Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:300

2026-01-07 Civiel recht 446061
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-01-07
Publicatiedatum
2026-01-14
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
446061
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gedaagde, een veiling, heeft van eiseres, een teler, 750.000 kg peren gekocht. Die peren waren bestemd voor een derde. Na levering aan de derde bleken er zogenaamde holle peren tussen te zitten. Gedaagde heeft daarop de overeenkomst met eiseres buitengerechtelijk ontbonden. Eiseres heeft gedaagde gedagvaard en maakt aanspraak op vervangende schadevergoeding. De rechtbank is van oordeel dat de peren niet voldoen aan hetgeen gedaagde op grond van de door haar met eiseres gesloten overeenkomst mocht verwachten. Gedaagde mocht de koopovereenkomst dan ook ontbinden, maar zij wordt in verband met de op haar rustende ongedaanmakingsverbintenis wel veroordeeld om een bedrag aan eiseres te betalen. In reconventie vordert gedaagde van eiseres vergoeding van de schade die zij door de tekortkoming van eiseres heeft geleden. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld om haar schade te onderbouwen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (66.937 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: C/05/446061 / HA ZA 25-16




Vonnis van 7 januari 2026 in de hoofdzaak alsmede in het incident




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak in conventie,
verwerende partij in de hoofdzaak in reconventie,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] ,
advocaat: aanvankelijk mr. I. de Gram, thans mr. R.H.M. Bus



tegen



de coöperatieve vereniging

COÖPERATIEVE TUINBOUWVEILING ‘ZALTBOMMEL EN OMSTREKEN’ B.A.,
gevestigd te Zaltbommel,
gedaagde partij in de hoofdzaak in conventie,
eisende partij in de hoofdzaak in reconventie,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: de Veiling,
advocaat: mr. C.A.H. van de Sanden.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 oktober 2025
- formulier B16, houdende overlegging van productie 28 door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.]
- de akte uitlating van de zijde van de Veiling
- de akte nadere uitlating van de zijde van de Veiling
- de (antwoord) akte uitlating van de zijde van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.]
- formulier B2, waarbij namens [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] wordt medegedeeld dat mr. I. de Gram wordt vervangen door mr. R.H.M. Bus.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] houdt zich bezig met het telen van fruit, waaronder begrepen peren.



2.2.
De Veiling organiseert veilingen onder meer op het gebied van fruit.



2.3.
De Veiling heeft na eerdere contacten met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in het eerste kwartaal van 2024 andermaal contact opgenomen met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] met de vraag of [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] peren kon verkopen/leveren.



2.4.
De Veiling heeft begin april 2024 een koper voor de peren gevonden: [naam koper] .



2.5.

[naam koper] heeft een bezoek gebracht aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] en daarbij de cellen (waarin de peren waren opgeslagen) aangewezen die [naam koper] wenste te kopen van de Veiling. Het ging daarbij om Conference peren (hierna: de peren).


2.6.
Op 8 april 2024 heeft de Veiling de bedrijfsruimte van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] bezocht. De Veiling werd daarbij vergezeld door [naam koper] aan wie de Veiling de van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] te kopen peren had verkocht.



2.7.

De Veiling heeft op dezelfde dag per e-mail aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] een verkoopovereenkomst verzonden, waarbij de Veiling als koper en [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] als verkoper worden aangeduid. De verkoop betreft 4 cellen van 150.000 kg Conference peren tegen een prijs van € 1,05 per kilo (ex btw). Aan het slot van de overeenkomst staat het volgende:“Op deze overeenkomst zijn de algemene verkoopvoorwaarden van Cöoperatieve Tuinbouwveiling Zaltbommel e.o. B.A. van toepassing.

De algemene verkoopvoorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Tiel onder nummer 11005734.”
In deze e-mail vermeldt de Veiling dat de peren worden doorgezet naar [naam koper] . Onderaan bedoelde e-mail staat: “Klik hier voor de algemene voorwaarden”.




2.8.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft deze verkoopovereenkomst op 8 april 2024 ondertekend retour gezonden naar de Veiling.



2.9.

Omdat [naam koper] nog een cel met 150.000 kg Conference peren wenste te kopen heeft de Veiling per e-mail van 15 mei 2024 een verkoopovereenkomst naar [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] verzonden. De verkoopprijs van deze peren bedroeg € 0,95 per kg (exclusief btw). Aan het slot van de overeenkomst staat het volgende:“Op deze overeenkomst zijn de algemene verkoopvoorwaarden van Cöoperatieve Tuinbouwveiling Zaltbommel e.o. B.A. van toepassing.

De algemene verkoopvoorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Tiel onder nummer 11005734.
In deze e-mail wordt de naam van [naam koper] wederom vermeld. Onderaan bedoelde e-mail staat: “Klik hier voor de algemene voorwaarden”.




2.10.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft deze verkoopovereenkomst op 16 mei 2024 ondertekend retour gezonden naar de Veiling.



2.11.
In beide verkoopovereenkomsten staat dat levering plaatsvindt op het bedrijf van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] en dat het transport wordt verzorgd door de koper.


2.12.


[naam koper] heeft op 18 juni 2024 de eerste peren opgehaald bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] .
Nadat de peren waren gelost op de locatie van [naam koper] heeft [naam koper] de peren gekeurd. Daarbij zijn er peren aangetroffen waarvan na doorsnijding was gebleken dat rond het klokhuis lucht zat (holle peren) alsmede dat dit verschijnsel zich voornamelijk in de grote maat peren (70-80 mm) voordeed. Vervolgens heeft er overleg plaatsgevonden tussen [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] , de Veiling en [naam koper] . Daarbij is afgesproken dat de leveringen zouden worden doorgezet alsmede dat de grote maat peren zou worden gesorteerd, waarna door een professionele partij de ’holle peren’ eruit konden worden gefilterd.
De overige leveringen van de peren hebben op 21 juni en 2 juli 2024 plaatsgevonden.In totaal is er door Verkooijen144.020 kg peren uitgeleverd.




2.13.


