Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:6245
2026-08-06
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
AWB-24_8304
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Uitspraak over duurzaamheid in het kader van Wet WIA. Verzekeringsartsen hebben toereikend gemotiveerd dat eiseres per datum in geding niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt was. Expertise ingeschakeld door UWV. Beroep ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2009:BH1896 Centrale Raad van Beroep 04-02-2009
- ECLI:NL:CRVB:2024:112 Centrale Raad van Beroep 17-01-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (20.442 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8304
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de duurzaamheid van eisers beperkingen voor arbeid in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiser is het niet eens met de toekenning van een WGA-uitkering. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat hij daarom recht heeft op een IVA-uitkering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van eisers standpunt.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat eiser per 15 maart 2023 niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 27 december 2022 is eisers loongerelateerde WGA-uitkering per 15 maart 2023 omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering. Met het bestreden besluit van 16 oktober 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
De feiten
3. Eiser, geboren op [geboortedatum] , heeft gedurende gemiddeld 36 uur per week gewerkt als productiemedewerker bij zijn (ex-)werkgever. Hij is op 18 maart 2019 uitgevallen voor dit werk wegens gezondheidsklachten. Aan eiser is ziekengeld op grond van de Ziektewet toegekend. Na 104 weken van arbeidsongeschiktheid heeft eiser een WIA-uitkering aangevraagd. Met de beslissing van 25 januari 2021 is aan eiser per 15 maart 2021 een WIA-uitkering toegekend, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Met het besluit van 27 december 2022 is eisers loongerelateerde WGA-uitkering per 15 maart 2023, zijnde de datum in geding, omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering.
4.1.
Met het besluit van 16 oktober 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft geen recht op een IVA-uitkering. De per 15 maart 2023 toegekende uitkering blijft ongewijzigd. Aan het besluit van 27 december 2022 lag geen sociaal-medische beoordeling ten grondslag. Daarom is eiser door een verzekeringsarts onderzocht. De bevindingen van de verzekeringsarts zijn vastgelegd in de rapportage van 4 juli 2024. De verzekeringsarts concludeert dat eiser per 15 maart 2023 geen benutbare mogelijkheden (gbm) heeft. Er is echter te weinig informatie voorhanden om de duurzaamheid vast te kunnen stellen, mede omdat de behandelend psychiater van eiser de met het oog daarop gestelde vragen niet heeft beantwoord.
Vervolgens heeft een heroverweging door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) plaatsgevonden. Om de duurzaamheid van eisers volledige arbeidsongeschiktheid te kunnen beoordelen, heeft de verzekeringsarts b&b psychiater [psychiater 1] , verbonden aan WPEX (hierna: de deskundige), om een expertise verzocht. Op grond van de onderzoeksbevindingen van de deskundige (neergelegd in een rapport dat op 22 augustus 2024 is uitgebracht) is de verzekeringsarts b&b in haar rapport van 30 augustus 2024 tot de conclusie gekomen dat er bij eiser nog geen sprake is van een eindtoestand, omdat er nog behandelmogelijkheden zijn. Op basis daarvan wordt eiser per de datum in geding wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt geacht.
Is eiser duurzaam volledig arbeidsongeschikt?
5. Niet in geschil is dat eiser volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. De vraag is of de volledige arbeidsongeschiktheid van eiser moet worden geacht duurzaam te zijn, zodat eiser op grond van artikel 48 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering.
5.1.
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
5.2.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in zijn uitspraak van 4 februari 2009 geoordeeld dat de verzekeringsarts zich een oordeel dient te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA. Hierbij moet hij een inschatting maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar na het ontstaan van het recht op uitkering en in de periode daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn, voor zover die feiten en omstandigheden betrekking hebben op de medische situatie van de verzekerde op de datum in geding. Indien die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsartsen van het UWV toereikend gemotiveerd dat eiser per de datum in geding niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet WIA. De rechtbank licht dit oordeel hieronder nader toe.
