Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:5396
2026-07-07
Strafrecht
05.279765.25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren en een gewoonte maken van het verwerven, in bezit hebben en zich toegang verschaffen tot een grote hoeveelheid kinderporno. Verdachte heeft de voeten van een 12-jarig meisje gemasseerd, gekust en gelikt. Daarnaast is bij hem een enorme hoeveelheid foto’s en video’s met daarop kinderporno aangetroffen, die hij in een periode van ruim vijf jaren heeft verzameld. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar en bijzondere voorwaarden. Vordering benadeelde partij deels toegewezen op basis van de Rotterdamse Schaal.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2026:822 Hoge Raad 02-06-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (37.134 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.279765.25
Datum uitspraak : 7 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R.A.C. Frijns, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2024 tot en met 13 oktober 2024 te Arnhem
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [minderjarige] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het masseren en/of kussen en/of likken van de blote voeten van die [minderjarige] ;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 15 oktober 2024 te Arnhem, althans in Nederland,
(in de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,
te weten een MSI laptop en/of een Acer computer met daarop een of meerdere foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon
(afbeeldingen 01 en/of 07 en/of 08 en/of 11 en/of 12 en/of 19 en/of 20 en/of 21
en/of 23 en/of 24 en/of 27 en/of 28 en/of 29 en/of 31 uit de toonmap)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong aanraakt
(afbeeldingen 04 en/of 05 en/of 09 en/of 10 en/of 15 en/of 25 en/of 26 en/of 32
en/of 33 en/of 34 en/of 35 en/of 36 uit de toonmap)
en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier
(afbeeldingen 37 en/of 38 uit de toonmap)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 01 en/of 02 en/of 03 en/of 13 en/of 14 en/of 16 en/of 17 en/of 18 en/of 22 en/of 39 en/of 40 en/of 41 en/of 42 en/of 48 uit de toonmap)
en/of
dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
(afbeelding 43 uit de toonmap),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Ten aanzien van feit 1
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [minderjarige] , p. 33, 35-38;
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [minderjarige] (verbatim), p. 58-59, 64, 81;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026.
Ten aanzien van feit 2
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek aan gegevensdragers, p. 96;
- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal en de bijbehorende bijlagen, p. 98, 100-103; 105-107;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte kinderpornografisch materiaal heeft verspreid of aangeboden. Verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2024 tot en met 13 oktober 2024 te Arnhem
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [minderjarige] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het masseren en/of kussen en/of likken van de blote voeten van die [minderjarige] ;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 15 oktober 2024 te Arnhem, althans in Nederland,
(in de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,
te weten een MSI laptop en/of een Acer computer met daarop een of meerdere foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon
(afbeeldingen 01 en/of 07 en/of 08 en/of 11 en/of 12 en/of 19 en/of 20 en/of 21
en/of 23 en/of 24 en/of 27 en/of 28 en/of 29 en/of 31 uit de toonmap)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong aanraakt
(afbeeldingen 04 en/of 05 en/of 09 en/of 10 en/of 15 en/of 25 en/of 26 en/of 32 en/of 33 en/of 34 en/of 35 en/of 36 uit de toonmap)
en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier
(afbeeldingen 37 en/of 38 uit de toonmap)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 01 en/of 02 en/of 03 en/of 13 en/of 14 en/of 16 en/of 17 en/of 18 en/of 22 en/of 39 en/of 40 en/of 41 en/of 42 en/of 48 uit de toonmap)
en/of
dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
(afbeelding 43 uit de toonmap),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren
feit 2:
T.a.v. de periode 1 april 2019 t/m 30 juni 2024
een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt
T.a.v. de periode 1 juli 2024 t/m 15 oktober 2024
een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt
5De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals die door de reclassering zijn geadviseerd, met uitzondering van het locatieverbod (gelet op de praktische (on)uitvoerbaarheid daarvan).
