Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6569

2026-08-13 Civiel recht C/05/470993 / KG ZA 26-348 motiv.
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-08-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/05/470993 / KG ZA 26-348 motiv.
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 13 augustus 2026 een kop-staartvonnis gewezen. De feiten en motivering waarop de in dat vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd. Vordering om bestuur over te dragen aan stichting De Sprong wordt afgewezen. De overige vorderingen, waaronder het bepalen van een dwangsom bij niet nakoming van de veroordeling in hoger-beroep worden grotendeels toegewezen.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (48.837 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: C/05/470993 / KG ZA 26-348




Vonnis in kort geding van 13 augustus 2026




in de zaak van





1MEDEZEGGENSCHAPSRAAD BASISSCHOOL DE TWEESTROOM,

te Altforst, gemeente West Maas en Waal,
hierna te noemen: de MR,2. [eiser 1],
hierna te noemen: [eiser 1] , 3. [eiser 2],
hierna te noemen: [eiser 2] ,
eisende partijen,
hierna gezamenlijk samen te noemen: Eisers,
advocaat: mr. L.F.B.M. Peeters,



tegen




STICHTING GROEISAAM PRIMAIR ONDERWIJS,
te Druten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Groeisaam,
advocaat: mr. R.A.F. Willems






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de producties van Eisers- de producties van Groeisaam- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2026- de pleitnota van Eisers- de pleitnota van Groeisaam.




1.2.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 13 augustus 2026 een kop-staartvonnis gewezen. De feiten en motivering waarop de in dat vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd.








2Kern van de zaak


2.1.
Groeisaam mag op grond van het arrest van 13 juli 2026 van het Hof Arnhem-Leeuwarden geen uitvoering geven aan het besluit om de school ‘De Tweestroom’ te sluiten. Groeisaam mag geen handelingen verrichten die de voortzetting of overdracht van de school bemoeilijken of onmogelijk maken. Volgens Eisers geeft Groeisaam geen, of te weinig, informatie over de inrichting van het onderwijs waardoor de ouders geen geïnformeerde keuze kunnen maken over de vraag of zij hun kind definitief willen inschrijven. Het bestaan van de school komt daardoor in gevaar. Er is nog zo weinig vertrouwen in Groeisaam dat de school alleen kan blijven bestaan als het bestuur van de school wordt overgedragen aan De Sprong.



2.2.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Groeisaam niet verplicht is om het bestuur van de school over te dragen aan De Sprong. Partijen hebben aankomend schooljaar de gelegenheid gekregen om daarover te overleggen en Groeisaam is daartoe ook bereid. Eisers worden wel gevolgd in hun standpunt dat Groeisaam niet voortvarend genoeg handelt. Groeisaam wordt daarom op straffe van een dwangsom veroordeeld om haar verplichtingen uit het arrest na te komen. Verder wordt Groeisaam veroordeeld om aan een aantal specifieke vorderingen te voldoen die zien op de voortzetting van de school, waaronder de schorsing van het besluit om de school in te delen in twee units in plaats van drie units.





3De feiten


3.1.
De Tweestroom (hierna: de school) is een basisschool in het dorp Altforst. Sinds ten minste 1820 is er in Altforst een school; sinds 1924 is zij toevertrouwd aan (de rechtsvoorganger van) Groeisaam.



3.2.
Groeisaam heeft in het schooljaar 2025/2026 het besluit genomen om de school te sluiten.



3.3.
Twee ouders, waaronder [eiser 1] , en de door ouders opgerichte stichting De Sprong (hierna: De Sprong) zijn bij de voorzieningenrechter opgekomen tegen het besluit van Groeisaam om de school te sluiten. De vorderingen hielden samengevat in dat het besluit om de school te sluiten door de voorzieningenrechter zou worden geschorst. In eerste aanleg zijn de vorderingen afgewezen.



3.4.
Bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) van 13 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4823, aangevuld met motivering op 23 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4520 (hierna gezamenlijk: het arrest), gewezen tussen onder anderen [eiser 1] en Groeisaam, is onder ander het volgende beslist:


“



4.3.

schorst het sluitingsbesluit van Groeisaam voor de duur van het schooljaar 2026-2027 en daarmee tot 1 augustus 2027;




4.4.

verbiedt Groeisaam uitvoering te geven aan het sluitingsbesluit, waaronder begrepen het feitelijk sluiten van de school, het beëindigen of overdragen van onderwijsvoorzieningen, het treffen van onomkeerbare organisatorische maatregelen en het verrichten van handelingen die voortzetting of overdracht van de school bemoeilijken of onmogelijk maken;”



3.5.
Groeisaam heeft in een bericht van 13 juli 2026 de ouders geïnformeerd dat het hof heeft geoordeeld dat het onderwijs op de school tot 1 augustus 2027 moet worden voortgezet en dat zij uitvoering geeft aan dit besluit. De ouders wordt verzocht om uiterlijk 27 juli 2026 te laten weten of zij hun kind ingeschreven willen laten staan bij de school.



3.6.

[eiser 2] , thans enig lid van de medezeggenschapsraad, heeft per e-mail van 15 juli 2026 zijn bezwaar geuit over de wijze van communicatie door Groeisaam richting de ouders. [eiser 2] merkt daarover op:


“Ouders moeten uiterlijk 27 juli laten weten of hun kind op De Tweestroom blijft. Op dit moment is echter nog niet duidelijk hoe de school er komend schooljaar uit gaat zien. Er is geen concreet plan. Er is ook geen duidelijkheid over het team. De groepsindeling is niet bekend. Ook is niet uitgelegd hoe het onderwijs wordt georganiseerd, welke financiële middelen er beschikbaar zijn en hoe de kwaliteit wordt gewaarborgd.




