Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:4392
2026-02-20
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/5004/11899062
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Politie treedt binnen in pand. Verhuurder aangesproken voor kosten noodafdichting. Tussenvonnis.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.809 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11899062 \ CV EXPL 25-2749
Vonnis van 20 februari 2026
in de zaak van
UNIGLAS B.V.,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Uniglas,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek- de akte uitlating productie van Uniglas.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van het pand aan de [adres] te [vestigingsplaats] (hierna: het pand). Dit pand wordt verhuurd.
2.2.
Uniglas heeft op 9 december 2023 om 03:02 uur van de politie een melding ontvangen om de onderkant van een door de politie geforceerde deur af te dichten. Uniglas heeft vervolgens contact opgenomen met een bedrijf ter plaatse om de noodafdichting te plaatsen.
2.3.
Op 11 januari 2024 heeft Uniglas aan [gedaagde] een factuur voor het plaatsen van een noodafdichting gestuurd.
2.4.
[gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten.
3Het geschil
3.1.
Uniglas vordert dat [gedaagde] , bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 275,01, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 211,02 vanaf 11 augustus 2025 tot de dag der algehele voldoening, en dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
3.2.
Uniglas legt aan haar vordering ten grondslag dat zij op verzoek van de politie een noodafdichting heeft doen plaatsen bij de deur van het pand die is geforceerd vanwege medische hulpverlening. De politie heeft daarbij gehandeld als zijn zaakwaarnemer, zodat [gedaagde] , als belanghebbende, gehouden is de door Uniglas ter zake gemaakte kosten ter hoogte van € 211,02 te voldoen. [gedaagde] heeft de factuur, ondanks sommatie, onbetaald gelaten. [gedaagde] verkeert in verzuim en is de wettelijke rente verschuldigd, tot 11 augustus 2025 berekend op € 23,99, alsook een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,00.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Uniglas, met veroordeling van Uniglas in de kosten van deze procedure. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Tussen partijen is in geschil of Uniglas een noodafdichting heeft doen laten plaatsen en zo ja, of [gedaagde] de door Uniglas gemaakte kosten voor een noodafdichting is verschuldigd.
4.2.
De kantonrechter overweegt met betrekking tot die eerste vraag dat [gedaagde] pas bij dupliek heeft betwist dat er een politiedwangsituatie heeft plaatsgevonden waarbij de toegang tot het pand is geforceerd en dat vervolgens een noodreparatie is verricht. Omdat Uniglas zich nog niet over die betwisting heeft kunnen uitlaten, zal haar daartoe bij akte alsnog de mogelijkheid worden geboden. De zaak zal hiervoor worden verwezen naar de hierna te noemen rol.
4.3.
Vooruitlopend op de te nemen akte overweegt de kantonrechter nog het volgende. [gedaagde] heeft voorts als verweer aangevoerd dat hij, dan wel de huurder van het pand, geen opdracht heeft gegeven om een noodafdichting te plaatsen. Dit verweer snijdt echter geen houdt, omdat dit voor zaakwaarneming op grond van artikel 6:198 BW e.v. geen vereiste is.
4.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 13 maart 2026 voor het nemen van een akte door Uniglas over wat is vermeld onder r.o. 4.2,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11899062 \ CV EXPL 25-2749
Vonnis van 20 februari 2026
in de zaak van
UNIGLAS B.V.,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Uniglas,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek- de akte uitlating productie van Uniglas.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van het pand aan de [adres] te [vestigingsplaats] (hierna: het pand). Dit pand wordt verhuurd.
2.2.
Uniglas heeft op 9 december 2023 om 03:02 uur van de politie een melding ontvangen om de onderkant van een door de politie geforceerde deur af te dichten. Uniglas heeft vervolgens contact opgenomen met een bedrijf ter plaatse om de noodafdichting te plaatsen.
2.3.
Op 11 januari 2024 heeft Uniglas aan [gedaagde] een factuur voor het plaatsen van een noodafdichting gestuurd.
2.4.
[gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten.
3Het geschil
3.1.
Uniglas vordert dat [gedaagde] , bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 275,01, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 211,02 vanaf 11 augustus 2025 tot de dag der algehele voldoening, en dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
3.2.
Uniglas legt aan haar vordering ten grondslag dat zij op verzoek van de politie een noodafdichting heeft doen plaatsen bij de deur van het pand die is geforceerd vanwege medische hulpverlening. De politie heeft daarbij gehandeld als zijn zaakwaarnemer, zodat [gedaagde] , als belanghebbende, gehouden is de door Uniglas ter zake gemaakte kosten ter hoogte van € 211,02 te voldoen. [gedaagde] heeft de factuur, ondanks sommatie, onbetaald gelaten. [gedaagde] verkeert in verzuim en is de wettelijke rente verschuldigd, tot 11 augustus 2025 berekend op € 23,99, alsook een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,00.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Uniglas, met veroordeling van Uniglas in de kosten van deze procedure. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Tussen partijen is in geschil of Uniglas een noodafdichting heeft doen laten plaatsen en zo ja, of [gedaagde] de door Uniglas gemaakte kosten voor een noodafdichting is verschuldigd.
4.2.
De kantonrechter overweegt met betrekking tot die eerste vraag dat [gedaagde] pas bij dupliek heeft betwist dat er een politiedwangsituatie heeft plaatsgevonden waarbij de toegang tot het pand is geforceerd en dat vervolgens een noodreparatie is verricht. Omdat Uniglas zich nog niet over die betwisting heeft kunnen uitlaten, zal haar daartoe bij akte alsnog de mogelijkheid worden geboden. De zaak zal hiervoor worden verwezen naar de hierna te noemen rol.
4.3.
Vooruitlopend op de te nemen akte overweegt de kantonrechter nog het volgende. [gedaagde] heeft voorts als verweer aangevoerd dat hij, dan wel de huurder van het pand, geen opdracht heeft gegeven om een noodafdichting te plaatsen. Dit verweer snijdt echter geen houdt, omdat dit voor zaakwaarneming op grond van artikel 6:198 BW e.v. geen vereiste is.
4.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 13 maart 2026 voor het nemen van een akte door Uniglas over wat is vermeld onder r.o. 4.2,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.