Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2023:7464

2023-09-18 Civiel recht; Personen- en familierecht C/05/425020 / FA RK 23-2927
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2023-09-18
Publicatiedatum
2024-10-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/05/425020 / FA RK 23-2927
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/486

Inhoudsindicatie

IPR. Beschikking DNA-onderzoek op basis van Indonesisch recht en IVRK

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.794 tekens)
beschikking




RECHTBANK GELDERLAND




Familie- en jeugdrecht



Zittingsplaats Arnhem



Zaakgegevens: C/05/425020 / FA RK 23-2927
Datum uitspraak: 16 september 2024

beschikking DNA-onderzoek




naar aanleiding van het verzoek van





[de vrouw] (hierna: de moeder),
wonende in [woonplaats 1]
advocaat mr. E.R. Boertje in ’s-Gravenhage.



Het verzoek heeft betrekking op:





[minderjarige]
(hierna: [naam]),
geboren op 17 augustus 2021 in [plaats 1],
in rechte vertegenwoordigd door mr. S. van Oers, advocaat in Nijmegen, in de hoedanigheid van bijzonder curator.



De rechtbank merkt als belanghebbende aan:





[de man] (hierna: de man),
wonende in [woonplaats 2].





1Het verdere verloop van de procedure


1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
- de beschikking van deze rechtbank van 29 september 2023;
- het verslag van de bijzonder curator van 30 november 2023;
- het bericht met als bijlage productie 22 van mr. Boertje van 28 augustus 2024.



1.2.
In de beschikking van 29 september 2023 heeft de rechtbank mr. Van Oers benoemd als bijzonder curator over de minderjarige [naam] en iedere verdere beslissing aangehouden.



1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling van 2 september 2024 zijn gehoord:
- de moeder, via een videoverbinding van Microsoft Teams, bijgestaan door mr. Boertje en een tolk in de Engelse taal;
- mr. Van Oers.



1.4.
Hoewel de man op de juiste manier is opgeroepen voor de mondelinge behandeling, is hij niet verschenen.




2Het verzoek

2.1.

De moeder verzoekt:
primair: op grond van het Indonesische recht het vaderschap van de man ten aanzien van de minderjarige vast te stellen en zo nodig de man te veroordelen tot het verlenen van zijn medewerking aan een DNA-verwantschapsonderzoek om het vaderschap te kunnen vaststellen;
subsidiair: de man te veroordelen tot het verlenen van zijn medewerking aan een DNA-verwantschapsonderzoek om het vaderschap van de man ten aanzien van de minderjarige op grond van artikel 1:207 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te kunnen vaststellen.




2.2.
De moeder brengt naar voren dat zij de man heeft leren kennen in mei 2018 via een datingapp. De moeder en de man hebben elkaar meerdere keren ontmoet, zowel in Nederland als in Indonesië, en de moeder heeft van december 2019 tot november 2020 in Nederland bij de man verbleven. In december 2020 ontdekte de moeder dat zij zwanger was. Zij heeft in de periode daarna veelvuldig contact gehad met de man via WhatsApp. Zij hebben onder andere besproken dat de moeder in Nederland zou bevallen en zij hadden zelfs plannen om met elkaar te trouwen, maar door de coronapandemie was het voor hen niet mogelijk om naar elkaar toe te reizen. De moeder is op 17 augustus 2021 in Indonesië bevallen van [naam]. Gedurende de eerste maanden na de geboorte van [naam] heeft de moeder foto’s en filmpjes van [naam] naar de man gestuurd. Het contact met de man werd echter steeds minder, mede door een zakelijk conflict. Ondanks meerdere pogingen van de moeder lukte het niet meer om in gesprek te gaan met de man, en reageerde hij ook niet op het verzoek van de moeder om mee te werken aan de erkenning van [naam]. De moeder verzoekt daarom om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder aangegeven dat zij het van belang vindt om een DNA-test te doen, ook omdat dit van waarde is voor een eventuele procedure in Indonesië.





