Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:5027

2026-03-25 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/5001/11855520
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-03-25
Publicatiedatum
2026-06-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K/5001/11855520
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis, ambtshalve toetsing informatieverplichtingen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.580 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: 11855520 \ CV EXPL 25-6763




Vonnis van 25 maart 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAPABEL ONDERWIJS GROEP B.V.,
gevestigd te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Capabel,
gemachtigde: [gemachtigde] ,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A. Unalan.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 31 juli 2025 met producties 1 tot en met 7,


het mondelinge antwoord van [gedaagde] van 3 september 2025,


de aanvullende conclusie van antwoord met productie 1,


de conclusie van repliek met productie 8,


de conclusie van dupliek met producties 2 tot en met 5,


de akte uitlating producties aan de kant van Capabel.





1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.






2De feiten


2.1.
Op 7 augustus 2020 zijn partijen een studieovereenkomst aangegaan voor de duur van 18 maanden. Na afloop van de nominale duur heeft [gedaagde] een aanvraag gedaan tot inschrijving als extraneus. Deze aanvraag is op 21 februari 2022 goedgekeurd.




2.2.
Capabel verstuurt op 27 mei 2022 een factuur van € 450,00 voor de inschrijving als extraneus voor de periode van 22 mei 2022 tot en met 22 augustus 2022. [gedaagde] laat het volledige bedrag onbetaald.






3Het geschil


3.1.
Capabel vordert, samengevat, dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:



[gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 605,54 (bestaande uit de hoofdsom van € 450,00, wettelijke rente tot 25 juli 2025 van € 73,86 en buitengerechtelijke incassokosten van € 81,68), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 531,68 vanaf 31 juli 2025 (datum dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,



[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.





3.2.

Capabel legt aan haar vordering (samengevat) ten grondslag dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan waarbij [gedaagde] ingeschreven staat als extraneus.
Ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen heeft [gedaagde] het verschuldigde bedrag van € 450,00 hiervoor niet betaald. De persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] maken niet dat [gedaagde] geen betaling verschuldigd is.




3.3.

[gedaagde] erkent bij conclusie van dupliek dat zij de factuur van € 450,00 niet heeft betaald, maar voert aan dat zij geen (volwaardig) gebruik heeft kunnen maken van de opleiding door privé-, financiële en medische omstandigheden. Hierdoor heeft zij geen tegenprestatie van Capabel ontvangen. Verder voert [gedaagde] aan dat het, gelet op de feiten en omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Capabel betaling verlangt voor een opleiding waarvan [gedaagde] geen gebruik heeft kunnen maken.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling



Ambtshalve toetsing informatieplicht




4.1.
Artikel 21 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.) bepaalt: “Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht.”



4.2.

[gedaagde] is een natuurlijke persoon en wordt aangemerkt als consument. Capabel heeft blijkens de dagvaarding gehandeld in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en kwalificeert daarmee als handelaar (onder meer in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub b BW). Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet de rechter, als sprake is van een geschil waarbij een consument partij is, de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht toepassen. Dat moet hij ook doen als daar niet om is gevraagd (‘ambtshalve toepassing’). De dagvaarding moet voldoende informatie verschaffen om de rechter in staat te stellen te beoordelen of er aanleiding is om het Europees consumentenrecht ambtshalve toe te passen.



4.3.
Het is dus aan Capabel om – reeds in de dagvaarding – gemotiveerd te stellen en met stukken te onderbouwen dat en hoe aan de informatieverplichtingen is voldaan, om voornoemde toetsing door de kantonrechter mogelijk te maken. Als zij daartoe niet overgaat, kan dat leiden tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering. De onderhavige dagvaarding bevat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende informatie en voldoet daarmee niet aan de eisen van artikel 21 Rv. De kantonrechter kan daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Op grond van artikel 22 Rv is de rechter bevoegd een toelichting op bepaalde stellingen te vragen en te bevelen dat stukken worden overgelegd die op de zaak betrekking hebben.



4.4.
De kantonrechter zal Capabel, bij uitzondering, bevelen de stellingen in de dagvaarding bij akte (op eigen kosten) toe te lichten. Capabel moet dit doen door inlichtingen te verstrekken over de volgende punten en van haar (nadere) stellingen – zoveel mogelijk – (bewijs)stukken in het geding te brengen:



Waar, wanneer en op welke wijze is de extraneus overeenkomst gesloten? Breng stukken in het geding waaruit dit blijkt. Meer in het bijzonder is hier van belang: is sprake van een overeenkomst buiten de verkoopruimte (artikel 6:230g lid 1 sub f BW) of op afstand (artikel 6:230g lid 1 sub e BW). Zo nee, waarom niet?


Is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen (zoals hierna onder rov. 4.5. toegelicht)? Zo ja, op welke wijze (onderbouwende stukken dienen in het geding te worden gebracht)? Capabel moet zich daarbij tevens uitlaten over de door de rechter te treffen sanctie(s) in geval van een schending van de informatieverplichtingen.




4.5.
Voor overeenkomsten op afstand gelden de (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v BW. Voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte gelden de (pre)contractuele informatieverplichtingen van artikelen 6:230m en 6:230t BW. Voor overeenkomsten anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte gelden de informatieverplichtingen van artikel 6:230l BW. Bij het sluiten van overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan deze informatieplichten worden voldaan. De hiervoor genoemde informatie moet op duidelijke en begrijpelijke wijze worden verstrekt. Het enkel informatief en buiten een bestelproces om ter beschikking stellen van informatie op (een onderdeel van) een website, is daarbij niet voldoende. Informatie moet namelijk daadwerkelijk worden verstrekt tijdens het bestelproces (althans het proces van contracteren) en daarvan is geen sprake als een consument zelf informatie kan vinden op (een onderdeel van) een website, zeker niet als hij niet uitdrukkelijk op de vindplaats van die informatie is gewezen of de overeenkomst niet via die website tot stand is gekomen.


