Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:5777
2026-02-16
Strafrecht
05-150387-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens meerdere zedenfeiten, begaan tegen zijn stiefdochter, zowel toen zij minder- als meerderjarig was tot een gevangenisstraf van 6 jaar en de 38z-maatregel. Daarnaast een dadelijk uitvoerbaar contactverbod van 5 jaar ten aanzien van zijn stiefdochter. Volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (69.061 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/150387-24
Datum uitspraak : 16 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R.B. Venema, advocaat in Almere.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2011 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten,
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand) betasten van de billen en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] ;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2011 tot en met
18 juni 2015 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] ;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999 door
- die [minderjarige] te (tong)zoenen en/of
- de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) te betasten en/of
- één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, tong, tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis, in de mond van die [minderjarige] te brengen en/of
- ( te trachten) zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis te laten betasten en/of aftrekken door die [minderjarige] ;
4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met
18 juni 2019 te Apeldoorn, althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid te weten terwijl hij, verdachte, (reeds langere tijd) een functie ten opzichte van die [minderjarige] vervulde als stiefvader van die [minderjarige] , althans een functie vervulde waardoor er sprake was van een (vertrouwens)relatie
- het (onder de douche) vastpakken van het (hoofd)haar van die [minderjarige] en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] naar zijn penis, althans naar beneden te duwen/bewegen en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] , terwijl zijn, verdachtes, penis zich in de mond van die [minderjarige] bevond, heen en weer te bewegen en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij (naakt)foto’s van haar had, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij aan iedereen in haar omgeving ging vertellen dat zij een relatie hadden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het misbruik maken van zijn fysieke en/of emotionele overwicht t.o.v. die [minderjarige] en/of
- het (meermalen) voorbijgaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of (aldus) een voor de [minderjarige] bedreigende situatie doen ontstaan
zijn (voormalig) stiefkind, [minderjarige] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] .
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Inleiding
[minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) heeft in verband met seksueel misbruik aangifte gedaan tegen verdachte. Hij is sinds haar vijfde in haar leven als stiefvader. Verdachte heeft het misbruik ten stelligste ontkend.
De militaire kamer ziet zich voor de vraag gesteld hoe zij hun verklaringen moet wegen en wat dat betekent voor de beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de verklaring van [minderjarige] niet betrouwbaar is en daarom niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De politie heeft haar sturende vragen gesteld. Verder is haar verklaring niet consistent en niet authentiek. Op essentiële onderdelen krimpt haar verklaring in of dijt deze juist uit.
Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat er onvoldoende steunbewijs is. Alle getuigenverklaringen, evenals de rapportage van Trauma Centrum Nederland, over het vermeende seksueel misbruik zijn te herleiden tot één bron, namelijk [minderjarige] . Getuige [getuige 1] heeft verklaard over opmerkingen die verdachte over [minderjarige] zou hebben gemaakt, maar dit heeft verdachte niet zo gezegd of moet anders worden opgevat.
Beoordeling door de militaire kamer
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de militaire kamer voorop dat zedenzaken zich in het algemeen kenmerken door het feit dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dit maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van de afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het, zoals in dit geval, een ontkennende verdachte betreft. Ook in dit geval is er geen getuige die de vermeende seksuele handelingen heeft waargenomen.
De betrouwbaarheid van de verklaring van [minderjarige]
De eerste vraag die de militaire kamer moet beantwoorden, is of de verklaring van [minderjarige] (hierna aangeefster) betrouwbaar is.
De militaire kamer overweegt hierover als volgt. Aangeefster heeft bij de politie, zowel in het informatief gesprek zeden als in haar aangifte, telkens – op hoofdlijnen – consistent verklaard. Deze verklaringen komen bovendien overeen met wat zij volgens verschillende getuigen aan hen heeft verteld over hetgeen haar zou zijn overkomen.
Daarbij heeft aangeefster tegenover de politie zeer concreet en gedetailleerd verklaard over wat er tussen haar en verdachte is voorgevallen. De militaire kamer acht het hierbij van belang dat zij niet alleen heeft verklaard over de handelingen en de manier waarop deze plaatsvonden, maar ook over de plek waar dit gebeurde en wat zij toen droeg.
Naar het oordeel van de militaire kamer draagt in het bijzonder aan de authenticiteit van haar verklaring bij dat zij ook beschrijft wat voor gevoel de handelingen haar gaven, zoals dat ze een lichamelijke reactie kreeg toen verdachte orale seks bij haar verrichtte en door ging tot ze ‘klaar’ was.
Wat haar verklaring volgens de militaire kamer ook authentiek maakt, is dat [minderjarige] tegen haar moeder heeft gezegd dat zij zelf ook niet geheel onschuldig was aan hetgeen ze verdachte verwijt. Ook uit het verslag van het Trauma Centrum Nederland blijkt dat [minderjarige] kampte met schuldgevoelens, hoewel ze uiteindelijk in zag dat zij niet verantwoordelijk is voor hetgeen haar is overkomen. Dit is heel erg passend bij hoe slachtoffers van seksueel misbruik vaak over zichzelf denken.
Bovendien probeert [minderjarige] haar verklaring niet ‘aan te dikken’: ze geeft duidelijk aan dat er nooit vaginale penetratie heeft plaats gevonden, hoewel verdachte dit wel heeft geprobeerd. Ook tegen getuigen heeft ze consequent verklaard dat er geen penetratie heeft plaatsgevonden.
[minderjarige] heeft bij de start van haar aangifte aangegeven dat ze het lastig vond om alles gedetailleerd te vertellen, waarop de verbalisanten hebben aangegeven dat zij haar aan de hand van vragen zullen helpen met haar verhaal. Volgens de verdediging maakt dit haar verklaring niet authentiek, meer in het bijzonder omdat de politie sturende vragen zou hebben gesteld. De militaire kamer vat de opmerking en de vragen van de politie echter op als het stellen van vervolgvragen om het volledige plaatje, inclusief de relevante details, boven de tafel te krijgen. De militaire kamer ziet dit niet als sturende vragen, maar als essentieel en normaal politiewerk.
Er is naar het oordeel van de militaire kamer verder geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat aangeefster een valse verklaring heeft afgelegd op grond van welke emotie dan ook. Ze geeft juist aan dat verdachte twee kanten had. Aan de ene kant was het een hele leuke man en stiefvader, die haar de nodige aandacht gaf die ze tekort kwam bij haar moeder, maar aan de andere kant was hij ook agressief, controlerend en grensoverschrijdend. Hierbij neemt de militaire kamer eveneens in aanmerking dat [minderjarige] , zoals hiervoor benoemd, lange tijd de schuld – in ieder geval deels – bij zichzelf heeft gelegd.
De militaire kamer constateert dat de tenlastegelegde periode eindigt op 18 juni 2019, maar dat [minderjarige] pas in 2022 een informatief gesprek heeft gevoerd met de politie, waarna zij vervolgens aangifte heeft gedaan. Als [minderjarige] inderdaad vanuit emotie een valse aangifte zou hebben gedaan, zoals gesuggereerd door de verdediging, dan was het veel logischer geweest dat zij dit had gedaan na bijvoorbeeld de scheiding van verdachte en haar moeder in 2018 of nadat verdachte, volgens zijn verklaring, weigerde [minderjarige] als zijn kind te erkennen.
In de ogen van de militaire kamer is het tijdsverloop tussen het vermeende misbruik en het informatieve gesprek door de politie dan ook veel beter te verklaren doordat het in algemene zin vaak tijd kost voordat slachtoffers van seksueel misbruik durven te benoemen wat hen is overkomen en vervolgens de moed te verzamelen om naar de politie te gaan. Bovendien heeft [minderjarige] tegenover de politie verklaard dat ze zich pas veilig genoeg voelde om aangifte te doen toen verdachte in verband met een ander feit gedetineerd zat. Ze was ook bang voor de mogelijkheid dat er niets met haar aangifte zou gebeuren, maar dat verdachte er vervolgens wel achter zou komen dat ze naar de politie was gestapt, met alle gevolgen van dien.
Dat [minderjarige] onduidelijk zou hebben verklaard over haar leeftijd ten tijde van het eerste incident en dat ze bij rechter-commissaris minder of anders zou hebben verklaard dan bij de politie, zoals de verdediging heeft betoogd, wijt de militaire kamer aan de feilbaarheid van het menselijke geheugen, waardoor op detailniveau verschillen kunnen ontstaan in verklaringen. Hierbij weegt de militaire kamer mee dat [minderjarige] heeft verklaard over een hele lange periode, waarin verdachte haar, volgens haar verklaring, veelvuldig seksueel heeft misbruikt. In dat licht is het niet verwonderlijk dat bepaalde gebeurtenissen door elkaar vloeien of haar mogelijk minder helder voor de geest staan. Dit doet voor de militaire kamer niet af aan de feitelijke inhoud en de betrouwbaarheid van haar verklaring.
Bovendien merkt de militaire kamer op dat de manier waarop [minderjarige] verklaart over wat zij zich herinnert, namelijk dat ze soms maar flarden weet of het zich herinnert vanuit ‘helikopterview’, juist heel goed past bij de manier waarop slachtoffers van seksueel misbruik zich dit misbruik na afloop vaak herinneren. Dissociatie is namelijk geen ongebruikelijke reactie op dergelijke traumatische gebeurtenissen. Zeker bij jongere, minderjarige slachtoffers is dit vaak hun enige manier om zulk trauma te overleven.
Gelet op al het voorgaande acht de militaire kamer de verklaring van [minderjarige] dan ook voldoende betrouwbaar en dus bruikbaar voor het bewijs.
Steunbewijs
Van belang voor de beoordeling is vervolgens dat op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan worden gebaseerd op grond van de verklaring van één getuige.
Deze bepaling strekt ertoe de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat zij de militaire kamer verbiedt tot een bewezenverklaring te komen indien de feiten en omstandigheden waarover een aangever verklaart op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
Volgens de Hoge Raad betekent de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv in zedenzaken, waarin het in de kern vaak gaat om het woord van aangever tegen dat van de verdachte, niet dat vereist is dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer die verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.
De bewijsmiddelen dienen voldoende steun te geven aan de verklaring van aangever (getuige). Dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige, zodat die verklaring niet op zichzelf staat, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.
Als het aanvullend bewijsmateriaal alleen is aan te merken als een onderbouwing van de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster, geeft deze daaraan in het licht van artikel 342 lid 2 Sv onvoldoende steun. Dat geldt bijvoorbeeld als het aanvullend bewijs bestaat uit een ‘de auditu’-verklaring, inhoudende een weergave van wat de ‘bron’ aan de betrokken getuige heeft verteld. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van de aangeefster op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming voldoende steunbewijs opleveren voor het bewezenverklaarde.
De militaire kamer zal dus moeten beoordelen of voor de verklaringen van aangeefster voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.
De militaire kamer overweegt hieromtrent als volgt, waarbij wordt opgemerkt dat de bewijsmiddelen die in deze beoordeling worden betrokken inclusief verwijzingen door voetnoten hierna in het vonnis zijn uitgewerkt.
Het procesdossier bevat allereerst steunbewijs voor de duur van de periode waarover [minderjarige] heeft verklaard. [minderjarige] zegt dat het misbruik begon toen zij 11 of 12 jaar oud was, dus in 2010 of 2011.
