Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:5287
2026-07-06
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
AWB - 25_1684
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op grond van de Wet WIA juist vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht en de belastbaarheid van eiseres juist heeft vastgesteld. Eiseres is ondanks haar beperkingen geschikt voor de geselecteerde functies. Volgens het CBBB betekenen de beperkingen in sociaal functioneren niet automatisch dat ook sprake is van een beperking op het onderdeel samenwerken. Daarom blijft de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid in stand.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBGEL:2018:1207 Rechtbank Gelderland 19-03-2018
- ECLI:NL:CRVB:2020:2756 Centrale Raad van Beroep 09-11-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (24.091 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer: ARN 25/1684
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: R.V. Gerritsen)
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 2 januari 2023 (datum in geding). Eiseres is het niet eens met de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding juist heeft vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Het UWV heeft in het besluit van 20 augustus 2024 (het primaire besluit) beslist dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding 54,10% is en dat haar vervolguitkering Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) niet verandert. Met het bestreden besluit van 26 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.1.
In het kader van het vooronderzoek heeft de rechtbank het UWV bij brief van 22 januari 2026 om een nadere toelichting gevraagd. Het UWV heeft hierop gereageerd bij brief van 19 februari 2026 en daarbij het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van 18 februari 2026 overgelegd. Eiseres heeft vervolgens bij brief van 19 maart 2026 schriftelijk op dit rapport gereageerd. Vervolgens heeft het UWV bij brief van 15 april 2026 een aanvullende reactie van de verzekeringsarts b&b van 14 april 2026 ingebracht.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres was werkzaam als groepsleider voor gemiddeld 36 uur per week. Nadat haar dienstverband was beëindigd, heeft het UWV eiseres op haar verzoek een uitkering op grond van de Werkloosheidswet toegekend. Eiseres heeft zich op 17 augustus 2012 ziek gemeld. Nadat de wettelijke wachttijd was doorlopen heeft het UWV aan eiseres met ingang van 15 augustus 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Vervolgens heeft een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft het UWV beslist, dat eiseres per 12 januari 2017 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld. Deze rechtbank heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard en het UWV opgedragen om een nieuw besluit te nemen. Hierna heeft het UWV een nieuw medisch en arbeidsdeskundig onderzoek verricht. Op grond van de bevindingen en conclusies uit dit onderzoek heeft het UWV vastgesteld, dat eiseres per 12 januari 2017 52,45% arbeidsongeschikt is.
3.1.
Op 2 januari 2023 heeft eiseres het UWV bericht dat haar klachten zijn toegenomen. Op 31 januari 2023 heeft het UWV een (medisch) vragenformulier herbeoordeling ontvangen. Naar aanleiding van deze melding heeft er op
1 juli 2024 een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. Na de ontvangst van de opgevraagde medische informatie heeft er een aanvullend medisch onderzoek plaatsgevonden. De bevindingen van deze onderzoeken zijn neergelegd in twee medische rapportages. De belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 12 augustus 2024. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens een arbeidsdeskundige beoordeling verricht en in dat kader vastgesteld, dat eiseres op de datum in geding voor 54,10% arbeidsongeschikt is. Hierna heeft het UWV het primaire besluit genomen.
3.2.
In bezwaar is eiseres op de hoorzitting geweest. Aan deze hoorzitting heeft tevens een verzekeringsarts b&b deelgenomen, die eiseres aansluitend medisch heeft onderzocht. De bevindingen van de verzekeringsarts b&b zijn neergelegd in een rapportage. De verzekeringsarts b&b heeft geen medische reden gezien om van de primaire beoordeling af te wijken en heeft de FML ongewijzigd gelaten. Daarna heeft een arbeidsdeskundige beoordeling plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige b&b heeft één reserve-functie laten vallen, waardoor er alsnog voldoende functies over zijn gebleven om een arbeidsongeschiktheidspercentage vast te stellen. De mate van arbeidsongeschiktheid is ongewijzigd 54,10% gebleven. Hierna heeft het UWV het bestreden besluit genomen.
Beoordeling door de rechtbank
4. De vraag is of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres terecht heeft vastgesteld op 54,10 %. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt hierbij is de gezondheidstoestand van eiseres op de datum in geding en welke beperkingen daaruit voortvloeien.
Zorgvuldigheid medisch onderzoek
5. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts b&b heeft kennis genomen van het dossier (waaronder de rapporten van de primaire arts) en van de door eiseres in bezwaar ingebrachte gronden. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b eiseres op de hoorzitting van 14 januari 2025 gezien en aansluitend onderzocht. Uit de rapporten van de verzekeringsarts b&b blijkt, dat zij op de hoogte is van de door eiseres in haar beroepschrift genoemde klachten en belemmeringen en dat de medische informatie die aanwezig is in het dossier betrokken is in de beoordeling door de verzekeringsarts b&b.
5.1.
De rechtbank ziet - gelet op het voorgaande en de inhoud van het beroepschrift van eiseres - geen aanleiding om te concluderen dat de verzekeringsarts b&b aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres heeft gemist. Verder is de rechtbank van oordeel dat het rapport van de verzekeringsarts b&b geen tegenstrijdigheden bevat en dat de conclusies hierin logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen. Eiseres heeft dit ook niet betwist.