4.6.
De zaak zal worden verwezen naar de rol van woensdag 22 april 2026 voor het nemen van een akte over wat hiervoor is vermeld.



Betaling factuur




4.7.

[gedaagde] erkent dat zij de factuur van € 450,00 niet heeft betaald waardoor de vordering van Capabel in beginsel toewijsbaar is, tenzij de verweren van [gedaagde] slagen en uit de nog uit te voeren ambtshalve toetsing niet iets anders volgt.



4.8.
Capabel stelt dat een student die na het verstrijken van de nominale opleidingsduur plus drie aansluitende maanden nog geen diploma behaald heeft, zich kan inschrijven als extraneus. Als extraneus heeft de student recht op het maken van herkansingen (exclusief examengeld), begeleiding op afstand en het aftekenen van opdrachten. Een extraneus student heeft geen recht op het volgen van lessen of andere onderwijsvoorzieningen. [gedaagde] heeft bovenstaande niet betwist waardoor tussen partijen vaststaat dat Capabel dit moet faciliteren op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst.



4.9.


[gedaagde] voert aan dat zij door samenlopende privé-, medische en financiële omstandigheden geen gebruik heeft kunnen maken van de opleiding. [gedaagde] voert niet aan dat Capabel heeft nagelaten om datgene te faciliteren dat zij op grond van de overeenkomst verplicht is. Ook nergens anders blijkt uit dat Capabel [gedaagde] niet in de gelegenheid heeft gesteld om van het extraneus programma gebruik te maken.
Dat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van de opleiding, en dus geen tegenprestatie heeft ontvangen, is daarom dan ook niet te wijten aan Capabel. Het zijn immers de omstandigheden van [gedaagde] die ervoor hebben gezorgd dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de opleidingsmogelijkheden die haar als extraneus zijn aangeboden. Deze omstandigheden liggen in de risicosfeer van [gedaagde] zelf en niet bij Capabel. Het verweer van [gedaagde] slaagt daarmee niet.




4.10.
Verder voert [gedaagde] aan dat Capabel betaling verlangt voor een opleiding waar zij door overmachtssituaties geen gebruik van heeft kunnen maken. Zij heeft bij Capabel verzocht om een maatwerkoplossing waarbij zij de opleiding tijdelijk stop kon zetten, maar dit verzoek is niet gehonoreerd door Capabel. [gedaagde] voert aan dat Capabel onvoldoende rekening heeft gehouden met haar privéomstandigheden. Hierdoor komt het gehele financiële risico bij [gedaagde] en dit is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar volgens haar. Op grond van het bepaalde in artikel 6:248 lid 2 BW is een tussen partijen geldende regel niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Deze maatstaf dient terughoudend te worden toegepast, waarbij partijen in beginsel zijn gebonden aan hetgeen zij zijn overeengekomen.



4.11.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Een deel van de overgelegde medische informatie ziet op het jaar 2024 en 2025 en ook de WIA-uitkering is gestart in december 2025. Voor de beoordeling of [gedaagde] betaling verschuldigd is, is relevant wat de omstandigheden waren in 2022. De kantonrechter zal de voornoemde informatie dan ook niet meenemen in zijn beslissing. Hoewel begrijpelijk is dat [gedaagde] een andere oplossing had willen zien vanuit Capabel waardoor zij op den duur wel haar opleiding had kunnen afronden, onderbouwt [gedaagde] onvoldoende dat het vorderen van betaling naar maatsteven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [gedaagde] wist immers dat het door laten lopen van de extraneus periode voor drie maanden € 450,00 zal kosten en heeft hiermee ingestemd. Zoals hiervoor geoordeeld kan Capabel geen verwijt gemaakt worden dat [gedaagde] geen gebruik heeft kunnen maken van de opleiding. Uit de overgelegde informatie blijkt verder dat [gedaagde] in 2022 medische problemen heeft ervaren, maar dit alleen zorgt er niet voor dat de hoge maatstaf van artikel 6:248 lid 2 BW wordt gehaald. Ook dit verweer van [gedaagde] slaagt dus niet.



4.12.
Tot slot voert [gedaagde] aan dat zij momenteel uitsluitend een WIA-uitkering heeft van € 628,79 netto per maand en dus niet in staat is om het factuurbedrag te betalen. Voor betalingsonmacht geldt, hoe vervelend ook, dat dit [gedaagde] niet ontslaat van haar betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst met Capabel. De kantonrechter kan geen betalingsregeling tussen partijen tot stand brengen, maar Capabel heeft in haar akte [gedaagde] erop gewezen dat het overeenkomen van een betalingsregeling mogelijk is. [gedaagde] kan na dit vonnis contact opnemen met gemachtigde [gemachtigde] .



4.13.
De kantonrechter is van oordeel dat de verweren van [gedaagde] niet slagen, waardoor de vordering van Capabel tot betaling van € 450,00 in beginsel toewijsbaar is. Nu Capabel nog inlichtingen zal moeten verschaffen omtrent de (pre)contractuele informatieverplichtingen, zal de kantonrechter de beslissing over de hoogte van het toe te wijzen bedrag aanhouden.






5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 22 april 2026 voor het nemen van een akte door Capabel over wat is vermeld onder rov. 4.4.,



5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.









Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.















































68348 51588