Medische rapportages van de verzekeringsartsen en de deskundige
6. De verzekeringsarts heeft in de rapportage van 4 juli 2024 overwogen dat er “beperkt” informatie over de toestand van eiser kan worden verkregen. Eiser verwijst tijdens het spreekuur al snel naar zijn behandelend psychiater, [psychiater 2] , voor meer informatie. Om die reden heeft de verzekeringsarts bij deze psychiater meermaals informatie opgevraagd, maar ten tijde van het uitbrengen van het rapport was die informatie nog niet verkregen. Duurzaamheid kan op basis van de informatie uit het dossier niet worden vastgesteld, aldus de verzekeringsarts. Meer in het bijzonder overweegt de verzekeringsarts ten aanzien van de prognose:
“Deze is niet goed te beoordelen. Er is om aanvullende info bij de behandelaar verzocht om een betere inschatting van o.a. de prognose te kunnen maken. Nu deze informatie niet voorhanden is, is een blijvend slechte prognose niet te onderbouwen. Bij de voorgaande beoordeling is de mogelijkheid van verbetering middels adequate behandeling genoemd. Dit lijkt niet vooralsnog niet te zijn opgetreden, maar de reden van stagnatie is niet duidelijk. Ik houd vooralsnog de mogelijkheid van verbetering open.”
6.1.
Ook de verzekeringsarts b&b heeft ook geen informatie van de behandelend psychiater ontvangen en daarom, zoals gezegd, de deskundige ingeschakeld voor een expertise. De deskundige heeft eiser gezien op het spreekuur van 1 augustus 2024 en heeft een verslag van de behandelend psychiater van 21 november 2019 en een verslag van de bedrijfsarts van 11 maart 2020 betrokken bij haar beoordeling. De deskundige overweegt in het expertiserapport van 22 augustus 2024 voor zover van belang als volgt:
“Onderzochte is als jongeman behandeld voor het doorgemaakte trauma (hij zou zijn opgenomen, hoe de behandeling er verder inhoudelijk uit heeft gezien wordt niet bekend, onderzochte kan dit niet toelichten) en heeft naderhand de draad weer opgepakt, door de gebeurtenis zoveel mogelijk te verdringen. Zijn moeder was hierin zijn steun en toeverlaat. Toen zij ziek werd in 2018 is hij psychisch uit balans geraakt, hij werd somber, begon zich meer en meer terug te trekken en ging klaarblijkelijk disfunctioneren op het werk. Mogelijk was hij ook prikkelbaar (gezien de ruzies op het werk). Sinds 2019 tot nu is hij in behandeling geweest bij Joy GGZ (combinatie van farmacotherapie en CGT en EMDR). De traumabehandeling sloeg niet aan. Onderzochte is een zeer introverte man, die zijn gevoelens niet gemakkelijk uit, hij ging steeds meer vermijden en werd steeds passiever waardoor hij verder in een isolement terecht kwam. Op dit moment is het contact met de psychiater vooral stuttend en steunend en gericht op enige activering.
De behandeling lijkt te zijn vastgelopen en de vraag is ook of het mogelijk is, gezien de enorme initiatiefloosheid en passiviteit, om ambulant tot verbetering te komen met een zo lage behandelintensiteit. Er lijkt echter nog geen sprake van een eindsituatie, immers conform de richtlijn depressieve stoornissen zijn er nog vervolgstappen in de medicamenteuze behandeling mogelijk; zo kan de stap gezet worden naar een TCA en de behandelintensiteit kan nog worden opgevoerd (deel- of dagbehandeling met activerende onderdelen). Afgaande op de website van Joy GGZ is er binnen deze instelling geen mogelijkheid voor deeltijd- of dagbehandeling en zal onderzochte moeten worden doorverwezen naar een andere instelling. Wanneer er adequate behandeling van de depressieve klachten tot stand komt, ontstaat er wellicht ook een opening om de traumagerelateerde klachten verder te behandelen (exposure, EMDR). Mogelijk problematisch hierbij echter is de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal. Gezien het inmiddels chronische karakter van de klachten en deconditionering bij onderzochte door zijn inactieve levensstijl, gaat het vermoedelijk om een langer durend traject (er moet rekening gehouden worden met zeker een jaar).
