Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2025:8718
2025-09-01
Civiel recht; Insolventierecht
25/774
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
WHOA; no-verklaring verzoek afkoelingsperiode
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.797 tekens)
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team Insolventie – meervoudige kamer
Locatie: Zutphen
afkondigen afkoelingsperiode
uitspraakdatum: 1 september 2025
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:
1. de stichting
[verzoekster]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaten: mr. M.J.H. Vermeeren en mr. G. Sengers te Den Haag.
1De beoordeling
1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit:
- het verzoekschrift van 15 augustus 2025 ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland en door rechtbank Midden-Nederland doorverwezen naar deze rechtbank op grond van art. 285 Rv.
1.2.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] - samen met andere aan haar gelieerde vennootschappen - ook een verzoekschrift ex artikel 376 Fw bij deze rechtbank heeft ingediend (zaak- en rekestnummer 455980 FT RK 25-774). Nu de rechtbank dat verzoek zal behandelen, heeft [verzoekster] geen belang bij haar verzoek. [verzoekster] zal, wat betreft onderhavig verzoekschrift, niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.
2De beslissing
De rechtbank:
- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Boot (voorzitter), mr. R.P. van Eerde en mr. P.J. Neijt en in aanwezigheid van mr. E. Stienissen griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 september 2025.
RECHTBANK GELDERLAND
Team Insolventie – meervoudige kamer
Locatie: Zutphen
afkondigen afkoelingsperiode
uitspraakdatum: 1 september 2025
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:
1. de stichting
[verzoekster]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaten: mr. M.J.H. Vermeeren en mr. G. Sengers te Den Haag.
1De beoordeling
1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit:
- het verzoekschrift van 15 augustus 2025 ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland en door rechtbank Midden-Nederland doorverwezen naar deze rechtbank op grond van art. 285 Rv.
1.2.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] - samen met andere aan haar gelieerde vennootschappen - ook een verzoekschrift ex artikel 376 Fw bij deze rechtbank heeft ingediend (zaak- en rekestnummer 455980 FT RK 25-774). Nu de rechtbank dat verzoek zal behandelen, heeft [verzoekster] geen belang bij haar verzoek. [verzoekster] zal, wat betreft onderhavig verzoekschrift, niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.
2De beslissing
De rechtbank:
- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Boot (voorzitter), mr. R.P. van Eerde en mr. P.J. Neijt en in aanwezigheid van mr. E. Stienissen griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 september 2025.