Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6482
2026-08-19
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ARN 25/412
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Uitspraak over de toekenning aan eiseres van een WIA-uitkering. Beroep is niet-ontvankelijk, omdat het eiseres ontbreekt aan procesbelang. Eiseres heeft niet langer een financieel belang bij beoordeling beroep. Aansluitend aan WGA-loongerelateerde uitkering een WGA-loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschikt van 80-100%. Verder slechts een formeel of principieel belang.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2026:101 Centrale Raad van Beroep 15-01-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2026:3670 Rechtbank Gelderland 08-05-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.880 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/412
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. E.H.M. Teeuw),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de korpschef van politie
(gemachtigde: [gemachtigde 2] en arts-gemachtigde: [arts-gemachtigde] )
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de toekenning aan eiseres van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met de mate van arbeidsongeschiktheid. Zij acht zichzelf meer beperkt dan door de verzekeringsarts is aangenomen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is, omdat het eiseres ontbreekt aan procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 26 juni 2024 is aan eiseres een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Met het bestreden besluit van 13 december 2024 is het bezwaar van eiseres gegrond verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
De feiten
3. Eiseres heeft gedurende gemiddeld 38,16 uur per week gewerkt als generalist meldkamer bij haar ex-werkgever. Zij is op 29 mei 2022 uitgevallen voor dit werk wegens gezondheidsklachten. Eiseres heeft na 104 weken van arbeidsongeschiktheid een WIA-uitkering aangevraagd.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Met het besluit van 26 juni 2024 is aan eiseres per 27 mei 2024 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Eiseres heeft recht op die uitkering, omdat zij meer dan 35% arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. Aan het besluit ligt een theoretische schatting ten grondslag, gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige. De bevindingen van de verzekeringsarts zijn vastgelegd in de rapportages van 3 mei 2024 en 19 juni 2024. De verzekeringsarts heeft de belastbaarheid van eiseres voor arbeid vertaald in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 19 juni 2024. Aan de hand van die rapportages en de FML heeft de arbeidsdeskundige functies geduid die eiseres zou kunnen uitvoeren. Op basis van die functies heeft de arbeidsdeskundige vastgesteld dat eiseres 54,38% arbeidsongeschikt is.
4.1.
Met het besluit van 13 december 2024 is het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, vanwege een wijziging in de hoogte van haar restverdiencapaciteit. Zij heeft vanaf 27 mei 2024 tot en met 26 april 2025 ongewijzigd recht op een loongerelateerde
WGA-uitkering. Aan het besluit ligt (wederom) een theoretische schatting ten grondslag, gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige b&b. De verzekeringsarts b&b schrijft in de rapportage van 28 november 2024 dat eiseres minder mogelijkheden heeft om te werken dan door de verzekeringsarts is vastgesteld. De verzekeringsarts b&b heeft de functionele beperkingen van eiseres vastgelegd in de FML van 3 december 2024. Aan de hand van die rapportage en de FML acht de arbeidsdeskundige b&b niet alle eerder geduide functies geschikt voor eiseres. De arbeidsdeskundige b&b heeft daarom nieuwe functies geduid. Aan de hand van die functies is bepaald dat eiseres 54,17% arbeidsongeschikt is.
Heeft eiseres procesbelang bij een oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit?
5. De rechtbank moet eerst ambtshalve beoordelen of sprake is van procesbelang.
5.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang. Als sprake is van een reeds verstreken periode, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode.
5.2.
Tijdens de zitting is gebleken dat eiseres niet langer een financieel belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Met het besluit van 3 juni 2025 is aan eiseres per 19 mei 2025 een loonaanvullingsuitkering toegekend naar een mate van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen die beslissing. Niet eerder bekend bij de rechtbank was dat in het daaropvolgende besluit van 12 augustus 2025 het bezwaar van eiseres gegrond is verklaard en aan haar na de WGA-loongerelateerde uitkering aansluitend een WGA-loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% is toegekend. De rechtbank stelt dan ook vast dat eiseres geen financieel belang (meer) heeft bij de beoordeling van het beroep. De gemachtigde van eiseres heeft dit niet betwist.
5.3.
De gemachtigde van eiseres heeft gedurende de zitting naar voren gebracht dat eiseres (slechts) een uitspraak wenst wegens verwerking en afsluiting van de afgelopen periode, en erkenning dat het een en ander niet goed is gegaan. Eiseres had veel eerder 80-100% arbeidsongeschikt moeten worden verklaard. Dit is invoelbaar voor de rechtbank. De rechtbank stelt echter vast dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd slechts een formeel of principieel belang betreft. Een dergelijke uitspraak heeft geen ‘feitelijke’ betekenis voor eiseres. Daarom heeft eiseres geen procesbelang bij de beoordeling van het bestreden besluit.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan procesbelang. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Dit brengt met zich mee dat eiseres het griffierecht niet terugkrijgt. Ook krijgt zij daarom geen vergoeding voor haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
Uitspraak van de CRvB van 15 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:101, r.o. 4.1.
