Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:5990
2026-06-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/05/467275
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering tot nakoming beschikking familierechter.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2015:1128 Hoge Raad 24-04-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (44.201 tekens)
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/467275 / KZ ZA 26-69
Vonnis in kort geding van 30 juni 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de eiser in conventie] ,
advocaat: mr. K. Broere,
tegen
[naam gedaagde in conventie]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
advocaat mr. L. Castelijns.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 22 van [de eiser in conventie] - de eis in reconventie met producties 1 tot en met 14 van [de gedaagde in conventie]
- de aanvullende producties 15 en 16 van [de gedaagde in conventie]- de mondelinge behandeling van 15 juni 2026- de pleitnota van [de eiser in conventie]- de pleitnota van [de gedaagde in conventie] .
2De feiten
2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [huwelijksplaats] in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
2.2.
[de eiser in conventie] heeft in juli 2024 een echtscheidingsverzoek ingediend. Bij beschikking van 9 juli 2025 is door de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, de echtscheiding uitgesproken (hierna: de echtscheidingsbeschikking).
2.3.
Partijen hebben drie kinderen, waarvan twee inmiddels meerderjarig. Alle drie de kinderen wonen momenteel volledig bij [de eiser in conventie] .
2.4.
Tot de gemeenschap van goederen van partijen behoort een drietal onroerende goederen:
1. de echtelijke woning aan de [adres 1] in [woonplaats] , gemeente [gemeente] , met
aangrenzend terrein (grasland) (hierna: de woning);
2. het perceel grond aan de [straatnaam] in [woonplaats] , gemeente [gemeente] (hierna: de grond);
3. de vakantiewoning in Oostenrijk inclusief inventaris (hierna: de vakantiewoning).
2.5.
In de echtscheidingsbeschikking is ten aanzien van de hiervoor genoemde onroerende goederen het volgende bepaald:
5.9.1.
voor zover dit nog niet is gebeurd: de man noemt binnen één week na de
datum van deze beschikking drie erkende Nederlandse taxateurs/makelaars voor
de vermogensbestanddelen 1 en 2 en drie erkende Oostenrijkse taxateurs/ makelaars voor het vermogensbestanddeel onder 3 aan de vrouw, van wie de vrouw er binnen één week daarna één Nederlandse uitkiest die belast wordt met de taxatie voor de vermogensbestanddelen onder 1 en 2 en één Zwitserse die belast wordt met de taxatie voor het vermogensbestanddeel onder 3. Indien de man niet binnen de termijn van één week drie Nederlandse makelaars en/of Zwitserse makelaars voorstelt, is de vrouw gerechtigd zelf een makelaar te kiezen. Indien omgekeerd de vrouw niet binnen één week uit de drie voorgestelde Nederlandse en/of Zwitserse makelaars een keuze maakt, is de man gerechtigd om zelf een van de drie makelaars uit te kiezen; partijen zullen binnen een week nadat de vrouw haar keuzes aan de man kenbaar heeft gemaakt opdracht geven aan de taxateur/ makelaars voornoemde vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 (bindend) te taxeren tegen de actuele waarde. Indien slechts een van de partijen binnen deze termijn een opdracht aan de makelaar heeft verstrekt, dan is deze na het verstrijken van de termijn bevoegd om als vertegenwoordiger van de andere partij de opdracht aan de makelaar te verstrekken.
5.9.2.
ieder van partijen draagt de helft van de kosten van de taxatie;
5.9.3.
de man krijgt gedurende drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de gelegenheid om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij (een van) de hiervoor genoemde vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3, kan overnemen tegen de taxatiewaarde ervan, waarbij geldt dat de man - voor zover aan de orde - de op (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3, rustende hypothecaire geldleningen bij de hypotheekverstrekker geheel voor zijn rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldleningen;
5.9.4.
de man moet de helft van de (over)waarde van de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3, bestaande uit de taxatiewaarde - en voor zover aan de orde - na aftrek van de hypothecaire schuld(en) op het moment van de notariële overdracht, aan de vrouw zal vergoeden;
5.9.5.
indien de man (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2, en 3 kan
overnemen onder voornoemde voorwaarden dient de levering daarvan plaats te vinden binnen één maand, nadat hij de vrouw binnen de termijn van drie maanden na het opmaken van het taxatierapport en na inschrijving echtscheiding schriftelijk heeft bericht dat hij (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 kan overnemen;
5.9.6.
de kosten van het notariële transport van (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 komen in dit geval voor rekening van de man;
5.9.7.
indien de man de vrouw binnen drie maanden bericht dat hij niet in staat is (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2, en 3 over te nemen, dan wel niet binnen de genoemde termijn van drie maanden schriftelijk heeft bericht dat hij in staat is een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 onder voormelde voorwaarden over te nemen, dan wel indien ondanks laatstgenoemd bericht het transport van een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 - buiten schuld van de vrouw niet uiterlijk een maand na dat bericht heeft plaatsgevonden, zal de woning door partijen te koop worden aangeboden door de makelaar die de taxatie heeft verricht;
5.9.8.
partijen dienen binnen een week nadat de hiervoor bedoelde omstandigheid zich voordoet een opdracht tot verkoop aan de makelaar te geven;
5.9.9.
bepaalt dat als een partij niet binnen deze termijn de opdracht tot verkoop aan de makelaar heeft gegeven, deze beschikking in de plaats treedt van en dezelfde kracht heeft als de ondertekende opdracht namens de desbetreffende partij;
5.9.10.
indien partijen niet uiterlijk binnen deze termijn gezamenlijk een verkoopopdracht hebben gegeven aan de makelaar, is ieder van partijen afzonderlijk bevoegd deze makelaar - mede als vertegenwoordiger van de ander - opdracht tot verkoop te geven;
5.9.11.
partijen zullen in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de (woning)markt ter plaatse en de kwaliteit van de woning/het perceel, bepalen;
5.9.12.
indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, zal de makelaar (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 te koop mogen aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;
5.9.13.
partijen zijn gehouden de aanwijzingen van de makelaar op te volgen;
5.9.14.
de man dient een sleutel aan de makelaar ter beschikking te stellen voor het maken van foto’s en het kunnen houden van bezichtigingen voor het vermogensbestanddeel onder 1 en 3;
5.9.15.
de man dient de woning onder 1 op orde te houden en aanwijzingen van de
makelaar terzake op te volgen;
5.9.16.
partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst voor (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;
5.9.17.
als de verkoopprijs bindend is vastgesteld zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3;
5.9.18.
na verkoop moet(en) met de verkoopopbrengst - voor zover aan de orde - de
hypothecaire geldlening(en) worden afgelost en de aan de verkoop verbonden kosten worden betaald; het eventuele restant moeten partijen bij helfte delen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat, moeten zij ieder de helft daarvan dragen; de verkoopkosten (kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering) zullen door partijen gezamenlijk gedragen worden, ieder voor de helft;
(…)
2.6.
Met betrekking tot de verdeling van de aandelen in [holding gedaagde in conventie] B.V. heeft de rechtbank het volgende bepaald.
5.10.4.
bepaalt dat de aandelen in [holding gedaagde in conventie] B.V. aan de man worden
toegedeeld, waarbij ten aanzien van de waarde geldt dat een door de vrouw en een door
de man aangewezen accountant de intrinsieke waarde van de onderneming samen
bindend zullen bepalen, waarbij zij ook rekening zullen houden met de latente
belastingclaim, de rekening-courantschuld en de waardering van de stille reserves en
waarbij geen sprake is goodwill en voor de peildatum voor de waardering kan worden
aangesloten bij 23 juli 2024 of, indien dat praktisch(er) is, bij 30 juni 2024 (einde tweede
kwartaal); In het geval de twee accountants geen overeenstemming bereiken, zullen zij
gezamenlijk een derde benoemen die de waarde bindend zal vaststellen met inachtneming
dezelfde uitgangspunten;
2.7.
De echtscheiding is op [echtscheidingsdatum] 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .
2.8.
