultaat.
Hoe hier mee om te gaan?”
2.8.
[werknemer] (werkzaam bij [eiser] , hierna: [werknemer] ) heeft hierop op 8 oktober 2025 als volgt gereageerd:
“ [eiser] schrok ook toen hij op de klus aan kwam om de staat van de gleuven. Deze zijn erg slecht dichtgezet (zie foto). Hij heeft dit proberen op te lossen door er wat extra egaline in te pompen naar ze zijn dusdanig slecht gedicht dat het op sommige plekken is blijven weglopen.
Dit is wel op te lossen door ons de gleuven goed te laten dichten maar hier zitten wel kosten aan verbonden.
Wat betreft de egaline op de kozijnen; dit kan gewoon schoon gemaakt worden met een natte doek.”
2.9.
[projectbegeleider] heeft daarop op 8 oktober 2025 onder meer als volgt gereageerd:
“Het was u bekend dat het een vloer betreft waarbij vloerverwarming is in gefreesd.
We hebben afgesproken dat u vooraf ter plaatse een opnamen zou doen om later geen verassingen te krijgen met elkaar.
U heeft pas na de verleende opdracht de opname gedaan. Bovendien gebeurde dit op een ander tijdstip dan afgesproken, waardoor ik zelf geen rondgang met u heb kunnen doen.
Wij hebben van u geen opmerkingen gehad over u opname en u heeft het werk afgelopen vrijdag aanvaard en aangevangen.
Inmiddels heeft u de 1e fase aangebracht en wij hebben u al laten weten dat dit ver onder de kwaliteitsmaat zit en u om een nadere reactie gevraagd.
In de bijlage een aantal foto’s waarbij u kunt zien waarom het geleverde werk is afgekeurd.
Graag een duidelijke reactie hoe dit wordt opgelost en de garantie dat dit bij de volgende fases niet meer voorkomt.
Waarbij vanzelfsprekend geen sprake kan zijn van meerwerk volgens uw mail van vanochtend.
Wij willen voordat de volgende fase aanvangt duidelijke afspraken maken.”
2.10.
[werknemer] reageert hierop op 8 oktober 2025 als volgt:
“Ik heb even contact gehad met [eiser] . [eiser] had vorige week al geconstateerd dat de gleuven niet al te best waren gedicht. Maar dat is normaal gesproken prima op te lossen met was extra egaline. De daadwerkelijke staat van de gleuven kwam eigenlijk pas bij het stofzuigen aan het licht, daar de mortel op sommige plekken zo uit de sleuven werd gezogen.
Er zat behoorlijk wat druk op de opdracht, waardoor uitstel niet echt een optie was. De offerte is aangenomen zonder sleuven dichten dus mogen we ervan uit gaan dat dit al goed gedaan is. Er staat ook duidelijk op de offerte vermeld dat de ruimtes lekvrij moeten zijn.
We willen dit oplossen door deze 1e fase kosteloos te herstellen, maar voor de overige fases zullen de sleuven opnieuw (en goed) gedicht moeten worden. Dit willen we aanbieden tegen een zeer gereduceerd tarief omdat de sleuven al gedeeltelijk dicht zitten. Maar qua arbeidsintensiviteit maakt dit weinig verschil.”
2.11.
[projectbegeleider] reageert daarop op 9 oktober 2025 als volgt:
“Reparatie voor eerste fase is akkoord.
2de fase graag uitvoeren in een keer goed, mochten er stukken zijn welke niet volledig goed zijn graag vooraf aangeven dan zullen we deze nalopen.”
2.12.
Op 3 november 2025 heeft [eiser] de factuur (gedateerd 31 oktober 2025 met als vervaltermijn 14 november 2025) voor de werkzaamheden aan [gedaagde] gezonden van € 48.787,20, bestaande uit € 25.200,00 aan egaliseren tot 4 mm inclusief schuren en stofzuigen per m2 (2.625 m2 x € 9,60), € 15.120,00 aan egaliseren 2,4 mm extra per m2 (2.625 m2 x € 5,76) en € 8.467,20 aan btw.
2.13.
