Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:2513

2026-03-18 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/05/447921 / HA ZA 25-75
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-03-18
Publicatiedatum
2026-04-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/05/447921 / HA ZA 25-75
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

VvE, uitleg splitsingsakte, gemeenschappelijke kosten?

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.656 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: C/05/447921 / HA ZA 25-75




Vonnis van 18 maart 2026




in de zaak van





1 [naam eiser 1] ,

te [woonplaats] ( [land] ),2. [naam eiser 2],
te [woonplaats] ( [land] ),
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [de eisers] ,
advocaat: mr. D.N. Reijnders,



tegen




VERENIGING VAN EIGENAARS RECREATIEPARK BOESCHOTEN I,
te Barneveld,
gedaagde partij,
hierna te noemen: VvE Boeschoten,
advocaat: mr. J.A. Vermeulen.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 juli 2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 december 2025.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[de eisers] zijn sinds 15 juni 2015 eigenaar van een appartementsrecht op recreatiepark Park Boeschoten I (hierna: het recreatiepark). Dit appartementsrecht geeft [de eisers] recht op het uitsluitend gebruik van een grondkavel met recreatie-woonverblijf en toebehoren, plaatselijk bekend als [adres] , kadastraal bekend als [kadasterregistratie] . VvE Boeschoten is de vereniging van eigenaars op het recreatiepark.



2.2.
In de akte van splitsing van 20 juli 1999 en het daarin vervatte splitsingsreglement is – voor zover relevant – het volgende bepaald:


“B. AANDELEN DIE DOOR DE SPLITSING ONTSTAAN, EN AANDELEN IN DE VERPLICHTING TOT HET BIJDRAGEN IN DE GEZAMENLIJKE SCHULDEN EN KOSTEN

Artikel 2



1. Ieder der eigenaars is in de gemeenschap gerechtigd voor één/vierenzevenstigste (1/74) gedeelte.


2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen gerechtigd tot de gemeenschappelijke baten.


3. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn.



C. SCHULDEN EN KOSTEN VOOR REKENING VAN DE GEZAMENLIJKE EIGENAARS


Artikel 3


Tot de gemeenschappelijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder


a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend:


[…]



i. de verschuldigde kosten wegens energiegebruik en voorzieningen (gas, water en electra), tenzij deze kosten aan de afzonderlijke eigenaren in rekening worden gebracht;


j. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke eigenaars als zodanig.”



2.3.
Op 17 juli 2020 heeft de vergadering van eigenaars besloten dat VvE Boeschoten zou overgaan tot het (laten) aanleggen van een collectief glasvezelnetwerk op het recreatiepark. Daarbij is besloten dat door alle leden evenredig moet worden bijgedragen aan de kosten van tv en internet.



2.4.
Op 9 december 2022 heeft een vergadering van eigenaars plaatsgevonden. Daarbij is – voor zover relevant – besloten dat de kosten vastrechtkosten (transport, meetdiensten, vastrecht, afvalstoffenheffing) nutsvoorzieningen voortaan te verdelen over 73 in plaats van 74 kavels. Reden hiervoor was dat één appartementseigenaar twee naast elkaar gelegen appartementsrechten in eigendom heeft, waarvan slechts één kavel is bebouwd. Deze appartementseigenaar gebruikt daarom slechts één aansluiting voor nutsvoorzieningen.



2.5.
Op 19 april 2024 heeft de vergadering van eigenaars besloten dat “alle kosten nutsvoorzieningen” voortaan op basis van 1/73e deel zullen worden berekend. Uit het besluit volgt dat het hierbij gaat om de netbeheerkosten elektra, netbeheerkosten gas, kosten meetdienst Kenter en kosten zuiveringslasten.





3Het geschil


3.1.