Tussen partijen is in onderling overleg besloten de woning en de grond te laten taxeren door Thoma Post. Op 10 oktober en respectievelijk 16 oktober 2025 hebben partijen het definitieve taxatierapport van deze twee vermogensbestanddelen ontvangen. Daaruit blijkt een marktwaarde van € 875.000 voor de woning en € 66.500,- voor de grond. [de eiser in conventie] heeft deze vastgestelde waardes als bindend geaccepteerd.
2.9.
Partijen waren akkoord de vakantiewoning te laten taxeren door de heer [taxateur] van Schuster Immobilien. In een e-mail van 20 juli 2025 heeft hij een verkoopprijs geadviseerd van € 200.000,- / € 250.000,-. In een e-mail van 26 juli 2025 schreef Schuster echter dat hij niet bevoegd was om een officiële taxatie op te stellen. [de gedaagde in conventie] wilde vasthouden aan deze waardebepaling en geen nieuwe opdracht verstrekken aan een erkend taxateur.
2.10.
Op 18 december 2025 heeft [de eiser in conventie] aan Welte Immobilienbewertung een opdracht tot taxatie van de vakantiewoning verstrekt. In het taxatierapport van 14 januari 2026 werd een marktwaarde van € 190.000,- vastgesteld. [de eiser in conventie] heeft dit rapport diezelfde dag gedeeld met [de gedaagde in conventie] en hem medegedeeld dat met de ontvangst van dit taxatierapport de in de echtscheidingsbeschikking genoemde termijn van drie maanden aanvangt.
2.11.
In een e-mailwisseling van 27 februari 2026 tussen de advocaten van partijen hebben partijen overeenstemming bereikt over de waarde van € 875.000 voor de woning en € 66.500 voor het land en € 190.000 voor de vakantiewoning. De advocaat van [de gedaagde in conventie] heeft in haar e-mail van 27 februari verder geschreven:
“Termijn financiering en Waardering aandelen
U verwijst naar punt 5.9.3 van de echtscheidingsbeschikking waarin staat dat de man gedurende drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de gelegenheid krijgt om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten. Dit zou volgens u 14 januari zijn, reden waarom cliënt op 14 april zou moeten aantonen dat hij kan financieren. Een maand daarna dient volgens de beschikking echter pas geleverd te worden.
Deze drie maanden voor financiering gaan echter pas in na waardering van de aandelen, nu client immers ook de aandelen moet financieren. Die waardering is er nog niet vanwege vertraging door de door uw cliënt ingeschakelde Dick van Berkum,
(…)
Na de waardering van de aandelen zal ik u binnen 3 maanden schriftelijk met bewijsstukken onderbouwd berichten, waarna binnen een maand de levering plaats zal vinden, conform beschikking.”
2.12.
Op 13 april 2026 hebben partijen een (concept) akte van verdeling ontvangen van notaris [notaris] . Daarin worden alle onroerende zaken aan [de gedaagde in conventie] toegedeeld en wordt de overbedeling van hem vastgesteld op een bedrag van € 242.183,00.
2.13.
In een e-mail van 20 april 2026 geeft [de eiser in conventie] aan akkoord te gaan met het concept met een tweetal kleine aanpassingen.
2.14.
[de eiser in conventie] heeft op 17 april 2026 opdracht gegeven aan een makelaar om de woning te verkopen. De makelaar heeft partijen op 29 april 2026 bericht dat de wensen van partijen uiteenlopen omdat [de eiser in conventie] zo snel mogelijk wil starten met de openbare verkoop en [de eiser in conventie] de woning zelf wil overnemen en dat hij alleen kan afwachten op een overeenstemming vanuit beide partijen. Verder heeft [de eiser in conventie] begin mei 2026 opdracht gegeven aan een makelaar om de vakantiewoning te verkopen. Inmiddels heeft de makelaar meerdere biedingen ontvangen voor de vakantiewoning variërend tussen de € 235.000,00 en € 305.000,00 euro.
2.15.
Tot op heden heeft nog geen verdeling van de vermogensbestanddelen tussen partijen plaatsgevonden.
3Het geschil in conventie en in reconventie
3.1.
[de eiser in conventie] vordert in conventie – verkort weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Ten aanzien van de woning:
3.1.1.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om uiterlijk dertig dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen en ontruimd te laten, onder afgifte van de sleutels aan [de eiser in conventie] ;
3.1.2.
[de eiser in conventie] te machtigen na ommekomst van de termijn van dertig dagen de woning te ontruimen en ontruimd te houden, op kosten van [de gedaagde in conventie] indien hij in gebreke blijft aan het onder 3.1.1. gevorderde te voldoen;
Primair
3.1.3.
[de eiser in conventie] met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen de woning te gelde te maken en haar met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen al het nodige te doen tot verkoop en levering van de woning;
Subsidiair
3.1.4.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de woning op de wijze als omschreven in het petitum van de dagvaarding onder A tot en met D;
3.1.5.
te bepalen dat, indien [de gedaagde in conventie] binnen de hiervoor onder 3.1.4. genoemde termijn geen medewerking verleent aan de verkoop van de woning zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding onder A tot en met D, dit vonnis in de plaats treedt van de door [de gedaagde in conventie] te verrichten rechtshandelingen;
Ten aanzien van de grond:
Primair
3.1.6.
[de eiser in conventie] met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen de grond te gelde te maken en haar met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen al het nodige te doen tot verkoop en levering van de grond;
Subsidiair
3.1.7.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de grond op de wijze als omschreven in het petitum van de dagvaarding onder F tot en met I;
3.1.8.
te bepalen dat, indien [de gedaagde in conventie] binnen de hiervoor onder 3.1.7. genoemde termijn geen medewerking verleent aan de verkoop van de grond zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding onder F tot en met I, dit vonnis in de plaats treedt van de door [de gedaagde in conventie] te verrichten rechtshandelingen;
Ten aanzien van de vakantiewoning met bijbehorende inventaris:
Primair
3.1.9.
[de eiser in conventie] met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen de vakantiewoning inclusief bijbehorende inventaris te gelde te maken en haar met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen al het nodige te doen tot verkoop en levering van de vakantiewoning;
Subsidiair
3.1.10.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de vakantiewoning inclusief bijbehorende inventaris op de wijze als omschreven in het petitum van de dagvaarding onder K tot en met N;
3.1.11.
te bepalen dat, indien [de gedaagde in conventie] binnen de hiervoor onder 3.1.10. genoemde termijn geen medewerking verleent aan de verkoop van de grond zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding onder K tot en met N, dit vonnis in de plaats treedt van de door [de gedaagde in conventie] te verrichten rechtshandelingen;
Ten aanzien van gemaakte taxatiekosten
3.1.12.
te bepalen dat [de gedaagde in conventie] gehouden is om vanwege de taxatie door Welte Immobilienbewertung een bedrag van € 1.620,00 aan de vrouw te voldoen.
3.2.
[de eiser in conventie] legt – samengevat – aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [de gedaagde in conventie] heeft niet voldaan aan 5.9.3. van de echtscheidingsbeschikking, nu hij niet uiterlijk drie maanden na de laatste taxatie van 14 januari 2026, dus op 14 april 2026, dan wel op de door [de gedaagde in conventie] zelf genoemde datum van 27 mei 2026 aan [de eiser in conventie] schriftelijk onderbouwd met bewijsstukken heeft laten weten of hij (één van) de onroerende zaken over kan nemen. Hierdoor treedt rechtsoverweging 5.9.7 e.v. van de echtscheidingsbeschikking in werking en [de eiser in conventie] vordert nakoming hiervan. Zij heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen omdat zij verstoken blijft van haar aandeel in de overwaarde en zij dat geld nodig heeft mede in verband met de studie van één van de kinderen en [de eiser in conventie] ook zelf niet verder kan zolang zij hoofdelijk verbonden blijft aan de hypothecaire geldlening. [de eiser in conventie] wil zo snel mogelijk uit de onverdeeldheid raken.
3.3.
[de gedaagde in conventie] voert verweer. [de gedaagde in conventie] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser in conventie] .
3.4.