[naam koper] heeft per e-mail van 29 juni 2024 het volgende aan de Veiling medegedeeld:“Vorige week heeft onze chauffeur in totaal 3 vrachten peren, 192 bakken, geladen uit cel 18 en bij ons thuis gelost. Bij binnenkomst zijn er, zoals wij altijd doen, controles uitgevoerd op o.a. hardheid en suiker en worden daarbij ook altijd peren doorgesneden. Daarbij hebben wij geconstateerd dat de peren inwendige kwaliteitsproblemen hadden aangezien, voornamelijk de grovere maten, inwendig hol waren. Na constatering zijn hier direct foto’s van gestuurd naar [naam] (de Veiling, toevoeging rechtbank) en naar aanleiding daarvan is hij zelf ook naar [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] geweest en heeft samen met een gezinslid van de familie [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] peren gesneden en hetzelfde probleem geconstateerd. De dag daarna zijn [naam 2] ( [naam koper] , toevoeging rechtbank) en [naam 3] samen naar [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gegaan waar [naam] (de Veiling, toevoeging rechtbank) [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] ook aanwezig waren. Gezamenlijk hebben ze weer peren gesneden uit cel 18, voornamelijk de grovere maten, waarbij wederom holle peren werden geconstateerd. Vervolgens is er de afspraak gemaakt de peren in de maat 70-80mm terug te doen in de kist zodat deze op een machine met een speciale kwaliteitskop gesorteerd konden worden. Afgelopen vrijdag hebben wij 77 bakken van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gedraaid waarbij zowel [naam 3] als onze sorteerchef [naam 7] tijdens sortering ook controle hebben uitgevoerd op de maat 60-65mm en 65-70mm. Tot onze schrik werden ook hier holle peren gevonden wat vervolgens weer direct is gemeld bij [naam] . Tijdens hetzelfde gezamenlijke bezoek voor cel 18 hebben [naam 3] en [naam 6] ook direct monsters genomen uit de overige 4 cellen om te zien of deze dezelfde gebreken vertoonde of dat het probleem zich enkel voordeed in cel 18. Helaas bleek dat in alle genomen monsters holle peren zaten. De foto’s van de monsters zijn ook direct doorgestuurd naar [naam] (waarschijnlijk is hier sprake van een ‘verschrijving’ en is kennelijk [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] bedoeld, toevoeging rechtbank).

Vervolgens kregen wij het verzoek of Veiling Zaltbommel langs kon komen om de peren die al bij ons stonden te bezichtigen. Uiteraard is dit geen probleem waarna wij [naam 8] en [naam 4] dinsdag op bezoek hebben gehad. Ook toen zijn we weer aan het snijden gegaan en hebben ook zij de peren kunnen constateren. De volgende dag, is [naam 3] weer bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] geweest en heeft zich daar aangesloten bij een gezinslid van de familie [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] en 2 keurmeesters van Veiling Zaltbommel. Vervolgens hebben de keurmeesters van Veiling Zaltbommel celcontroles uitgevoerd en hebben ook zij in alle cellen holle peren gevonden. Volgens hen is de oorzaak koelschade, ontstaan in de eerste 3 maanden. Dit bevestigde onze eigen bevindingen en deze van onze koelexpert.


Kortom, alle betrokken partijen hebben vastgesteld dat er holle peren in alle 5 de cellen gevonden zijn. In geval van holle peren is er ook simpelweg zero tolerance waardoor wij deze peren niet kunnen verwerken omdat dit simpelweg een te groot risico is en wij hier geen klanten door kwijt willen raken. De schade moet volgens de experts al ontstaan zijn in sept-nov 2023 wat wij zelf al zeker tijdens celcontroles zouden hebben vastgesteld maar dit blijkt helaas bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet het geval te zijn geweest. Spijtig maar koelschade valt helaas niet aan ons te wijten. Zoals eerder aangegeven zien wij van de koop af omdat wij geen risico kunnen lopen op inwendige gebreken. De 77 reeds gesorteerde bakken zullen we uiteraard netjes afwerken maar helaas zijn ook uit deze partij al pallets retour gekomen (…) Alle foto’s zijn in het bezit van [naam] en alle betrokken partijen zijn op de hoogte van het probleem (…).”





2.14.
De veiling heeft dit bericht van [naam koper] per e-mail van 1 juli 2024 aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] toegestuurd.



2.15.
Op 15 juli 2024 hebben [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] , de Veiling en [naam koper] met elkaar afgesproken dat de peren door [naam 9] zouden worden gesorteerd, waarbij de holle peren eruit zouden worden gehaald en de ‘goede peren’ door [naam koper] alsnog conform de gemaakte afspraken zouden worden afgenomen.



2.16.

[naam 9] is op 23 juli 2024 begonnen met het sorteren van de peren, maar heeft moeten besluiten om daarmee te stoppen op grond van de slechte kwaliteit van de peren.



2.17.
De Veiling heeft bij brief (van haar raadsman) d.d. 24 juli 2024 beide verkoopovereenkomsten met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] ontbonden.



2.18.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft bij brief (van haar raadsman) van 5 augustus 2024 aan de Veiling betwist dat er sprake is van een gebrek, althans dat er sprake is van een gebrek dat een volledige ontbinding van beide overeenkomsten rechtvaardigt. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft daarbij aangegeven dat zij in staat is om de (overige) peren te leveren en heeft de Veiling gesommeerd tot betaling van de overeengekomen koopprijs voor 750.000 kg peren ad in totaal € 772.500,--.



2.19.
De Veiling heeft niet aan deze sommatie voldaan.



2.20. (

De raadsman van) [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft per e-mail van 13 september 2024 aan (de advocaat van) de Veiling het volgende medegedeeld:
“Er is 144.020 kg peren door uw cliënte verladen. Deze peren komen uit de batch die verkocht is voor een bedrag van € 1,05 per kg.

Naar ik aanneem beschikt uw cliënte niet meer over de peren (…).


Cliënte stelt dat de prestatie, zijnde de levering van 144.020 kg peren, aan de overeenkomst beantwoordde op het moment dat deze in de macht van uw cliënte werden gebracht. Dit betekent dat de economische waarde op dat moment, zijnde de contractuele waarde (€ 1,05 per kg) dient te worden vergoed (…)


De ongedaanmakingsverbintenis bestaat dus uit betaling van het bedrag van € 151.221,00 (144.020 kg x € 1,05. Ik (…) sommeer uw cliënte hierbij om dit bedrag uiterlijk op 20 september a.s. te voldoen (…)”.




2.21.
De Veiling heeft aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] een inkoopfactuur d.d. 13 september 2024 verzonden ter zake van 144.020 kg peren tegen een prijs van € 1,05 per kg, zijnde een bedrag van € 151.221,00.



2.22.
De Veiling heeft het bedrag van € 151.221,- ondanks herhaalde sommatie (op 30 oktober 2024) niet aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] betaald.



2.23.


[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft bij brief van haar advocaat van 5 december 2024 aan de Veiling de verbintenissen tot nakoming van de overeenkomsten omgezet in een verbintenis tot betaling tot (vervangende) schadevergoeding.In deze brief laat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aan de Veiling weten dat zij het niet verladen restant van de peren aan een derde heeft verkocht voor een bedrag van € 127.636,00 en dat dit bedrag in mindering komt op de met de Veiling overeengekomen koopprijs van € 772.500,00.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft daarbij de Veiling gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 644.864,00, uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst van deze brief. Tevens wordt de verschuldigdheid van buitengerechtelijke (incasso)kosten, de wettelijke rente en overige (proces)kosten aangezegd.




