Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6360

2026-07-15 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/05/407634 / HZ ZA 22-252
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-07-15
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/05/407634 / HZ ZA 22-252
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2025:4989. Eindvonnis na (tweede) deskundigenbericht in zaak over aannemingsovereenkomst. Wanprestatie. Rechtbank stelt schade vast die gedaagde aan eiseres moet betalen, bestaande uit de kosten die eiseres moete maken om het werk door een derde te laten afmaken.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (43.875 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Zutphen



Zaaknummer: C/05/407634 / HZ ZA 22-252




Vonnis van 15 juli 2026




in de zaak van





[naam eiser in conventie]
,
in haar hoedanigheid van executeur en erfgename in de nalatenschap van de oorspronkelijk eisende partij in conventie/verwerende partij in reconventie, wijlen de heer


[naam erflater]
,
te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de eiser] ,
advocaat: mr. D.D. Senders,



tegen





[naam gedaagde in conventie] , handelend onder de naam [naam bedrijf],
te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
advocaat: mr. W. Blansjaar.






1De zaak in het kort


Deze zaak draait om een aannemingsovereenkomst die partijen hebben gesloten. Op grond van die overeenkomst heeft [de gedaagde] werkzaamheden verricht aan het dak van de woning van [de eiser] . Het werk is niet voltooid. In een eerder stadium van de procedure heeft de rechtbank geoordeeld dat [de gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenis uit de overeenkomst door het werk niet binnen redelijke termijn op te leveren en dat [de eiser] in beginsel aanspraak kan maken op schadevergoeding, te betalen door [de gedaagde] . De schade bestaat uit de kosten die [de eiser] moet maken om het werk door een derde te laten afmaken. Om de omvang van de schade te kunnen vaststellen, heeft de rechtbank een deskundige benoemd. De deskundige heeft een rapport uitgebracht en later nog een rapport om aanvullende vragen van de rechtbank te beantwoorden. Aan de hand van de bevindingen van de deskundige stelt de rechtbank in dit eindvonnis de schade van [de eiser] vast. [de gedaagde] wordt veroordeeld tot het vergoeden van de schade aan [de eiser] .







2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juni 2025 (hierna: het tussenvonnis)
- het deskundigenbericht van 16 maart 2026- de conclusie na tweede deskundigenbericht van [de eiser]- de conclusie na deskundigenbericht van [de gedaagde] .



2.2.
Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.





3De verdere beoordeling



in conventie





Het aanvullende deskundigenbericht




3.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat zij de vraag welke kosten zijn gemoeid met het afronden van de werkzaamheden door een derde, waarbij de dakshingles blijven zitten, niet afdoende kan beantwoorden. Daarom heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek bevolen door de eerder door haar benoemde deskundige, de heer ir. J.C.A. van den Bergh van Bureau voor Bouwpathologie in Montfoort, en aan de deskundige aanvullende vragen voorgelegd.



3.2.

De deskundige heeft de vragen van de rechtbank als volgt beantwoord in zijn rapport:
“(…)

Vraag 1: Wat zijn de kosten die moeten worden gemaakt om de werkzaamheden aan het dak af te ronden, waarbij de dakshingles blijven zitten?


Hierbij moet de offerte van 8 maart 2021 als uitgangspunt worden genomen, met inachtneming van de volgende (nadere) afspraken die tussen partijen zijn gemaakt (de oorspronkelijke afspraak dat de dakshingles zouden worden verwijderd en afgevoerd, is in de navolgende opsomming komen te vervallen): :


- Keralit is Vynil plus geworden:


- Monier dakpannen zijn Laumans dakpannen geworden:


- plaatsing vogelschroot met flap:


- dakkapellen afgewerkt met gevelpannen: en


- montage van twee HR++ kozijnen.


Antwoord: (…)

Voor ondergetekende vormt deze offerte/overeenkomst het uitgangspunt evenals de opsomming van 6 punten zoals weergegeven in de vraagstelling hierboven. Aan ondergetekende wordt alleen gevraagd om de kosten te bepalen die er nog gemoeid zijn met het afronden van de werkzaamheden zoals in de offerte weergeven en in de lijst met 6 extra punten is bedoeld.





Daartoe dient de status quo van het huidige werk als uitgangspunt. Dit is op het moment van vervolgonderzoek, d.d. 21 oktober 2025, gezamenlijk met partijen waargenomen. Een en ander als weergegeven in bijlage 1 (rapport 3 september 2024) van het eerste deskundigenbericht in deze kwestie, waarna voor de volledigheid naar wordt verwezen.