3Het advies van de bijzonder curator


3.1.
De bijzonder curator meent dat een DNA-onderzoek noodzakelijk is om vast te stellen of de man de vader van [naam] is. Zij heeft geen reden om te twijfelen aan de stellingen van de moeder, maar anderzijds is er op dit moment geen bewijs waaruit blijkt dat de man daadwerkelijk de vader van [naam] is. De bijzonder curator heeft op verschillende manieren en momenten geprobeerd contact te krijgen met de man, maar de man heeft hier niet op gereageerd. Het is hierdoor ook niet bekend of de man bereid is om [naam] te erkennen. Mocht de DNA-test bevestigen dat de man de vader van [naam] is, dan acht de bijzondere curator het in het belang van [naam] dat het vaderschap wordt vastgesteld.





4De beoordeling



Internationaal privaatrecht



4.1.
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd van het verzoek kennis te nemen, omdat de man in Nederland zijn gewone verblijfplaats had ten tijde van indiening van het verzoekschrift.



4.2.
Op grond van artikel 262 Rv is deze rechtbank relatief bevoegd, omdat de man ten tijde van indiening van het verzoekschrift zijn woonplaats had in Gelderland.



4.3.
Op grond van artikel 10:97 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van een persoon bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, als die ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben, of als ook een gezamenlijke verblijfplaats ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Nu er geen sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit of een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de man en de moeder, wordt het toepasselijke recht bepaald door de staat van de gewone verblijfplaats van [naam]. Gelet daarop is het Indonesische recht van toepassing.



Inhoudelijke beoordeling




4.4.
Zoals door de moeder is bepleit, met verwijzing naar een door haar overgelegde legal opinion van de heer Krisnapati, is het naar Indonesisch recht mogelijk om het vaderschap gerechtelijk vast te stellen. Artikel 43 van de Huwelijkswet is door het Indonesische Constitutionele Hof opgerekt. Uit de jurisprudentie van het Constitutionele Hof van Indonesië volgt dat het vaderschap kan worden vastgesteld indien op basis van wetenschap en technologie of andere wettige middelen kan worden bewezen dat er een bloedband bestaat. De rechtbank leidt hieruit af dat een DNA-test kan bijdragen aan de mogelijkheid tot het vaststellen van het vaderschap. Dit maakt dat de rechtbank, evenals de moeder en de bijzonder curator, het gelasten van een DNA-onderzoek noodzakelijk acht.



4.5.
Het is de rechtbank echter onvoldoende gebleken in hoeverre Indonesisch recht voorziet in het gelasten van een DNA-onderzoek. In de jurisprudentie waar de heer Krisnapati naar verwijst en waar ook in andere bronnen naar wordt verwezen, ging het om een man die zijn vaderschap wilde bewijzen en daarvoor zelf bewijs in de vorm van een DNA-test aandroeg. Het hof heeft kort gezegd geoordeeld dat iemand niet kan worden verplicht te trouwen om als vader van een kind te kunnen worden aangemerkt. De situatie hier is een andere, omdat de man vooralsnog niet van plan of zelfs maar bereid lijkt te zijn [naam] als zijn kind te erkennen. Daarmee kan niet zonder meer worden vastgesteld dat naar Indonesisch nationaal recht een DNA-test gelast kan worden.



4.6.
Wel is Indonesië aangesloten bij het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Artikel 7 van het IVRK bepaalt onder meer dat een kind recht heeft om zijn of haar ouders te kennen. De rechtbank overweegt dat het recht van een kind om te weten wie zijn of haar vader is ook betekent dat, nu de vrouw voldoende gemotiveerd stelt dat de man de vader van [naam] is, de man jegens de vrouw als vertegenwoordiger van [naam] gehouden is DNA-materiaal af te geven.