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft een maximale taakstraf bepleit en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Ten aanzien van de geadviseerde bijzondere voorwaarde “het vermijden van contact met minderjarigen” heeft de raadsman de rechtbank in overweging gegeven om deze niet op te leggen, tegen de achtergrond dat verdachte zelf vader is van een minderjarige zoon en om die reden te maken heeft met bijvoorbeeld allerlei (school)activiteiten met betrokkenheid van andere minderjarigen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van de toen negenjarige [minderjarige] , een vriendinnetje van zijn zoon (feit 1). Hij heeft haar in zijn woning binnengelaten op een moment waarop zijn zoon niet thuis was en heeft vervolgens haar voeten gemasseerd, gekust en gelikt. Daarnaast is bij hem een enorme hoeveelheid foto’s en video’s (72.625 foto’s en 492 video’s) met daarop kinderporno aangetroffen, die hij in een periode van ruim vijf jaren heeft verzameld (feit 2).
Verdachte heeft met het plegen van voornoemde feiten grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van kinderen. Hij heeft zijn eigen seksuele behoeftes boven de belangen van de jonge kinderen gesteld en is volledig voorbijgegaan aan hun welzijn.
Ten aanzien van feit 1 geldt daarbij dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn overwicht als volwassen man op [minderjarige] . Uit de voorgelezen slachtofferverklaring van de moeder van [minderjarige] blijkt duidelijk de enorme impact die het handelen van verdachte op [minderjarige] zelf en het leven van het gezin heeft. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.
Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat kinderen bij de vervaardiging van kinderpornografische afbeeldingen veelvuldig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Zij lopen daardoor, ten behoeve van de kinderporno-industrie, aanzienlijke psychische schade op die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De vraag naar en het bezit van kinderpornografie dragen bij aan de productie ervan en daarmee dus ook aan het misbruik van kinderen. Verdachte wordt daar met zijn handelen, dat ziet op de vraag naar een enorme hoeveelheid kinderporno gedurende een lange periode, mede verantwoordelijk voor gehouden. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan, te meer nu verdachte in 2011 al eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit en daar toen voor onder behandeling is geweest. Desondanks is hij opnieuw de fout ingegaan en heeft hij die situatie laten voortduren.
De rechtbank heeft kennis genomen van het NIFP-rapport van 4 april 2026 waarin is geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van meerdere stoornissen waaronder een pedofiele stoornis (niet-exclusieve type), voetfetisjisme, een trauma- en stressorgerelateerde stoornis, een depressieve stoornis, een vermijdende persoonlijkheidsstoornis, een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en dwangmatige trekken en een stoornis in het cannabisgebruik. Deze stoornissen waren in de periode van het tenlastegelegde aanwezig en van invloed op het handelen van verdachte. In het rapport wordt door de betrokkenen deskundigen geadviseerd het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
Het recidivegevaar wordt ingeschat als matig verhoogd. Verdachte lijkt in staat tot reflectie op het eigen functioneren, hetgeen de behandelbaarheid vergroot. Bij toenemende stress, eenzaamheid en ontregeling ontstaat een risico op hands-on grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarigen, met name in situaties waarin gelegenheid en beperkte externe controle samenkomen.
In het rapport wordt een geïntegreerd behandel- en toezichttraject geadviseerd gericht op het verminderen van parafiele preoccupatie, het doorbreken van compulsief seksueel gedrag, het versterken van emotieregulatie, het verminderen van traumaklachten en stemmingsklachten en het verminderen van verslaving. Daarnaast wordt geadviseerd duidelijke afspraken te maken over internetgebruik en technische beperkingen te overwegen. Een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld een verplicht behandeltraject wordt als passend en uitvoerbaar beschouwd, mede gezien de huidige behandelbereidheid van betrokkene.
De reclassering heeft in haar rapport van 13 mei 2026 eveneens een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd met bijzondere voorwaarden. Zij adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek, een ambulante verslavingsbehandeling (met mogelijk tot kortdurende opname), beheersing van middelengebruik, het vermijden contact met minderjarigen en digitale omgevingen die zien op seksueel kindermisbruik en een contactverbod met [minderjarige] en haar familie. De reclassering ziet een locatieverbod als niet uitvoerbaar gelet op de (vlak bij elkaar gelegen) woonadressen van [minderjarige] en haar familie en verdachte zelf.
De reclassering merkt ten aanzien van een gevangenisstraf op dat dit kan leiden tot verdere toename van sociaal isolement en acht een financiële sanctie minder passend. Een taakstraf is volgens de reclassering uitvoerbaar.