(…)

Zoals opgemaakt kan worden uit de status quo van het werk, zoals vastgelegd in de fotoreportage zoals weergegeven in bijlage 1, zijn de dakshingles inderdaad nog niet verwijderd alvorens het dak is voorzien van tengels, panlatten en folies.





Ondergetekende moet er dus nu vanuit gaan bij het bepalen van de kosten voor het afmaken dat de dakshingles niet verwijderd en afgevoerd worden. Dit impliceert dat een groot deel van het reeds uitgevoerde werk van partij [de gedaagde] niet ongedaan hoeft te worden gemaakt.





Daarmee blijft de aanwezige bestaande dakisolatie (piepschuim (EPS, polystyreen), van circa 4 cm) eveneens behouden. In de offerte van partij [de gedaagde] (…) is ook niets opgenomen qua isolatievoorzieningen. Volgens de offerte wordt alleen de afwerking van het dak vernieuwd, niet het dakbeschot en de isolatie. In dat geval zou de isolatie voldoen aan de minimaal gestelde eis van Rc is groter of gelijk aan 1,3 m2K/W.




De watervoerende lijn wordt in deze variant slechts in beperkte mate gewijzigd waarop men reeds heeft geanticipeerd in de aansluitende details met goten, kantplanken, schoorstenen, dakkapellen en opgaande metselwerk.





Dit betekent dat de reeds in het metselwerk ingewerkte loketten loodvervanger, niet vervangen hoeven te worden evenmin als de betimmerde dakranden aan de zijkanten van de woning, dakkapellen, zinken verholen goten, zinken bakgoten en gootomtimmeringen.





Conform het vonnis d.d. 4 juni 2023, bij punt 2.10, dienen ook aanvullende, noodzakelijke werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het verzwaren van de dakconstructie om de nieuwe dakbedekking (keramische pannen zwaarder dan shingles), opgenomen te worden in de kostenberekening van het afmaken van het dak. Naar de mening van ondergetekende zal een constructeur ingeschakeld moeten worden om de nodige modificaties aan de dakconstructie te bepalen. De kosten voor de in te schakelen constructeur en een inschatting van de kosten van de nodige constructieve modificaties worden dus in de kostenraming van ondergetekende meegenomen.





Kostenraming constructeur voor bestuderen huidige dakconstructie, maken controleberekeningen en uitwerken constructieve modificaties. Deze kosten worden geraamd op circa € 3.000,-- (excl. BTW). Uitgaande van circa 24 uur werk voor een constructeur.





De benodigde constructieve modificaties (verzwaren) van de houten gordingen en spanten worden vooralsnog geraamd op circa € 4.000,-- (excl. BTW). Uitgaande van circa 24 uur werk voor 2 vaklieden, inclusief materiaal en materieel.





Vervolgens dient het dak gecontroleerd te worden op onvolkomenheden welke de afgelopen periode kunnen zijn ontstaan aan folies en latten etc. aangezien het enige jaren heeft bloot gestaan aan weer en wind. (folies kunnen gescheurd/beschadigd zijn, latten gebroken etc. etc. Alsdan is klein herstel noodzakelijk.


Vervolgens dak- en nokpannen plaatsen/bevestigen, en aanverwanten, zoals nokvorsten, vogelschroot, lood rondom schoorsteen, hemelwaterafvoeren etc.





De kosten hiervoor worden geraamd op circa € 8.000,-- (excl. BTW). Uitgaande van circa 2 dagen werk voor circa 4 vaklieden, inclusief materiaal(deels aanwezig) en materieel.





Daarnaast dienen dan de details inzake diverse betimmerde dakranden/dakkapellen en 2 kozijnen(dakkapel) aangebracht/aangepast te worden.





De kosten hiervoor worden geraamd op circa € 2.500,-- (excl. BTW). Uitgaande van circa 2 dagen werk voor 2 vaklieden, inclusief materiaal(deels aanwezig) en materieel. Waarbij uitgegaan wordt van de juiste maatvoering en specificaties van de alsnog te leveren van de reeds aangeschafte, gefabriceerde en opgeslagen kozijnen en HR++plus beglazing. (Anders dient nog rekening gehouden te worden met meerwerkpost van circa € 8.000,-- (excl. BTW)).





Totaal worden de kosten van afronden van de dakwerkzaamheden van betreffende woning geraamd op circa € 17.500,-- (excl. BTW). Inclusief (hergebruik)materiaal en materieel.