Beoordeling van de belastbaarheid
6. Eiseres betwist de voor haar vastgestelde FML en stelt in dit verband – samengevat – dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsarts b&b is aangenomen. Volgens eiseres hadden er beperkingen moeten worden aangenomen ten aanzien van zelfstandig besturen van een motorvoertuig en het uitvoeren van beroepsmatig vervoer, omdat zij kampt met ernstige vergeetachtigheid, een sterk verminderde concentratie en vermoeidheid. Er zijn om die reden in de FML ten onrechte ook geen beperkingen aangenomen onder de rubrieken vasthouden van de aandacht, verdelen van de aandacht, herinneren en handelingstempo. Eiseres stelt verder dat zij naast psychische klachten ook lichamelijke klachten heeft. Zij kampt immers met spanning gerelateerde klachten in haar nek- en schouderspieren en lijdt aan een ontregelde vorm van diabetes mellitus (DM). Er had daarom ook een beperking moeten worden aangenomen voor duwen en trekken, omdat deze klachten juist bij fysieke belasting, zoals tillen en dragen, spelen, maar ook bij bewegingen waarbij kracht wordt gezet met de armen en schouders. Daarnaast is er volgens eiseres ten onrechte geen beperking aangenomen onder de rubriek samenwerken met anderen. Volgens eiseres hangt samenwerken binnen het CBBS nauw samen met andere onderdelen van sociaal functioneren en vergt samenwerken in de praktijk onder meer overleg, afstemming, het omgaan met feedback en reageren op anderen. Nu voor haar beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van conflicthantering, het hanteren van emoties van anderen, het uiten van gevoelens en direct sociaal contact, had volgens eiseres ook een beperking moeten worden aangenomen ten aanzien van samenwerken. Deze beperkingen versterken elkaar en zij heeft daardoor moeite met speciale interactie en het verwerken van sociale prikkels, wat haar ook raakt in taakgericht samenwerken.
6.1.
De rechtbank stelt voorop dat het in kaart brengen van de belastbaarheid van een betrokkene tot de specifieke deskundigheid van een verzekeringsarts b&b behoort. Wanneer de verzekeringsarts b&b een juist beeld heeft van de gezondheidstoestand van de betrokkene, zoals in dit geval, en de daaruit voortvloeiende beperkingen in de FML logisch zijn afgeleid uit het medisch rapport, ziet de rechtbank geen aanleiding om de FML voor onjuist te houden. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts b&b niet tegenstrijdig zijn, voldoende gemotiveerd zijn en navolgbaar zijn onderbouwd. De rechtbank is van oordeel, dat wat eiseres tegen de voor haar vastgestelde beperkingen heeft ingebracht, niet leidt tot twijfel aan de FML. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende rekening gehouden met de door eiseres gestelde klachten. De verzekeringsarts b&b onderkent dat eiseres al vele jaren bekend is met psychische en (psycho) somatische klachten door sociale ellende. Er wordt rekening gehouden met de diagnoses matige depressie, angststoornis en status na posttraumatische stressstoornis (PTSS). De gemelde diagnoses wijzen volgens de verzekeringsarts b&b echter niet op een essentiële verslechtering in het psychisch beeld. De overlast door haar ex-partner was in 2016 afgenomen en eiseres kreeg later een nieuwe relatie en haar derde dochter. Ook het dagverhaal van eiseres is in essentie vergelijkbaar met het dagverhaal in 2016, toen eiseres met dezelfde problemen kampte. De ontregelde diabetes mellitus (DM) leidt niet tot het aannemen van zwaardere beperkingen, aangezien dat al jaren speelt, aldus de verzekeringsarts b&b. Verder heeft de verzekeringsarts b&b rekening gehouden met de door eiseres geclaimde nek- en schouderklachten. De verzekeringsarts b&b heeft in dit verband gerapporteerd, dat eiseres al vele jaren aspecifieke lichamelijke klachten ervaart, waaronder lage rugklachten en spanningsklachten in de nek en schouders. Ook heeft zij in het verleden een slijmbeursontsteking van de schouder gehad, maar van een actieve ontsteking is volgens de verzekeringsarts b&b thans geen sprake. Eiseres ervaart pijnklachten bij elevatie van de schouder en bij tillen en dragen, waarvoor reeds beperkingen zijn aangenomen. Er is volgens de verzekeringsarts b&b echter geen aanleiding voor een beperking ten aanzien van duwen en trekken, nu de aanwezige spierspanningsklachten niet voortkomen uit objectiveerbare functiestoornissen en geen sprake is van krachtverlies of evidente bewegingsbeperkingen. Daarbij heeft de verzekeringsarts b&b nog toegelicht, dat volgens het CBBS een beperking op dit aspect slechts aan de orde is, indien sprake is van een bijzondere reden, omdat de belasting die nodig is voor een duw- of trekkracht van 25 kg relatief niet groot is. De belasting bij duwen en trekken wordt daarbij als relatief beperkt beschouwd, omdat hiervoor tot ongeveer de helft van het eigen lichaamsgewicht kan worden ingezet. Gelet hierop is de beperking ten aanzien van boven schouderhoogte actief zijn en zwaar tillen passend. De verzekeringsarts b&b ziet verder geen reden om beperkingen aan te nemen ten aanzien van concentratie/volhouden van de aandacht, omdat er geen ziektebeeld is aangetoond, waardoor dit aanmerkelijk beperkt moet zijn. Eiseres ervoer namelijk dezelfde klachten ook in het verleden en hiervoor was ook in het verleden geen beperking vastgesteld. De rechtbank kan de door de verzekeringsarts b&b gegeven motivering volgen en acht deze inzichtelijk en voldoende overtuigend.