In dit verband is het dan ook niet gepast dat het bestuur ervoor kiest om eerst de


motivering van het hof af te wachten en zich wil beraden op de eigen juridische


positie. Daardoor blijven ouders en kinderen opnieuw in onzekerheid. Juist nu is het


bestuur aan zet. Ouders eerst om een keuze vragen en pas daarna duidelijkheid geven is de omgekeerde wereld.”




3.7.
Groeisaam heeft op 15 juli 2026 gereageerd en een actielijst aan [eiser 2] verstrekt met een tijdspad. In de actielijst staat “Groepsindeling: voorlopig 2 basisgroepen (1-2-3-4 en 5-6-7-8) op basis van circa 30 leerlingen tot nu toe” opgenomen voor 14 juli 2026 en “Opstellen jaarplan, schoolgids, jaarplanning” voor de week van 17 augustus.



3.8.

[eiser 2] en Groeisaam hebben daarnaast contact gehad over de vraag of Groeisaam de kosten vergoedt van onafhankelijk advies dat de Medezeggenschapsraad wil inwinnen. Groeisaam heeft daarop afwijzend gereageerd.



3.9.
Op 21 juli 2026 heeft Groeisaam een informatiebericht geplaatst op Parro (een ouderapp). In dit bericht staat het volgende:


“Wij hebben u verzocht om aan te geven of uw kind(eren) in schooljaar 2026-2027 al dan niet op De Tweestroom blijft/blijven ingeschreven. Dit kan nog tot uiterlijk 27 juli 2026. De inrichting en organisatie van het onderwijs aan De Tweestroom in het komende schooljaar zijn in hoge mate afhankelijk van het aantal leerlingen.




Ondertussen hebben wij een aantal acties uitgezet om het onderwijs in schooljaar 2026-2027 te organiseren. Op dit moment zijn er 32 leerlingen ingeschreven op De Tweestroom. Op basis van dit leerlingenaantal starten we, zoals het er nu naar uitziet, met twee units (basisgroep 1-4 en basisgroep 5-8).”




3.10.
Groeisaam heeft meer informatie aan de ouders verstrekt per brief van 11 augustus 2026. In deze brief schrijft Groeisaam onder meer:


“Zoals eerder met u gedeeld, heeft het gerechtshof bepaald dat het besluit tot sluiting van De Tweestroom is geschorst tot 1 augustus 2027. Dit betekent dat De Tweestroom het komende schooljaar 2026-2027 openblijft. (…)




In de zomervakantie hebben we de benodigde voorbereidingen getroffen voor een goede start van het nieuwe schooljaar. Voor ons staat voorop dat de kinderen komend schooljaar goed onderwijs krijgen in een veilige en vertrouwde omgeving. We zetten ons in om de kwaliteit van het onderwijs gedurende het komende schooljaar zo goed mogelijk te borgen.





Organisatie van het onderwijs.


In schooljaar 2026-2027 starten we naar verwachting met 31 leerlingen. Op basis van dit


leerlingenaantal starten we op De Tweestroom het schooljaar 2026/2027 met twee units (basisgroep 1-2-3-4 en 5-6-7-8).”




3.11.
Het college van bestuur heeft op de schoolwebsite haar reactie op het arrest geplaatst. Daarin schrijft zij onder meer;


“Het gerechtshof in Arnhem heeft in zijn arrest van 13 juli 2026 (aangevuld met een motivering op 23 juli jl.) geoordeeld dat de uitvoering van ons besluit tot sluiting van De Tweestroom is geschorst tot 1 augustus 2027. Tot die datum dienen we, conform het arrest, als Groeisaam de school open te houden en mogen we geen uitvoering geven aan een feitelijke sluiting of overdracht van de school.
(…)

Het gerechtshof heeft geoordeeld binnen het kader en karakter van een kort geding. Het


betreft dus een voorlopig oordeel. Dit houdt in dat het besluit tot sluiting in stand blijft, maar niet eerder dan 1 augustus 2027 mag worden geeffectueerd.





Ofschoon wij nog steeds achter ons besluit staan, zijn wij nog steeds onverplicht bereid in de tussenliggende periode over de ontstane situatie te overleggen met (een vertegenwoordiging van) de betrokken ouders, de gemeente West Maas en Waal en De Sprong om te kijken naar een mogelijke oplossing.

(…)

Ten behoeve van het kijken naar een mogelijke oplossing zullen we op korte termijn de nodige stappen zetten. We streven ernaar om die stappen af te ronden voor 1 november a.s. zodat zo snel mogelijk duidelijk wordt of een mogelijke oplossing leidt tot een ander besluit dan het huidige sluitingsbesluit welke per 1 augustus 2027 geëffectueerd wordt.”







4Het geschil


4.1.
Eisers vorderen - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:



Groeisaam veroordeelt tot nakoming van de bij het arrest van 13 juli 2026 uitgesproken veroordelingen (dictum 4.3-4.4.) op straffe van een dwangsom,



Primair: Groeisaam veroordeelt om mee te werken aan bestuursoverdracht van de school aan De Sprong, Subsidiair: Groeisaam gebiedt onder leiding van een onafhankelijke procesbegeleider te goeder trouw besprekingen te openen met de gemeente West Maas en Waal en De Sprong over bestuursoverdracht dan wel omzetting, Meer subsidiair: Groeisaam gebiedt uiterlijk 1 november 2026 een voorgenomen besluit over de toekomst van de school aan MR en ouders voor te leggen, Uiterst subsidiair: Groeisaam verbiedt medewerking aan een overdracht te weigeren of te vertragen wanneer een geschikt bevoegd gezag zich aandienttelkens op straffe van een dwangsom;





[eiser 1] vordert -samengevat- dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:



Groeisaam gebiedt uiterlijk 21 augustus 2026 te voorzien in een benoemde schoolleiding, een bevoegd lerarenteam en een intern begeleider voor schooljaar 2026-2027, per 24 augustus 2026 onderwijs te verzorgen overeenkomstig de wettelijke onderwijstijd, de namen van schoolleiding, team en intern begeleider uiterlijk 20 augustus 2026 aan de ouders bekend te maken, en de schoolgids voor 2026-2027 alsmede de feitelijke inrichting van het onderwijs te doen aansluiten op het geldende Schoolplan 2023-2027 - waaronder het unitonderwijs met ten minste drie basisgroepen (leerjaren 1-2-3, 4-5 en 6-7-8) met ieder een eigen basisgroep leerkracht en lokaal, dagelijkse instructie op niveau, de inzet van onderwijsassistentie en extra ondersteuning overeenkomstig het schoolondersteuningsprofiel - althans het onderwijs anders in te richten dan een tweegroepenstructuur behoudens voor zover nadien met inachtneming van de vereiste medezeggenschap van het schoolplan wordt afgeweken;
Groeisaam gebiedt uiterlijk 19 augustus alle ouders schriftelijk en juist te informeren (formatie namen, groepsindeling met onderbouwing, ondersteuning, veiligheid, dagelijkse leiding, financiële dekking) en de brief van 13 juli 2026 te rectificeren, in die zin dat aan het al dan niet reageren vóór 27 juli 2026 geen gevolgen worden verbonden en dat aanmelding van (nieuwe) leerlingen openstaat en in behandeling wordt genomen, alsmede – voor zover leerlingen per of omstreeks 1 augustus 2026 zijn uitgeschreven – die uitschrijvingen met onmiddellijke ingang ongedaan maakt, en in elk geval binnen 48 uur schriftelijk aan alle ouders te bevestigen dat hun kinderen onverkort op de school ingeschreven staan, op straffe van een dwangsom;



De MR vordert -samengevat- dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:



Groeisaam gebiedt binnen 48 uur na betekening de in productie 11 gespecificeerde informatie te verstrekken en binnen vijf dagen met de MR overleg te voeren, vóór iedere verdere oudercommunicatie over de inrichting van het schooljaar, op straffe van een dwangsom,
Groeisaam verbiedt uitvoering te (blijven) geven aan de volgende besluiten — met gebod reeds verrichte uitvoeringshandelingen stop te zetten en voor zover nodig terug te draaien, en daartoe voldoende personeel en middelen beschikbaar te stellen — zolang de daarbij vermelde medezeggenschapsprocedure niet alsnog is doorlopen en, wat de onderdelen (a) en (b) betreft, totdat de LCG WMS in het aanhangige geschil uitspraak heeft gedaan: (a) het besluit tot invoering van een tweegroepenstructuur per schooljaar 2026-2027, aangekondigd op de schoolwebsite en in het Parro-bericht van 21 juli 2026, zijnde een wijziging van het Schoolplan 2023-2027, (b) de vaststelling van de schoolgids en de onderwijstijd voor schooljaar 2026-2027 en van de regeling van de gevolgen voor ouders en leerlingen, blijkens de actielijst van Groeisaam voorzien in de week van 17 augustus 2026, zonder de vereiste voorafgaande instemming van de oudergeleding; (c) de aanstelling van de schoolleiding voor schooljaar 2026-2027, blijkens dezelfde actielijst, zonder de MR om advies te hebben gevraagd,
Groeisaam gebiedt binnen zeven dagen het geldende MR-reglement (september 2025) te publiceren en schriftelijk jegens de MR te bevestigen dat dit het geldende reglement is en door de MR uitgeschreven verkiezingen en voorziening in vacatures te faciliteren, op straffe van een dwangsom,



Met, ten aanzien van alle Eisers, veroordeling van Groeisaam in de kosten van het geding en met, ten aanzien van de MR, veroordeling van Groeisaam in de werkelijke kosten op voet van artikel 28 lid 2 WMS conform de kennisgeving van 10 augustus 2026, met rente,



een en ander met bepaling dat de dwangsommen en maxima per vordering afzonderlijk gelden en dat geen dwangsom wordt verbeurd voor zover en zolang nakoming aantoonbaar afhankelijk is van de medewerking van een derde of van een wettelijk vereiste goedkeuring, mits Groeisaam die medewerking tijdig, volledig en voortvarend heeft gevraagd en blijft bevorderen.




4.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





5De beoordeling


5.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Eisers daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.



spoedeisend belang





5.2.
Het spoedeisend belang is niet betwist en volgt uit de aard van de vorderingen nu de vorderingen over het algemeen zien op de inrichting van het schooljaar 2026/2027 dat start op 24 augustus 2026. Voor zover voorgaand uitgangspunt niet geldt, zal dit expliciet bij de beoordeling van de vordering worden benoemd.



de positie van de MR en [eiser 2]





5.3.
Groeisaam stelt dat de MR niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat [eiser 2] geen besluiten mag nemen namens de MR. De MR bestaat op dit moment maar uit één lid in plaats van vier leden. De MR voldoet niet aan artikel 2 lid 2-3 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) omdat de MR niet ten minste vier leden heeft. [eiser 2] alleen haalt het quorum niet dat vereist is om een vergadering in te roepen en kan ook niet bij meerderheid van stemmen een besluit nemen, waaronder het besluit om een procedure te starten.