Algemene toelichting herstelkostenraming:


Alle opgevoerde kosten voor het herstel betreffen ramingen gebaseerd op uitvoering door één bedrijf dan wel aangestuurd door één bedrijf en door goed geoutilleerd personeel. De uitvoering zal met zorg en aandacht moeten worden verricht. De kostenraming op basis van eenheidsprijzen is gebaseerd op prijzen, die op basis van nacalculatie van vergelijkbare werkzaamheden zijn verkregen. De eenheidsprijzen zijn bepaald aan de hand van ervaringen opgedaan bij vergelijkbare projecten. In de bedragen is opgenomen arbeid, materiaal en materieel. In de kosten zijn meegenomen de staartkosten. Onder staartkosten vallen onder andere een post onvoorzien, algemene bedrijfskosten, algemene bouwplaats kosten, winst & risico en verzekeringen. Wat betreft de arbeid is ondergetekende er van uitgegaan dat de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens normale aaneengesloten werktijden. Bij de bepaling van de herstelkosten van het noodzakelijk geachte herstel, is ondergetekende uitgegaan van een gemiddeld uurloon van € 65,-- excl. B.T.W.. Bij het bepalen van de herstelkosten is geen rekening gehouden met het eventueel ontruimen van woningen en/of kosten gemoeid met tijdelijk andere huisvesting.





De door Bouwpathologie genoemde herstelkosten zijn bepaald op basis van een stabiele marktsituatie. Op dit moment is de bouw zodanig gespannen dat prijzen/offertes van aannemers sterk uiteen kunnen lopen. Zo ook zal de constatering bij zogenaamd “besmet werk” voor aannemers zeer prijsverhogend kunnen werken.





Vraag 2: Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?


Antwoord: Onder antwoord 1 zijn de navolgende zaken reeds genoemd welke de deskundige bij het antwoord bij vraag 2, nader naar voren heeft willen brengen waarvan naar de mening van de deskundige de rechter kennis moet nemen bij de verdere beoordeling

1. Het constructief aanpassen van de dakconstructie als gevolg van de toename van de belasting vanuit de afwerking van het dak is een gevolg van de aangeboden werkzaamheden in de offerte van [de gedaagde] . Staat evenwel in deze offerte niet omschreven of is op andere wijze voorzien.
(…)”




De herhaalde bezwaren van [de eiser] tegen beslissingen in het tussenvonnis van 19 februari 2025





3.3.
In haar conclusie na tweede deskundigenbericht herhaalt [de eiser] haar bezwaar tegen de beslissing van de rechtbank in het tussenvonnis van 19 februari 2025 dat de dakshingles niet (langer) hoeven te worden verwijderd. Ook brengt zij nogmaals naar voren dat vervanging van de isolatie mogelijk is zonder dat daarbij een keten van gevolgtrekkingen ontstaat, zodat het oordeel van de rechtbank in voornoemd tussenvonnis over de onredelijke gevolgen (van het verwijderen van de dakshingles) volgens haar onjuist is. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 25 juni 2025 echter al geoordeeld dat zij in wat [de eiser] aanvoert geen aanleiding ziet om gebruik te maken van haar bevoegdheid om in bepaalde gevallen van bindende eindbeslissingen terug te komen, omdat de beslissing niet berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. De rechtbank gaat daarom aan deze herhaalde bezwaren van [de eiser] voorbij.



Toetsingskader bij de beoordeling van het deskundigenbericht





3.4.
De rechtbank stelt bij de beoordeling van het deskundigenbericht en de bezwaren van partijen daartegen het volgende voorop. Als een deskundigenbericht dat is uitgebracht op verzoek van de rechtbank op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en de conclusies van de deskundige deugdelijk zijn onderbouwd en deze voortvloeien uit de door hem in het rapport vermelde gegevens, zal de rechtbank het oordeel van de deskundige, die juist vanwege zijn specifieke deskundigheid op het terrein van het onderzoek is benoemd, niet snel naast zich neerleggen. Van de partij die een deskundigenbericht van een onafhankelijke deskundige als de heer Van den Bergh bekritiseert of daarvan wenst af te wijken, mag worden verlangd dat zij haar stellingen deugdelijk onderbouwt, bijvoorbeeld door een rapport van een andere deskundige in het geding te brengen waarin de conclusies van de door de rechtbank benoemde deskundige op overtuigende wijze worden weersproken. Ook in dat geval zullen er zwaarwegende en steekhoudende bezwaren over de wijze van totstandkoming of de inhoud van het deskundigenbericht moeten zijn, wil de rechtbank besluiten dat zij een dergelijk rapport naast zich neerlegt. Daarbij geldt dat, als de rechter in een geval waarin de opinie van een andere, door één van partijen geraadpleegde deskundige, op gespannen voet staat met die van de door de rechter benoemde deskundige, en de rechter de zienswijze van deze laatste deskundige volgt, de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder hoeft te motiveren dan door aan te geven dat de motivering van de door hem benoemde deskundige hem overtuigend voorkomt. Wel zal de rechter op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door hem aangewezen deskundige moeten ingaan, als deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze (vgl. Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2921, r.o. 3.4.5). Van een voldoende gemotiveerde betwisting kan sprake zijn als het betreffende bezwaar door de deskundige niet in haar deskundigenbericht is betrokken (vgl. Hoge Raad 17 februari 2017, G, r.o. 3.4.3 t/m 3.4.5).