De moeder van [minderjarige] heeft verklaard dat ‘alle ellende’ is begonnen toen haar oudste zoon in [geboortedatum] 2009 werd geboren, dat haar seksleven met verdachte in 2010 stopte en dat verdachte sinds 2013 alleen nog maar bezig was met [minderjarige] en haar heel veel aandacht gaf. Getuige [getuige 2] , met wie [minderjarige] van 2014 tot ongeveer 2017 bevriend was, dus in de periode van het tenlastegelegde, heeft het vooral (dus niet uitsluitend) over de periode 2015-2016.
Verdachte heeft verklaard dat hij, toen de moeder van [minderjarige] en hij uit elkaar waren, maar hij nog geen andere woning had, wel eens op een matras heeft geslapen op de kamer van [minderjarige] . Dit komt overeen met wat [minderjarige] hierover heeft verklaard.
[minderjarige] heeft verder verklaard dat verdachte zich agressief gedroeg richting haar en dat hij haar probeerde te controleren. Hoewel verdachte dit stellig heeft ontkend, bevat het procesdossier meerdere bewijsmiddelen die haar verklaring op dit punt ondersteunen.
De moeder van [minderjarige] heeft bijvoorbeeld verklaard dat verdachte intimiderend was. Hij was zowel verbaal als fysiek agressief richting [minderjarige] . Ook probeerde hij haar te isoleren.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij een relatie kreeg met [minderjarige] toen zij meerderjarig was, maar verdachte mocht hier niet van weten. Toen [minderjarige] een keer bij [getuige 3] in Zwolle bleef slapen, kwam verdachte erachter dat ze een relatie hadden. Verdachte stuurde berichten en bleef bellen. Hij heeft [minderjarige] die avond op het station in Apeldoorn opgehaald en ze zijn gaan rondrijden. [minderjarige] bleef maar weg, [getuige 3] wist niet meer hoe lang, maar het was duidelijk dat [minderjarige] dit niet wilde en tegen haar wil bij hem was. Toen verdachte erachter kwam dat ze een relatie hadden, verbood hij [minderjarige] om [getuige 3] te zien. Volgens [getuige 3] pleegde verdachte tevens emotionele mishandeling vanuit een machtspositie. Er werd veel controle op haar uitgeoefend. [minderjarige] was erg bang voor verdachte en ze was afhankelijk van verdachte.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte altijd moeilijk deed en dat [minderjarige] en verdachte dan ruzie kregen. Ze hadden vaak ruzie en gedoe thuis. [minderjarige] en [getuige 2] spraken vaak bij [getuige 2] af of [minderjarige] vroeg of ze naar [getuige 2] kon, omdat er thuis weer gedoe was met verdachte. Dat was best vaak zo. Maar van verdachte mocht dit niet en dan ging hij [minderjarige] zoeken. Verdachte had een kort lontje, [getuige 2] merkte dit ook als ze bij hen thuis was. Verdachte was snel gepikeerd naar iedereen. Je mocht niet te veel zeggen, dan zou verdachte weer boos worden op [minderjarige] .
Het procesdossier bevat verder een melding van Veilig Thuis. Een buurvrouw van het gezin heeft deze melding op 5 februari 2018 gedaan, omdat zij de zaterdag daarvoor (de militaire kamer begrijpt: 2 februari 2018) rond 23:15 uur [minderjarige] huilend op straat had aangetroffen in haar ochtendjas. De moeder van [minderjarige] kwam ook naar buiten en vertelde dat verdachte was doorgedraaid en dat hij [minderjarige] over de bank heen had getrokken. [minderjarige] bevestigde dit. [minderjarige] is bij de buurvrouw blijven slapen, omdat ze niet naar huis kon. Volgens [minderjarige] en haar moeder was dat niet veilig. Zowel [minderjarige] als haar moeder gaven aan dat er veel ruzies waren tussen [minderjarige] en haar stiefvader, waarbij hij ook fysiek gewelddadig naar haar was. [minderjarige] vertelde dat er in het verleden wel eens klappen waren gevallen.
Verder heeft [minderjarige] verklaard dat verdachte verliefd op haar was en dat hij dacht dat hij een relatie met haar had. Ook op dit punt wordt haar verklaring ondersteund door meerdere bewijsmiddelen. Getuige [getuige 3] heeft namelijk verklaard dat de motivatie van verdachte was dat [minderjarige] en verdachte een relatie hadden. [minderjarige] heeft tegen getuige [getuige 2] verteld dat verdachte verliefd was op [minderjarige] , al sinds ze jong was.
De moeder van [minderjarige] heeft verklaard dat ze de relatie tussen [minderjarige] en verdachte wat ongepast vond en dat ze hen te close vond. Verder heeft ze verklaard dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij een relatie met [minderjarige] had en dat hij haar niet had geneukt, maar dat wel had gewild, omdat hij echt van haar (de militaire kamer begrijpt: [minderjarige] ) hield. Tijdens de afspraak bij GGNet zei verdachte tegen de moeder van [minderjarige] : ‘Ik hou van jullie allebei’. Volgens de verdediging zijn deze uitspraken niet gedaan, dan wel moeten deze niet worden gezien in de context van seksueel misbruik.
De militaire kamer ziet geen reden om aan te nemen dat verdachte deze uitspraken niet heeft gedaan. Daarbij neemt de militaire kamer mee dat de moeder van [minderjarige] heeft verklaard dat ze juist niet wil dat verdachte denkt dat ze hem een hak wil zetten, omdat ze op het moment van haar getuigenverklaring juist normaal met hem kon omgaan. Bovendien geeft ze aan dat de relatie tussen [minderjarige] en haar erg verstoord was. Tot slot heeft ze verklaard dat ze [minderjarige] noch verdachte heeft gespaard in haar verklaring. In die zin is ze dus een relatief ‘neutrale’ getuige.
Verdachte heeft ter zitting geprobeerd zijn opmerking, dat hij een relatie met [minderjarige] had, uit te leggen. Hiermee bedoelde hij naar eigen zeggen te illustreren dat zijn relatie met de moeder van [minderjarige] niet goed was en dat het leek alsof hij een relatie had met [minderjarige] , omdat hij alles met [minderjarige] deed in plaats van met haar moeder.
Voor de militaire kamer is deze uitleg onbegrijpelijk. Dit verhoudt zich ook slecht tot het feit dat juist hij volgens de moeder van [minderjarige] degene was die afwijzend stond tegenover intimiteit tussen hen beide. Bovendien heeft verdachte deze uitspraak ter terechtzitting uitsluitend geïllustreerd aan de hand van voorbeelden die ook plaatsvinden buiten een romantische en/of seksuele relatie, zoals bijvoorbeeld het samen bezoeken van familie en het kopen van kleding.
Deze uitspraken ondersteunen dus de verklaring van [minderjarige] , terwijl er geen enkele (aannemelijke) reden is om te veronderstellen dat zij vanuit enige negatieve emotie een leugenachtige, belastende verklaring over verdachte heeft afgelegd.
Verdachte heeft op al deze punten geen echt weerwoord, anders dan de enkele ontkenning dat het niet gebeurd zou zijn. Hij ontkent niet alleen het seksueel misbruik waarover [minderjarige] verklaart, maar ook dat hij agressief en controlerend zou zijn geweest richting haar. Hij heeft echter ook geen aannemelijke verklaring waarom [minderjarige] en de andere getuigen hier wel over hebben verklaard. Een buurvrouw heeft bijvoorbeeld een melding gedaan bij Veilig Thuis, omdat [minderjarige] op 5 februari 2018 rond 23:15 uur huilend op straat stond in haar ochtendjas en de moeder van [minderjarige] vertelde dat verdachte [minderjarige] die avond over de bank heen had getrokken. Ook dit is volgens verdachte simpelweg niet gebeurd.
Gelet hierop bevat het procesdossier naar het oordeel van de militaire kamer dan ook voldoende steunbewijs voor de verklaring van [minderjarige] .
De militaire kamer gaat uit van de verklaring van [minderjarige] dat zij seksueel is misbruikt door verdachte. De uitingen van verdachte tegenover haar moeder kunnen niet anders worden opgevat dan dat hij daadwerkelijk dacht dat hij een relatie had met [minderjarige] . Enkel vanuit dit licht kunnen de seksuele handelingen, waarover [minderjarige] heeft verklaard, worden geduid.
De verdediging heeft betoogd dat het procesdossier onvoldoende steunbewijs bevat, omdat de bron van de getuigenverklaring telkens steeds [minderjarige] zou zijn. Zoals de militaire kamer hiervoor heeft besproken, is dat een onjuiste veronderstelling. De moeder van [minderjarige] heeft verklaard wat verdachte zelf tegen haar heeft verteld. Ook de melding van Veilig Thuis is gedaan door een onafhankelijke bron, namelijk een buurvrouw. Verder hebben de getuigen verklaard over wat zij zelfstandig hebben meegekregen van het controlerende gedrag van verdachte.
De bewijsmiddelen
[minderjarige] , die geboren is op [geboortedag] 1999, heeft verklaard dat ze vijf jaar oud was toen verdachte, haar stiefvader, in haar leven kwam. Verdachte was haar enige vaderfiguur.
De eerste keer dat verdachte haar seksueel misbruikte, was toen [minderjarige] ongeveer 11 of 12 jaar oud was. Ze lag in het bed van haar autistische halfbroertje. Dit bed had hoge spijlen. Verdachte kwam achter haar liggen, wat je kunt zien als lepeltje lepeltje. Verdachte ging met zijn hand over haar kleding en ging daarna gelijk in haar onderbroek. Hij vingerde haar. Hij ging met zijn vingers over haar vagina en probeerde haar clitoris te vinden. Verdachte zat daarbij met zijn vingers tussen haar schaamlippen.
[minderjarige] denkt dat het volgende incident een jaar later was. Dit was de tweede keer. [minderjarige] had een slaapkamer op zolder en lag op bed te relaxen. Verdachte kwam naar boven en ging bij haar op bed zitten. Hij kletste wat. Op een gegeven moment zoende hij haar. Hij vingerde haar eerst. Hij trok haar broek uit en trok haar onderbroek naar beneden. Toen likte hij haar vagina.
Op enig moment konden haar moeder en verdachte niet meer door één deur, maar omdat verdachte nog geen eigen woning had, sliep hij nog zes tot acht maanden op een matras bij [minderjarige] op haar kamer. Daardoor kon verdachte doorgaan met het seksueel misbruik.
De ergste keer was bij verdachte thuis onder de douche. [minderjarige] denkt dat dit in 2018 was. Verdachte wilde samen met [minderjarige] douchen. Ze kleedde zich uit en stapte bij hem onder de douche. Verdachte begon haar te tongzoenen. Hij zat aan haar borsten en billen. [minderjarige] moest hem pijpen. Het ging heel grof. Hij pakte [minderjarige] bij haar haren, drukte haar hoofd heel dicht tegen hem aan en bewoog haar hoofd heen en weer. Zijn penis zat in haar mond. Verdachte drukte zo hard dat ze bijna stikte. Het ging vrij ruig door tot verdachte klaar kwam in haar mond en gezicht.
De laatste keer was toen [minderjarige] negentien jaar was. Dit was bij verdachte thuis op zijn bed. Verdachte lag bovenop haar. Verdachte vingerde [minderjarige] . Het was heel ruig, snel en hard. Hij probeerde met zijn vinger in haar vagina te gaan. Zij moest hem aftrekken.