[de gedaagde in conventie] voert – kort weergegeven – het volgende aan.
[de gedaagde in conventie] heeft alles wat in de echtscheidingsbeschikking staat uitgevoerd. Hij heeft aangetoond dat hij [de eiser in conventie] haar aandeel in de overwaarde kan betalen. De situatie dat [de eiser in conventie] nog niet kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening komt voort uit de weigering van [de eiser in conventie] zelf om mee te werken aan het gelijktijdig leveren van het onroerend goed met de aandelen. Het belang van [de gedaagde in conventie] bij overname van het onroerend goed weegt zwaarder dan het belang van [de eiser in conventie] bij het uitvoeren van de echtscheidingsbeschikking. Verder heeft [de eiser in conventie] geen spoedeisend belang bij haar vorderingen en tot slot leent deze zaak, die een verdeling inhoudt, zich naar zijn aard niet voor een kort geding.
3.5.
[de gedaagde in conventie] vordert gelet op het voorgaande in reconventie na vermeerdering van eis – verkort weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
3.5.1.
[de eiser in conventie] te veroordelen tot medewerking aan de toedeling aan [de gedaagde in conventie] van:
de woning tegen een waarde van € 875.000;
de grond tegen een waarde van € 66.500;
het appartement in Oostenrijk tegen een waarde van € 190.000;
middels de door notaris [notaris] opgesteld akte van verdeling, althans een zodanige beslissing over de toedeling, waarde en termijn voor levering te nemen dat [de gedaagde in conventie] in staat is het onroerend goed toebedeeld te krijgen ook zonder medewerking van [de eiser in conventie] , onder de voorwaarde dat [de eiser in conventie] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek wordt ontslagen, althans een zodanige beslissing over de termijn en wijze van toedeling van de woning, het perceel grond en het appartement in Oostenrijk aan [de gedaagde in conventie] als de voorzieningenrechter juist acht;
3.5.2.
[de eiser in conventie] op straffe van een dwangsom te veroordelen tot afgifte van de inloggegevens van booking.com voor de vakantiewoning binnen 24 uur na betekening van dit vonnis;
3.5.3.
[de eiser in conventie] te veroordelen tot nakoming van de gemaakte afspraak tussen de
partijdeskundigen over, althans tot het verlenen van medewerking aan, de toedeling aan [de gedaagde in conventie] van de Aandelen in [holding gedaagde in conventie] voor een bedrag van € 300.000 minus de rekening courant schuld van € 188.719,50 (= € 125.567 gedeeld door 2), zodat aan [de eiser in conventie] bij levering een bedrag van € 62.784 wordt voldaan, middels een door notaris
[notaris] op te stellen verdelingsakte, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats treedt
voor de benodigde toestemming/medewerking van [de eiser in conventie] , althans een zodanige
beslissing over de toedeling, waarde en termijn voor levering te nemen dat [de gedaagde in conventie] in staat is de aandelen toebedeeld te krijgen ook zonder medewerking van [de eiser in conventie] .
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling in conventie en reconventie
4.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich gezien hun onderlinge samenhang voor gezamenlijke beoordeling.
4.2.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing is nodig dat partijen daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorzieningen worden verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.3.
Partijen hebben over en weer voldoende gesteld om een spoedeisend belang aan te nemen bij hun vorderingen. Gelet hierop zijn zowel [de eiser in conventie] als [de gedaagde in conventie] , in conventie en in reconventie, ontvankelijk in hun vorderingen.
4.4.
In deze zaak heeft de bodemrechter in de echtscheidingsbeschikking al een oordeel gegeven over de hoofdzaak. De voorzieningenrechter moet in beginsel zijn beslissing op dat oordeel van de bodemrechter afstemmen. Slechts onder omstandigheden kan plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, bijvoorbeeld als de beschikking van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen die beschikking aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, alsook als sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter, ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen.
Heeft [de gedaagde in conventie] voldaan aan de echtscheidingsbeschikking?
4.5.
De rechtbank heeft in de echtscheidingsbeschikking een zogenoemd spoorboekje opgenomen waarin de wijze van verdeling van de woning, de grond en de vakantiewoning is gelast. Dat deel van het spoorboekje dat hier van belang is, is hiervoor weergegeven bij de feiten. Partijen verschillen van mening over de termijn die in dat spoorboekje is opgenomen om [de gedaagde in conventie] in de gelegenheid te stellen om [de eiser in conventie] schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij (een van) deze drie onroerende zaken kan overnemen tegen de taxatiewaarde ervan, waarbij geldt dat [de gedaagde in conventie] – voor zover aan de orde – de op (één van) deze zaken rustende hypothecaire geldleningen bij de hypotheekverstrekker geheel voor zijn rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en [de eiser in conventie] zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldleningen.
4.6.
Volgens [de eiser in conventie] is die termijn aangevangen drie maanden vanaf de datum van het laatste taxatierapport van 14 januari 2026 en daarmee geëindigd op 14 april 2026. [de gedaagde in conventie] stelt dat die termijn pas is aangevangen nadat partijen akkoord waren met de getaxeerde waarden, dus op 27 februari 2026. [de gedaagde in conventie] stelt ook dat hij binnen de termijn heeft aangetoond de onroerende zaken tegen de getaxeerde waarden te kunnen overnemen en dat de termijn voor levering pas afloopt op 27 juni 2026. Verder stelt [de gedaagde in conventie] dat hij door toedoen van [de eiser in conventie] niet eerder in staat is geweest een financieringsaanvraag te doen voor ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en dat de
uitloop van een maand voor de financiering geen zodanig gebrek is dat daarvoor het gevolg
van verkoop van de vermogensbestanddelen gerechtvaardigd is.
4.7.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de tekst van de echtscheidingsbeschikking duidelijk is over de termijn, namelijk “drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking”. Het laatste taxatierapport is opgemaakt op 14 januari 2026. Echter ongeacht of die termijn is verstreken op 14 april 2026 of op 27 mei 2026 (drie maanden nadat partijen akkoord hadden over de verschillende taxatiewaarden), staat vast dat het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van [de eiser in conventie] tot op heden niet is geregeld. De bank heeft op 12 juni 2026 aanvullende vragen gemaild en daarbij aangegeven dat de hypotheekaanvraag van [de gedaagde in conventie] nog niet kan worden geaccepteerd omdat er nog onduidelijkheden bestaan over de afwikkeling van de aandelen in [holding gedaagde in conventie] B.V. Of daarover op korte termijn alsnog duidelijkheid kan worden gegeven is onzeker. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat partijen nog geen akkoord hebben over de waarde van de aandelen. [de eiser in conventie] was weliswaar bereid akkoord te gaan met de waardering van de aandelen zoals voorgesteld in de akte van levering van de notaris, maar alleen onder de voorwaarde dat partijen er op 15 juni 2026 uit zouden komen. Die voorwaarde is niet vervuld.
4.7.1.
[de gedaagde in conventie] heeft daarnaast nog een e-mail overgelegd van een financieel adviseur van Financieel Fit gedateerd 4 juni 2026, waarin staat dat een adviesrapport over ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid ter controle bij een 2e beoordelaar ligt en als zij de aanvraag akkoord hebben bevonden een offerte zal worden opgesteld en mede ontslag uit de hoofdelijkheid van [de eiser in conventie] uit de bestaande hypotheek wordt geregeld. Echter kon ook over die termijn ter zitting nog geen duidelijkheid worden gegeven, noch heeft [de gedaagde in conventie] nadere documenten over die aanvraag bij Financieel Fit overgelegd.
4.7.2.
Verder heeft [de eiser in conventie] ter zitting gesteld geen vertrouwen te hebben in de door [de gedaagde in conventie] gestelde financieringsmogelijkheid. Ook in dat kader stelt de voorzieningenrechter vast dat [de gedaagde in conventie] daarvoor slechts een summiere onderbouwing heeft overgelegd, namelijk een niet ondertekende “verklaring / concept lening” van 7 februari 2026 waarin staat dat GD Beheer B.V. bereid is hem een bedrag van € 250.000,00 ten titel van geldlening te verstrekken waarbij [de gedaagde in conventie] een recht van eerste hypotheek zal verstrekken op het aan hem in eigendom toebehorende appartement in Oostenrijk. Daarnaast is [de eiser in conventie] inmiddels niet meer bereid de vakantiewoning voor € 190.000,00 te laten overnemen door [de gedaagde in conventie] nu er biedingen liggen die aanzienlijk hoger zijn dan de getaxeerde waarde.
