Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:2314
2026-03-25
Bestuursrecht
AWB – 25 _ 1088
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
volgt z.s.m.
Citeert (4)
- ECLI:NL:RBGEL:2024:7322 Rechtbank Gelderland 22-10-2024
- ECLI:NL:RVS:2022:3504 Raad van State 30-11-2022
- ECLI:NL:RVS:2019:2946 Raad van State 28-08-2019
- ECLI:NL:RVS:2025:2063 Raad van State 07-05-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.744 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1088
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
en
de burgemeester van de gemeente Heumen
(gemachtigden: mr. J.W.M. Hagelaars en [gemachtigde] ).
Procesverloop
1. Met het besluit van 2 oktober 2024 heeft de burgemeester de woning van eisers aan de [adres] in [woonplaats] (de woning) voor twee weken gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. Met het besluit van 15 oktober 2024 heeft de burgemeester de sluiting met vier weken verlengd.
1.1.
Met het bestreden besluit van 26 februari 2025 verklaart de burgemeester de door eisers gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 2 en 15 oktober 2024 niet-ontvankelijk.
1.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 2] , [gemachtigde] en [persoon] .
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
2. De burgemeester licht in het bestreden besluit toe dat het besluit van 2 oktober 2024 is uitgewerkt. Het besluit van 15 oktober 2024 is door de voorzieningenrechter geschorst en wordt niet meer geëffectueerd. Eisers kunnen met de bezwaren dus niet meer bereiken dat zij de woning niet hoeven te verlaten. Volgens de burgemeester hebben eisers geen ander procesbelang bij een beslissing op de bezwaren. Eisers hebben aangegeven niet uit te zijn op het verkrijgen van schadevergoeding. Zij willen wel dat de burgemeester het sluiten van een woning in een eventueel toekomstige situatie anders aanpakt, maar dat levert geen procesbelang op. Dit belang is niet actueel, en het kan ook niet van de burgemeester worden verwacht dat hij op een bepaalde wijze reageert in een nog onbepaalde, toekomstige situatie. Wat eisers willen kunnen zij dus niet bereiken met hun bezwaren. Daarom verklaart de burgemeester de bezwaren niet-ontvankelijk.
In beroep
3. Eisers voeren in beroep aan waarom zij het niet eens zijn met de (verlenging van de) woningsluiting. Zij verzoeken de rechtbank om het bestreden besluit te vernietigen en de burgemeester op te dragen de bezwaren inhoudelijk te behandelen.
4. De burgemeester stelt dat het beroep van eisers niet-ontvankelijk moet worden verklaard, net als de bezwaren. Eisers hebben namelijk geen belang bij een oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit.
5. In deze zaak ligt de vraag voor of eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de besluiten van 2 en 15 oktober 2024, ook al is feitelijk geen sprake meer van (de verlenging van de) sluiting van de woning.
6. De rechtbank overweegt dat immateriële schade ook proces-belang kan opleveren, bijvoorbeeld als iemand in eer of goede naam is geschaad. Als het gaat om een besluit tot sluiting van een pand in het belang van de openbare orde, impliceert dat een publiekelijke afwijzing van het gedrag van de betrokken persoon, zodat het alleen al daarom tot op zekere hoogte aannemelijk is dat de persoon als gevolg van het besluit in zijn eer en goede naam is geschaad. Dat volgt uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.1.