Het misbruik vond plaats van ongeveer 2010, toen [minderjarige] ongeveer elf jaar oud was, tot 2019, vlak voor haar twintigste, en gebeurde bijna dagelijks. Behalve vaginale penetratie hebben alle seksuele handelingen plaatsgevonden. [minderjarige] moest verdachte aftrekken en pijpen. Verdachte vingerde haar en verrichtte orale seks bij haar. Verdachte heeft haar een paar keer geprobeerd te verkrachten en vaginaal te penetreren, maar toen heeft ze heel hard gegild. Het vond grotendeels plaats bij haar moeder in Apeldoorn, maar ook in het huis van verdachte in Apeldoorn.
Verdachte wilde [minderjarige] in 2007, toen hij met haar moeder trouwde, als zijn kind erkennen, maar dat wilde zij niet. Toen kwam er een kantelpunt bij verdachte. Verdachte zei dat hij verliefd op haar was en van haar hield. Dat was ook de reden dat hij [minderjarige] niet verkrachtte. Hij had hele liefdesverklaringen. Hij had de fantasie dat hij met [minderjarige] zou trouwen, dat ze samen zouden weglopen en kinderen zouden krijgen. Verdachte had een gevaarlijke obsessie voor haar.
Verdachte werd vanaf haar achtste agressief, zowel verbaal als fysiek. De agressie bouwde in de loop der jaren op. Als verdachte boos werd, werd het zwart voor zijn ogen. Verdachte trok haar bijvoorbeeld van de trap af of duwde haar tegen de muur aan. Op haar veertiende was ze echt doodsbang voor verdachte.
Verdachte had hele strikte grenzen. Hij bepaalde vaak wat [minderjarige] deed en wat ze aan had. [minderjarige] mocht geen make-up. Ze mocht niet beslissen wat ze aan trok. Verdachte isoleerde haar. Hij wilde bepalen met wie ze omging. Ze mocht geen vriendjes en de vriendinnen werden ook steeds minder.
Rond haar veertiende zei ze tegen verdachte dat ze het niet meer wilde en dat ze anders weg zou gaan, maar verdachte dreigde dat hij naaktfoto’s van haar zou verspreiden en bekend zou maken dat ze dit allemaal zelf wilde.
Ook toen ze negentien jaar oud was, durfde [minderjarige] niets te zeggen. Ze was doodsbang. Verdachte had haar al van kleins af aan in haar macht.
Getuige [getuige 1] , de moeder van [minderjarige] , heeft verklaard dat verdachte soms agressief en intimiderend tegen [minderjarige] was. Hij werd dan heel kwaad. Hij pakte haar bij haar keel en sleurde haar mee.
Toen [zoon 1] , de oudste zoon van [getuige 1] en verdachte, in [geboortedatum] 2009 werd geboren, begon volgens [getuige 1] alle ellende. Nadat [zoon 1] 17 maanden was (de militaire kamer begrijpt: halverwege 2010) werd verdachte agressief en depressief. [getuige 1] denkt dat het in die tijd is misgegaan. Volgens [getuige 1] was verdachte sinds 2013 alleen maar bezig met [minderjarige] .
Na de geboorte van [zoon 2] in 2010 hebben [getuige 1] en verdachte nog twee keer seks gehad. Verder raakte verdachte haar niet aan. [getuige 1] probeerde het wel, maar verdachte wees haar af.
[getuige 1] kwam een keer thuis en zag [minderjarige] en verdachte toen innig in elkaar verstrengeld lagen. Ze dacht toen: ‘What the fuck is dit?’ [getuige 1] probeerde verdachte en [minderjarige] te betrappen.
Sinds eind 2017 sliepen [getuige 1] en verdachte apart, omdat verdachte helemaal gek werd en niet meer sliep. [getuige 1] merkte dat dit was omdat hij [minderjarige] dan niet meer in zijn macht zou hebben.
In januari 2018 had verdachte een afspraak bij GGNet, waar hij onder behandeling was. Verdachte zei tegen [getuige 1] : ‘Ik heb een relatie met je dochter’. [minderjarige] zat op de bank en was woest en beschaamd. In de auto op weg naar de afspraak vroeg [getuige 1] of verdachte haar (de militaire kamer begrijpt: [minderjarige] ) had geneukt. Verdachte zei toen dat dit niet zo was, maar dat hij dit wel had gewild, omdat hij echt van haar (de militaire kamer begrijpt: [minderjarige] ) hield. Tijdens de afspraak bij GGNet zei verdachte: ‘Ik hou van jullie allebei’.
Verdachte isoleerde zowel [minderjarige] als [getuige 1] . [getuige 1] verklaarde dat ze ook herkende dat het zwart voor de ogen van verdachte kon worden.
Nadat [getuige 1] en verdachte in 2018 waren gescheiden, ging [minderjarige] heel vaak naar verdachte. Ze woonde bijna bij hem.
Verdachte heeft gezegd dat hij echt van [minderjarige] hield en dat [minderjarige] de liefde van zijn leven was. Verdachte zag een heel leven met [minderjarige] voor zich en wilde met haar trouwen. Zowel verdachte als [minderjarige] hebben dit tegen [getuige 1] gezegd. Verdachte zei dat [getuige 1] niet meer bij hem thuis kon komen, omdat hij niet wilde dat de buren zouden horen dat zowel [zoon 2] als [minderjarige] [getuige 1] ‘mama’ noemden.
Getuige [getuige 4] , de tante van [minderjarige] , heeft verklaard dat, als [minderjarige] hier (de militaire kamer begrijpt: bij getuige thuis) was, verdachte vaak naar [minderjarige] belde en vroeg wat [minderjarige] aan het doen was. Ook was zij een keer met [minderjarige] naar het jaarlijkse vuurwerk in Scheveningen. [minderjarige] was toen veertien of vijftien jaar oud. Verdachte heeft [minderjarige] toen twee of drie keer gebeld. Hij vroeg waar ze was en met wie.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij van juli 2017 tot december 2018 een relatie met [minderjarige] had. Een aantal maanden nadat hun relatie was begonnen, vertelde [minderjarige] over seksueel misbruik door haar stiefvader. Er had geen penetratie plaatsgevonden, maar [minderjarige] is wel aangeraakt bij haar vagina en zij raakte de piemel van verdachte aan. De motivatie van verdachte was dat [minderjarige] en verdachte een relatie hadden.
Er was ook sprake van emotionele mishandeling vanuit een machtspositie. Er werd heel veel controle op [minderjarige] uitgeoefend. De stiefvader van [minderjarige] mocht niet weten dat [getuige 3] en zij een relatie hadden.
Toen [minderjarige] een keer bij [getuige 3] in Zwolle bleef slapen, kwam verdachte achter hun relatie. Verdachte geloofde het excuus niet dat [minderjarige] en haar moeder hadden verzonnen. Verdachte werd heel erg boos en heeft [minderjarige] die avond op het station in Apeldoorn opgehaald, zonder dat haar moeder hiervan wist. Verdachte en [minderjarige] zijn toen rondjes gaan rijden zonder dat iemand wist waar zij waren. [minderjarige] bleef maar weg. [getuige 3] wist niet hoe lang het was, maar het was duidelijk dat [minderjarige] dit niet wilde en tegen haar wil bij hem was. Toen verdachte achter hun relatie kwam, heeft hij [minderjarige] verboden om [getuige 3] te zien.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [minderjarige] heeft verteld dat haar stiefvader verliefd op haar was, al vanaf jonge leeftijd van [minderjarige] .
Verdachte deed altijd moeilijk en [minderjarige] en hij hadden vaak ruzie thuis. [minderjarige] had heel vaak gedoe thuis. [minderjarige] en zij spraken vaak af bij [getuige 2] of [minderjarige] vroeg haar ’s avonds of ze naar [getuige 2] kon, omdat er weer gedoe was met verdachte. Dat was best vaak zo. Dat mocht dan weer niet van verdachte en dan ging verdachte [minderjarige] zoeken. Verdachte had een kort lontje, dat merkte [getuige 2] ook als ze bij hen thuis was. Verdachte was snel gepikeerd, eigenlijk naar iedereen. Je mocht niet te veel zeggen bij hen thuis, dan zou verdachte weer boos worden op [minderjarige] . Dat merkte je wel.
[getuige 2] heeft het dan vooral over 2015-2016.
Het procesdossier bevat tot slot een melding van Veilig Thuis. Een buurvrouw van het gezin heeft deze melding op 5 februari 2018 gedaan, omdat zij de zaterdag daarvoor (de militaire kamer begrijpt: 2 februari 2018) rond 23:15 uur [minderjarige] huilend op straat had aangetroffen in haar ochtendjas. De moeder van [minderjarige] kwam ook naar buiten en vertelde dat verdachte was doorgedraaid en dat hij [minderjarige] over de bank heen had getrokken. [minderjarige] bevestigde dit. [minderjarige] is bij de buurvrouw blijven slapen, omdat ze niet naar huis kon. Volgens [minderjarige] en haar moeder was dat niet veilig. Zowel [minderjarige] als haar moeder gaven aan dat er veel ruzies waren tussen [minderjarige] en haar stiefvader, waarbij hij ook fysiek gewelddadig naar haar was. [minderjarige] vertelde dat er in het verleden wel eens klappen waren gevallen.
Conclusie
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de militaire kamer het volgende vast.
[minderjarige] was destijds de stiefdochter van verdachte. Hij verzorgde haar en voedde haar op als behorende tot zijn gezin.
In de periode van 19 juni 2010 tot en met 18 juni 2011 heeft verdachte de schaamstreek van [minderjarige] betast en één of meer vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Dit zijn handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige] . Zij was toen elf jaar oud.
De militaire kamer acht feit 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
In de periode van 19 juni 2011 tot en met 18 juni 2015 heeft verdachte [minderjarige] gezoend. Hij heeft met zijn vingers/hand de schaamstreek van [minderjarige] betast. Hij heeft zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Verder heeft hij zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van [minderjarige] gebracht, zijn penis in haar mond gebracht en geprobeerd zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te brengen. Tot slot heeft verdachte zijn penis laten betasten en/of aftrekken door [minderjarige] .
[minderjarige] was toen ouder dan twaalf, maar jonger dan zestien, en, zoals gezegd, verdachte was haar stiefvader. Dat maakt deze handelingen zonder meer in strijd met de sociaal-ethische norm en dus ontuchtig. De handelingen vonden plaats buiten echt en bestonden (mede) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige] .
De militaire kamer acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
In de periode van 19 juni 2010 tot en met 18 juni 2017 heeft verdachte [minderjarige] gezoend en haar schaamstreek betast. Hij heeft zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Verder heeft hij zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van [minderjarige] gebracht, zijn penis in haar mond gebracht en geprobeerd zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te brengen. Tot slot heeft verdachte zijn penis laten betasten en/of aftrekken door [minderjarige] .
[minderjarige] was toen minderjarig, en, zoals gezegd, verdachte was haar stiefvader. Dat maakt deze handelingen zonder meer in strijd met de sociaal-ethische norm en dus ontuchtig.
De militaire kamer acht feit 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
In de periode van 19 juni 2015 tot en met 18 juni 2019 heeft verdachte tot slot [minderjarige] gezoend en haar billen, borsten en schaamstreek betast. Hij heeft zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Verder heeft hij zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van [minderjarige] gebracht, zijn penis in haar mond gebracht en geprobeerd zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te brengen. Tot slot heeft verdachte zijn penis laten betasten en/of aftrekken door [minderjarige] . Deze handelingen bestonden (mede) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige] .