2.24.
De Veiling heeft niet aan deze sommatie voldaan.






3Het geschil in de hoofdzaak



in conventie




3.1.


[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] vordert (na wijziging van eis) - samengevat- dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de Veiling veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen:

primair:


a. uiterlijk binnen vijf dagen een bedrag van € 644.864,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, te rekenen vanaf 24 juli 2024 tot aan
de dag der algehele voldoening;
b. een bedrag van € 4.999,32 ter zake van buitengerechtelijke (incasso)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 31 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;



subsidiair:


c. uiterlijk binnen vijf dagen een bedrag van € 151.221,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, te rekenen vanaf 21 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
d. een bedrag van € 2.287,21 ter zake van buitengerechtelijke (incasso)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 31 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,een en ander met veroordeling van de Veiling in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente alsmede met de nakosten.



3.2.
De Veiling voert verweer. De Veiling concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de kosten van deze procedure.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.4.
De Veiling vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad- [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] veroordeelt tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat, althans [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] veroordeelt tot het betalen van schadevergoeding van een nader door de rechtbank vast te stellen bedrag, met bepaling dat enige betalingsverplichting waartoe de Veiling (zo begrijpt de rechtbank) in conventie veroordeeld zou worden door haar verrekend kan worden met haar toegewezen vordering in reconventie, een en ander met veroordeling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de kosten van deze procedure.



3.5.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voert verweer. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Veiling in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de Veiling, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Veiling in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente indien de Veiling de proceskosten niet binnen 7 dagen na het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4Het geschil in het incident


4.1.
De Veiling vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] beveelt om aan haar dan wel aan haar advocaat te overleggen:a. alle logboeken van de koelcel waarin de desbetreffende peren zijn opgeslagen tot de levering, inclusief temperatuur-en luchtsamenstelling;
b. alle documenten betreffende de instellingen van het koelsysteem in de genoemde periode;
c. alle onderhouds- of kalibratierapporten van de koelinstallatie voor de genoemde periode,
een en ander met veroordeling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de proceskosten.



4.2.
De Veiling voert aan dat zij een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van de koelgegevens aangezien deze gegevens van belang zijn om het causaal verband tussen het door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gehanteerde koelregime en de holheid van de peren vast te kunnen stellen. De Veiling baseert haar vordering op het bepaalde in artikel 843 a Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).



4.3.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voert verweer. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Veiling in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de Veiling, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Veiling in de kosten van het incident, te vermeerderen met de wettelijke rente indien de kosten niet binnen 7 dagen na de uitspraak van het vonnis in incident zijn betaald.



4.4.
Op de (overige) stellingen van partijen wordt -voor zover van belang- hierna ingegaan.





5De kern van de zaak


Centraal staat de vraag of de door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aan de Veiling geleverde peren voldoen aan hetgeen de Veiling op grond van de door haar met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten mocht verwachten. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend.De Veiling mocht de overeenkomsten daarom ontbinden en hoeft dus niet de gehele koopprijs aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] te betalen. Wel moet de Veiling aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] enig bedrag betalen als gevolg van het feit dat de Veiling de geleverde peren niet meer aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] kan teruggeven.De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.




6De beoordeling in de hoofdzaak



in conventie





Te laat ingediende akte (onder meer strekkende tot wijziging van eis) en nadere stukken zoals vermeld in het proces-verbaal van de zitting van 10 oktober 2025




6.1.
De Veiling heeft ter zitting met recht aangevoerd dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] de akte wijziging eis tevens conclusie van antwoord in incident tevens akte aanvullende productie in conventie /reconventie/incident in strijd met het bepaalde in artikel 87 lid 6 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) te laat in het geding heeft gebracht. Dezelfde stelling heeft de Veiling ook ingenomen tegen de overige door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voor de zitting ingediende stukken.



6.2.

Voor wat betreft de akte wijziging van eis ziet de rechtbank geen aanleiding om deze buiten beschouwing te laten omdat de goede procesorde zich daartegen verzet. De wijziging van eis betreft immers geen wezenlijk onderdeel van de eis, nu de wijziging eruit bestaat dat in plaats van de wettelijke rente over de hoofdsom primair de wettelijke handelsrente wordt gevorderd.
Dit betekent dat op basis van de gewijzigde eis -waartegen de Veiling overigens geen inhoudelijk bezwaar heeft aangevoerd- recht zal worden gedaan.




6.3.
Met betrekking tot de overige inhoud van de akte merkt de rechtbank op dat de goede procesorde zich tegen het buiten beschouwing laten van de daarin opgenomen conclusie van antwoord in het incident verzet. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] reageert in die conclusie immers op de voor de zitting aan haar door de Veiling opgestuurde vordering tot exhibitie ex artikel 843a Rv, welke vordering door de Veiling eerst ter zitting is ingesteld.



6.4.

Met betrekking tot de overige door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voor de zitting ingediende stukken ziet de rechtbank evenmin aanleiding om deze buiten beschouwing te laten, nu partijen op grond van ter zitting gemaakte procesafspraken na de zitting nog akten hebben kunnen nemen.

Schending van artikel 21 Rv?





6.5.

De Veiling stelt dat het feit dat zich onder de aangeleverde peren holle peren bevonden te wijten is aan een door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gemaakte fatale fout bij het koelen van de peren. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft deze fout niet vermeld en heeft de daarop betrekking hebbende gegevens (zoals logbestanden, koelverslagen of interne rapporten) niet in het geding gebracht. Daarmee heeft [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] informatie die van wezenlijk belang is voor beoordeling van de vordering aan de rechtbank onthouden. Hiermee heeft [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 21 Rv waarin is bepaald dat partijen verplicht zijn om voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
De Veiling verzoekt de rechtbank om de vorderingen van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] volledig af te wijzen dan wel aan de handelwijze van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] de gevolgen te verbinden die de rechtbank geraden acht.




6.6.

De rechtbank honoreert dit verzoek van de Veiling niet.
Daarvoor is het volgende redengevend.
De rechtbank stelt voorop dat partijen de feitelijke inhoud en de omvang van de zaak moeten uiteenzetten, waarbinnen de rechter een beslissing moet geven. De aangevoerde feiten moeten volledig en naar waarheid zijn. Het gaat er met artikel 21 Rv om de bewuste leugen uit te bannen, omdat deze in het procesrecht niet aanvaardbaar is. Met artikel 21 Rv wordt beoogd het achterhouden en verdoezelen van voor de beslissing relevante feiten uit te bannen, waardoor de rechterlijke beslissing zoveel mogelijk op waarheid berust. Een partij mag de taak van de rechter om een juiste beslissing te geven over het geschil van partijen, niet bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken, door hem benodigde gegevens te onthouden (MvA I, Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 152).




6.7.

