Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:4286
2026-01-21
Civiel recht
C/05/429230 / HA ZA 23-543
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verbintenissenrecht. Gestelde verontreiniging buurperceel. Benoeming deskundige. Vaststellen vragen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.591 tekens)
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/429230 / HA ZA 23-543
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
1 [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 1] ,
2. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2],
beiden wonende te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [de eiser in conventie] ,
advocaat: mr. B. van Treijen,
tegen
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
,
wonende te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
advocaat: mr. V.R. Pool.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 november 2024
- de akte indiening stukken van [de gedaagde in conventie]
- de rolbeslissing van 1 oktober 2025
- de akte met producties van [de eiser in conventie] - de akte met producties van [de gedaagde in conventie]
- de e-mail van de rechtbank van 5 december 2025
- de e-mail van [de eiser in conventie] van 5 december 2025
- de e-mail van [de gedaagde in conventie] van 19 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling in conventie
2.1.
Op de (parkeer)rol van 2 april 2025 heeft [de gedaagde in conventie] producties in het geding gebracht. Deze behoren tot de processtukken. De procedure is op 1 oktober 2025 hervat, zoals voorzien in punt 4.8. van het tussenvonnis van 6 november 2024. In dit tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een of meer deskundigen te benoemen die ter plaatse kan/kunnen onderzoeken of de coating nog steeds afbladdert van de dak- en gevelpanelen van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] , of er sprake is van vervuiling van de percelen van [de eiser in conventie] met de coating en zo ja, of die coating afkomstig is van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] of van de paardenstal van [de eiser in conventie] zelf, of er sprake is van giftige stoffen en wat de kosten zijn van het verwijderen van de coating en de mogelijke vervuiling.
2.2.
Partijen hebben zich uitgelaten over de stand van zaken met betrekking tot de bedrijfsloods en de noodzaak van onafhankelijk deskundigenonderzoek. [de gedaagde in conventie] acht dit onderzoek niet nodig, op de grond dat de coating op het dak en de gevels van de loods inmiddels afdoende is verwijderd en het terrein rondom de loods schoon is. [de eiser in conventie] hebben dat gemotiveerd betwist. De noodzaak van voorlichting door een onafhankelijke deskundige blijft dan onverminderd bestaan. Daartoe zal nu worden overgegaan.
2.3.
[de eiser in conventie] stelt voor de volgende vraag aan de deskundige ter beantwoording voor te leggen:
Veroorzaakt de loods van gedaagde dat er resten coating op het erf van eiser verwaaien en levert dit vervuiling op?
2.4.
Van de zijde van [de gedaagde in conventie] zijn de volgende vragen voorgesteld:
A) Bladdert coating van de dak- en gevelpanelen van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] aan de [adres] te [plaatsnaam] ?
B) Is sprake van vervuiling van de percelen van [de eiser in conventie] met coating?
C) Indien het antwoord op vraag (B) bevestigend is, is dan met zekerheid vast te stellen of die coating afkomstig is van de dak- en gevelpanelen van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] of bijvoorbeeld van de paardenstal van [de eiser in conventie] ? Zo ja, waar komt deze vervuiling dan vandaan?
D) Indien aanwezig, bevat de coating van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] giftige stoffen?
E) Indien aanwezig, wat zijn de kosten voor het verwijderen van de coating op de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] ?
F) Indien aanwezig, wat zijn de kosten voor het verwijderen van de vervuiling van de percelen van [de eiser in conventie] ?
2.5.
De rechtbank constateert dat partijen en de rechtbank ongeveer dezelfde vragen aan de deskundige gesteld willen zien. Zij acht de volgende vragen ter zake dienend:
1. Treft u op de percelen van [de eiser in conventie] rondom de loods van [de gedaagde in conventie] schilfers van coating aan?
2. Zo ja, zijn de schilfers afkomstig van het dak en/of de gevel van de loods van [de gedaagde in conventie] ? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag tevens onderzoeken of de schilfers afkomstig zijn van de paardenstal van [de eiser in conventie] ?