6.2.
De verzekeringsarts b&b wordt ook gevolgd in zijn motivering om geen beperking aan te nemen ten aanzien van samenwerken. Naar aanleiding van de vraagstelling van de rechtbank heeft verzekeringsarts b&b nader gemotiveerd, dat het item ‘samenwerken’ volgens het CBBS primair ziet op het vermogen om met meerdere personen gezamenlijk één taak uit te voeren en niet zozeer op direct sociaal contact met collega’s. Volgens verzekeringsarts b&b zien de reeds aangenomen beperkingen ten aanzien van conflicthantering, het hanteren van emoties van anderen en het uiten van gevoelens met name op spanningsvolle sociale situaties, waarbij bij eiseres de grootste belemmeringen zijn gelegen. Dat betekent echter niet dat eiseres niet in staat is tot taakgericht samenwerken in een rustige en gestructureerde werkomgeving met een lage sociaal-emotionele belasting. De rechtbank kan deze motivering volgen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verzekeringsarts b&b terecht heeft gerapporteerd, dat het aspect samenwerken in het CBBS wordt omschreven als: ‘het gezamenlijk uitvoeren van een taak met meerdere personen’. Hoewel binnen het CBBS wordt onderkend, dat tussen samenwerken en andere aspecten van sociaal functioneren een samenhang kan bestaan, volgt daaruit volgens de rechtbank niet dat een beperking op die onderdelen automatisch leidt tot een beperking ten aanzien van samenwerken. Het betreft namelijk afzonderlijke beoordelingspunten, waarbij per onderdeel afzonderlijk moet worden beoordeeld of aanleiding bestaat op die punten een beperking aan te nemen. In de aanvullende rapportages in beroep heeft de verzekeringsarts b&b naar het oordeel van de rechtbank verder navolgbaar toegelicht, dat bij eiseres weliswaar beperkingen bestaan ten aanzien van spanningsvolle sociale situaties, maar dat geen sprake is van een onderliggende stoornis die maakt dat zij niet in staat is tot het gezamenlijk uitvoeren van taakgerichte werkzaamheden. Er is volgens de verzekeringsarts b&b namelijk geen sprake van een ernstige psychiatrische stoornis die leidt tot disfunctioneren op meerdere niveaus of structurele problemen in de omgang of samenwerking met anderen. Daarbij is mede van belang dat uit eerder medische rapportages evenmin blijkt van problemen op dit vlak. Voorts heeft de verzekeringsarts b&b opgemerkt dat – hoewel het vrijwilligerswerk, zoals eiseres stelt, niet in alle opzichten vergelijkbaar is met reguliere arbeid – dit wel laat zien dat eiseres in staat is tot basale taakgerichte samenwerking in groepsverband. De stelling van eiseres dat de aangenomen beperkingen ten aanzien van conflicthantering, het hanteren van emoties van anderen en het uiten van gevoelens, zonder meer meebrengen dat ook een beperking moet worden aangenomen ten aanzien van samenwerken, volgt de rechtbank dan ook niet.
6.3.
Dat eiseres zich niet herkent in de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts b&b maakt het voorgaande niet anders. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van eiseres van haar klachten, betekent het hebben van klachten nog niet dat er ook (forsere) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang. De beroepsgrond dat de belastbaarheid van eiseres onjuist is vastgesteld, slaagt niet. De rechtbank komt tot de slotsom dat eiseres op de datum in geding in staat moet worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 12 augustus 2024.
Geschiktheid voor de geduide functies
7. Eiseres stelt als laatste dat, mede doordat er verschillende beperkingen onvoldoende of niet zijn meegenomen in de FML, de geselecteerde functies niet passend zijn. Zij acht zich niet in staat om auto te rijden, vanwege ernstige concentratieproblemen. Bovendien is de functie van een pakketbezorger uitermate stressvol en vraagt om stressbestendigheid, strakke planning en het vermogen om snelle beslissingen kunnen nemen in hectische situaties. Mede vanwege haar concentratie- en vermoeidheidsproblemen, als ook de beperkingen die zijn vastgesteld in de FML sluit deze functie niet aan bij haar belastbaarheid. Eiseres stelt verder niet geschikt te zijn voor de functie productiemedewerker industrie, omdat deze functie een basiskennis van de Engelse taal vereist, terwijl eiseres het Engels op een zeer beperkt niveau beheerst. Ook de functies van productiemedewerker textiel, geen kleding en productiemedewerker confectie kleermaker zijn ongeschikt, omdat eiseres daarvoor in een drukke werkomgeving moet werken. Vanwege haar psychische klachten kan eiseres namelijk niet functioneren in een drukke omgeving. Het voorstel van de arbeidsdeskundige b&b dat eiseres een koptelefoon kan dragen tegen prikkels, vindt zij onrealistisch. Zij meent dat zij alleen belast kan worden met werk dat aansluit bij haar huidige belastbaarheid en zij bestrijdt dat gevergd kan worden dat extra hulpmiddelen worden ingezet om het werk enigszins vol te houden.