Centraal in de onderhavige procedure staat de vraag of de door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aan [naam 10] afgeleverde peren, welke levering juridisch moet worden aangemerkt als een levering aan de Veiling, voldoen aan de door de Veiling met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomstenKort na de eerste levering van de peren is gebleken dat een aantal peren hol was. Wat daarvan de oorzaak is, is -zoals hierna nog zal blijken- niet van belang. Meer in het bijzonder is de stelling van de Veiling dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] een fout koelregime heeft gehanteerd als gevolg waarvan er holle peren zijn ontstaan en dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] , ofschoon zij daarvan op de hoogte was, dit niet in de dagvaarding heeft vermeld, in deze niet relevant.
Aldus kan niet gezegd worden dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] bewust voor de beslissing van de rechtbank noodzakelijke gegevens aan de rechtbank heeft onthouden.




Schending van de klachtplicht?





6.8.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt dat de koop op 8 april 2024 en 16 mei 2024 tot stand is gekomen en dat de Veiling haar voor het eerst op 24 juli 2024 door middel van ontbinding van de overeenkomst op de hoogte bracht van het feit dat de peren volgens haar niet aan de overeenkomsten beantwoordden. Het gaat in deze om bederfelijke waar en dan wordt een klachttermijn van enkele dagen redelijk geacht. De Veiling heeft haar niet binnen een redelijke termijn na het (kunnen) ontdekken van de vermeende gebreken in kennis gesteld. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] verbindt daaraan -onder verwijzing naar artikel 6:89 BW- de conclusie dat de Veiling het recht heeft verloren om zich erop te beroepen dat de peren niet aan de overeenkomsten beantwoorden.



6.9.

De rechtbank stelt voorop dat de peren bij de levering dienen te voldoen aan de overeenkomsten. Aan de stelling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dat zij en [naam 10] voor de koop al zouden hebben vastgesteld dat de peren niet hol waren, komt in deze dan ook geen betekenis toe, nog afgezien van het feit dat het in deze procedure gaat om de rechtsverhouding tussen [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] en de Veiling, waar [naam 10] buiten staat. De Veiling heeft overigens de stelling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dat [naam 10] de peren voor de koop niet alleen uiterlijk maar ook inwendig heeft gekeurd betwist. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft zelf aangevoerd dat de Veiling de peren niet voor de koop (al dan niet inwendig) heeft onderzocht. 6.10. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft in de dagvaarding erkend dat naar aanleiding van kwaliteitscontrole op 18 juni 2024 (de dag van de eerste levering) holle peren zijn aangetroffen.
De Veiling stelt dat zij daarover vanaf 25 juni 2024 dagelijks contact met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft onderhouden. Dit heeft [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] is op 1 juli 2024 door de Veiling nogmaals op de hoogte gesteld van het feit dat er holle peren waren aangetroffen in de door [naam 10] bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] afgehaalde peren. De Veiling heeft immers op 1 juli 2024 de e-mail van [naam 10] d.d. 29 juni 2024 aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] doorgezonden. De inhoud van de e-mail van [naam 10] (waarin zij als het ware voorsorteert op partiële ontbinding met de door haar met de Veiling gesloten overeenkomsten) spreekt voor zich. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] mocht er vanuit gaan dat de Veiling door het doorsturen van de e-mail van [naam koper] jegens haar ook het standpunt inneemt dat de peren niet aan de overeenkomst voldoen omdat er (teveel) holle peren zijn aangetroffen in de door [naam koper] bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] opgehaalde peren. Daarmee heeft de Veiling jegens [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voldoende specifiek opgave gedaan van de aard van de tekortkoming en is dat is niet te laat. De stelling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dat zij eerst op 24 juli 2024 door de Veiling op de hoogte is gebracht van de gebrekkige peren, wordt dan ook verworpen.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft voorts niet, althans onvoldoende onderbouwd dat zij nadeel heeft ondervonden van het feit dat zij eerst op 1 juli 2024 door de Veiling op de hoogte is gesteld van voormelde e-mail van [naam 10] .




6.11.
De Veiling heeft door het maken van nadere afspraken met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet haar recht prijsgegeven om zich erop te beroepen dat de peren niet aan de overeenkomsten beantwoorden. De nadere afspraken hielden immers in dat een professionele partij de peren zou sorteren en dat deze de holle peren eruit zou halen en dat -zo begrijpt de rechtbank- de Veiling alleen voor de niet holle peren zou behoeven te betalen. Doordat de deskundige, [naam 9] , het sorteren van de peren heeft moeten staken vanwege de slechte kwaliteit daarvan, konden de nadere afspraken niet meer worden nagekomen. Dit betekent dus dat -anders dan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aanvoert- niet gezegd kan worden dat aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] feitelijk iedere gelegenheid is ontnomen om de gevolgen van de tekortkoming te herstellen, laat staan dat dit aan de Veiling zou zijn te verwijten. Zijn de algemene voorwaarden van de Veiling van toepassing op beide verkoopovereenkomsten? En zo ja, zijn de algemene voorwaarden vernietigbaar?


6.12.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voert aan dat de algemene voorwaarden van de Veiling niet van toepassing zijn op de verkoopovereenkomsten van 8 april 2024 en 16 mei 2024. Voor het geval dat de algemene voorwaarden wel van toepassing zouden zijn, roept zij de vernietigbaarheid daarvan in.


6.13.
Aangezien de Veiling - ofschoon zij in het tussenvonnis van 14 mei 2025 daarom was verzocht- de algemene voorwaarden niet in het geding heeft gebracht en ook niet heeft aangegeven op welke bepalingen zij zich in relatie tot de vordering van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] beroept, zijn de algemene voorwaarden van de Veiling voor de beoordeling van de onderhavige zaak niet van belang.



6.14.
Daarmee is voor [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] het belang ontvallen om een oordeel te verkrijgen over de vraag of de algemene voorwaarden van de Veiling van toepassing zijn en of bedingen uit die algemene voorwaarden vernietigbaar zijn. De rechtbank zal om die reden voorbijgaan aan hetgeen [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in dit verband heeft aangevoerd.



6.15.
De Veiling heeft weliswaar stukken in het geding gebracht waaruit kan worden afgeleid dat zij ten aanzien van de peren een zoals zij stelt ‘zero tolerance’ hanteert, maar gesteld noch gebleken is dat bedoelde kwaliteitseisen door de Veiling aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voor of na het sluiten van de overeenkomsten bekend zijn gemaakt en dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] daarmee zou hebben ingestemd.



Voldoen de door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] uitgeleverde peren aan de met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten verkoopovereenkomsten?





6.16.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend.



6.17.
Voorop wordt gesteld dat op grond van het bepaalde in artikel 7:17 lid 2 BW een zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.


