Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6492

2026-08-19 Bestuursrecht; Belastingrecht ARN 24/5473
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-08-19
Publicatiedatum
2026-08-19
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ARN 24/5473
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

MRB; verschuldigde MRB niet tijdig betaald. Naheffingsaanslag is terecht opgelegd. Beroep gegrond, omdat de boete te hoog is vastgesteld.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.344 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND


Zittingsplaats Arnhem


Bestuursrecht


zaaknummer: ARN 24/5473



uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 19 augustus 2026


in de zaak tussen





[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,


en




de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Apeldoorn, de inspecteur.




Inleiding


In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 15 april 2024.



De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over het tijdvak dat loopt van 6 oktober 2023 tot en met 5 januari 2024 opgelegd van € 33 (de naheffingsaanslag).



Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur aan belanghebbende een verzuimboete van € 55 opgelegd (de boetebeschikking).



De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.



De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de inspecteur [persoon 1] en [persoon 2] deelgenomen. Belanghebbende is, zonder voorafgaande kennisgeving, niet op zitting verschenen.



Belanghebbende procedeert vrijwillig digitaal (via Digitale Toegang) bij de rechtbank. De rechtbank heeft op 19 mei 2026 belanghebbende via Digitale Toegang onder vermelding van tijd en plaats uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van de zitting op 17 juni 2026. De rechtbank heeft op 19 mei 2026 om 9:47 uur een geautomatiseerd notificatiebericht gestuurd aan het opgegeven e-mailadres met daarin de mededeling dat de uitnodiging voor de zitting is geplaatst in het digitale dossier. Belanghebbende heeft de uitnodiging voor de zitting aldus op 19 mei 2026 ontvangen, dan wel wordt geacht die dan te hebben ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze en tijdig is aangeboden.





Feiten

1. Belanghebbende was blijkens de kentekenregistratie vanaf 10 augustus 2023 houder van een Honda, type CB 250 met kenteken [kenteken] (het motorrijtuig).

2. Met dagtekening 9 oktober 2023 heeft de inspecteur aan belanghebbende een rekening motorrijtuigenbelasting (MRB) van € 33 toegezonden, voor het tijdvak van 6 oktober 2023 tot en met 5 januari 2024. De rekening heeft een uiterste betaaldatum van 8 november 2023.

3. Belanghebbende heeft de rekening niet tijdig betaald. Met dagtekening 22 december 2023 heeft de inspecteur aan belanghebbende de naheffingsaanslag en de boetebeschikking opgelegd (met kenmerk [nummer] ). Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en de boetebeschikking. De inspecteur heeft dit bezwaar met dagtekening 15 april 2024 ongegrond verklaard.




Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag en de boetebeschikking terecht en tot de juiste hoogte zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep met betrekking tot de boetebeschikking gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



Griffierecht beroep


6. Belanghebbende heeft met betrekking tot het voor het beroep verschuldigde griffierecht meerdere keren een beroep op betalingsonmacht gedaan. Bij brief van 29 november 2024 heeft de griffier van de rechtbank belanghebbende bericht dat hij voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht, en dat daarom vooralsnog wordt afgezien van het heffen van griffierecht. De rechtbank ziet geen aanleiding van deze beslissing terug te komen. Dit betekent dat belanghebbende voor het onderhavige beroep geen griffierecht is verschuldigd.



De naheffingsaanslag


7. Belanghebbende voert aan dat hij de rekeningen niet heeft ontvangen waardoor hij niet op de hoogte was van de te betalen bedragen, de betaaldatums en de betalingskenmerken. Belanghebbende heeft meerdere keren aangegeven dat hij de post regelmatig niet ontvangt, maar de Belastingdienst blijft belangrijke informatie uitsluitend per post versturen. Voor belanghebbende voelt dit onrechtvaardig en tegenwerkend, en hij wil graag uitgelegd krijgen waarom dit niet anders kan.

8. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag en boetebeschikking terecht zijn opgelegd. De MRB moet op aangifte worden voldaan vóór aanvang van het tijdvak. De Belastingdienst stuurt uit serviceoverwegingen een rekening, maar belastingplichtige is zelf verantwoordelijk voor een tijdige betaling. Ook zonder rekening kan belanghebbende de nodige informatie achterhalen door de BelastingTelefoon Auto te bellen of door het online overzicht betalen en ontvangen te raadplegen. Ook kan een automatische incasso ingesteld worden, zoals belanghebbende inmiddels ook heeft gedaan.

