Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:2755
2026-04-13
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ARN 25/1879
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Sluiting woning voor de duur van twee maanden. Procesbelang. Sluiting was noodzakelijk en evenwichtig.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:1298 Raad van State 03-04-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.557 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1879
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats 1], eiseres
(gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari),
en
de burgemeester van de gemeente Westervoort
(gemachtigden: M. Bakker en D.M.C. Backer).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de woning aan de [locatie] in [plaats 1] door de burgemeester voor de duur van twee maanden. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de sluiting van de woning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester in redelijkheid gebruik kon maken van zijn bevoegdheid de woning te sluiten. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met de beslissing op bezwaar van 12 maart 2025 is de burgemeester bij zijn besluit tot sluiting van de woning gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, de bewindvoerder van eiseres [persoon A] en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Op 22 augustus 2024 heeft in de woning aan de [locatie] in [plaats 1] een incident plaatsgevonden. Er was sprake van een conflict waarbij de zoon van eiseres een doorgeladen vuurwapen heeft gericht op meerdere buurtbewoners. Eiseres woonde destijds in deze woning samen met haar zoon.
3.1.
De politie heeft de burgemeester van het incident op de hoogte gesteld met de bestuurlijke rapportage van 26 augustus 2024. Daarna heeft de burgemeester een voornemen tot woningsluiting aan eiseres gestuurd. Er zijn verschillende zienswijzen ingediend. Ook heeft de politie op 4 september 2024 nog een bestuurlijke rapportage opgesteld.
3.2.
Met het besluit van 4 september 2024 heeft de burgemeester de woning voor de duur van twee maanden gesloten. Eiseres is na de sluiting weer in de woning gaan wonen.
Heeft eiseres nog procesbelang?
4. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, vanwege het feit dat eiseres na de sluiting van de woning weer in deze woning is gaan wonen. Zij woont hier nu nog steeds. Er is geen sprake van een ontbinding van de huurovereenkomst met de verhuurder van de woning. In beginsel heeft eiseres dus al bereikt wat zij met het instellen van haar beroep tegen het bestreden besluit wilde bereiken, namelijk terugkeer naar de woning.
4.1.
Procesbelang is het belang dat iemand heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat diegene voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft degene die opkomt tegen een besluit procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of (hoger) beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Als iemand stelt schade te hebben geleden, kan dat betekenen dat diegene belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Het moet wel enigszins aannemelijk zijn dat schade is geleden als gevolg van het besluit.
4.2.
Eiseres heeft in beroep naar voren gebracht dat, ondanks dat zij wel weer in de woning woont en zij hier ook kan blijven wonen, zij zowel materiële als immateriële schade heeft geleden als gevolg van de woningsluiting. Volgens de burgemeester zijn alleen de kosten voor het vervangen van de sloten van de woning het gevolg van de woningsluiting. Nu er sprake is van mogelijke schade die in verband staat met de woningsluiting heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
Mocht de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik maken?
5. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik mocht maken.
6. Sluiting van een woning is een ingrijpende maatregel. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn sluitingsbevoegdheid, moet hij het concrete geval toetsen aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Die toets houdt in dat beoordeeld moet worden of de sluiting van de woning noodzakelijk en evenwichtig is, gezien de overige in het geding zijnde belangen.
Is de sluiting noodzakelijk?
6.1.
Volgens eiseres geeft het bestreden besluit onvoldoende onderbouwing dat de tijdelijke sluiting van de woning noodzakelijk was nadat bekend was geworden dat de zoon van eiseres tot 20 februari 2025 in voorarrest zou blijven. Ook was aangegeven dat de zoon na zijn vrijlating nooit meer naar [plaats 1] zou terugkeren, maar naar zijn vader in [plaats 2] zou gaan. Door deze ontwikkelingen was er een verminderde noodzaak tot sluiting. Ook was een minder ingrijpende maatregel, zoals een gebiedsverbod of cameratoezicht mogelijk geweest. Volgens eiseres moet verder ook worden gekeken naar de objectieve veiligheidsbeleving. Doordat eiseres op het moment van het besluit tot woningsluiting niet meer één huishouden vormde met haar zoon, was de vrees voor escalatie niet langer terecht. Daarmee is volgens eiseres niet voldoende onderbouwd en onvoldoende aannemelijk dat de openbare orde en de veiligheid in de omgeving nog steeds in het geding was. De sluiting was daarom niet gerechtvaardigd.
6.2.