Conclusie vorderingen in conventie
4.8.
Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de in de echtscheidingsbeschikking gegeven termijn voor overname door [de gedaagde in conventie] is verstreken en dat conform de echtscheidingsbeschikking een opdracht tot verkoop van de woning en vakantiewoning aan de makelaar kon worden gegeven, ook door [de eiser in conventie] alleen. Dat betekent dat ook de in het spoorboekje opgenomen vervolgstappen moeten worden gevolgd en [de gedaagde in conventie] medewerking moet verlenen aan de verkoop van de woningen en de grond. Daarmee zijn de subsidiaire vorderingen van [de eiser in conventie] ten aanzien van de woning, de grond en de vakantiewoning toewijsbaar. De voorzieningenrechter begrijpt daarbij dat waar [de eiser in conventie] in haar petitum onder G en J spreekt over de woning, zij heeft bedoeld het perceel grond. De voorzieningenrechter zal ook de daarbij gevorderde dwangsommen toewijzen, zij het wel gemaximeerd. De indeplaatsstelling wordt afgewezen omdat het de voorkeur verdient dat [de gedaagde in conventie] in beginsel betrokken blijft bij de verkoop van de onroerende zaken en de dwangsom daarbij als voldoende prikkel wordt gezien.
4.9.
De voorzieningenrechter zal de vordering tot ontruiming toewijzen, maar op een ruimere termijn dan gevorderd, namelijk uiterlijk één week voor levering van de woning aan een koper, dan wel binnen één maand nadat hem de ontruiming is aangezegd indien de makelaar bericht dat hij niet conform de veroordeling medewerking verleent aan het verkooptraject. [de eiser in conventie] heeft ook gevorderd haar te machtigen na ommekomst van de ontruimingstermijn de woning zelf te ontruimen zo nodig met behulp van de sterke arm, maar het hierna te geven bevel verschaft haar echter al zelf de titel om tot ontruiming van de echtelijke woning met behulp van de sterke arm over te gaan. De verzochte machtiging is daarvoor niet noodzakelijk. In zoverre zal de vordering dan ook worden afgewezen.
4.10.
De vordering tot betaling van de taxatiekosten zal conform het petitum onder 5.9.2 van de echtscheidingsbeschikking worden toegewezen.
Conclusie vorderingen in reconventie
4.11.
Het voorgaande betekent dat de reconventionele vordering van [de gedaagde in conventie] om [de eiser in conventie] te veroordelen tot medewerking aan toedeling van de woning, de grond en de vakantiewoning aan hem moet worden afgewezen. Ook de vordering om [de eiser in conventie] te veroordelen tot het verstrekken van de inloggegevens van Booking.com aan [de gedaagde in conventie] zal worden afgewezen, nu [de eiser in conventie] onweersproken heeft gesteld hem regelmatig op de hoogte te houden van de boekingen en zij deze boekingen tot op heden ook altijd zelf heeft geregeld.
4.12.
Nu ter zitting is gebleken dat partijen nog geen akkoord hebben bereikt over de waarde van de aandelen ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding [de eiser in conventie] te veroordelen tot medewerking van de toedeling aan [de gedaagde in conventie] van de aandelen in [holding gedaagde in conventie] op de wijze zoals door hem in reconventie gevorderd. In de echtscheidingsbeschikking is hierover immers al bepaald dat in het geval de twee accountants geen overeenstemming kunnen bereiken, zij eerst gezamenlijk een derde moeten benoemen die de waarde bindend zal vaststellen met inachtneming van dezelfde uitgangspunten. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om op dat punt van de echtscheidingsbeschikking af te wijken.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat volgt uit de aard van de voorziening.
Proceskosten
4.14.
Omdat het een familierechtelijke kwestie betreft, zullen de proceskosten tussen partijen (zowel in conventie als in reconventie) worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
In conventie
Ten aanzien van de woning
5.1.
veroordeelt [de gedaagde in conventie] om, zodra de woning is verkocht aan een derde, de woning uiterlijk binnen één week voor levering van de woning aan die derde, dan wel binnen één maand nadat hem de ontruiming is aangezegd indien de makelaar bericht dat hij niet conform de veroordeling medewerking verleent aan het verkooptraject, de woning te ontruimen en ontruimd te houden en de woning onder afgifte van de sleutels ter beschikking van de makelaar te stellen,
5.2.
beveelt [de gedaagde in conventie] om binnen één week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de onroerende zaak, staande en gelegen te (7245 PP) [woonplaats] (Gld) aan de [adres 1] , door binnen deze termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan [makelaardij] te [woonplaats] , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag
dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.3.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar mee te werken aan de verkoop en levering van de in 5.2. genoemde onroerende zaak in die zin dat [de gedaagde in conventie] uitvoering geeft aan hetgeen volgens de betreffende makelaar nodig is om de woning te verkopen, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het openstellen van de woning voor het maken van foto's en het laten plaatsvinden van bezichtigingen door de makelaar en potentiële kopers en adviezen ten aanzien van vraagprijs en laatprijs op te volgen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum € 15.000,-,
5.4.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar de verkoopakte te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat de man dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.5.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de notaris zijn medewerking te verlenen aan het transport en de levering van de in 5.2. genoemde onroerende zaak, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
Ten aanzien van de grond
5.6.
beveelt [de gedaagde in conventie] om binnen één week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van het perceel grond, staande en gelegen aan de [straatnaam] te [woonplaats] (Gld) nabij huisnummer [huisnummer] , door binnen deze termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan
[makelaardij] te Lochem , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per
dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.7.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar mee te werken aan de verkoop en levering van de genoemde onroerende zaak in die zin dat [de gedaagde in conventie] uitvoering geeft aan al hetgeen volgens de betreffende makelaar nodig is om het perceel grond te verkopen, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het toegankelijk houden van het perceel grond voor het maken van foto's en het laten plaatsvinden van bezichtigingen door de makelaar en potentiële kopers en adviezen ten aanzien van vraagprijs en laatprijs op te volgen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.8.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar de
verkoopakte te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per
dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.9.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de notaris zijn medewerking te verlenen aan het transport en de levering van de onroerende zaak, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
Ten aanzien van de vakantiewoning
5.10.
beveelt [de gedaagde in conventie] om binnen één week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van [adres 2] te Oostenrijk, appartement nr. [nummer] inclusief bijbehorende inventaris, door binnen deze termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan Schuster Immobilien, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.11.
beveelt [de gedaagde in conventie] op eerste verzoek van de makelaar om mee te werken aan de verkoop en levering van de in 5.10 genoemde onroerende zaak in die zin dat [de gedaagde in conventie] uitvoering geeft aan al hetgeen volgens de betreffende makelaar nodig is om de woning te verkopen, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het toegankelijk maken en houden van de vakantiewoning voor het maken van foto's en het laten plaatsvinden van
bezichtigingen door de makelaar en potentiële kopers en adviezen ten aanzien van vraagprijs en laatprijs op te volgen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.12.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar de verkoopakte te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.13.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de notaris zijn medewerking te verlenen aan het transport en de levering van de onroerende zaak, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
Ten aanzien van de taxatiekosten
5.14.
bepaalt dat [de gedaagde in conventie] gehouden is om vanwege de taxatie door Welte
Immobilienbewertung een bedrag van € 1.620,- van [de eiser in conventie] te voldoen,
5.15.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.16.
wijst het anders of meer gevorderde af,
In reconventie
5.17.
wijst de vorderingen af
In conventie en in reconventie
5.18.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
Zie het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128).