5.4.
Tussen partijen is niet in discussie dat de MR niet uit het minimaal vereiste aantal leden bestaat en dat de besluitvorming niet volgens de regels is gegaan omdat er maar één lid is. Het is echter feitelijk onmogelijk om een volledige MR te vormen omdat er geen/onvoldoende personeel is en omdat nog niet bekend is welke ouders hun kind definitief inschrijven bij de school. Dit zou betekenen dat iedere besluitvorming van de MR onmogelijk is en dat de MR geen enkel recht kan laten gelden. Tegelijkertijd worden wel belangrijke beslissingen genomen door het bestuur die normaliter aan advies dan wel instemming van de MR onderhevig zijn. Uit diverse uitspraken van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (hierna: LCG) blijkt dat de MR in bijzondere omstandigheden wel rechtsgeldig besluiten kan nemen en worden ontvangen, ondanks dat zij niet voldoet aan het minimaal aantal leden (zie bijvoorbeeld: LCG 9 december 2013 zaaknummer 105970 en LCG 24 juni 2025 zaaknummer 114281). Voorgaande in acht genomen acht de voorzieningenrechter in deze omstandigheden de MR bevoegd om te procederen, ondanks dat alleen [eiser 2] lid is en als enige heeft gestemd bij het nemen van het besluit om te procederen. Het feit dat op dit moment sprake is van een MR die niet voldoet aan de WMS betekent wel dat de voorzieningenrechter terughoudend is met het toewijzen van vorderingen ingesteld door de MR en alleen tot toewijzing overgaat als niet afgewacht kan worden totdat de MR compleet is.



5.5.
Het verweer van Groeisaam dat niet zeker is of [eiser 2] onderdeel is van de MR omdat zijn kind(eren) nog op twee plekken ingeschreven staan, wordt gepasseerd. Zolang de kind(eren) van [eiser 2] nog ingeschreven staan op de school, kan hij nog onderdeel zijn van de MR.



i nakoming van het arrest op straffe van een dwangsom





5.6.
De MR en [eiser 2] zijn geen partij bij de procedure die heeft geleid tot het arrest en kunnen daarom geen nakoming vorderen. De vordering onder i wordt daarom ten aanzien van hen afgewezen.



5.7.
Ten aanzien van [eiser 1] geldt het volgende. [eiser 1] vordert nakoming van het arrest op straffe van een dwangsom. De stelling van Groeisaam dat [eiser 1] geen belang heeft bij zijn vordering kan niet gevolgd worden. Aan de veroordeling van Groeisaam is door het hof geen dwangsom verbonden. Een dwangsom kan bij een latere uitspraak gevorderd worden (BenGH 17 december 2009, ECLI:NL:XX:2009:BL5284, NJ 2010/82 (Stedenbouwkundig inspecteur Vlaams Gewest/X). Ook dan heeft de (voorzieningen)rechter de discretionaire bevoegdheid om een dwangsom toe te wijzen. Hiervan kan sprake zijn als een veroordeling niet wordt nagekomen of de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er gerede twijfel is of de veroordeling (voortvarend) wordt nagekomen.



5.8.
Uit de verklaringen van de ouders blijkt dat het wantrouwen tegen Groeisaam niet alleen voortkomt uit de gedragingen na het arrest, maar ook uit het handelen van Groeisaam afgelopen jaar en de standpunten van Groeisaam in de procedure. Voorop wordt gesteld dat de gedragingen en standpunten van Groeisaam voorafgaande aan het arrest niet worden meegenomen voor de beoordeling of er gerede twijfel is of Groeisaam het arrest nakomt. Groeisaam wordt beoordeeld op haar handelen vanaf 13 juli 2026, tot dat moment was immers het uitgangspunt dat de school gesloten mocht worden.



5.9.
De vernietiging van het vonnis van 1 mei 2026 bij arrest van 13 juli 2026 heeft als gevolg dat Groeisaam op zeer korte termijn een al gesloten school weer moet opstarten. Dit betekent dat van Groeisaam wordt verwacht dat Groeisaam zich maximaal inspant om te bewerkstelligen dat de school wordt voortgezet op een vergelijkbare wijze als voorheen. Tegelijkertijd betekent de feitelijke situatie dat in sommige opzichten pas op het laatste moment zekerheid kan worden gegeven zonder dat dit te wijten is aan de gedragingen van Groeisaam, maar die het gevolg zijn van de korte termijn tussen het arrest en het begin van het schooljaar.



5.10.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser 1] voldoende aannemelijk gemaakt dat door het handelen van Groeisaam gerede twijfel is ontstaan of het arrest wordt nagekomen in die zin dat door het handelen van Groeisaam voortzetting van de school mogelijk bemoeilijkt wordt. Hierdoor bestaat het risico dat de school (nog verder) krimpt. Het gaat daarbij om het besluit om met twee units te werken in plaats van in drie units, de communicatie naar de ouders in de periode na het arrest over de inrichting van het onderwijs, de communicatie over de uitvoering van het arrest en het contact met de MR. Hieronder zal worden ingegaan op de communicatie met de ouders over de onderwijsinrichting en de communicatie rondom het arrest. Op het besluit met betrekking tot de units en het contact met de MR wordt ingegaan bij de beoordeling van de vordering onder 5.25.



communicatie rondom de onderwijsinrichting




5.11.
Groeisaam heeft na het arrest op 13 juli 2026 aan de ouders gemeld dat zij uitvoering gaat geven aan het arrest, dat zij zich in de tussentijd beraadt op haar juridische positie en dat ze zich alle rechten voorbehoudt. Vervolgens vraagt Groeisaam de ouders uiterlijk 27 juli 2026 te laten weten of ze hun kind ingeschreven willen laten staan. Dit betekent dat de ouders gevraagd wordt om een keuze te maken zonder dat zij enige informatie hebben over de wijze waarop de school ingericht wordt in het schooljaar 2026/2027. Groeisaam was vervolgens slecht bereikbaar voor de ouders. Het onderwijssecretariaat gaf een automatische melding dat zij niet bereikbaar waren tot 24 augustus 2026. Ouders kregen verder geen reactie, of er zou pas een reactie volgen in de week van 17 augustus 2026. In de gegeven omstandigheden waarbij een gesloten school binnen zes weken weer heropend moest worden en er al veel onrust was bij de ouders, had Groeisaam proactiever moeten communiceren en beter bereikbaar moeten zijn. Groeisaam zegt dat zij eerst moest inventariseren hoeveel kinderen zich wilden aanmelden voordat zij kon beslissen hoe het onderwijs ingericht zou worden. Groeisaam had echter ook als uitgangspunt kunnen (en moeten zie 5.25) nemen dat het onderwijs ingedeeld zou worden in drie units. In dat geval was er op dat punt al wel direct meer zekerheid geweest voor de ouders.