3.5.
Anders dan [de eiser] vindt de rechtbank de bevindingen en de conclusies in het rapport van de deskundige in hoofdlijnen goed gemotiveerd, goed onderbouwd, logisch en consistent. Zij zal het rapport dan ook tot uitgangspunt nemen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het rapport van BouwDock dat [de eiser] in reactie op het conceptrapport van de deskundige heeft ingebracht en waarop zij zich beroept, niet dezelfde uitgangspunten hanteert die de rechtbank in de vraagstelling aan de deskundige heeft uiteen gezet. Het rapport van BouwDock maakt melding van meer en andere werkzaamheden.



3.6.
In het navolgende gaat de rechtbank in op de bezwaren van [de eiser] tegen het deskundigenrapport. Ook het (enige) bezwaar van [de gedaagde] tegen het deskundigenrapport komt aan bod.



Beperkt gewijzigde watervoerende lijn





3.7.
De deskundige heeft uiteengezet dat de watervoerende lijn beperkt is gewijzigd en dat hierop al is geanticipeerd in de details van de goten, kantplanken, schoorstenen, dakkapellen en het opgaand metselwerk. Volgens de deskundige hoeven de al ingewerkte loketten loodvervanger gelet hierop niet te worden vervangen. Hetzelfde geldt volgens de deskundige voor de betimmerde dakranden aan de zijkanten van de woning, de dakkapellen, zinken verholen goten, zinken bakgoten en gootomtimmeringen.



3.8.
Onder verwijzing naar het rapport van BouwDock heeft [de eiser] hiertegen ingebracht dat het metselwerk van de schoorsteen een paar centimeter is ingeslepen, waar vervolgens het lood wordt ingeklemd. Dit is ook het geval bij de rechter kopgevel en het metselwerk bij de loggia, aldus [de eiser] . Volgens [de eiser] zal dit bij slagregen lekkage onder de pannen veroorzaken. Daarnaast is de loodlijn bij de onderzijde van het dakkapelpaneel volgens [de eiser] te laag en moet dit worden verhoogd.



3.9.
De deskundige heeft in reactie hierop in zijn definitieve rapport uitsluitend opgemerkt dat hij “een andere visie op de benodigde werkzaamheden [heeft] dan de door partij [de eiser] ingeschakelde bouwkundige.” Hij heeft zijn conceptrapport op dit onderdeel niet aangepast. Aan [de eiser] kan worden toegegeven dat de reactie van de deskundige op haar commentaar niet inhoudelijk is gemotiveerd. De rechtbank begrijpt de reactie van de deskundige en het feit dat hij in het commentaar van [de eiser] geen aanleiding heeft gezien zijn rapport aan te passen echter zo, dat naar de mening van de deskundige in de huidige situatie met het metselwerk en de loketten loodvervanger geen risico bestaat op lekkage onder de pannen bij slagregen en dat de loodlijn bij de onderzijde van het dakkapelpaneel niet te laag is. Deze visie moet aan de deskundigheid van de deskundige worden overgelaten. De rechtbank ziet geen aanleiding om het deskundigenrapport op dit punt terzijde te stellen.



Dak- en nokpannen en aanverwanten





3.10.
De deskundige betrekt in zijn begroting de kosten voor het controleren van het dak op onvolkomenheden die de afgelopen jaren door blootstelling aan weer en wind kunnen zijn ontstaan aan folies en latten. Op dat punt is mogelijk klein herstel noodzakelijk. Vervolgens moeten de dak- en nokpannen worden geplaatst/bevestigd, evenals “aanverwanten, zoals nokvorsten, vogelschroot, lood rondom schoorsteen, hemelwaterafvoeren etc”. De deskundige beraamt de kosten hiervan op ongeveer € 8.000,00 exclusief btw, uitgaande van ongeveer twee dagen werk voor ongeveer vier vaklieden, inclusief materiaal (deels aanwezig) en materieel.