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/467275 / KZ ZA 26-69
Vonnis in kort geding van 30 juni 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de eiser in conventie] ,
advocaat: mr. K. Broere,
tegen
[naam gedaagde in conventie]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
advocaat mr. L. Castelijns.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 22 van [de eiser in conventie] - de eis in reconventie met producties 1 tot en met 14 van [de gedaagde in conventie]
- de aanvullende producties 15 en 16 van [de gedaagde in conventie]- de mondelinge behandeling van 15 juni 2026- de pleitnota van [de eiser in conventie]- de pleitnota van [de gedaagde in conventie] .
2De feiten
2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [huwelijksplaats] in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
2.2.
[de eiser in conventie] heeft in juli 2024 een echtscheidingsverzoek ingediend. Bij beschikking van 9 juli 2025 is door de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, de echtscheiding uitgesproken (hierna: de echtscheidingsbeschikking).
2.3.
Partijen hebben drie kinderen, waarvan twee inmiddels meerderjarig. Alle drie de kinderen wonen momenteel volledig bij [de eiser in conventie] .
2.4.
Tot de gemeenschap van goederen van partijen behoort een drietal onroerende goederen:
1. de echtelijke woning aan de [adres 1] in [woonplaats] , gemeente [gemeente] , met
aangrenzend terrein (grasland) (hierna: de woning);
2. het perceel grond aan de [straatnaam] in [woonplaats] , gemeente [gemeente] (hierna: de grond);
3. de vakantiewoning in Oostenrijk inclusief inventaris (hierna: de vakantiewoning).
2.5.
In de echtscheidingsbeschikking is ten aanzien van de hiervoor genoemde onroerende goederen het volgende bepaald:
5.9.1.
voor zover dit nog niet is gebeurd: de man noemt binnen één week na de
datum van deze beschikking drie erkende Nederlandse taxateurs/makelaars voor
de vermogensbestanddelen 1 en 2 en drie erkende Oostenrijkse taxateurs/ makelaars voor het vermogensbestanddeel onder 3 aan de vrouw, van wie de vrouw er binnen één week daarna één Nederlandse uitkiest die belast wordt met de taxatie voor de vermogensbestanddelen onder 1 en 2 en één Zwitserse die belast wordt met de taxatie voor het vermogensbestanddeel onder 3. Indien de man niet binnen de termijn van één week drie Nederlandse makelaars en/of Zwitserse makelaars voorstelt, is de vrouw gerechtigd zelf een makelaar te kiezen. Indien omgekeerd de vrouw niet binnen één week uit de drie voorgestelde Nederlandse en/of Zwitserse makelaars een keuze maakt, is de man gerechtigd om zelf een van de drie makelaars uit te kiezen; partijen zullen binnen een week nadat de vrouw haar keuzes aan de man kenbaar heeft gemaakt opdracht geven aan de taxateur/ makelaars voornoemde vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 (bindend) te taxeren tegen de actuele waarde. Indien slechts een van de partijen binnen deze termijn een opdracht aan de makelaar heeft verstrekt, dan is deze na het verstrijken van de termijn bevoegd om als vertegenwoordiger van de andere partij de opdracht aan de makelaar te verstrekken.
5.9.2.
ieder van partijen draagt de helft van de kosten van de taxatie;
5.9.3.
de man krijgt gedurende drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de gelegenheid om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij (een van) de hiervoor genoemde vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3, kan overnemen tegen de taxatiewaarde ervan, waarbij geldt dat de man - voor zover aan de orde - de op (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3, rustende hypothecaire geldleningen bij de hypotheekverstrekker geheel voor zijn rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldleningen;
5.9.4.
de man moet de helft van de (over)waarde van de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3, bestaande uit de taxatiewaarde - en voor zover aan de orde - na aftrek van de hypothecaire schuld(en) op het moment van de notariële overdracht, aan de vrouw zal vergoeden;
5.9.5.
indien de man (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2, en 3 kan
overnemen onder voornoemde voorwaarden dient de levering daarvan plaats te vinden binnen één maand, nadat hij de vrouw binnen de termijn van drie maanden na het opmaken van het taxatierapport en na inschrijving echtscheiding schriftelijk heeft bericht dat hij (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 kan overnemen;
5.9.6.
de kosten van het notariële transport van (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 komen in dit geval voor rekening van de man;
5.9.7.
indien de man de vrouw binnen drie maanden bericht dat hij niet in staat is (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2, en 3 over te nemen, dan wel niet binnen de genoemde termijn van drie maanden schriftelijk heeft bericht dat hij in staat is een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 onder voormelde voorwaarden over te nemen, dan wel indien ondanks laatstgenoemd bericht het transport van een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 - buiten schuld van de vrouw niet uiterlijk een maand na dat bericht heeft plaatsgevonden, zal de woning door partijen te koop worden aangeboden door de makelaar die de taxatie heeft verricht;
5.9.8.
partijen dienen binnen een week nadat de hiervoor bedoelde omstandigheid zich voordoet een opdracht tot verkoop aan de makelaar te geven;
5.9.9.
bepaalt dat als een partij niet binnen deze termijn de opdracht tot verkoop aan de makelaar heeft gegeven, deze beschikking in de plaats treedt van en dezelfde kracht heeft als de ondertekende opdracht namens de desbetreffende partij;
5.9.10.
indien partijen niet uiterlijk binnen deze termijn gezamenlijk een verkoopopdracht hebben gegeven aan de makelaar, is ieder van partijen afzonderlijk bevoegd deze makelaar - mede als vertegenwoordiger van de ander - opdracht tot verkoop te geven;
5.9.11.
partijen zullen in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de (woning)markt ter plaatse en de kwaliteit van de woning/het perceel, bepalen;
5.9.12.
indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, zal de makelaar (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 te koop mogen aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;
5.9.13.
partijen zijn gehouden de aanwijzingen van de makelaar op te volgen;
5.9.14.
de man dient een sleutel aan de makelaar ter beschikking te stellen voor het maken van foto’s en het kunnen houden van bezichtigingen voor het vermogensbestanddeel onder 1 en 3;
5.9.15.
de man dient de woning onder 1 op orde te houden en aanwijzingen van de
makelaar terzake op te volgen;
5.9.16.
partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst voor (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3 aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;
5.9.17.
als de verkoopprijs bindend is vastgesteld zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van (een van) de vermogensbestanddelen onder 1, 2 en 3;
5.9.18.
na verkoop moet(en) met de verkoopopbrengst - voor zover aan de orde - de
hypothecaire geldlening(en) worden afgelost en de aan de verkoop verbonden kosten worden betaald; het eventuele restant moeten partijen bij helfte delen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat, moeten zij ieder de helft daarvan dragen; de verkoopkosten (kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering) zullen door partijen gezamenlijk gedragen worden, ieder voor de helft;
(…)
2.6.
Met betrekking tot de verdeling van de aandelen in [holding gedaagde in conventie] B.V. heeft de rechtbank het volgende bepaald.
5.10.4.
bepaalt dat de aandelen in [holding gedaagde in conventie] B.V. aan de man worden
toegedeeld, waarbij ten aanzien van de waarde geldt dat een door de vrouw en een door
de man aangewezen accountant de intrinsieke waarde van de onderneming samen
bindend zullen bepalen, waarbij zij ook rekening zullen houden met de latente
belastingclaim, de rekening-courantschuld en de waardering van de stille reserves en
waarbij geen sprake is goodwill en voor de peildatum voor de waardering kan worden
aangesloten bij 23 juli 2024 of, indien dat praktisch(er) is, bij 30 juni 2024 (einde tweede
kwartaal); In het geval de twee accountants geen overeenstemming bereiken, zullen zij
gezamenlijk een derde benoemen die de waarde bindend zal vaststellen met inachtneming
dezelfde uitgangspunten;
2.7.
De echtscheiding is op [echtscheidingsdatum] 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .
2.8.
Tussen partijen is in onderling overleg besloten de woning en de grond te laten taxeren door Thoma Post. Op 10 oktober en respectievelijk 16 oktober 2025 hebben partijen het definitieve taxatierapport van deze twee vermogensbestanddelen ontvangen. Daaruit blijkt een marktwaarde van € 875.000 voor de woning en € 66.500,- voor de grond. [de eiser in conventie] heeft deze vastgestelde waardes als bindend geaccepteerd.