De rechtbank oordeelt met inachtneming van het voorgaande als volgt. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan, anders dan de verdediging heeft bepleit, niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf. Naar het oordeel van de rechtbank kan enkel met de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf de ernst van het handelen van verdachte tot uitdrukking worden gebracht en recht worden gedaan aan de gevolgen van de feiten voor zowel [minderjarige] als de samenleving.
De rechtbank neemt daarnaast de conclusies uit voornoemde rapportages over, in die zin dat zij de strafbare feiten verminderd aan verdachte toerekent en dat behandeling binnen een voorwaardelijk kader noodzakelijk is om het recidivegevaar te beperken, te meer nu verdachte zich ook behandelbereid heeft verklaard en zelf al (positieve) behandelstappen heeft gezet.
Zij ziet dan ook aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Dit heeft tot doel om verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit en hem te stimuleren zich aan de genoemde bijzondere voorwaarden te houden.
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de geldende LOVS-oriëntatiepunten. Voor het gewoonte maken van bezit van kinderporno wordt een gevangenisstraf van 1 jaar als uitgangspunt genoemd. Verder heeft de rechtbank, ook wat betreft de aanranding, gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken door rechters zijn opgelegd.
Alles afwegende komt de rechtbank tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de door de reclassering genoemde bijzondere voorwaarden.
De rechtbank zal geen locatieverbod opleggen. Daarbij overweegt de rechtbank dat zij een contactverbod met [minderjarige] en haar familie afdoende acht om (in)direct contact af te wenden. Verdachte heeft zelf ook aangegeven zich te onthouden van enig contact. Bovendien is een locatieverbod in de gegeven omstandigheden niet uitvoerbaar.
De rechtbank zal wel de voorwaarde opleggen die ziet op het vermijden van contact met minderjarigen. Zoals de deskundigen van het NIFP hebben geconcludeerd, bestaat er een risico op hands-on grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarigen, met name in situaties waarin gelegenheid en beperkte externe controle samenkomen. Verdachte heeft dit risico zelf ook onderkend. Door oplegging van de genoemde voorwaarde dient verdachte zich telkens bewust te zijn van het mijden van contact en daarmee van het daaraan verbonden risico.
De rechtbank zal aan het voorgaande in het licht van artikel 14b lid 2 Sr een langere proeftijd van 5 jaar verbinden, gelet op de aard van de strafbare feiten en het risico dat er, zonder effectieve behandeling, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een soortgelijk strafbaar feit zal begaan.
8De beoordeling van de civiele vordering
Ten aanzien van feit 1 is namens de benadeelde partij [minderjarige] een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert in totaal € 4.000 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in het geheel kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. De verdediging heeft daarbij gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 2026, waarin de Hoge Raad stringente eisen stelt aan het aannemen van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zonder dat in rechte is komen vast te staan welke concrete gevolgen de benadeelde heeft ondervonden van de normschending (de derde categorie).
Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag dient te worden gematigd tot een bedrag van € 2.000,-, omdat dit bedrag passend is binnen de bandbreedte van € 1.000 – € 5.000 van de categorie ‘ernstig’ van de Rotterdamse Schaal.
Overweging van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde als gevolg van het bewezenverklaarde immateriële schade heeft geleden. De rechtbank constateert dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde op andere wijze in de persoon is aangetast, nu de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde die conclusie rechtvaardigen. Uit de vordering en de bijgevoegde terugkoppeling van het intakegesprek met de psycholoog volgt dat [minderjarige] zich als gevolg van de aanranding onveilig voelt en dat zij angstig is geworden. Vooral ’s avonds, voordat zij gaat slapen, spookt het voorval door haar hoofd. Ze is bang dat het haar nog een keer zal overkomen. Door de betrokken hulpverlening wordt gekeken naar de juiste behandeling voor deze problematiek, waarbij traumatherapie wordt overwogen. Daarmee zijn de aard en ernst van de gevolgen van de normschending voor [minderjarige] naar het oordeel van de rechtbank met voldoende concrete gegevens onderbouwd en is er derhalve sprake van een situatie als bedoeld in de tweede categorie van het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 2026.