3.11.
In het rapport van BouwDock worden deze kosten reëel genoemd. BouwDock heeft het bedrag van € 8.000,00 echter als stelpost onvoorziene gebreken in haar begroting opgenomen, “inclusief het eventueel tekort komen van dakpannen e.d.”. Voor het opnemen van een stelpost – laat staan van deze omvang – voor onvoorziene gebreken bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen grond. De deskundige heeft beredeneerd welke kosten zijn gemoeid met de in 3.10 genoemde werkzaamheden en heeft daarin ook een post onvoorzien verwerkt. [de eiser] heeft niet deugdelijk onderbouwd waarom de begroting van deze kosten niet juist zou zijn. Uit het rapport van BouwDock blijkt dit ook niet. BouwDock spreekt ook van het eventueel tekort komen van dakpannen. Dat het aanwezige materiaal ontoereikend zou zijn, is daarmee onvoldoende onderbouwd. Het moet aan de deskundigheid van de deskundige worden overgelaten om het al dan niet aanwezig zijn van de benodigde materialen mee te nemen in zijn begroting. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van [de eiser] dat niet is gecontroleerd of voldoende dakpannen aanwezig zijn om het hele dak te bedekken. De rechtbank neemt de kostenbegroting van de deskundige op dit punt over.



Arbovoorzieningen, steigers en buitenkozijnen





3.12.
Onder verwijzing naar het rapport van BouwDock voert [de eiser] verder aan dat de arbo-voorzieningen niet worden genoemd in het rapport, dat de gehele woning volledig in de steigers moet worden gezet en dat de geraamde bedragen ten behoeve van de buitenkozijnen op regelniveau zijn begroot. In reactie hierop heeft de deskundige aangegeven dat hij de arbo-voorzieningen wel heeft opgenomen in zijn kostenraming. De andere twee – overigens niet nader toegelichte – opmerkingen van BouwDock heeft de deskundige voor kennisgeving aangenomen. De rechtbank begrijpt dit zo, dat de deskundige de kosten die daarop betrekking hebben, indien aan de orde, eveneens heeft opgenomen in zijn kostenraming. De rechtbank gaat dan ook aan deze opmerkingen van [de eiser] voorbij.



Dakkapelombouw





3.13.

[de eiser] voert in haar conclusie na tweede deskundigenbericht aan dat de dakkapelombouw inmiddels moet worden afgebroken en opnieuw opgebouwd. Het underlayment is inmiddels verrot en niet berekend op de zware dakpannen. Ook de verrotte panlatten en tengels moeten worden verwijderd, aldus [de eiser] . De deskundige heeft hieraan volgens [de eiser] geen tot nauwelijks aandacht besteed.



3.14.
Dit bezwaar van [de eiser] is onvoldoende onderbouwd. Aan de hand van uitsluitend de twee foto’s van het dak die [de eiser] in dit verband in haar conclusie na tweede deskundigenbericht heeft opgenomen, kan de rechtbank niet beoordelen of wat [de eiser] op dit punt aanvoert juist is. Bovendien is de deskundige ter plaatse geweest. Uit het feit dat hij over de dakkapelombouw, panlatten en tengels niets heeft opgenomen in zijn rapport, maakt de rechtbank op dat hij het niet nodig vindt dat op deze onderdelen herstel plaatsvindt als door [de eiser] bedoeld. Dit moet aan de deskundigheid van de deskundige worden overgelaten. Overigens heeft ook BouwDock op dit punt niets specifieks in haar schaduwbegroting opgenomen.



Vensters





3.15.

[de eiser] herhaalt in haar conclusie na tweede deskundigenbericht dat de vensters nooit zijn geleverd en dus ook niet door de rechtbankdeskundige zijn gecontroleerd op kwaliteit, maatvoering en specificaties. [de eiser] heeft de vensters al wel betaald, zodat de kosten ervan bij de herstelkosten moeten worden opgeteld, aldus [de eiser] .



3.16.

[de gedaagde] heeft echter bij herhaling onderbouwd aangevoerd – onder meer in zijn akte uitlating van 26 maart 2025 onder 2.2 en 2.3 – dat de kozijnen, in de afmetingen volgens de offerte, ten behoeve van [de eiser] klaar staan bij de producent en gereed zijn voor aflevering en montage. Hiertegenover heeft [de eiser] onvoldoende onderbouwd dat de kwaliteit, maatvoering en specificaties niet in overeenstemming zouden zijn met wat daarover in de offerte staat vermeld en waarvoor zij heeft betaald. Gelet hierop bestaat voor het optellen van de kosten van de vensters bij de herstelkosten geen grond.



Overige zaken





3.17.