Verdachte vervulde langere tijd de functie van stiefvader van [minderjarige] , waardoor sprake was van een vertrouwensrelatie. Verdachte heeft misbruik gemaakt van dit emotionele overwicht dat hij ten opzichte van [minderjarige] had. Verdachte heeft [minderjarige] bij haar haren gepakt en haar hoofd naar zijn penis te duwen/bewegen. Toen zijn penis in haar mond was, heeft verdachte [minderjarige] ’s hoofd heen en weer bewogen. Ook zei verdachte tegen [minderjarige] dat hij naaktfoto’s van haar had en die zou verspreiden en dat hij aan iedereen in haar omgeving ging vertellen dat ze een relatie hadden. Verdachte is meermalen voorbijgegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet of weerstand. Daarmee heeft hij een voor [minderjarige] bedreigende situatie gecreëerd.
Door zo te handelen heeft verdachte [minderjarige] gedwongen de hiervoor genoemde seksuele handelingen te ondergaan.
Daarmee acht de militaire kamer ook feit 4 wettig en overtuigend bewezen.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2011 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten,
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand) betasten van de billen en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] ;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2011 tot en met
18 juni 2015 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] ;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999 door
- die [minderjarige] te (tong)zoenen en/of
- de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) te betasten en/of
- één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, tong, tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis, in de mond van die [minderjarige] te brengen en/of
- ( te trachten) zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis te laten betasten en/of aftrekken door die [minderjarige] ;
4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met
18 juni 2019 te Apeldoorn, althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid te weten terwijl hij, verdachte, (reeds langere tijd) een functie ten opzichte van die [minderjarige] vervulde als stiefvader van die [minderjarige] , althans een functie vervulde waardoor er sprake was van een (vertrouwens)relatie
- het (onder de douche) vastpakken van het (hoofd)haar van die [minderjarige] en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] naar zijn penis, althans naar beneden te duwen/bewegen en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] , terwijl zijn, verdachtes, penis zich in de mond van die [minderjarige] bevond, heen en weer te bewegen en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij (naakt)foto’s van haar had, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij aan iedereen in haar omgeving ging vertellen dat zij een relatie hadden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het misbruik maken van zijn fysieke en/of emotionele overwicht t.o.v. die [minderjarige] en/of
- het (meermalen) voorbijgaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of (aldus) een voor de [minderjarige] bedreigende situatie doen ontstaan
zijn (voormalig) stiefkind, [minderjarige] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermaals gepleegd;
feit 2:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermaals gepleegd;
feit 3:
ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkind, meermaals gepleegd;
feit 4:
verkrachting, meermaals gepleegd.
5De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar,
de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), waarbij de officier van justitie heeft gevorderd dat deze dadelijk uitvoerbaar moet worden verklaard en
de maatregel van artikel 38z Sr.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bij een eventuele strafoplegging aandacht gevraagd voor enkele persoonlijke belangen van verdachte, zoals het behoud van de zorg voor zijn kinderen en van zijn koopwoning. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op het recidiverisico, dat volgens de reclassering laag is.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich veelvuldig schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn stiefdochter [minderjarige] . Hij dwong [minderjarige] tot het langdurig ondergaan van vérgaande seksuele handelingen en kon daarbij ontzettend grof zijn, wat [minderjarige] als zeer vernederend heeft ervaren.
[minderjarige] was pas elf jaar oud toen zij voor het eerst slachtoffer werd van het handelen van verdachte. Verdachte ging jaren door met het misbruik, dat pas stopte toen [minderjarige] negentien jaar oud was, omdat zij toen pas de moed had om zich tegen de escapades van verdachte te verzetten.
Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [minderjarige] . Bovendien heeft hij [minderjarige] met zijn handelen de kans ontnomen om haar seksualiteit op haar eigen manier en tempo te ontdekken en ontwikkelen. Verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de schadelijke gevolgen van zijn gedrag voor zijn stiefdochter. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort delicten hiervan nog zeer lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Uit het verslag van het Trauma Centrum Nederland blijkt dat [minderjarige] door het misbruik een posttraumatische stressstoornis heeft opgelopen, waarvoor zij intensieve behandeling heeft ondergaan. Namens [minderjarige] is ter terechtzitting een indringende slachtofferverklaring afgelegd, waaruit blijkt welke gevolgen het misbruik voor haar heeft gehad en nog steeds heeft.
Verdachte was in het leven van [minderjarige] sinds zij vijf jaar oud was. Hij was haar enige vaderfiguur, iemand die ze had moeten kunnen vertrouwen en die voor haar had moeten zorgen. In plaats daarvan heeft verdachte niet alleen misbruik gemaakt van die rol, maar was hij ook fysiek agressief, intimiderend en controlerend richting [minderjarige] . Als ze zei dat ze wilde stoppen, dreigde verdachte naaktfoto’s van haar te verspreiden en tegen iedereen te vertellen dat verdachte en zij een relatie hadden. Dit rekent de militaire kamer hem ten zeerste aan.
Bovendien heeft verdachte geen enkele openheid van zaken gegeven. Nadat hij zich bij de politie heeft beroepen op zijn zwijgrecht, heeft hij tegenover de militaire kamer de feiten enkel ontkend. De militaire kamer neemt het verdachte kwalijk dat hij volstrekt geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte, d.d. 5 januari 2026, blijkt dat hij in 2023 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, vanwege een poging tot doodslag en openlijke geweldpleging. Dat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is.
Verdachte heeft een koophuis en een baan, hoewel hij vanwege onderhavige verdenking inmiddels een aantal maanden thuis zit. Hij deelt de zorg voor zijn twee kinderen met de moeder van [minderjarige] .
Reclassering Nederland heeft op 7 november 2024 een advies over verdachte uitgebracht. Indien verdachte wordt veroordeeld voor het tenlastegelegde, ziet de reclassering een patroon van geweldsdelicten. Na zijn detentie heeft verdachte zijn leven weer opgepakt. De reclassering ziet zijn huisvesting, werk en inkomen als mogelijk beschermende factoren. Nu verdachte het tenlastegelegde ontkent, kan de reclassering niet met zekerheid delictgerelateerde factoren duiden. Verdachte wilde niet meewerken aan persoonlijkheidsonderzoek, waardoor de reclassering geen uitspraken kan doen over de aanwezigheid van eventuele seksuele, agressie- en/of persoonlijkheidsproblematiek.
In geval van een veroordeling schat de reclassering de kans op recidive van een geweldsdelict in als laag-gemiddeld. De reclassering heeft in dat geval zorgen over het delictgedrag van verdachte in combinatie met het eerdere geweldsdelict dat hij pleegde. Ook heeft de reclassering in dat geval ernstige zorgen ten aanzien van de aanwezigheid van de twaalfjarige dochter van zijn huidige partner (de militaire kamer heeft ter terechtzitting begrepen dat deze relatie inmiddels is verbroken).
Bij een veroordeling ziet de reclassering het psychosociaal functioneren en de seksualiteit van verdachte als mogelijke risicofactoren. De reclassering ziet meerwaarde in een forensisch kader, te weten bijzondere voorwaarden als diagnostiek en een eventueel daaruit voortvloeiende ambulante behandeling, om de kans op recidive te verminderen. In dat geval zal verdachte openheid moeten geven over zijn delictgedrag.
In haar advies van 27 mei 2025 heeft Reclassering Nederland bovenstaande bevindingen herhaald.
De reclassering adviseert bij veroordeling oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden de meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een contactverbod met [minderjarige] .
Gevangenisstraf
Alles overwegende is de militaire kamer van oordeel dat enkel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst en duur van de feiten, alsmede de gevolgen daarvan voor [minderjarige] .
Daarom veroordeelt de militaire kamer verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
De 38v-maatregel
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich gedurende vijf jaar onthoudt van contact, direct of indirect, met [minderjarige] .
De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt één maand per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De militaire kamer overweegt dat uit het procesdossier blijkt dat verdachte niet alleen geobsedeerd was door [minderjarige] en haar vanuit die obsessie langdurig seksueel heeft misbruikt, maar ook agressief was richting haar, zowel verbaal als fysiek. Verder zou verdachte [minderjarige] in 2021 op Schiphol hebben opgewacht toen zij terug kwam van vakantie, ook al had zij duidelijk aangegeven dat zij geen contact meer met hem wilde. Verdachte is in het verleden wegens eendaadse samenloop van het medeplegen van poging tot doodslag en openlijke geweldpleging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan vijftien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Pas toen verdachte het onvoorwaardelijke gedeelte van die straf uit moest zitten, durfde [minderjarige] vanwege onderhavige zaak naar de politie te stappen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [minderjarige] blijkt dat verdachte het graag wilde ‘uitpraten’, maar [minderjarige] wil geen contact meer met verdachte. De kans is bovendien groot dat de door de militaire kamer opgelegde gevangenisstraf ingrijpende gevolgen voor verdachte zal hebben als het aankomt op zijn baan, zijn woning en het contact met zijn kinderen. Dit alles doet de militaire kamer vrezen voor recidive.
Het baart de militaire kamer ernstig zorgen dat verdachte is veroordeeld voor ernstige zedendelicten na een eerdere veroordeling voor het plegen van zeer serieus geweld. De militaire kamer vindt verdachte onvoorspelbaar en ziet serieuze aanwijzingen voor mogelijke escalatie naar aanleiding van deze veroordeling.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
De 38z-maatregel
De militaire kamer is van oordeel dat in onderhavige zaak het voorkomen van recidive van zwaarwegend belang is.
Om dit te kunnen bewerkstelligen, kan een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking, als bedoeld in artikel 38z Sr, worden opgelegd. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich na het beëindigen van de gevangenisstraf aan gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen dient te houden en zich moet conformeren aan langdurig toezicht van de reclassering, opdat het risico op herhaling van seksuele en geweldsdelicten wordt geminimaliseerd. Hierbij neemt de militaire kamer in overweging dat verdachte, net zoals ten tijde van de reclasseringsadviezen, in de toekomst misschien opnieuw een relatie krijgt met een vrouw met minderjarige dochters.
Ter bescherming van anderen, dan wel ten behoeve van de algemene veiligheid van personen of goederen zal de militaire kamer dan ook een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen.
8De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [minderjarige] heeft in verband met feiten 1 tot en met 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 15.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de door de verdediging bepleite integrale vrijspraak.
De beoordeling door de militaire kamer
Het gevorderde smartengeld
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de militaire kamer vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Door de bewezenverklaarde feiten heeft de benadeelde immers geestelijk letsel in de vorm van een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Daarnaast vormt het bewezenverklaarde seksuele misbruik een dusdanig ernstige inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij dat dit in zichzelf als aantasting van de persoon op andere wijze dient te worden beschouwd. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De militaire kamer houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Verder houdt de militaire kamer rekening met de Rotterdamse schaal. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 15.000,- vaststellen.
De wettelijke rente
Verdachte is vanaf 18 juni 2019 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De schadevergoedingsmaatregel
De militaire kamer ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38v, 38w, 38z, 57, 63, 242 (oud), 244 (oud), 245 (oud), 248 (oud) en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
10De beslissing
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste één maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;
veroordeelt verdachte in verband met feiten 1 tot en met 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige] van € 15.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige] , een bedrag te betalen van € 15.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 100 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter) en mr. Y.H.M. Marijs, rechters en Kolonel mr. H.M. Stratenus, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2026.
Kolonel mr. Stratenus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRBC22491, gesloten op
16 april 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 29-30.
Proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 30.
Proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 32.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 32-33.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 33.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25-26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 28-29 en 31.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 30-32.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 29-30 en 33.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 42-45.
Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , p. 39.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 46-47.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 49-51.
Een geschrift, te weten een melding van Veilig Thuis, p. 55-56.
