Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:4393
2026-05-08
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/5001/11899062
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Politie treedt binnen in pand. Verhuurder aangesproken voor kosten noodafdichting. Na inbreng mutatierapport politie staat een en ander voldoende vast. Toewijzing vordering.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.321 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11899062 \ CV EXPL 25-2749
Vonnis van 8 mei 2026
in de zaak van
UNIGLAS B.V.,
gevestigd te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Uniglas,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1Het verdere procesverloop
1.1.
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 februari 2026,- de akte van Uniglas van 13 maart 2026, met productie 9.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de akte van Uniglas, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling van het geschil
2.1.
Bij tussenvonnis heeft Uniglas de mogelijkheid gekregen om zich uit te laten over de betwisting van [gedaagde] met betrekking tot het plaatsvinden van een politiedwangsituatie waarbij de toegang tot het pand is geforceerd en dat vervolgens een noodreparatie is verricht.
2.2.
Uniglas heeft in het kader van de betwisting van [gedaagde] bij akte een geanonimiseerd mutatierapport van de politie in het geding gebracht. Daaruit volgt dat verbalisanten naar het adres [adres] in [vestigingsplaats] toe zijn gegaan, waar zij – kort samengevat – iemand aantroffen die op voornoemd adres zat opgesloten. De politie besloot daarop de brandweer de toegang tot het pand te laten forceren. Vervolgens heeft de politie contact opgenomen met Uniglas voor het afsluiten van de toegangsdeur. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op deze akte. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van Uniglas. Dat betekent dat de gevorderde hoofdsom ter hoogte van € 211,02 zal worden toegewezen.
2.3.
De gevorderde wettelijke rente, die tot 11 augustus 2025 is berekend op € 23,99, zal eveneens worden toegewezen nu daartegen geen (nader) verweer is gevoerd.
2.4.
Uniglas vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Uniglas heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Uniglas worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
261,00
(3 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
560,28
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Uniglas te betalen een bedrag van € 275,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 211,02, met ingang van 11 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 560,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.
67756/560
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11899062 \ CV EXPL 25-2749
Vonnis van 8 mei 2026
in de zaak van
UNIGLAS B.V.,
gevestigd te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Uniglas,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1Het verdere procesverloop
1.1.
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 februari 2026,- de akte van Uniglas van 13 maart 2026, met productie 9.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de akte van Uniglas, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling van het geschil
2.1.
Bij tussenvonnis heeft Uniglas de mogelijkheid gekregen om zich uit te laten over de betwisting van [gedaagde] met betrekking tot het plaatsvinden van een politiedwangsituatie waarbij de toegang tot het pand is geforceerd en dat vervolgens een noodreparatie is verricht.
2.2.
Uniglas heeft in het kader van de betwisting van [gedaagde] bij akte een geanonimiseerd mutatierapport van de politie in het geding gebracht. Daaruit volgt dat verbalisanten naar het adres [adres] in [vestigingsplaats] toe zijn gegaan, waar zij – kort samengevat – iemand aantroffen die op voornoemd adres zat opgesloten. De politie besloot daarop de brandweer de toegang tot het pand te laten forceren. Vervolgens heeft de politie contact opgenomen met Uniglas voor het afsluiten van de toegangsdeur. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op deze akte. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van Uniglas. Dat betekent dat de gevorderde hoofdsom ter hoogte van € 211,02 zal worden toegewezen.
2.3.
De gevorderde wettelijke rente, die tot 11 augustus 2025 is berekend op € 23,99, zal eveneens worden toegewezen nu daartegen geen (nader) verweer is gevoerd.
2.4.
Uniglas vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Uniglas heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Uniglas worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
261,00
(3 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
560,28
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Uniglas te betalen een bedrag van € 275,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 211,02, met ingang van 11 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 560,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.
67756/560