7.1.
Uitgaande van de juistheid van de beperkingen in de FML wordt geen reden gezien om te twijfelen aan de geschiktheid van de door de arbeidsdeskundige b&b geduide functies van: productiemedewerker industrie (sbc-code 111180), productiemedewerker confectie (kleding) ( sbc-code 272042) en productiemedewerker textiel (sbc-code 272043).
Voor zover eiseres stelt dat de geduide functies ongeschikt zijn, omdat de FML volgens haar onjuist en onvolledig is, volgt de rechtbank dit standpunt niet. Deze beroepsgrond ziet immers op de voor haar vastgestelde FML, waarvan de rechtbank hiervoor in 6.3 heeft geoordeeld dat daaraan niet wordt getwijfeld.
7.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV in het rapport van de arbeidsdeskundige b&b verder voldoende gemotiveerd, dat de belasting in de geduide functies de in de FML vastgestelde medische belastbaarheid van eiseres niet overschrijdt. Voor zover eiseres stelt dat zij in de geduide functies te veel wordt afgeleid, overweegt de arbeidsdeskundige b&b, dat zij juist in een kleine setting en in een rustige omgeving werkt en dat zij desnoods een geluidswerende koptelefoon kan opzetten, waardoor zij nog rustiger kan werken. De rechtbank merkt op dat het gebruik van koptelefoon genoemd wordt ter compensatie voor een lawaaierige werkomgeving en onverwachte of harde geluiden, die zoals de arbeidsdeskundige b&b opmerkt, in de geduide functies niet zijn te verwachten. In een rustige, niet lawaaierige werkomgeving, hoeft eiseres dus geen koptelefoon te dragen. Bovendien blijkt uit de rapporten van de verzekeringsartsen niet, dat er medische bezwaren zijn tegen het gebruik van de voorgestelde hulpmiddelen. Voor wat betreft de functie van productiemedewerker - en met name met betrekking tot Engelse taal - heeft arbeidsdeskundige b&b specifiek overwogen, dat niet aannemelijk en overtuigend is dat eiseres niet in staat zou zijn een cursus in de Engelse taal te volgen. Dit, met name omdat eiseres vier jaar de MAVO heeft gevolgd en in dat kader het vak Engels heeft gehad. Eiseres heeft dit niet overtuigend weersproken. Voor zover eiseres haar geschiktheid voor de reservefunctie pakketbezorger betwist, kan dit niet leiden tot een ander oordeel, reeds omdat deze functie niet behoort tot de drie functies waarop de arbeidsongeschiktheidsschatting is gebaseerd.
7.3.
Tijdens de zitting heeft eiseres nogmaals benadrukt, dat de arbeidsdeskundige b&b in het rapport zelf heeft aangegeven, dat er bij sommige functies, zoals bij de functie van productiemedewerker textiel, sprake is van veel interactie met collega’s en dat er wordt samengewerkt met meerdere mensen in een ruimte. Volgens eiseres blijkt hieruit dat de arbeidsdeskundige b&b daarmee erkent, dat samenwerking een wezenlijk onderdeel vormt van de functie. Dat eiseres in dat geval eventueel gebruik kan maken van een koptelefoon, laat zien dat er rekening moet worden gehouden met de beperking van eiseres in het samenwerken. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Eiseres is volgens de FML in staat om samen te werken met collega’s met een eigen afgebakende taak en zij is niet beperkt in het direct contact met collega’s. De beroepsgrond van eiseres dat de geselecteerde functies niet passend zijn, slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding juist heeft vastgesteld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
BeslissingDe rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mamedova, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Deze blijft binnen de klasse 45 tot 55%.
Eiseres had op dat moment geen benutbare mogelijkheden.
Niet-gepubliceerde uitspraak (wel bij partijen bekend), van de rechtbank Gelderland van 19 maart 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1207.
Het besluit van 21 november 2018.
Brieven van Pro Persona van 23 januari 2023, 22 augustus 2023 en 20 februari 2024 en de brief van de huisarts van 11 juli 2024.
De rapportages van 1 juli 2024 en 8 augustus 2024. Deze sociaal-medische beoordelingen zijn getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts.
FML van 12 augustus 2024, geldig vanaf 1 juli 2024 en de FML van 15 augustus 2024, geldig vanaf 1 januari 2023.