[de eisers] vorderen na vermindering van eis – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te verklaren voor recht dat het besluit van de vergadering van eigenaars op 9 december 2022 om de vastrechtkosten nutsvoorzieningen (transport, meetdiensten, vastrecht, afvalstoffenheffing) aan de appartementseigenaren door te belasten voor 1/73e deel in plaats van 1/74e deel, nietig is,
II. te verklaren voor recht dat het besluit van de vergadering van eigenaars van 19 april 2024 om alle kosten nutsvoorzieningen voortaan voor 1/73e deel door te belasten aan de appartementseigenaren, nietig is,
III. VvE Boeschoten te veroordelen om binnen 30 dagen na dit vonnis correcties uit te voeren ten aanzien van de berekeningswijze voor de internet- en televisiekosten over de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 conform artikel 2 van de akte van splitsing, in die zin dat deze kosten met terugwerkende kracht worden doorberekend op basis van 1/74e deel per appartementsrecht,
IV. VvE Boeschoten te veroordelen tot het betalen van dwangsommen van € 500,00 aan [de eisers] voor elke kalenderdag of gedeelte daarvan dat VvE Boeschoten in gebreke blijft met het onder III gevorderde, met een maximum van € 50.000,00,
V. VvE Boeschoten te veroordelen om binnen 30 dagen na dit vonnis correcties uit te voeren ten aanzien van de berekeningswijze nutsvoorzieningen over de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 conform artikel 2 van de akte van splitsing, hetgeen inhoudt dat deze kosten, voor zover dat geen kosten op basis van energieverbruik zijn, worden doorberekend op basis van 1/74e deel per appartementsrecht,
VI. VvE Boeschoten te veroordelen tot het betalen van dwangsommen van € 500,00 aan [de eisers] voor elke kalenderdag of gedeelte daarvan dat VvE Boeschoten in gebreke blijft met het onder III gevorderde, met een maximum van € 50.000,00,
VII. VvE Boeschoten te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis.




3.2.
VvE Boeschoten voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de eisers] , dan wel tot afwijzing van hun vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eisers] in de kosten van deze procedure.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Bevoegdheid en toepasselijk recht




4.1.
Gelet op de woonplaats van [de eisers] ( [land] ) draagt de vordering een internationaal karakter. De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van artikel 4 lid 1 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. VvE Boeschoten is immers gevestigd in Nederland (Barneveld).



4.2.
Vervolgens moet worden vastgesteld welk recht op de vorderingen van [de eisers] van toepassing is. De vorderingen van [de eisers] betreffen de besluitvorming van de algemene vergadering van de vereniging van eigenaars. Aangezien VvE Boeschoten haar zetel heeft in Nederland, is Nederlands recht van toepassing op deze vorderingen (artikel 10:118 BW juncto 10:119 aanhef en onder b BW).



De besluiten van 9 december 2022 en 19 april 2024





4.3.

Tussen partijen is in geschil of de besluiten van 9 december 2022 en 19 april 2024 nietig zijn omdat hierin een met het splitsingsreglement strijdige verdeelsleutel is vastgelegd. De rechtbank stelt voorop dat in artikel 5:113 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de gezamenlijke appartementseigenaren, in de schulden en kosten die op grond van de wet of het splitsingsreglement voor hun gezamenlijke rekening komen, onderling en jegens de vereniging van eigenaars voor elk appartementsrecht in een gelijk deel bijdragen, tenzij daarvoor bij het reglement een andere verhouding is bepaald.
Dat betekent dat een afwijkende verdeelsleutel van kosten en schulden altijd in een splitsingsreglement moet worden opgenomen. In de onderhavige splitsingsakte is bepaald dat de eigenaren verplicht zijn per breukdeel (1/74e) bij te dragen in de schulden en kosten die voor gemeenschappelijke rekening zijn (artikel 2 lid 1 en lid 3 van het daarin opgenomen splitsingsreglement). Het staat de eigenaren of VvE Boeschoten niet vrij om hiervan bij besluit af te wijken. Hierna wordt per kostenpost beoordeeld of sprake is van gezamenlijke kosten en, zo ja, of bij de doorberekening daarvan wordt gehandeld in strijd met het splitsingsreglement.




(Vastrecht)kosten nutsvoorzieningen





4.4.
Tussen partijen is in geschil of de (vastrecht)kosten nutsvoorzieningen gemeenschappelijke kosten zijn. Welke kosten gemeenschappelijk zijn, wordt geregeld in artikel 3 van het splitsingsreglement. Uit onderdeel i. van die bepaling volgt dat gemeenschappelijk zijn “ de verschuldigde kosten wegens energiegebruik en voorzieningen (gas, water en electra), tenzij deze kosten aan de afzonderlijke eigenaren in rekening worden gebracht;”. VvE Boeschoten stelt dat de (vastrecht)kosten nutsvoorzieningen onder het bereik van de uitzondering in artikel 3 sub i (vanaf het woord “tenzij”) van het splitsingsreglement vallen. De in artikel 2 van het splitsingsreglement bepaalde verdeelsleutel is daarom niet van toepassing, aldus VvE Boeschoten. [de eisers] betwisten dat voornoemde kosten onder de uitzondering in artikel 3 sub i (vanaf het woord “tenzij”) vallen. Volgens hen ziet deze bepaling op kosten die (door derden) op basis van verbruik aan de individuele eigenaren worden doorberekend. Aangezien partijen van mening verschillen over de uitleg van artikel 3 sub i, moet de rechtbank deze bepaling uitleggen. Bij de uitleg van een bepaling uit een splitsingsakte en het reglement komt het aan op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze omschrijving moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving in die akte en dat reglement, mede bezien in het licht van de gehele inhoud daarvan. De rechtszekerheid vergt dat bij die uitleg in beginsel slechts acht mag worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. (zie HR 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5223, HR 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1078).