Voor de begroting van de schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het hoofdstuk ‘aanranding’ in de Rotterdamse Schaal. De rechtbank overweegt dat het bewezenverklaarde past bij de categorie ‘ernstig’. Daarvoor geldt een bandbreedte van € 1.000,- tot € 5.000,-. Rekening houdend met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en gelet op de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen, zal de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vaststellen op € 3.000,-.
Verdachte is ten aanzien van de vordering wettelijke rente verschuldigd vanaf 13 oktober 2024.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen.
9De beoordeling van het beslag
Ten aanzien van feit 2 is onder verdachte beslag gelegd op:
een laptop van het merk MSI (voorwerpnummer G3312069);
een computer van het merk Acer (voorwerpnummer G3312072).
De officier van justitie heeft verzocht om de voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat daar kinderporno op staat.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank zal beslissen dat de inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer, nu door de aanwezigheid van kinderporno sprake is van voorwerpen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
10De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 36f, 57, 240b (oud), 249, 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.
11De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van vijf jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden:
- Meldplicht bij reclassering
Verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering in Arnhem, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal verdachte uitnodigen voor een eerste afspraak;
- Ambulante behandeling
Verdachte laat zich behandelen door forensische psychiatrische polikliniek Transfore ( [locatie] ) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling;
- Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname
Verdachte laat zich gedurende de proeftijd, indien de reclassering dit nodig acht, behandelen door Iriszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- Beheersing middelengebruik
Verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van cannabis. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- Vermijden contact met minderjarigen
Verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen, behalve zijn zoon. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat volwassen personen hierbij aanwezig zijn;
- Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Gedurende de gehele proeftijd:
1. vermijdt verdachte digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. vermijdt verdachte digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. maakt verdachte geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. geeft verdachte inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;
- Contactverbod
Verdachte heeft en zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [minderjarige] (geboren op [geboortedag] -2015) en haar familie, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
stelt als overige voorwaarden dat verdachte:
- zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [minderjarige]
veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige] van € 3.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
verklaart de benadeelde partij [minderjarige] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
legt aan verdachte ten aanzien van feit 1 de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige] , een bedrag te betalen van € 3.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 30 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
De beslissing op het beslag
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de laptop van het merk MSI (G3312069) en de computer van het merk Acer (G3312072).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H.W. Martens (voorzitter), mr. J.M. Graat en S.W. van Kasbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.
mr. Van Kasbergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland Midden opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRBC24689 EKSTER, gesloten op 14 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
ECLI:NL:HR:2026:822.
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.279765.25
Datum uitspraak : 7 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R.A.C. Frijns, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2024 tot en met 13 oktober 2024 te Arnhem
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [minderjarige] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het masseren en/of kussen en/of likken van de blote voeten van die [minderjarige] ;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 15 oktober 2024 te Arnhem, althans in Nederland,
(in de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,
te weten een MSI laptop en/of een Acer computer met daarop een of meerdere foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon
(afbeeldingen 01 en/of 07 en/of 08 en/of 11 en/of 12 en/of 19 en/of 20 en/of 21
en/of 23 en/of 24 en/of 27 en/of 28 en/of 29 en/of 31 uit de toonmap)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong aanraakt
(afbeeldingen 04 en/of 05 en/of 09 en/of 10 en/of 15 en/of 25 en/of 26 en/of 32
en/of 33 en/of 34 en/of 35 en/of 36 uit de toonmap)
en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier
(afbeeldingen 37 en/of 38 uit de toonmap)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 01 en/of 02 en/of 03 en/of 13 en/of 14 en/of 16 en/of 17 en/of 18 en/of 22 en/of 39 en/of 40 en/of 41 en/of 42 en/of 48 uit de toonmap)
en/of
dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
(afbeelding 43 uit de toonmap),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Ten aanzien van feit 1
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [minderjarige] , p. 33, 35-38;
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [minderjarige] (verbatim), p. 58-59, 64, 81;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026.
