Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:2451

2026-03-30 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht ARN 25/2501
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-03-30
Publicatiedatum
2026-03-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ARN 25/2501
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van de raad van 28 mei 2025. Met dit besluit heeft de raad het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.030 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND


Zittingsplaats Arnhem



Bestuursrecht



zaaknummer: ARN 25/2501

uitspraak van de enkelvoudige kamer van


in de zaak tussen


[eiser], uit [plaats], eiser


en


de raad van de gemeente Nijmegen
(gemachtigde: mr. G.T. Pfennings).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van de raad van 28 mei 2025. Met dit besluit heeft de raad het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.




Procesverloop


2. Met het besluit van 29 januari 2025 heeft de raad de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent aangepast. Met de beslissing op bezwaar van 28 mei 2025 heeft de raad - na advies van de commissie voor bezwaarschriften - het bezwaar van eiser tegen het besluit van 29 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen belang heeft dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit.



2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van de raad deelgenomen.






Beoordeling door de rechtbank



Is eiser belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?

3. Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit. Om belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te zijn, moet eiser een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat rechtstreeks betrokken is bij het besluit.



3.1.
Eiser stelt dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat hij zich sinds 1988 bezighoudt met straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen. Ter onderbouwing daarvan voert eiser aan dat hij in 2024 een Numaga penning heeft ontvangen, omdat hij een bijzondere prestatie heeft geleverd op het gebied van ofwel de bevordering van de kennis van het verleden van Nijmegen en omstreken en/ofwel van het behoud van het Nijmeegse culturele erfgoed. Eiser stelt dat hij hierdoor een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft.



3.2.
Het betoog van eiser slaagt niet. Van een belang van eiser dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit is de rechtbank niet gebleken. Zo woont eiser zelf niet in het gebied waarop de wijziging van de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent ziet, maar op geruime afstand daarvan. Eiser kan zich niet onderscheiden van andere inwoners van de gemeente Nijmegen en heeft dan ook geen persoonlijk belang dat rechtsreeks is betrokken bij het besluit. Ook het feit dat eiser de raad voorafgaand aan het besluit heeft gevraagd naar de motivering voor de wijziging van de woonplaatsgrens, maakt eiser geen belanghebbende. In het standpunt van eiser dat de plaats van openbare ruimten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen als gevolg van het bestreden besluit niet meer goed is aangeduid, ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor de conclusie dat eiser een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft. Dat eiser – zoals de rechtbank begrijpt – erg betrokken is bij de straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen maakt niet dat eiser daarmee wel een persoonlijk en rechtstreeks betrokken belang heeft bij dit besluit tot het wijzigen van de woonplaatsgrens.


4. In de beroepsgronden heeft eiser gewezen op - volgens hem - andere (formele) gebreken in de besluitvorming. Aan die gronden komt de rechtbank niet toe nu is geoordeeld dat eiser geen belanghebbende is en het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard.





Conclusie en gevolgen


5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op















griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Dit volgt uit de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb.


Vergelijk ABRvS 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2503.