[de eiser] voert in haar conclusie na tweede deskundigenbericht aan dat nooit is gecontroleerd of het aantal dakpannen dat in de tuin staat voldoende is om het gehele dak mee te bedekken. Ook de levering van Vinyl Plus en het clicksysteem zijn incompleet geweest en het gevelherstel als gevolg van de lekkages is niet meegenomen in de begroting van de rechtbankdeskundige, terwijl dit wel tot extra kosten voor [de eiser] zal leiden, zo voert zij aan. Onder 12 van haar conclusie somt [de eiser] een aantal andere zaken op die volgens haar lijken te zijn vergeten door de deskundige. Het gaat om:


gevelpannen voor de afwerking van de dakkapellen


ventilatiepannen en materialen om de dakpannen te bevestigen


zinken hemelwaterafvoeren


zijafwerking zinken dakgoten


uitvoer van de afzuigkap


doorvoer door het dak voor CV rookgasafvoer


nokondervorsten en nokhaken


vogelschroten met flap


afwerk- en/of verbindingsprofielen en bevestiging profielen van Vynil Plus


lood voor aansluiting schoorsteen, gevel, ramen


kozijnen houtnerf met verdiept profiel inclusief drie inzethorren


gevelherstel als gevolg van lekkages.





3.18.
De rechtbank ziet in hetgeen [de eiser] aanvoert geen aanleiding om het deskundigenrapport terzijde te stellen. De deskundige is ter plaatse geweest en heeft aan de hand daarvan een inschatting gemaakt van wat nodig is om het werk af te maken. De deskundige maakt er in zijn rapport melding van dat hij materiaal en materieel heeft meegenomen in zijn berekening. De juistheid en volledigheid daarvan moet worden overgelaten aan de deskundigheid van de deskundige. [de eiser] heeft niet onderbouwd waarom de deskundige de door haar genoemde punten zou zijn vergeten of deze anderszins niet zou hebben meegenomen.



Kosten voor constructeur en modificaties





3.19.
De deskundige verwijst in zijn rapport naar het tussenvonnis van 4 juni 2023 onder 2.10, waar de rechtbank heeft overwogen dat denkbaar is dat de deskundige constateert dat, om de werkzaamheden af te ronden, aanvullende werkzaamheden noodzakelijk zijn die geen deel uitmaken van de tussen partijen overeengekomen aannemingsovereenkomst. De rechtbank is er in genoemd tussenvonnis onder 2.10 van uitgegaan dat de deskundige van dergelijke werkzaamheden melding maakt in zijn kostenbegroting. Onder verwijzing naar deze overweging schrijft de deskundige in zijn rapport dat ook het verzwaren van de dakconstructie vanwege de nieuwe dakbedekking in de kostenbegroting moet worden opgenomen; “(keramische pannen zwaarder dan shingles)”. Volgens de deskundige moet een constructeur worden ingeschakeld om de nodige modificaties aan de dakconstructie te bepalen. Hij begroot de kosten hiervan op circa € 3.000,00 exclusief btw, uitgaande van 24 uur werk voor een constructeur. De benodigde constructieve modificaties van de houten gordingen en spanten begroot hij op circa € 4.000,00 exclusief btw, uitgaande van circa 24 uur werk voor twee vaklieden, inclusief materiaal en materieel.



3.20.

[de gedaagde] is van mening dat hij de kosten voor de constructeur en voor de modificaties niet hoeft te dragen. Hij wijst erop dat het inschakelen van een constructeur en het maken van modificaties niet tussen partijen is overeengekomen. Als [de eiser] keramische dakpannen op het dak wil laten leggen, is dat haar eigen keuze. De kosten die zouden moeten worden gemaakt om te bepalen of die zwaardere dakpannen wel passen op het dak van [de eiser] , moeten daarom voor rekening van [de eiser] blijven. Dat geldt ook voor de kosten met betrekking tot de modificaties, aldus [de gedaagde] .



3.21.
Het bezwaar van [de gedaagde] tegen het deskundigenrapport slaagt niet. Zoals de rechtbank in het tussenvonnis van 19 februari 2025 (onder 2.17) heeft overwogen, zal de dakconstructie, ook als de dakshingles blijven liggen, moeten worden verzwaard in verband met de zwaardere, keramische pannen die op het dak moeten komen. De kostenposten voor de constructeur (door de deskundige begroot op € 3.000,00 exclusief btw) en de constructieve modificaties (door de deskundige begroot op € 4.000,00 exclusief btw) komen de rechtbank beide redelijk voor. De rechtbank neemt daarom ook op dit punt de kostenbegroting van de deskundige over.



