Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11537

2025-12-24 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 11602941
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2025-12-24
Publicatiedatum
2025-12-30
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11602941
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis. Afwijzing verzoek op grond van artikel 31 lid 1 Rv, omdat geen sprake is van kennelijke fout. Afwijzing incassokosten en wettelijke rente doordat de bedragen niet deugdelijk zijn onderbouwd door elders in het lichaam van de dagvaarding naar een productie te verwijzen waarin die posten zijn opgenomen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.520 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: 11602941 \ CV EXPL 25-2274




Verbetervonnis van 24 december 2025




in de zaak van





[eiseres]
,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.J.F. van de Voort,



tegen





[gedaagde]
,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.






1Het verzoek tot verbetering


1.1.
Op 2 december 2025 heeft mr. J.J.F. van de Voort namens [eiseres] de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 26 november 2025 in deze zaak gewezen vonnis. Zij verzoekt dat alsnog een bedrag van € 277,70 aan incassokosten en € 111,79 aan wettelijke rente wordt toegekend en dat wordt aangepast dat de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 19 augustus 2024 in plaats vanaf de datum van dagvaarding.



1.2.
De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.





2De beoordeling


2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.



2.2.
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 26 november 2025 geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In het vonnis is uitdrukkelijk overwogen dat [eiseres] niet heeft gespecificeerd welk bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en welk bedrag aan wettelijke handelsrente zij vordert. In haar herstelverzoek van 2 december 2025 voert [eiseres] aan dat wel degelijk onderbouwd zou zijn welke bedragen zij vordert en zij wijst erop dat die specificatie is opgenomen in een e-mail van 20 februari 2025 die als productie 2 bij de dagvaarding zit. De kantonrechter wijst erop dat hij niet gehouden is om ambtshalve producties te lezen. Als een partij niet het risico wil lopen dat de producties niet worden gelezen dan zal zij de vordering in de overwegingen van de dagvaarding zelf moeten onderbouwen of op zijn minst uitdrukkelijk moeten verwijzen naar een bepaalde productie ter onderbouwing van een vordering. In de onderhavige dagvaarding is dat niet gebeurd en wordt de betreffende productie 2 slechts genoemd onder de inleidende feiten. Het is niet aan de kantonrechter om voor een onderbouwing van een vordering te gaan grasduinen in de stukken die zijn gevoegd aan de dagvaarding en waarnaar slechts elders in het lichaam van de dagvaarding aan wordt gerefereerd. Daarom is besloten zoals overwogen in randnummer 4.5 en beslist zoals opgenomen in randnummer 5.1 van het vonnis.



2.3.
Los van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat in het vonnis van 26 november 2025 überhaupt geen sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 Rv. Bij een kennelijke fout in de zin van dat wetsartikel moet het voor partijen en derden direct duidelijk zijn dat van een vergissing sprake is en kan er geen discussie over zijn hoe de uitspraak had moeten luiden. De rechtbank is van oordeel dat hiervan in dit geval geen sprake is. Het verzoek van [eiseres] komt in feite neer op een herbeoordeling van een juridisch vraagstuk, terwijl artikel 31 Rv niet bedoeld is voor het wijzigen van een materieel oordeel over een geschilpunt; de enige remedie daartegen is het instellen van een rechtsmiddel. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.





3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
wijst het verzoek om verbetering van het op 26 november 2025 tussen partijen gewezen vonnis af.









Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.















































53854




Vgl. HR 23 juni 1989, NJ 1990, 381, rov. 4.4, Hof ’s-Hertogenbosch 16 oktober 2002, NJ 2003/67, rov. 4.3.1-4.3.3 en Rb. Arnhem 22 oktober 2001, NJ 2002/134, rov. 4.



Kamerstukken II 1999/00, 26855, nr. 3, p. 62