6.18.
In de verkoopovereenkomsten zijn ten aanzien van de peren geen specifieke kwaliteitseisen vastgelegd. Echter, gelet op de prijs die de Veiling voor de eerste 600.000 kg met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] is overeengekomen (€ 1,05 per kg), mocht de Veiling een hoge kwaliteit van de peren (klasse 1 of klasse 2) verwachten. Dit is door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet, althans niet voldoende gemotiveerd betwist. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft erkend dat er zich onder de peren die op 18 juni 2024 aan [naam koper] waren geleverd, zogenaamde ‘holle peren’ bevonden, voornamelijk in de grote maat peren (70-80 mm). Daar waar [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zelf aanvoert dat holle peren gewoon geschikt zijn voor de industrie (klasse 3), voldoen de aan de Veiling/ [naam 10] geleverde peren niet aan het geen de Veiling op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De Veiling mocht op grond van de overeengekomen prijs verwachten dat de peren geschikt waren voor menselijke consumptie. Peren in klasse 3 zijn daarvoor niet bestemd. Daarbij komt dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voorafgaand aan de koop foto’s aan de Veiling heeft gestuurd waarop peren waren te zien, waarvan enkele waren doorgesneden, die niet hol waren. De Veiling mocht dan ook verwachten dat de door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] geleverde peren gaaf en dus niet hol zouden zijn en dat de peren konden worden verkocht als gezonde, gave peren.



6.19.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt dat dit gebrek haar niet kan worden toegerekend. Zij stelt dat zij op 8 april 2024 nadrukkelijk heeft benoemd en aan de Veiling en [naam koper] kenbaar heeft gemaakt dat zij haar peren uiterlijk voor/rondom half mei levert, hetgeen te maken heeft met de waarborg van kwaliteit. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt dat zij met [naam koper] in het bijzijn van de Veiling heeft afgesproken dat [naam 10] het ophalen van de peren bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zou starten vanaf (medio) mei 2024. De Veiling heeft daarmee stilzwijgend ingestemd. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt dat dit een fatale leveringstermijn was. Die termijn is door [naam 10] overschreden omdat [naam 10] -ondanks zijn toezegging dat hij in de tweede helft van mei 2024 de peren bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zou komen ophalen- pas voor het eerst op 18 juni 2024 bij haar verscheen om de peren op te halen.



6.20.

Dit verweer gaat niet op.
De Veiling heeft met recht aangevoerd dat in de verkoopovereenkomsten geen afspraken zijn vastgelegd met betrekking tot de datum waarop de peren bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zouden moeten worden afgehaald. De Veiling betwist dat zij met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] fatale leveringstermijnen is overeengekomen. Als de leveringstermijn voor [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zo belangrijk zou zijn geweest, dan had het voor de hand gelegen dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dit in de door de Veiling opgestelde verkoopovereenkomsten had laten opnemen, in plaats van de overeenkomsten zonder commentaar te tekenen en aan de Veiling te retourneren. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft niet gesteld dat de Veiling op grond van eerdere met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten had kunnen weten dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] de peren altijd medio mei levert. Bij deze stand van zaken kan niet gezegd worden dat de Veiling had moeten begrijpen dat zij/ [naam 10] de peren uiterlijk in de tweede helft van mei 2024 bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zou moeten afhalen en dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] bij een latere afname niet meer zou instaan voor de goede kwaliteit van de peren. De enkele -beweerde- toezegging door [naam 10] dat zij in de tweede helft van mei 2024 zou beginnen met het verladen van de peren, is in dit verband onvoldoende om te kunnen oordelen dat tussen de Veiling en [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] een fatale leveringstermijn zou zijn overeengekomen, nog daargelaten dat de Veiling aan de beweerde toezegging door [naam koper] niet is gebonden. De door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] als productie 16 overgelegde schriftelijke verklaring van [naam 6] [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] d.d. 4 november 2024 brengt daarin geen verandering, nog daargelaten dat deze verklaring door de Veiling gemotiveerd is betwist.




6.21.
Bij dit alles komt dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet heeft gesteld dat indien de peren later dan medio mei worden afgenomen het risico bestaat dat goede peren hol kunnen worden. Wel is aannemelijk dat de kwaliteit van de peren in zijn algemeenheid achteruit gaat (gedacht wordt hierbij aan verandering van kleur en/of vermindering van smaak) als deze te lang in de koeling blijven liggen, maar daar gaat het in deze zaak niet om.



Rechtvaardigt het feit dat zich onder de door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] geleverde peren (144.020 kg) peren bevonden die hol waren, de ontbinding van de gehele overeenkomsten (waarbij het om in totaal 750.000 peren gaat)?





6.22.
De rechtbank stelt voorop dat op grond van het bepaalde in artikel 6:265 lid 1 BW iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.



6.23.

Als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken staat vast dat na de eerste uitlevering van de peren op 18 juni 2024 is gebleken dat een aantal peren hol was. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] was nadat de Veiling aan haar de e-mail van [naam 10] van 29 juni 2024 had doorgestuurd ervan op de hoogte dat het volgens [naam 10] niet om een zeer beperkt aantal peren ging.

[naam 9] heeft op 23 juli 2024 de peren gesorteerd. Ter zitting is door de Veiling aangevoerd dat [naam 9] ongeveer 80.000 kilo peren heeft gekeurd. Dit is door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet tegengesproken. Ofschoon de raadsman van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de spreekaantekeningen (onder randnummer 6) nog betwist dat uit het sorteerverslag [naam 9] blijkt dat 8,5% van de door haar gekeurde peren hol was, heeft [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] ter zitting uiteindelijk niet langer tegengesproken dat 8,5% van de peren hol bleek te zijn. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft niet gesteld dat goede peren door enkel tijdsverloop hol kunnen worden dan wel dat de peren indien deze na uitlevering onder ongunstige omstandigheden worden opgeslagen hol kunnen worden. De stelling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dat door tijdsverloop de geleverde peren buiten haar invloedssfeer zijn geraakt en daarbij heeft gesuggereerd dat de peren bij [naam 10] onder ongunstige condities waren opgeslagen, kan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dan ook niet baten voor wat betreft de aangetroffen holle peren.




6.24.

De rechtbank is van oordeel dat nu van de ongeveer 80.000 kilo peren die [naam 9] heeft kunnen keuren (waaronder zich naast peren in de grote maat, ook peren in kleinere maten bevonden) is gebleken dat 8,5% hol bleek te zijn (dat zijn dus ongeveer 6800 kilo peren), de peren niet aan de door de Veiling met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten voldoen. Het uitvalpercentage van 8,5% is, of nu wordt uitgegaan van een tolerantie van 0% (standpunt van de Veiling, dat is gebaseerd op haar kwaliteitshandboek) of van 2% (de norm die wordt aangelegd door het Kwaliteits-Controle-Bureau) veel te hoog. Nu [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet heeft betwist dat zij als professionele teler met bedoelde 2% norm bekend was, kan zij zich er niet op beroepen dat bedoelde kwaliteitsnormen niet in de tussen haar en de Veiling gesloten overeenkomsten schriftelijk zijn vastgelegd. Deze normen worden dan ook geacht stilzwijgend tussen partijen te zijn overeengekomen.
Anders dan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt, is de tekortkoming dus van voldoende gewicht.