[…]
Er zijn onderhoudende factoren in de persoon van onderzochte zelf, hij heeft een zeer passieve, disfunctionele coping (terugtrekken en niet praten) en ondanks dat de vrouw van onderzochte aangeeft dat zij de opdracht krijgt om onderzochte te stimuleren tot activiteiten (naar de culturele vereniging gaan, stofzuigen, wandelen) is het voor onderzoeker de vraag in hoeverre zij voldoende druk kan uitoefenen op onderzochte om daadwerkelijk tot iets te komen, gezien de traditionele rolverdeling tussen hen beiden. Vanuit de depressieve stoornis worden de initiatiefloosheid, schuldgevoel en gevoelens van insufficiëntie versterkt.
[…]
Er is zeker nog geen sprake van een medische eindtoestand; conform de richtlijn Depressieve stoornissen zijn er o.a. qua farmacotherapie nog mogelijkheden (overgaan op een TCA, additie van lithium, toepassen ECT) en ook qua psychotherapeutische behandeling. EMDR is geprobeerd, maar er zijn nog andere mogelijkheden zoals NET of imaginaire exposure. Wellicht is er meer ingang voor traumatherapie als met medicatie enige stemmingsverbetering kan worden bewerkstelligd. Idealiter zou bijvoorbeeld een dagbehandeling passend zijn, waarbij onderzochte wordt geactiveerd en weer in contact komt met anderen, echter is de vraag of deze mogelijkheid er is gezien de beperkte Nederlandse taalbeheersing.”
6.2.
De verzekeringsarts b&b overweegt in de rapportage van 30 augustus 2024 op basis van de bevindingen uit de expertiserapportage, onder meer als volgt:
“De afwezigheid van belastbaarheid vanwege ernstig psychiatrisch ziektebeeld wordt bevestigd middels de expertise. Er is nog geen sprake van een eindtoestand, omdat ten eerste nog niet alle behandelmogelijkheden bij een depressie zijn uitgevoerd, er nog behandelingsmogelijkheden openstaan, maar ook aanvullende behandelingen nog mogelijk zijn, waaronder dagbehandeling. Dit alles zal echter langer dan een jaar duren aldus de psychiater.
Gelet op de verzekeringsgeneeskundige richtlijn moet gesteld worden dat ten eerste er geen sprake is van een progressieve aandoening of een stabiele aandoening zonder behandelmogelijkheden ([stap l]).
Stap 2: is verbetering binnen een jaar haalbaar: nee
Stap 3: Als in het eerste jaar niet of nauwelijks verbetering kan worden verwacht, beoordeelt de verzekeringsarts of en zo ja in hoeverre die na het eerstkomende jaar kan worden verwacht. Dat is het geval wanneer op grond van kennis en ervaring vaststaat, dat een behandeling -gegeven de aard en de complexiteit van het ziektebeeld- pas na langere tijd tot verbetering van de belastbaarheid kan leiden. Bij de vraag of er sprake is van duurzaamheid gaat het om een inschatting van de toekomstige ontwikkelingen van de arbeidsbeperkingen. De inschatting van de kans op herstel in het eerste jaar en daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de betreffende individuele verzekerde aan de orde zijn.
Om deze vraag te beantwoorden is een expertise verricht door een psychiater.
Kort samengevat (zie hierboven uitgebreider): Verbetering is mogelijk in de jaren na het komend jaar bij aanvullende geadviseerde behandelingen bij een depressie, waaronder evt ook intensievere behandeling.”
6.3.