Bij bevestigende beantwoording van zowel vraag 1 als vraag 2:
3. In welke mate zijn de percelen van [de eiser in conventie] met deze schilfers vervuild? Bevatten deze schilfers giftige stoffen en zo ja welke?
4. Wat zijn de kosten van verwijdering van de schilfers van de percelen van [de eiser in conventie] ?
5. Bladdert er nog coating af van het dak en/of de gevels van de loods? Zo nee, is thans voorzienbaar dat dit in de toekomst zal gebeuren? Als dit voorzienbaar is, op welke termijn en in welke mate zal dit dan gebeuren?
Slotvraag:
6. Wilt u naar aanleiding van uw onderzoek verder nog iets opmerken op uw vakgebied?
2.6.
Wat de kosten zullen zijn van verwijdering van de coating op de loods is voor de beoordeling van deze zaak niet van belang, nu over die kosten geen oordeel wordt gevraagd.
2.7.
Ing. Van der Liet, de deskundige die [de gedaagde in conventie] heeft voorgesteld en tegen wiens benoeming [de eiser in conventie] zich niet heeft verzet, heeft zich bereid en in staat verklaard om de vragen te beantwoorden en staat daartoe ook vrij. De rechtbank zal ing. Van der Liet tot deskundige benoemen.
2.8.
De deskundige heeft zijn loon en kosten voorshands begroot op een bedrag van € 6.642,90 inclusief btw. [de eiser in conventie] heeft laten weten dat zij zich refereert aan deze begroting. [de gedaagde in conventie] heeft zich ermee akkoord verklaard. Anders dan eerder is overwogen zal aan [de eiser in conventie] geen voorschot ter hoogte van dit bedrag worden opgelegd. Aan haar is ingevolgde de Wet op de rechtsbijstand een toevoeging verleend. Partijen moeten er echter rekening mee houden dat de rechtbank de kosten van het deskundigenbericht uiteindelijk op de voet van art. 199 lid 3 Rv (oud) en art. 244 Rv ten laste van een partij of van partijen zal brengen.
2.9.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat hij algemene voorwaarden met daarin een aansprakelijkheidsbeperking wenst te hanteren. De rechtbank heeft partijen deze voorwaarden toegezonden en hun gelegenheid gegeven zich ertegen te verzetten dat deze voorwaarden van toepassing zullen zijn in hun relatie tot de deskundige. Tegen dergelijke toepasselijkheid van de voorwaarden hebben partijen zich niet verzet.
2.10.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden, ook in reconventie.
3De beslissing
De rechtbank
in conventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. Treft u op de percelen van [de eiser in conventie] rondom de loods van [de gedaagde in conventie] schilfers van coating aan?
2. Zo ja, zijn de schilfers afkomstig van het dak en/of de gevel van de loods van [de gedaagde in conventie] ? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag tevens onderzoeken of de schilfers afkomstig zijn van de paardenstal van [de eiser in conventie] ?
Bij bevestigende beantwoording van zowel vraag 1 als vraag 2:
3. In welke mate zijn de percelen van [de eiser in conventie] met deze schilfers vervuild? Bevatten deze schilfers giftige stoffen en zo ja welke?
4. Wat zijn de kosten van verwijdering van de schilfers van de percelen van [de eiser in conventie] ?
5. Bladdert er nog coating af van het dak en/of de gevels van de loods? Zo nee, is thans voorzienbaar dat dit in de toekomst zal gebeuren? Als dit voorzienbaar is, op welke termijn en in welke mate zal dit dan gebeuren?
Slotvraag:
6. Wilt u naar aanleiding van uw onderzoek verder nog iets opmerken op uw vakgebied?
3.2.
benoemt tot deskundige:
ing. W.S. van der Liet,
per adres McLarens B.V.