Prijsniveau





3.22.
De deskundige is in zijn kostenraming uitgegaan van een bruto uurloon van € 65,00. Hij heeft de door hem genoemde herstelkosten bepaald op basis van een stabiele marktsituatie. Hij merkt daarbij wel op dat de bouw op dit moment zodanig gespannen is dat prijzen/offertes van aannemers sterk uiteen kunnen lopen en dat het feit dat het gaat om een “besmet werk” voor aannemers zeer prijsverhogend kan werken. In zijn kostenbegroting heeft hij daarmee echter geen rekening gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is het reëel om hiermee wél rekening te houden. De rechtbank brengt dit als volgt tot uitdrukking in de vaststelling van de door [de gedaagde] aan [de eiser] te vergoeden schade.



3.23.
In de begroting van de deskundige is sprake van in totaal 168 uren werk, te weten:


24 uur voor een constructeur;


48 uur (24 uur × 2 vaklieden) voor de constructieve modificaties;


64 uur (2 dagen × 8 uur × 4 vaklieden) voor klein herstel en plaatsen/bevestigen van dak- en nokpannen en aanverwanten;


32 uur (2 dagen × 8 uur × 2 vaklieden) voor aanbrengen/aanpassen details betimmerde dakranden/dakkapellen en twee kozijnen dakkapel.


Om aan de gespannen bouw en het feit dat sprake is van een besmet werk tegemoet te komen, zal de rechtbank per begroot uur een bedrag van € 25,00 optellen bij het bruto uurloon van € 65,00. Dit komt op een bedrag van € 4.200,00 (168 × € 25,00). De rechtbank rondt dit bedrag naar boven af tot € 4.500,00 en zal dit bedrag in meerdering brengen op het door de deskundige begrote totaalbedrag van € 17.500,00. In beginsel moet [de gedaagde] dus aan [de eiser] voor het afronden van de werkzaamheden door een derde een totaalbedrag van € 22.000,00 vergoeden. Hierop strekt echter in mindering een bedrag van € 6.600,00 (€ 1.400,00 + € 5.200,00), zoals overwogen in het tussenvonnis van 15 maart 2023 onder 6.13. Dan resteert € 15.400,00 (€ 22.000,00 -/- € 6.600,00). De rechtbank zal [de gedaagde] dus veroordelen tot betaling aan [de eiser] van € 15.400,00. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar met ingang van 21 maart 2022. Op die datum – vijf dagen na 16 maart 2022, de door [de eiser] aan [de gedaagde] gegeven termijn om te bevestigen dat hij de werkzaamheden zou voortzetten – zijn de gevolgen van niet-nakoming ingetreden (tussenvonnis 15 maart 2023 onder 6.9).



Afgifte en aflevering twee kunststofkozijnen met HR++ glas en raamhorren





3.24.

[de eiser] vordert de afgifte en aflevering op haar adres van de twee kunststofkozijnen met HR++ glas en raamhorren, die nog staan opgeslagen bij [kunststofproductiebedrijf] . [de gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat voor afgifte van de kozijnen geen grond bestaat en dat hij nog altijd bereid is om deze te plaatsen als hij hiertoe in de gelegenheid wordt gesteld. Het alsnog verrichten van werkzaamheden door [de gedaagde] aan de woning van [de eiser] is echter niet meer aan de orde. [de eiser] heeft haar vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding en [de gedaagde] heeft daarom geen bevoegdheid meer om zijn verzuim te zuiveren (tussenvonnis 15 maart 2023, onder 6.10). De deskundige heeft in zijn begroting van de kosten om het werk door een derde te laten afmaken ook de plaatsing van de twee kozijnen betrokken. Dit maakte immers uit van de vraagstelling aan de deskundige (zie hierboven 33.2). De kozijnen zijn al door [de eiser] betaald (tussenvonnis 15 maart 2023, onder 2.9). [de gedaagde] zal de kozijnen aan haar moeten afgeven en op haar adres moeten afleveren. De rechtbank zal hem daartoe veroordelen.




[de gedaagde] moet de proceskosten betalen





3.25.

[de gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten en de kosten van de deskundigenberichten) betalen. De rechtbank overweegt over de proceskostenveroordeling het volgende.



3.26.