De rechtbank acht de motivering van de verzekeringsarts b&b van haar standpunt dat per de datum in geding geen sprake was van duurzame (volledige) arbeidsongeschiktheid, met name gelet op de bevindingen in de expertiserapportage, inzichtelijk en navolgbaar. De rechtbank begrijpt dat de verzekeringsarts b&b overweegt dat er nog geen sprake is van een eindsituatie. Hoewel in het eerstkomende jaar de herstelkansen gering zijn, is in de daaropvolgende jaren verbetering mogelijk. Op basis van de richtlijn depressieve stoornissen zijn er nog vervolgstappen mogelijk. De deskundige wijst op farmacotherapie (overgaan op een TCA, additie van lithium, toepassen van ECT) en psychotherapeutische behandelingen als NET en imaginaire exposure. Dit kan resulteren in stemmingsverbetering en activering van eiser. De rechtbank acht die onderbouwing voldoende concreet en toegespitst op de situatie van eiser. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat de gemachtigde van het UWV, desgevraagd op de zitting heeft verklaard dat het voor de verzekeringsarts b&b en de deskundige in dit geval niet mogelijk is om concreter aan te geven wat de invloed van de mogelijke behandelingen zou kunnen zijn voor de belastbaarheid van eiser, nu bij eiser een situatie van gbm is vastgesteld. Het gevolg van het aannemen van gbm is dat er geen functionele mogelijkhedenlijst is opgemaakt, zodat niet per onderdeel kan worden aangegeven waar verbetering kan worden verwacht. De rechtbank begrijpt dat het te verwachten gevolg van de mogelijke behandelingen voornamelijk is dat eiser wordt geactiveerd om tot iets te komen, waardoor naar verwachting ook de arbeidsbeperkingen van eiser minder ernstig worden.
Gewezen op de vele omstandigheden die een belemmering zouden kunnen vormen voor (een spoedig) herstel van eisers belastbaarheid die uit de expertiserapportage blijken, heeft de gemachtigde van het UWV tijdens de zitting naar voren gebracht dat de deskundige niet heeft opgeschreven dat verbetering vanwege één of meer van deze omstandigheden op voorhand is uitgesloten. Indien de deskundige dit oordeel was toegedaan, had zij dat wel opgeschreven. De rechtbank komt dit aannemelijk voor en volgt de gemachtigde van het UWV hierin.
Eiser heeft tijdens de zitting aangevoerd dat hij al zeven tot acht jaar wordt behandeld, zonder verbetering en dat de behandeling (inmiddels) ook niet meer ziet op verbetering, maar op het leefbaar houden van de situatie. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt de beroepsgrond niet. In de eerste plaats gaat het in deze zaak om de medische situatie van eiser en de prognose per 15 maart 2023. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b, zoals hiervoor al geoordeeld, voldoende gemotiveerd dat er op de datum in geding geen sprake was van duurzaamheid, omdat er nog behandelmogelijkheden waren. Niet is gebleken dat eiser deze behandelingsmogelijkheden reeds op de datum in geding had benut. Eiser heeft tijdens de zitting een brief van zijn behandelend psychiater van 16 juli 2026 overgelegd. Uit die brief volgt dat eiser sinds april 2019 in behandeling is bij haar, er sprake is van een duurzame medische problematiek, waarbij geen zicht is op enige verbetering noch van genezing en dat “enige” belasting de situatie zal verergeren. Deze brief geeft onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de standpunten van de verzekeringsarts b&b en de deskundige, omdat de behandelend psychiater haar standpunt niet met argumenten (bijvoorbeeld over gevolgde behandelingen in de periode vanaf april 2019) heeft onderbouwd en ook niet duidelijk heeft gemaakt dat haar verklaring ziet op de datum in geding. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Het UWV heeft op goede gronden aangenomen dat eiser per 15 maart 2023 niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt is. Het bestreden besluit blijft daarom in stand. Omdat het beroep niet slaagt, krijgt eiser geen vergoeding voor zijn proceskosten en krijgt hij het betaalde griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. van Lee, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
Inkomensvoorziening Volledig arbeidsongeschikten.
Zie de uitspraak van de CRvB van 4 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1896.
Zie de uitspraak van de CRvB van 17 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:112.