K.P. van der Mandelelaan 90
3062 MB Rotterdam,
telefoon: 06 51 32 95 12 of 010 851 65 00,
e-mailadres: [email protected],
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 6.642,90 inclusief btw,
3.5.
legt aan [de eiser in conventie] geen voorschot op,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [de eiser in conventie] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
3.10.
bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot mr. S.J. Peerdeman,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.14.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van [datum] 2026,
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [de eiser in conventie] op een termijn van vier weken,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
512/592
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/429230 / HA ZA 23-543
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
1 [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 1] ,
2. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2],
beiden wonende te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [de eiser in conventie] ,
advocaat: mr. B. van Treijen,
tegen
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
,
wonende te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
advocaat: mr. V.R. Pool.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 november 2024
- de akte indiening stukken van [de gedaagde in conventie]
- de rolbeslissing van 1 oktober 2025
- de akte met producties van [de eiser in conventie] - de akte met producties van [de gedaagde in conventie]
- de e-mail van de rechtbank van 5 december 2025
- de e-mail van [de eiser in conventie] van 5 december 2025
- de e-mail van [de gedaagde in conventie] van 19 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling in conventie
2.1.
Op de (parkeer)rol van 2 april 2025 heeft [de gedaagde in conventie] producties in het geding gebracht. Deze behoren tot de processtukken. De procedure is op 1 oktober 2025 hervat, zoals voorzien in punt 4.8. van het tussenvonnis van 6 november 2024. In dit tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een of meer deskundigen te benoemen die ter plaatse kan/kunnen onderzoeken of de coating nog steeds afbladdert van de dak- en gevelpanelen van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] , of er sprake is van vervuiling van de percelen van [de eiser in conventie] met de coating en zo ja, of die coating afkomstig is van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] of van de paardenstal van [de eiser in conventie] zelf, of er sprake is van giftige stoffen en wat de kosten zijn van het verwijderen van de coating en de mogelijke vervuiling.
2.2.
Partijen hebben zich uitgelaten over de stand van zaken met betrekking tot de bedrijfsloods en de noodzaak van onafhankelijk deskundigenonderzoek. [de gedaagde in conventie] acht dit onderzoek niet nodig, op de grond dat de coating op het dak en de gevels van de loods inmiddels afdoende is verwijderd en het terrein rondom de loods schoon is. [de eiser in conventie] hebben dat gemotiveerd betwist. De noodzaak van voorlichting door een onafhankelijke deskundige blijft dan onverminderd bestaan. Daartoe zal nu worden overgegaan.
2.3.
[de eiser in conventie] stelt voor de volgende vraag aan de deskundige ter beantwoording voor te leggen:
Veroorzaakt de loods van gedaagde dat er resten coating op het erf van eiser verwaaien en levert dit vervuiling op?
2.4.
Van de zijde van [de gedaagde in conventie] zijn de volgende vragen voorgesteld:
A) Bladdert coating van de dak- en gevelpanelen van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] aan de [adres] te [plaatsnaam] ?
B) Is sprake van vervuiling van de percelen van [de eiser in conventie] met coating?
C) Indien het antwoord op vraag (B) bevestigend is, is dan met zekerheid vast te stellen of die coating afkomstig is van de dak- en gevelpanelen van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] of bijvoorbeeld van de paardenstal van [de eiser in conventie] ? Zo ja, waar komt deze vervuiling dan vandaan?
D) Indien aanwezig, bevat de coating van de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] giftige stoffen?
E) Indien aanwezig, wat zijn de kosten voor het verwijderen van de coating op de bedrijfsloods van [de gedaagde in conventie] ?
F) Indien aanwezig, wat zijn de kosten voor het verwijderen van de vervuiling van de percelen van [de eiser in conventie] ?
2.5.
De rechtbank constateert dat partijen en de rechtbank ongeveer dezelfde vragen aan de deskundige gesteld willen zien. Zij acht de volgende vragen ter zake dienend:
1. Treft u op de percelen van [de eiser in conventie] rondom de loods van [de gedaagde in conventie] schilfers van coating aan?
2. Zo ja, zijn de schilfers afkomstig van het dak en/of de gevel van de loods van [de gedaagde in conventie] ? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag tevens onderzoeken of de schilfers afkomstig zijn van de paardenstal van [de eiser in conventie] ?
Bij bevestigende beantwoording van zowel vraag 1 als vraag 2:
3. In welke mate zijn de percelen van [de eiser in conventie] met deze schilfers vervuild? Bevatten deze schilfers giftige stoffen en zo ja welke?