communicatie rondom het arrest




5.12.
Groeisaam zegt in haar bericht van 21 juli 2026: ‘Zoals eerder met u gedeeld, heeft het gerechtshof bepaald dat het besluit tot sluiting van De Tweestroom is geschorst tot 1 augustus 2027. Dit betekent dat De Tweestroom het komende schooljaar 2026-2027 openblijft.’ en in de verklaring van het college van bestuur ‘Tot die datum dienen we, conform het arrest, als Groeisaam de school open te houden en mogen we geen uitvoering geven aan een feitelijke sluiting of overdracht van de school.’ (…) Dit houdt in dat het besluit tot sluiting in stand blijft, maar niet eerder dan 1 augustus 2027 mag worden geeffectueerd. (…) Ofschoon wij nog steeds achter ons besluit staan, zijn wij nog steeds onverplicht bereid in de tussenliggende periode over de ontstane situatie te overleggen met (een vertegenwoordiging van) de betrokken ouders, de gemeente West Maas en Waal en De Sprong om te kijken naar een mogelijke oplossing.” Groeisaam suggereert hiermee dat zij per 1 augustus 2027 de school wel mag sluiten en dat zij alleen onverplicht in overleg hoeft met de ouders en de gemeente. Uit het arrest blijkt echter dat Groeisaam niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. Groeisaam mag dus onder de huidige omstandigheden de school niet sluiten per 1 augustus 2027 maar moet eerste de gebreken in het besluit herstellen. Dit houdt tevens in dat het besluit serieus heroverwogen/opnieuw beoordeeld moet worden.



5.13.
Voorgaande in acht genomen heeft [eiser 1] voldoende aannemelijk gemaakt dat door de gedragingen van Groeisaam gerede twijfel is ontstaan of Groeisaam het arrest wel nakomt. De vordering onder i wordt daarom toegewezen.



ii overdracht aan de Sprong





5.14.
De vordering om het bestuur van de school over te dragen aan de Sprong wordt afgewezen. Groeisaam is daartoe niet veroordeeld door het hof en dat blijkt ook niet impliciet uit het arrest. Het hof heeft het sluitingsbesluit voor een jaar geschorst. Groeisaam en de gemeente hebben daarmee de mogelijkheid gekregen om samen met de ouders en andere betrokkenen te zoeken naar de beste oplossing in het belang van de kinderen in Altforst, waaronder overdracht van het bestuur aan een andere stichting. Er is geen grondslag om Groeisaam daartoe te verplichten voordat het nieuwe schooljaar start. Hoewel is geconcludeerd dat [eiser 1] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er gerede twijfel is dat het arrest voortvarend wordt nagekomen, volgt daaruit niet dat Groeisaam het arrest naast zich neerlegt. Groeisaam heeft wel degelijk stappen genomen om het schooljaar opnieuw op te starten. Er is een interim directeur aangesteld en er volgen sollicitatiegesprekken voor leerkrachten. Het conflict tussen partijen zag ook niet op de onderwijskwaliteit die Groeisaam leverde. Het enkele wantrouwen van de ouders brengt niet mee dat Groeisaam de (zorg)plicht heeft om nog voor het nieuwe schooljaar het bestuur van de school over te dragen.



5.15.
Bovendien heeft Groeisaam bezwaren geuit tegen de overname door De Sprong. Deze bezwaren moeten nog nader onderbouwd worden en besproken worden met alle betrokken partijen. Groeisaam heeft toegezegd dat zij nog in overleg gaat met De Sprong. Voorgaande laat onverlet dat op enig moment de bezwaren van Groeisaam minder zwaar kunnen wegen dan het belang van voortzetting van de school, maar juist om dat gesprek te voeren is aankomend schooljaar bedoeld.



5.16.
Overigens heeft Groeisaam aangevoerd dat zij op grond van het arrest het bestuur niet mag overdragen aan De Sprong omdat het haar is verboden om onderwijsvoorzieningen over te dragen. Het is echter evident dat dit niet ziet op overdracht van het bestuur van de school aan De Sprong nu Groeisaam juist geen handelingen mag verrichten die die overdracht bemoeilijken. Overdracht wordt bovendien expliciet als één van de mogelijke alternatieven voor sluiting genoemd (zie r.o. 3.31 van het arrest).



onderhandelen met een procesbegeleider





5.17.
De subsidiaire vordering wordt ook afgewezen. Er is een gesprek met de gemeente gepland en toegezegd dat een gesprek met De Sprong gevoerd zal worden. Er is geen reden om Groeisaam voorafgaand aan die gesprekken te verplichten om te onderhandelen met een procesbegeleider.



verplichting tot het nemen van een besluit voor 1 november 2026





5.18.
De meer subsidiaire vordering om Groeisaam te verplichten voor 1 november 2026 een besluit te nemen, wordt toegewezen. Zoals overwogen in 5.12 wekt Groeisaam de suggestie dat zij haar besluit niet gaat heroverwegen c.q. opnieuw beoordelen, althans dat zij daartoe niet verplicht is, maar dat het besluit alleen niet geëffectueerd mag worden tot 1 augustus 2027. Uit het arrest volgt dat Groeisaam haar besluit wel degelijk moet heroverwegen c.q. opnieuw beoordelen en daarbij de aandachtspunten zoals vermeld in het arrest in acht moeten worden genomen. De ouders dienen voldoende de mogelijkheid te hebben om bij een heroverwogen besluit tot sluiting alternatieven te onderzoeken. Groeisaam dient daarom tijdig haar voorgenomen besluit kenbaar te maken. Tegen de termijn van 1 november 2026 is geen verweer gevoerd. De termijn wordt geacht Groeisaam voldoende tijd te geven om een voorlopig besluit te nemen terwijl tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat de ouders voldoende mogelijkheid hebben om alternatieven te onderzoeken en indien nodig op te komen tegen het voorgenomen besluit.