Tricyclische antidepressiva.
Electroconvulsietherapie.
Narratieve Exposure Therapie.
Geen benutbare mogelijkheden. Vgl. Artikel 2, vijfde lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8304
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de duurzaamheid van eisers beperkingen voor arbeid in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiser is het niet eens met de toekenning van een WGA-uitkering. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat hij daarom recht heeft op een IVA-uitkering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van eisers standpunt.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat eiser per 15 maart 2023 niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 27 december 2022 is eisers loongerelateerde WGA-uitkering per 15 maart 2023 omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering. Met het bestreden besluit van 16 oktober 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
De feiten
3. Eiser, geboren op [geboortedatum] , heeft gedurende gemiddeld 36 uur per week gewerkt als productiemedewerker bij zijn (ex-)werkgever. Hij is op 18 maart 2019 uitgevallen voor dit werk wegens gezondheidsklachten. Aan eiser is ziekengeld op grond van de Ziektewet toegekend. Na 104 weken van arbeidsongeschiktheid heeft eiser een WIA-uitkering aangevraagd. Met de beslissing van 25 januari 2021 is aan eiser per 15 maart 2021 een WIA-uitkering toegekend, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Met het besluit van 27 december 2022 is eisers loongerelateerde WGA-uitkering per 15 maart 2023, zijnde de datum in geding, omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering.
4.1.
Met het besluit van 16 oktober 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft geen recht op een IVA-uitkering. De per 15 maart 2023 toegekende uitkering blijft ongewijzigd. Aan het besluit van 27 december 2022 lag geen sociaal-medische beoordeling ten grondslag. Daarom is eiser door een verzekeringsarts onderzocht. De bevindingen van de verzekeringsarts zijn vastgelegd in de rapportage van 4 juli 2024. De verzekeringsarts concludeert dat eiser per 15 maart 2023 geen benutbare mogelijkheden (gbm) heeft. Er is echter te weinig informatie voorhanden om de duurzaamheid vast te kunnen stellen, mede omdat de behandelend psychiater van eiser de met het oog daarop gestelde vragen niet heeft beantwoord.
Vervolgens heeft een heroverweging door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) plaatsgevonden. Om de duurzaamheid van eisers volledige arbeidsongeschiktheid te kunnen beoordelen, heeft de verzekeringsarts b&b psychiater [psychiater 1] , verbonden aan WPEX (hierna: de deskundige), om een expertise verzocht. Op grond van de onderzoeksbevindingen van de deskundige (neergelegd in een rapport dat op 22 augustus 2024 is uitgebracht) is de verzekeringsarts b&b in haar rapport van 30 augustus 2024 tot de conclusie gekomen dat er bij eiser nog geen sprake is van een eindtoestand, omdat er nog behandelmogelijkheden zijn. Op basis daarvan wordt eiser per de datum in geding wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt geacht.
Is eiser duurzaam volledig arbeidsongeschikt?
5. Niet in geschil is dat eiser volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. De vraag is of de volledige arbeidsongeschiktheid van eiser moet worden geacht duurzaam te zijn, zodat eiser op grond van artikel 48 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering.
5.1.
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
5.2.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in zijn uitspraak van 4 februari 2009 geoordeeld dat de verzekeringsarts zich een oordeel dient te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA. Hierbij moet hij een inschatting maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar na het ontstaan van het recht op uitkering en in de periode daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn, voor zover die feiten en omstandigheden betrekking hebben op de medische situatie van de verzekerde op de datum in geding. Indien die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsartsen van het UWV toereikend gemotiveerd dat eiser per de datum in geding niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet WIA. De rechtbank licht dit oordeel hieronder nader toe.