De rapportage van 16 augustus 2024. Aan de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid liggen drie (plus twee reserve-) functies ten grondslag.
De rapportage van 14 januari 2025.
De rapportage van 5 februari 2025.
CBBS = Claimbeoordelings- en Borgingssysteem.
Zie bijvoorbeeld de uitspaak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 9 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2756.
Bestuursrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer: ARN 25/1684
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: R.V. Gerritsen)
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 2 januari 2023 (datum in geding). Eiseres is het niet eens met de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding juist heeft vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Het UWV heeft in het besluit van 20 augustus 2024 (het primaire besluit) beslist dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding 54,10% is en dat haar vervolguitkering Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) niet verandert. Met het bestreden besluit van 26 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.1.
In het kader van het vooronderzoek heeft de rechtbank het UWV bij brief van 22 januari 2026 om een nadere toelichting gevraagd. Het UWV heeft hierop gereageerd bij brief van 19 februari 2026 en daarbij het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van 18 februari 2026 overgelegd. Eiseres heeft vervolgens bij brief van 19 maart 2026 schriftelijk op dit rapport gereageerd. Vervolgens heeft het UWV bij brief van 15 april 2026 een aanvullende reactie van de verzekeringsarts b&b van 14 april 2026 ingebracht.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres was werkzaam als groepsleider voor gemiddeld 36 uur per week. Nadat haar dienstverband was beëindigd, heeft het UWV eiseres op haar verzoek een uitkering op grond van de Werkloosheidswet toegekend. Eiseres heeft zich op 17 augustus 2012 ziek gemeld. Nadat de wettelijke wachttijd was doorlopen heeft het UWV aan eiseres met ingang van 15 augustus 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Vervolgens heeft een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft het UWV beslist, dat eiseres per 12 januari 2017 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld. Deze rechtbank heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard en het UWV opgedragen om een nieuw besluit te nemen. Hierna heeft het UWV een nieuw medisch en arbeidsdeskundig onderzoek verricht. Op grond van de bevindingen en conclusies uit dit onderzoek heeft het UWV vastgesteld, dat eiseres per 12 januari 2017 52,45% arbeidsongeschikt is.
3.1.
Op 2 januari 2023 heeft eiseres het UWV bericht dat haar klachten zijn toegenomen. Op 31 januari 2023 heeft het UWV een (medisch) vragenformulier herbeoordeling ontvangen. Naar aanleiding van deze melding heeft er op
1 juli 2024 een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. Na de ontvangst van de opgevraagde medische informatie heeft er een aanvullend medisch onderzoek plaatsgevonden. De bevindingen van deze onderzoeken zijn neergelegd in twee medische rapportages. De belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 12 augustus 2024. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens een arbeidsdeskundige beoordeling verricht en in dat kader vastgesteld, dat eiseres op de datum in geding voor 54,10% arbeidsongeschikt is. Hierna heeft het UWV het primaire besluit genomen.
3.2.
In bezwaar is eiseres op de hoorzitting geweest. Aan deze hoorzitting heeft tevens een verzekeringsarts b&b deelgenomen, die eiseres aansluitend medisch heeft onderzocht. De bevindingen van de verzekeringsarts b&b zijn neergelegd in een rapportage. De verzekeringsarts b&b heeft geen medische reden gezien om van de primaire beoordeling af te wijken en heeft de FML ongewijzigd gelaten. Daarna heeft een arbeidsdeskundige beoordeling plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige b&b heeft één reserve-functie laten vallen, waardoor er alsnog voldoende functies over zijn gebleven om een arbeidsongeschiktheidspercentage vast te stellen. De mate van arbeidsongeschiktheid is ongewijzigd 54,10% gebleven. Hierna heeft het UWV het bestreden besluit genomen.
Beoordeling door de rechtbank
4. De vraag is of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres terecht heeft vastgesteld op 54,10 %. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt hierbij is de gezondheidstoestand van eiseres op de datum in geding en welke beperkingen daaruit voortvloeien.
Zorgvuldigheid medisch onderzoek
5. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts b&b heeft kennis genomen van het dossier (waaronder de rapporten van de primaire arts) en van de door eiseres in bezwaar ingebrachte gronden. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b eiseres op de hoorzitting van 14 januari 2025 gezien en aansluitend onderzocht. Uit de rapporten van de verzekeringsarts b&b blijkt, dat zij op de hoogte is van de door eiseres in haar beroepschrift genoemde klachten en belemmeringen en dat de medische informatie die aanwezig is in het dossier betrokken is in de beoordeling door de verzekeringsarts b&b.
5.1.
De rechtbank ziet - gelet op het voorgaande en de inhoud van het beroepschrift van eiseres - geen aanleiding om te concluderen dat de verzekeringsarts b&b aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres heeft gemist. Verder is de rechtbank van oordeel dat het rapport van de verzekeringsarts b&b geen tegenstrijdigheden bevat en dat de conclusies hierin logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen. Eiseres heeft dit ook niet betwist.