2.9.
Partijen waren akkoord de vakantiewoning te laten taxeren door de heer [taxateur] van Schuster Immobilien. In een e-mail van 20 juli 2025 heeft hij een verkoopprijs geadviseerd van € 200.000,- / € 250.000,-. In een e-mail van 26 juli 2025 schreef Schuster echter dat hij niet bevoegd was om een officiële taxatie op te stellen. [de gedaagde in conventie] wilde vasthouden aan deze waardebepaling en geen nieuwe opdracht verstrekken aan een erkend taxateur.
2.10.
Op 18 december 2025 heeft [de eiser in conventie] aan Welte Immobilienbewertung een opdracht tot taxatie van de vakantiewoning verstrekt. In het taxatierapport van 14 januari 2026 werd een marktwaarde van € 190.000,- vastgesteld. [de eiser in conventie] heeft dit rapport diezelfde dag gedeeld met [de gedaagde in conventie] en hem medegedeeld dat met de ontvangst van dit taxatierapport de in de echtscheidingsbeschikking genoemde termijn van drie maanden aanvangt.
2.11.
In een e-mailwisseling van 27 februari 2026 tussen de advocaten van partijen hebben partijen overeenstemming bereikt over de waarde van € 875.000 voor de woning en € 66.500 voor het land en € 190.000 voor de vakantiewoning. De advocaat van [de gedaagde in conventie] heeft in haar e-mail van 27 februari verder geschreven:
“Termijn financiering en Waardering aandelen
U verwijst naar punt 5.9.3 van de echtscheidingsbeschikking waarin staat dat de man gedurende drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de gelegenheid krijgt om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten. Dit zou volgens u 14 januari zijn, reden waarom cliënt op 14 april zou moeten aantonen dat hij kan financieren. Een maand daarna dient volgens de beschikking echter pas geleverd te worden.
Deze drie maanden voor financiering gaan echter pas in na waardering van de aandelen, nu client immers ook de aandelen moet financieren. Die waardering is er nog niet vanwege vertraging door de door uw cliënt ingeschakelde Dick van Berkum,
(…)
Na de waardering van de aandelen zal ik u binnen 3 maanden schriftelijk met bewijsstukken onderbouwd berichten, waarna binnen een maand de levering plaats zal vinden, conform beschikking.”
2.12.
Op 13 april 2026 hebben partijen een (concept) akte van verdeling ontvangen van notaris [notaris] . Daarin worden alle onroerende zaken aan [de gedaagde in conventie] toegedeeld en wordt de overbedeling van hem vastgesteld op een bedrag van € 242.183,00.
2.13.
In een e-mail van 20 april 2026 geeft [de eiser in conventie] aan akkoord te gaan met het concept met een tweetal kleine aanpassingen.
2.14.
[de eiser in conventie] heeft op 17 april 2026 opdracht gegeven aan een makelaar om de woning te verkopen. De makelaar heeft partijen op 29 april 2026 bericht dat de wensen van partijen uiteenlopen omdat [de eiser in conventie] zo snel mogelijk wil starten met de openbare verkoop en [de eiser in conventie] de woning zelf wil overnemen en dat hij alleen kan afwachten op een overeenstemming vanuit beide partijen. Verder heeft [de eiser in conventie] begin mei 2026 opdracht gegeven aan een makelaar om de vakantiewoning te verkopen. Inmiddels heeft de makelaar meerdere biedingen ontvangen voor de vakantiewoning variërend tussen de € 235.000,00 en € 305.000,00 euro.
2.15.
Tot op heden heeft nog geen verdeling van de vermogensbestanddelen tussen partijen plaatsgevonden.
3Het geschil in conventie en in reconventie
3.1.
[de eiser in conventie] vordert in conventie – verkort weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Ten aanzien van de woning:
3.1.1.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om uiterlijk dertig dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen en ontruimd te laten, onder afgifte van de sleutels aan [de eiser in conventie] ;
3.1.2.
[de eiser in conventie] te machtigen na ommekomst van de termijn van dertig dagen de woning te ontruimen en ontruimd te houden, op kosten van [de gedaagde in conventie] indien hij in gebreke blijft aan het onder 3.1.1. gevorderde te voldoen;
Primair
3.1.3.
[de eiser in conventie] met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen de woning te gelde te maken en haar met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen al het nodige te doen tot verkoop en levering van de woning;
Subsidiair
3.1.4.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de woning op de wijze als omschreven in het petitum van de dagvaarding onder A tot en met D;
3.1.5.
te bepalen dat, indien [de gedaagde in conventie] binnen de hiervoor onder 3.1.4. genoemde termijn geen medewerking verleent aan de verkoop van de woning zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding onder A tot en met D, dit vonnis in de plaats treedt van de door [de gedaagde in conventie] te verrichten rechtshandelingen;
Ten aanzien van de grond:
Primair
3.1.6.
[de eiser in conventie] met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen de grond te gelde te maken en haar met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen al het nodige te doen tot verkoop en levering van de grond;
Subsidiair
3.1.7.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de grond op de wijze als omschreven in het petitum van de dagvaarding onder F tot en met I;
3.1.8.
te bepalen dat, indien [de gedaagde in conventie] binnen de hiervoor onder 3.1.7. genoemde termijn geen medewerking verleent aan de verkoop van de grond zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding onder F tot en met I, dit vonnis in de plaats treedt van de door [de gedaagde in conventie] te verrichten rechtshandelingen;
Ten aanzien van de vakantiewoning met bijbehorende inventaris:
Primair
3.1.9.
[de eiser in conventie] met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen de vakantiewoning inclusief bijbehorende inventaris te gelde te maken en haar met uitsluiting van [de gedaagde in conventie] te machtigen al het nodige te doen tot verkoop en levering van de vakantiewoning;
Subsidiair
3.1.10.
[de gedaagde in conventie] op straffe van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de vakantiewoning inclusief bijbehorende inventaris op de wijze als omschreven in het petitum van de dagvaarding onder K tot en met N;
3.1.11.
te bepalen dat, indien [de gedaagde in conventie] binnen de hiervoor onder 3.1.10. genoemde termijn geen medewerking verleent aan de verkoop van de grond zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding onder K tot en met N, dit vonnis in de plaats treedt van de door [de gedaagde in conventie] te verrichten rechtshandelingen;
Ten aanzien van gemaakte taxatiekosten
3.1.12.
te bepalen dat [de gedaagde in conventie] gehouden is om vanwege de taxatie door Welte Immobilienbewertung een bedrag van € 1.620,00 aan de vrouw te voldoen.
3.2.
[de eiser in conventie] legt – samengevat – aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [de gedaagde in conventie] heeft niet voldaan aan 5.9.3. van de echtscheidingsbeschikking, nu hij niet uiterlijk drie maanden na de laatste taxatie van 14 januari 2026, dus op 14 april 2026, dan wel op de door [de gedaagde in conventie] zelf genoemde datum van 27 mei 2026 aan [de eiser in conventie] schriftelijk onderbouwd met bewijsstukken heeft laten weten of hij (één van) de onroerende zaken over kan nemen. Hierdoor treedt rechtsoverweging 5.9.7 e.v. van de echtscheidingsbeschikking in werking en [de eiser in conventie] vordert nakoming hiervan. Zij heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen omdat zij verstoken blijft van haar aandeel in de overwaarde en zij dat geld nodig heeft mede in verband met de studie van één van de kinderen en [de eiser in conventie] ook zelf niet verder kan zolang zij hoofdelijk verbonden blijft aan de hypothecaire geldlening. [de eiser in conventie] wil zo snel mogelijk uit de onverdeeldheid raken.
3.3.
[de gedaagde in conventie] voert verweer. [de gedaagde in conventie] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser in conventie] .
3.4.
[de gedaagde in conventie] voert – kort weergegeven – het volgende aan.