Medische rapportages van de verzekeringsartsen en de deskundige
6. De verzekeringsarts heeft in de rapportage van 4 juli 2024 overwogen dat er “beperkt” informatie over de toestand van eiser kan worden verkregen. Eiser verwijst tijdens het spreekuur al snel naar zijn behandelend psychiater, [psychiater 2] , voor meer informatie. Om die reden heeft de verzekeringsarts bij deze psychiater meermaals informatie opgevraagd, maar ten tijde van het uitbrengen van het rapport was die informatie nog niet verkregen. Duurzaamheid kan op basis van de informatie uit het dossier niet worden vastgesteld, aldus de verzekeringsarts. Meer in het bijzonder overweegt de verzekeringsarts ten aanzien van de prognose:
“Deze is niet goed te beoordelen. Er is om aanvullende info bij de behandelaar verzocht om een betere inschatting van o.a. de prognose te kunnen maken. Nu deze informatie niet voorhanden is, is een blijvend slechte prognose niet te onderbouwen. Bij de voorgaande beoordeling is de mogelijkheid van verbetering middels adequate behandeling genoemd. Dit lijkt niet vooralsnog niet te zijn opgetreden, maar de reden van stagnatie is niet duidelijk. Ik houd vooralsnog de mogelijkheid van verbetering open.”
6.1.
Ook de verzekeringsarts b&b heeft ook geen informatie van de behandelend psychiater ontvangen en daarom, zoals gezegd, de deskundige ingeschakeld voor een expertise. De deskundige heeft eiser gezien op het spreekuur van 1 augustus 2024 en heeft een verslag van de behandelend psychiater van 21 november 2019 en een verslag van de bedrijfsarts van 11 maart 2020 betrokken bij haar beoordeling. De deskundige overweegt in het expertiserapport van 22 augustus 2024 voor zover van belang als volgt:
“Onderzochte is als jongeman behandeld voor het doorgemaakte trauma (hij zou zijn opgenomen, hoe de behandeling er verder inhoudelijk uit heeft gezien wordt niet bekend, onderzochte kan dit niet toelichten) en heeft naderhand de draad weer opgepakt, door de gebeurtenis zoveel mogelijk te verdringen. Zijn moeder was hierin zijn steun en toeverlaat. Toen zij ziek werd in 2018 is hij psychisch uit balans geraakt, hij werd somber, begon zich meer en meer terug te trekken en ging klaarblijkelijk disfunctioneren op het werk. Mogelijk was hij ook prikkelbaar (gezien de ruzies op het werk). Sinds 2019 tot nu is hij in behandeling geweest bij Joy GGZ (combinatie van farmacotherapie en CGT en EMDR). De traumabehandeling sloeg niet aan. Onderzochte is een zeer introverte man, die zijn gevoelens niet gemakkelijk uit, hij ging steeds meer vermijden en werd steeds passiever waardoor hij verder in een isolement terecht kwam. Op dit moment is het contact met de psychiater vooral stuttend en steunend en gericht op enige activering.
De behandeling lijkt te zijn vastgelopen en de vraag is ook of het mogelijk is, gezien de enorme initiatiefloosheid en passiviteit, om ambulant tot verbetering te komen met een zo lage behandelintensiteit. Er lijkt echter nog geen sprake van een eindsituatie, immers conform de richtlijn depressieve stoornissen zijn er nog vervolgstappen in de medicamenteuze behandeling mogelijk; zo kan de stap gezet worden naar een TCA en de behandelintensiteit kan nog worden opgevoerd (deel- of dagbehandeling met activerende onderdelen). Afgaande op de website van Joy GGZ is er binnen deze instelling geen mogelijkheid voor deeltijd- of dagbehandeling en zal onderzochte moeten worden doorverwezen naar een andere instelling. Wanneer er adequate behandeling van de depressieve klachten tot stand komt, ontstaat er wellicht ook een opening om de traumagerelateerde klachten verder te behandelen (exposure, EMDR). Mogelijk problematisch hierbij echter is de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal. Gezien het inmiddels chronische karakter van de klachten en deconditionering bij onderzochte door zijn inactieve levensstijl, gaat het vermoedelijk om een langer durend traject (er moet rekening gehouden worden met zeker een jaar).