Beoordeling van de belastbaarheid
6. Eiseres betwist de voor haar vastgestelde FML en stelt in dit verband – samengevat – dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsarts b&b is aangenomen. Volgens eiseres hadden er beperkingen moeten worden aangenomen ten aanzien van zelfstandig besturen van een motorvoertuig en het uitvoeren van beroepsmatig vervoer, omdat zij kampt met ernstige vergeetachtigheid, een sterk verminderde concentratie en vermoeidheid. Er zijn om die reden in de FML ten onrechte ook geen beperkingen aangenomen onder de rubrieken vasthouden van de aandacht, verdelen van de aandacht, herinneren en handelingstempo. Eiseres stelt verder dat zij naast psychische klachten ook lichamelijke klachten heeft. Zij kampt immers met spanning gerelateerde klachten in haar nek- en schouderspieren en lijdt aan een ontregelde vorm van diabetes mellitus (DM). Er had daarom ook een beperking moeten worden aangenomen voor duwen en trekken, omdat deze klachten juist bij fysieke belasting, zoals tillen en dragen, spelen, maar ook bij bewegingen waarbij kracht wordt gezet met de armen en schouders. Daarnaast is er volgens eiseres ten onrechte geen beperking aangenomen onder de rubriek samenwerken met anderen. Volgens eiseres hangt samenwerken binnen het CBBS nauw samen met andere onderdelen van sociaal functioneren en vergt samenwerken in de praktijk onder meer overleg, afstemming, het omgaan met feedback en reageren op anderen. Nu voor haar beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van conflicthantering, het hanteren van emoties van anderen, het uiten van gevoelens en direct sociaal contact, had volgens eiseres ook een beperking moeten worden aangenomen ten aanzien van samenwerken. Deze beperkingen versterken elkaar en zij heeft daardoor moeite met speciale interactie en het verwerken van sociale prikkels, wat haar ook raakt in taakgericht samenwerken.
6.1.
De rechtbank stelt voorop dat het in kaart brengen van de belastbaarheid van een betrokkene tot de specifieke deskundigheid van een verzekeringsarts b&b behoort. Wanneer de verzekeringsarts b&b een juist beeld heeft van de gezondheidstoestand van de betrokkene, zoals in dit geval, en de daaruit voortvloeiende beperkingen in de FML logisch zijn afgeleid uit het medisch rapport, ziet de rechtbank geen aanleiding om de FML voor onjuist te houden. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts b&b niet tegenstrijdig zijn, voldoende gemotiveerd zijn en navolgbaar zijn onderbouwd. De rechtbank is van oordeel, dat wat eiseres tegen de voor haar vastgestelde beperkingen heeft ingebracht, niet leidt tot twijfel aan de FML. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende rekening gehouden met de door eiseres gestelde klachten. De verzekeringsarts b&b onderkent dat eiseres al vele jaren bekend is met psychische en (psycho) somatische klachten door sociale ellende. Er wordt rekening gehouden met de diagnoses matige depressie, angststoornis en status na posttraumatische stressstoornis (PTSS). De gemelde diagnoses wijzen volgens de verzekeringsarts b&b echter niet op een essentiële verslechtering in het psychisch beeld. De overlast door haar ex-partner was in 2016 afgenomen en eiseres kreeg later een nieuwe relatie en haar derde dochter. Ook het dagverhaal van eiseres is in essentie vergelijkbaar met het dagverhaal in 2016, toen eiseres met dezelfde problemen kampte. De ontregelde diabetes mellitus (DM) leidt niet tot het aannemen van zwaardere beperkingen, aangezien dat al jaren speelt, aldus de verzekeringsarts b&b. Verder heeft de verzekeringsarts b&b rekening gehouden met de door eiseres geclaimde nek- en schouderklachten. De verzekeringsarts b&b heeft in dit verband gerapporteerd, dat eiseres al vele jaren aspecifieke lichamelijke klachten ervaart, waaronder lage rugklachten en spanningsklachten in de nek en schouders. Ook heeft zij in het verleden een slijmbeursontsteking van de schouder gehad, maar van een actieve ontsteking is volgens de verzekeringsarts b&b thans geen sprake. Eiseres ervaart pijnklachten bij elevatie van de schouder en bij tillen en dragen, waarvoor reeds beperkingen zijn aangenomen. Er is volgens de verzekeringsarts b&b echter geen aanleiding voor een beperking ten aanzien van duwen en trekken, nu de aanwezige spierspanningsklachten niet voortkomen uit objectiveerbare functiestoornissen en geen sprake is van krachtverlies of evidente bewegingsbeperkingen. Daarbij heeft de verzekeringsarts b&b nog toegelicht, dat volgens het CBBS een beperking op dit aspect slechts aan de orde is, indien sprake is van een bijzondere reden, omdat de belasting die nodig is voor een duw- of trekkracht van 25 kg relatief niet groot is. De belasting bij duwen en trekken wordt daarbij als relatief beperkt beschouwd, omdat hiervoor tot ongeveer de helft van het eigen lichaamsgewicht kan worden ingezet. Gelet hierop is de beperking ten aanzien van boven schouderhoogte actief zijn en zwaar tillen passend. De verzekeringsarts b&b ziet verder geen reden om beperkingen aan te nemen ten aanzien van concentratie/volhouden van de aandacht, omdat er geen ziektebeeld is aangetoond, waardoor dit aanmerkelijk beperkt moet zijn. Eiseres ervoer namelijk dezelfde klachten ook in het verleden en hiervoor was ook in het verleden geen beperking vastgesteld. De rechtbank kan de door de verzekeringsarts b&b gegeven motivering volgen en acht deze inzichtelijk en voldoende overtuigend.