6.25.
Gelet op het uitvalpercentage van 8,5 % alsmede het feit dat [naam 10] haar per e-mail van 29 juni 2024 had laten weten dat in alle 5 de cellen holle peren waren aangetroffen, is het alleszins begrijpelijk dat de Veiling er geen vertrouwen meer in had dat de nog niet van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] afgenomen peren wel zouden voldoen aan hetgeen de Veiling op grond van de met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten mocht verwachten. Dit in verband met het feit dat - zoals de Veiling wist - de peren waren bestemd waren voor menselijke consumptie. Om die reden is -anders dan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft aangevoerd- niet van belang dat niet meer kan worden vastgesteld hoeveel peren van de 750.000 kg als holle peren moeten worden beschouwd en er slechts sprake is van een aantoonbaar substantieel deel van een klein gedeelte van de voorgenomen leveringen.



6.26.


[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft nog aangevoerd dat zij haar peren heeft kunnen verkopen als klasse I en II peren. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft ter onderbouwing van haar stelling als productie 18 tot en met 21 schriftelijke overeenkomsten (die niet allemaal zijn ondertekend) met haar afnemers in het geding gebracht waaruit dit blijkt, waarbij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] met haar afnemers prijzen van € 0,45 en € 0,50 per kg zijn overeengekomen.De rechtbank gaat hieraan voorbij, omdat uit die producties niet kan worden afgeleid dat het om de peren gaat die door de Veiling niet van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zijn afgenomen.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt in de inleidende dagvaarding immers dat zij de restpartij voor een bedrag van € 127.636,00 noodgedwongen heeft kunnen verkopen aan een derde. Daar waar de overeenkomsten met de Veiling betrekking hadden op 750.000 kg peren en de Veiling daarvan 144.020 kg heeft afgenomen, bestond de restpartij dus uit 605.980 kg. Deze restpartij heeft dus € 0,21 per kg opgebracht (€127.636,00: 605.980), zoals de Veiling met recht heeft aangevoerd.




6.27.
Nu de tekortkoming -anders dan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft aangevoerd- niet van geringe betekenis is- mocht de Veiling de met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten dan ooknaar aanleiding van de resultaten van het sorteren van de peren door [naam 9] ontbinden. De aard van de gesloten overeenkomst en de omstandigheden van het geval staan eraan in de weg om te oordelen dat de Veiling de overeenkomsten slechts partieel mocht ontbinden. [naam 9] heeft immers niet alle peren kunnen sorteren (waaraan dat heeft gelegen kan in het midden blijven) en partijen hebben aldus niet kunnen vaststellen hoeveel peren nog wel als klasse I konden worden verkocht tegen minimaal de prijs die tussen [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] en de Veiling was overeengekomen. Hierbij speelt mee dat de ‘perenmarkt’ uit haar aard geen stabiele markt is, maar een volatiele markt: een markt die wordt gekenmerkt met snelle en grote prijsschommelingen in korte tijd, zoals door partijen ter zitting is verklaard.


6.28.
Hiermee is tevens gegeven dat het verwijt van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dat de Veiling zich niet aan de eerder gemaakte afspraken heeft gehouden en rauwelijks tot ontbinding van beide overeenkomsten is overgegaan, misplaatst is.



Verkeerde [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in verzuim?





6.29.
Artikel 6:265 lid 2 BW bepaalt dat voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat, wanneer de schuldenaar in verzuim is.



6.30.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft aangevoerd dat zij niet in verzuim verkeert. Zij stelt dat peren genuszaken zijn en dat zij in staat was om aan de Veiling/ [naam 10] andere peren te leveren die niet hol waren.



6.31.
Dit verweer gaat niet op.[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft zelf aangevoerd dat [naam 10] voor het sluiten van met de Veiling gesloten overeenkomsten de vijf cellen heeft aangewezen met daarin de peren die [naam 10] zou willen kopen. Daarmee zijn de peren geïndividualiseerd, waardoor de peren de status van vervangbare soortzaak hebben verloren. Dit geldt dan ook voor de door de Veiling met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten met betrekking tot die peren, omdat die peren immers - zo wist [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] - waren bestemd voor [naam 10] . Dit betekent dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] de met de Veiling gesloten overeenkomsten niet meer deugdelijk kon nakomen en het verzuim van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zonder ingebrekestelling is ingetreden.



6.32.

De enkele stelling dat zij nog één cel van 150.000 kg peren had die zij aan de Veiling/ [naam koper] zou kunnen leveren, kan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dan ook niet baten.
Daarbij komt nog dat bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting van de inhoud van de e-mail van [naam koper] d.d. 29 juni 2024 moet worden aangenomen dat in alle 5 de cellen die [naam koper] heeft aangewezen ook holle peren zaten. Bij deze stand van zaken is het zeer waarschijnlijk dat zich onder de peren in de overgebleven zesde cel ook holle peren bevonden, zodat deugdelijke nakoming (voor een gedeelte) niet mogelijk zou zijn geweest.




6.33.
Ten overvloede wordt nog overwogen dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] niet heeft aangevoerd dat zij nadat [naam 9] het sorteren van de peren had moeten staken aan de Veiling/ [naam 10] heeft aangeboden om andere peren te leveren die niet hol waren en de Veiling/ [naam 10] zouden hebben geweigerd daarmee in te stemmen. De stelling van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] dat zij in staat was om andere peren te leveren die niet hol waren is in deze van geen betekenis.



Omzettingsverklaring (de primaire vordering onder 3.1.a.)





6.34.

Aangezien op grond van het vorenstaande op de Veiling niet de verbintenis rust om de koopprijs van de peren (onder aftrek van het bedrag dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voor de niet uitgeleverde peren uit verkoop aan derden heeft ontvangen), te betalen, sorteert de omzettingsverklaring van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] bij brief van 5 december 2024 rechtens geen effect.
De primaire vordering onder 3.1.a. wordt daarom afgewezen.




Ongedaanmakingsverbintenis (de subsidiaire vordering onder 3.1.c.)





6.35.
Nu de Veiling beide met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten verkoopovereenkomsten met recht buitengerechtelijk heeft ontbonden, ontstaat op grond van het bepaalde in artikel 6:271 BW voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties.



6.36.