Ten aanzien van feit 2
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek aan gegevensdragers, p. 96;
- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal en de bijbehorende bijlagen, p. 98, 100-103; 105-107;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte kinderpornografisch materiaal heeft verspreid of aangeboden. Verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2024 tot en met 13 oktober 2024 te Arnhem
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [minderjarige] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het masseren en/of kussen en/of likken van de blote voeten van die [minderjarige] ;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 15 oktober 2024 te Arnhem, althans in Nederland,
(in de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,
te weten een MSI laptop en/of een Acer computer met daarop een of meerdere foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong door die persoon
(afbeeldingen 01 en/of 07 en/of 08 en/of 11 en/of 12 en/of 19 en/of 20 en/of 21
en/of 23 en/of 24 en/of 27 en/of 28 en/of 29 en/of 31 uit de toonmap)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong aanraakt
(afbeeldingen 04 en/of 05 en/of 09 en/of 10 en/of 15 en/of 25 en/of 26 en/of 32 en/of 33 en/of 34 en/of 35 en/of 36 uit de toonmap)
en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier
(afbeeldingen 37 en/of 38 uit de toonmap)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 01 en/of 02 en/of 03 en/of 13 en/of 14 en/of 16 en/of 17 en/of 18 en/of 22 en/of 39 en/of 40 en/of 41 en/of 42 en/of 48 uit de toonmap)
en/of
dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
(afbeelding 43 uit de toonmap),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren
feit 2:
T.a.v. de periode 1 april 2019 t/m 30 juni 2024
een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt
T.a.v. de periode 1 juli 2024 t/m 15 oktober 2024
een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt
5De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals die door de reclassering zijn geadviseerd, met uitzondering van het locatieverbod (gelet op de praktische (on)uitvoerbaarheid daarvan).
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft een maximale taakstraf bepleit en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Ten aanzien van de geadviseerde bijzondere voorwaarde “het vermijden van contact met minderjarigen” heeft de raadsman de rechtbank in overweging gegeven om deze niet op te leggen, tegen de achtergrond dat verdachte zelf vader is van een minderjarige zoon en om die reden te maken heeft met bijvoorbeeld allerlei (school)activiteiten met betrokkenheid van andere minderjarigen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van de toen negenjarige [minderjarige] , een vriendinnetje van zijn zoon (feit 1). Hij heeft haar in zijn woning binnengelaten op een moment waarop zijn zoon niet thuis was en heeft vervolgens haar voeten gemasseerd, gekust en gelikt. Daarnaast is bij hem een enorme hoeveelheid foto’s en video’s (72.625 foto’s en 492 video’s) met daarop kinderporno aangetroffen, die hij in een periode van ruim vijf jaren heeft verzameld (feit 2).
Verdachte heeft met het plegen van voornoemde feiten grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van kinderen. Hij heeft zijn eigen seksuele behoeftes boven de belangen van de jonge kinderen gesteld en is volledig voorbijgegaan aan hun welzijn.
Ten aanzien van feit 1 geldt daarbij dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn overwicht als volwassen man op [minderjarige] . Uit de voorgelezen slachtofferverklaring van de moeder van [minderjarige] blijkt duidelijk de enorme impact die het handelen van verdachte op [minderjarige] zelf en het leven van het gezin heeft. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.
Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat kinderen bij de vervaardiging van kinderpornografische afbeeldingen veelvuldig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Zij lopen daardoor, ten behoeve van de kinderporno-industrie, aanzienlijke psychische schade op die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De vraag naar en het bezit van kinderpornografie dragen bij aan de productie ervan en daarmee dus ook aan het misbruik van kinderen. Verdachte wordt daar met zijn handelen, dat ziet op de vraag naar een enorme hoeveelheid kinderporno gedurende een lange periode, mede verantwoordelijk voor gehouden. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan, te meer nu verdachte in 2011 al eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit en daar toen voor onder behandeling is geweest. Desondanks is hij opnieuw de fout ingegaan en heeft hij die situatie laten voortduren.
De rechtbank heeft kennis genomen van het NIFP-rapport van 4 april 2026 waarin is geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van meerdere stoornissen waaronder een pedofiele stoornis (niet-exclusieve type), voetfetisjisme, een trauma- en stressorgerelateerde stoornis, een depressieve stoornis, een vermijdende persoonlijkheidsstoornis, een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en dwangmatige trekken en een stoornis in het cannabisgebruik. Deze stoornissen waren in de periode van het tenlastegelegde aanwezig en van invloed op het handelen van verdachte. In het rapport wordt door de betrokkenen deskundigen geadviseerd het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
Het recidivegevaar wordt ingeschat als matig verhoogd. Verdachte lijkt in staat tot reflectie op het eigen functioneren, hetgeen de behandelbaarheid vergroot. Bij toenemende stress, eenzaamheid en ontregeling ontstaat een risico op hands-on grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarigen, met name in situaties waarin gelegenheid en beperkte externe controle samenkomen.