6.2.
De verzekeringsarts b&b wordt ook gevolgd in zijn motivering om geen beperking aan te nemen ten aanzien van samenwerken. Naar aanleiding van de vraagstelling van de rechtbank heeft verzekeringsarts b&b nader gemotiveerd, dat het item ‘samenwerken’ volgens het CBBS primair ziet op het vermogen om met meerdere personen gezamenlijk één taak uit te voeren en niet zozeer op direct sociaal contact met collega’s. Volgens verzekeringsarts b&b zien de reeds aangenomen beperkingen ten aanzien van conflicthantering, het hanteren van emoties van anderen en het uiten van gevoelens met name op spanningsvolle sociale situaties, waarbij bij eiseres de grootste belemmeringen zijn gelegen. Dat betekent echter niet dat eiseres niet in staat is tot taakgericht samenwerken in een rustige en gestructureerde werkomgeving met een lage sociaal-emotionele belasting. De rechtbank kan deze motivering volgen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verzekeringsarts b&b terecht heeft gerapporteerd, dat het aspect samenwerken in het CBBS wordt omschreven als: ‘het gezamenlijk uitvoeren van een taak met meerdere personen’. Hoewel binnen het CBBS wordt onderkend, dat tussen samenwerken en andere aspecten van sociaal functioneren een samenhang kan bestaan, volgt daaruit volgens de rechtbank niet dat een beperking op die onderdelen automatisch leidt tot een beperking ten aanzien van samenwerken. Het betreft namelijk afzonderlijke beoordelingspunten, waarbij per onderdeel afzonderlijk moet worden beoordeeld of aanleiding bestaat op die punten een beperking aan te nemen. In de aanvullende rapportages in beroep heeft de verzekeringsarts b&b naar het oordeel van de rechtbank verder navolgbaar toegelicht, dat bij eiseres weliswaar beperkingen bestaan ten aanzien van spanningsvolle sociale situaties, maar dat geen sprake is van een onderliggende stoornis die maakt dat zij niet in staat is tot het gezamenlijk uitvoeren van taakgerichte werkzaamheden. Er is volgens de verzekeringsarts b&b namelijk geen sprake van een ernstige psychiatrische stoornis die leidt tot disfunctioneren op meerdere niveaus of structurele problemen in de omgang of samenwerking met anderen. Daarbij is mede van belang dat uit eerder medische rapportages evenmin blijkt van problemen op dit vlak. Voorts heeft de verzekeringsarts b&b opgemerkt dat – hoewel het vrijwilligerswerk, zoals eiseres stelt, niet in alle opzichten vergelijkbaar is met reguliere arbeid – dit wel laat zien dat eiseres in staat is tot basale taakgerichte samenwerking in groepsverband. De stelling van eiseres dat de aangenomen beperkingen ten aanzien van conflicthantering, het hanteren van emoties van anderen en het uiten van gevoelens, zonder meer meebrengen dat ook een beperking moet worden aangenomen ten aanzien van samenwerken, volgt de rechtbank dan ook niet.
6.3.
Dat eiseres zich niet herkent in de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts b&b maakt het voorgaande niet anders. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van eiseres van haar klachten, betekent het hebben van klachten nog niet dat er ook (forsere) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang. De beroepsgrond dat de belastbaarheid van eiseres onjuist is vastgesteld, slaagt niet. De rechtbank komt tot de slotsom dat eiseres op de datum in geding in staat moet worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 12 augustus 2024.
Geschiktheid voor de geduide functies
7. Eiseres stelt als laatste dat, mede doordat er verschillende beperkingen onvoldoende of niet zijn meegenomen in de FML, de geselecteerde functies niet passend zijn. Zij acht zich niet in staat om auto te rijden, vanwege ernstige concentratieproblemen. Bovendien is de functie van een pakketbezorger uitermate stressvol en vraagt om stressbestendigheid, strakke planning en het vermogen om snelle beslissingen kunnen nemen in hectische situaties. Mede vanwege haar concentratie- en vermoeidheidsproblemen, als ook de beperkingen die zijn vastgesteld in de FML sluit deze functie niet aan bij haar belastbaarheid. Eiseres stelt verder niet geschikt te zijn voor de functie productiemedewerker industrie, omdat deze functie een basiskennis van de Engelse taal vereist, terwijl eiseres het Engels op een zeer beperkt niveau beheerst. Ook de functies van productiemedewerker textiel, geen kleding en productiemedewerker confectie kleermaker zijn ongeschikt, omdat eiseres daarvoor in een drukke werkomgeving moet werken. Vanwege haar psychische klachten kan eiseres namelijk niet functioneren in een drukke omgeving. Het voorstel van de arbeidsdeskundige b&b dat eiseres een koptelefoon kan dragen tegen prikkels, vindt zij onrealistisch. Zij meent dat zij alleen belast kan worden met werk dat aansluit bij haar huidige belastbaarheid en zij bestrijdt dat gevergd kan worden dat extra hulpmiddelen worden ingezet om het werk enigszins vol te houden.