4.5.
Uit de tekst van artikel 3 sub i van het splitsingsreglement volgt dat het uitgangspunt is dat kosten wegens energieverbruik en voorzieningen gemeenschappelijk zijn. Daarop wordt een uitzondering gemaakt voor het geval deze kosten aan de afzonderlijke eigenaren in rekening worden gebracht. VvE Boeschoten heeft haar stelling dat de tenzij-bepaling aldus moet worden uitgelegd dat de (vastrecht)kosten nutsvoorziening onder deze uitzondering vallen onvoldoende onderbouwd. Zij voert ter onderbouwing hiervan aan dat deze kosten door haar aan de afzonderlijke eigenaren in rekening worden gebracht, net als de verbruikskosten nutsvoorzieningen. De verbruikskosten worden echter op basis van individueel verbruik doorberekend aan de eigenaren, terwijl bij de vastrechtkosten een (weliswaar van artikel 2 afwijkend) vast breukdeel wordt gehanteerd. Zonder nadere motivering van VvE Boeschoten – die ontbreekt – valt niet in te zien dat met voornoemde uitzondering is gedoeld op kosten die (nog steeds) op basis van een breukdeel aan de individuele eigenaren in rekening worden gebracht. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank meer voor de hand dat hierbij is gedoeld op kosten die op basis van individueel gebruik worden doorberekend.



4.6.
Gelet op het voorgaande zijn de (vastrecht)kosten nutsvoorzieningen gezamenlijke kosten waarop de verdeelsleutel van artikel 2 van het splitsingsreglement van toepassing is. Indien VvE Boeschoten een van artikel 2 afwijkende verdeelsleutel wenst te gebruiken ten aanzien van de gezamenlijke (vastrecht)kosten nutsvoorzieningen, zal zij hiervoor het splitsingsreglement moeten wijzigen.



4.7.
De besluiten van 9 december 2022 en 19 april 2024 bevatten een van artikel 2 van het splitsingsreglement afwijkende verdeelsleutel. In zoverre zijn deze besluiten in strijd met het splitsingsreglement. De besluiten zijn wat deze afwijkende verdeelsleutel betreft daarom nietig (artikel 5:129 lid 1 BW jo. artikel 2:14 lid 1 BW). De door [de eisers] gevorderde verklaringen voor recht (onder I. en II.) zullen daarom worden toegewezen.



4.8.

[de eisers] vorderen dat VvE Boeschoten met terugwerkende kracht de doorberekende vastrechtkosten nutsvoorzieningen corrigeert. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de besluiten van 9 december 2022 en 19 april 2024, hebben [de eisers] gedurende meerdere jaren te veel betaald voor de vastrechtkosten nutsvoorzieningen (1/73e deel in plaats van 1/74e deel). Hun vordering tot correctie is daarom (in beginsel) toewijsbaar. VvE Boeschoten heeft nog aangevoerd dat zij niet gehouden kan worden tot het doorvoeren van correcties, omdat de kosten daarvan veel hoger zouden zijn dan wat het [de eisers] oplevert. Dat op zichzelf is echter geen grond om de vordering van [de eisers] af te wijzen. Daar komt bij dat VvE Boeschoten onvoldoende heeft onderbouwd waarom de kosten voor correcties zo hoog zouden zijn. Zoals [de eisers] terecht hebben aangevoerd, heeft één appartementseigenaar (met twee appartementsrechten) gedurende meerdere jaren te weinig betaald en de anderen, waaronder [de eisers] , (dus) teveel, hetgeen gecorrigeerd moet worden. Zonder nadere motivering – die ontbreekt – valt niet in te zien waarom dit een ingewikkeld en kostbaar proces zou zijn. Dat de VvE, zoals zij tijdens de mondelinge behandeling heeft aangevoerd, hiervoor de professionele beheerder van de VvE zal moeten inschakelen en betalen maakt dan ook niet dat de gevorderde herberekening redelijkerwijs niet van haar kan worden verwacht, en evenmin dat dit niet zou kunnen plaatsvinden binnen de in de vordering genoemde termijn van 30 dagen. De VvE zal daarom worden veroordeeld om correcties uit te voeren ten aanzien van de berekeningswijze nutsvoorzieningen over de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 conform artikel 2 van de akte van splitsing. De door [de eisers] gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. Gesteld noch gebleken is immers dat VvE Boeschoten niet vrijwillig aan een veroordelend vonnis zal voldoen.