9. Het houden van een motorrijtuig is belast op grond van artikel 1, eerste lid, van de Wet MRB. De belasting moet op aangifte worden voldaan en bij aanvang van het tijdvak betaald zijn. De staatssecretaris heeft in paragraaf 8 van het Kaderbesluit MRB goedgekeurd dat in de gevallen waarin een rekening belastingplichtige niet heeft bereikt, belanghebbende de verschuldigde belasting binnen 30 dagen na aanvang van het tijdvak betaalt.

10. De rechtbank overweegt als volgt. De belastingplicht ontstaat niet door het ontvangen van de rekening. Het houden van een motorrijtuig brengt een verplichting tot betaling van MRB met zich mee. De inspecteur heeft aangegeven dat digitaal contact met de Belastingdienst uit veiligheidsoverwegingen maar beperkt mogelijk is. Wel zijn er voor belanghebbende alternatieve manieren om het verschuldigde bedrag aan belasting te achterhalen. Belanghebbende heeft de belasting niet voor aanvang van het tijdvak betaald en ook niet binnen 30 dagen daarna. De argumenten van belanghebbende kunnen niet tot de conclusie leiden dat de naheffingsaanslag niet terecht is opgelegd.



Verzuimboete


11. Omdat belanghebbende de verschuldigde motorrijtuigenbelasting niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, is er sprake van een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Voor het opleggen van een verzuimboete is niet vereist dat sprake is van opzet of grove schuld. Een verzuimboete blijft achterwege indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Hiervan is sprake indien belanghebbende alle in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te voorkomen dat het verzuim zou worden begaan. Naar het oordeel van de rechtbank is hier in dit geval geen sprake van. Belanghebbende weet dat hij elk tijdvak MRB verschuldigd is. Bij het niet ontvangen van de rekeningen had belanghebbende verschillende dingen kunnen doen om de hoogte van de te betalen bedragen, de betaaldatums en de betalingskenmerken te achterhalen. Hiermee heeft belanghebbende niet alle in redelijkheid te vergen zorg betracht om te voorkomen dat het verzuim zou worden begaan.

12. Met in achtneming van paragraaf 33, onderdeel twee, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) kan de inspecteur bij een tweede verzuim een boete opleggen van 1% van het wettelijk maximum van € 5.514. De inspecteur heeft een boete opgelegd van € 55. De rechtbank ziet aanleiding de opgelegde boete te matigen, omdat zij de boete van € 55 niet passend en geboden acht. De boete bedraagt meer dan 100% van de verschuldigde belasting en staat daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot het gepleegde verzuim. Gelet op de omstandigheden van het geval acht de rechtbank een boete van € 16 passend en geboden.

13. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of de boete gematigd moet worden wegens overschrijding van de redelijke termijn als genoemd in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De redelijke termijn voor berechting van het geschil in eerste aanleg bedraagt twee jaar. Sinds de start van de termijn is meer dan twee jaar verstreken. Omdat de boete niet meer dan € 1.000 bedraagt, volstaat de rechtbank met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.




Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is gegrond omdat de boete te hoog is vastgesteld. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor wat betreft de boete. De rechtbank zal de boetebeschikking verminderen naar € 16.

15. Omdat belanghebbende geen griffierecht verschuldigd is, hoeft de inspecteur geen griffierecht te vergoeden. Belanghebbende heeft ook geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.






Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt de uitspraak op bezwaar, maar uitsluitend voor zover het de boete betreft;


vermindert de boete tot € 16;


bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar.





Deze uitspraak is gedaan door mr. L.L. van Benthem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.N.N. Hustinx, griffier.
Uitgesproken op 19 augustus 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.





















griffier


rechter









Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Artikel 14 en 15, eerste lid, van de Wet MRB.


Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 3 november 2023, nr. 2023-200754, Stcrt. 2023, 30890 (geldend van 16 november 2023 tot en met 1 november 2024).


Vergelijk Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2297.