[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft geen betaling ontvangen voor de aan de Veiling verkochte peren, zodat terugbetaling niet aan de orde is.
De Veiling kan de door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] uitgeleverde peren (144.020 kg) niet meer aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] teruggeven. Daarmee is de zaak niet afgedaan.Immers, indien -zoals hier het geval is- de prestatie niet aan de verbintenis heeft beantwoord, treedt op grond van het bepaalde in artikel 6:272 lid 2 BW voor de verbintenis tot ongedaanmaking een vergoeding in de plaats van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op het tijdstip van ontvangst van de prestatie in de gegeven omstandigheden heeft gehad. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit in beginsel de subjectieve waarde is die de prestatie voor de ontvanger heeft gehad, maar is op grond van de omstandigheden van het geval een uitzondering op dat beginsel mogelijk.




6.37.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voert aan dat de economische waarde van de peren gelijk moet worden gesteld aan de contractuele waarde, zijnde € 1,05 per kg. Het betrof de eerste verladingen en daarvoor was deze prijs per kg overeengekomen. Zij maakt jegens de Veiling aanspraak op een bedrag van € 151.221,00 (144.020 kg x € 1,05 per kg).



6.38.
De Veiling stelt in haar conclusie van antwoord dat de peren een waarde vertegenwoordigen van ten hoogste € 7001,00 tot € 11.521,60. Ter zitting heeft de Veiling in dit verband nog aangevoerd dat een groot deel van de partij niet meer verkocht kon worden of tegen veel lager prijzen moest worden afgezet alsmede dat daarbij nog de extra kosten van sortering, opslag en afvoer van de ondeugdelijke peren komt.



6.39.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] voert daartegenover aan dat de Veiling als reactie op de e-mail van de raadsman van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] van 13 september 2024, waarin [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aanspraak maakt op een bedrag van € 151.221,00, een inkoopfactuur d.d. 13 september 2024 aan haar heeft verzonden ter hoogte van € 151.221,00. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt dat de Veiling dat bedrag moet betalen en dat de Veiling niet achteraf per e-mail van 31 oktober 2024 kan aanvoeren dat zij dat bedrag pas betaalt aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] als zij dat bedrag van [naam koper] heeft ontvangen.



6.40.

De advocaat van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft per e-mail van 24 september 2024 evenwel aan de advocaat van de Veiling laten weten dat zij de bedoeling van de Veiling ter zake van het verzenden van deze inkoopfactuur niet goed kan plaatsen. Uit deze reactie leidt de rechtbank af dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] er niet zonder meer vanuit ging dat de Veiling de inkoopfactuur (zijnde de eerste en enige factuur die de Veiling naar [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft verzonden voor de door [naam 10] afgenomen peren met een gewicht van 144.020 kg) zou betalen. Dit is ook alleszins begrijpelijk omdat de Veiling per e-mail van 1 juli 2024 de e-mail van [naam koper] van 29 juni 2024 aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] had doorgestuurd, waarmee [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] ervan op de hoogte was dat [naam koper] over de peren niet tevreden was en kennelijk van verdere afname van de peren wenste af te zien. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft voorts niet betwist dat [naam 9] het sorteren van de peren heeft moeten staken vanwege de slechte kwaliteit daarvan. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft verder geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zij er gerechtvaardigd op zou hebben mogen vertrouwen dat de Veiling desondanks de overeengekomen prijs voor 144.020 kg peren aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zou betalen.
Op 30 oktober 2024 heeft [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aan de Veiling een betalingsherinnering verzonden. Daarop heeft de Veiling gereageerd bij e-mail van 31 oktober 2024. Uit de inhoud van deze e-mail blijkt dat de Veiling aan [naam koper] heeft verzocht om voormeld bedrag aan haar te betalen en dat de Veilig na ontvangst van dit bedrag van [naam koper] tot betaling aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zal overgaan. Anders dan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt, kan hierin geen erkenning van de verschuldigdheid van het bedrag van € 151.221,00 worden gelezen.



6.41.
Het feit dat de peren na levering aanzienlijk in kwaliteit achteruit zijn gegaan kan niet aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] worden toegerekend. Na levering komen de peren immers voor rekening en risico van de Veiling. Onder deze omstandigheden is niet van belang dat de Veiling er uiteindelijk in is geslaagd om een klein aantal peren (tegen veel lagere prijzen) te verkopen. De rechtbank zal dan ook bij het bepalen van de omvang van de op de Veiling rustende ongedaanmakingsverbintenis niet uitgaan van de bedragen die hiervoor onder 6.41. zijn weergegeven.


6.42.
De rechtbank zal dan ook van de 144.020 kg peren 8,5 % daarvan als waardeloos aanmerken. Dit gaat dan om 12.241,7 kg peren. De Veiling was voor de peren een bedrag van € 1,05 per kg verschuldigd. Voor 12.241,7 kg peren komt dit uit op een bedrag van € 12.853,79. Dit bedrag komt in mindering op voormeld bedrag van € 151.221,--, zodat resteert een bedrag van € 138.367,21 (€ 151.221,-- minus € 12.853,79).



6.43.
De Veiling heeft weliswaar nog aangevoerd dat zij niet in verzuim kan verkeren, zolang als [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in verzuim is (omdat -zo begrijpt de rechtbank- de peren niet voldeden aan hetgeen [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] mocht verwachten), maar dit betoog kan de Veiling niet baten. Het bedrag van € 138.367,21, is de Veiling immers niet verschuldigd op grond van de overeenkomsten (die door haar buitengerechtelijk zijn ontbonden), maar is de Veiling verschuldigd op grond van de op haar rustende ongedaanmakingsverbintenis. De Veiling heeft ondanks daartoe strekkende sommatie van 13 september 2024 geen enkel bedrag aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] betaald. Hierdoor is de Veiling in verzuim geraakt.



6.44.
De Veiling zal dan ook worden veroordeeld om aan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] te betalen een bedrag van € 138.367,21.


6.45.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] maakt aanspraak op de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW. Deze aanspraak komt Verkooien niet toe. Artikel 6:119a BW ziet alleen op de situatie dat betaling van het op grond van de overeenkomst verschuldigde niet tijdig plaatsvindt en niet op het geval dat sprake is van een ongedaanmakingsverbintenis. Voormeld bedrag zal dan ook worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 21 september 2024. De subsidiaire vordering onder 3.1.c. is in zoverre voor toewijzing vatbaar.



Buitengerechtelijke (incasso)kosten





6.46.
Nu de primaire hoofdvordering van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zal worden afgewezen geldt dit om die reden al ook voor de mede gevorderde veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke (incasso)kosten.


6.47.
De subsidiaire hoofvordering is voor het grootste deel toegewezen. Aangezien de buitengerechtelijke verrichtingen ten aanzien van dit onderdeel van de vordering volgens [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] naast onderzoek naar verhaalsmogelijkheden en het winnen van inlichtingen uit niet méér hebben bestaan dan uit een eerste sommatie en een herhaalde sommatie, wordt vergoeding van die kosten geacht te zijn begrepen in de proceskostenveroordeling. Voor een afzonderlijke veroordeling van de Veiling tot betaling van buitengerechtelijke (incasso) kosten is dan ook geen plaats, zodat ter zake afwijzing dient te volgen.