[projectbegeleider] heeft hier op 4 november 2025 als volgt op gereageerd:
“Bedankt voor de factuur, enkel kunnen we deze niet in behandeling nemen omdat hier post meerwerk op geboekt is welke niet bij ons bekend of goed gekeurd is. Er zou na de opdracht van 4mm ruim 50% meer opgegaan zijn? En totaalpakket van 6,4mm dat lijkt ons ook niet te kloppen.
Graag zien we een credit van de meerwerk post tegemoet zodat wij de factuur goed kunnen verwerken.”
2.14.
[werknemer] heeft hierop op 12 november 2025 als volgt gereageerd:
“Hierbij verzoeken we je tot betaling van de factuurnr. [nummer] van 31 oktober over te gaan.
In reactie op jouw bezwaar wijzen wij op het volgende.
In de offerte staat duidelijk vermeld dat deze is gebaseerd op een laagdikte tot maximaal 4 mm. Per extra mm mogen wij € 2,40 in rekening brengen. Ook staat op de offerte dat het aantal m2 op locatie wordt gemeten. Afwijkingen t.o.v.. de offerte worden verrekend.
We mogen dus zowel het aantal mm als aantal m2 aanpassen.
Het aantal vierkante meters is verminderd naar 2625 m2.
Het aantal te egaliseren mm is vermeerderd met 2,4 mm.
Daar komt bij dat de ruimten door jullie niet lekdicht zijn aangeleverd, wat op basis van de offerte wel had gemoeten. De gevolgen daarvan zijn voor eigen risico. Ik heb hierop gewezen in mijn mailbericht van 8 oktober, en een voorstel voor kosteloos herstel van de eerste fase gedaan. Je hebt daar op 9 oktober akkoord op gegeven.
Tot slot wijzen wij op onze Algemene Voorwaarden. Daarin staat in artikel 3.3. dat de totaalprijs bij werk op regiebasis een richtprijs is. We mogen dus het uiteindelijke bedrag berekenen op basis van nacalculatie. Zie ook artikel 3.5 waarin staat dat [voormalige bedrijfsnaam] de prijzen opnieuw mag berekenen als de werkelijke vloeroppervlakte met meer dan 1-% afwijkt.
Wij vertrouwen erop dat je met deze toelichting de factuur zult betalen binnen de betalingstermijn die staat vermeld.”
2.15.
Partijen hebben nadien over en weer (en via hun gemachtigden) nog contact gezocht, maar dit heeft niet tot een oplossing geleid.
2.16.
[gedaagde] heeft op 2 december 2025 een bedrag van € 25.200,00 vermeerderd met € 5.292,00 aan btw aan [eiser] betaald.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan hem van:
een bedrag van € 18.295,20, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 4 december 2025, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag van volledige betaling;
een bedrag van € 2.421,21, althans een in goede justitie te bepalen bedrag voor de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
4 december 2025, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dat van volledige betaling;
de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
[eiser] heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden verricht inhoudende het egaliseren van vloeren in appartementen aan de [adres] in Zeist. In verband daarmee heeft [eiser] [gedaagde] een factuur gezonden van € 48.787,20. [gedaagde] heeft daarvan een bedrag van € 18.295,00 onbetaald gelaten. [eiser] vordert betaling van dit bedrag met nevenvorderingen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure en de nakosten en wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis zijn betaald.
3.4.
[gedaagde] betwist dat zij akkoord heeft gegeven voor het in rekening gebrachte meerwerk. Daarvoor hoeft zij daarom niet te betalen. De factuur is voor het overige voldaan, zodat [eiser] niets meer van haar te vorderen heeft.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.
Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] [eiser] moet betalen voor de in rekening gebrachte post ‘Egaliseren 2,4 mm extra (per m2)’ van 2625 m2 x € 5,76 = € 15.120,00, te vermeerderen met € 3.175,20 aan btw. Volgens [eiser] was hij op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden gerechtigd bedoeld bedrag bij [gedaagde] in rekening te brengen. Volgens [gedaagde] is sprake van meerwerk waarvoor zij geen akkoord heeft gegeven.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat er geen grond is voor de in rekening gebrachte extra kosten. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] toegelicht dat er veel egaline is gebruikt omdat een bepaald gedeelte van de begane grond even hoog moest zijn als de omliggende ruimtes. De uitvoerder heeft dit aan [eiser] gemeld en [eiser] heeft dit vervolgens uitgevoerd. De in rekening gebrachte extra kosten zijn gebaseerd op het aantal egalinezakken dat is gebruikt omgerekend naar een gemiddeld aantal mm. Het is niet zo dat de vloeren geheel of grotendeels 6,4 mm dik zijn.
Uit de processtukken blijkt dat tussen 7 en 9 oktober 2025 tussen partijen is gecommuniceerd over de staat van het werk en gleuven/sleuven waar egaline in is weggezakt. Hoewel dit volgens [eiser] niet de oorzaak is van de grotere hoeveelheid egaline die hij heeft gebruikt omdat hij de kosten voor de egaline die in de gleuven is gelopen voor eigen rekening heeft genomen, blijkt niet uit de overgelegde stukken dat deze egaline niet in de extra kosten is meegenomen. Het aantal gebruikte zakken lijkt volledig te zijn gedeclareerd.
Wat daar ook van zij, uit de genoemde mailwisseling blijkt dat [gedaagde] geen toestemming geeft voor het maken van extra kosten. Zij verzoek [eiser] als vloerdelen niet goed zijn dit vooraf aan te geven zodat zij dit na kan lopen en zo nodig kan oplossen. Uit deze mailwisseling had [eiser] moeten begrijpen dat hij moest waarschuwen over de grote hoeveelheid egaline die kennelijk nodig was op de begane grond en die tot fors hogere dan de begrote kosten zou leiden.
Hoewel de uitvoerder tegen [eiser] gezegd zou hebben dat een bepaald gedeelte van de begane grond even hoog moest zijn als de omliggende ruimtes, heeft [gedaagde] er op gewezen dat de uitvoerder niet de contactpersoon van [eiser] was. Ook stelt [gedaagde] dat deze stelling eerst ter zitting is ingenomen zodat zij daarop zich niet heeft kunnen voorbereiden door navraag te doen en deze stelling daarom als in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moet blijven. Dat zal de kantonrechter doen. Deze stelling had [eiser] indachtig het bepaalde in artikel 21 Rv, de waarheidsplicht, eerder kunnen en moeten innemen. Door dat eerst tijdens de mondelinge behandeling te doen wordt [gedaagde] ter zake in zijn verweer benadeeld. Deze stelling wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.
[eiser] had, gelet op de hiervoor aangehaalde mailwisseling, contact met [projectbegeleider] moeten opnemen en hem moet waarschuwen over de kosten van het op gelijke hoogte brengen van de vloer van enkele ruimtes op de begane grond en de daarmee gemoeide kosten. Dat geldt temeer nu sprake is van een forse overschrijding, met meer dan 50% van de vooraf begrote hoeveelheid egaline, te weten van 4 mm naar 6,4 mm per m2.
4.4.
[eiser] heeft nog aangevoerd dat het e-mailbericht van [projectbegeleider] van 9 oktober 2025 zo uitgelegd moet worden dat er sprake is van akkoord, door te zeggen dat de gleuven/
problemen met egaline op te lossen zijn. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Het probleem met de gleuven kon wellicht wel met egaline worden opgelost maar dat er heel veel egaline op de begane grond moest was toen nog niet bekend en dus ook niet besproken. Een akkoord tot het maken van extra kosten valt niet in het e-mailbericht te lezen. Sterker nog, er wordt juist verzocht vooraf contact op te nemen.
4.5.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat de berekening van 2,4 mm extra egaline over alle vierkante meters overigens ook twijfelachtig is. Er is een relatief klein oppervlak waar meer egaline moest komen voor het ophogen tot de ruimtes ernaast. Het is niet aannemelijk dat dit heeft gezorgd dat het gemiddeld gezien zo aanzienlijk is gestegen.
4.6.
De vordering wordt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.
4.7.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op :
- salaris gemachtigde
€
1.154,00
(2 punt × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.298,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
918 \ 498