Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:4204

2026-05-18 Strafrecht BR 26-336/12088080, 12088086, 12088090, 12088094, 12088115, 12088121
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-05-18
Publicatiedatum
2026-05-27
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Proces-verbaal
Zaaknummer
BR 26-336/12088080, 12088086, 12088090, 12088094, 12088115, 12088121
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

beroepen niet tijdig beslissen door officier van justitie in 33 zaken, misbruik van recht in de meeste gevallen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.120 tekens)
proces-verbaal/uitspraak



RECHTBANK GELDERLAND


Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zitting 20 april 2026



zaakgegevens 12088080, 12088086, 12088090, 12088094, 12088115, 12088121
cjib-nrs 255686868, 256335152, 249953921, 255756559, 249883510, 248845787





beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)





in de zaken van





[betrokkene 1]




[bedrijf 1]




[bedrijf 2]




[bedrijf 3]




[betrokkene 2]




[betrokkene 3]





Gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl



tegen




de officier van justitie


De beroepen zijn behandeld op de openbare zitting van 20 april 2026 door de kantonrechter
mr. G.W.B. Heijmans, bijgestaan door H. Jansen als griffier.



Namens de officier van justitie is aanwezig [medewerker CVOM] , medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie (CVOM) als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.



Betrokkenen en de gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.



De kantonrechter vat kort samen wat tussen partijen in geschil is en deelt mede dat op deze zitting 33 beroepen worden behandelend waarin de gemachtigde tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie beroepen heeft ingesteld.



De kantonrechter oordeelt in deze uitspraak over 6 van de 33 beroepen.



De officier van justitie verklaart zakelijk weergegeven het volgende:
Ik verzoek alle beroepen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege misbruik van recht.
De gemachtigde heeft zich in al die zaken als gemachtigde onttrokken, zoals uit de uitdraaien uit de digitale bestandenpostbus blijkt.



De kantonrechter sluit het onderzoek en bepaalt schriftelijk uitspraak.

Gronden voor de beslissing




De kantonrechter overweegt als volgt.


1. Alle beroepen zijn ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep. In deze zaken ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of het instellen van deze beroepen misbruik van recht oplevert.

2. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het BW, de bevoegdheid om beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.

3. Uit de zich in de dossiers bevindende uitdraaien van de bestandenpostbus blijkt dat de gemachtigde zich, voordat hij de beroepen niet tijdig heeft ingediend, in deze zaken al had onttrokken als gemachtigde.

4. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde de beroepen heeft ingesteld terwijl hij zich eerder als gemachtigde had onttrokken en er ook al lang op de administratieve beroepen was beslist. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de beroepen zodanig evident zijn ingesteld zonder redelijk doel dat het instellen van beroep blijk geeft van kade trouw. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.

5. Met verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:3767) worden de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen op het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard.

6. Nu de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.


Er zal daarom als volgt worden beslist.




Beslissing


De kantonrechter:


- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;

- verklaart de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen, door de officier van justitie, op de administratieve beroepen niet-ontvankelijk;


- wijst de verzoeken om toekenning van proceskosten af.

Waarvan proces-verbaal,


Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. G.W.B. Heijmans, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,
































Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.





Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op:





















ABRS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.