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/150387-24
Datum uitspraak : 16 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R.B. Venema, advocaat in Almere.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2011 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten,
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand) betasten van de billen en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] ;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2011 tot en met
18 juni 2015 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] ;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999 door
- die [minderjarige] te (tong)zoenen en/of
- de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) te betasten en/of
- één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, tong, tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis, in de mond van die [minderjarige] te brengen en/of
- ( te trachten) zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis te laten betasten en/of aftrekken door die [minderjarige] ;
4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met
18 juni 2019 te Apeldoorn, althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid te weten terwijl hij, verdachte, (reeds langere tijd) een functie ten opzichte van die [minderjarige] vervulde als stiefvader van die [minderjarige] , althans een functie vervulde waardoor er sprake was van een (vertrouwens)relatie
- het (onder de douche) vastpakken van het (hoofd)haar van die [minderjarige] en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] naar zijn penis, althans naar beneden te duwen/bewegen en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] , terwijl zijn, verdachtes, penis zich in de mond van die [minderjarige] bevond, heen en weer te bewegen en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij (naakt)foto’s van haar had, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij aan iedereen in haar omgeving ging vertellen dat zij een relatie hadden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het misbruik maken van zijn fysieke en/of emotionele overwicht t.o.v. die [minderjarige] en/of
- het (meermalen) voorbijgaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of (aldus) een voor de [minderjarige] bedreigende situatie doen ontstaan
zijn (voormalig) stiefkind, [minderjarige] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] .
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Inleiding
[minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) heeft in verband met seksueel misbruik aangifte gedaan tegen verdachte. Hij is sinds haar vijfde in haar leven als stiefvader. Verdachte heeft het misbruik ten stelligste ontkend.
De militaire kamer ziet zich voor de vraag gesteld hoe zij hun verklaringen moet wegen en wat dat betekent voor de beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de verklaring van [minderjarige] niet betrouwbaar is en daarom niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De politie heeft haar sturende vragen gesteld. Verder is haar verklaring niet consistent en niet authentiek. Op essentiële onderdelen krimpt haar verklaring in of dijt deze juist uit.
Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat er onvoldoende steunbewijs is. Alle getuigenverklaringen, evenals de rapportage van Trauma Centrum Nederland, over het vermeende seksueel misbruik zijn te herleiden tot één bron, namelijk [minderjarige] . Getuige [getuige 1] heeft verklaard over opmerkingen die verdachte over [minderjarige] zou hebben gemaakt, maar dit heeft verdachte niet zo gezegd of moet anders worden opgevat.
Beoordeling door de militaire kamer
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de militaire kamer voorop dat zedenzaken zich in het algemeen kenmerken door het feit dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dit maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van de afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het, zoals in dit geval, een ontkennende verdachte betreft. Ook in dit geval is er geen getuige die de vermeende seksuele handelingen heeft waargenomen.
De betrouwbaarheid van de verklaring van [minderjarige]
De eerste vraag die de militaire kamer moet beantwoorden, is of de verklaring van [minderjarige] (hierna aangeefster) betrouwbaar is.
De militaire kamer overweegt hierover als volgt. Aangeefster heeft bij de politie, zowel in het informatief gesprek zeden als in haar aangifte, telkens – op hoofdlijnen – consistent verklaard. Deze verklaringen komen bovendien overeen met wat zij volgens verschillende getuigen aan hen heeft verteld over hetgeen haar zou zijn overkomen.
Daarbij heeft aangeefster tegenover de politie zeer concreet en gedetailleerd verklaard over wat er tussen haar en verdachte is voorgevallen. De militaire kamer acht het hierbij van belang dat zij niet alleen heeft verklaard over de handelingen en de manier waarop deze plaatsvonden, maar ook over de plek waar dit gebeurde en wat zij toen droeg.
Naar het oordeel van de militaire kamer draagt in het bijzonder aan de authenticiteit van haar verklaring bij dat zij ook beschrijft wat voor gevoel de handelingen haar gaven, zoals dat ze een lichamelijke reactie kreeg toen verdachte orale seks bij haar verrichtte en door ging tot ze ‘klaar’ was.
Wat haar verklaring volgens de militaire kamer ook authentiek maakt, is dat [minderjarige] tegen haar moeder heeft gezegd dat zij zelf ook niet geheel onschuldig was aan hetgeen ze verdachte verwijt. Ook uit het verslag van het Trauma Centrum Nederland blijkt dat [minderjarige] kampte met schuldgevoelens, hoewel ze uiteindelijk in zag dat zij niet verantwoordelijk is voor hetgeen haar is overkomen. Dit is heel erg passend bij hoe slachtoffers van seksueel misbruik vaak over zichzelf denken.
Bovendien probeert [minderjarige] haar verklaring niet ‘aan te dikken’: ze geeft duidelijk aan dat er nooit vaginale penetratie heeft plaats gevonden, hoewel verdachte dit wel heeft geprobeerd. Ook tegen getuigen heeft ze consequent verklaard dat er geen penetratie heeft plaatsgevonden.
[minderjarige] heeft bij de start van haar aangifte aangegeven dat ze het lastig vond om alles gedetailleerd te vertellen, waarop de verbalisanten hebben aangegeven dat zij haar aan de hand van vragen zullen helpen met haar verhaal. Volgens de verdediging maakt dit haar verklaring niet authentiek, meer in het bijzonder omdat de politie sturende vragen zou hebben gesteld. De militaire kamer vat de opmerking en de vragen van de politie echter op als het stellen van vervolgvragen om het volledige plaatje, inclusief de relevante details, boven de tafel te krijgen. De militaire kamer ziet dit niet als sturende vragen, maar als essentieel en normaal politiewerk.
Er is naar het oordeel van de militaire kamer verder geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat aangeefster een valse verklaring heeft afgelegd op grond van welke emotie dan ook. Ze geeft juist aan dat verdachte twee kanten had. Aan de ene kant was het een hele leuke man en stiefvader, die haar de nodige aandacht gaf die ze tekort kwam bij haar moeder, maar aan de andere kant was hij ook agressief, controlerend en grensoverschrijdend. Hierbij neemt de militaire kamer eveneens in aanmerking dat [minderjarige] , zoals hiervoor benoemd, lange tijd de schuld – in ieder geval deels – bij zichzelf heeft gelegd.
De militaire kamer constateert dat de tenlastegelegde periode eindigt op 18 juni 2019, maar dat [minderjarige] pas in 2022 een informatief gesprek heeft gevoerd met de politie, waarna zij vervolgens aangifte heeft gedaan. Als [minderjarige] inderdaad vanuit emotie een valse aangifte zou hebben gedaan, zoals gesuggereerd door de verdediging, dan was het veel logischer geweest dat zij dit had gedaan na bijvoorbeeld de scheiding van verdachte en haar moeder in 2018 of nadat verdachte, volgens zijn verklaring, weigerde [minderjarige] als zijn kind te erkennen.
In de ogen van de militaire kamer is het tijdsverloop tussen het vermeende misbruik en het informatieve gesprek door de politie dan ook veel beter te verklaren doordat het in algemene zin vaak tijd kost voordat slachtoffers van seksueel misbruik durven te benoemen wat hen is overkomen en vervolgens de moed te verzamelen om naar de politie te gaan. Bovendien heeft [minderjarige] tegenover de politie verklaard dat ze zich pas veilig genoeg voelde om aangifte te doen toen verdachte in verband met een ander feit gedetineerd zat. Ze was ook bang voor de mogelijkheid dat er niets met haar aangifte zou gebeuren, maar dat verdachte er vervolgens wel achter zou komen dat ze naar de politie was gestapt, met alle gevolgen van dien.
Dat [minderjarige] onduidelijk zou hebben verklaard over haar leeftijd ten tijde van het eerste incident en dat ze bij rechter-commissaris minder of anders zou hebben verklaard dan bij de politie, zoals de verdediging heeft betoogd, wijt de militaire kamer aan de feilbaarheid van het menselijke geheugen, waardoor op detailniveau verschillen kunnen ontstaan in verklaringen. Hierbij weegt de militaire kamer mee dat [minderjarige] heeft verklaard over een hele lange periode, waarin verdachte haar, volgens haar verklaring, veelvuldig seksueel heeft misbruikt. In dat licht is het niet verwonderlijk dat bepaalde gebeurtenissen door elkaar vloeien of haar mogelijk minder helder voor de geest staan. Dit doet voor de militaire kamer niet af aan de feitelijke inhoud en de betrouwbaarheid van haar verklaring.
Bovendien merkt de militaire kamer op dat de manier waarop [minderjarige] verklaart over wat zij zich herinnert, namelijk dat ze soms maar flarden weet of het zich herinnert vanuit ‘helikopterview’, juist heel goed past bij de manier waarop slachtoffers van seksueel misbruik zich dit misbruik na afloop vaak herinneren. Dissociatie is namelijk geen ongebruikelijke reactie op dergelijke traumatische gebeurtenissen. Zeker bij jongere, minderjarige slachtoffers is dit vaak hun enige manier om zulk trauma te overleven.
Gelet op al het voorgaande acht de militaire kamer de verklaring van [minderjarige] dan ook voldoende betrouwbaar en dus bruikbaar voor het bewijs.
Steunbewijs
Van belang voor de beoordeling is vervolgens dat op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan worden gebaseerd op grond van de verklaring van één getuige.
Deze bepaling strekt ertoe de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat zij de militaire kamer verbiedt tot een bewezenverklaring te komen indien de feiten en omstandigheden waarover een aangever verklaart op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
Volgens de Hoge Raad betekent de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv in zedenzaken, waarin het in de kern vaak gaat om het woord van aangever tegen dat van de verdachte, niet dat vereist is dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer die verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.
De bewijsmiddelen dienen voldoende steun te geven aan de verklaring van aangever (getuige). Dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige, zodat die verklaring niet op zichzelf staat, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.
Als het aanvullend bewijsmateriaal alleen is aan te merken als een onderbouwing van de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster, geeft deze daaraan in het licht van artikel 342 lid 2 Sv onvoldoende steun. Dat geldt bijvoorbeeld als het aanvullend bewijs bestaat uit een ‘de auditu’-verklaring, inhoudende een weergave van wat de ‘bron’ aan de betrokken getuige heeft verteld. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van de aangeefster op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming voldoende steunbewijs opleveren voor het bewezenverklaarde.
De militaire kamer zal dus moeten beoordelen of voor de verklaringen van aangeefster voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.
De militaire kamer overweegt hieromtrent als volgt, waarbij wordt opgemerkt dat de bewijsmiddelen die in deze beoordeling worden betrokken inclusief verwijzingen door voetnoten hierna in het vonnis zijn uitgewerkt.
Het procesdossier bevat allereerst steunbewijs voor de duur van de periode waarover [minderjarige] heeft verklaard. [minderjarige] zegt dat het misbruik begon toen zij 11 of 12 jaar oud was, dus in 2010 of 2011.
De moeder van [minderjarige] heeft verklaard dat ‘alle ellende’ is begonnen toen haar oudste zoon in [geboortedatum] 2009 werd geboren, dat haar seksleven met verdachte in 2010 stopte en dat verdachte sinds 2013 alleen nog maar bezig was met [minderjarige] en haar heel veel aandacht gaf. Getuige [getuige 2] , met wie [minderjarige] van 2014 tot ongeveer 2017 bevriend was, dus in de periode van het tenlastegelegde, heeft het vooral (dus niet uitsluitend) over de periode 2015-2016.