5.19.
Groeisaam stelt dat de vordering reeds is afgewezen door het hof. Dat betrof echter een vordering om Groeisaam te verbieden om een nieuw besluit tot sluiting te nemen. Op een vordering om voor een bepaalde datum een besluit te nemen, is niet beslist.



vorderingen van [eiser 1]





5.20.
Zowel onder iii als onder iv vordert [eiser 1] dat Groeisaam de ouders van informatie voorziet. Omdat de informatie die onder iv wordt gevorderd tevens de informatie die onder iii wordt gevorderd omvat, wordt het informatieverzoek onder iii wegens gebrek aan belang afgewezen.



iii inrichting van het onderwijs





5.21.
Groeisaam heeft ter zitting toegezegd dat zij het schooljaar per 24 augustus 2026 zal starten en dat in de week van 17 augustus 2026 de sollicitatiegesprekken van het personeel zullen plaatsvinden. De voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat Groeisaam uiterlijk vrijdag 21 augustus 2026 kan voorzien in een schoolleiding, een bevoegd lerarenteam en een internbegeleider en per 24 augustus onderwijs kan verzorgen. Groeisaam wordt daartoe op straffe van een dwangsom veroordeeld omdat uit hetgeen overwogen in 5.11 voldoende blijkt dat de ouders tot nu toe onvoldoende duidelijkheid en zekerheid hebben gehad van Groeisaam. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat geen dwangsom zal worden verbeurd als nakoming afhankelijk is van de medewerking van derde. Hieronder valt ook de situatie dat in de week van 17 augustus 2026 onvoldoende personeel kan worden geworven. In dat geval kan het zijn dat Groeisaam start met een onvolledig team en dat het team zo spoedig mogelijk wordt aangevuld.



5.22.
Het deel van de vordering dat ziet op voortzetting van het onderwijs conform het schoolplan, waaronder het unitonderwijs met ten minste drie basisgroepen, wordt ook toegewezen. Gezien de samenhang met de vordering van MR onder vi tot schorsing van het besluit tot invoering van de tweegroepenstructuur, worden deze gelijktijdig gemotiveerd onder 5.26. De veroordeling om het schoolplan 2023-2027 na te komen ziet op de indeling van de units. Voor het overige is het schoolplan onvoldoende onderwerp van discussie geweest in de procedure. Niet is gebleken dat de ouders gerede twijfel hebben dat het schoolplan voor het overige niet wordt nagekomen. Op voorhand kan bovendien niet beoordeeld worden of de belangen van de ouders bij nakoming van het schoolplan zwaarder wegen dan de belangen van Groeisaam om daarvan af te wijken. De vordering wordt daarom voor het overige afgewezen.



iv informatie en rectificatie





5.23.
Omdat de informatievoorziening naar de ouders tot nu toe onvoldoende is geweest, wordt het deel van de vordering onder iv dat ziet op informatievoorziening aan de ouders toegewezen. Daarbij is mede van belang dat de vordering geen betrekking heeft op ongebruikelijke informatie. Ten aanzien van de rectificatie geldt dat Groeisaam ter zitting heeft aangegeven dat geen leerlingen zijn uitgeschreven zonder expliciet verzoek daartoe van de ouders. De leerlingen van de ouders die niet hebben gereageerd, staan daarom nog ingeschreven. Groeisaam stelt daarbij dat zij ook nooit heeft aangegeven dat leerlingen uitgeschreven zouden worden als niet zou worden gereageerd. Groeisaam heeft daarentegen ook niet gezegd welke consequenties dan wel verbonden werden aan het uitblijven van een reactie. Daarbij was Groeisaam voor de ouders moeilijk bereikbaar waardoor onrust is ontstaan over de inschrijving. De vordering onder iv wordt daarom toegewezen met dien verstande dat alleen de leerlingen waarvan de ouders verzoeken om inschrijving opnieuw worden ingeschreven.



vorderingen van de Medezeggenschapsraad





vi informatie





5.24.
Groeisaam stelt dat zij geen informatie aan de MR hoeft te verstrekken omdat geen sprake is van een wettelijke MR en omdat stukken opgevraagd worden die nog aan de MR voorgelegd moeten worden. De MR heeft echter wel één ouderlid en vertegenwoordigt daarmee de ouders. Er is weliswaar geen sprake van een volledige MR zoals genoemd in de WMS, maar niet wordt ingezien waarom Groeisaam de MR niet op zijn minst van informatie voorziet voor de ouders over de inrichting van het schooljaar 2026/2027. Om het schooljaar daadwerkelijk te kunnen starten moet Groeisaam die informatie al hebben, ook al gaat het om concept stukken of voorlopige besluiten totdat de juiste procedurele weg is gevolgd van de WMS. Groeisaam wordt daarom veroordeeld om de stukken die zien op de inrichting van het nieuwe schooljaar, voor zover zij die heeft, te verstrekken. Hetgeen wordt gevorderd in productie 11 onder 3 bij de dagvaarding ten aanzien van de groepsindeling wordt afgewezen, nu in dit vonnis wordt bepaald dat Groeisaam niet mag starten met twee units. Hetgeen wordt gevorderd onder 4 ten aanzien van het concept jaarplan/schoolgids wordt eveneens afgewezen omdat die stukken inmiddels zijn verstrekt. Hetgeen wordt gevorderd onder 10 en 12 wordt afgewezen omdat dit niet ziet op informatie ten aanzien van het nieuwe schooljaar, maar op informatie ten aanzien van de besluiten in afgelopen jaar. De MR heeft onvoldoende spoedeisend belang om te rechtvaardigen dat dergelijke informatie door een incompleet MR wordt opgevraagd en aan een incompleet MR moet worden verstrekt. Het medezeggenschapsregelement is inmiddels verstrekt, waardoor het gevraagde onder 11 ook wordt afgewezen.