Afvalstoffenheffing





4.9.
Partijen verschillen verder van mening over de doorbelasting van de afvalstoffenheffing. Volgens [de eisers] worden deze kosten ook – in strijd met het splitsingsreglement – over de eigenaren verdeeld conform een verdeelsleutel van 1/73. [de eisers] hebben dit echter onvoldoende onderbouwd. Zo is onduidelijk waarop zij baseren dat de afvalstoffenheffing over 73 eigenaren wordt verdeeld. Uit de door [de eisers] overgelegde facturen blijkt dit niet. De afvalstoffenheffing komt daarin niet terug. VvE Boeschoten heeft bovendien betwist dat de afvalstoffenheffing middels de verdeelsleutel 1/73 wordt verdeeld. Zij heeft aangevoerd dat de afvalstoffenheffing als onderdeel van de parkkosten in rekening wordt gebracht en dat de parkkosten – conform artikel 2 van het splitsingsreglement – wordt verdeeld middels de verdeelsleutel 1/74. Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat de afvalstoffenheffing in strijd met het splitsingsreglement wordt verdeeld over de appartementseigenaren. Voor zover de vorderingen van [de eisers] betrekking hebben op de afvalstoffenheffing, zullen zij daarom worden afgewezen.



Televisie en internet





4.10.

[de eisers] stellen ten slotte dat de televisie- en internetkosten ook ten onrechte zijn omgeslagen over de individuele appartementseigenaren conform een andere verdeelsleutel dan uit het splitsingsreglement volgt. Zij vorderen dat deze kosten met terugwerkende kracht worden verdeeld conform artikel 2 van het splitsingsreglement. VvE Boeschoten voert aan dat de kosten voor televisie en internet geen gemeenschappelijke kosten zijn in de zin van artikel 3 van het splitsingsreglement, omdat dit kosten zijn die rechtstreeks aan de individuele eigenaren in rekening worden gebracht. Het betreft een privéaangelegenheid van de individuele eigenaren waarbij alleen uit praktisch oogpunt ervoor is gekozen om de betaling daarvan via VvE Boeschoten te laten verlopen. De verdeelsleutel van artikel 2 is derhalve niet van toepassing, aldus VvE Boeschoten.



4.11.


[de eisers] hebben voorgaande toelichting van de VvE onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid daarvan.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de kosten voor televisie en internet niet vallen onder de reikwijdte van artikel 3 van het splitsingsreglement, zodat zij niet conform artikel 2 verdeeld hoeven te worden. Het stond de vergadering van eigenaars derhalve vrij een wijze van verdeling van deze kosten overeen te komen. De door [de eisers] gevorderde correcties op de door hen betaalde kosten voor internet en televisie zullen gelet op het voorgaande worden afgewezen.




Proceskosten





4.12.
Aangezien beide partijen over en weer op meerdere punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





5De beslissing


De rechtbank



5.1.
verklaart voor recht dat het besluit van de vergadering van eigenaars op 9 december 2022 om de vastrechtkosten nutsvoorzieningen (transport, meetdiensten, vastrecht) aan de appartementseigenaren door te belasten voor 1/73e deel in plaats van 1/74e deel, nietig is,



5.2.
verklaart voor recht dat het besluit van de vergadering van eigenaars van 19 april 2024 om alle kosten nutsvoorzieningen voortaan voor 1/73e deel door te belasten aan de appartementseigenaren, nietig is,



5.3.
veroordeelt VvE Boeschoten om binnen 30 dagen na dit vonnis correcties uit te voeren ten aanzien van de berekeningswijze nutsvoorzieningen over de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 conform artikel 2 van de akte van splitsing, hetgeen inhoudt dat deze kosten, voor zover dat geen kosten op basis van energieverbruik zijn, worden doorberekend op basis van 1/74e deel per appartementsrecht,



5.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat elk van partijen de eigen proceskosten draagt,



5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.3genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op
18 maart 2026.















































RG/EB