Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6663

2026-08-25 Civiel recht; Personen- en familierecht 12176195
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-08-25
Publicatiedatum
2026-08-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12176195
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Handlichting 1:235 BW. Vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft gelet op de woonplaats van de minderjarige in Duitsland. Bevoegde rechter op grond van artikel 3 Rv en artikel 265 Rv. IPR.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.378 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer / rekestnummer: 12176195 \ AZ VERZ 26-19




Tussenbeschikking van 25 augustus 2026




in de zaak van





1 [minderjarige] ,

te [woonplaats] ( [land] ),hierna te noemen: de ‘minderjarige’,2. [verzoeker 2],
te [woonplaats] ( [land] ),
hierna te noemen: de ‘vader’,3. [verzoeker 3],
te [woonplaats] ( [land] ),hierna te noemen: de ‘moeder’,
verzoekende partijen,
verzoeker 2 en 3 samen te noemen: de ‘ouders’,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 27 maart 2026;
- aanvullende stukken van 29 april 2026;
- toelichting met aanvullende stukken van 11 augustus 2026.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
De minderjarige is geboren op [geboortedag] 2009 te [woonplaats] ( Duitsland ) en is thans minderjarig. De minderjarige heeft de Nederlandse nationaliteit.



2.2.
De vader is geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats ] en heeft de Nederlandse nationaliteit.



2.3.
De moeder is geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats ] ( Rusland ) en heeft de Russische nationaliteit.



2.4.
Zowel de minderjarige als de ouders zijn woonachtig te [woonplaats] ( Duitsland ).



2.5.
De moeder is Directeur van [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). [bedrijf] is ingeschreven in het Duitse Handelsregister te [woonplaats] . De minderjarige is werkzaam bij [bedrijf] . Ook de vader speelt een belangrijke rol binnen het familieconcern.


2.6.
Ultra Chemie Beheer B.V. (hierna: Ultra Chemie) is de moedermaatschappij van [bedrijf] en is gevestigd te Millingen aan de Rijn (Nederland). AMJ Shipping S.à.r.l. (hierna: AMJ Shipping) is een dochtermaatschappij van [bedrijf] en is gevestigd te Wecker (Luxemburg).





3Het verzoek


3.1.
De minderjarige heeft op grond van artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) verzocht om handlichting om zelfstandig zakelijke handelingen en beheershandelingen te verrichten ter bescherming van de familiebelangen en de continuïteit van de onderneming, zoals het ondertekenen van zakelijke documenten, correspondentie voeren, adviseurs en instanties benaderen en dringende beheershandelingen uitvoeren.



3.2.
De ouders stemmen in met het verzoek en hebben het verzoekschrift mede ondertekend.





4Rechtsmacht


4.1.
Omdat de minderjarige geboren is in Duitsland en zowel de minderjarige als de ouders woonachtig zijn in Duitsland , moet de kantonrechter eerst de vraag beantwoorden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om deze zaak te beoordelen.



4.2.
Handlichting is uitgesloten van de werking van zowel de Brussel II ter-verordening als het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het verzoek van de minderjarige, moet daarom beantwoord worden aan de hand van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’).



4.3.
In artikel 3 Rv is, voor zover in deze zaak van belang, bepaald dat in zaken die bij verzoekschrift worden ingeleid de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de verzoeker in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft (sub a) of als de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is (sub c).



4.4.
Nu de situatie onder sub a niet aan de orde is, zal moeten worden beoordeeld of de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is. Op grond van het verzoek lijkt handlichting te worden verzocht voor het verrichten van zakelijke handelingen en beheershandelingen van zowel Ultra Chemie, [bedrijf] als AMJ Shipping, terwijl dat vennootschappen zijn die gevestigd zijn in respectievelijk Nederland, Duitsland en Luxemburg. De enige andere band die verder lijkt te bestaan met Nederland is dat de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft.



4.5.
Nog daargelaten dat het de vraag is de kantonrechter in het kader van handlichting kan bepalen dat de minderjarige bevoegd is om ook voor de Duitse en Luxemburgse ondernemingen de handelingen te verrichten die zijn genoemd in randnummer 3.1, heeft de kantonrechter op dit moment überhaupt onvoldoende informatie om te kunnen beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.



4.6.
Gelet op het voorgaande krijgt de minderjarige de gelegenheid om zich uit te laten over de vraag of sprake is van een situatie dat de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is om te kunnen oordelen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.





5Relatief bevoegde rechter


5.1.
Als het antwoord op de vraag die is geformuleerd in randnummer 4.6 negatief is, zal de kantonrechter oordelen dat de Nederlandse rechter onbevoegd is. Als het antwoord positief is, betekent dit echter nog steeds niet dat de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de minderjarige. Dit zal hierna worden toegelicht.



5.2.
Omdat niet gebleken was dat de minderjarige in de regio van de kantonrechter te Arnhem woonplaats heeft, heeft de kantonrechter op 11 augustus 2026 partijen verzocht om zich daarover uit te laten. Diezelfde dag heeft de vader het verzoek nader toegelicht en aangegeven dat het verzoek gericht is op zijn beoogde rol binnen Ultra Chemie. De kantonrechter vat die toelichting zo op dat daarmee is bedoeld te zeggen dat de vestigingsplaats van Ultra Chemie relevant is voor de bevoegdheid van de kantonrechter te Arnhem.



5.3.
Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’) is in zaken betreffende minderjarigen exclusief bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige. Dat Ultra Chemie gevestigd is in Millingen aan de Rijn is dus niet relevant.



5.4.
De minderjarige en de ouders hebben allen woonplaats in [woonplaats] ( Duitsland ). De kantonrechter in Arnhem is linksom of rechtsom daarom niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek.



5.5.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van artikel 269 Rv hooguit de kantonrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de minderjarige. Als de kantonrechter vaststelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft dan kondigt de kantonrechter nu alvast aan dat zal worden verwezen naar de rechter te ’s-Gravenhage. Die beslissing kan echter pas worden genomen zodra beslist is dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om een dergelijke beslissing te nemen.





6De beslissing


De kantonrechter



6.1.
bepaalt dat verzoekers zich uiterlijk op dinsdag 22 september 2026 bij akte kunnen uitlaten over de vraag of sprake is van een situatie dat de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is om te kunnen oordelen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft,



6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.









Deze beschikking is gegeven door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!








53854




Artikel 4 lid 1 onder d van de Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019


Artikel 4 onder d van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen of Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996


MvT, Kamerstukken II 1999/2000, 26 855, nr. 3, p. 151-152 en MvT, Kamerstukken II 2002/03, 28 863, nr. 3, p. 9.