5.25.
Groeisaam wordt tevens geboden om in overleg te treden met de MR. De MR heeft een vertegenwoordiger van de ouders en gezien de terughoudende communicatie van de kant van Groeisaam tot nu toe is het van belang dat de MR als vertegenwoordiger van de ouders een bijeenkomst kan organiseren met Groeisaam over de inrichting van het nieuwe schooljaar. Het enkele feit dat de MR nog niet compleet is, is onvoldoende om een dergelijk verzoek te weigeren. Niet wordt ingezien welke feitelijke bezwaren er voor Groeisaam zijn om aan het verzoek uitvoering te geven. De eis dat tot die tijd geen oudercommunicatie plaatsvindt, wordt afgewezen omdat die vordering in strijd is met wat is gevorderd onder iv door [eiser 1] .



vi verbod uitvoering besluiten





5.26.
Groeisaam is voornemens om af te wijken van het geldende Schoolplan 2023-2027 door de school in te delen in twee in plaats van drie units op grond van het aantal aangemelde leerlingen. Groeisaam stelt dat het werken met twee units onlosmakelijk is verbonden met het aantal leerlingen. Hoewel in het algemeen van Groeisaam niet verwacht kan worden dat zij dergelijk kleine klassen in stand houdt, is sprake van bijzonder omstandigheden. Het betreft een schooljaar waarin Groeisaam het besluit tot sluiting moet heroverwegen en overdracht van het bestuur besproken moet worden volgend op een schooljaar waarin (de voorbereiding van) de sluiting al in gang was gezet. Groeisaam betwist niet dat het slechter is voor de onderwijskwaliteit als de school wordt verdeeld in twee in plaats van in drie units. Groeisaam heeft zelf verklaard dat door de indeling naar twee units de onderwijskwaliteit direct achteruit gaat. Het is daarom ook aannemelijk dat ouders mogelijk hun kind niet definitief inschrijven bij de school als met twee units wordt gewerkt waardoor het leerlingaantal nog verder daalt. Groeisaam heeft niet gesteld dat het voor haar onmogelijk is om de school in te delen in drie units. Het belang van Groeisaam is voornamelijk financieel/organisatorisch en weegt niet op tegen het belang van behoud van stabiliteit en kwaliteit van het onderwijs voor de ouders. Zeker gezien er een gerede kans is dat na dit jaar de school niet meer door Groeisaam wordt bestuurd.



5.27.
De noodzaak om zonder instemming van de MR met twee units te starten is gezien voornoemde bijzondere omstandigheden onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het besluit om met twee units te starten en de gevolgen daarvan zijn ook niet terug te draaien, althans niet met feitelijke terugwerkende kracht. Het wordt Groeisaam daarom verboden om uitvoering te geven aan het besluit om te starten met twee units. De schorsing van de besluiten genoemd onder b en c wordt afgewezen omdat Groeisaam dan het nieuwe schooljaar niet kan starten en onvoldoende aannemelijk is geworden dat de gevolgen van de besluiten dusdanig groot zijn dat de besluiten per direct geschorst moeten worden op verzoek van een incompleet MR.



vii MR-reglement





5.28.
De vordering onder vii wordt afgewezen omdat het MR-reglement inmiddels is gepubliceerd. Groeisaam hoeft niet expliciet te bevestigen dat dit het geldende MR-reglement is. Bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel wordt daarvanuit gegaan. Als dat anders is, dient Groeisaam dat uiteraard wel te melden. Groeisaam heeft verder toegezegd dat zij de verkiezingen en vacatures voor een MR zal faciliteren op het moment dat definitief bekend is welk personeel er is en welke ouders hun kind definitief hebben ingeschreven. Er is geen reden om aan die toezegging te twijfelen. Van Groeisaam kan moeilijk verwacht worden dat zij MR verkiezingen faciliteert terwijl niet bekend is wie in de MR kan komen.



Proceskostenveroordeling





5.29.
Het verzoek van de MR om Groeisaam te veroordelen in de werkelijke proceskosten wordt afgewezen. Naar heet oordeel van de voorzieningenrechter verleent artikel 28 lid 2 Wet medezeggenschap op scholen (WMS) hem niet de bevoegdheid Groeisaam in de werkelijke proceskosten te veroordelen. Enige andere grondslag daarvoor ontbreekt eveneens. Bovendien heeft de MR onvoldoende aangevoerd wat haar spoedeisend belang is bij een beslissing over de (werkelijke) kosten die de MR heeft gemaakt en waarom zij voor de vergoeding van har kosten niet de wettelijk aangewezen route in de WMS zou kunnen volgen.