Verdachte heeft verklaard dat hij, toen de moeder van [minderjarige] en hij uit elkaar waren, maar hij nog geen andere woning had, wel eens op een matras heeft geslapen op de kamer van [minderjarige] . Dit komt overeen met wat [minderjarige] hierover heeft verklaard.
[minderjarige] heeft verder verklaard dat verdachte zich agressief gedroeg richting haar en dat hij haar probeerde te controleren. Hoewel verdachte dit stellig heeft ontkend, bevat het procesdossier meerdere bewijsmiddelen die haar verklaring op dit punt ondersteunen.
De moeder van [minderjarige] heeft bijvoorbeeld verklaard dat verdachte intimiderend was. Hij was zowel verbaal als fysiek agressief richting [minderjarige] . Ook probeerde hij haar te isoleren.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij een relatie kreeg met [minderjarige] toen zij meerderjarig was, maar verdachte mocht hier niet van weten. Toen [minderjarige] een keer bij [getuige 3] in Zwolle bleef slapen, kwam verdachte erachter dat ze een relatie hadden. Verdachte stuurde berichten en bleef bellen. Hij heeft [minderjarige] die avond op het station in Apeldoorn opgehaald en ze zijn gaan rondrijden. [minderjarige] bleef maar weg, [getuige 3] wist niet meer hoe lang, maar het was duidelijk dat [minderjarige] dit niet wilde en tegen haar wil bij hem was. Toen verdachte erachter kwam dat ze een relatie hadden, verbood hij [minderjarige] om [getuige 3] te zien. Volgens [getuige 3] pleegde verdachte tevens emotionele mishandeling vanuit een machtspositie. Er werd veel controle op haar uitgeoefend. [minderjarige] was erg bang voor verdachte en ze was afhankelijk van verdachte.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte altijd moeilijk deed en dat [minderjarige] en verdachte dan ruzie kregen. Ze hadden vaak ruzie en gedoe thuis. [minderjarige] en [getuige 2] spraken vaak bij [getuige 2] af of [minderjarige] vroeg of ze naar [getuige 2] kon, omdat er thuis weer gedoe was met verdachte. Dat was best vaak zo. Maar van verdachte mocht dit niet en dan ging hij [minderjarige] zoeken. Verdachte had een kort lontje, [getuige 2] merkte dit ook als ze bij hen thuis was. Verdachte was snel gepikeerd naar iedereen. Je mocht niet te veel zeggen, dan zou verdachte weer boos worden op [minderjarige] .
Het procesdossier bevat verder een melding van Veilig Thuis. Een buurvrouw van het gezin heeft deze melding op 5 februari 2018 gedaan, omdat zij de zaterdag daarvoor (de militaire kamer begrijpt: 2 februari 2018) rond 23:15 uur [minderjarige] huilend op straat had aangetroffen in haar ochtendjas. De moeder van [minderjarige] kwam ook naar buiten en vertelde dat verdachte was doorgedraaid en dat hij [minderjarige] over de bank heen had getrokken. [minderjarige] bevestigde dit. [minderjarige] is bij de buurvrouw blijven slapen, omdat ze niet naar huis kon. Volgens [minderjarige] en haar moeder was dat niet veilig. Zowel [minderjarige] als haar moeder gaven aan dat er veel ruzies waren tussen [minderjarige] en haar stiefvader, waarbij hij ook fysiek gewelddadig naar haar was. [minderjarige] vertelde dat er in het verleden wel eens klappen waren gevallen.
Verder heeft [minderjarige] verklaard dat verdachte verliefd op haar was en dat hij dacht dat hij een relatie met haar had. Ook op dit punt wordt haar verklaring ondersteund door meerdere bewijsmiddelen. Getuige [getuige 3] heeft namelijk verklaard dat de motivatie van verdachte was dat [minderjarige] en verdachte een relatie hadden. [minderjarige] heeft tegen getuige [getuige 2] verteld dat verdachte verliefd was op [minderjarige] , al sinds ze jong was.
De moeder van [minderjarige] heeft verklaard dat ze de relatie tussen [minderjarige] en verdachte wat ongepast vond en dat ze hen te close vond. Verder heeft ze verklaard dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij een relatie met [minderjarige] had en dat hij haar niet had geneukt, maar dat wel had gewild, omdat hij echt van haar (de militaire kamer begrijpt: [minderjarige] ) hield. Tijdens de afspraak bij GGNet zei verdachte tegen de moeder van [minderjarige] : ‘Ik hou van jullie allebei’. Volgens de verdediging zijn deze uitspraken niet gedaan, dan wel moeten deze niet worden gezien in de context van seksueel misbruik.
De militaire kamer ziet geen reden om aan te nemen dat verdachte deze uitspraken niet heeft gedaan. Daarbij neemt de militaire kamer mee dat de moeder van [minderjarige] heeft verklaard dat ze juist niet wil dat verdachte denkt dat ze hem een hak wil zetten, omdat ze op het moment van haar getuigenverklaring juist normaal met hem kon omgaan. Bovendien geeft ze aan dat de relatie tussen [minderjarige] en haar erg verstoord was. Tot slot heeft ze verklaard dat ze [minderjarige] noch verdachte heeft gespaard in haar verklaring. In die zin is ze dus een relatief ‘neutrale’ getuige.
Verdachte heeft ter zitting geprobeerd zijn opmerking, dat hij een relatie met [minderjarige] had, uit te leggen. Hiermee bedoelde hij naar eigen zeggen te illustreren dat zijn relatie met de moeder van [minderjarige] niet goed was en dat het leek alsof hij een relatie had met [minderjarige] , omdat hij alles met [minderjarige] deed in plaats van met haar moeder.
Voor de militaire kamer is deze uitleg onbegrijpelijk. Dit verhoudt zich ook slecht tot het feit dat juist hij volgens de moeder van [minderjarige] degene was die afwijzend stond tegenover intimiteit tussen hen beide. Bovendien heeft verdachte deze uitspraak ter terechtzitting uitsluitend geïllustreerd aan de hand van voorbeelden die ook plaatsvinden buiten een romantische en/of seksuele relatie, zoals bijvoorbeeld het samen bezoeken van familie en het kopen van kleding.
Deze uitspraken ondersteunen dus de verklaring van [minderjarige] , terwijl er geen enkele (aannemelijke) reden is om te veronderstellen dat zij vanuit enige negatieve emotie een leugenachtige, belastende verklaring over verdachte heeft afgelegd.
Verdachte heeft op al deze punten geen echt weerwoord, anders dan de enkele ontkenning dat het niet gebeurd zou zijn. Hij ontkent niet alleen het seksueel misbruik waarover [minderjarige] verklaart, maar ook dat hij agressief en controlerend zou zijn geweest richting haar. Hij heeft echter ook geen aannemelijke verklaring waarom [minderjarige] en de andere getuigen hier wel over hebben verklaard. Een buurvrouw heeft bijvoorbeeld een melding gedaan bij Veilig Thuis, omdat [minderjarige] op 5 februari 2018 rond 23:15 uur huilend op straat stond in haar ochtendjas en de moeder van [minderjarige] vertelde dat verdachte [minderjarige] die avond over de bank heen had getrokken. Ook dit is volgens verdachte simpelweg niet gebeurd.
Gelet hierop bevat het procesdossier naar het oordeel van de militaire kamer dan ook voldoende steunbewijs voor de verklaring van [minderjarige] .
De militaire kamer gaat uit van de verklaring van [minderjarige] dat zij seksueel is misbruikt door verdachte. De uitingen van verdachte tegenover haar moeder kunnen niet anders worden opgevat dan dat hij daadwerkelijk dacht dat hij een relatie had met [minderjarige] . Enkel vanuit dit licht kunnen de seksuele handelingen, waarover [minderjarige] heeft verklaard, worden geduid.
De verdediging heeft betoogd dat het procesdossier onvoldoende steunbewijs bevat, omdat de bron van de getuigenverklaring telkens steeds [minderjarige] zou zijn. Zoals de militaire kamer hiervoor heeft besproken, is dat een onjuiste veronderstelling. De moeder van [minderjarige] heeft verklaard wat verdachte zelf tegen haar heeft verteld. Ook de melding van Veilig Thuis is gedaan door een onafhankelijke bron, namelijk een buurvrouw. Verder hebben de getuigen verklaard over wat zij zelfstandig hebben meegekregen van het controlerende gedrag van verdachte.
De bewijsmiddelen
[minderjarige] , die geboren is op [geboortedag] 1999, heeft verklaard dat ze vijf jaar oud was toen verdachte, haar stiefvader, in haar leven kwam. Verdachte was haar enige vaderfiguur.
De eerste keer dat verdachte haar seksueel misbruikte, was toen [minderjarige] ongeveer 11 of 12 jaar oud was. Ze lag in het bed van haar autistische halfbroertje. Dit bed had hoge spijlen. Verdachte kwam achter haar liggen, wat je kunt zien als lepeltje lepeltje. Verdachte ging met zijn hand over haar kleding en ging daarna gelijk in haar onderbroek. Hij vingerde haar. Hij ging met zijn vingers over haar vagina en probeerde haar clitoris te vinden. Verdachte zat daarbij met zijn vingers tussen haar schaamlippen.
[minderjarige] denkt dat het volgende incident een jaar later was. Dit was de tweede keer. [minderjarige] had een slaapkamer op zolder en lag op bed te relaxen. Verdachte kwam naar boven en ging bij haar op bed zitten. Hij kletste wat. Op een gegeven moment zoende hij haar. Hij vingerde haar eerst. Hij trok haar broek uit en trok haar onderbroek naar beneden. Toen likte hij haar vagina.
Op enig moment konden haar moeder en verdachte niet meer door één deur, maar omdat verdachte nog geen eigen woning had, sliep hij nog zes tot acht maanden op een matras bij [minderjarige] op haar kamer. Daardoor kon verdachte doorgaan met het seksueel misbruik.
De ergste keer was bij verdachte thuis onder de douche. [minderjarige] denkt dat dit in 2018 was. Verdachte wilde samen met [minderjarige] douchen. Ze kleedde zich uit en stapte bij hem onder de douche. Verdachte begon haar te tongzoenen. Hij zat aan haar borsten en billen. [minderjarige] moest hem pijpen. Het ging heel grof. Hij pakte [minderjarige] bij haar haren, drukte haar hoofd heel dicht tegen hem aan en bewoog haar hoofd heen en weer. Zijn penis zat in haar mond. Verdachte drukte zo hard dat ze bijna stikte. Het ging vrij ruig door tot verdachte klaar kwam in haar mond en gezicht.
De laatste keer was toen [minderjarige] negentien jaar was. Dit was bij verdachte thuis op zijn bed. Verdachte lag bovenop haar. Verdachte vingerde [minderjarige] . Het was heel ruig, snel en hard. Hij probeerde met zijn vinger in haar vagina te gaan. Zij moest hem aftrekken.
Het misbruik vond plaats van ongeveer 2010, toen [minderjarige] ongeveer elf jaar oud was, tot 2019, vlak voor haar twintigste, en gebeurde bijna dagelijks. Behalve vaginale penetratie hebben alle seksuele handelingen plaatsgevonden. [minderjarige] moest verdachte aftrekken en pijpen. Verdachte vingerde haar en verrichtte orale seks bij haar. Verdachte heeft haar een paar keer geprobeerd te verkrachten en vaginaal te penetreren, maar toen heeft ze heel hard gegild. Het vond grotendeels plaats bij haar moeder in Apeldoorn, maar ook in het huis van verdachte in Apeldoorn.