4.7.
Gelet op het voorgaande is deze rechtbank bevoegd om een DNA-onderzoek te gelasten. Zij zal daartoe overgaan.



4.8.
Na ontvangst van de uitslag van het deskundigenonderzoek zullen de man, de moeder en de bijzonder curator in de gelegenheid worden gesteld om daarop te reageren. In het bijzonder moeten zij aangeven wat de uitkomst van het DNA-onderzoek betekent voor het verzoek van de moeder en zich uitlaten over de gewenste voortgang van de procedure. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek en de nadere standpunten, zal de rechtbank beslissen of er een nieuwe mondelinge behandeling plaats zal vinden dan wel een tussen- of eindbeschikking geven.



4.9.
De rechtbank zal opdracht geven aan een laboratorium dat voldoet aan de accreditatie zoals is vereist in het besluit DNA-onderzoek vaderschap (Staatscourant 2015 nr. 32776, 1 oktober 2015 nummers 1 en 2). Om die reden wordt een DNA-onderzoek gelast door het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen, zoals hierna te vermelden. Op basis van de nu bekende informatie bedragen de hieraan verbonden kosten € 603 (inclusief 21% btw).



4.10.
De rechtbank zal de kosten verbonden aan het DNA-onderzoek voorlopig ten laste van de moeder brengen. Zij heeft immers verzocht om vaststelling van het vaderschap. Het uitgangspunt is dat voorschotten bij deskundigenonderzoeken worden betaald door de verzoekende partij. Bij het geven van de eindbeslissing over de verzoeken zal een definitieve beslissing over de kosten worden gegeven.



4.11.
De rechtbank merkt op dat het DNA-onderzoek pas zal starten indien en zodra de rechtbank het voorschot heeft ontvangen.



4.12.
In afwachting van de uitkomst van het DNA-onderzoek houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.





5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
beveelt dat een DNA-onderzoek door een deskundige zal worden gedaan ter beantwoording van de vraag of [de man], geboren op [geboortedatum 1] in [plaats 2], de verwekker is van [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] in [plaats 1],



5.2.
benoemt tot deskundige dr. J.W.J. van der Stappen, werkzaam bij het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, Klinisch Chemisch Laboratorium, afdeling C60, 6532 SZ Nijmegen, Weg door Jonkerbos 100, (Postbus 9015, 6500 GS Nijmegen, tel. 024 3658693);



5.3.
bepaalt dat de moeder als voorschot in de kosten moet betalen een bedrag van € 603 (inclusief btw), ter zake het DNA-verwantschapsonderzoek door de deskundige, aan de griffier van Rechtbank Gelderland, en wel door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak haar zal toesturen;



5.4.
bepaalt dat het DNA-onderzoek zal starten indien en zodra de rechtbank het voorschot van de moeder heeft ontvangen;



5.5.
bepaalt dat de plaats en het tijdstip van het onderzoek zullen worden vastgesteld door de deskundige in overleg met betrokkenen;



5.6.
beveelt de betrokkenen om hun medewerking aan het onderzoek door de deskundige te verlenen;



5.7.
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden;



5.8.
bepaalt dat de deskundige de uitslag van het DNA-onderzoek in een schriftelijk ondertekend bericht zal toezenden aan de griffie van deze rechtbank uiterlijk 19 november 2024 onder vermelding van de zaakgegevens (C/05/435866 / FA RK 24-1610);



5.9.

bepaalt dat de griffier een afschrift van het deskundigenbericht zo spoedig mogelijk
na ontvangst zal opsturen aan alle betrokkenen;




5.10.
bepaalt dat de betrokkenen in de gelegenheid zullen worden gesteld om daarop vervolgens schriftelijk te reageren en zich uit te laten over het deskundigenrapport en hetgeen dit betekent voor de verzoeken;



5.11.
houdt voor het overige iedere beslissing aan.










Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. V.D. van der Kooij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2024.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!















.










!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!










Uitspraak van 2010 met nummer 46/PUU-VIII/2010.


Specifiek de ElBib für Internationales Ehe- und Kindschaftsrecht, in de volksmond de Bergmann.