In het rapport wordt een geïntegreerd behandel- en toezichttraject geadviseerd gericht op het verminderen van parafiele preoccupatie, het doorbreken van compulsief seksueel gedrag, het versterken van emotieregulatie, het verminderen van traumaklachten en stemmingsklachten en het verminderen van verslaving. Daarnaast wordt geadviseerd duidelijke afspraken te maken over internetgebruik en technische beperkingen te overwegen. Een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld een verplicht behandeltraject wordt als passend en uitvoerbaar beschouwd, mede gezien de huidige behandelbereidheid van betrokkene.
De reclassering heeft in haar rapport van 13 mei 2026 eveneens een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd met bijzondere voorwaarden. Zij adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek, een ambulante verslavingsbehandeling (met mogelijk tot kortdurende opname), beheersing van middelengebruik, het vermijden contact met minderjarigen en digitale omgevingen die zien op seksueel kindermisbruik en een contactverbod met [minderjarige] en haar familie. De reclassering ziet een locatieverbod als niet uitvoerbaar gelet op de (vlak bij elkaar gelegen) woonadressen van [minderjarige] en haar familie en verdachte zelf.
De reclassering merkt ten aanzien van een gevangenisstraf op dat dit kan leiden tot verdere toename van sociaal isolement en acht een financiële sanctie minder passend. Een taakstraf is volgens de reclassering uitvoerbaar.
De rechtbank oordeelt met inachtneming van het voorgaande als volgt. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan, anders dan de verdediging heeft bepleit, niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf. Naar het oordeel van de rechtbank kan enkel met de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf de ernst van het handelen van verdachte tot uitdrukking worden gebracht en recht worden gedaan aan de gevolgen van de feiten voor zowel [minderjarige] als de samenleving.
De rechtbank neemt daarnaast de conclusies uit voornoemde rapportages over, in die zin dat zij de strafbare feiten verminderd aan verdachte toerekent en dat behandeling binnen een voorwaardelijk kader noodzakelijk is om het recidivegevaar te beperken, te meer nu verdachte zich ook behandelbereid heeft verklaard en zelf al (positieve) behandelstappen heeft gezet.
Zij ziet dan ook aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Dit heeft tot doel om verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit en hem te stimuleren zich aan de genoemde bijzondere voorwaarden te houden.
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de geldende LOVS-oriëntatiepunten. Voor het gewoonte maken van bezit van kinderporno wordt een gevangenisstraf van 1 jaar als uitgangspunt genoemd. Verder heeft de rechtbank, ook wat betreft de aanranding, gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken door rechters zijn opgelegd.
Alles afwegende komt de rechtbank tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de door de reclassering genoemde bijzondere voorwaarden.
De rechtbank zal geen locatieverbod opleggen. Daarbij overweegt de rechtbank dat zij een contactverbod met [minderjarige] en haar familie afdoende acht om (in)direct contact af te wenden. Verdachte heeft zelf ook aangegeven zich te onthouden van enig contact. Bovendien is een locatieverbod in de gegeven omstandigheden niet uitvoerbaar.
De rechtbank zal wel de voorwaarde opleggen die ziet op het vermijden van contact met minderjarigen. Zoals de deskundigen van het NIFP hebben geconcludeerd, bestaat er een risico op hands-on grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarigen, met name in situaties waarin gelegenheid en beperkte externe controle samenkomen. Verdachte heeft dit risico zelf ook onderkend. Door oplegging van de genoemde voorwaarde dient verdachte zich telkens bewust te zijn van het mijden van contact en daarmee van het daaraan verbonden risico.
De rechtbank zal aan het voorgaande in het licht van artikel 14b lid 2 Sr een langere proeftijd van 5 jaar verbinden, gelet op de aard van de strafbare feiten en het risico dat er, zonder effectieve behandeling, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een soortgelijk strafbaar feit zal begaan.