De beroepsgrond slaagt niet. De burgemeester heeft het in redelijkheid noodzakelijk kunnen achten de woning te sluiten. Het incident, waarover de politie twee bestuurlijke rapportages heeft opgemaakt, is voldoende om een dergelijke maatregel in te zetten om de openbare orde te herstellen. Eiseres was zelf ook betrokken bij de verstoring van de openbare orde en de situatie moest gede-escaleerd worden. Door een zichtbare sluiting, van in dit geval twee maanden, kan de openbare orde herstellen en de rust terugkeren in de buurt. In die periode kunnen ook de onrust en de gevoelens van onveiligheid bij de buurtbewoners afnemen. De burgemeester heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat minder verstrekkende maatregelen daartoe niet voldoende zouden zijn geweest en een zwaarder gewicht mogen toekennen aan het belang van handhaving van de openbare orde dan aan het belang van eiseres. Tijdens de zitting is dit namens de burgemeester toegelicht. Zo heeft de burgemeester aangegeven dat cameratoezicht alleen mogelijk is op de openbare weg. Ook heeft de burgemeester aangegeven waarom een gebiedsverbod in dit geval niet mogelijk was. De rechtbank kan deze toelichting volgen.
Is de sluiting evenwichtig?
6.3.
Eiseres voert aan dat de sluiting niet evenwichtig is, nu zij zelf slachtoffer is van deze situatie. Door de woningsluiting zal zij haar huurwoning kwijtraken. Dit heeft de burgemeester ten onrechte niet bij de belangenafweging betrokken.
6.4.
De beroepsgrond slaagt niet. De sluiting van de woning en de duur van de sluiting zijn niet onevenwichtig. De burgemeester heeft in de beslissing op bezwaar de belangen van eiseres meegewogen. In deze belangenafweging heeft hij ook de mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst betrokken. Dit heeft geleid tot een sluiting van de woning van twee maanden in plaats van de in het primaire besluit opgenomen drie maanden. Overigens heeft de gemachtigde van eiseres op de zitting erkend dat de ontbinding van de huurovereenkomst inmiddels is vernietigd. De sluiting is niet alleen voor het herstel van de openbare orde en de rust in de buurt, maar ook voor de veiligheid van eiseres en haar zoon. De burgemeester kon het belang van het herstel van openbare orde en de rust in de buurt zwaarder laten wegen dan het belang van eiseres om terug te keren naar woning.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De burgemeester mocht in redelijkheid gebruik maken van zijn bevoegdheid de woning te sluiten. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.M. Stroink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1298.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1879
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats 1], eiseres
(gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari),
en
de burgemeester van de gemeente Westervoort
(gemachtigden: M. Bakker en D.M.C. Backer).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de woning aan de [locatie] in [plaats 1] door de burgemeester voor de duur van twee maanden. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de sluiting van de woning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester in redelijkheid gebruik kon maken van zijn bevoegdheid de woning te sluiten. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met de beslissing op bezwaar van 12 maart 2025 is de burgemeester bij zijn besluit tot sluiting van de woning gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, de bewindvoerder van eiseres [persoon A] en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Op 22 augustus 2024 heeft in de woning aan de [locatie] in [plaats 1] een incident plaatsgevonden. Er was sprake van een conflict waarbij de zoon van eiseres een doorgeladen vuurwapen heeft gericht op meerdere buurtbewoners. Eiseres woonde destijds in deze woning samen met haar zoon.
3.1.
De politie heeft de burgemeester van het incident op de hoogte gesteld met de bestuurlijke rapportage van 26 augustus 2024. Daarna heeft de burgemeester een voornemen tot woningsluiting aan eiseres gestuurd. Er zijn verschillende zienswijzen ingediend. Ook heeft de politie op 4 september 2024 nog een bestuurlijke rapportage opgesteld.
3.2.
Met het besluit van 4 september 2024 heeft de burgemeester de woning voor de duur van twee maanden gesloten. Eiseres is na de sluiting weer in de woning gaan wonen.
Heeft eiseres nog procesbelang?
4. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, vanwege het feit dat eiseres na de sluiting van de woning weer in deze woning is gaan wonen. Zij woont hier nu nog steeds. Er is geen sprake van een ontbinding van de huurovereenkomst met de verhuurder van de woning. In beginsel heeft eiseres dus al bereikt wat zij met het instellen van haar beroep tegen het bestreden besluit wilde bereiken, namelijk terugkeer naar de woning.
4.1.
Procesbelang is het belang dat iemand heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat diegene voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft degene die opkomt tegen een besluit procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of (hoger) beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Als iemand stelt schade te hebben geleden, kan dat betekenen dat diegene belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Het moet wel enigszins aannemelijk zijn dat schade is geleden als gevolg van het besluit.