Verdachte wilde [minderjarige] in 2007, toen hij met haar moeder trouwde, als zijn kind erkennen, maar dat wilde zij niet. Toen kwam er een kantelpunt bij verdachte. Verdachte zei dat hij verliefd op haar was en van haar hield. Dat was ook de reden dat hij [minderjarige] niet verkrachtte. Hij had hele liefdesverklaringen. Hij had de fantasie dat hij met [minderjarige] zou trouwen, dat ze samen zouden weglopen en kinderen zouden krijgen. Verdachte had een gevaarlijke obsessie voor haar.
Verdachte werd vanaf haar achtste agressief, zowel verbaal als fysiek. De agressie bouwde in de loop der jaren op. Als verdachte boos werd, werd het zwart voor zijn ogen. Verdachte trok haar bijvoorbeeld van de trap af of duwde haar tegen de muur aan. Op haar veertiende was ze echt doodsbang voor verdachte.
Verdachte had hele strikte grenzen. Hij bepaalde vaak wat [minderjarige] deed en wat ze aan had. [minderjarige] mocht geen make-up. Ze mocht niet beslissen wat ze aan trok. Verdachte isoleerde haar. Hij wilde bepalen met wie ze omging. Ze mocht geen vriendjes en de vriendinnen werden ook steeds minder.
Rond haar veertiende zei ze tegen verdachte dat ze het niet meer wilde en dat ze anders weg zou gaan, maar verdachte dreigde dat hij naaktfoto’s van haar zou verspreiden en bekend zou maken dat ze dit allemaal zelf wilde.
Ook toen ze negentien jaar oud was, durfde [minderjarige] niets te zeggen. Ze was doodsbang. Verdachte had haar al van kleins af aan in haar macht.
Getuige [getuige 1] , de moeder van [minderjarige] , heeft verklaard dat verdachte soms agressief en intimiderend tegen [minderjarige] was. Hij werd dan heel kwaad. Hij pakte haar bij haar keel en sleurde haar mee.
Toen [zoon 1] , de oudste zoon van [getuige 1] en verdachte, in [geboortedatum] 2009 werd geboren, begon volgens [getuige 1] alle ellende. Nadat [zoon 1] 17 maanden was (de militaire kamer begrijpt: halverwege 2010) werd verdachte agressief en depressief. [getuige 1] denkt dat het in die tijd is misgegaan. Volgens [getuige 1] was verdachte sinds 2013 alleen maar bezig met [minderjarige] .
Na de geboorte van [zoon 2] in 2010 hebben [getuige 1] en verdachte nog twee keer seks gehad. Verder raakte verdachte haar niet aan. [getuige 1] probeerde het wel, maar verdachte wees haar af.
[getuige 1] kwam een keer thuis en zag [minderjarige] en verdachte toen innig in elkaar verstrengeld lagen. Ze dacht toen: ‘What the fuck is dit?’ [getuige 1] probeerde verdachte en [minderjarige] te betrappen.
Sinds eind 2017 sliepen [getuige 1] en verdachte apart, omdat verdachte helemaal gek werd en niet meer sliep. [getuige 1] merkte dat dit was omdat hij [minderjarige] dan niet meer in zijn macht zou hebben.
In januari 2018 had verdachte een afspraak bij GGNet, waar hij onder behandeling was. Verdachte zei tegen [getuige 1] : ‘Ik heb een relatie met je dochter’. [minderjarige] zat op de bank en was woest en beschaamd. In de auto op weg naar de afspraak vroeg [getuige 1] of verdachte haar (de militaire kamer begrijpt: [minderjarige] ) had geneukt. Verdachte zei toen dat dit niet zo was, maar dat hij dit wel had gewild, omdat hij echt van haar (de militaire kamer begrijpt: [minderjarige] ) hield. Tijdens de afspraak bij GGNet zei verdachte: ‘Ik hou van jullie allebei’.
Verdachte isoleerde zowel [minderjarige] als [getuige 1] . [getuige 1] verklaarde dat ze ook herkende dat het zwart voor de ogen van verdachte kon worden.
Nadat [getuige 1] en verdachte in 2018 waren gescheiden, ging [minderjarige] heel vaak naar verdachte. Ze woonde bijna bij hem.
Verdachte heeft gezegd dat hij echt van [minderjarige] hield en dat [minderjarige] de liefde van zijn leven was. Verdachte zag een heel leven met [minderjarige] voor zich en wilde met haar trouwen. Zowel verdachte als [minderjarige] hebben dit tegen [getuige 1] gezegd. Verdachte zei dat [getuige 1] niet meer bij hem thuis kon komen, omdat hij niet wilde dat de buren zouden horen dat zowel [zoon 2] als [minderjarige] [getuige 1] ‘mama’ noemden.
Getuige [getuige 4] , de tante van [minderjarige] , heeft verklaard dat, als [minderjarige] hier (de militaire kamer begrijpt: bij getuige thuis) was, verdachte vaak naar [minderjarige] belde en vroeg wat [minderjarige] aan het doen was. Ook was zij een keer met [minderjarige] naar het jaarlijkse vuurwerk in Scheveningen. [minderjarige] was toen veertien of vijftien jaar oud. Verdachte heeft [minderjarige] toen twee of drie keer gebeld. Hij vroeg waar ze was en met wie.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij van juli 2017 tot december 2018 een relatie met [minderjarige] had. Een aantal maanden nadat hun relatie was begonnen, vertelde [minderjarige] over seksueel misbruik door haar stiefvader. Er had geen penetratie plaatsgevonden, maar [minderjarige] is wel aangeraakt bij haar vagina en zij raakte de piemel van verdachte aan. De motivatie van verdachte was dat [minderjarige] en verdachte een relatie hadden.
Er was ook sprake van emotionele mishandeling vanuit een machtspositie. Er werd heel veel controle op [minderjarige] uitgeoefend. De stiefvader van [minderjarige] mocht niet weten dat [getuige 3] en zij een relatie hadden.
Toen [minderjarige] een keer bij [getuige 3] in Zwolle bleef slapen, kwam verdachte achter hun relatie. Verdachte geloofde het excuus niet dat [minderjarige] en haar moeder hadden verzonnen. Verdachte werd heel erg boos en heeft [minderjarige] die avond op het station in Apeldoorn opgehaald, zonder dat haar moeder hiervan wist. Verdachte en [minderjarige] zijn toen rondjes gaan rijden zonder dat iemand wist waar zij waren. [minderjarige] bleef maar weg. [getuige 3] wist niet hoe lang het was, maar het was duidelijk dat [minderjarige] dit niet wilde en tegen haar wil bij hem was. Toen verdachte achter hun relatie kwam, heeft hij [minderjarige] verboden om [getuige 3] te zien.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [minderjarige] heeft verteld dat haar stiefvader verliefd op haar was, al vanaf jonge leeftijd van [minderjarige] .
Verdachte deed altijd moeilijk en [minderjarige] en hij hadden vaak ruzie thuis. [minderjarige] had heel vaak gedoe thuis. [minderjarige] en zij spraken vaak af bij [getuige 2] of [minderjarige] vroeg haar ’s avonds of ze naar [getuige 2] kon, omdat er weer gedoe was met verdachte. Dat was best vaak zo. Dat mocht dan weer niet van verdachte en dan ging verdachte [minderjarige] zoeken. Verdachte had een kort lontje, dat merkte [getuige 2] ook als ze bij hen thuis was. Verdachte was snel gepikeerd, eigenlijk naar iedereen. Je mocht niet te veel zeggen bij hen thuis, dan zou verdachte weer boos worden op [minderjarige] . Dat merkte je wel.
[getuige 2] heeft het dan vooral over 2015-2016.
Het procesdossier bevat tot slot een melding van Veilig Thuis. Een buurvrouw van het gezin heeft deze melding op 5 februari 2018 gedaan, omdat zij de zaterdag daarvoor (de militaire kamer begrijpt: 2 februari 2018) rond 23:15 uur [minderjarige] huilend op straat had aangetroffen in haar ochtendjas. De moeder van [minderjarige] kwam ook naar buiten en vertelde dat verdachte was doorgedraaid en dat hij [minderjarige] over de bank heen had getrokken. [minderjarige] bevestigde dit. [minderjarige] is bij de buurvrouw blijven slapen, omdat ze niet naar huis kon. Volgens [minderjarige] en haar moeder was dat niet veilig. Zowel [minderjarige] als haar moeder gaven aan dat er veel ruzies waren tussen [minderjarige] en haar stiefvader, waarbij hij ook fysiek gewelddadig naar haar was. [minderjarige] vertelde dat er in het verleden wel eens klappen waren gevallen.
Conclusie
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de militaire kamer het volgende vast.
[minderjarige] was destijds de stiefdochter van verdachte. Hij verzorgde haar en voedde haar op als behorende tot zijn gezin.
In de periode van 19 juni 2010 tot en met 18 juni 2011 heeft verdachte de schaamstreek van [minderjarige] betast en één of meer vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Dit zijn handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige] . Zij was toen elf jaar oud.
De militaire kamer acht feit 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
In de periode van 19 juni 2011 tot en met 18 juni 2015 heeft verdachte [minderjarige] gezoend. Hij heeft met zijn vingers/hand de schaamstreek van [minderjarige] betast. Hij heeft zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Verder heeft hij zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van [minderjarige] gebracht, zijn penis in haar mond gebracht en geprobeerd zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te brengen. Tot slot heeft verdachte zijn penis laten betasten en/of aftrekken door [minderjarige] .
[minderjarige] was toen ouder dan twaalf, maar jonger dan zestien, en, zoals gezegd, verdachte was haar stiefvader. Dat maakt deze handelingen zonder meer in strijd met de sociaal-ethische norm en dus ontuchtig. De handelingen vonden plaats buiten echt en bestonden (mede) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige] .
De militaire kamer acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
In de periode van 19 juni 2010 tot en met 18 juni 2017 heeft verdachte [minderjarige] gezoend en haar schaamstreek betast. Hij heeft zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Verder heeft hij zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van [minderjarige] gebracht, zijn penis in haar mond gebracht en geprobeerd zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te brengen. Tot slot heeft verdachte zijn penis laten betasten en/of aftrekken door [minderjarige] .
[minderjarige] was toen minderjarig, en, zoals gezegd, verdachte was haar stiefvader. Dat maakt deze handelingen zonder meer in strijd met de sociaal-ethische norm en dus ontuchtig.
De militaire kamer acht feit 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
In de periode van 19 juni 2015 tot en met 18 juni 2019 heeft verdachte tot slot [minderjarige] gezoend en haar billen, borsten en schaamstreek betast. Hij heeft zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht. Verder heeft hij zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van [minderjarige] gebracht, zijn penis in haar mond gebracht en geprobeerd zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te brengen. Tot slot heeft verdachte zijn penis laten betasten en/of aftrekken door [minderjarige] . Deze handelingen bestonden (mede) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige] .
Verdachte vervulde langere tijd de functie van stiefvader van [minderjarige] , waardoor sprake was van een vertrouwensrelatie. Verdachte heeft misbruik gemaakt van dit emotionele overwicht dat hij ten opzichte van [minderjarige] had. Verdachte heeft [minderjarige] bij haar haren gepakt en haar hoofd naar zijn penis te duwen/bewegen. Toen zijn penis in haar mond was, heeft verdachte [minderjarige] ’s hoofd heen en weer bewogen. Ook zei verdachte tegen [minderjarige] dat hij naaktfoto’s van haar had en die zou verspreiden en dat hij aan iedereen in haar omgeving ging vertellen dat ze een relatie hadden. Verdachte is meermalen voorbijgegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet of weerstand. Daarmee heeft hij een voor [minderjarige] bedreigende situatie gecreëerd.