8De beoordeling van de civiele vordering
Ten aanzien van feit 1 is namens de benadeelde partij [minderjarige] een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert in totaal € 4.000 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in het geheel kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. De verdediging heeft daarbij gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 2026, waarin de Hoge Raad stringente eisen stelt aan het aannemen van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zonder dat in rechte is komen vast te staan welke concrete gevolgen de benadeelde heeft ondervonden van de normschending (de derde categorie).
Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag dient te worden gematigd tot een bedrag van € 2.000,-, omdat dit bedrag passend is binnen de bandbreedte van € 1.000 – € 5.000 van de categorie ‘ernstig’ van de Rotterdamse Schaal.
Overweging van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde als gevolg van het bewezenverklaarde immateriële schade heeft geleden. De rechtbank constateert dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde op andere wijze in de persoon is aangetast, nu de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde die conclusie rechtvaardigen. Uit de vordering en de bijgevoegde terugkoppeling van het intakegesprek met de psycholoog volgt dat [minderjarige] zich als gevolg van de aanranding onveilig voelt en dat zij angstig is geworden. Vooral ’s avonds, voordat zij gaat slapen, spookt het voorval door haar hoofd. Ze is bang dat het haar nog een keer zal overkomen. Door de betrokken hulpverlening wordt gekeken naar de juiste behandeling voor deze problematiek, waarbij traumatherapie wordt overwogen. Daarmee zijn de aard en ernst van de gevolgen van de normschending voor [minderjarige] naar het oordeel van de rechtbank met voldoende concrete gegevens onderbouwd en is er derhalve sprake van een situatie als bedoeld in de tweede categorie van het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 2026.
Voor de begroting van de schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het hoofdstuk ‘aanranding’ in de Rotterdamse Schaal. De rechtbank overweegt dat het bewezenverklaarde past bij de categorie ‘ernstig’. Daarvoor geldt een bandbreedte van € 1.000,- tot € 5.000,-. Rekening houdend met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en gelet op de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen, zal de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vaststellen op € 3.000,-.
Verdachte is ten aanzien van de vordering wettelijke rente verschuldigd vanaf 13 oktober 2024.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen.
9De beoordeling van het beslag
Ten aanzien van feit 2 is onder verdachte beslag gelegd op:
een laptop van het merk MSI (voorwerpnummer G3312069);
een computer van het merk Acer (voorwerpnummer G3312072).
De officier van justitie heeft verzocht om de voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat daar kinderporno op staat.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank zal beslissen dat de inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer, nu door de aanwezigheid van kinderporno sprake is van voorwerpen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
10De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 36f, 57, 240b (oud), 249, 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.
11De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van vijf jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden:
- Meldplicht bij reclassering
Verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering in Arnhem, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal verdachte uitnodigen voor een eerste afspraak;
- Ambulante behandeling
Verdachte laat zich behandelen door forensische psychiatrische polikliniek Transfore ( [locatie] ) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling;
- Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname
Verdachte laat zich gedurende de proeftijd, indien de reclassering dit nodig acht, behandelen door Iriszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- Beheersing middelengebruik
Verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van cannabis. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- Vermijden contact met minderjarigen
Verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen, behalve zijn zoon. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat volwassen personen hierbij aanwezig zijn;
- Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Gedurende de gehele proeftijd:
1. vermijdt verdachte digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. vermijdt verdachte digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. maakt verdachte geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. geeft verdachte inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;
- Contactverbod
Verdachte heeft en zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [minderjarige] (geboren op [geboortedag] -2015) en haar familie, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
stelt als overige voorwaarden dat verdachte:
- zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [minderjarige]
veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige] van € 3.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
verklaart de benadeelde partij [minderjarige] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
legt aan verdachte ten aanzien van feit 1 de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige] , een bedrag te betalen van € 3.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 30 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
De beslissing op het beslag
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de laptop van het merk MSI (G3312069) en de computer van het merk Acer (G3312072).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H.W. Martens (voorzitter), mr. J.M. Graat en S.W. van Kasbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.
mr. Van Kasbergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland Midden opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRBC24689 EKSTER, gesloten op 14 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
ECLI:NL:HR:2026:822.