4.2.
Eiseres heeft in beroep naar voren gebracht dat, ondanks dat zij wel weer in de woning woont en zij hier ook kan blijven wonen, zij zowel materiële als immateriële schade heeft geleden als gevolg van de woningsluiting. Volgens de burgemeester zijn alleen de kosten voor het vervangen van de sloten van de woning het gevolg van de woningsluiting. Nu er sprake is van mogelijke schade die in verband staat met de woningsluiting heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
Mocht de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik maken?
5. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik mocht maken.
6. Sluiting van een woning is een ingrijpende maatregel. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn sluitingsbevoegdheid, moet hij het concrete geval toetsen aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Die toets houdt in dat beoordeeld moet worden of de sluiting van de woning noodzakelijk en evenwichtig is, gezien de overige in het geding zijnde belangen.
Is de sluiting noodzakelijk?
6.1.
Volgens eiseres geeft het bestreden besluit onvoldoende onderbouwing dat de tijdelijke sluiting van de woning noodzakelijk was nadat bekend was geworden dat de zoon van eiseres tot 20 februari 2025 in voorarrest zou blijven. Ook was aangegeven dat de zoon na zijn vrijlating nooit meer naar [plaats 1] zou terugkeren, maar naar zijn vader in [plaats 2] zou gaan. Door deze ontwikkelingen was er een verminderde noodzaak tot sluiting. Ook was een minder ingrijpende maatregel, zoals een gebiedsverbod of cameratoezicht mogelijk geweest. Volgens eiseres moet verder ook worden gekeken naar de objectieve veiligheidsbeleving. Doordat eiseres op het moment van het besluit tot woningsluiting niet meer één huishouden vormde met haar zoon, was de vrees voor escalatie niet langer terecht. Daarmee is volgens eiseres niet voldoende onderbouwd en onvoldoende aannemelijk dat de openbare orde en de veiligheid in de omgeving nog steeds in het geding was. De sluiting was daarom niet gerechtvaardigd.
6.2.
De beroepsgrond slaagt niet. De burgemeester heeft het in redelijkheid noodzakelijk kunnen achten de woning te sluiten. Het incident, waarover de politie twee bestuurlijke rapportages heeft opgemaakt, is voldoende om een dergelijke maatregel in te zetten om de openbare orde te herstellen. Eiseres was zelf ook betrokken bij de verstoring van de openbare orde en de situatie moest gede-escaleerd worden. Door een zichtbare sluiting, van in dit geval twee maanden, kan de openbare orde herstellen en de rust terugkeren in de buurt. In die periode kunnen ook de onrust en de gevoelens van onveiligheid bij de buurtbewoners afnemen. De burgemeester heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat minder verstrekkende maatregelen daartoe niet voldoende zouden zijn geweest en een zwaarder gewicht mogen toekennen aan het belang van handhaving van de openbare orde dan aan het belang van eiseres. Tijdens de zitting is dit namens de burgemeester toegelicht. Zo heeft de burgemeester aangegeven dat cameratoezicht alleen mogelijk is op de openbare weg. Ook heeft de burgemeester aangegeven waarom een gebiedsverbod in dit geval niet mogelijk was. De rechtbank kan deze toelichting volgen.
Is de sluiting evenwichtig?
6.3.
Eiseres voert aan dat de sluiting niet evenwichtig is, nu zij zelf slachtoffer is van deze situatie. Door de woningsluiting zal zij haar huurwoning kwijtraken. Dit heeft de burgemeester ten onrechte niet bij de belangenafweging betrokken.
6.4.
De beroepsgrond slaagt niet. De sluiting van de woning en de duur van de sluiting zijn niet onevenwichtig. De burgemeester heeft in de beslissing op bezwaar de belangen van eiseres meegewogen. In deze belangenafweging heeft hij ook de mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst betrokken. Dit heeft geleid tot een sluiting van de woning van twee maanden in plaats van de in het primaire besluit opgenomen drie maanden. Overigens heeft de gemachtigde van eiseres op de zitting erkend dat de ontbinding van de huurovereenkomst inmiddels is vernietigd. De sluiting is niet alleen voor het herstel van de openbare orde en de rust in de buurt, maar ook voor de veiligheid van eiseres en haar zoon. De burgemeester kon het belang van het herstel van openbare orde en de rust in de buurt zwaarder laten wegen dan het belang van eiseres om terug te keren naar woning.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De burgemeester mocht in redelijkheid gebruik maken van zijn bevoegdheid de woning te sluiten. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.M. Stroink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1298.