4. Wat zijn de kosten van verwijdering van de schilfers van de percelen van [de eiser in conventie] ?
5. Bladdert er nog coating af van het dak en/of de gevels van de loods? Zo nee, is thans voorzienbaar dat dit in de toekomst zal gebeuren? Als dit voorzienbaar is, op welke termijn en in welke mate zal dit dan gebeuren?
Slotvraag:
6. Wilt u naar aanleiding van uw onderzoek verder nog iets opmerken op uw vakgebied?
2.6.
Wat de kosten zullen zijn van verwijdering van de coating op de loods is voor de beoordeling van deze zaak niet van belang, nu over die kosten geen oordeel wordt gevraagd.
2.7.
Ing. Van der Liet, de deskundige die [de gedaagde in conventie] heeft voorgesteld en tegen wiens benoeming [de eiser in conventie] zich niet heeft verzet, heeft zich bereid en in staat verklaard om de vragen te beantwoorden en staat daartoe ook vrij. De rechtbank zal ing. Van der Liet tot deskundige benoemen.
2.8.
De deskundige heeft zijn loon en kosten voorshands begroot op een bedrag van € 6.642,90 inclusief btw. [de eiser in conventie] heeft laten weten dat zij zich refereert aan deze begroting. [de gedaagde in conventie] heeft zich ermee akkoord verklaard. Anders dan eerder is overwogen zal aan [de eiser in conventie] geen voorschot ter hoogte van dit bedrag worden opgelegd. Aan haar is ingevolgde de Wet op de rechtsbijstand een toevoeging verleend. Partijen moeten er echter rekening mee houden dat de rechtbank de kosten van het deskundigenbericht uiteindelijk op de voet van art. 199 lid 3 Rv (oud) en art. 244 Rv ten laste van een partij of van partijen zal brengen.
2.9.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat hij algemene voorwaarden met daarin een aansprakelijkheidsbeperking wenst te hanteren. De rechtbank heeft partijen deze voorwaarden toegezonden en hun gelegenheid gegeven zich ertegen te verzetten dat deze voorwaarden van toepassing zullen zijn in hun relatie tot de deskundige. Tegen dergelijke toepasselijkheid van de voorwaarden hebben partijen zich niet verzet.
2.10.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden, ook in reconventie.
3De beslissing
De rechtbank
in conventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. Treft u op de percelen van [de eiser in conventie] rondom de loods van [de gedaagde in conventie] schilfers van coating aan?
2. Zo ja, zijn de schilfers afkomstig van het dak en/of de gevel van de loods van [de gedaagde in conventie] ? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag tevens onderzoeken of de schilfers afkomstig zijn van de paardenstal van [de eiser in conventie] ?
Bij bevestigende beantwoording van zowel vraag 1 als vraag 2:
3. In welke mate zijn de percelen van [de eiser in conventie] met deze schilfers vervuild? Bevatten deze schilfers giftige stoffen en zo ja welke?
4. Wat zijn de kosten van verwijdering van de schilfers van de percelen van [de eiser in conventie] ?
5. Bladdert er nog coating af van het dak en/of de gevels van de loods? Zo nee, is thans voorzienbaar dat dit in de toekomst zal gebeuren? Als dit voorzienbaar is, op welke termijn en in welke mate zal dit dan gebeuren?
Slotvraag:
6. Wilt u naar aanleiding van uw onderzoek verder nog iets opmerken op uw vakgebied?
3.2.
benoemt tot deskundige:
ing. W.S. van der Liet,
per adres McLarens B.V.
K.P. van der Mandelelaan 90
3062 MB Rotterdam,
telefoon: 06 51 32 95 12 of 010 851 65 00,
e-mailadres: [email protected],
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 6.642,90 inclusief btw,
3.5.
legt aan [de eiser in conventie] geen voorschot op,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [de eiser in conventie] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
3.10.
bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot mr. S.J. Peerdeman,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.14.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van [datum] 2026,
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [de eiser in conventie] op een termijn van vier weken,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
512/592