[de eiser] heeft de kosten van de deskundigenberichten voorgeschoten. Omdat [de gedaagde] grotendeels in het ongelijk is gesteld, moet hij deze kosten aan [de eiser] vergoeden.
Er bestaat – anders dan [de gedaagde] betoogt – geen grond om de kosten van het eerste deskundigenbericht voor rekening van [de eiser] te laten. Het feit dat de rechtbank na het eerste deskundigenbericht is teruggekomen van haar oordeel dat de dakshingles moesten worden verwijderd, betekent niet dat dit aanvankelijke uitgangspunt – dat ook ligt besloten in de eerste opdracht aan de deskundige en dus door hem in zijn eerste rapport tot uitgangspunt is genomen – (op dat moment) onjuist was. De reden dat de rechtbank is teruggekomen van haar oordeel dat de dakshingles moesten worden verwijderd is niet – zoals [de gedaagde] betoogt – een verkeerde voorstelling van zaken door [de eiser] , maar het feit dat het laten verwijderen van de dakshingles zodanig veel extra werkzaamheden en als gevolg daarvan zulke hoge extra kosten tot gevolg zou hebben dat de aanneemsom daarin niet voorziet. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid niet voortvloeit dat [de eiser] in aanvulling op de overeenkomst aanspraak kan maken op verrichting van al het extra werk dat het alsnog verwijderen van de dakshingles met zich brengt, zonder dat daar een bedrag tegenover staat (tussenvonnis 19 februari 2025, r.o. 2.14). Gezien het voorgaande gaat het betoog van [de gedaagde] niet op. Hij moet de kosten van beide deskundigenberichten aan [de eiser] vergoeden. Het gaat om € 4.715,00 inclusief btw voor het eerste deskundigenbericht en € 3.497,70 inclusief btw voor het tweede deskundigenbericht, samen € 8.212,70 inclusief btw.



3.27.
Omdat een aanzienlijk deel van de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, hanteert de rechtbank bij de begroting van het salaris van de advocaat het liquidatietarief dat past bij het uiteindelijk toegewezen bedrag.



3.28.
Met inachtneming van het voorgaande begroot de rechtbank de proceskosten van [de eiser] op:









- kosten van de dagvaarding


€


138,11







- griffierecht


€


1.301,00







- kosten deskundigenberichten


€


€ 8.212,70







- salaris advocaat


€


2.612,00


(4 punten × € 653,00)




- nakosten


€


148,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


12.411,81











3.29.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



Buitengerechtelijke kosten





3.30.

[de eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [de eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [de eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 925,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.




Beslagkosten





3.31.

[de eiser] vordert [de gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als volgt toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 420,90 voor kosten deurwaardersexploten (zoals door [de eiser] overgelegd in haar productie 39) en € 653,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 653,00), in totaal € 1.073,90. Voor het toepasselijke liquidatietarief sluit de rechtbank aan bij het tarief dat past bij het in conventie toegewezen bedrag. Voor vergoeding van griffierecht bestaat geen grond, omdat al griffierecht is geheven voor de hoofdzaak en het griffierecht voor het beslagrekest wordt geacht daarin te zijn begrepen.



in reconventie





3.32.
In het tussenvonnis van 15 maart 2023 heeft de rechtbank onder 6.22 overwogen dat er geen grondslag is voor de vordering van [de gedaagde] tot (schade)vergoeding van de steigerhuur ten bedrage van € 19.366,05. De vordering van [de gedaagde] zal in zoverre worden afgewezen.



3.33.
In datzelfde tussenvonnis heeft de rechtbank onder 6.23 overwogen dat het bedrag van € 1.400,00 voor de factuur voor het restant van de derde termijn in mindering zal strekken op het door [de eiser] gevorderde bedrag aan schadevergoeding. In zoverre is de vordering van [de gedaagde] toewijsbaar. Omdat de rechtbank dit heeft verdisconteerd in de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding waartoe zij [de gedaagde] in conventie veroordeelt (zie hierboven 3.23), zal dit bedrag in reconventie echter niet (nogmaals) worden toegewezen.



3.34.

[de gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de eiser] worden begroot op:









- salaris advocaat


€


554,00


(2 punten × factor 0,5 × € 554,00)




- nakosten


€


148,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


702,00













4De beslissing


De rechtbank




in conventie




4.1.
veroordeelt [de gedaagde] tot betaling aan [de eiser] van een schadevergoeding van € 15.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 maart 2022 tot de dag van volledige betaling,



4.2.
veroordeelt [de gedaagde] tot afgifte aan [de eiser] en aflevering op haar adres van de twee kunststofkozijnen met HR++ glas en raamhorren die nog staan opgeslagen bij [kunststofproductiebedrijf] , binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan [de eiser] deze zelf mag ophalen bij [kunststofproductiebedrijf] ,



4.3.
veroordeelt [de gedaagde] om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 925,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling



4.4.
veroordeelt [de gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.073,90,



4.5.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 12.411,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



4.6.
veroordeelt [de gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



4.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af,



in reconventie





4.9.
wijst de vorderingen van [de gedaagde] af,



4.10.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 702,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



4.11.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



in conventie en in reconventie





4.12.
veroordeelt [de gedaagde] tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.13.
veroordeelt [de gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de helft van het onder 4.12 bedoelde bedrag als dit niet binnen veertien dagen na aanschrijving is betaald,









Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.C. Boesberg en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.















































JE/FB