[de gedaagde in conventie] heeft alles wat in de echtscheidingsbeschikking staat uitgevoerd. Hij heeft aangetoond dat hij [de eiser in conventie] haar aandeel in de overwaarde kan betalen. De situatie dat [de eiser in conventie] nog niet kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening komt voort uit de weigering van [de eiser in conventie] zelf om mee te werken aan het gelijktijdig leveren van het onroerend goed met de aandelen. Het belang van [de gedaagde in conventie] bij overname van het onroerend goed weegt zwaarder dan het belang van [de eiser in conventie] bij het uitvoeren van de echtscheidingsbeschikking. Verder heeft [de eiser in conventie] geen spoedeisend belang bij haar vorderingen en tot slot leent deze zaak, die een verdeling inhoudt, zich naar zijn aard niet voor een kort geding.
3.5.
[de gedaagde in conventie] vordert gelet op het voorgaande in reconventie na vermeerdering van eis – verkort weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
3.5.1.
[de eiser in conventie] te veroordelen tot medewerking aan de toedeling aan [de gedaagde in conventie] van:
de woning tegen een waarde van € 875.000;
de grond tegen een waarde van € 66.500;
het appartement in Oostenrijk tegen een waarde van € 190.000;
middels de door notaris [notaris] opgesteld akte van verdeling, althans een zodanige beslissing over de toedeling, waarde en termijn voor levering te nemen dat [de gedaagde in conventie] in staat is het onroerend goed toebedeeld te krijgen ook zonder medewerking van [de eiser in conventie] , onder de voorwaarde dat [de eiser in conventie] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek wordt ontslagen, althans een zodanige beslissing over de termijn en wijze van toedeling van de woning, het perceel grond en het appartement in Oostenrijk aan [de gedaagde in conventie] als de voorzieningenrechter juist acht;
3.5.2.
[de eiser in conventie] op straffe van een dwangsom te veroordelen tot afgifte van de inloggegevens van booking.com voor de vakantiewoning binnen 24 uur na betekening van dit vonnis;
3.5.3.
[de eiser in conventie] te veroordelen tot nakoming van de gemaakte afspraak tussen de
partijdeskundigen over, althans tot het verlenen van medewerking aan, de toedeling aan [de gedaagde in conventie] van de Aandelen in [holding gedaagde in conventie] voor een bedrag van € 300.000 minus de rekening courant schuld van € 188.719,50 (= € 125.567 gedeeld door 2), zodat aan [de eiser in conventie] bij levering een bedrag van € 62.784 wordt voldaan, middels een door notaris
[notaris] op te stellen verdelingsakte, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats treedt
voor de benodigde toestemming/medewerking van [de eiser in conventie] , althans een zodanige
beslissing over de toedeling, waarde en termijn voor levering te nemen dat [de gedaagde in conventie] in staat is de aandelen toebedeeld te krijgen ook zonder medewerking van [de eiser in conventie] .
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling in conventie en reconventie
4.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich gezien hun onderlinge samenhang voor gezamenlijke beoordeling.
4.2.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing is nodig dat partijen daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorzieningen worden verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.3.
Partijen hebben over en weer voldoende gesteld om een spoedeisend belang aan te nemen bij hun vorderingen. Gelet hierop zijn zowel [de eiser in conventie] als [de gedaagde in conventie] , in conventie en in reconventie, ontvankelijk in hun vorderingen.
4.4.
In deze zaak heeft de bodemrechter in de echtscheidingsbeschikking al een oordeel gegeven over de hoofdzaak. De voorzieningenrechter moet in beginsel zijn beslissing op dat oordeel van de bodemrechter afstemmen. Slechts onder omstandigheden kan plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, bijvoorbeeld als de beschikking van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen die beschikking aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, alsook als sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter, ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen.
Heeft [de gedaagde in conventie] voldaan aan de echtscheidingsbeschikking?
4.5.
De rechtbank heeft in de echtscheidingsbeschikking een zogenoemd spoorboekje opgenomen waarin de wijze van verdeling van de woning, de grond en de vakantiewoning is gelast. Dat deel van het spoorboekje dat hier van belang is, is hiervoor weergegeven bij de feiten. Partijen verschillen van mening over de termijn die in dat spoorboekje is opgenomen om [de gedaagde in conventie] in de gelegenheid te stellen om [de eiser in conventie] schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij (een van) deze drie onroerende zaken kan overnemen tegen de taxatiewaarde ervan, waarbij geldt dat [de gedaagde in conventie] – voor zover aan de orde – de op (één van) deze zaken rustende hypothecaire geldleningen bij de hypotheekverstrekker geheel voor zijn rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en [de eiser in conventie] zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldleningen.
4.6.
Volgens [de eiser in conventie] is die termijn aangevangen drie maanden vanaf de datum van het laatste taxatierapport van 14 januari 2026 en daarmee geëindigd op 14 april 2026. [de gedaagde in conventie] stelt dat die termijn pas is aangevangen nadat partijen akkoord waren met de getaxeerde waarden, dus op 27 februari 2026. [de gedaagde in conventie] stelt ook dat hij binnen de termijn heeft aangetoond de onroerende zaken tegen de getaxeerde waarden te kunnen overnemen en dat de termijn voor levering pas afloopt op 27 juni 2026. Verder stelt [de gedaagde in conventie] dat hij door toedoen van [de eiser in conventie] niet eerder in staat is geweest een financieringsaanvraag te doen voor ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en dat de
uitloop van een maand voor de financiering geen zodanig gebrek is dat daarvoor het gevolg
van verkoop van de vermogensbestanddelen gerechtvaardigd is.
4.7.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de tekst van de echtscheidingsbeschikking duidelijk is over de termijn, namelijk “drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking”. Het laatste taxatierapport is opgemaakt op 14 januari 2026. Echter ongeacht of die termijn is verstreken op 14 april 2026 of op 27 mei 2026 (drie maanden nadat partijen akkoord hadden over de verschillende taxatiewaarden), staat vast dat het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van [de eiser in conventie] tot op heden niet is geregeld. De bank heeft op 12 juni 2026 aanvullende vragen gemaild en daarbij aangegeven dat de hypotheekaanvraag van [de gedaagde in conventie] nog niet kan worden geaccepteerd omdat er nog onduidelijkheden bestaan over de afwikkeling van de aandelen in [holding gedaagde in conventie] B.V. Of daarover op korte termijn alsnog duidelijkheid kan worden gegeven is onzeker. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat partijen nog geen akkoord hebben over de waarde van de aandelen. [de eiser in conventie] was weliswaar bereid akkoord te gaan met de waardering van de aandelen zoals voorgesteld in de akte van levering van de notaris, maar alleen onder de voorwaarde dat partijen er op 15 juni 2026 uit zouden komen. Die voorwaarde is niet vervuld.
4.7.1.
[de gedaagde in conventie] heeft daarnaast nog een e-mail overgelegd van een financieel adviseur van Financieel Fit gedateerd 4 juni 2026, waarin staat dat een adviesrapport over ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid ter controle bij een 2e beoordelaar ligt en als zij de aanvraag akkoord hebben bevonden een offerte zal worden opgesteld en mede ontslag uit de hoofdelijkheid van [de eiser in conventie] uit de bestaande hypotheek wordt geregeld. Echter kon ook over die termijn ter zitting nog geen duidelijkheid worden gegeven, noch heeft [de gedaagde in conventie] nadere documenten over die aanvraag bij Financieel Fit overgelegd.
4.7.2.
Verder heeft [de eiser in conventie] ter zitting gesteld geen vertrouwen te hebben in de door [de gedaagde in conventie] gestelde financieringsmogelijkheid. Ook in dat kader stelt de voorzieningenrechter vast dat [de gedaagde in conventie] daarvoor slechts een summiere onderbouwing heeft overgelegd, namelijk een niet ondertekende “verklaring / concept lening” van 7 februari 2026 waarin staat dat GD Beheer B.V. bereid is hem een bedrag van € 250.000,00 ten titel van geldlening te verstrekken waarbij [de gedaagde in conventie] een recht van eerste hypotheek zal verstrekken op het aan hem in eigendom toebehorende appartement in Oostenrijk. Daarnaast is [de eiser in conventie] inmiddels niet meer bereid de vakantiewoning voor € 190.000,00 te laten overnemen door [de gedaagde in conventie] nu er biedingen liggen die aanzienlijk hoger zijn dan de getaxeerde waarde.