Proceskosten





6.48.

De Veiling wordt aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom
de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Nu een aanzienlijk gedeelte van de vordering van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zal worden afgewezen, zal de rechtbank bij de toepassing van het liquidatietarief uitgaan van het bedrag dat hoort bij het toegewezen gedeelte van de vordering.




6.49.
Aangezien de Veiling de rechtbank in reconventie heeft verzocht om te bepalen dat enige betalingsverplichting waartoe zij (in conventie) veroordeeld zou kunnen worden door de Veiling verrekend zou kunnen worden met de aan haar toegewezen vorderingen in reconventie, zal iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat in de reconventionele procedure eindvonnis kan worden gewezen.



in reconventie





6.50.
De Veiling stelt dat de tekortkoming van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de nakoming van de overeenkomsten heeft geleid tot schade aan haar zijde. Deze schade bestaat uit de kosten van het laten sorteren van de peren door [naam 9] , voor zover deze zoals met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] was overeengekomen gedeeltelijk ten laste van [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] zouden komen. Deze kosten heeft de Veiling onverplicht vooruitbetaald. Daarnaast bestaat de schade uit de kosten van juridische bijstand en interne arbeidskosten in verband met de tekortkoming door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] . Ook kon een groot deel van de partij niet meer worden verkocht of moest tegen veel lagere prijzen worden afgezet. Daarbij komen nog de extra kosten van sortering, opslag en afvoer van de ondeugdelijke peren. De schade kan nog niet volledig worden begroot en daarom is verwijzing naar de schadestaatprocedure noodzakelijk, aldus de Veiling.



6.51.
Voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is.



6.52.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] stelt dat de Veiling haar nimmer in gebreke heeft gesteld, waardoor zij niet in verzuim verkeert. [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] verbindt daaraan de conclusie dat zij niet schadeplichtig is.



6.53.

Dit verweer gaat niet op.
Uit hetgeen hiervoor in conventie is overwogen volgt dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] jegens de Veiling toerekenbaar tekortgeschoten is door peren te leveren die niet aan de tussen [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] en de Veiling gesloten overeenkomsten voldoen. De geleverde peren hebben voor de Veiling minder opgebracht dan het geval zou zijn geweest indien er geen sprake zou zijn geweest van holle peren. Voor die schade is [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aansprakelijk, zonder dat daartoe is vereist dat [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] de Veiling ter zake in gebreke heeft gesteld.




6.54.

Aan de voorwaarde om de zaak naar de schadestaatprocedure te verwijzen is strikt genomen voldaan.
De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de zaak naar de schadestaatprocedure te verwijzen. Immers, gelet op de tijd die is verstreken tussen de levering van de peren en het door [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aanspannen van de procedure in conventie, valt niet in te zien waarom de Veiling de door haar opgevoerde schadeposten -gelet op de aard daarvan- niet in haar conclusie van eis in reconventie nader zou hebben kunnen onderbouwen. De Veiling heeft daarvoor geen (valide) reden opgegeven.
Anders dan [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] aanvoert, leidt dit niet tot afwijzing van de vordering van de Veiling.




6.55.
In het kader van een doelmatige rechtspleging beveelt de rechtbank de Veiling dan ook om bij akte haar schade -met bewijsstukken gestaafd- nader te onderbouwen, waarna [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de gelegenheid wordt gesteld om op -uitsluitend- de inhoud van bedoelde akte eveneens bij akte reageren. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen.



6.56.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





7De beoordeling in het incident


7.1.

De rechtbank stelt voorop dat door de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht artikel 843a Rv per 1 januari 2025 is vervallen.
In artikel XIIA van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is een overgangsbepaling opgenomen die luidt als volgt:

“Ten aanzien van de verdere behandeling door een rechtbank, een gerechtshof of de Hoge Raad van zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet met een dagvaarding aanhangig zijn dan wel met een verzoekschrift zijn ingediend, blijft het recht zoals dat gold vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing.”




7.2.

[eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] heeft de inleidende dagvaarding uitgebracht op 31 december 2024. Het geding is daarmee aanhangig vanaf de dag der dagvaarding (artikel 125 lid 1 Rv). Op grond van het overgangsrecht is in de onderhavige procedure artikel 843a Rv dan ook onverkort van toepassing.



7.3.
Dat betekent dat moet worden beoordeeld of het verzoek van de Veiling toewijsbaar is op grond van het bepaalde in artikel 843a Rv. In lid 1 van dit artikel is -kort gezegd- bepaald dat hij die daarbij een rechtmatig belang heeft afschrift kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is van degene die deze bescheiden te zijner beschikking heeft.



7.4.
In de hoofdzaak staat centraal de vraag of de door [naam 10] bij [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] opgehaalde peren (hetgeen juridisch moet worden aangemerkt als levering van de peren aan de Veiling) voldoen aan de kwaliteit die de Veiling daarvan op grond van de met [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] gesloten overeenkomsten mocht verwachten.



7.5.
In de hoofdzaak is komen vast te staan dat kort na de eerste levering van de peren is geconstateerd dat een aantal peren hol waren en de peren daardoor niet aan de overeenkomst voldeed. De oorzaak van dit gebrek is dan ook niet van belang. De enkele constatering dat de peren niet voldeden aan de overeenkomst is voldoende.Bij deze stand van zaken heeft de Veiling geen rechtmatig belang bij het verkrijgen van de koelgegevens.



7.6.

Dit betekent dat de vordering van de Veiling wordt afgewezen en de Veiling in de kosten van het incident wordt verwezen.
Deze kosten worden begroot op € 614,00 (1 punt x € 614,00) ter zake van salaris van de advocaat.




7.7.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden totdat in de hoofdzaak zowel in conventie als in reconventie eindvonnis is gewezen.






8De beslissing


De rechtbank




in de hoofdzaak





in conventie




8.1.
houdt iedere beslissing aan tot aan het eindvonnis in reconventie,



in reconventie





8.2.
beveelt de Veiling om bij akte ter rolle van 4 februari 2026 de door haar gestelde schadeposten als hiervoor onder 6.50. zijn omschreven met bewijsstukken gestaafd nader te onderbouwen,



8.3.
stelt [eiser in conv/verw.in rec.en in het inc.] in de gelegenheid om ter rolle van 4 maart 2026 bij akte te reageren op -uitsluitend- de inhoud van de akte van de Veiling,



8.4.
houdt iedere beslissing aan tot aan het eindvonnis,



in het incident





8.5.
houdt iedere beslissing aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak in conventie en in reconventie.










Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.












































Th/PB