De burgemeester stelt dat deze rechtspraak in deze zaak geen toepassing vindt omdat deze rechtspraak alleen van toepassing is bij woningsluitingen op grond van de Opiumwet, maar dat volgt de rechtbank niet. De rechtbank leest dat namelijk niet terug in de rechtspraak. Bovendien bevat het dossier aanknopingspunten voor het oordeel dat de woningsluiting een publiekelijke afwijzing van het gedrag van eisers impliceert. In de besluiten van 2 en 15 oktober 2024 staat dat de burgemeester de woning sluit omdat personen met een zwaar vuurwapen en scherpe munitie naar de woning zijn gereden en een brandbom dan wel explosief of zwaar vuurwerk naar de woning is gegooid. De burgemeester stelt op dit punt terecht dat duidelijk is dat de burgemeester de (ernstige) gedragingen van deze personen afwijst, en niet het gedrag van eisers. De burgemeester noemt in de besluiten echter ook dat eisers meerdere antecedenten op hun naam hebben staan, waaronder het vervaardigen van harddrugs. Ook licht de burgemeester toe dat hij er ambtshalve mee bekend is dat een drugslab op het perceel is aangetroffen. Deze motivering ziet op eisers zelf, en niet op andere personen of gedragingen van ‘buitenaf’. Verder is tijdens de zitting tussen partijen vast komen te staan dat er een doek bij de woning was opgehangen, met daarop de melding dat het pand gesloten is op grond van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet, en de woorden: ‘Pand gesloten’ en ‘vermoeden van drugs? Bel politie op: (..)’. Hoewel de woning niet gesloten is vanwege drugsincidenten, kan dit doek dat voor de buitenwereld wel doen vermoeden. Overigens maken eisers daarbij duidelijk dat de woningsluiting op hen en op de overige bewoners, waaronder een baby van zeven maanden, een behoorlijke impact heeft gehad.
Conclusie en gevolgen
7. De rechtbank komt tot het oordeel dat tot op zekere hoogte aannemelijk is dat eisers als gevolg van de besluiten van 2 en 15 oktober 2024 in hun eer en goede naam zijn aangetast. Dat levert procesbelang op. De burgemeester heeft dit niet onderkend. Het beroep is ontvankelijk en gegrond. De burgemeester heeft de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
7.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De burgemeester heeft namelijk laten weten dat hij bij een gegrondverklaring van het beroep, op basis van een integraal advies van een bezwaarschriftencommissie, een nieuw besluit wil nemen op de bezwaren van eisers. Daarom draagt de rechtbank de burgemeester op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.
7.2.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de burgemeester het door eisers betaalde griffierecht vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat niet is gebleken dat kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:7322.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3504.
Uitspraken van de Afdeling van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2946, en 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2063.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1088
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
en
de burgemeester van de gemeente Heumen
(gemachtigden: mr. J.W.M. Hagelaars en [gemachtigde] ).
Procesverloop
1. Met het besluit van 2 oktober 2024 heeft de burgemeester de woning van eisers aan de [adres] in [woonplaats] (de woning) voor twee weken gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. Met het besluit van 15 oktober 2024 heeft de burgemeester de sluiting met vier weken verlengd.
1.1.
Met het bestreden besluit van 26 februari 2025 verklaart de burgemeester de door eisers gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 2 en 15 oktober 2024 niet-ontvankelijk.
1.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 2] , [gemachtigde] en [persoon] .
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
2. De burgemeester licht in het bestreden besluit toe dat het besluit van 2 oktober 2024 is uitgewerkt. Het besluit van 15 oktober 2024 is door de voorzieningenrechter geschorst en wordt niet meer geëffectueerd. Eisers kunnen met de bezwaren dus niet meer bereiken dat zij de woning niet hoeven te verlaten. Volgens de burgemeester hebben eisers geen ander procesbelang bij een beslissing op de bezwaren. Eisers hebben aangegeven niet uit te zijn op het verkrijgen van schadevergoeding. Zij willen wel dat de burgemeester het sluiten van een woning in een eventueel toekomstige situatie anders aanpakt, maar dat levert geen procesbelang op. Dit belang is niet actueel, en het kan ook niet van de burgemeester worden verwacht dat hij op een bepaalde wijze reageert in een nog onbepaalde, toekomstige situatie. Wat eisers willen kunnen zij dus niet bereiken met hun bezwaren. Daarom verklaart de burgemeester de bezwaren niet-ontvankelijk.