Conclusie vorderingen in conventie
4.8.
Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de in de echtscheidingsbeschikking gegeven termijn voor overname door [de gedaagde in conventie] is verstreken en dat conform de echtscheidingsbeschikking een opdracht tot verkoop van de woning en vakantiewoning aan de makelaar kon worden gegeven, ook door [de eiser in conventie] alleen. Dat betekent dat ook de in het spoorboekje opgenomen vervolgstappen moeten worden gevolgd en [de gedaagde in conventie] medewerking moet verlenen aan de verkoop van de woningen en de grond. Daarmee zijn de subsidiaire vorderingen van [de eiser in conventie] ten aanzien van de woning, de grond en de vakantiewoning toewijsbaar. De voorzieningenrechter begrijpt daarbij dat waar [de eiser in conventie] in haar petitum onder G en J spreekt over de woning, zij heeft bedoeld het perceel grond. De voorzieningenrechter zal ook de daarbij gevorderde dwangsommen toewijzen, zij het wel gemaximeerd. De indeplaatsstelling wordt afgewezen omdat het de voorkeur verdient dat [de gedaagde in conventie] in beginsel betrokken blijft bij de verkoop van de onroerende zaken en de dwangsom daarbij als voldoende prikkel wordt gezien.
4.9.
De voorzieningenrechter zal de vordering tot ontruiming toewijzen, maar op een ruimere termijn dan gevorderd, namelijk uiterlijk één week voor levering van de woning aan een koper, dan wel binnen één maand nadat hem de ontruiming is aangezegd indien de makelaar bericht dat hij niet conform de veroordeling medewerking verleent aan het verkooptraject. [de eiser in conventie] heeft ook gevorderd haar te machtigen na ommekomst van de ontruimingstermijn de woning zelf te ontruimen zo nodig met behulp van de sterke arm, maar het hierna te geven bevel verschaft haar echter al zelf de titel om tot ontruiming van de echtelijke woning met behulp van de sterke arm over te gaan. De verzochte machtiging is daarvoor niet noodzakelijk. In zoverre zal de vordering dan ook worden afgewezen.
4.10.
De vordering tot betaling van de taxatiekosten zal conform het petitum onder 5.9.2 van de echtscheidingsbeschikking worden toegewezen.
Conclusie vorderingen in reconventie
4.11.
Het voorgaande betekent dat de reconventionele vordering van [de gedaagde in conventie] om [de eiser in conventie] te veroordelen tot medewerking aan toedeling van de woning, de grond en de vakantiewoning aan hem moet worden afgewezen. Ook de vordering om [de eiser in conventie] te veroordelen tot het verstrekken van de inloggegevens van Booking.com aan [de gedaagde in conventie] zal worden afgewezen, nu [de eiser in conventie] onweersproken heeft gesteld hem regelmatig op de hoogte te houden van de boekingen en zij deze boekingen tot op heden ook altijd zelf heeft geregeld.
4.12.
Nu ter zitting is gebleken dat partijen nog geen akkoord hebben bereikt over de waarde van de aandelen ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding [de eiser in conventie] te veroordelen tot medewerking van de toedeling aan [de gedaagde in conventie] van de aandelen in [holding gedaagde in conventie] op de wijze zoals door hem in reconventie gevorderd. In de echtscheidingsbeschikking is hierover immers al bepaald dat in het geval de twee accountants geen overeenstemming kunnen bereiken, zij eerst gezamenlijk een derde moeten benoemen die de waarde bindend zal vaststellen met inachtneming van dezelfde uitgangspunten. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om op dat punt van de echtscheidingsbeschikking af te wijken.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat volgt uit de aard van de voorziening.
Proceskosten
4.14.
Omdat het een familierechtelijke kwestie betreft, zullen de proceskosten tussen partijen (zowel in conventie als in reconventie) worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
In conventie
Ten aanzien van de woning
5.1.
veroordeelt [de gedaagde in conventie] om, zodra de woning is verkocht aan een derde, de woning uiterlijk binnen één week voor levering van de woning aan die derde, dan wel binnen één maand nadat hem de ontruiming is aangezegd indien de makelaar bericht dat hij niet conform de veroordeling medewerking verleent aan het verkooptraject, de woning te ontruimen en ontruimd te houden en de woning onder afgifte van de sleutels ter beschikking van de makelaar te stellen,
5.2.
beveelt [de gedaagde in conventie] om binnen één week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van de onroerende zaak, staande en gelegen te (7245 PP) [woonplaats] (Gld) aan de [adres 1] , door binnen deze termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan [makelaardij] te [woonplaats] , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag
dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.3.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar mee te werken aan de verkoop en levering van de in 5.2. genoemde onroerende zaak in die zin dat [de gedaagde in conventie] uitvoering geeft aan hetgeen volgens de betreffende makelaar nodig is om de woning te verkopen, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het openstellen van de woning voor het maken van foto's en het laten plaatsvinden van bezichtigingen door de makelaar en potentiële kopers en adviezen ten aanzien van vraagprijs en laatprijs op te volgen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum € 15.000,-,
5.4.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar de verkoopakte te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat de man dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.5.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de notaris zijn medewerking te verlenen aan het transport en de levering van de in 5.2. genoemde onroerende zaak, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
Ten aanzien van de grond
5.6.
beveelt [de gedaagde in conventie] om binnen één week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van het perceel grond, staande en gelegen aan de [straatnaam] te [woonplaats] (Gld) nabij huisnummer [huisnummer] , door binnen deze termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan
[makelaardij] te Lochem , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per
dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.7.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar mee te werken aan de verkoop en levering van de genoemde onroerende zaak in die zin dat [de gedaagde in conventie] uitvoering geeft aan al hetgeen volgens de betreffende makelaar nodig is om het perceel grond te verkopen, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het toegankelijk houden van het perceel grond voor het maken van foto's en het laten plaatsvinden van bezichtigingen door de makelaar en potentiële kopers en adviezen ten aanzien van vraagprijs en laatprijs op te volgen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.8.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar de
verkoopakte te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per
dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.9.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de notaris zijn medewerking te verlenen aan het transport en de levering van de onroerende zaak, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
Ten aanzien van de vakantiewoning
5.10.
beveelt [de gedaagde in conventie] om binnen één week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het in de verkoop plaatsen van [adres 2] te Oostenrijk, appartement nr. [nummer] inclusief bijbehorende inventaris, door binnen deze termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan Schuster Immobilien, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.11.
beveelt [de gedaagde in conventie] op eerste verzoek van de makelaar om mee te werken aan de verkoop en levering van de in 5.10 genoemde onroerende zaak in die zin dat [de gedaagde in conventie] uitvoering geeft aan al hetgeen volgens de betreffende makelaar nodig is om de woning te verkopen, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het toegankelijk maken en houden van de vakantiewoning voor het maken van foto's en het laten plaatsvinden van
bezichtigingen door de makelaar en potentiële kopers en adviezen ten aanzien van vraagprijs en laatprijs op te volgen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.12.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de makelaar de verkoopakte te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
5.13.
beveelt [de gedaagde in conventie] om op eerste verzoek van de notaris zijn medewerking te verlenen aan het transport en de levering van de onroerende zaak, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [de gedaagde in conventie] dit nalaat, tot een maximum van € 15.000,-,
Ten aanzien van de taxatiekosten
5.14.
bepaalt dat [de gedaagde in conventie] gehouden is om vanwege de taxatie door Welte
Immobilienbewertung een bedrag van € 1.620,- van [de eiser in conventie] te voldoen,
5.15.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.16.
wijst het anders of meer gevorderde af,
In reconventie
5.17.
wijst de vorderingen af
In conventie en in reconventie
5.18.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
Zie het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128).