7.1.
Uitgaande van de juistheid van de beperkingen in de FML wordt geen reden gezien om te twijfelen aan de geschiktheid van de door de arbeidsdeskundige b&b geduide functies van: productiemedewerker industrie (sbc-code 111180), productiemedewerker confectie (kleding) ( sbc-code 272042) en productiemedewerker textiel (sbc-code 272043).
Voor zover eiseres stelt dat de geduide functies ongeschikt zijn, omdat de FML volgens haar onjuist en onvolledig is, volgt de rechtbank dit standpunt niet. Deze beroepsgrond ziet immers op de voor haar vastgestelde FML, waarvan de rechtbank hiervoor in 6.3 heeft geoordeeld dat daaraan niet wordt getwijfeld.
7.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV in het rapport van de arbeidsdeskundige b&b verder voldoende gemotiveerd, dat de belasting in de geduide functies de in de FML vastgestelde medische belastbaarheid van eiseres niet overschrijdt. Voor zover eiseres stelt dat zij in de geduide functies te veel wordt afgeleid, overweegt de arbeidsdeskundige b&b, dat zij juist in een kleine setting en in een rustige omgeving werkt en dat zij desnoods een geluidswerende koptelefoon kan opzetten, waardoor zij nog rustiger kan werken. De rechtbank merkt op dat het gebruik van koptelefoon genoemd wordt ter compensatie voor een lawaaierige werkomgeving en onverwachte of harde geluiden, die zoals de arbeidsdeskundige b&b opmerkt, in de geduide functies niet zijn te verwachten. In een rustige, niet lawaaierige werkomgeving, hoeft eiseres dus geen koptelefoon te dragen. Bovendien blijkt uit de rapporten van de verzekeringsartsen niet, dat er medische bezwaren zijn tegen het gebruik van de voorgestelde hulpmiddelen. Voor wat betreft de functie van productiemedewerker - en met name met betrekking tot Engelse taal - heeft arbeidsdeskundige b&b specifiek overwogen, dat niet aannemelijk en overtuigend is dat eiseres niet in staat zou zijn een cursus in de Engelse taal te volgen. Dit, met name omdat eiseres vier jaar de MAVO heeft gevolgd en in dat kader het vak Engels heeft gehad. Eiseres heeft dit niet overtuigend weersproken. Voor zover eiseres haar geschiktheid voor de reservefunctie pakketbezorger betwist, kan dit niet leiden tot een ander oordeel, reeds omdat deze functie niet behoort tot de drie functies waarop de arbeidsongeschiktheidsschatting is gebaseerd.
7.3.
Tijdens de zitting heeft eiseres nogmaals benadrukt, dat de arbeidsdeskundige b&b in het rapport zelf heeft aangegeven, dat er bij sommige functies, zoals bij de functie van productiemedewerker textiel, sprake is van veel interactie met collega’s en dat er wordt samengewerkt met meerdere mensen in een ruimte. Volgens eiseres blijkt hieruit dat de arbeidsdeskundige b&b daarmee erkent, dat samenwerking een wezenlijk onderdeel vormt van de functie. Dat eiseres in dat geval eventueel gebruik kan maken van een koptelefoon, laat zien dat er rekening moet worden gehouden met de beperking van eiseres in het samenwerken. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Eiseres is volgens de FML in staat om samen te werken met collega’s met een eigen afgebakende taak en zij is niet beperkt in het direct contact met collega’s. De beroepsgrond van eiseres dat de geselecteerde functies niet passend zijn, slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding juist heeft vastgesteld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
BeslissingDe rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mamedova, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Deze blijft binnen de klasse 45 tot 55%.
Eiseres had op dat moment geen benutbare mogelijkheden.
Niet-gepubliceerde uitspraak (wel bij partijen bekend), van de rechtbank Gelderland van 19 maart 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1207.
Het besluit van 21 november 2018.
Brieven van Pro Persona van 23 januari 2023, 22 augustus 2023 en 20 februari 2024 en de brief van de huisarts van 11 juli 2024.
De rapportages van 1 juli 2024 en 8 augustus 2024. Deze sociaal-medische beoordelingen zijn getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts.
FML van 12 augustus 2024, geldig vanaf 1 juli 2024 en de FML van 15 augustus 2024, geldig vanaf 1 januari 2023.
De rapportage van 16 augustus 2024. Aan de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid liggen drie (plus twee reserve-) functies ten grondslag.
De rapportage van 14 januari 2025.
De rapportage van 5 februari 2025.
CBBS = Claimbeoordelings- en Borgingssysteem.
Zie bijvoorbeeld de uitspaak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 9 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2756.