[…]
Er zijn onderhoudende factoren in de persoon van onderzochte zelf, hij heeft een zeer passieve, disfunctionele coping (terugtrekken en niet praten) en ondanks dat de vrouw van onderzochte aangeeft dat zij de opdracht krijgt om onderzochte te stimuleren tot activiteiten (naar de culturele vereniging gaan, stofzuigen, wandelen) is het voor onderzoeker de vraag in hoeverre zij voldoende druk kan uitoefenen op onderzochte om daadwerkelijk tot iets te komen, gezien de traditionele rolverdeling tussen hen beiden. Vanuit de depressieve stoornis worden de initiatiefloosheid, schuldgevoel en gevoelens van insufficiëntie versterkt.
[…]
Er is zeker nog geen sprake van een medische eindtoestand; conform de richtlijn Depressieve stoornissen zijn er o.a. qua farmacotherapie nog mogelijkheden (overgaan op een TCA, additie van lithium, toepassen ECT) en ook qua psychotherapeutische behandeling. EMDR is geprobeerd, maar er zijn nog andere mogelijkheden zoals NET of imaginaire exposure. Wellicht is er meer ingang voor traumatherapie als met medicatie enige stemmingsverbetering kan worden bewerkstelligd. Idealiter zou bijvoorbeeld een dagbehandeling passend zijn, waarbij onderzochte wordt geactiveerd en weer in contact komt met anderen, echter is de vraag of deze mogelijkheid er is gezien de beperkte Nederlandse taalbeheersing.”
6.2.
De verzekeringsarts b&b overweegt in de rapportage van 30 augustus 2024 op basis van de bevindingen uit de expertiserapportage, onder meer als volgt:
“De afwezigheid van belastbaarheid vanwege ernstig psychiatrisch ziektebeeld wordt bevestigd middels de expertise. Er is nog geen sprake van een eindtoestand, omdat ten eerste nog niet alle behandelmogelijkheden bij een depressie zijn uitgevoerd, er nog behandelingsmogelijkheden openstaan, maar ook aanvullende behandelingen nog mogelijk zijn, waaronder dagbehandeling. Dit alles zal echter langer dan een jaar duren aldus de psychiater.
Gelet op de verzekeringsgeneeskundige richtlijn moet gesteld worden dat ten eerste er geen sprake is van een progressieve aandoening of een stabiele aandoening zonder behandelmogelijkheden ([stap l]).
Stap 2: is verbetering binnen een jaar haalbaar: nee
Stap 3: Als in het eerste jaar niet of nauwelijks verbetering kan worden verwacht, beoordeelt de verzekeringsarts of en zo ja in hoeverre die na het eerstkomende jaar kan worden verwacht. Dat is het geval wanneer op grond van kennis en ervaring vaststaat, dat een behandeling -gegeven de aard en de complexiteit van het ziektebeeld- pas na langere tijd tot verbetering van de belastbaarheid kan leiden. Bij de vraag of er sprake is van duurzaamheid gaat het om een inschatting van de toekomstige ontwikkelingen van de arbeidsbeperkingen. De inschatting van de kans op herstel in het eerste jaar en daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de betreffende individuele verzekerde aan de orde zijn.
Om deze vraag te beantwoorden is een expertise verricht door een psychiater.
Kort samengevat (zie hierboven uitgebreider): Verbetering is mogelijk in de jaren na het komend jaar bij aanvullende geadviseerde behandelingen bij een depressie, waaronder evt ook intensievere behandeling.”
6.3.