In beroep
3. Eisers voeren in beroep aan waarom zij het niet eens zijn met de (verlenging van de) woningsluiting. Zij verzoeken de rechtbank om het bestreden besluit te vernietigen en de burgemeester op te dragen de bezwaren inhoudelijk te behandelen.
4. De burgemeester stelt dat het beroep van eisers niet-ontvankelijk moet worden verklaard, net als de bezwaren. Eisers hebben namelijk geen belang bij een oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit.
5. In deze zaak ligt de vraag voor of eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de besluiten van 2 en 15 oktober 2024, ook al is feitelijk geen sprake meer van (de verlenging van de) sluiting van de woning.
6. De rechtbank overweegt dat immateriële schade ook proces-belang kan opleveren, bijvoorbeeld als iemand in eer of goede naam is geschaad. Als het gaat om een besluit tot sluiting van een pand in het belang van de openbare orde, impliceert dat een publiekelijke afwijzing van het gedrag van de betrokken persoon, zodat het alleen al daarom tot op zekere hoogte aannemelijk is dat de persoon als gevolg van het besluit in zijn eer en goede naam is geschaad. Dat volgt uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.1.
De burgemeester stelt dat deze rechtspraak in deze zaak geen toepassing vindt omdat deze rechtspraak alleen van toepassing is bij woningsluitingen op grond van de Opiumwet, maar dat volgt de rechtbank niet. De rechtbank leest dat namelijk niet terug in de rechtspraak. Bovendien bevat het dossier aanknopingspunten voor het oordeel dat de woningsluiting een publiekelijke afwijzing van het gedrag van eisers impliceert. In de besluiten van 2 en 15 oktober 2024 staat dat de burgemeester de woning sluit omdat personen met een zwaar vuurwapen en scherpe munitie naar de woning zijn gereden en een brandbom dan wel explosief of zwaar vuurwerk naar de woning is gegooid. De burgemeester stelt op dit punt terecht dat duidelijk is dat de burgemeester de (ernstige) gedragingen van deze personen afwijst, en niet het gedrag van eisers. De burgemeester noemt in de besluiten echter ook dat eisers meerdere antecedenten op hun naam hebben staan, waaronder het vervaardigen van harddrugs. Ook licht de burgemeester toe dat hij er ambtshalve mee bekend is dat een drugslab op het perceel is aangetroffen. Deze motivering ziet op eisers zelf, en niet op andere personen of gedragingen van ‘buitenaf’. Verder is tijdens de zitting tussen partijen vast komen te staan dat er een doek bij de woning was opgehangen, met daarop de melding dat het pand gesloten is op grond van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet, en de woorden: ‘Pand gesloten’ en ‘vermoeden van drugs? Bel politie op: (..)’. Hoewel de woning niet gesloten is vanwege drugsincidenten, kan dit doek dat voor de buitenwereld wel doen vermoeden. Overigens maken eisers daarbij duidelijk dat de woningsluiting op hen en op de overige bewoners, waaronder een baby van zeven maanden, een behoorlijke impact heeft gehad.
Conclusie en gevolgen
7. De rechtbank komt tot het oordeel dat tot op zekere hoogte aannemelijk is dat eisers als gevolg van de besluiten van 2 en 15 oktober 2024 in hun eer en goede naam zijn aangetast. Dat levert procesbelang op. De burgemeester heeft dit niet onderkend. Het beroep is ontvankelijk en gegrond. De burgemeester heeft de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
7.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De burgemeester heeft namelijk laten weten dat hij bij een gegrondverklaring van het beroep, op basis van een integraal advies van een bezwaarschriftencommissie, een nieuw besluit wil nemen op de bezwaren van eisers. Daarom draagt de rechtbank de burgemeester op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.
7.2.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de burgemeester het door eisers betaalde griffierecht vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat niet is gebleken dat kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:7322.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3504.
Uitspraken van de Afdeling van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2946, en 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2063.