5.30.
De dwangsommen worden toegewezen zoals vermeld in het dictum. Niet afzonderlijk wordt bepaald dat dwangsommen per veroordeling gelden, omdat ze al per veroordeling worden toegewezen. Evenmin wordt expliciet bepaald dat geen dwangsom wordt verbeurd voor zover en zolang nakoming aantoonbaar afhankelijk is van medewerking van een derde of van een wettelijk vereiste goedkeuring, mits Groeisaam die medewerking of goedkeurig tijdig, volledig en voortvarend heeft gevraagd en blijft bevorderen. Dat ziet op de vraag of het voor Groeisaam onmogelijk is om aan de veroordeling te voldoen en een dergelijk vraagstuk kan niet op voorhand beslist worden. Wel is duidelijk dat Groeisaam voor de nakoming van een aantal vorderingen afhankelijk is van de medewerking van derden (bijvoorbeeld voor de invulling van het team), maar in dat geval geldt een inspanningsverplichting en op voorhand kan daar geen oordeel over gegeven worden.



5.31.
Groeisaam is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eisers worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


151,94







- griffierecht


€


735,00







- salaris advocaat


€


1.177,00







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.252,94











5.32.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





6De beslissing


De voorzieningenrechter



6.1.
veroordeelt Groeisaam jegens [eiser 1] tot nakoming van de bij het arrest van 13 juli 2026 uitgesproken veroordelingen (dictum 4.3 - 4.4) en verbiedt Groeisaam uitvoering te geven aan het sluitingsbesluit, waaronder begrepen het feitelijk sluiten van de school, het beëindigen of overdragen van onderwijsvoorzieningen, het treffen van onomkeerbare organisatorische maatregelen en het verrichten van handelingen die voortzetting of overdracht van de school bemoeilijken of onmogelijk maken; op straffe van een na betekening van dit vonnis onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00,



6.2.
gebiedt Groeisaam uiterlijk 1 november 2026 een voorgenomen besluit over de toekomst van de school met inachtneming van de WMS aan MR en ouders voor te leggen; op straffe van een na betekening van dit vonnis onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00,



6.3.
gebiedt Groeisaam jegens [eiser 1] uiterlijk 21 augustus 2026 te voorzien in een benoemde schoolleiding, een bevoegd lerarenteam en een intern begeleider voor schooljaar 2026-2027, per 24 augustus 2026 onderwijs te verzorgen overeenkomstig de wettelijke onderwijstijd de schoolgids voor 2026-2027 alsmede de feitelijke inrichting van het onderwijs te doen aansluiten op het geldende Schoolplan 2023-2027 - waaronder het unitonderwijs met ten minste drie basisgroepen (leerjaren 1-2-3, 4-5 en 6-7-8) met ieder een eigen basisgroepleerkracht en lokaal; op straffe van een na betekening van dit vonnis onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00,



6.4.
gebiedt Groeisaam jegens [eiser 1] uiterlijk 21 augustus 2026 alle ouders schriftelijk volledig en juist te informeren (formatie en namen, groepsindeling met onderbouwing, ondersteuning, veiligheid, dagelijkse leiding, financiële dekking) en de brief van 13 juli 2026 te rectificeren, in die zin dat in de rectificatie wordt opgenomen dat aan het niet reageren vóór 27 juli 2026 geen gevolgen worden verbonden en dat aanmelding van (nieuwe) leerlingen openstaat en in behandeling wordt genomen, alsmede -voor zover leerlingen per of omstreeks 1 augustus 2026 zijn uitgeschreven- die uitschrijving met onmiddellijke ingang, op eerste verzoek daartoe van de ouder(s), ongedaan gemaakt wordt, en binnen 48 uur schriftelijk aan alle ouders bevestigt dat hun kinderen onverkort op De Tweestroom ingeschreven staan; op straffe van een na betekening van dit vonnis onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00,



6.5.
veroordeelt Groeisaam binnen 48 uur na betekening de volgende gespecificeerde informatie te verstrekken aan de MR;


Actuele leerlingenstand per groep, alle sinds 13 juli 2026 ontvangen reacties van ouders (geanonimiseerd waar nodig), alle aanmeldingen van nieuwe leerlingen en de wijze van afdoening daarvan.


Personele bezetting 2026-2027: formatieplan, benoemde of in te huren schoolleiding, intern begeleider en leraren (namen, bevoegdheden, omvang), vacatures, stand van de sollicitatieprocedure, inzet vervangersteam.


Actueel schoolplan dan wel het voornemen tot actualisering, met planning van het instemmingstraject (art. 10 lid 1 onder b WMS; art. 12 WPO).


Huisvesting, schoonmaak, veiligheid, ICT, leermiddelen en licenties: stand van zaken en leveringsplanning.


Ondersteuningsaanbod, opvang (BSO), vertrouwenspersoon en klachten- en veiligheidsstructuur per 24 augustus 2026.


Financiële dekking van de voortzetting in 2026-2027, inclusief de inzet van de kleinescholentoeslag en de verwerking van het gemeentelijke aanbod (overbruggingsbudget).


Alle oudercommunicatie sinds 13 juli 2026 en alle voorgenomen communicatie tot en met de eerste schoolweek.


en binnen vijf dagen met de MR overleg te voeren over de inrichting van het schooljaar, op straffe van een na betekening van dit vonnis onmiddellijke opeisbare dwangsom van € 2.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00,



6.6.
verbiedt Groeisaam uitvoering te (blijven) geven aan het volgende besluit – met gebod reeds verrichte uitvoeringshandelingen stop te zetten en voor zover nodig terug te draaien, en daartoe voldoende personeel en middelen beschikbaar te stellen, zolang de daarbij vermelde medezeggenschapsprocedure niet alsnog is doorlopen en totdat de LCG WMS in het aanhangige geschil uitspraak heeft gedaan: het besluit tot invoering van een tweegroepenstructuur per schooljaar 2026-2027, op straffe van een na betekening van dit vonnis onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.



6.7.
veroordeelt Groeisaam in de proceskosten van € 2.252,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Groeisaam niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.8.
veroordeelt Groeisaam tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.9.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026. De feiten en de motivering waarop de beslissing steunt, zijn afzonderlijk vastgelegd op 20 augustus 2026