De rechtbank acht de motivering van de verzekeringsarts b&b van haar standpunt dat per de datum in geding geen sprake was van duurzame (volledige) arbeidsongeschiktheid, met name gelet op de bevindingen in de expertiserapportage, inzichtelijk en navolgbaar. De rechtbank begrijpt dat de verzekeringsarts b&b overweegt dat er nog geen sprake is van een eindsituatie. Hoewel in het eerstkomende jaar de herstelkansen gering zijn, is in de daaropvolgende jaren verbetering mogelijk. Op basis van de richtlijn depressieve stoornissen zijn er nog vervolgstappen mogelijk. De deskundige wijst op farmacotherapie (overgaan op een TCA, additie van lithium, toepassen van ECT) en psychotherapeutische behandelingen als NET en imaginaire exposure. Dit kan resulteren in stemmingsverbetering en activering van eiser. De rechtbank acht die onderbouwing voldoende concreet en toegespitst op de situatie van eiser. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat de gemachtigde van het UWV, desgevraagd op de zitting heeft verklaard dat het voor de verzekeringsarts b&b en de deskundige in dit geval niet mogelijk is om concreter aan te geven wat de invloed van de mogelijke behandelingen zou kunnen zijn voor de belastbaarheid van eiser, nu bij eiser een situatie van gbm is vastgesteld. Het gevolg van het aannemen van gbm is dat er geen functionele mogelijkhedenlijst is opgemaakt, zodat niet per onderdeel kan worden aangegeven waar verbetering kan worden verwacht. De rechtbank begrijpt dat het te verwachten gevolg van de mogelijke behandelingen voornamelijk is dat eiser wordt geactiveerd om tot iets te komen, waardoor naar verwachting ook de arbeidsbeperkingen van eiser minder ernstig worden.
Gewezen op de vele omstandigheden die een belemmering zouden kunnen vormen voor (een spoedig) herstel van eisers belastbaarheid die uit de expertiserapportage blijken, heeft de gemachtigde van het UWV tijdens de zitting naar voren gebracht dat de deskundige niet heeft opgeschreven dat verbetering vanwege één of meer van deze omstandigheden op voorhand is uitgesloten. Indien de deskundige dit oordeel was toegedaan, had zij dat wel opgeschreven. De rechtbank komt dit aannemelijk voor en volgt de gemachtigde van het UWV hierin.
Eiser heeft tijdens de zitting aangevoerd dat hij al zeven tot acht jaar wordt behandeld, zonder verbetering en dat de behandeling (inmiddels) ook niet meer ziet op verbetering, maar op het leefbaar houden van de situatie. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt de beroepsgrond niet. In de eerste plaats gaat het in deze zaak om de medische situatie van eiser en de prognose per 15 maart 2023. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b, zoals hiervoor al geoordeeld, voldoende gemotiveerd dat er op de datum in geding geen sprake was van duurzaamheid, omdat er nog behandelmogelijkheden waren. Niet is gebleken dat eiser deze behandelingsmogelijkheden reeds op de datum in geding had benut. Eiser heeft tijdens de zitting een brief van zijn behandelend psychiater van 16 juli 2026 overgelegd. Uit die brief volgt dat eiser sinds april 2019 in behandeling is bij haar, er sprake is van een duurzame medische problematiek, waarbij geen zicht is op enige verbetering noch van genezing en dat “enige” belasting de situatie zal verergeren. Deze brief geeft onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de standpunten van de verzekeringsarts b&b en de deskundige, omdat de behandelend psychiater haar standpunt niet met argumenten (bijvoorbeeld over gevolgde behandelingen in de periode vanaf april 2019) heeft onderbouwd en ook niet duidelijk heeft gemaakt dat haar verklaring ziet op de datum in geding. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Het UWV heeft op goede gronden aangenomen dat eiser per 15 maart 2023 niet duurzaam (volledig) arbeidsongeschikt is. Het bestreden besluit blijft daarom in stand. Omdat het beroep niet slaagt, krijgt eiser geen vergoeding voor zijn proceskosten en krijgt hij het betaalde griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. van Lee, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
Inkomensvoorziening Volledig arbeidsongeschikten.
Zie de uitspraak van de CRvB van 4 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1896.
Zie de uitspraak van de CRvB van 17 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:112.
Tricyclische antidepressiva.
Electroconvulsietherapie.
Narratieve Exposure Therapie.
Geen benutbare mogelijkheden. Vgl. Artikel 2, vijfde lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.