Vgl. de uitspraak van deze rechtbank van 8 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3670.
De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiseres op de zitting heeft verklaard dat zij geen verzoek doet tot de vergoeding van (immateriële) schade.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/412
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. E.H.M. Teeuw),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de korpschef van politie
(gemachtigde: [gemachtigde 2] en arts-gemachtigde: [arts-gemachtigde] )
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de toekenning aan eiseres van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met de mate van arbeidsongeschiktheid. Zij acht zichzelf meer beperkt dan door de verzekeringsarts is aangenomen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is, omdat het eiseres ontbreekt aan procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 26 juni 2024 is aan eiseres een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Met het bestreden besluit van 13 december 2024 is het bezwaar van eiseres gegrond verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
De feiten
3. Eiseres heeft gedurende gemiddeld 38,16 uur per week gewerkt als generalist meldkamer bij haar ex-werkgever. Zij is op 29 mei 2022 uitgevallen voor dit werk wegens gezondheidsklachten. Eiseres heeft na 104 weken van arbeidsongeschiktheid een WIA-uitkering aangevraagd.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Met het besluit van 26 juni 2024 is aan eiseres per 27 mei 2024 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Eiseres heeft recht op die uitkering, omdat zij meer dan 35% arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. Aan het besluit ligt een theoretische schatting ten grondslag, gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige. De bevindingen van de verzekeringsarts zijn vastgelegd in de rapportages van 3 mei 2024 en 19 juni 2024. De verzekeringsarts heeft de belastbaarheid van eiseres voor arbeid vertaald in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 19 juni 2024. Aan de hand van die rapportages en de FML heeft de arbeidsdeskundige functies geduid die eiseres zou kunnen uitvoeren. Op basis van die functies heeft de arbeidsdeskundige vastgesteld dat eiseres 54,38% arbeidsongeschikt is.
4.1.
Met het besluit van 13 december 2024 is het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, vanwege een wijziging in de hoogte van haar restverdiencapaciteit. Zij heeft vanaf 27 mei 2024 tot en met 26 april 2025 ongewijzigd recht op een loongerelateerde
WGA-uitkering. Aan het besluit ligt (wederom) een theoretische schatting ten grondslag, gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige b&b. De verzekeringsarts b&b schrijft in de rapportage van 28 november 2024 dat eiseres minder mogelijkheden heeft om te werken dan door de verzekeringsarts is vastgesteld. De verzekeringsarts b&b heeft de functionele beperkingen van eiseres vastgelegd in de FML van 3 december 2024. Aan de hand van die rapportage en de FML acht de arbeidsdeskundige b&b niet alle eerder geduide functies geschikt voor eiseres. De arbeidsdeskundige b&b heeft daarom nieuwe functies geduid. Aan de hand van die functies is bepaald dat eiseres 54,17% arbeidsongeschikt is.
Heeft eiseres procesbelang bij een oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit?
5. De rechtbank moet eerst ambtshalve beoordelen of sprake is van procesbelang.
5.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang. Als sprake is van een reeds verstreken periode, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode.
5.2.
Tijdens de zitting is gebleken dat eiseres niet langer een financieel belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Met het besluit van 3 juni 2025 is aan eiseres per 19 mei 2025 een loonaanvullingsuitkering toegekend naar een mate van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen die beslissing. Niet eerder bekend bij de rechtbank was dat in het daaropvolgende besluit van 12 augustus 2025 het bezwaar van eiseres gegrond is verklaard en aan haar na de WGA-loongerelateerde uitkering aansluitend een WGA-loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% is toegekend. De rechtbank stelt dan ook vast dat eiseres geen financieel belang (meer) heeft bij de beoordeling van het beroep. De gemachtigde van eiseres heeft dit niet betwist.
5.3.
De gemachtigde van eiseres heeft gedurende de zitting naar voren gebracht dat eiseres (slechts) een uitspraak wenst wegens verwerking en afsluiting van de afgelopen periode, en erkenning dat het een en ander niet goed is gegaan. Eiseres had veel eerder 80-100% arbeidsongeschikt moeten worden verklaard. Dit is invoelbaar voor de rechtbank. De rechtbank stelt echter vast dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd slechts een formeel of principieel belang betreft. Een dergelijke uitspraak heeft geen ‘feitelijke’ betekenis voor eiseres. Daarom heeft eiseres geen procesbelang bij de beoordeling van het bestreden besluit.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan procesbelang. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Dit brengt met zich mee dat eiseres het griffierecht niet terugkrijgt. Ook krijgt zij daarom geen vergoeding voor haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
Uitspraak van de CRvB van 15 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:101, r.o. 4.1.
Vgl. de uitspraak van deze rechtbank van 8 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3670.
De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiseres op de zitting heeft verklaard dat zij geen verzoek doet tot de vergoeding van (immateriële) schade.