Door zo te handelen heeft verdachte [minderjarige] gedwongen de hiervoor genoemde seksuele handelingen te ondergaan.
Daarmee acht de militaire kamer ook feit 4 wettig en overtuigend bewezen.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2011 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten,
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand) betasten van de billen en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] ;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2011 tot en met
18 juni 2015 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn stiefdochter [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] ;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2010 tot en met
18 juni 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999 door
- die [minderjarige] te (tong)zoenen en/of
- de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) te betasten en/of
- één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, tong, tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis, in de mond van die [minderjarige] te brengen en/of
- ( te trachten) zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis te laten betasten en/of aftrekken door die [minderjarige] ;
4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met
18 juni 2019 te Apeldoorn, althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid te weten terwijl hij, verdachte, (reeds langere tijd) een functie ten opzichte van die [minderjarige] vervulde als stiefvader van die [minderjarige] , althans een functie vervulde waardoor er sprake was van een (vertrouwens)relatie
- het (onder de douche) vastpakken van het (hoofd)haar van die [minderjarige] en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] naar zijn penis, althans naar beneden te duwen/bewegen en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [minderjarige] , terwijl zijn, verdachtes, penis zich in de mond van die [minderjarige] bevond, heen en weer te bewegen en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij (naakt)foto’s van haar had, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het tegen die [minderjarige] zeggen dat hij aan iedereen in haar omgeving ging vertellen dat zij een relatie hadden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het misbruik maken van zijn fysieke en/of emotionele overwicht t.o.v. die [minderjarige] en/of
- het (meermalen) voorbijgaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of (aldus) een voor de [minderjarige] bedreigende situatie doen ontstaan
zijn (voormalig) stiefkind, [minderjarige] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten
- het (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand en/of tong) betasten van de billen en/of borsten en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige] en/of
- het (trachten te) brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [minderjarige] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermaals gepleegd;
feit 2:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermaals gepleegd;
feit 3:
ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkind, meermaals gepleegd;
feit 4:
verkrachting, meermaals gepleegd.
5De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar,
de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), waarbij de officier van justitie heeft gevorderd dat deze dadelijk uitvoerbaar moet worden verklaard en
de maatregel van artikel 38z Sr.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bij een eventuele strafoplegging aandacht gevraagd voor enkele persoonlijke belangen van verdachte, zoals het behoud van de zorg voor zijn kinderen en van zijn koopwoning. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op het recidiverisico, dat volgens de reclassering laag is.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich veelvuldig schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn stiefdochter [minderjarige] . Hij dwong [minderjarige] tot het langdurig ondergaan van vérgaande seksuele handelingen en kon daarbij ontzettend grof zijn, wat [minderjarige] als zeer vernederend heeft ervaren.
[minderjarige] was pas elf jaar oud toen zij voor het eerst slachtoffer werd van het handelen van verdachte. Verdachte ging jaren door met het misbruik, dat pas stopte toen [minderjarige] negentien jaar oud was, omdat zij toen pas de moed had om zich tegen de escapades van verdachte te verzetten.
Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [minderjarige] . Bovendien heeft hij [minderjarige] met zijn handelen de kans ontnomen om haar seksualiteit op haar eigen manier en tempo te ontdekken en ontwikkelen. Verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de schadelijke gevolgen van zijn gedrag voor zijn stiefdochter. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort delicten hiervan nog zeer lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Uit het verslag van het Trauma Centrum Nederland blijkt dat [minderjarige] door het misbruik een posttraumatische stressstoornis heeft opgelopen, waarvoor zij intensieve behandeling heeft ondergaan. Namens [minderjarige] is ter terechtzitting een indringende slachtofferverklaring afgelegd, waaruit blijkt welke gevolgen het misbruik voor haar heeft gehad en nog steeds heeft.
Verdachte was in het leven van [minderjarige] sinds zij vijf jaar oud was. Hij was haar enige vaderfiguur, iemand die ze had moeten kunnen vertrouwen en die voor haar had moeten zorgen. In plaats daarvan heeft verdachte niet alleen misbruik gemaakt van die rol, maar was hij ook fysiek agressief, intimiderend en controlerend richting [minderjarige] . Als ze zei dat ze wilde stoppen, dreigde verdachte naaktfoto’s van haar te verspreiden en tegen iedereen te vertellen dat verdachte en zij een relatie hadden. Dit rekent de militaire kamer hem ten zeerste aan.
Bovendien heeft verdachte geen enkele openheid van zaken gegeven. Nadat hij zich bij de politie heeft beroepen op zijn zwijgrecht, heeft hij tegenover de militaire kamer de feiten enkel ontkend. De militaire kamer neemt het verdachte kwalijk dat hij volstrekt geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte, d.d. 5 januari 2026, blijkt dat hij in 2023 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, vanwege een poging tot doodslag en openlijke geweldpleging. Dat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is.
Verdachte heeft een koophuis en een baan, hoewel hij vanwege onderhavige verdenking inmiddels een aantal maanden thuis zit. Hij deelt de zorg voor zijn twee kinderen met de moeder van [minderjarige] .
Reclassering Nederland heeft op 7 november 2024 een advies over verdachte uitgebracht. Indien verdachte wordt veroordeeld voor het tenlastegelegde, ziet de reclassering een patroon van geweldsdelicten. Na zijn detentie heeft verdachte zijn leven weer opgepakt. De reclassering ziet zijn huisvesting, werk en inkomen als mogelijk beschermende factoren. Nu verdachte het tenlastegelegde ontkent, kan de reclassering niet met zekerheid delictgerelateerde factoren duiden. Verdachte wilde niet meewerken aan persoonlijkheidsonderzoek, waardoor de reclassering geen uitspraken kan doen over de aanwezigheid van eventuele seksuele, agressie- en/of persoonlijkheidsproblematiek.
In geval van een veroordeling schat de reclassering de kans op recidive van een geweldsdelict in als laag-gemiddeld. De reclassering heeft in dat geval zorgen over het delictgedrag van verdachte in combinatie met het eerdere geweldsdelict dat hij pleegde. Ook heeft de reclassering in dat geval ernstige zorgen ten aanzien van de aanwezigheid van de twaalfjarige dochter van zijn huidige partner (de militaire kamer heeft ter terechtzitting begrepen dat deze relatie inmiddels is verbroken).
Bij een veroordeling ziet de reclassering het psychosociaal functioneren en de seksualiteit van verdachte als mogelijke risicofactoren. De reclassering ziet meerwaarde in een forensisch kader, te weten bijzondere voorwaarden als diagnostiek en een eventueel daaruit voortvloeiende ambulante behandeling, om de kans op recidive te verminderen. In dat geval zal verdachte openheid moeten geven over zijn delictgedrag.
In haar advies van 27 mei 2025 heeft Reclassering Nederland bovenstaande bevindingen herhaald.
De reclassering adviseert bij veroordeling oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden de meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een contactverbod met [minderjarige] .
Gevangenisstraf
Alles overwegende is de militaire kamer van oordeel dat enkel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst en duur van de feiten, alsmede de gevolgen daarvan voor [minderjarige] .
Daarom veroordeelt de militaire kamer verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
De 38v-maatregel
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich gedurende vijf jaar onthoudt van contact, direct of indirect, met [minderjarige] .
De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt één maand per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De militaire kamer overweegt dat uit het procesdossier blijkt dat verdachte niet alleen geobsedeerd was door [minderjarige] en haar vanuit die obsessie langdurig seksueel heeft misbruikt, maar ook agressief was richting haar, zowel verbaal als fysiek. Verder zou verdachte [minderjarige] in 2021 op Schiphol hebben opgewacht toen zij terug kwam van vakantie, ook al had zij duidelijk aangegeven dat zij geen contact meer met hem wilde. Verdachte is in het verleden wegens eendaadse samenloop van het medeplegen van poging tot doodslag en openlijke geweldpleging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan vijftien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Pas toen verdachte het onvoorwaardelijke gedeelte van die straf uit moest zitten, durfde [minderjarige] vanwege onderhavige zaak naar de politie te stappen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [minderjarige] blijkt dat verdachte het graag wilde ‘uitpraten’, maar [minderjarige] wil geen contact meer met verdachte. De kans is bovendien groot dat de door de militaire kamer opgelegde gevangenisstraf ingrijpende gevolgen voor verdachte zal hebben als het aankomt op zijn baan, zijn woning en het contact met zijn kinderen. Dit alles doet de militaire kamer vrezen voor recidive.
Het baart de militaire kamer ernstig zorgen dat verdachte is veroordeeld voor ernstige zedendelicten na een eerdere veroordeling voor het plegen van zeer serieus geweld. De militaire kamer vindt verdachte onvoorspelbaar en ziet serieuze aanwijzingen voor mogelijke escalatie naar aanleiding van deze veroordeling.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
De 38z-maatregel
De militaire kamer is van oordeel dat in onderhavige zaak het voorkomen van recidive van zwaarwegend belang is.
Om dit te kunnen bewerkstelligen, kan een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking, als bedoeld in artikel 38z Sr, worden opgelegd. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich na het beëindigen van de gevangenisstraf aan gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen dient te houden en zich moet conformeren aan langdurig toezicht van de reclassering, opdat het risico op herhaling van seksuele en geweldsdelicten wordt geminimaliseerd. Hierbij neemt de militaire kamer in overweging dat verdachte, net zoals ten tijde van de reclasseringsadviezen, in de toekomst misschien opnieuw een relatie krijgt met een vrouw met minderjarige dochters.
Ter bescherming van anderen, dan wel ten behoeve van de algemene veiligheid van personen of goederen zal de militaire kamer dan ook een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen.
8De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [minderjarige] heeft in verband met feiten 1 tot en met 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 15.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de door de verdediging bepleite integrale vrijspraak.
De beoordeling door de militaire kamer
Het gevorderde smartengeld
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de militaire kamer vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Door de bewezenverklaarde feiten heeft de benadeelde immers geestelijk letsel in de vorm van een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Daarnaast vormt het bewezenverklaarde seksuele misbruik een dusdanig ernstige inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij dat dit in zichzelf als aantasting van de persoon op andere wijze dient te worden beschouwd. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De militaire kamer houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Verder houdt de militaire kamer rekening met de Rotterdamse schaal. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 15.000,- vaststellen.
De wettelijke rente
Verdachte is vanaf 18 juni 2019 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De schadevergoedingsmaatregel
De militaire kamer ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38v, 38w, 38z, 57, 63, 242 (oud), 244 (oud), 245 (oud), 248 (oud) en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
10De beslissing
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 1999;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste één maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;
veroordeelt verdachte in verband met feiten 1 tot en met 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige] van € 15.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige] , een bedrag te betalen van € 15.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 100 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter) en mr. Y.H.M. Marijs, rechters en Kolonel mr. H.M. Stratenus, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2026.
Kolonel mr. Stratenus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRBC22491, gesloten op
16 april 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 29-30.
Proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 30.
Proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 32.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 32-33.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 33.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25-26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 28-29 en 31.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 26 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 30-32.
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25 en proces-verbaal van aangifte door [minderjarige] , p. 29-30 en 33.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 42-45.
Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , p. 39.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 46-47.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 49-51.
Een geschrift, te weten een melding van Veilig Thuis, p. 55-56.